Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Bosch van Oud-Amelisweerd

Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch.

Geschiedenis van Landgoed Oud-Amelisweerd


Koningslaan 9, 11, 13 en 15a

Het symmetrische in classicistische stijl opgetrokken herenhuis, gelegen aan de Kromme Rijn is in 1770 gebouwd. Het naastgelegen koetshuis dateert uit dezelfde periode.

Geschiedenis

Oud-Amelisweerd is ontstaan uit dezelfde ontginningsheerlijkheid als Nieuw-Amelisweerd, die Amelis van Werden reeds voor 1227 in leen hield van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht. In 1394 was het goed Oud-Amelisweerd in handen van twee families, waarvan de familie Utenengh in 1583 geheel Oud-Amelisweerd in bezit kreeg door aankoop van de andere helft van Johan van Renesse. Inmiddels was in 1537 Oud-Amelisweerd als ridderhofstad erkend.
In 1632 kwam het middeleeuwse versterkte huis in het bezit van de familie Van Hove.

Portret van Jacob Johan van Delen Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jacob Johan van Delen Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Het huis werd in 1672 door de Fransen verwoest, alleen de theekoepel of speelhuis aan de Kromme Rijn en de bijgebouwen bleven gespaard. In 1707 werd het huis door de toenmalige eigenaars de familie Van Bueren herbouwd. Zij waren sinds 1649 in het bezit van Oud-Amelisweerd. Het nieuwe huis had een rechthoekige plattegrond en bestond uit een bouwlaag met zadeldak tussen topgevels. Op de nok stonden drie schoorstenen. De lange voorgevel was zeven traveeën breed met een centrale ingangspartij.

In 1725 werd Oud-Amelisweerd gekocht door Jacob Johan baron van Delen, een Gelders edelman, gehuwd met Maria Clignett dochter van de Utrechtse postmeester. Haar nicht Anna Susanna Hasselaar erfde tenslotte Oud-Amelisweerd.

Zij huwde in 1761 Gerard Godard baron Taets van Amerongen. Deze liet in 1770 het huis uit 1707 sterk vergroten of mogelijk zelfs geheel vervangen door het huidige veel grotere huis en het bijbehorend koetshuis bouwen. Tegelijkertijd liet hij een oprijlaan vanaf de Koningslaan aanleggen en een brug over de Kromme Rijn slaan. Hiertoe werd de boerderij die schuin voor het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn lag afgebroken. Oorspronkelijk was Oud-Amelisweerd alleen via de Vossegatsedijk te bereiken geweest. Bij het landgoed Oud-Amelisweerd behoren ook de 18de eeuwse hofstede de Zonnewijzer ten oosten van het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn gelegen.

En een aantal eind 18de, begin 19de eeuwse daggelderswoningen, genaamd Vinkenbuurt, ten oosten van de oprijlaan vanaf de Koningslaan. De hofstede is mogelijk gebouwd ter vervanging van de in 1770 gesloopte boerderij. Het huis werd in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon, die toen beide Amelisweerden in bezit had. Het was de bedoeling dat de koning zich zou vestigen op Oud-Amelisweerd en dat zijn manschappen op Nieuw-Amelisweerd zouden worden ondergebracht. Beide huizen ondergingen enige wijzigingen in Empire-stijl, o.a. in het interieur en in de roedenverdeling van de vensters. De koning heeft er echter weinig gebruik van gemaakt.

Hij verbleef meestal op ‘t Loo. In 1810 werd Jan Pieter Wickevoort Crommelin, de nieuwe eigenaar, die het op zijn beurt in 1811 samen met Nieuw-Amelisweerd verkocht aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Na diens overlijden in 1834 vond verdeling van de landgoederen onder zijn zoons plaats. Uiteindelijk werd het in 1951 verkocht aan de gemeente Utrecht, die in 1953 het bijbehorende parkbos voor het publiek openstelde. Het hoofdgebouw is in 1978 gerestaureerd.  Het koetshuis heeft na aankoop door de gemeente Utrecht verschillende wijzigingen ondergaan.

Het oorspronkelijke koetshuis is gewijzigd in een woonhuis. Daartoe zijn achter de koetshuisdeuren een raamkozijn en deur geplaatst. In de voorgevel is geheel links een tweede schuifvenster aangebracht. Het gedeelte rechts achter, oorspronkelijk een stal, is verbouwd en werd in eerste instantie gebruikt als verblijfsruimte voor de parkpolitie en plantsoenendienst. Sinds 1982 is hier het bezoekers- en informatiecentrum voor Amelisweerd gevestigd.


Parkaanleg

Evenals Nieuw-Amelisweerd schijnt het gebied rond Oud-Amelisweerd rond het midden van de 18de eeuw nog zonder bos te zijn geweest. Tussen 1761 en 1770 liet Gerard Godard baron Taets van Amerongen een bos aanleggen, waarvan de hoofdlaan, de Beelden- of Lindelaan in het verlengde van de nieuwe oprijlaan (aan de andere zijde van het huis) kwam te liggen. Een dwars op deze Beeldenlaan gelegen laan bood zicht op de Domtoren. In navolging van de nieuwe opvattingen over tuinaanleg werd na 1770 het achter gelegen bos voorzien van allerlei kleine kronkellaantjes en werd ten westen van het hoofdgebouw een bos aangelegd in een landschappelijke stijl met slingerpaadjes en een slingervijver rond een eiland met uitzicht-heuvel. Voor het huis werd een half ronde vijver gegraven, om de brug die wegens ruimtegebrek opzij van het huis was geplaatst in een architectonisch verband met het huis en de oprijlaan te brengen. De halfronde vorm van de vijver werd achter het huis herhaald door de bocht in de gracht, die het geheel omringde zodat er een regelmatig patroon ontstond. Deze gracht die er nog steeds ligt dateert waarschijnlijk uit de tijd van de herbouw van het hoofdgebouw in 1707.

Beschrijving

Het in classicistische stijl opgetrokken hoofdgebouw ligt aan de Kromme Rijn, op de as in noord-zuid richting, gevormd door de oprijlaan vanaf de Koningslaan en de Beeldenlaan. Het is een strak symmetrisch, u-vormig bakstenen gebouw, dat met de voorzijde naar de rivier is gericht. De voorgevel is zeven traveeën breed. De middelste travee is licht risalerend en voorzien van een hardstenen omlijsting en tuindeuren op de begane grond. De achtergevel heeft aan beide zijden een hoekvleugel, ieder twee traveeën breed. De ingang bevindt zich aan de achterzijde, is centraal gelegen. De ingangspartij met een dubbele deur waarboven een halfrond Empire-snijraam, is voorzien van een hardstenen omlijsting en een kleine stoep.

Het gebouw heeft zowel op de begane grond als de verdieping 8-ruits Empire schuifvensters, aan de voorzijde voorzien van Louvre luiken. De vensters op de verdieping zijn van een kleiner formaat. Het koetshuis dat rechts van het hoofdgebouw staat, is een nagenoeg symmetrisch, rechthoekig bakstenen gebouw. Achter het afgeplatte schilddak gaan twee zadeldaken schuil, waartussen een zakgoot. Middenvoor op het dak staat een dakruiter met luidklokje en uurwerk. In het midden van het gebouw bevindt zich het voormalige koetshuis met aan de voorzijde een dubbele deur waarboven een hooiluik en aan de achterzijde twee dubbele koetshuisdeuren. Achter de deuren zijn een raamkozijn en deur geplaatst. Dit gedeelte is thans als woonhuis ingericht. Links hiervan is de oorspronkelijke koetsierswoning. Rechts van het koetshuisgedeelte is het bezoekers en informatiecentrum ondergebracht.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Gebouwen in de negentiende eeuw in eigendom van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein in de binnenstad van Utrecht. Lange Rietsteeg 2, later Keizerstraat 38 en de Drift 23.

Geschiedenis Landgoed Oud-Amelisweerd vanaf 1795 tot 2019

De Nederlandse Republiek werd in 1795 door Franse troepen veroverd, met hulp van Nederlandse patriotten. Tot 1806 bleef de Bataafse Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, formeel onafhankelijk van Frankrijk, maar in werkelijkheid gebeurde er weinig zonder goedkeuring van de Fransen.

In 1806 benoemde Napoleon zijn broer Lodewijk tot koning van Holland, en werd Nederland een koninkrijk. Daarmee werd de grondslag gelegd voor de latere monarchie. In 1810 zette Napoleon zijn broer af en lijfde hij Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Drie jaar later werd Napoleon verslagen en naar Elba verbannen. Nederland werd weer onafhankelijk. Bron: Entoen.nu

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Nadat Lodewijk Napoleon twee jaar koning was van Nederland koopt hij in 1808 de landgoederen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd. De koning had het plan om van Amelisweerd een koninklijke residentie te maken.

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Op Oud-Amelisweerd wilde hij zelf wonen; op Nieuw-Amelisweerd wilde hij zijn manschappen vestigen. De heerschappij van Lodewijk Napoleon duurde maar kort en in 1810 verdween hij richting Frankrijk.

De Utrechtse Koningsweg en de Bunnikse Koningslaan herinneren nog aan hem.

Lodewijk Napoleon verkoopt Nieuw- en Oud-Amelisweerd dan aan mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die deze beide kastelen mogelijk koopt om ze weer met winst te verkopen, want een jaar later staan de kastelen weer te koop en worden dan gekocht door jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij was burgemeester van Utrecht en sinds 5 jaar eigenaar van Drakestein.

Als jonkheer Paulus Wilhelmus in 1834 sterft, vererft Nieuw-Amelisweerd op zijn oudste zoon, jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein, terwijl Oud-Amelisweerd vererft op zijn derde zoon jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein.

Bijna zestig jaar is hij eigenaar van het huis en als hij in 1883 zonder nakomelingen sterft gaat het huis naar zijn zus Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, die echter in hetzelfde jaar nog sterft, waarna het huis naar zoon jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd overgaat.

Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Het huis blijft tot 1951 in het bezit van de familie. In dat jaar verkoopt de kleindochter van Wilhelmus Johannes, Jkvr. Maria Therese Michiels van Kessenich-Bosch van Oud-Amelisweerd het landgoed aan de Gemeente Utrecht. Ook de pachtboerderijen Zonnewijzer en Willigenburg behoorden daarbij.

Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.


Vanaf 1 april 1946 huurde de familie De Wijs woonruimte in het huis en die situatie bleef ook zo na de verkoop in 1951, zelfs tot 1989. In dat jaar overleed de weduwe mevr. Theodora de Wijs.

De heer De Wijs betaald de eerste 5 jaar (1946-1951) aan de Jkvr. Marie Thérèse 400 gulden huur voor het huis. Als Oud-Amelisweerd in 1951 in eigendom komt van de gemeente Utrecht wordt de huur 600 gulden. Dat in 12 delen van 50 gulden per maand wordt deze verhuurd. Nadat Maria Therese het huis in het voorjaar van 1946 verlaat verhuurd ze het nog aan haar zoon Jhr. Alphonse Michiels van Kessenich. Ruim 3 jaar huurt hij nog 2 twee kamers van zijn moeder. Alphonse betaald voor de 2 kamers 200 gulden per jaar.

In de loop van 1953 als Utrecht al 2 twee jaar de eigenaar is van het huis en landgoed. Stellen ze vast dat de heer De Wijs al ruim 2 jaar te weinig huur heeft afgedragen. Voor 1951 betrof de huur te samen van De Wijs en Alphonse 600 gulden voor het hele jaar. Maar omdat Alphonse sinds 1948 was vertrokken naar Utrecht. Bleef de heer De Wijs na 1948 die 400 gulden betalen. Een huurovereenkomst die hij mondeling had afgesproken met Marie Therese. En dit niet bij de notaris had vastgelegd. Na de aankoop in 1951 door Utrecht waren ze in de veronderstelling dat er met de opbrengst van de huur van Oud-Amelisweerd 600 gulden binnen zou komen. Een verschil van 200 gulden in huur wat de gemeente Utrecht wilde terug vorderen over 2 jaar. Iets waar de heer De Wijs het natuurlijk absoluut niet mee eens was.

In de loop van het jaar 1953 werd in diverse raadsvergaderingen hier over gesproken door Utrechtse raadsleden en het college van burgemeester en wethouders. Sommige stelden dat de heer De Wijs uit het huis te gaan zetten. Maar volgens juriste was hier de grondslag veel te klein voor. Uiteindelijk werd dit geschil opgelost van dat De Wijs 600 gulden per jaar ging betalen voor huis Oud-Amelisweerd. Dit dan uiteindelijk wel contractueel vastgelegd in een huurcontract.

De heer De Wijs was in sommige opzichten ook zeer eigenwijs. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij niet gediend was van dat ladders of steigers op zijn terrein of naast het raam geplaatst zouden worden eind jaren 50. Er moest in die tijd nog wel eens groot onderhoud aan het dak of de goten van Oud-Amelisweerd worden uitgevoerd. Omdat hij dit dus niet toestond staat erin de dossiers geschreven dat de goten letterlijk op instorten stonden. Dus aan de buitenkant instortingsgevaar was. Na het overlijden van mevr. De Wijs in 1989 kwam het huis voor vier jaar in beheer van de Stichting Oud-Amelisweerd. Deze Stichting wist te voorkomen dat bij de boedelverkoop van de meubels van de laatste bewoonster, niet het zeldzame Chinese behang per opbod verkocht werd.

Van 2014 tot 2018 was Museum Oud-Amelisweerd in het huis gevestigd.

Sinds het voorjaar van 2019 is er een pop-up museum gevestigd in huize Oud-Amelisweerd.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw moest je als buitenstaander als je het landgoed wilde bezoeken een toegangskaart hebben. Leden van de ANWB en Natuurmonumenten die door hun lidmaatschap al een wandelkaart hadden gratis toegang tot het landgoed. Er was in die tijd een zelfs een parkwachter de heer Kalk. Misschien was deze heer Kalk wel streng. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij zelf een bekeuring gaf aan iemand die met de fiets aan de hand over het wandelpad liep. Iets waar we vandaag de dag niks meer bij voor kunnen stellen.

Verder was er nog een bedrijf eind jaren vijftig die opperde om van het landgoed een sprookjespark te maken. De gemeente Utrecht ging hier al heel snel niet mee akkoord. Anders was erop de dag vandaag een Utrechtse Efteling in Bunnik geweest.

Eigenaren van Oud-Amelisweerd tussen 1808 en 1951

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

1.   Van 1808 tot 1810 Koning Lodewijk Napoleon (koop)
2.   Van 1810 tot 1811 Mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (koop)
3.   Van 1811 tot april 1834 Jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (koop)
4.   Van april 1834 tot 1883 Jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (zoon)
5.   In 1883 Jkvr. Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein (zus)
6.   Van 1883 tot 1899 Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)
7.   Van 1899 tot 1935 Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)

8.   Van 1935 tot 1951 Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd (dochter)

9.   Vanaf 1951 tot op heden de gemeente Utrecht        

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 26 april 1898 te Utrecht, Utrecht. Overleden 10 mei 1968 te Utrecht, Utrecht. Trouwde in het jaar 1922 met Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich. Geboren 20 oktober 1895 te Meerssen, Limburg. Overleden 30 december 1974 te Utrecht, Utrecht. Marie en Felix liggen begraven op de St. Barbara begraafplaats te aan de Prinsesselaan 2  te Utrecht Oudwijk. Bron: Genealogieonline.nl

Kinderen uit dit huwelijk:

A.   Jkvr. A.M.O Michiels van Kessenich

B.   Jhr. Alphonse .M.W.P. Michiels van Kessenich. Geboren 26 juli 1924 te Teteringen, Noord-Brabant en overleden op 1 maart 2010, Amsterdam, Noord-Holland op 85 jarige leeftijd.

C.   Jhr. H.M. Michiels van Kessenich

D.   Jhr. G.M.L.G. (Garbrielle Marie Louise Georgi) Michiels van Kessenich. Geboren 1 juni 1930 te Utrecht, Utrecht en overleden op 6 maart 2001 te Zwolle, Overijssel.

Bron: A B C D Delpher.nl De Telegraaf 04-01-1975 B D: Online-familieberichten.nl

Laatste generatie Bosch van Oud-Amelisweerd

Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1829-1899) was van 1883 tot 1899 eigenaar van het landgoed Oud-Amelisweerd. Hij trouwde in 1859 met Anna Catharina van de Poll (1833-1916). Uit dit huwelijk komen 4 zonen en 1 dochter voort: A B C D E

Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

A.   Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1860-1941)

B.   Jhr. Frederik Herman Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1861-1942)

C.   Jkvr. Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud-Amelisweerd (1862-1945)

D.   Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (1864-1935)

E.   Jhr. Paul Lodewijk Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1865-1931)

De oudste zoon van Jhr. Wilhelmus Johannes Marie, Jhr. Jan Willem Marie trouwde in 1892 met Lucia Anna Maria Blankenheym (1869-1943).

Uit dit huwelijk komen 2 dochters en 1 zoon voort: AA AB AC

AA.   Jkvr. Johanna Ida Maria Catharina Bosch van Oud-Amelisweerd (1893-1966)

AB.   Jkvr.  Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 1 mei 1900 te Amsterdam, Noord-Holland en ze overleed op 7 oktober 1988 op 88 jarige leeftijd. Zij werd bijgezet in een graf op de begraafplaats St. Barbara begraafplaats in Utrecht, gelegen aan de Prinsesselaan 2. Diverse leden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd zijn op deze begraafplaats begraven in de diverse familegraven. Jkvr.  Maria Antonia Catharia Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd was de laatste levende Bosch van Oud-Amelisweerd die in 1988 sterft. Waardoor de familielijn en naam in dat jaar uitsterft. Jkvr. Maria Antonia Catharia Gerardina was een volle nicht van Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd die als laatste het landgoed Oud-Amelisweerd in bezit had tot 1951. Marie Thérèse overleed in het jaar 1968. Twintig jaar eerder dan haar nicht die in 1988 sterft.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd haar vader was Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd die weer de broer was van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd.

AC.   Jhr. Willem Louis Gerard Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1902-1980).

Dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800) en Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883)

Portret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nlPortret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nl


Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) trouwt te Utrecht op 28 januari 1764 met Cornelia van Bijleveld (1746-1824).

Uit dit huwelijk komen 2 zonen en 2 dochters voort: A B C D

A.   Elisabetha Maria Bosch, gedoopt op 12 augustus 1765

B.   Henrick Wilhelmus Bosch, gedoopt op 24 april 1768 overleden in 1800, trouwde in 1797 met Sara Elizabeth Schmid:

Uit dit huwelijk komen 2 zonen voort: BA BB

BA.   Theodorus Gerardus Bosch, gedoopt op 27 november 1797 en overleden in 1802

Jhr. Paulus Jan Bosch van DrakesteinJhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein

BB.   Johannes Wilhelmus Henricus Bosch (Van Oud-Amelisweerd), gedoopt 22 juli 1799 en overleden op 5 juli 1851, lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, trouwde met Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd (dochter van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein).

Uit dit huwelijk komt 1 zoon en 1 dochter voort: BBA BBB

BBA.   Jhr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd geboren 22 mei 1822 en overleden op 29 augustus 1899 hij werd 70 jaar oud.

BBB.   Elisabeth Henriëtte Johanna Bosch geboren in 1833 en overleden in 1884 op 51 jarig leeftijd. Zij trouwt in 1852 met haar neef Paulus Jan Bosch van Drakestein, zoon van Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein. Uit dit huwelijk komen 7 kinderen voort, 2 dochters en 5 zonen.

C.   Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch (Van Drakestein), gedoopt op 13 november 1771 en overleden in april 1834, trouwt op 10 december 1797 met Henriëtta Hofmann (1775-1839). Eigenaar  van Voorstraat 85-87, Janskerkhof 17 en perceel Voorstraat 63 oud te Utrecht. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl

Op maandag 8 augustus 1735 werd ten overstaan van notaris Johannes Sluyterman te Utrecht door Hendrik Willem als voogd van zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch 8 morgen bouw en weiland aangekocht naast het Uurdijkje gelegen in 't Goy. Bij de koop behoorde ook 3 en halve morgen en 9 roeden land en een halve morgen land in erfpacht bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Gelegen tussen de Tuurdijk ten het noordoosten en Beusichemseweg in het zuidwesten. Na het overlijden van Theodorus in 1802 vererven de landerijen in 't Houten bij Houten op zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. In 1832 zijn de landerijen in het bezit van de neef van Paulus, Jan Hendrik Willem Bosch. Maar behoren dan bij de landerijen van boerderij Schoneveld (Leedijkerhout 15-17). Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U178a004 aktenummer 182 08-08-1735.

Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.

In het jaar 1797 koopt Willem Bosch een boerderij met bijbehorend land aan, gelegen in Kamerik Mijzijde. Totdat jaar was de boerderij met land het eigendom geweest van het Convent (klooster) van Oudwijk te Utrecht. Na het overlijden van Willem in 1801 vererft het goed op zijn broer Theodorus Gerardus Bosch die na een jaar in 1802 overlijd waarna het goed in het bezit komt van zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Heden zijn de landerijen en twee huizen in Kamerik Mijzijde te vinden op de Overstek 10 en 12.

Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.

Op dinsdag 27 januari 1798 om 16:00 uur in de middag van huize van kastelein B. Mikking te Bennekom (Gelderland) kocht Paulus Wilhelmus Bosch het Landgoed Bruxvoort te Bennekom aan. Hierbij behoorde ook landerijen van het landgoed die gelegen waren in Cothen aan de Ossenwaard. Bruxvoort betekend doorwaadbare plaats door het moeras. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van Bruxvoort. Al voor 1 oktober 1832 had Paulus het landgoed Bruxvoort al overgedaan naar zijn zoon Johannes Gerardus Bosch van Drakestein. Die toen Heer van Bruxvoort was.

Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.


Op maandag 6 oktober 1800 werd ten overstaan van notaris Cornelis de Wijs te Utrecht wordt door donateur Theodorus Gerardus Bosch de helft geschonken aan de donataris zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch van de oliemolen genaamd Het Fortuin, staand bij de stadswallen bij de Catharijnepoort te Utrecht. De andere helft van de oliemolen koopt Paulus Wilhelmus Bosch aan van Johannes Gerardus Dadelbeek en Henricus van der Burgh die de executeur testamentairs zijn van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U256c038 119 en 120.

Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.

Op vrijdag 19 juni 1801 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein ten huizen van Cornelis Maaskant kastelein in het Gerechtshuis van Oudhuizen om 17:00 uur in de namiddag ten overstaan van de Mijdrechtse notaris Adrianus Verdam 5 percelen land tezamen 17 morgen, 286 roeden groots aan als zijnde wei en hooiland. Waarvan nog diverse percelen gelegen waren in de gemeente Westveen. Voor 1988 nog gelegen in de gemeente Wilnis na 1988 gelegen in de gemeente Nieuwkoop in de provincie Zuid-Holland.

De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.

'1802 februari 12 Register van transport van het gerecht van Wittevrouwen G. de Rooij transporteerd aan M. P.W. Bosch. Zekere twee morgen weyland genaamd "de Dell, doch zoo groot en klijn dezelve gelegen is onder dezen gerechte, daar westwaards de Steenstraat gaande naar de Blauwcapelse weg, noordwaards de Broekhuysen wetering of Bildse vaart (De Grift of Bildsche Grift), zuidwaarts het plantsoen der landerijen specteerende tot den Capittule van St. Jan en oostwaards de heer Jean de Pelleci naast gelegen zijn.'

'Deel 141 nr. 24. 1837 Augustus 26 (notaris G.H. Stevens). De erfgenamen van Jhr. P.W. Bosch van Drakestein verkoopen aan H. Bouman: "Een perceel weiland groot 1 bunder 57 roeden en 20 ellen genaamd 'den Dell', gelegen te Utrecht buiten de Wittevrouwenpoort nabij Koningslust, kadaster sectie A. nummers 32 en 33, belend ten oosten door eigendom van 's Rijks Veeartsenijschool, ten westen den Steenstraat gaande naar de  Blauwkapelsche weg, te zuiden s' Rijksdomeinen en ten noorden de Broekhuizer wetering of Bildsche vaart zoodanig en in dien staat dezelve landen strekken, belenden en bevinden, zonder daarvaan uit te zonderen. Bron: Het Utrechts Archief 4001 978.

Zoals je leest kocht Paulus Willem Bosch op vrijdag 12 februari 1802 een stuk land 'uiterwaarde' gelegen te zuiden van de Grift op de hoek met de Kapelbrug, gelegen in de Blauwkapelseweg. Tegenwoordig staat op dit stuk grond het huis Blauwkapelseweg 37 en 37Bis en zijn de huizen aan de Bollenhofsestraat hierop gebouwd. Het land behoorde al vele eeuwen bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan. Paulus Bosch was een vervend liefhebber van het opkopen van vast-, en onroerende goederen die op de markt werden gebracht na het opheffen van het kapittel vanaf 1811 tot 1821. Hij woonde op nog geen twee kilometer afstand van het stuk land. Nazaten van Paulus verkopen de uiterwaarde weer door op 26 augustus 1837 aan een zekere H. Bouman.

Het land wordt in de transportakten genoemd als 'de Dell' wat in het oud Nederlands niets anders betekend dan 'grond, perceel of een deel van een stuk grond'.

De uiterwaarde langs de Grift in Buiten Wittevrouwen en later gemeente Abstede behoorden bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan maar was niet zowaar het eigendom. Het was onderdeel van de erfpacht canon die het kapittel er al vele eeuwen op na hield. Het kon dan wel het eigendom van een eigenaar zijn, maar hij betaalde wel de erfpacht aan het kapittel. Als de eigenaar dat niet meer deed verviel het eigendom weer terug aan het kapittel. En werd er een nieuwe eigenaar gezocht.

Op zaterdag 8 juni 1805 kocht Paulus Wilhelmus Bosch op het Logement 'Groot Paushuizen' binnen Utrecht om 16:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh het Landgoed Sterrenberg. Gelegen in Soest en Zeist. Paulus Wilhelmus Bosch was vanaf toen Heer van Sterrenberg.

Op het terrein van de Sterrenberg werd de Rooms Katholieke begraafplaats 'Carolus Borromeus' aan de Kerklaan te Soesterberg in 1838 aangelegd (Christiaan Huygenslaan 4, Soesterberg). Het stuk van Sterrenberg werd door de zoon van Paulus, Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg aangeboden in augustus 1837 aan de parochie Heilige Carolus Borromeus.

Familie Bosch had op de begraafplaats al een stuk grond gereserveerd, waar in de loop der jaren de overleden familieleden begraven zijn.

Sinds 2012 is er ook een ecoduct over de rijksweg A28 tussen Soesterberg en Den Dolder met de naam 'Sterrenberg'.

Eerste deel van de naam van de begraafplaats 'Carolus Borromeus' te Soesterberg verwijst naar Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg.

Op woensdag 7 augustus 1805 om 10:00 uur in de ochtend in de Vuursche kocht Paulus Wilhelmus Bosch bij veiling  ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein. Waarna Paulus zich vanaf die tijd Bosch van Drakestein ging noemen. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van De Vuursche en Drakestein.

Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.

Op zaterdag 6 augustus 1808 werd ten huize Sr. George Klank achter Den Dom te Utrecht publiekelijk geveild de Ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht ten overstaan van de Utrechtse notaris Hermanus Brouwer de ambachtsheerlijkheid aan. Vanaf toen was hij ook Heer van Reijerscop-Creuningen.

Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.

Reijerscop is een buurtschap en van oorsprong middeleeuwse ontginning, liggend in de Nederlandse gemeenten Woerden en Utrecht, in de provincie Utrecht. De boerderijen en andere gebouwen in deze buurtschap liggen aan een ruim 5 km lange weg met de naam Reijerscop, die even ten zuiden van de A12 ligt en daarmee ongeveer evenwijdig loopt. Ongeveer 3 km van deze weg ligt in Harmelen, gemeente Woerden, en het resterende oostelijke deel ervan ligt in De Meern, gemeente Utrecht.

Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. "In goud een zwarte reiger".Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. "In goud een zwarte reiger".

De naam is een verbastering van Reigerskop. Het begrip kop in de naam slaat niet op de kop van een reiger, maar op het feit dat de Polder Reijerscop een zogenaamde cope-ontginning is.

De ontginning Reijerscop was verdeeld over meerdere gerechten. Er waren geen lineaire grenzen, de verschillende percelen behoorden wisselend tot een van de gerechten. Naast het gebied Reijerscop-Lichtenberg (dat een deel was van het gerecht Veldhuizen, Bijleveld, Rosweide en Reijerscop-Lichtenberg) waren er de gerechten Reijerscop-Creuningen, Reijerscop-Indijk en Reijerscop-Mierlo. Het laatste gerecht behoorde tot de proosdij van Sint Pieter te Utrecht en werd daarom ook wel aangeduid als Reijerscop-Sint Pieter. Het oostelijk deel van de ontginning kwam in 1812 bij de gemeente Veldhuizen en het westelijk gedeelte bij de gemeente Harmelen. De gemeente Veldhuizen werd in 1954 deel van de nieuw gevormde gemeente Vleuten-De Meern. In 2001 werd Vleuten-De Meern bij de gemeente Utrecht gevoegd, en de gemeente Harmelen bij Woerden.

Het wapen van de heerlijkheid was een (sprekende) reiger.

Bron: Wikipedia Reijerscop

Op zaterdag 15 oktober 1808 werd ten huize van kastelein J. de Bruin in het Rechtshuis te Baarn verkocht het vast-, en onroerend goed van de buitenplaats Schoonoord te Baarn. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht hier twee percelen bos en heidegrond (genaamd de 'Hooge Eng) gelegen in Baarn en Soestdijk (Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder). Stukken grond behoorde bij het landgoed De Kleine Paltz. Die op hun beurt weer bij Schoonoord behoorde. Buitenplaats Schoonoord was tot 1808 het eigendom van heer Reinard Scheerenberg. Maar hij moest door een te hoge schuldenlast de buitenplaats verkopen. De aankoop van de twee percelen van De Kleine Paltz gebeurde ten overstaan van de notarissen de heer P. Berkman notaris te Amsterdam en de heer F. Pen notaris te Baarn. Paulus kocht rond die tijd ook nog een stuk grond op De Kleine Paltz van veehouder Pieter Rademaker die erin de omgeving een boerderij en ook grond bezat.

Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 24 augustus 1811 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein de landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd ten overstaan van notaris Van Ommeren te Utrecht. Waarna Paulus Wilhelmus  Bosch van Drakestein zich ook heer van Nieuw-Amelisweerd en Oud-Amelisweerd mocht noemen.

Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.

Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van kastelein De Kruyf te Breukelen om 17:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel een hofstede met 15 morgen en 326 roeden land, HUIS, berg en schuur met daarbij nog 6 morgen 400 roeden land allemaal gelegen in het buurtschap Oudhuizen in de gemeente Wilnis. Heden gelegen het huis met land aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Dertien jaar eerder kocht Paulus al land ten westen van de Geerkade ook in Oudhuizen en Westveen (gemeente Nieuwekoop) gelegen in het jaar 1801.

Op dinsdag 11 maart 1817 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van Jan de Kruiff, kastelein te Breukelen om 12:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Theodorus Koppen 26 en een halve morgen hooi en weilanden gelegen in het buurtschap Spengen gemeente Kockengen. Heden ligt deze boerderij met de vroegere landerijen van Paulus in Spengen Kockengen aan de Spengen 32.

Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.

Op zaterdag 31 oktober 1818 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan het Bureau der Publieke Verkopingen achter de St. Pieter wijk F. No. 363 om 16:00 uur in de middag aan de Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp aan. Gelegen in gemeente De Bilt. Hij kocht het landgoed aan van de weduwe Maria Gildemeester. Zij was laatste bewoonster van de buitenplaats. Hij zal dit gedaan hebben om zijn eigendom De Vuursche en Kasteel Drakestein gelegen ten noorden van Ridderoord verder naar het zuiden toe uit-te-breiden. Paulus was toen Heer van Ridderoord. Bij Ridderoord en Riddersdorp in De Bilt horen vandaag de dag nog de Ridderoordse Bossen met een oppervlakte van 230 hectaren.

De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed de Hennekamp of Hindekamp gelegen op de Ginkelse Heide in de gemeente Ede. Landgoed behoorde tot 21 februari 1811 bij het kapittel van St. Jan te Utrecht.  De boerderij staat tegenwoordig geadresseerd aan de Kreelseweg 98 te Ede. Paulus was toen Heer van de Hennekamp of Hindekamp.

Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed met de bijbehorende landerijen van De Proosdij aan. De Proosdij had diverse landerijen en percelen in de omgevingen van de gemeente Ede liggen, ook gelegen in Wageningen en bij het dorp Ederveen. De Proosdij behoorde bij de vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot 21 februari 1811. Nadien werd deze opgeheven en kwamen het vastgoed en de onroerende goederen toe aan de Staat der Nederlanden. Het boerderijencomplex bestaat tegenwoordig nog in de gemeente Ede. En is gelegen aan de Proosdijweg 37 t/m 41. In het complex is een kinderenboerderij gevestigd van zorginstelling 's Heerenloo. Wat betreft de andere landerijen is heden (bijna) de hele gemeente Ede op de vroegere gronden van familie Bosch van Drakestein gebouwd (zie kaart).

Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden en de bijhorende  boerderij De Hoop aan, gelegen in Cothen aan de Ossenwaard.  Na zijn overlijden in april 1834 werden de gronden en boerderij verdeeld onder zijn twee zonen Jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, Heer van Bruxvoort. Delen van De Hoop werden toen gevoegd bij het onroerend goed van Landgoed Nieuw-Amelisweerd in Bunnik en het Landgoed Bruxvoort in Bennekom in Gelderland.

Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden van de vroegere ambachtsheerlijkheid De Grote- en De Kleine Koppel aan te gemeente Oud-Wulven (Houten), na 1954 het huidige Utrecht Lunetten.

Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan verkocht. Waaronder boerderij De Klomp met het bijbehorende Fectio Vechten terrein gelegen aan de Marsdijk en Oude Mereveldseweg in de gemeente Bunnik. Paulus hield wel van oudheden aangezien hij Romeinsrecht gestudeerd had. Bij de koop betrof het hier om delen van grond en de afkoop van de erfpachtcanon die het kapittel vele eeuwen had op dit stuk bij Vechten.

Op zaterdag 11 november 1826 om 17:00 uur in de namiddag Achter de St. Pieter te Utrecht ten overstaan van notaris Pabst kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4) fysiek aan met het bijbehorende onroerend goed van nazaten van de laatste bewoner Willem van 't Schip.

Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op zaterdag 11 november 1826 om 13:00 in de middag Achter de St. Pieter te Utrecht ten overstaan van notaris Wigman kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij Rhijn en Molenzigt, gelegen aan de Vaartsche Rijn te Jutphaas met bijbehorende landerijen in kadaster Jutphaas Sectie E. Boerderij behoorde voor die tijd aan bij de Buitenplaats Rhijnzigt. Gelegen ten noorden van de boerderij. De verkopende familie waren de nazaten van Frans van Niekerken.

Luchtfoto van de Rivierenwijk te Utrecht, uit het zuidoosten; links het Merwedekanaal, rechts de Vaartsche Rijn en op de voorgrond een gedeelte van de wijk Hoograven met de Zeeltstraat. Hier op het einde van de Jutphaseweg bij de splitsing van beide kanalen stond tot aan het einde van de negentiende eeuw boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf 11 november 1826 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de gemeente Jutphaas kadaster Sectie E. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85499.Luchtfoto van de Rivierenwijk te Utrecht, uit het zuidoosten; links het Merwedekanaal, rechts de Vaartsche Rijn en op de voorgrond een gedeelte van de wijk Hoograven met de Zeeltstraat. Hier op het einde van de Jutphaseweg bij de splitsing van beide kanalen stond tot aan het einde van de negentiende eeuw boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf 11 november 1826 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de gemeente Jutphaas kadaster Sectie E. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85499.

Schoonzoon van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, Charles Antoine de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Gehuwd met Jkvr. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein. Erft na het overlijden van zijn schoonvader Paulus boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf april 1834. Na het overlijden van Charles in 1880 vererft de boerderij op zijn zoon, Paul Guillaume Eugène Henri Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Hij verkoopt een deel van het land achter de boerderij aan Rijkswaterstaat in 1882 voor de aanleg van het Merwedekanaal op de splitsing met de Vaartsche Rijn.

Op 1 oktober 1832 bij het ingaan van het kadaster in de Nederlanden is te zien op de HISGIS kaarten van Ad van Ooststroom dat Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein diverse percelen grond in de omgeving van Vleuten, Haarzuilens en Themaat in bezit heeft. Het perceel van ruim 6 morgen land midden boven aan op de kaart (onder deze tekst) naast de kooiker heden gelegen naast het Rijneveldsche Boschpad. Wat in vroegere tijden genaamd was de Franse Akker. Dit perceel was ontsloten door een tiendweggetje lopend vanaf Haarzuilens/Thematerweg in het zuiden, lopend richting het noorden tot ter hoogte heden 't Natte Laand. Van dit perceel en weggetje is bekend is dat in 1756 Haasje Jacobs Kok, de weduwe van Frans van Roijen de Franse Akker met weg verkoopt aan een zeker Dirk van Dam.

Tot 1774 is onbekend wanneer een familielid van familie Bosch het land in eigendom verwerft. Maar in dat jaar is er een pachtcontract bekend dat Willem Bosch het land verpacht. Vermoedelijk heeft deze Dirk van Dam al in 1774 of daarvoor het land verkocht aan de Willem Bosch. Nog in het jaar 1788 is het land in eigendom gekomen van Willems broer Herbert-Jan Bosch maar na zijn overlijden komt het weer in het bezit van zijn broer Willem. Willem overlijd in 1801 en zijn nalatenschap komt toe aan zijn broer Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komt het land achter kasteel De Haar in Haarzuilens in het bezit van zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U188A018 10 en U256C040 58.

Het land midden van rechts op de kaart tussen de Oudenaarskade in het noordoosten en de Thematerweg in het zuiden, gelegen in Vleuten. Is alleen bekend dat een zekere Antony van Oostrum in 1739 nog de eigenaar ervan is. Pas vanaf 1 oktober 1832 is bekend dat het land van 14,6 morgen het eigendom is van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Van de tussen liggende periode 1739-1832 is niet bekend wie de eigenaren waren.

Land midden onderaan de kaart, heden gelegen tussen de Parkweg in het zuiden en de Thematerweg in het noorden te Vleuten en dwars diagonaal doorsneden door het vroegere Haarsche Pad. Lag er in de negentiende eeuw ten westen ervan parallel gelegen de Joosten Laan. Van dit land ten noordwesten gelegen van het dorp Vleuten is bekend dat het vele eeuwen het eigendom is geweest van het Kapittel van Oudmunster. In het jaar 1757 verkoopt een zekere Albert van der Muijden het perceel aan Willem Bosch. In 1767 is via de oudschildregisters (grondbelasting registers) bekend dat Willem Bosch nog steeds de eigenaar is van het perceel. Via die zelfde registers is in het jaar 1788 bekend dat Hertbert Jan Bosch en zijn broer Willem Bosch de eigenaren zijn. Na het overlijden van Willem in 1801, via vererving naar zijn broer Theodorus Gerardus Bosch komt het land bij zijn overlijden in 1802 toe aan zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U174A015 90.

Na het overlijden van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in april 1834 komen de landerijen gelegen in Vleuten, Themaat en Haarzuilens toe aan zijn neef Jan Hendrik Bosch en Paulus oudste zoon Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd. Waarna van 1834 tot 1914 na het overlijden van Willem's zoon Hendrik Bosch van Drakenstein de landerijen in die omgeving ruim 80 jaar toebehorend zijn geweest bij het landgoed Nieuw-Amelisweerd in Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd.

Bij Koninklijk Besluit 's-Gravenhage op 10 december 1829 nr. 8 wordt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de adelstand verheven tot jonkheer. Zijn kinderen en de daarop volgende generaties mogen vanaf dan de titel jonkheer of jonkvrouw gebruiken.

Bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1836 Nr. 103 werd besloten dat de negen kinderen van Paulus en Henrietta zich voortaan Bosch van Drakestein mochten gaan noemen.

Uit dit huwelijk komen 6 zonen en 3 dochters voort: CA CB CC CD CE CF CG CH CI

CA.   Jhr. Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Nieuw-Amelisweerd. Gedoopt op 15 augustus 1798 overleden in 1853, trouwde met Johanna Sara ten Hagen. Bewoner van Minrebroederstraat 11 te Utrecht.

Jhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van DrakesteinJhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein

CB.   Jhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein, Heer van Vuursche en Drakestein, gedoopt op 17 december 1799, trouwde met Martha Maria Ancher

CC.   Jkvr. Henrietta Josephina Jaquelina Bosch van Drakestein, gedoopt op 9 september 1801 huwde met Charles Antoine Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Zij was na het overlijden van Paulus eigenaresse van boerderij Rhijn en Molenzicht te Jutphaas aan de Vaartsche Rijn en een boerderij te Willescop

CD.   Jkvr. Paulina Elisabetha Bosch van Drakestein, gedoopt op 7 september 1803, trouwde in 1821 met Hermannus van Sonsbeek. Zij was na het overlijden van haar vader Paulus in 1834 de nieuwe eigenaresse van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer die waren gelegen in de gemeente Odijk.

CE.   Jhr. Henricus (Hendrik) Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd, gedoopt op 27 juni 1805 en overleden in 1883. In het jaar 1840 wonende aan de Drift te Utrecht. Na het overlijden van Paulus in 1834 was hij de nieuwe eigenaar van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer te Houten gelegen in de gemeente Bunnik in de omgeving van de Rijsbruggerweg of Binnenweg.

CF.   Jhr. Carolus Theodorus Johannes (Charles Theodor Jean) Bosch van Drakestein, Heer van Reyerscop en Creuningen, Heer van Sterrenberg, gedoopt 21 juli 1807 en overleden in 1860, trouwde met Leopoldine Antoinette Steenberghe

CG.   Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd, gedoopt 30 juli 1809 en overleden in 1883, trouwde in 1826 Jan Willem Hendrik Bosch (Van Oud-Amelisweerd) (1799-1851) (neef van Paulus Wilhelmus Bosch)

Jhr. Johannes Gerardus Bosch van DrakesteinJhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein

CH.   Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, geboren 5 juli 1811 en overleden in 1883, trouwde met Caroline Wilhelmine Marianne van Hogendorp (1815-1872). Hij koopt zijn geboortehuis Voorstraat 85-87 voor zijn schoonouders. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl

Na het overlijden van zijn vader was hij ook Heer van Bruxvoort in Bennekom Gelderland. En bezat hij een deel van de landerijen die vroeger in de gemeente Cothen aan de Ossenwaard gelegen waren. De gronden behoorde bij boerderij De Hoop die op hun beurt weer tot 21 februari 1811 bij het Utrechtse kapittel Ten DOM behoorde.

CI.   Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, geboren 26 november 1813 en overleden in 1862, trouwde voor de eerste keer in 1839 met Carolina Huberta Maria van Grotenhuis zij overleed in 1860, Gerard Willem trouwde voor de tweede keer in 1861 Geertruida Theresia von Bonninghausen. Gerard Willem was na het overlijden van zijn vader in 1834 de nieuwe eigenaar van boerderij De Grote Geer te Houten.

D.   Cornelia Jacoba Bosch, gedoopt op 5 juli 1773

Bronnen: Huizenaanhetjanskerkhof.nl (Utrecht), Genealogieonline.nl en Delpher.nl

Fabels familie Bosch

Sommige genealogisch websites en historische denken te weten dat Hendrick Willem Bosch (1768-1800) de broer van Paulus Wilhelmus Bosch de oudere tak is van Oud-Amelisweerd en dat die daarom uitgestorven is. Dit is niet juist. De zoon van Paulus die in 1805 werd geboren heet ook Hendrik Willem Bosch genoemd naar zijn 5 jaar eerder overleden oom.

In het NederlandIn het Nederland's Adelsboek van 1949 door C.C. Valkenburg E.A. wordt geschreven dat er een oudere tak is van de familie Bosch Oud-Amelisweerd. De schrijver maakt hier een vergissing met de broer van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrick Willem Bosch (1768-1800) die eerder is overleden. Maar die was geen heer van Oud-Amelisweerd. Dat is de zoon van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrik Willem Bosch van Drakestein die in 1805 wordt geboren en in 1883 overlijd. Ook schrijft hij dat er een jongere tak Drakestein is. Die is er niet. Er is een tak Drakestein die zich later splitst in 1893 in de tak Bosch van Oud-Amelisweerd. Als laatste schrijft Valkenburg dat de jongste zoon van Paulus Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein die uit zijn eerste huwelijk kinderen heeft niet geadeld zouden zijn. Dit is onjuist. Vanaf 1829 werd Paulus en zijn gezin geadeld tot jonkheer en jonkvrouw en de daarop volgende nieuw komende generaties. Er is tot nu toe geen bewijs gevonden dat de deze kinderen ontadeld zouden zijn.


Deze Hendrik Willem wordt in 1829 tezamen met zijn broers en zussen in de adelstand verheven als jonkheer en jonkvrouw. In 1836 mochten ze twee jaar na het overlijden van hun vader Paulus zich officieel Bosch van Drakestein noemen. Hendrik Willem Bosch werd na het overlijden van zijn vader in april 1834 Heer van Oud-Amelisweerd hij sterft uiteindelijk kinderloos in 1883.

Na zijn overlijden komt landgoed Oud-Amelisweerd in handen van zijn zus Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein in 1883 zij overlijd ook in 1883. Elisabeth trouwt in 1826 met haar neef Jan Willem Hendrik Bosch (De zoon van Hendrick Willem Bosch (1768-1800). Hij noemt zich ook Bosch van Oud-Amelisweerd. Uit dit huwelijk kwam zoals je hier boven las een zoon en dochter.

Zoon Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd laat zich bij Koninklijk Besluit te 's-Gravenhage 19 janauari 1893 Nr. 23 verheffen in de adelstand tot jonkheer. Dit zal hij gedaan hebben om de tak Bosch van Oud-Amelisweerd officieel te laten verklaren en door te laten gaan in de familielijn. Alleen eindigt deze wel in 1968 met het overlijden van Jkvr. Marie Therse Bosch van Oud-Amelisweerd. Zii is de kleindochter Wilhelmus Johannes Marie Bosch.

Museum Oud-Amelisweerd, tentoonstelling Napoleon in 2016

Tijdens de tentoonstelling over Napoleon in Nederland op landgoed Oud-Amelisweerd (Museum Oud-Amelisweerd, MOA) was er naast de onder getoonde plattegrond het volgende bordje geplaatst waar het volgende op stond te lezen:

"

Schetsontwerp voor nieuw te bouwen paleis voor
Lodewijk Napoleon, arch alexandre Dufour.
Landhuis Oud-Amelisweerd zichtbaar rechtsonder
op kaart, links daarvan schets nieuwe paleis met in rode arcering/bomen die de aan te leggen zichtas
en laan naar de Dom te Utrecht markeren.

In 1807 besloot Lodewijk Napoleon zijn residentie van Den Haag naar
Utrecht te doen overbrengen. Daarbij behoorde o.a. een grootse buitenplaats en
het oog viel op ,,Ouden Nieuw-Amelisweerd", welke goedren van de
toemalige eigenaren baron Taets van Amerongen en baron Utenhove op
19 en 26 November 1808 voor goed geld (Fl 260.000,-) werden aangekocht.
Terstond gaf Lodewijk Napoleon zijn Hoftuinartictect Alexandre Dufour
(1750-1835) opdracht de aanleg te verfraaien en te moderniseren. Niet minder
dan een achttiental ontwerpen voor een nieuw park zijn er van zijn hand
bewaard gebleven met de bijbehorende begroting van kosten te bedrage van rond
Fl150.000,- met inbegrip van een geheel nieuw paleis. (Glaciéres, jardin du roi,
potager, jardin fleuriste, verger, place, dármes, emplacement de la caserne et
promenades publiques). Voorts zouden er bruggen komen over de Kromme
Rijn, ect. ect. Het noordelijk gedeelte van het park zou opengesteld worden voor
openbaar wandelterrein. Van al deze grandioze plannen is niets gekomen.
Slechts tien dagem verbleef Lodewijk Napoleon op Oud-Amelisweerd namelijk
van 20 tot 30 September 1808, terwijl zijn officieren op Nieuw-Amelisweerd
verbleven. In juni 1810, vlak voor de troonsafstand werden de goederen met
verlies verkocht aan Pieter van Wickevoort Crommelin.
Bron: Oud-Utrecht, 1953 en MOA