Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Bosch van Oud-Amelisweerd

Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch.Familiewapen Bosch van Drakestein (-Oud-Amelisweerd). Bron: Stadsarchief 's-Hertogenbosch.

Geschiedenis van Landgoed Oud-Amelisweerd

Huis Oud-Amelisweerd gezien vanuit het zuidwesten in 1868. Prent (litho) naar een tekening van P.J. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201060.Huis Oud-Amelisweerd gezien vanuit het zuidwesten in 1868. Prent (litho) naar een tekening van P.J. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201060.


Koningslaan 9, 11, 13 en 15a

Het symmetrische in classicistische stijl opgetrokken herenhuis, gelegen aan de Kromme Rijn is in 1770 gebouwd. Het naastgelegen koetshuis dateert uit dezelfde periode.

Geschiedenis

Oud-Amelisweerd is ontstaan uit dezelfde ontginningsheerlijkheid als Nieuw-Amelisweerd, die Amelis van Werden reeds voor 1227 in leen hield van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht. In 1394 was het goed Oud-Amelisweerd in handen van twee families, waarvan de familie Utenengh in 1583 geheel Oud-Amelisweerd in bezit kreeg door aankoop van de andere helft van Johan van Renesse. Inmiddels was in 1537 Oud-Amelisweerd als ridderhofstad erkend.
In 1632 kwam het middeleeuwse versterkte huis in het bezit van de familie Van Hove.

Portret van Jacob Johan van Delen Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jacob Johan van Delen Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Het huis werd in 1672 door de Fransen verwoest, alleen de theekoepel of speelhuis aan de Kromme Rijn en de bijgebouwen bleven gespaard. In 1707 werd het huis door de toenmalige eigenaars de familie Van Bueren herbouwd. Zij waren sinds 1649 in het bezit van Oud-Amelisweerd. Het nieuwe huis had een rechthoekige plattegrond en bestond uit een bouwlaag met zadeldak tussen topgevels. Op de nok stonden drie schoorstenen. De lange voorgevel was zeven traveeën breed met een centrale ingangspartij.

In 1725 werd Oud-Amelisweerd gekocht door Jacob Johan baron van Delen, een Gelders edelman, gehuwd met Maria Clignett dochter van de Utrechtse postmeester. Haar nicht Anna Susanna Hasselaar erfde tenslotte Oud-Amelisweerd.

Landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd in 1878 uit het Nationaal Archief, 2.13.01. Foto: Sander van Scherpenzeel.Landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd in 1878 uit het Nationaal Archief, 2.13.01. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Zij huwde in 1761 Gerard Godard baron Taets van Amerongen. Deze liet in 1770 het huis uit 1707 sterk vergroten of mogelijk zelfs geheel vervangen door het huidige veel grotere huis en het bijbehorend koetshuis bouwen. Tegelijkertijd liet hij een oprijlaan vanaf de Koningslaan aanleggen en een brug over de Kromme Rijn slaan. Hiertoe werd de boerderij die schuin voor het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn lag afgebroken. Oorspronkelijk was Oud-Amelisweerd alleen via de Vossegatsedijk te bereiken geweest. Bij het landgoed Oud-Amelisweerd behoren ook de 18de eeuwse hofstede de Zonnewijzer ten oosten van het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn gelegen.

Gezicht op het complex van voormalige dienstwoningen, behorende bij het huis Oud-Amelisweerd (De Vinkenbuurt, Koningslaan 17-25) te Bunnik in 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 117183.Gezicht op het complex van voormalige dienstwoningen, behorende bij het huis Oud-Amelisweerd (De Vinkenbuurt, Koningslaan 17-25) te Bunnik in 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 117183.

En een aantal eind 18de, begin 19de eeuwse daggelderswoningen, genaamd Vinkenbuurt, ten oosten van de oprijlaan vanaf de Koningslaan. De hofstede is mogelijk gebouwd ter vervanging van de in 1770 gesloopte boerderij. Het huis werd in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon, die toen beide Amelisweerden in bezit had. Het was de bedoeling dat de koning zich zou vestigen op Oud-Amelisweerd en dat zijn manschappen op Nieuw-Amelisweerd zouden worden ondergebracht. Beide huizen ondergingen enige wijzigingen in Empire-stijl, o.a. in het interieur en in de roedenverdeling van de vensters. De koning heeft er echter weinig gebruik van gemaakt.

Hij verbleef meestal op ‘t Loo. In 1810 werd Jan Pieter Wickevoort Crommelin, de nieuwe eigenaar, die het op zijn beurt in 1811 samen met Nieuw-Amelisweerd verkocht aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Na diens overlijden in 1834 vond verdeling van de landgoederen onder zijn zoons plaats. Uiteindelijk werd het in 1951 verkocht aan de gemeente Utrecht, die in 1953 het bijbehorende parkbos voor het publiek openstelde. Het hoofdgebouw is in 1978 gerestaureerd.  Het koetshuis heeft na aankoop door de gemeente Utrecht verschillende wijzigingen ondergaan.

Het grachtenpand aan de Nieuwegracht 28 te Utrecht voor 1890 Wijk A Nieuwegracht Nummer: 890 waar tot 5 maart 1857 Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd woonde. Op die datum verhuisden hij naar zijn landgoed Oud-Amelisweerd waar hij tot zijn dood in 1883 bleef wonen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815101.Het grachtenpand aan de Nieuwegracht 28 te Utrecht voor 1890 Wijk A Nieuwegracht Nummer: 890 waar tot 5 maart 1857 Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd woonde. Op die datum verhuisden hij naar zijn landgoed Oud-Amelisweerd waar hij tot zijn dood in 1883 bleef wonen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815101.

Het oorspronkelijke koetshuis is gewijzigd in een woonhuis. Daartoe zijn achter de koetshuisdeuren een raamkozijn en deur geplaatst. In de voorgevel is geheel links een tweede schuifvenster aangebracht. Het gedeelte rechts achter, oorspronkelijk een stal, is verbouwd en werd in eerste instantie gebruikt als verblijfsruimte voor de parkpolitie en plantsoenendienst. Sinds 1982 is hier het bezoekers- en informatiecentrum voor Amelisweerd gevestigd.


Parkaanleg

Evenals Nieuw-Amelisweerd schijnt het gebied rond Oud-Amelisweerd rond het midden van de 18de eeuw nog zonder bos te zijn geweest. Tussen 1761 en 1770 liet Gerard Godard baron Taets van Amerongen een bos aanleggen, waarvan de hoofdlaan, de Beelden- of Lindelaan in het verlengde van de nieuwe oprijlaan (aan de andere zijde van het huis) kwam te liggen. Een dwars op deze Beeldenlaan gelegen laan bood zicht op de Domtoren. In navolging van de nieuwe opvattingen over tuinaanleg werd na 1770 het achter gelegen bos voorzien van allerlei kleine kronkellaantjes en werd ten westen van het hoofdgebouw een bos aangelegd in een landschappelijke stijl met slingerpaadjes en een slingervijver rond een eiland met uitzicht-heuvel. Voor het huis werd een half ronde vijver gegraven, om de brug die wegens ruimtegebrek opzij van het huis was geplaatst in een architectonisch verband met het huis en de oprijlaan te brengen. De halfronde vorm van de vijver werd achter het huis herhaald door de bocht in de gracht, die het geheel omringde zodat er een regelmatig patroon ontstond. Deze gracht die er nog steeds ligt dateert waarschijnlijk uit de tijd van de herbouw van het hoofdgebouw in 1707.

Militairenkaart van Utrecht (fragment) van de zuidoostelijke kant. Houten/Maarschalkerweerd/Oud-Wulven en Bunnik/Vechten/Rhijnauwen en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd. Een nog grotendeels onbebouwd Utrecht Lunetten gebied. Datering: 1875. Bron: Universiteits- Bibliotheek Utrecht.Militairenkaart van Utrecht (fragment) van de zuidoostelijke kant. Houten/Maarschalkerweerd/Oud-Wulven en Bunnik/Vechten/Rhijnauwen en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd. Een nog grotendeels onbebouwd Utrecht Lunetten gebied. Datering: 1875. Bron: Universiteits- Bibliotheek Utrecht.

Beschrijving

Kaart van Oud-Amelisweerd uit 1778. Kaart van het jachtgebied van de ridderhofstad Oud-Amelisweerd. Opgemeten en getekend door L.H. Bonnet. Bron: Het Utrechts Archief 3 Jachtgerecht Invt. 29-2.Kaart van Oud-Amelisweerd uit 1778. Kaart van het jachtgebied van de ridderhofstad Oud-Amelisweerd. Opgemeten en getekend door L.H. Bonnet. Bron: Het Utrechts Archief 3 Jachtgerecht Invt. 29-2.

Het in classicistische stijl opgetrokken hoofdgebouw ligt aan de Kromme Rijn, op de as in noord-zuid richting, gevormd door de oprijlaan vanaf de Koningslaan en de Beeldenlaan. Het is een strak symmetrisch, u-vormig bakstenen gebouw, dat met de voorzijde naar de rivier is gericht. De voorgevel is zeven traveeën breed. De middelste travee is licht risalerend en voorzien van een hardstenen omlijsting en tuindeuren op de begane grond. De achtergevel heeft aan beide zijden een hoekvleugel, ieder twee traveeën breed. De ingang bevindt zich aan de achterzijde, is centraal gelegen. De ingangspartij met een dubbele deur waarboven een halfrond Empire-snijraam, is voorzien van een hardstenen omlijsting en een kleine stoep.

Het gebouw heeft zowel op de begane grond als de verdieping 8-ruits Empire schuifvensters, aan de voorzijde voorzien van Louvre luiken. De vensters op de verdieping zijn van een kleiner formaat. Het koetshuis dat rechts van het hoofdgebouw staat, is een nagenoeg symmetrisch, rechthoekig bakstenen gebouw. Achter het afgeplatte schilddak gaan twee zadeldaken schuil, waartussen een zakgoot. Middenvoor op het dak staat een dakruiter met luidklokje en uurwerk. In het midden van het gebouw bevindt zich het voormalige koetshuis met aan de voorzijde een dubbele deur waarboven een hooiluik en aan de achterzijde twee dubbele koetshuisdeuren. Achter de deuren zijn een raamkozijn en deur geplaatst. Dit gedeelte is thans als woonhuis ingericht. Links hiervan is de oorspronkelijke koetsierswoning. Rechts van het koetshuisgedeelte is het bezoekers en informatiecentrum ondergebracht.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Gebouwen in de negentiende eeuw in eigendom van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein in de binnenstad van Utrecht. Lange Rietsteeg 2, later Keizerstraat 38 en de Drift 23.

Geschiedenis Landgoed Oud-Amelisweerd vanaf 1795 tot 2019

De Nederlandse Republiek werd in 1795 door Franse troepen veroverd, met hulp van Nederlandse patriotten. Tot 1806 bleef de Bataafse Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, formeel onafhankelijk van Frankrijk, maar in werkelijkheid gebeurde er weinig zonder goedkeuring van de Fransen.

In 1806 benoemde Napoleon zijn broer Lodewijk tot koning van Holland, en werd Nederland een koninkrijk. Daarmee werd de grondslag gelegd voor de latere monarchie. In 1810 zette Napoleon zijn broer af en lijfde hij Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Drie jaar later werd Napoleon verslagen en naar Elba verbannen. Nederland werd weer onafhankelijk. Bron: Entoen.nu

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd tijdens de inspectie van de wacht. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Nadat Lodewijk Napoleon twee jaar koning was van Nederland koopt hij in 1808 de landgoederen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd. De koning had het plan om van Amelisweerd een koninklijke residentie te maken.

Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Koning Lodewijk Napoleon op Landgoed Oud-Amelisweerd met één van zijn adviseurs in de deuringang. Open Monumenten Dag, gemeente Bunnik, 09-09-2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Op Oud-Amelisweerd wilde hij zelf wonen; op Nieuw-Amelisweerd wilde hij zijn manschappen vestigen. De heerschappij van Lodewijk Napoleon duurde maar kort en in 1810 verdween hij richting Frankrijk.

De Utrechtse Koningsweg en de Bunnikse Koningslaan herinneren nog aan hem.

Lodewijk Napoleon verkoopt Nieuw- en Oud-Amelisweerd dan aan mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die deze beide kastelen mogelijk koopt om ze weer met winst te verkopen, want een jaar later staan de kastelen weer te koop en worden dan gekocht door jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij was burgemeester van Utrecht en sinds 5 jaar eigenaar van Drakestein.

Als jonkheer Paulus Wilhelmus in 1834 sterft, vererft Nieuw-Amelisweerd op zijn oudste zoon, jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein, terwijl Oud-Amelisweerd vererft op zijn derde zoon jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein.

Bijna zestig jaar is hij eigenaar van het huis en als hij in 1883 zonder nakomelingen sterft gaat het huis naar zijn zus Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, die echter in hetzelfde jaar nog sterft, waarna het huis naar zoon jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd overgaat.

Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.Huize Oud-Amelisweerd in april 2018. Foto: Sander van Scherpenzeel.

Het huis blijft tot 1951 in het bezit van de familie. In dat jaar verkoopt de kleindochter van Wilhelmus Johannes, Jkvr. Maria Therese Michiels van Kessenich-Bosch van Oud-Amelisweerd het landgoed aan de Gemeente Utrecht. Ook de pachtboerderijen Zonnewijzer en Willigenburg behoorden daarbij.

Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.Portret van de heer en mevrouw De Wijs, bewoners van het landhuis Oud-Amelisweerd (Koningslaan 9) te Bunnik van 1946 tot 1989. Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 825504.


De Achterdijk in Bunnik Vechten gezien vanaf de Rhijnspoorweg vermoedelijk voor 1879. Rechtsachter boerderij De Prins. Links zijn de huisjes aan de Achterdijk 2 t/m 10 nog niet gebouwd die zijn ca. 1880 pas gebouwd in opdracht van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd. Bron: RHCzuidoostutrecht.nl, beeldbank, identificatienummer P001 (057334).De Achterdijk in Bunnik Vechten gezien vanaf de Rhijnspoorweg vermoedelijk voor 1879. Rechtsachter boerderij De Prins. Links zijn de huisjes aan de Achterdijk 2 t/m 10 nog niet gebouwd die zijn ca. 1880 pas gebouwd in opdracht van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd. Bron: RHCzuidoostutrecht.nl, beeldbank, identificatienummer P001 (057334).

Vanaf 1 april 1946 huurde de familie De Wijs woonruimte in het huis en die situatie bleef ook zo na de verkoop in 1951, zelfs tot 1989. In dat jaar overleed de weduwe mevr. Theodora de Wijs.

De heer De Wijs betaald de eerste 5 jaar (1946-1951) aan de Jkvr. Marie Thérèse 400 gulden huur voor het huis. Als Oud-Amelisweerd in 1951 in eigendom komt van de gemeente Utrecht wordt de huur 600 gulden. Dat in 12 delen van 50 gulden per maand wordt deze verhuurd. Nadat Maria Therese het huis in het voorjaar van 1946 verlaat verhuurd ze het nog aan haar zoon Jhr. Alphonse Michiels van Kessenich. Ruim 3 jaar huurt hij nog 2 twee kamers van zijn moeder. Alphonse betaald voor de 2 kamers 200 gulden per jaar.

In de loop van 1953 als Utrecht al 2 twee jaar de eigenaar is van het huis en landgoed. Stellen ze vast dat de heer De Wijs al ruim 2 jaar te weinig huur heeft afgedragen. Voor 1951 betrof de huur te samen van De Wijs en Alphonse 600 gulden voor het hele jaar. Maar omdat Alphonse sinds 1948 was vertrokken naar Utrecht. Bleef de heer De Wijs na 1948 die 400 gulden betalen. Een huurovereenkomst die hij mondeling had afgesproken met Marie Therese. En dit niet bij de notaris had vastgelegd. Na de aankoop in 1951 door Utrecht waren ze in de veronderstelling dat er met de opbrengst van de huur van Oud-Amelisweerd 600 gulden binnen zou komen. Een verschil van 200 gulden in huur wat de gemeente Utrecht wilde terug vorderen over 2 jaar. Iets waar de heer De Wijs het natuurlijk absoluut niet mee eens was.

Op de achtergrond Bunnik Vechten te zien, gelegen achter de Rhijnspoorweg op 21 oktober 1985. Huisjes links Achterdijk 2 t/m 10 zijn nog tot 1951 in beheer geweest van Jhr. René Bosch van Drakestein in opdracht van de eigenaresse Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHCzuidoostutrecht.nl, beeldbank, identificatienummer	F001 (056604).Op de achtergrond Bunnik Vechten te zien, gelegen achter de Rhijnspoorweg op 21 oktober 1985. Huisjes links Achterdijk 2 t/m 10 zijn nog tot 1951 in beheer geweest van Jhr. René Bosch van Drakestein in opdracht van de eigenaresse Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHCzuidoostutrecht.nl, beeldbank, identificatienummer F001 (056604).

In de loop van het jaar 1953 werd in diverse raadsvergaderingen hier over gesproken door Utrechtse raadsleden en het college van burgemeester en wethouders. Sommige stelden dat de heer De Wijs uit het huis te gaan zetten. Maar volgens juriste was hier de grondslag veel te klein voor. Uiteindelijk werd dit geschil opgelost van dat De Wijs 600 gulden per jaar ging betalen voor huis Oud-Amelisweerd. Dit dan uiteindelijk wel contractueel vastgelegd in een huurcontract.

De heer De Wijs was in sommige opzichten ook zeer eigenwijs. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij niet gediend was van dat ladders of steigers op zijn terrein of naast het raam geplaatst zouden worden eind jaren 50. Er moest in die tijd nog wel eens groot onderhoud aan het dak of de goten van Oud-Amelisweerd worden uitgevoerd. Omdat hij dit dus niet toestond staat erin de dossiers geschreven dat de goten letterlijk op instorten stonden. Dus aan de buitenkant instortingsgevaar was. Na het overlijden van mevr. De Wijs in 1989 kwam het huis voor vier jaar in beheer van de Stichting Oud-Amelisweerd. Deze Stichting wist te voorkomen dat bij de boedelverkoop van de meubels van de laatste bewoonster, niet het zeldzame Chinese behang per opbod verkocht werd.

Omgeving tussen Utrecht zuidoost, Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd omstreeks 1955. Gebruik van de diverse landerijen in de polder Vechter- en Oudwulverbroek. Diverse landerijen waren van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, waterschap Vechter- en Oudwulverbroek H022 149.Omgeving tussen Utrecht zuidoost, Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd omstreeks 1955. Gebruik van de diverse landerijen in de polder Vechter- en Oudwulverbroek. Diverse landerijen waren van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard, waterschap Vechter- en Oudwulverbroek H022 149.

Van 2014 tot 2018 was Museum Oud-Amelisweerd in het huis gevestigd.

Sinds het voorjaar van 2019 is er een pop-up museum gevestigd in huize Oud-Amelisweerd.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw moest je als buitenstaander als je het landgoed wilde bezoeken een toegangskaart hebben. Leden van de ANWB en Natuurmonumenten die door hun lidmaatschap al een wandelkaart hadden gratis toegang tot het landgoed. Er was in die tijd een zelfs een parkwachter de heer Kalk. Misschien was deze heer Kalk wel streng. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij zelf een bekeuring gaf aan iemand die met de fiets aan de hand over het wandelpad liep. Iets waar we vandaag de dag niks meer bij voor kunnen stellen.

Verder was er nog een bedrijf eind jaren vijftig die opperde om van het landgoed een sprookjespark te maken. De gemeente Utrecht ging hier al heel snel niet mee akkoord. Anders was erop de dag vandaag een Utrechtse Efteling in Bunnik geweest.

Eigenaren van Oud-Amelisweerd tussen 1808 en 1951

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) in 1889. (1864-1935). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

1.   Van 1808 tot 1810 Koning Lodewijk Napoleon (koop)
2.   Van 1810 tot 1811 Mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (koop)
3.   Van 1811 tot april 1834 Jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (koop)
4.   Van april 1834 tot 1883 Jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (zoon)
5.   In 1883 Jkvr. Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein (zus)
6.   Van 1883 tot 1899 Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)
7.   Van 1899 tot 1935 Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)

8.   Van 1935 tot 1951 Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd (dochter)

9.   Vanaf 1951 tot op heden de gemeente Utrecht        

Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Eugene Bosch (van Oud-Amelisweerd) 1864-1935. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 26 april 1898 te Utrecht, Utrecht. Overleden 10 mei 1968 te Utrecht, Utrecht. Trouwde in het jaar 1922 met Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich. Geboren 20 oktober 1895 te Meerssen, Limburg. Overleden 30 december 1974 te Utrecht, Utrecht. Marie en Felix liggen begraven op de St. Barbara begraafplaats te aan de Prinsesselaan 2  te Utrecht Oudwijk. Bron: Genealogieonline.nl

Kinderen uit dit huwelijk:

A.   Jkvr. A.M.O Michiels van Kessenich

B.   Jhr. Alphonse .M.W.P. Michiels van Kessenich. Geboren 26 juli 1924 te Teteringen, Noord-Brabant en overleden op 1 maart 2010, Amsterdam, Noord-Holland op 85 jarige leeftijd.

C.   Jhr. H.M. Michiels van Kessenich

D.   Jhr. G.M.L.G. (Garbrielle Marie Louise Georgi) Michiels van Kessenich. Geboren 1 juni 1930 te Utrecht, Utrecht en overleden op 6 maart 2001 te Zwolle, Overijssel.

Bron: A B C D Delpher.nl De Telegraaf 04-01-1975 B D: Online-familieberichten.nl

Laatste generatie Bosch van Oud-Amelisweerd

Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1829-1899) was van 1883 tot 1899 eigenaar van het landgoed Oud-Amelisweerd. Hij trouwde in 1859 met Anna Catharina van de Poll (1833-1916). Uit dit huwelijk komen 4 zonen en 1 dochter voort: A B C D E

Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

A.   Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1860-1941)

B.   Jhr. Frederik Herman Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1861-1942)

C.   Jkvr. Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud-Amelisweerd (1862-1945)

D.   Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (1864-1935)

E.   Jhr. Paul Lodewijk Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1865-1931)

De oudste zoon van Jhr. Wilhelmus Johannes Marie, Jhr. Jan Willem Marie trouwde in 1892 met Lucia Anna Maria Blankenheym (1869-1943).

Uit dit huwelijk komen 2 dochters en 1 zoon voort: AA AB AC

AA.   Jkvr. Johanna Ida Maria Catharina Bosch van Oud-Amelisweerd (1893-1966)

AB.   Jkvr.  Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 1 mei 1900 te Amsterdam, Noord-Holland en ze overleed op 7 oktober 1988 op 88 jarige leeftijd. Zij werd bijgezet in een graf op de begraafplaats St. Barbara begraafplaats in Utrecht, gelegen aan de Prinsesselaan 2. Diverse leden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd zijn op deze begraafplaats begraven in de diverse familegraven. Jkvr.  Maria Antonia Catharia Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd was de laatste levende Bosch van Oud-Amelisweerd die in 1988 sterft. Waardoor de familielijn en naam in dat jaar uitsterft. Jkvr. Maria Antonia Catharia Gerardina was een volle nicht van Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd die als laatste het landgoed Oud-Amelisweerd in bezit had tot 1951. Marie Thérèse overleed in het jaar 1968. Twintig jaar eerder dan haar nicht die in 1988 sterft.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd haar vader was Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd die weer de broer was van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd.

AC.   Jhr. Willem Louis Gerard Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1902-1980).

Dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800) en Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883)

Portret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nlPortret van dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800), ca. 1790-1800. Aangekocht in 2000 door het Centraal Museum te Utrecht. Hendrick Willem Bosch (Utrecht 1768 - Utrecht 1800), studeerde medicijnen en promoveerde op een proefschrift over het gebruik en misbruik van opium. Na de omwenteling in 1795 stortten dr. Bosch en zijn broer Paulus Wilhelmus, die advocaat was, zich in de lokale politiek, waarvan zij als katholieken tot dan toe uitgesloten waren geweest. Laatstgenoemde werd lid van het overgangsbestuur, dat verkiezingen moest voorbereiden. Op 21 april 1795 werd een gemeenteraad gekozen. Hendrik Willem Bosch was een van de gekozenen. Hij behoorde tot de gematigden in de raad die vonden dat de revolutie niet mocht ontsporen. Vervolgens speelde hij ook in de provinciale politiek een rol. Door een radicale wending van de revolutie in januari 1798 kwam hij aan de kant te staan. Bron: CentraalMuseum.nl


Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) trouwt te Utrecht op 28 januari 1764 met Cornelia van Bijleveld (1746-1824).

Uit dit huwelijk komen 2 zonen en 2 dochters voort: A B C D

A.   Elisabetha Maria Bosch, gedoopt op 12 augustus 1765

B.   Henrick Wilhelmus Bosch, gedoopt op 24 april 1768 overleden in 1800, trouwde in 1797 met Sara Elizabeth Schmid:

Uit dit huwelijk komen 2 zonen voort: BA BB

BA.   Theodorus Gerardus Bosch, gedoopt op 27 november 1797 en overleden in 1802

Jhr. Paulus Jan Bosch van DrakesteinJhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein

BB.   Johannes Wilhelmus Henricus Bosch (Van Oud-Amelisweerd), gedoopt 22 juli 1799 en overleden op 5 juli 1851, lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, trouwde met Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd (dochter van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein).

Uit dit huwelijk komt 1 zoon en 1 dochter voort: BBA BBB

BBA.   Jhr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd geboren 22 mei 1822 en overleden op 29 augustus 1899 hij werd 70 jaar oud.

BBB.   Elisabeth Henriëtte Johanna Bosch geboren in 1833 en overleden in 1884 op 51 jarig leeftijd. Zij trouwt in 1852 met haar neef Paulus Jan Bosch van Drakestein, zoon van Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein. Uit dit huwelijk komen 7 kinderen voort, 2 dochters en 5 zonen.

C.   Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch (Van Drakestein), gedoopt op 13 november 1771 en overleden in april 1834, trouwt op 10 december 1797 met Henriëtta Hofmann (1775-1839). Eigenaar  van Voorstraat 85-87, Janskerkhof 17 en perceel Voorstraat 63 oud te Utrecht. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl

Families Bijleveld, Bosch (van Drakestein-, Van Oud-Amelisweerd) en Michiels van Kessenich hadden aan het einde van de achttiende eeuw en de eerste vijfentwintig jaar van de negentiende eeuw meer vastgoed dan we hier op deze pagina beschrijven. Het gaat dan voornamelijk om binnenstedelijk panden binnen Utrecht stad. Deze heeft de stichting verder niet uitgezocht. Historisch bewoningsonderzoek in de binnenstad van Utrecht en de eigendomsverhouding daarin in het eind van de achttiende eeuw is namelijk niet het onderzoeksgebied en de kunde van deze stichting.

De stichting heeft zich voornamelijk gericht op betrouwbaar krantenonderzoek uit kranten van de achttiende-, en begin negentiende eeuw, gehaald uit de database Delpher.nl van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. In kranten werden in die tijdsperiode divers vast-, en onroerend goed te koop aangeboden of aangekondigd voor aanstaande veilingen.

De grote in oppervlakten van (Ridder)hofsteden, landerijen en landgoederen in morgen of hectaren die waren te herleiden naar een goede locatie, die heden te vinden zijn op onlinekaarten over de provincies Utrecht en Gelderland. Zijn het dat de stichting ervoor gekozen heeft deze aankopen van vast-, en onroerende goederen van boven genoemde families te onderzoeken en erover te publiceren. Het is niet uitgeloten dat zij meer hadden in vast-, en onroerend goed. Gelegen in andere provincies of steden/dorpen buiten de provincies Utrecht en Gelderland.

Aankoop informatie en/of verervingen van families Bosch en Bijleveld zijn ook uit de online database van getranscribeerde notariële akten van Het Utrechts Archief gehaald.

Verpachting van tienden op diverse landbouwgronden in de ambachtsheerlijkheid Ommeren op vrijdag 17 april 1665. Bron: Het Utrechts Archief, archief Bosch van Drakestein 635 32.Verpachting van tienden op diverse landbouwgronden in de ambachtsheerlijkheid Ommeren op vrijdag 17 april 1665. Bron: Het Utrechts Archief, archief Bosch van Drakestein 635 32.

Op vrijdag 17 april 1665 wordt erop een fiche een nieuwe verpachtingsronden gehouden door de toenmalige houder van de tiendrechten in de ambachtsheerlijkheid Ommeren en Lienden (Gelderland). In de zeventiende eeuw behoorde deze tiendrechten bij diverse aanzienlijke lieden die in de omgeving van het dorp (kerspel) van Ommeren woonde. Later vermoedelijk eind 18e eeuw is het tiendrecht overgegaan naar de Heer van Drakestein en De Vuursche.

Bij het opmaken van de Memories van Successie van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1834. Wordt er geschreven over het recht op tiendheffing (recht) op diverse landerijen en landbouwgronden in de gemeente Lienden bij en om het dorp Ommeren in de provincie Gelderland. Een tiend was het recht op het heffen van opbrengsten op landbouwgronden of boomgaarden om een tiende gedeelte hiervan af te staan aan de heer die het recht op de tiendheffing had. Het tiendrecht is in de jaren tien van de twintigste eeuw afgeschaft en afgekocht. Destijds door de toenmalige grootgrondbezitters van die tijd. Vermoedelijk heeft familie Bosch van Drakestein ook in deze tijd het tiendrecht bij Ommeren afgekocht.

Wegen en watergangen kaart van het dorp Ommeren in de voormalige gemeente Lienden. Bron: Regionaal Archief Rivierenland Tiel 0669 102.Wegen en watergangen kaart van het dorp Ommeren in de voormalige gemeente Lienden. Bron: Regionaal Archief Rivierenland Tiel 0669 102.

Op maandag 8 augustus 1735 werd ten overstaan van notaris Johannes Sluyterman te Utrecht door Hendrik Willem als voogd van zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch 8 morgen bouw en weiland aangekocht naast het Uurdijkje gelegen in 't Goy. Bij de koop behoorde ook 3 en halve morgen en 9 roeden land en een halve morgen land in erfpacht bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Gelegen tussen de Tuurdijk ten het noordoosten en Beusichemseweg in het zuidwesten. Na het overlijden van Theodorus in 1802 vererven de landerijen in 't Houten bij Houten op zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. In 1832 zijn de landerijen in het bezit van de neef van Paulus, Jan Hendrik Willem Bosch. Maar behoren dan bij de landerijen van boerderij Schoneveld (Leedijkerhout 15-17). Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U178a004 aktenummer 182 08-08-1735.

Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.Gronden aangekocht op 08-08-1735 door Hendrik Bosch voor zijn onmondige zoon Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komen ze in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch. Situatie op de kaart ingetekend op 1 oktober 1832.
Jhr. Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich (Roermond, 22 juli 1802 – aldaar, 1 juni 1881) was een Nederlands jonkheer, advocaat en politicus voor de Katholieken en de Liberalen. Frans Bernard is de neef van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Foto: Wikipedia Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich.Jhr. Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich (Roermond, 22 juli 1802 – aldaar, 1 juni 1881) was een Nederlands jonkheer, advocaat en politicus voor de Katholieken en de Liberalen. Frans Bernard is de neef van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Foto: Wikipedia Franciscus Bernardus Hubertus Michiels van Kessenich.

Op donderdag 30 mei 1754 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Luyt van der Pauw boerderij De Hoed, gelegen te Vleuten verkocht. De gemachtigde in de verkoop was Hendrik van den Bosch. Verkoper was Isaacq de I' Espaul van beroep lid van de veertig raad van Delft. Koper van Den Hoed was Theodorus Gerardus Bosch van beroep koopman te Utrecht.

Fragment van omschrijving van Den Hoed in de notariële akte:

hofstad en huysinge met 26 mergen zoo boomgaert als bouwlandt ca, te Vleuten, genaamd Den Hoedt.

Na het overlijden van Theorus Gerardus Bosch in 1802 gaat boerderij Den Hoed over op zijn schoonzoon Hendrik Joseph Baron Michiels van Kessenich. Hij is getrouwd in 1793 met Cornelia Jacoba Bosch. Zij is de zus van Paulus Wilhelmus Bosch. Uit het huwelijk van Cornelia Jacoba Bosch met Hendrik Joseph komen twee zonen. Johan Alexander Hubert Baron Michiels van Kessenich (1800-1863) en Frans Bernhard Hubert Jonkheer Michiels van Kessenich (1802-1881).

Bron: Het Utrechts Archief Notarissen in de stad Utrecht 34-4 U205U009, aktn. 79, 30-05-1754.

  • Huize Den Hoet ingetekend op een kaart uit 1556 te Vleuten. Bron en foto: Wikipedia Den Hoet.
  • Landerijen behorend bij boerderij Den Hoed in 1832 te Vleuten. Landerijen in het doorschijnend geel, behorend bij Den Hoed. Kaart uit ca. 1880-1900. Bron: HISGIS Utrecht.
  • Landerijen behorend bij boerderij Den Hoed in 1832 te Vleuten. Landerijen in het geel, behorend bij Den Hoed. Kaart uit ca. 1880-1900. Bron: HISGIS Utrecht.
  • De huidige plek in Vleuten aan de Verlengde Utrechtseweg 83 t/m 85 waar in de zeventiende eeuw huize Den Hoed heeft gestaan. Bron: Kadastralekaart.com
  • Oprit van een huis te Vleuten aan de Verlengde Utrechtseweg 83 t/m 85 waar in de zeventiende eeuw huize Den Hoed heeft gestaan. Foto: Wikipedia Den Hoed.


Beschrijving van Den Hoet volgens Wikipedia Den Hoet

Den Hoet was een versterkt huis uit de middeleeuwen aan de weg tussen Utrecht en Vleuten. Het lag in een lus van de inmiddels verdwenen rivier de Rijn. Het terrein waarop het zich bevond is bewaard gebleven. Het nog aanwezige toegangshek, dat dateert uit de 16e eeuw, is een rijksmonument. Op het terrein staat thans een boerderij met de naam Den Hoet, een gemeentelijk monument. Vroeger was de omgeving ervan landelijk gebied, thans stedelijk gebied: de buurt Het Zand in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. In de directe omgeving van de boerderij Den Hoet is een straat met dezelfde naam.

Over het ontstaan van Den Hoet is weinig bekend. De eerste vermelding komt voor op een kaart uit 1556, waarop een omgracht huis met trapgevels staat afgebeeld. Het huis was een leen van kasteel Ruwiel, gelegen bij Oud-Aa, gemeente Stichtse Vecht.
Het versterkte huis Den Hoet was destijds gelegen bij de aansluiting van de gegraven Vleutense Wetering op de oude Rijnloop direct aan de noordwestzijde van de Hoge Weide.
Den Hoet ontwikkelde zich tot een grote buitenplaats, blijkens een omschrijving uit 1671. Hierin is sprake van een complex met: visscherije, cingels, graften, boomgaerde, bouwhuys, brouwhuys, bergen, schuijren ende vordere appendirien, mitsgaders d'landen daer aen behoorende ende annex gelegen groot te saemen omtrent ses en twintigh morgen lands. In de achttiende eeuw is het huis waarschijnlijk vervallen geraakt en gesloopt. In 1741 is namelijk sprake van een hofstede en niet meer van een kasteel of buitenplaats.
De huidige dwarshuisboerderij werd grotendeels in 1917 gebouwd. Overblijfselen van het oude Den Hoet zijn beschermd als archeologisch monument. De boerderij zelf is een gemeentelijk monument, terwijl een 16e-eeuws hekwerk van de boerderij de status van rijksmonument heeft. Rond de boerderij loopt een ringsloot, waarschijnlijk de slotgracht van het oude Den Hoet.

Op woensdag 3 mei 1780 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris 't Hoofd een

hofstede met huisinge, bergen, schuur, schaaphok en verder getimmerte, met omtrent een hondert mergen, vijf hondert en vijftig roeden Bouw, Weij en Veenland, staande ende gelegend onder den gerechte van Emminkhuijsen, in de Hoge en Vrije Heerlijkheid van Renswoude, uitmakende het vijfde part van de goederen van den Emminkhuijser Berg 

getransporteerd. Koper was Theodorus Gerardus Bosch zijn comparant (zaakwaarnemer) was Adrianus Hoevenaar, de verkoper was Jan Jacob van der Muelen. Zijn comparant was Hendrik van Heteren. Getuigen van het transport van goederen, gelegen op de Emminkhuizerberg in Renswoude waren Jan van Doornik en Antonije Hermannus Hagen.

Op vrijdag 7 januari 1791 compareerde (zaakwaarnemend) notaris Herman Brouwer notaris van de heren van de Hove van Utrecht (rechtbank), residerende (plek van aanwezigheid) bij de Burgemeesteren en Vroedschap derselver Stad. Onder bedienend oog van de nagenoemde getuigen de heer Theodorus Gerardus Bosch, woonende buijten deezer stads Waardpoort en verklaarde den comparant in de beste en bestendigste vorm van rechteren bij deezen te constiueeren (bepalen) en matig te maken, De Heer Jan Smith notaris te Veenendaal speciaal omme te compareeren (op gedaagd) voor den Heer Leen Griffier van den Huijze van Renswoude. En aldaar in den naam van hem comparant verheffing te verzoeken van 't Leen, off van de Leen van de Hofstede om annexis met ruijm Een Honderd Mergen land geleegen onder den Gerechte van Renswoude, op de Emminkhuijzerberg off den gedeelte van dezelfde Hofstede, subject en Leenroerig zijnde aan den voorsz. Huijze van Renswoude ... enz. enz. enz. 

Versoekende hier van acte die is deeze Alouis Gedaan en Gepasseerd binnen binnen Utrecht ter presentie (aanwezigheid) van Johannes van Ingen en Henricus Meijberg als Getuigen, die de geprothocolleerde (in het openbaar) Aacte deeser neevens den Heer comparant en mij Notaris meede Onderteekend hebben. H. Brouwer Nots.

Bron: Het Utrechts Archief, archief Taets van Amerongen (bezitters van de Heerlijkheid Renswoude), 1855 1232.

Zoals in het kort beschreven Theodorus Gerardus Bosch koopt op woensdag 3 mei 1780 ten overstaan van de Utrechtse notaris 't Hoofd een hofstede met huijsinge en ruim 100 morgen land, gelegen op de Emminkhuizerberg van de vorige eigenaar Jan Jacob van der Muelen.  Een kleine 11 jaar later in 1791 wil Theodorus Gerardus Bosch zijn 100 morgen land met hofstede in leen reven aan het huis van Renswoude. 

De betekenis om de landerijen in leen te geven aan het huis Renswoude was een manier om de belastingen en opbrengsten van het vast-, en onroerend goed van Theo Bosch over te brengen naar het huis van Renswoude. De landerijen, huizen en boerderijen bleven wel zijn bezit.

As Theo overlijd in 1802 zal het vast-, en onroerend goed vast in handen van zijn vrouw Cornelia van Bijleveld of zoon Paulus Wilhelmus Bosch gekomen zijn. Met de start van het kadaster vanaf 1 oktober 1832 is Theo's kleizoon en neef van Paulus Jan Willem Hendrik Bosch van de ruim 100 morgen gronden in Renswoude eigenaar.

Op negentiende eeuwse kaarten wordt het gebied met hofstede en woningen wat van familie Bosch (Van Oud-Amelisweerd) op de Emminkhuizerberg is geweest. De Biezebosch genoemd. Iets wat in achttiende eeuwe notariële document door de stichting niet gevonden is.

  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (1). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (2). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 3 mei 1780 koopt Theodorus Gerardus Bosch ruim 100 morgen land met hofstede en huijsinge van Jan Jacob van der Muelen, gelegen op de Emminkuizerberg in Renswoude (3). Kaart HISGIS Utrecht.
  • Landerijen op de Emminkhuizerberg in Renswoude in het jaar 1975. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832-1987.

Op 6 juli 1796 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Jan Kelffkens een openbare verkoping van een losrente-brief (schuldbekentenis) van f. 12-, gulden jaarlijks gevestigd op diverse percelen land in de ambachtsheerlijkheid Bergambacht. Voor dit transport waren de gemachtigde Willem van Nes, advocaat aan  het Hof van Utrecht en Paulus Willem Bosch van beroep secretaris van in de Raad van de Rechtspleging. Voor borg stond Otto Braat.

De losrente-brief was tot 1796 in het bezit va Paulus van Bijleveld, broer Willem Hendrik van Bijleveld en Cornelia van Bijleveld zij was echtgenote van Theodorus Gerardus Bosch. 

Willem Hendrik van Bijleveld en Theodorus Gerardus Bosch waren de verkopende partij van de losrente-brief van hun broer en zwager Paulus van Bijleveld. Hij was van beroep priester in de Rooms Katholieke kerk van Vleuten. De aankopende partij was Jan Blanke.

Op 1 oktober 1832 is er bij het kadaster in de gemeente Bergambacht bekend dat Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein nog drie percelen bouwland en één perceel wetering in eigdom heeft. Percelen Bergambacht C434, 435 en 436 en wetering perceel C2542. Later kwamen deze stuken grond binnen de gemeente Schoonhoven te liggen, per 1 mei 1939.

Paulus had vermoedelijk deze stukken grond aan de Opweg in Schoonhoven vererft gekregen via zijn oom, de broer van zijn moeder Cornelia van Bijleveld. In de Memories van Successie van Paulus die in 1834 is opgemaakt na zijn overlijden staat geschreven over deze stukken grond in Bergambacht. Na kort kadasteronderzoek is bekend dat na zijn overlijden deze percelen en het perceel wetering aan personen zijn verkocht die in die buurt woonde.

In het jaar 1797 koopt Willem Bosch een boerderij met bijbehorend land aan, gelegen in Kamerik Mijzijde. Totdat jaar was de boerderij met land het eigendom geweest van het Convent (klooster) van Oudwijk te Utrecht. Na het overlijden van Willem in 1801 vererft het goed op zijn broer Theodorus Gerardus Bosch die na een jaar in 1802 overlijd waarna het goed in het bezit komt van zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Heden zijn de landerijen en twee huizen in Kamerik Mijzijde te vinden op de Overstek 10 en 12.

Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.Landerijen in Kamerik Mijzijde in 1832 in het eigendom van Paulus Wilhelmus Bosch vererft van zijn oom Willem op zijn vader Theo. Heden staan hier de huizen aan de Overstek 10 en 12 op in Kamerik Mijzijde. Landerijen gelegen tussen de Grecht in het westen en Kamerik in het Oosten.

Op dinsdag 27 januari 1798 om 16:00 uur in de middag van huize van kastelein B. Mikking te Bennekom (Gelderland) kocht Paulus Wilhelmus Bosch het Landgoed Bruxvoort te Bennekom aan. Hierbij behoorde ook landerijen van het landgoed die gelegen waren in Cothen aan de Ossenwaard. Bruxvoort betekend doorwaadbare plaats door het moeras. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van Bruxvoort. Al voor 1 oktober 1832 had Paulus het landgoed Bruxvoort al overgedaan naar zijn zoon Johannes Gerardus Bosch van Drakestein. Die toen Heer van Bruxvoort was.

Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.Landgoed de Bruxvoort te Bennekom zoals de situatie was op 1 oktober 1832. In 1798 aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch.
De Utrechtse Oliemolen aan de Catharijnepoort die Paulus van zijn vader Theo op maandag 6 oktober 1800 voor de helft kreeg en de andere helft die Paulus kocht uit de boedel van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: HISGIS.nl Utrecht.De Utrechtse Oliemolen aan de Catharijnepoort die Paulus van zijn vader Theo op maandag 6 oktober 1800 voor de helft kreeg en de andere helft die Paulus kocht uit de boedel van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op maandag 6 oktober 1800 werd ten overstaan van notaris Cornelis de Wijs te Utrecht wordt door donateur Theodorus Gerardus Bosch de helft geschonken aan de donataris zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch van de oliemolen genaamd Het Fortuin, staand bij de stadswallen bij de Catharijnepoort te Utrecht. De andere helft van de oliemolen koopt Paulus Wilhelmus Bosch aan van Johannes Gerardus Dadelbeek en Henricus van der Burgh die de executeur testamentairs zijn van zijn overleden oom Herbert Jan Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U256c038 119 en 120. 

Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.Gezicht vanaf de singel over de stadsbuitengracht te Utrecht uit het noordwesten, met de wal en de Catharijnepoort en -brug en de molen De Fortuin op de restanten van het Vredenburg in 1835/1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36471.

Op vrijdag 19 juni 1801 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein ten huizen van Cornelis Maaskant kastelein in het Gerechtshuis van Oudhuizen om 17:00 uur in de namiddag ten overstaan van de Mijdrechtse notaris Adrianus Verdam 5 percelen land tezamen 17 morgen, 286 roeden groots aan als zijnde wei en hooiland. Waarvan nog diverse percelen gelegen waren in de gemeente Westveen. Voor 1988 nog gelegen in de gemeente Wilnis na 1988 gelegen in de gemeente Nieuwkoop in de provincie Zuid-Holland.

De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.De vijf percelen land die Paulus Wilhelmus Bosch aankocht op 19 juni 1801 in het buurtschap Oudhuizen Wilnis en Westveen. Boerderij aan de Geerkade 45 te Wilnis kocht Paulus op een ander moment.

'1802 februari 12 Register van transport van het gerecht van Wittevrouwen G. de Rooij transporteerd aan M. P.W. Bosch. Zekere twee morgen weyland genaamd "de Dell, doch zoo groot en klijn dezelve gelegen is onder dezen gerechte, daar westwaards de Steenstraat gaande naar de Blauwcapelse weg, noordwaards de Broekhuysen wetering of Bildse vaart (De Grift of Bildsche Grift), zuidwaarts het plantsoen der landerijen specteerende tot den Capittule van St. Jan en oostwaards de heer Jean de Pelleci naast gelegen zijn.'

'Deel 141 nr. 24. 1837 Augustus 26 (notaris G.H. Stevens). De erfgenamen van Jhr. P.W. Bosch van Drakestein verkoopen aan H. Bouman: "Een perceel weiland groot 1 bunder 57 roeden en 20 ellen genaamd 'den Dell', gelegen te Utrecht buiten de Wittevrouwenpoort nabij Koningslust, kadaster sectie A. nummers 32 en 33, belend ten oosten door eigendom van 's Rijks Veeartsenijschool, ten westen den Steenstraat gaande naar de  Blauwkapelsche weg, te zuiden s' Rijksdomeinen en ten noorden de Broekhuizer wetering of Bildsche vaart zoodanig en in dien staat dezelve landen strekken, belenden en bevinden, zonder daarvaan uit te zonderen. Bron: Het Utrechts Archief 4001 978.

Zoals je leest kocht Paulus Willem Bosch op vrijdag 12 februari 1802 een stuk land 'uiterwaarde' gelegen te zuiden van de Grift op de hoek met de Kapelbrug, gelegen in de Blauwkapelseweg. Tegenwoordig staat op dit stuk grond het huis Blauwkapelseweg 37 en 37Bis en zijn de huizen aan de Bollenhofsestraat hierop gebouwd. Het land behoorde al vele eeuwen bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan. Paulus Bosch was een vervend liefhebber van het opkopen van vast-, en onroerende goederen die op de markt werden gebracht na het opheffen van het kapittel vanaf 1811 tot 1821. Hij woonde op nog geen twee kilometer afstand van het stuk land. Nazaten van Paulus verkopen de uiterwaarde weer door op 26 augustus 1837 aan een zekere H. Bouman.

Het land wordt in de transportakten genoemd als 'de Dell' wat in het oud Nederlands niets anders betekend dan 'grond, perceel of een deel van een stuk grond'.

De uiterwaarde langs de Grift in Buiten Wittevrouwen en later gemeente Abstede behoorden bij het onroerend goed van het kapittel van St. Jan maar was niet zowaar het eigendom. Het was onderdeel van de erfpacht canon die het kapittel er al vele eeuwen op na hield. Het kon dan wel het eigendom van een eigenaar zijn, maar hij betaalde wel de erfpacht aan het kapittel. Als de eigenaar dat niet meer deed verviel het eigendom weer terug aan het kapittel. En werd er een nieuwe eigenaar gezocht.

Van 1777 tot 1805 was het huis Paddenburg te Baambrugge het eigendom van Jan Carel Rijcksz. Erven van Jan Carel verkopen het huis Paddenburg in 1805 aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij heeft het huis aan de Vecht ruim 11 jaar in zijn eigendom. In 1816 verkoopt Paulus het huis door Joan August Classen. Paulus gebruikt Paddeburg in de zomer maanden als buitenverblijf. Dit om het drukke stadsleven van Utrecht in de zomermaanden te ontvluchten.

Op 22 februari 1811 verhuurt Paulus nog een boerderij behorend bij het huis maar dan gelegen in Abcoude en Nigtevecht. Beschrijving van de huurcedule boerenhofstede bastaande in eene boerenwoning c.a. en ongeveer 32 morgen weiland.

Bronnen: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U272C042 N.W. Buddingh aktenummer: 104, 22-02-1811.

Ir D.L.H. Slebos, Meer Baambrugse buitenplaatsen, in: Jaarboekje 2003 van het Oudheidkundig Genootschap van Niftarlake, blz. 66 - 98. KasteleninUtrecht.eu.

Huis Paddenburg in Baambrugge in 1730 (Rijksstraatweg 87, Baambrugge, gemeente De Ronde Venen).Huis Paddenburg in Baambrugge in 1730 (Rijksstraatweg 87, Baambrugge, gemeente De Ronde Venen).

Op zaterdag 8 juni 1805 kocht Paulus Wilhelmus Bosch op het Logement 'Groot Paushuizen' binnen Utrecht om 16:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh het Landgoed Sterrenberg. Gelegen in Soest en Zeist. Paulus Wilhelmus Bosch was vanaf toen Heer van Sterrenberg. 

Grafmonumenten van familie Bosch van Drakestein op de begraafplaats gezien vanaf de Kerklaan. Foto: Online-begraafplaatsen.nlGrafmonumenten van familie Bosch van Drakestein op de begraafplaats gezien vanaf de Kerklaan. Foto: Online-begraafplaatsen.nl

Op het terrein van de Sterrenberg werd de Rooms Katholieke begraafplaats 'Carolus Borromeus' aan de Kerklaan te Soesterberg in 1838 aangelegd (Christiaan Huygenslaan 4, Soesterberg). Het stuk van Sterrenberg werd door de zoon van Paulus, Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg aangeboden in augustus 1837 aan de parochie Heilige Carolus Borromeus.

Familie Bosch had op de begraafplaats al een stuk grond gereserveerd, waar in de loop der jaren de overleden familieleden begraven zijn.

Sinds 2012 is er ook een ecoduct over de rijksweg A28 tussen Soesterberg en Den Dolder met de naam 'Sterrenberg'.

Het Landgoed de 'Sterrenberg', gelegen aan de Amersfoortseweg te Soest en Soesterberg ingetekend zoals het erbij lag in het jaar 1832. Bron: HISGIS UtrechtHet Landgoed de 'Sterrenberg', gelegen aan de Amersfoortseweg te Soest en Soesterberg ingetekend zoals het erbij lag in het jaar 1832. Bron: HISGIS Utrecht

Eerste deel van de naam van de begraafplaats 'Carolus Borromeus' te Soesterberg verwijst naar Jhr. Carolus (Karel) Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg.

Op woensdag 7 augustus 1805 om 10:00 uur in de ochtend in de Vuursche kocht Paulus Wilhelmus Bosch bij veiling  ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein. Waarna Paulus zich vanaf die tijd Bosch van Drakestein ging noemen. Paulus Wilhelmus Bosch was toen Heer van De Vuursche en Drakestein.

Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.Aankoop van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en Kasteel Drakestein door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 07-08-1805.

Op zaterdag 6 augustus 1808 werd ten huize Sr. George Klank achter Den Dom te Utrecht publiekelijk geveild de Ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht ten overstaan van de Utrechtse notaris Hermanus Brouwer de ambachtsheerlijkheid aan. Vanaf toen was hij ook Heer van Reijerscop-Creuningen.

Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.Kaart van W.H. Hoekwater uit 1901 van het gebied tussen Utrecht stad en Woerden waar het middeleeuws gerecht Reijerscop-Creuningen gelegen lag. Gehucht staat er niet op ingetekend.

Reijerscop is een buurtschap en van oorsprong middeleeuwse ontginning, liggend in de Nederlandse gemeenten Woerden en Utrecht, in de provincie Utrecht. De boerderijen en andere gebouwen in deze buurtschap liggen aan een ruim 5 km lange weg met de naam Reijerscop, die even ten zuiden van de A12 ligt en daarmee ongeveer evenwijdig loopt. Ongeveer 3 km van deze weg ligt in Harmelen, gemeente Woerden, en het resterende oostelijke deel ervan ligt in De Meern, gemeente Utrecht.

Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. Het wapen van de ambachtsheerlijkheid Reijerscop-Creuningen verleend door de Hoge Raad van Adel te Den Haag op 22 juli 1822. "In goud een zwarte reiger".

De naam is een verbastering van Reigerskop. Het begrip kop in de naam slaat niet op de kop van een reiger, maar op het feit dat de Polder Reijerscop een zogenaamde cope-ontginning is.

De ontginning Reijerscop was verdeeld over meerdere gerechten. Er waren geen lineaire grenzen, de verschillende percelen behoorden wisselend tot een van de gerechten. Naast het gebied Reijerscop-Lichtenberg (dat een deel was van het gerecht Veldhuizen, Bijleveld, Rosweide en Reijerscop-Lichtenberg) waren er de gerechten Reijerscop-Creuningen, Reijerscop-Indijk en Reijerscop-Mierlo. Het laatste gerecht behoorde tot de proosdij van Sint Pieter te Utrecht en werd daarom ook wel aangeduid als Reijerscop-Sint Pieter. Het oostelijk deel van de ontginning kwam in 1812 bij de gemeente Veldhuizen en het westelijk gedeelte bij de gemeente Harmelen. De gemeente Veldhuizen werd in 1954 deel van de nieuw gevormde gemeente Vleuten-De Meern. In 2001 werd Vleuten-De Meern bij de gemeente Utrecht gevoegd, en de gemeente Harmelen bij Woerden.

Het wapen van de heerlijkheid was een (sprekende) reiger.

Bron: Wikipedia Reijerscop

Op zaterdag 15 oktober 1808 werd ten huize van kastelein J. de Bruin in het Rechtshuis te Baarn verkocht het vast-, en onroerend goed van de buitenplaats Schoonoord te Baarn. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht hier twee percelen bos en heidegrond (genaamd de 'Hooge Eng) gelegen in Baarn en Soestdijk (Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder). Stukken grond behoorde bij het landgoed De Kleine Paltz. Die op hun beurt weer bij Schoonoord behoorde. Buitenplaats Schoonoord was tot 1808 het eigendom van heer Reinard Scheerenberg. Maar hij moest door een te hoge schuldenlast de buitenplaats verkopen. De aankoop van de twee percelen van De Kleine Paltz gebeurde ten overstaan van de notarissen de heer P. Berkman notaris te Amsterdam en de heer F. Pen notaris te Baarn. Paulus kocht rond die tijd ook nog een stuk grond op De Kleine Paltz van veehouder Pieter Rademaker die erin de omgeving een boerderij en ook grond bezat.

Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.Bosch en heide grond op landgoed De Kleine Paltz te Soesterberg, Bosch en Duin en Den Dolder aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Landbezit van De Kleine Paltz in 1832. Bron: HISGIS Utrecht.

Op zaterdag 24 augustus 1811 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein de landgoederen Nieuw-, en Oud-Amelisweerd ten overstaan van notaris Van Ommeren te Utrecht. Waarna Paulus Wilhelmus  Bosch van Drakestein zich ook heer van Nieuw-Amelisweerd en Oud-Amelisweerd mocht noemen.

Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.Kaart waarop de landerijen van Paulus staan ingetekend op 1 oktober 1832 bij de invoering van het kadaster. Met daarbij het vast-, en onroerend goed van landgoed Nieuw-, en Oud-Amelisweerd die Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aankocht op 24 augustus 1811. Andere aangekochten landerijen staan er ook bij.

In een groot deel van de 18e eeuw behoord boerderij Schoneveld bij de onroerende goederen van kasteel Schonauwen. De onroerende goederen zijn eigendom van Gerlach Theodorus Baron van der Capellen, heer van Houten en 't Goy, Schonauwen en Mijdrecht. De baron overlijd in 1805 en laat alles na aan zijn weduwe Frederika Johanna van Hangest d’Yvoy. Zij overlijd in 1812. Doordat het echtpaar geen kinderen heeft en bovendien nog een grote schuld heeft openstaan bij een zekere jonkheer Nepveu van 18.000 gulden zien de nazaten van Frederika familie Van Hangest d'Yvoy zich genoodzaakt alles te laten veilen om de nog opstaande schuld te vereffenen. De veiling geschied op woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Achter de St. Pieter, Wijk F, n. 363.
Mevrouw Frederika Johanna Hangest d’Yvoy, echgenoot van Gerlach Theodorus van der Capellen.Mevrouw Frederika Johanna Hangest d’Yvoy, echgenoot van Gerlach Theodorus van der Capellen.

Bij de veiling werd boerderij Schoneveld gekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein die deze gelijk aan zijn moeder Cornelia van Bijleveld schenkt. Om van de opbrengsten van de pacht in haar oude dag te voorzien. Na haar overlijden in 1824 erft haar kleinzoon Jan Willem Hendrik Bosch (Van Drakestein) de boerderij, hij is de neef van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Via verschillende verervingen door de familie Bosch werd Schoneveld uiteindelijk verkocht bij een veiling in 1931 aan de toenmalige pachter P.J. van Wijk. Nazaten van deze P.J. van Wijk wonen tot op de dag van vandaag nog op de boerderij.

Rond 1900 is de boerderij ook een periode in eigendom geweest van Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein. De vroegere Commissaris van de Koning(in) van Noord-Brabant.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U324c004 1812 Aktenummer: 1696. 

  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Houten van familie Van Hangest d'Yvoy (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Houten van familie Van Hangest d'Yvoy (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Woensdag 26 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van Schoneveld in Schonauwen van familie Van Hangest d'Yvoy. Kaart: HISGIS Utrecht.

Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van kastelein De Kruyf te Breukelen om 17:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Pieter Jongeneel een hofstede met 15 morgen en 326 roeden land, HUIS, berg en schuur met daarbij nog 6 morgen 400 roeden land allemaal gelegen in het buurtschap Oudhuizen in de gemeente Wilnis. Heden gelegen het huis met land aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Dertien jaar eerder kocht Paulus al land ten westen van de Geerkade ook in Oudhuizen en Westveen (gemeente Nieuwekoop) gelegen in het jaar 1801.

Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan een boerderij met land aan te Oudhuizen Wilnis. Heden gelegen aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Land links ervan in het licht geel behoorde er niet bij.Op vrijdag 29 juli 1814 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan een boerderij met land aan te Oudhuizen Wilnis. Heden gelegen aan de Geerkade 45 te Oudhuizen Wilnis. Land links ervan in het licht geel behoorde er niet bij.

Boerderij De Grote Geer ooit gelegen aan de Binnenweg kwam in 1985 te liggen aan de Snoeksloot 62-64 nadat om de boerderij in die periode de wijk De Sloten werd gebouwd.

Tot 1798 was de boerderij eigendom van Jan van Vianen. In dat jaar overlijd hij en laat een vrouw en dochtertje achter. Zijn vrouw Engeltje Smit krijgt enkele jaren later een relatie met Jan Nagel. Hij trouwt met haar waardoor hij De Grote Geer in eigendom verkrijgt. In de verpondingslijst uit 1806 (belasting) staat geschreven dat Jan Nagel in dat jaar een compagnon heeft een zekere J. de Munnik. De heer Nagel en De Munnik verkopen boerderij De Grote Geer op zaterdag 26 augustus 1815 ten overstaan van notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koper is Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij geeft De Grote Geer met het bijbehorende land gelijk door aan zijn moeder Cornelia van Bijleveld. Om uit de pachtopbrengsten in haar oude dag te voorzien.

Bij de koop in 1815 behoorden ook diverse boerderijen en landerijen in Oostveen. In het tegenwoordig dorp Maartensdijk. Cornelia krijgt daar ook divers onroerend-, en vastgoed van haar zoon Paulus geschonken. Waarna zij tot aan haar dood in 1824 de eigenaresse blijft van De Grote Geer en de objecten in Oostveen.

Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U270a035 1814-1815 Blz. 383 Aktenummer: 790. 

  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Houten van dhr. Nagel en de Munnik (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Houten van dhr. Nagel en de Munnik (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Odijk van dhr. Nagel en de Munnik. Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Bunnik van dhr. Nagel en de Munnik (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Zaterdag 26 augustus 1815 voor notaris Theodorus Koppen te Utrecht. Koopt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij en landerijen van De Grote Geer in Bunnik van dhr. Nagel en de Munnik (2). Kaart: HISGIS Utrecht.

Op dinsdag 11 maart 1817 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan ten huize van Jan de Kruiff, kastelein te Breukelen om 12:00 uur in de middag ten overstaan van de Utrechtse notaris Theodorus Koppen 26 en een halve morgen hooi en weilanden gelegen in het buurtschap Spengen gemeente Kockengen. Heden ligt deze boerderij met de vroegere landerijen van Paulus in Spengen Kockengen aan de Spengen 32.

Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.Boerderij met landerijen in Spengen Kockengen aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 11 maart 1817.

Op zaterdag 31 oktober 1818 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein aan het Bureau der Publieke Verkopingen achter de St. Pieter wijk F. No. 363 om 16:00 uur in de middag aan de Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp aan. Gelegen in gemeente De Bilt. Hij kocht het landgoed aan van de weduwe Maria Gildemeester. Zij was laatste bewoonster van de buitenplaats. Hij zal dit gedaan hebben om zijn eigendom De Vuursche en Kasteel Drakestein gelegen ten noorden van Ridderoord verder naar het zuiden toe uit-te-breiden. Paulus was toen Heer van Ridderoord. Bij Ridderoord en Riddersdorp in De Bilt horen vandaag de dag nog de Ridderoordse Bossen met een oppervlakte van 230 hectaren.

De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.De Buitenplaats Ridderoord en Riddersdorp gelegen in gemeente De Bilt ten zuiden van De Vuursche en Kasteel Drakestein. Situatie zoals het was op 1 oktober 1832.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed de Hennekamp of Hindekamp gelegen op de Ginkelse Heide in de gemeente Ede. Landgoed behoorde tot 21 februari 1811 bij het kapittel van St. Jan te Utrecht.  De boerderij staat tegenwoordig geadresseerd aan de Kreelseweg 98 te Ede. Paulus was toen Heer van de Hennekamp of Hindekamp.

Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.Landgoed de Hennekamp of Hindekamp in de gemeente Ede gelegen op de Ginkelse Heide, situatie zoals het was op 1 oktober 1832. Tot het jaar 1811 onderdeel geweest van het kapittel van St. Jan te Utrecht. Nadien van familie Bosch van Drakestein.

Op woensdag 1 december 1819 werd door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Arnhem afdeling Gelderland de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht per afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht het landgoed met de bijbehorende landerijen van De Proosdij aan. De Proosdij had diverse landerijen en percelen in de omgevingen van de gemeente Ede liggen, ook gelegen in Wageningen en bij het dorp Ederveen. De Proosdij behoorde bij de vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot 21 februari 1811. Nadien werd deze opgeheven en kwamen het vastgoed en de onroerende goederen toe aan de Staat der Nederlanden. Het boerderijencomplex bestaat tegenwoordig nog in de gemeente Ede. En is gelegen aan de Proosdijweg 37 t/m 41. In het complex is een kinderenboerderij gevestigd van zorginstelling 's Heerenloo. Wat betreft de andere landerijen is heden (bijna) de hele gemeente Ede op de vroegere gronden van familie Bosch van Drakestein gebouwd (zie kaart).

Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.Landerijen behorend bij de Proosdij te Ede van het kapittel van St. Jan te Utrecht tot. Situatie ingetekend van de Proosdij te Ede op 1 oktober 1832. Toen in het bezit van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden en de bijhorende  boerderij De Hoop aan, gelegen in Cothen aan de Ossenwaard.  Na zijn overlijden in april 1834 werden de gronden en boerderij verdeeld onder zijn twee zonen Jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd en Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, Heer van Bruxvoort. Delen van De Hoop werden toen gevoegd bij het onroerend goed van Landgoed Nieuw-Amelisweerd in Bunnik en het Landgoed Bruxvoort in Bennekom in Gelderland.

Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Landerijen behoorde tot 21-02-1811 bij het kapittel Ten Dom te Utrecht. Landerijen en boerderij De Hoop in Cothen, gelegen de Ossenwaard. Ingetekend zoals de situatie was op 1 oktober 1832. Kaart op de achtergrond dateert uit het einde van negentiende eeuw. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel Ten Dom verkocht bij afslag. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht toen de gronden van de vroegere ambachtsheerlijkheid De Grote-, en De Kleine Koppel aan te gemeente Oud-Wulven (Houten), na 1954 het huidige Utrecht Lunetten.

Boerderij De Koppel ooit gelegen aan het einde van de Koppeldijk en aan het begin van het Rijndijkje. Was gelegen tegen de grens van het Utrechtse Tolsteeg aan. Boerderij De Koppel was eeuwenlang het eigendom van het Utrechtse kapittel ten DOM. Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op een veiling te Utrecht de boerderij aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen.

Na het overlijden van Paulus in 1834 erft zijn zoon Willem Bosch van Drakestein boerderij De Koppel. Zijn nazaat Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein verkoopt de boerderij in 1896 aan veehouder Michiel van Zijl.

Per 1 januari 1954 komt de boerderij op Utrechts grondgebied te liggen na de grote grondannexatie van die tijd. Het Houtense Maarschalkerweerd werd ook bij de gemeente Utrecht gevoegd.

Een nazaat van Michiel van Zijl verkoopt de boerderij in 1964 aan de gemeente Utrecht voor de toenmalige stadsuitbreiding van Utrecht Lunetten. Kort daarna is de boerderij gesloopt.

  • Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein te Utrecht boerderij De Koppel aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen (1). Kaart: HISGIS Utrecht.
  • Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein te Utrecht boerderij De Koppel aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen (2). Kaart: HISGIS Utrecht.
Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.Portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Portret bevindt zich in particulier bezit in Bussum.

Op woensdag 15 december 1819 werd in Utrecht door het domeinenkantoor van de Nederlandse Staat te Amerongen de vroegere vast-, en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan verkocht. Waaronder boerderij De Klomp met het bijbehorende Fectio Vechten terrein gelegen aan de Marsdijk en Oude Mereveldseweg in de gemeente Bunnik. Paulus hield wel van oudheden aangezien hij Romeinsrecht gestudeerd had. Bij de koop betrof het hier om delen van grond en de afkoop van de erfpachtcanon die het kapittel vele eeuwen had op dit stuk bij Vechten.

Op zaterdag 11 november 1826 om 17:00 uur in de namiddag Achter de St. Pieter te Utrecht ten overstaan van notaris Pabst kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4) fysiek aan met het bijbehorende onroerend goed van nazaten van de laatste bewoner Willem van 't Schip.

Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.Boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4, gem. Houten) met het bijbehorende Fectio Vechten terrein (noordkant Marsdijk, gem. Bunnik) binnen de rode lijnen op 1 oktober 1832. Landerijen en boerderij aangekocht door Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in 1819 en 1826. Moeder Cornelia van Bijleveld kocht al voor 1811 een stuk Fectio Vechten terrein aan. Bron: HISGIS.nl Utrecht.

Op zaterdag 22 november 1823 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerardus Hendrikus Stevens de hofstede met landerijen Chartreusse of Chartroise verkocht. Kopers waren Jan Willem Hendrik Bosch en zijn oom Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Het zal vermoedelijk de eerste grote aankoop van Jan Willem Hendrik Bosch geweest zijn. Hij had toen de leeftijd van precies 24 jaar en vier maanden. Jan Willem Hendrik werd geboren op 22 juli 1799 te Utrecht. Oom en neef kochten de hofstede vanwege de strategische ligging omdat hun moeder en oma Cornelia van Bijleveld al diverse landerijen in de omgeving van Chartreuse had vererft via haar broers en familie. Zodat dit vanaf 1823 een groot geheel ging vormen. De landerijen van Chartreuse lagen in de negentiende eeuw en een deel van de twintigste eeuw in de Utrechtse kadastrale gemeenten Zuilen, Achttienhoven en het Lauwerecht.

Op deze pagina schrijven van hofstede Chatroise maar officieel heet het Karthuizerklooster 'Nieuwlicht'.

Handtekening gezet onder de notariële akte op zaterdag 22 november 1823 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht van de aankoop van hofstede en landerijen van Chartreuse. Links de handtekening van Jan Willem Hendrik Bosch en rechts van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.Handtekening gezet onder de notariële akte op zaterdag 22 november 1823 voor notaris Gerardus Hendrikus Stevens te Utrecht van de aankoop van hofstede en landerijen van Chartreuse. Links de handtekening van Jan Willem Hendrik Bosch en rechts van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 Notarissen in de stad Utrecht, U324c015, blz. 795, aktenummer: 4978.

Gezicht op de voorgevel van het pand Maliebaan 22 te Utrecht in 1991. Hier woonde in 1922 Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 63123.Gezicht op de voorgevel van het pand Maliebaan 22 te Utrecht in 1991. Hier woonde in 1922 Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 63123.

Vanaf 1923 tot 1930 begon het grondbedrijf van de gemeente Utrecht grote stukken land in dit gebied op te kopen ten noordoosten van de Daalsedijk en de Amsterdamsestraatweg. Grote stukken waren nog begin twintigste eeuw het eigendom van familie Bosch van Oud-Amelisweerd. De Bosch tak die voortkwam uit het huwelijk van Jan Willem Hendrik Bosch die gehuwd was met zijn nicht. Jkvr. Elisabeth Bosch van Drakestein. Zij was de dochter van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein.

De toenmalige gronden van Chartreuse waren vanaf begin twintigste eeuw het eigendom van Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd en Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Zij verkochten de gronden van Chartreusse gelegen in Zuilen, Achttienhoven en het Lauwerecht aan de gemeente Utrecht. De stad wilde gaan bouwen voor staduitbreidng op het gemeentelijk grondgebied van Zuilen. Deze gemeente bestond tot 1 januari 1954 en werd vanaf die datum bij de stad geannexeerd.


De naambetekenis van de hofstede Chartreusse of Chartroise is het

oud Latijnse woord voor verschrikkelijke plaats.

Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd woonde in jaren twintig van de twintigste eeuw aan de Maliebaan 22 te Utrecht.

In het december nummer van het historische tijdschrift Oud Utrecht in het jaar 1938 beschrijft J.L. Planjer de historie van de hofstede en landerijen van Chartreuse in Utrecht.

De hofstede Chartreuse

Een bezoeker van het Noordelijk stadsdeel, die zich door de uitgestrekte wijken tussen de Amsterdamsestraatweg en de Vecht in de richting van het dorp Zuilen wil begeven, zal daar
weinig meer vinden van de landelijke omgeving, die vele ouderen zich kunnen herinneren.

Waar slechts twintig of vijf-en-twintig jaar geleden nog landelijke wegen langs flinke boerenhofsteden te midden van ruime weidevelden, naar het afgelegen, schilderachtige dorpje Zuilen leidden, zijn thans brede wegen voor druk stadsverkeer aangelegd, waarlangs zich de talrijke middenstands-, en arbeiderswoningen rijen, die nagenoeg een tiende gedeelte van de bevolking
van „Groot Utrecht” gedeeltelijk op Utrechts, gedeeltelijk op Zuilens grondgebied huisvesting geven.

Hoewel de aanleg op zich zelf ruim en vriendelijk is, heeft de stad het land onherroepelijk verdrongen. Toch komt men langs de laan van Chartreuse gaande, eensklaps in een omgeving. die nog aan de verdwenen landelijkheid herinnert, daarvan nog een overblijfsel is.

Midden op een gazon staat een oude boerderij de hofstede Chartreuse welke in deze stedelijke omgeving niet uit de toon valt, wijl het terrein onderdeel vormt van een brede groene
strook, van sportterreinen, speelvelden en plantsoen, welke langs de Utrechtse rondweg (de Marnixlaan) gelegen de bebouwing op weldadige wijze doorsnijdt.

Beziet men de hofstede wat aandachtiger. dan merkt men trots de toestand van verval waarin zij verkeert dat deze gebouwengroep niet toevallig is gespaard; meerdere belangwekkende details wijzen er op, dat deze boerderij, al is zij kunsthistorisch niet zeer belangrijk, een lange en belangwekkende historie zal hebben.

Gezicht op het poortgebouw en de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80702.Gezicht op het poortgebouw en de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80702.

En niet alleen de boerderij, doch ook de omgeving daarvan met de oude boombeplanting, de resten van een statige bomenlaan in de richting van de recht en vooral het typische middeleeuwse poortgebouw, op een gewelf boven de ringsloot gebouwd, duiden aan dat men zich op historisch terrein bevindt. 

We zijn dan ook op de gronden waar één van de voormalige kloosters van Utrecht heeft gestaan: het klooster „Nieuwlicht” of „het Nieuwe Licht”, 

Van de zeer talrijke kloosters, die in de bisschopsstad Utrecht of haar onmiddellijke omgeving waren gevestigd, zijn er niet vele meer, die gedeeltelijk gespaard of uit hun in andere bebouwing
opgenomen overblijfselen nog zijn te herkennen.

Ik noem slechts het Sint Agnietenklooster (waarvan de laatste resten zijn opgenomen in het Centraal Museum), het Sint Catharijneklooster, eertijds nabij het tegenwoordige Vreeburg gelegen.
later verplaatst naar de Lange Nieuwstraat naast de Kathedraal, waarvan de oude kloostergang en zalen gedeeltelijk gerestaureerd het Brandweermuseum en het Museum voor nieuwe
religieuze kunst (zinrijke bestemming} huisvesten.

Wel treft men, in en buiten de stad, in de straatnamen nog de herinnering aan tal van kloosters, als daar waren: het Predikherenklooster, het Begijneklooster, het Hieronymusklooster, het Ursulinen (Abraham Dole) klooster. de abdij Oudwijk en het Karthuizerklooster Nieuwlicht aan de laan van Chartreuse.

Zoals uit deze laatste naam blijkt werd het klooster Nieuwlicht door Karthuizer monniken bewoond.

Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, vanaf het plantsoen aan de Kloosterlaan in de periode 1925-1935. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 500160.Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, vanaf het plantsoen aan de Kloosterlaan in de periode 1925-1935. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 500160.

In 1392 werd het klooster door Zweder en Willem van Abcoude gesticht en hun vriend Tideman Grauwert reeds eerder in de orde opgenomen werd de eerste prior. De bouw van het klooster had eerst in 1393 plaats op een landgoed genaamd „Bloemendaal", groot £ 20 morgen, daartoe in erfpacht afgestaan door Arnoud van Tricht, proost van St. Jan.

Het bestaan van het klooster en zijn bewoners schijnt zich zonder grote schokken te hebben voltrokken tot in de reformatietijd, toen in 1578 aldaar troepen werden gelegerd, omdat men
vreesde, dat de gebouwen door de Spanjaarden zouden worden bezet.

Dat in die woelige en onzekere tijden, waarin nieuwe geestelijke waarden zich onstuimig baan braken, de samenleving van monniken en soldaten niet in vrede kon bestaan, is duidelijk. De veel
geplaagde monniken trokken zich op 15 januari 1579 terug en verspreidden zich over kloosters in Brugge, Edingen, 's-Hertogenbosch en andere.

Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41226.Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41226.

Daarmede was het lot van de gebouwen beslist. In 1580 werden zij grondig afgebroken en de afkomende steen gebruikt voor versterking van de stad; slechts het poortgebouwtje bleef voor de

verwoesting gespaard. Ter plaatse werd toen een hofstede gebouwd, waarvan het tegenwoordige woonhuis het in de loop der eeuwen sterk verminkte overblijfsel is. De stal en het achterhuis, welk geen enkele architectonische waarde hebben, dateren uit 1863, gelijk op een steen in de Westgevel is aangegeven. Het vrijstaande bakhuis is van veel ouderen datum en heeft
wellicht tot de oorspronkelijke gebouwen behoort.

Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41227.Gezicht op het gebouwencomplex van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht in de periode 1938. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41227.

Een indruk van de oude boerderij kan men nog krijgen uit de omschrijving. waarmede de bezitting in 1823 te koop werd aan geboden.

Een kapitale en aangenaam gesitueerde hofstede genaamd Chartroise bestaande in een Heerenhuizinge met fraai behangen zaal. twee beneden- en twee bovenkamers. Voorts een boeren-
huizinge van drie vertrekken, ruime deel met stallinge voor paarden en hoornvee, bakhuis, schuur, berg. Mitsgaders dezelve hofstede omringd van zijn grachten, laanen en steegen beplant met
zware eiken en andere opgaande boomen (hier herkennen wij nog de tegenwoordige kloosterlaan. hoewel de eiken door andere boomen zijn vervangen) en bij het inkomen van gemelde hofstede
voorzien van een poort met duivenhok en keuken, erve, tuin en moesland te zamen groot 28 roeden, 36 ellen en 34 palmen.


In 1839 werd het huis verbouwd en modern ingericht. Tot dien tijd droeg het, naar het schijnt, nog alle kenmerken van oudheid, dikke zware muren, met vroeg-renaissance raamkozijnen en nissen, welke toen vervangen werden door vensters met grote ruiten.

Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht; links het Poortgebouw in periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41172.Gezicht op de gebouwen van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht; links het Poortgebouw in periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41172.

Wanneer de boerderij Chartreuse wordt genoemd, komt wellicht nog in herinnering de overlevering. dat aldaar een zware linde, de „Monnikenboom” stond, waar in dien tijd de Utrechtse

kindertjes moesten worden gehaald. In 1830 en 1836 werd deze boom door blikseminslag en storm
zwaar beschadigd, maar hij verheugde zich nog langen tijd in de belangstelling van de jongere Utrechtse burgerij. die zich op de boerderij kwam vermaken.

De knecht van de toenmalige bewoner verborg zich in de boom en riep dan tot de jongelui „pluk mij, pluk mij, 'k zal alle dagen zoet zijn.”

Er ontstond dan algemene vreugde, men ging spelletjes om de boom doen en de pret eindigde met roometen bij vrouw van Dam. die de boerderij toen bewoonde. In 1851 werd de boom omgehakt en eindigde dus dit vermaak.

De boerderij, in de 19e eeuw in het bezit gekomen van de familie Bosch van Oud Amelisweerd werd in 1905 door de Gemeente Utrecht gekocht. Sedert werd zij verhuurd. doch als boerderij had zij het bestaansrecht verloren, daar de landerijen in de omgeving geleidelijk voor woningbouw werden bestemd.

Het voortbestaan van de gebouwen werd zodoende onzeker en in afwachting van de — van de ontwikkeling van de omgeving afhankelijke beslissing of behoud of afbraak zou volgen. werd
op het onderhoud zeer bezuinigd.

Gezicht op het poortgebouw van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, uit het zuidwesten in 1953. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80721.Gezicht op het poortgebouw van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise) te Utrecht, uit het zuidwesten in 1953. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 80721.

Natuurlijk trok allereerst het poortgebouwtje de aandacht van hen, die op het behoud van de resten van het oude klooster prijs stelden.

Dit typische poortgebouw een voorbeeld van eenvoudige burgerlijke bouwkunst uit de middeleeuwen opgetrokken van reuzenmoppen en gedekt met een eenvoudig zadeldak, afgesloten door twee topgevels. staat zeer karakteristiek op een over de sloot geslagen gewelf, waarover door twee grote van een gedrukte boog voorziene poortopeningen toegang tot het terrein
wordt verkregen.

Hoewel niet een monument van bijzondere kunsthistorische waarde, is het door zijn eigenaardige plaatsing en de zuivere doelstelling van de bouw belangrijk genoeg om te bewaren. temeer waar volgens een in 1914 aan het Gemeentebestuur uitgebracht deskundigenadvies van Mr. Muller en Prof. Vogelsang met zekerheid kan worden aangenomen, dat we hier met het enige overblijfsel van het klooster „Nieuwlicht” te doen hebben.

Dit advies werd uitgebracht op verzoek van het Gemeentebestuur, daar, nadat in een Raadsvergadering in 1914 met het oog op de bouwvallige toestand werd voorgesteld het gebouwtje af te breken, de Raad besloot op voorstel van Dr. ten Berge deze voordracht aan te houden en advies bij oudheidkundigen in te winnen.

De zaak bleef slepend tot 1924, toen plannen werden overwegen tot restauratie van poort en boerderij en inrichting van deze laatste tot theehuis.

Eerst in 1927 werd een Raadsbesluit genomen af te zien van verbouwing van de hofstede, doch voor restauratie van het poortgebouw een krediet beschikbaar te stellen.

Gerekend werd op medewerking van het Rijk uit het oogpunt van monumentenzorg, welke medewerking in 1929 werd verkregen. In 1930 werd toen het poortgebouw gerestaureerd en in de tegenwoordige staat gebracht.

De boerderij bleef dus, zoals zij was; wel werden herhaaldelijk pogingen in het werk gesteld om na restauratie een goede bestemming te vinden als theehuis of anderszins, doch weinig gegadigden meldden zich aan en de restauratiekosten waren zoo hoog, dat niet verwacht kon worden. deze door de huuropbrengst enigermate te doen dekken. Bovendien achtte Rijksmonumentenzorg de architectonische waarde niet groot genoeg om Rijkssteun te rechtvaardigen.

  • Blauwdruk van de te bouwen woningen in de omgeving van de Van Egmondkade. In het groen gearceerd de onteigenen gronden door Utrecht stad van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en consorten. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Kaart van Zuilen te Utrecht. De staat van diverse gronden in eigendom, te onteigenen of aan te kopen. Voor te bouwen woningen. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Aan te kopen gronden in de kadastrale gemeente Lauwerecht te Utrecht, sectie B door de gemeente Utrecht van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en cons (1). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Aan te kopen gronden in de kadastrale gemeente Lauwerecht te Utrecht, sectie B door de gemeente Utrecht van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en cons (2). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Kadastraal kaartje van percelen land en water in de gemeente Achttienhoven. Gelegen aan de rivier de Vecht. Ingeklemd tussen Zuilen en het Lauwerecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Landerijen gelegen tussen de Daalsedijk en de Amsterdamsestraatweg in de zomer van 1923 in de kadastrale gemeente Zuilen, sectie C. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Landerijen gelegen ten oosten van de Daalsedijk en Amsterdamsestraatweg in de zomer 1923 aan te kopen gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd door de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • In het groen gearceerd de gronden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd en rood van E.H. Kol aan te kopen of te onteigenen voor de ontwikkeling van huizen in Zuilen Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.
  • Rioleringsplan voor de omgeving ten zuiden van de Marconistraat en ten westen van de Vecht voor de ontwikkeling van nieuwe huizen in Zuilen Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.

Toch bleef het Gemeentebestuur van mening. dat het behoud van de hofstede mits daarvoor een goede bestemming zou worden gevonden zeer wel te verdedigen was en aan het gerestaureerde poortgebouw groter waarde zou verlenen. Thans in 1938 is een bestemming gevonden, doordat de

nog niet lang bestaande Parochie van St. Salvator naar ruimte voor haar u nog elders gevestigde fröbelschool en voor club-, en vergaderlokalen zocht en meende dat de hofstede door verbouwing daartoe geschikt is te maken. Na de restauratie en verbouwing zal het Kerkbestuur de hofstede van de Gemeente huren. Het Rijk zal thans ook medewerking verlenen tot bestrijding 
van de werkloosheid, in het bijzonder bij jeugdige werklozen, die aan het herstel zullen medewerken. Door deze hulp zal de restauratie, ook in dezen tijd, voor de Gemeente te verantwoorden zijn.
De werkzaamheden zullen uit twee onderdelen bestaan:

1e. het inrichten van de stalling, die geen enkele architectonische of oudheidkundige waarde heeft tot lokalen voor een fröbelschool met de nodige nevenruimten:  2e. het herstellen van het woonhuis en het inrichten van de vertrekken tot vergaderlokalen.

Landerijen in de omgeving van de Laan van Chartroise in de kadastrale gemeenten Zuilen en Lauwerecht te Utrecht. Aangekocht op zaterdag 22 november 1823 door Jan Hendrik Willem Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. In de jaren twintig van de twintigste eeuw. Kaart: Het Utrechts Archief, 1007-3.Landerijen in de omgeving van de Laan van Chartroise in de kadastrale gemeenten Zuilen en Lauwerecht te Utrecht. Aangekocht op zaterdag 22 november 1823 door Jan Hendrik Willem Bosch en Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. In de jaren twintig van de twintigste eeuw. Kaart: Het Utrechts Archief, 1007-3.

De verbouwing van de schuur zal fröbellokalen eisen veel licht, lucht en hygiënische verzorging tamelijk ingrijpend zijn en de Zuidgevel, dat is de naar het sportterrein gekeerde gevel.
zal uiterlijk sterk veranderen, daar hier de klaslokalen zijn gedacht.

Het voorgebouw daarentegen zal in aanzicht niet ingrijpend gewijzigd worden, de aanwezige vertrekken zijn na herstel direct voor gebruik geschikt.

De restauratie zal slechts omvatten het wegnemen van de pleisterlaag en het behoud en herstel van het aanwezige; er zijn afgescheiden van verschillende opvattingen omtrent restauratiemethoden niet voldoende gegevens met zekerheid bekend om te rechtvaardigen, dat het gebouw in de vermoedelijke oorspronkelijke toestand wordt teruggebracht.

Toch mag worden verwacht, dat na voltooiing van de werken een typische en in deze omgeving zeer wel verantwoorde gebouwengroep zal ontstaan en een vestiging vanwaar in vroeger eeuwen ongetwijfeld veel waardevols naar Utrecht werd uitgedragen, tot nieuw leven zal worden gebracht.

Tegenwoordige staan de gebouwen van het Karthuizerklooster geadresseerd aan de Laan van Chartroise 170, 170A, 172, 174 en 174A. In de Utrechtse wijk Zuilen.

Utrecht, Oktober 1938. J. L PLANJER.

Gezicht op de voorgevel van de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise 168-170) te Utrecht op 15 mei 2003. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 844770.Gezicht op de voorgevel van de boerderij van het voormalige Kartuizerklooster Nieuwlicht (Laan van Chartroise 168-170) te Utrecht op 15 mei 2003. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 844770.

Op zaterdag 11 november 1826 om 13:00 in de middag Achter de St. Pieter te Utrecht ten overstaan van notaris Wigman kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein boerderij Rhijn en Molenzigt, gelegen aan de Vaartsche Rijn te Jutphaas met bijbehorende landerijen in kadaster Jutphaas Sectie E. Boerderij behoorde voor die tijd aan bij de Buitenplaats Rhijnzigt. Gelegen ten noorden van de boerderij. De verkopende familie waren de nazaten van Frans van Niekerken. 

Luchtfoto van de Rivierenwijk te Utrecht, uit het zuidoosten; links het Merwedekanaal, rechts de Vaartsche Rijn en op de voorgrond een gedeelte van de wijk Hoograven met de Zeeltstraat. Hier op het einde van de Jutphaseweg bij de splitsing van beide kanalen stond tot aan het einde van de negentiende eeuw boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf 11 november 1826 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de gemeente Jutphaas kadaster Sectie E. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85499.Luchtfoto van de Rivierenwijk te Utrecht, uit het zuidoosten; links het Merwedekanaal, rechts de Vaartsche Rijn en op de voorgrond een gedeelte van de wijk Hoograven met de Zeeltstraat. Hier op het einde van de Jutphaseweg bij de splitsing van beide kanalen stond tot aan het einde van de negentiende eeuw boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf 11 november 1826 het eigendom van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de gemeente Jutphaas kadaster Sectie E. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85499.

Schoonzoon van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, Charles Antoine de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Gehuwd met Jkvr. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein. Erft na het overlijden van zijn schoonvader Paulus boerderij Rhijn en Molenzigt vanaf april 1834. Na het overlijden van Charles in 1880 vererft de boerderij op zijn zoon, Paul Guillaume Eugène Henri Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Hij verkoopt een deel van het land achter de boerderij aan Rijkswaterstaat in 1882 voor de aanleg van het Merwedekanaal op de splitsing met de Vaartsche Rijn.

Op 1 oktober 1832 bij het ingaan van het kadaster in de Nederlanden is te zien op de HISGIS kaarten van Ad van Ooststroom dat Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein diverse percelen grond in de omgeving van Vleuten, Haarzuilens en Themaat in bezit heeft. Het perceel van ruim 6 morgen land midden boven aan op de kaart (onder deze tekst) naast de kooiker heden gelegen naast het Rijneveldsche Boschpad. Wat in vroegere tijden genaamd was de Franse Akker. Dit perceel was ontsloten door een tiendweggetje lopend vanaf Haarzuilens/Thematerweg in het zuiden, lopend richting het noorden tot ter hoogte heden 't Natte Laand. Van dit perceel en weggetje is bekend is dat in 1756 Haasje Jacobs Kok, de weduwe van Frans van Roijen de Franse Akker met weg verkoopt aan een zeker Dirk van Dam.

Tot 1774 is onbekend wanneer een familielid van familie Bosch het land in eigendom verwerft. Maar in dat jaar is er een pachtcontract bekend dat Willem Bosch het land verpacht. Vermoedelijk heeft deze Dirk van Dam al in 1774 of daarvoor het land verkocht aan de Willem Bosch. Nog in het jaar 1788 is het land in eigendom gekomen van Willems broer Herbert-Jan Bosch maar na zijn overlijden komt het weer in het bezit van zijn broer Willem. Willem overlijd in 1801 en zijn nalatenschap komt toe aan zijn broer Theodorus Gerardus Bosch. Na zijn overlijden in 1802 komt het land achter kasteel De Haar in Haarzuilens in het bezit van zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U188A018 10 en U256C040 58.

Het land midden van rechts op de kaart tussen de Oudenaarskade in het noordoosten en de Thematerweg in het zuiden, gelegen in Vleuten. Is alleen bekend dat een zekere Antony van Oostrum in 1739 nog de eigenaar ervan is. Pas vanaf 1 oktober 1832 is bekend dat het land van 14,6 morgen het eigendom is van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Van de tussen liggende periode 1739-1832 is niet bekend wie de eigenaren waren.

Land midden onderaan de kaart, heden gelegen tussen de Parkweg in het zuiden en de Thematerweg in het noorden te Vleuten en dwars diagonaal doorsneden door het vroegere Haarsche Pad. Lag er in de negentiende eeuw ten westen ervan parallel gelegen de Joosten Laan. Van dit land ten noordwesten gelegen van het dorp Vleuten is bekend dat het vele eeuwen het eigendom is geweest van het Kapittel van Oudmunster. In het jaar 1757 verkoopt een zekere Albert van der Muijden het perceel aan Willem Bosch. In 1767 is via de oudschildregisters (grondbelasting registers) bekend dat Willem Bosch nog steeds de eigenaar is van het perceel. Via die zelfde registers is in het jaar 1788 bekend dat Hertbert Jan Bosch en zijn broer Willem Bosch de eigenaren zijn. Na het overlijden van Willem in 1801, via vererving naar zijn broer Theodorus Gerardus Bosch komt het land bij zijn overlijden in 1802 toe aan zijn zoon Paulus Wilhelmus Bosch. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U174A015 90.

Na het overlijden van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in april 1834 komen de landerijen gelegen in Vleuten, Themaat en Haarzuilens toe aan zijn neef Jan Hendrik Bosch en Paulus oudste zoon Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd. Waarna van 1834 tot 1914 na het overlijden van Willem's zoon Hendrik Bosch van Drakenstein de landerijen in die omgeving ruim 80 jaar toebehorend zijn geweest bij het landgoed Nieuw-Amelisweerd in Bunnik/Rhijnauwen en Houten/Oud-Wulven/Maarschalkerweerd.

Landerijen van familie Bosch van Drakestein in de omgeving van Vleuten, Themaat en Haarzuilens tussen de achttiende eeuw en 1914.Landerijen van familie Bosch van Drakestein in de omgeving van Vleuten, Themaat en Haarzuilens tussen de achttiende eeuw en 1914.

Bij Koninklijk Besluit 's-Gravenhage op 10 december 1829 nr. 8 wordt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de adelstand verheven tot jonkheer. Zijn kinderen en de daarop volgende generaties mogen vanaf dan de titel jonkheer of jonkvrouw gebruiken.

Bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1836 Nr. 103 werd besloten dat de negen kinderen van Paulus en Henrietta zich voortaan Bosch van Drakestein mochten gaan noemen.

Uit dit huwelijk komen 6 zonen en 3 dochters voort: CA CB CC CD CE CF CG CH CI

CA.   Jhr. Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Nieuw-Amelisweerd. Gedoopt op 15 augustus 1798 overleden in 1853, trouwde met Johanna Sara ten Hagen. Bewoner van Minrebroederstraat 11 te Utrecht.

Gemeente Middelburg in 1866. Kaart: Kuypers Atlas..Gemeente Middelburg in 1866. Kaart: Kuypers Atlas..

Jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd was van 1839 tot 1853 gemeenteraadslid van de gemeente Utrecht. 

Hij stond er ook om bekend binnen de gemeenteraad van Utrecht, regelmatig niet te verschijnen bij raadsvergaderingen.

Vermoedelijk rond 1850 kocht Willem Bosch diverse landerijen in de omgeving van de Zeelandse provincie hoofdstad Middelburg op het eiland schiereiland Walcheren.

In de eerste helft van de negentiende eeuw was er een getrouwd echtpaar wonende in de binnenstad van Utrecht Jan Hinlopén (1755-1808) en zijn vrouw Jkvr. Anna Elisabeth Schorer (1761-1817).

Anna Elisabeth kwam uit een rijke adellijke Zeeuwse familie. Haar familie bezaten zeer veel gronden op Walcheren en omgeving. Twee zonen die uit dit huwelijk kwam waren: Johan Gulielmus Hinlopén, geboren te Utrecht, Utrecht op 15 augustus 1793, hij is overleden op 24 april 1856 te Middelburg, Zeeland. Hij was groot grondeigenaar in de omgeving van Middelburg en Zeeland en werkte in zijn leven voor de Eerste en Tweede kamer der Staten generaal in Den Haag. Een invloedrijk man voor zijn tijd. 

Tweede zoon Jan en Anna Elisabeth was Jelmer Hinlopén geboren in 1798 en overleden op 4 augustus 1865. Jelmer Hinlopén was gemeenteraadslid voor de gemeente Utrecht van 1829 tot 1857 en wethouder voor die zelfde gemeente van 1841 tot 1857. Vermoedelijk is heeft Jhr. Willem Bosch van Drakestein via zijn vriend of mede gemeenteraadslid Jelmer Hinlopén diverse gronden in de omgeving van Middelburg stad gekocht rond 1850 van Johan Gulielmus Hinlopén. Hij die de oudere broer is van Jelmer Hinlopén.

Het summiere bewijs wat deze stichting ervan weet was te vinden in de krantenbank van het Zeeuws archief. Een verslag uit 1855 van een raadsvergadering van de gemeente Middelburg waarin de weduwe van Jhr. Willem Bosch van Drakestein wordt genoemd. In het archiefstuk wat deze stichting in het voorjaar van 2019 aankocht wordt geschreven door de achterkleinzoon van Willem, René Bosch van Drakestein. Dat diverse van zijn familieleden in 1953 een inspectie in Zeeland uitvoerde na de Watersnoodramp van dat jaar. Er werd gekeken of de onroerende goederen niet teveel beschadigd waren.

Tot op heden is het door de stichting nog niet gelukt om erachter te komen waar deze gronden precies lagen. Kadasteronderzoek is moeilijk. Omdat het gemeentehuis van Middelburg inclusief het kadasterarchief in 1940 verloren is gegaan. Nadat het gemeentehuis door de Duitse inval in WOII is verwoest.

Pas vanaf uiterlijk 1947 werd dit kadasterarchief van Walcheren weer opgebouwd en gereconstrueerd. Willem zijn Memories van Successie is helaas ook niet te bekijken bij Het Utrechts Archief.

Hij is overleden op 1 september 1853. Maar precies deze Memories van Successie boeken zijn ooit verloren gegaan en niet op film gezet bij het archief in Utrecht. Het is dus zoeken naar een 'Speld in een hooiberg', om te achterhalen welke gronden het precies waren van familie Bosch van Drakestein in Middelburg. De Memories van Successie van Willems zoon Hendrik Bosch van Drakestein geeft misschien meer aanknopingspunten. Deze is te vinden in het notariële archief van notaris Van Heijst bij het RHC Zuidoost Utrecht te Wijk bij Duurstede. De stichting gaat deze op termijn onderzoeken. 

De motivatie en onderbouwing om aan te nemen dat Jhr. Willem Bosch van Drakestein de gronden via de broers Hinlopén en hun moeder Jkvr. Schorer heeft gekocht. Heeft te maken met dat er in het Zeeuws Archief in Zeeland in archief 157 Familie Schorer 1547-1983 (1991) diverse Utrechtse stukken te vinden zijn. Die ook betrekkingen hebben op de familie Bosch van Drakestein. Jelmer Hinlopén zat al in de eerste helft van de negentiende eeuw in de Utrechtse gemeenteraad. Latere nazaten van familie Schorer en Hinlopen kwamen ook nog in begin twintigste eeuw voor in Utrecht en Zeeland waar ze op beide gebieden actief waren in politiek en grondbezit.


Jhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van DrakesteinJhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein

CB.   Jhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein, Heer van Vuursche en Drakestein, gedoopt op 17 december 1799, trouwde met Martha Maria Ancher

CC.   Jkvr. Henrietta Josephina Jaquelina Bosch van Drakestein, gedoopt op 9 september 1801 huwde met Charles Antoine Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Zij was na het overlijden van Paulus eigenaresse van boerderij Rhijn en Molenzicht te Jutphaas aan de Vaartsche Rijn en een boerderij te Willescop

CD.   Jkvr. Paulina Elisabetha Bosch van Drakestein, gedoopt op 7 september 1803, trouwde in 1821 met Hermannus van Sonsbeek. Zij was na het overlijden van haar vader Paulus in 1834 de nieuwe eigenaresse van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer die waren gelegen in de gemeente Odijk.

CE.   Jhr. Henricus (Hendrik) Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd, gedoopt op 27 juni 1805 en overleden in 1883. In het jaar 1840 wonende aan de Drift te Utrecht. Na het overlijden van Paulus in 1834 was hij de nieuwe eigenaar van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer te Houten gelegen in de gemeente Bunnik in de omgeving van de Rijsbruggerweg of Binnenweg.

Jhr. Johannes Gerardus Bosch van DrakesteinJhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein

CF.   Jhr. Carolus Theodorus Johannes (Charles Theodor Jean) Bosch van Drakestein, Heer van Reyerscop en Creuningen, Heer van Sterrenberg, gedoopt 21 juli 1807 en overleden in 1860, trouwde met Leopoldine Antoinette Steenberghe

CG.   Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd, gedoopt 30 juli 1809 en overleden in 1883, trouwde in 1826 Jan Willem Hendrik Bosch (Van Oud-Amelisweerd) (1799-1851) (neef van Paulus Wilhelmus Bosch)

CH.   Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, geboren 5 juli 1811 en overleden in 1883, trouwde met Caroline Wilhelmine Marianne van Hogendorp (1815-1872). Hij koopt zijn geboortehuis Voorstraat 85-87 voor zijn schoonouders. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl

Na het overlijden van zijn vader was hij ook Heer van Bruxvoort in Bennekom Gelderland. En bezat hij een deel van de landerijen die vroeger in de gemeente Cothen aan de Ossenwaard gelegen waren. De gronden behoorde bij boerderij De Hoop die op hun beurt weer tot 21 februari 1811 bij het Utrechtse kapittel Ten DOM behoorde.

CI.   Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, geboren 26 november 1813 en overleden in 1862, trouwde voor de eerste keer in 1839 met Carolina Huberta Maria van Grotenhuis zij overleed in 1860, Gerard Willem trouwde voor de tweede keer in 1861 Geertruida Theresia von Bonninghausen. Gerard Willem was na het overlijden van zijn vader in 1834 de nieuwe eigenaar van boerderij De Grote Geer te Houten.

Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, kocht in 1841 het Landgoed Heeckeren aan, bij het dorp Goor in de hedendaagse gemeente Hof van Twente in de provincie Overijssel. Zijn nazaten verkochten het landgoed in 1898. Bron: beeldbank Gelders Archief.Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, kocht in 1841 het Landgoed Heeckeren aan, bij het dorp Goor in de hedendaagse gemeente Hof van Twente in de provincie Overijssel. Zijn nazaten verkochten het landgoed in 1898. Bron: beeldbank Gelders Archief.
Huis Heeckeren, vroeger ook Huis te Goor genaamd, is een havezate pal ten noorden van de Nederlandse plaats Goor in de gemeente Hof van Twente. Lintelerweg 5 7471LB Goor (gemeente Hof van Twente). Bron: Wikipedia Huis Heeckeren. OverijsselHuis Heeckeren, vroeger ook Huis te Goor genaamd, is een havezate pal ten noorden van de Nederlandse plaats Goor in de gemeente Hof van Twente. Lintelerweg 5 7471LB Goor (gemeente Hof van Twente). Bron: Wikipedia Huis Heeckeren. Overijssel

D.   Cornelia Jacoba Bosch, gedoopt op 5 juli 1773

Bronnen: Huizenaanhetjanskerkhof.nl (Utrecht), Genealogieonline.nl en Delpher.nl

Fabels familie Bosch

Sommige genealogisch websites en historische denken te weten dat Hendrick Willem Bosch (1768-1800) de broer van Paulus Wilhelmus Bosch de oudere tak is van Oud-Amelisweerd en dat die daarom uitgestorven is. Dit is niet juist. De zoon van Paulus die in 1805 werd geboren heet ook Hendrik Willem Bosch genoemd naar zijn 5 jaar eerder overleden oom.

In het Nederland's Adelsboek van 1949 door C.C. Valkenburg E.A. wordt geschreven dat er een oudere tak is van de familie Bosch Oud-Amelisweerd. De schrijver maakt hier een vergissing met de broer van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrick Willem Bosch (1768-1800) die eerder is overleden. Maar die was geen heer van Oud-Amelisweerd. Dat is de zoon van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrik Willem Bosch van Drakestein die in 1805 wordt geboren en in 1883 overlijd. Ook schrijft hij dat er een jongere tak Drakestein is. Die is er niet. Er is een tak Drakestein die zich later splitst in 1893 in de tak Bosch van Oud-Amelisweerd. Als laatste schrijft Valkenburg dat de jongste zoon van Paulus Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein die uit zijn eerste huwelijk kinderen heeft niet geadeld zouden zijn. Dit is onjuist. Vanaf 1829 werd Paulus en zijn gezin geadeld tot jonkheer en jonkvrouw en de daarop volgende nieuw komende generaties. Er is tot nu toe geen bewijs gevonden dat de deze kinderen ontadeld zouden zijn.In het Nederland's Adelsboek van 1949 door C.C. Valkenburg E.A. wordt geschreven dat er een oudere tak is van de familie Bosch Oud-Amelisweerd. De schrijver maakt hier een vergissing met de broer van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrick Willem Bosch (1768-1800) die eerder is overleden. Maar die was geen heer van Oud-Amelisweerd. Dat is de zoon van Paulus Wilhelmus Bosch, Hendrik Willem Bosch van Drakestein die in 1805 wordt geboren en in 1883 overlijd. Ook schrijft hij dat er een jongere tak Drakestein is. Die is er niet. Er is een tak Drakestein die zich later splitst in 1893 in de tak Bosch van Oud-Amelisweerd. Als laatste schrijft Valkenburg dat de jongste zoon van Paulus Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein die uit zijn eerste huwelijk kinderen heeft niet geadeld zouden zijn. Dit is onjuist. Vanaf 1829 werd Paulus en zijn gezin geadeld tot jonkheer en jonkvrouw en de daarop volgende nieuw komende generaties. Er is tot nu toe geen bewijs gevonden dat de deze kinderen ontadeld zouden zijn.


Portret van Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 221192.Portret van Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 221192.

Deze Hendrik Willem wordt in 1829 tezamen met zijn broers en zussen in de adelstand verheven als jonkheer en jonkvrouw. In 1836 mochten ze twee jaar na het overlijden van hun vader Paulus zich officieel Bosch van Drakestein noemen. Hendrik Willem Bosch werd na het overlijden van zijn vader in april 1834 Heer van Oud-Amelisweerd hij sterft uiteindelijk kinderloos in 1883.

Na zijn overlijden komt landgoed Oud-Amelisweerd in handen van zijn zus Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein in 1883 zij overlijd ook in 1883. Elisabeth trouwt in 1826 met haar neef Jan Willem Hendrik Bosch (De zoon van Hendrick Willem Bosch (1768-1800). Hij noemt zich ook Bosch van Oud-Amelisweerd. Uit dit huwelijk kwam zoals je hier boven las een zoon en dochter.

Zoon Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd laat zich bij Koninklijk Besluit te 's-Gravenhage 19 janauari 1893 Nr. 23 verheffen in de adelstand tot jonkheer. Dit zal hij gedaan hebben om de tak Bosch van Oud-Amelisweerd officieel te laten verklaren en door te laten gaan in de familielijn. Alleen eindigt deze wel in 1968 met het overlijden van Jkvr. Marie Therse Bosch van Oud-Amelisweerd. Zii is de kleindochter Wilhelmus Johannes Marie Bosch.

Museum Oud-Amelisweerd, tentoonstelling Napoleon in 2016

Tijdens de tentoonstelling over Napoleon in Nederland op landgoed Oud-Amelisweerd (Museum Oud-Amelisweerd, MOA) was er naast de onder getoonde plattegrond het volgende bordje geplaatst waar het volgende op stond te lezen:

"

Schetsontwerp voor nieuw te bouwen paleis voor
Lodewijk Napoleon, arch alexandre Dufour.
Landhuis Oud-Amelisweerd zichtbaar rechtsonder
op kaart, links daarvan schets nieuwe paleis met in rode arcering/bomen die de aan te leggen zichtas
en laan naar de Dom te Utrecht markeren.

In 1807 besloot Lodewijk Napoleon zijn residentie van Den Haag naar
Utrecht te doen overbrengen. Daarbij behoorde o.a. een grootse buitenplaats en
het oog viel op ,,Ouden Nieuw-Amelisweerd", welke goedren van de
toemalige eigenaren baron Taets van Amerongen en baron Utenhove op
19 en 26 November 1808 voor goed geld (Fl 260.000,-) werden aangekocht.
Terstond gaf Lodewijk Napoleon zijn Hoftuinartictect Alexandre Dufour
(1750-1835) opdracht de aanleg te verfraaien en te moderniseren. Niet minder
dan een achttiental ontwerpen voor een nieuw park zijn er van zijn hand
bewaard gebleven met de bijbehorende begroting van kosten te bedrage van rond
Fl150.000,- met inbegrip van een geheel nieuw paleis. (Glaciéres, jardin du roi,
potager, jardin fleuriste, verger, place, dármes, emplacement de la caserne et
promenades publiques). Voorts zouden er bruggen komen over de Kromme
Rijn, ect. ect. Het noordelijk gedeelte van het park zou opengesteld worden voor
openbaar wandelterrein. Van al deze grandioze plannen is niets gekomen.
Slechts tien dagem verbleef Lodewijk Napoleon op Oud-Amelisweerd namelijk
van 20 tot 30 September 1808, terwijl zijn officieren op Nieuw-Amelisweerd
verbleven. In juni 1810, vlak voor de troonsafstand werden de goederen met
verlies verkocht aan Pieter van Wickevoort Crommelin.
Bron: Oud-Utrecht, 1953 en MOA

Kaart van Maarschalkerweerd (Houten), en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd met het plan om van Amelisweerd een groot park met paleis te maken. Kaart was in december 2016 in Museum Oud Amelisweerd op de zolder te bezichtige. In het midden onder is nog te zien hoe als een van de werken door Utrechtse arbeiders de bocht uit de Koningsweg is gehaald bij de Kovelaarsbrug over de Oud Wulverbroekwetering. De bezanding van de Koningsweg werd destijd ook ter hand genomen. Het land ten westen van de Kovelaarsbrug heette vele eeuwen 'De Kattestaart'. Naar de vorm die het perceel had met de kruisng van Koningsweg en het Rijndijkje/Koppeldijk. Kaart komt uit het depot van het Nationaal Archief te Den Haag.Kaart van Maarschalkerweerd (Houten), en Nieuw-, en Oud-Amelisweerd met het plan om van Amelisweerd een groot park met paleis te maken. Kaart was in december 2016 in Museum Oud Amelisweerd op de zolder te bezichtige. In het midden onder is nog te zien hoe als een van de werken door Utrechtse arbeiders de bocht uit de Koningsweg is gehaald bij de Kovelaarsbrug over de Oud Wulverbroekwetering. De bezanding van de Koningsweg werd destijd ook ter hand genomen. Het land ten westen van de Kovelaarsbrug heette vele eeuwen 'De Kattestaart'. Naar de vorm die het perceel had met de kruisng van Koningsweg en het Rijndijkje/Koppeldijk. Kaart komt uit het depot van het Nationaal Archief te Den Haag.