Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

De Oude Ridderhofstad Heemstede in Jutphaas

Door Leo Wevers, Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Matrijs, 1995.

Aangevuld met diverse afbeeldingen en foto's door SHH uit diverse bronnen.

Kasteel Heemstede in maart 2003. Bron: Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.Kasteel Heemstede in maart 2003. Bron: Fotografie Henk Bol in opdracht van de Provincie Utrecht.

De ridderhofstad Heemstede was gelegen in het westelijk deel van Jutphaas, nabij de grens tussen de gemeenten Houten en Nieuwegein. Heemstede lag op een hoger gelegen stroomrug en dateerde waarschijnlijk uit de tweede helft van de 14de eeuw. In de loop van de 17de eeuw verviel het huis steeds meer. Het werd waarschijnlijk in de loop van de tweede helft van de 17de eeuw gesloopt.

Geschiedenis

Het gebied rond Jutphaas was in de vroege middeleeuwen een landschap van hoger gelegen stroomruggen en lager gelegen kleikommen. Juist op deze stroomruggen ontstonden de eerste nederzettingen, van waaruit later, gedurende de 10de tot 13de eeuw, de achterliggende komgronden ontgonnen werden. Het is mogelijk dat op de stroomrug van Heemstede, mede gezien de ligging en de naam, al vóór de latere grootschalige ontginningen bewoning is geweest. De ligging van Heemstede ten opzichte van de latere ontginningen is zeer markant, daar het juist aan de grens van twee verschillende ontginningen ligt. Het is opmerkelijk dat de oudste bewoningsplaats van Heemstede precies in dit gebied aan de westzijde van de dijk was gesitueerd. Volgens Dekker kan dit worden verklaard doordat de dijk niet de oorspronkelijke westelijke afsluiting van de Heemsteedse ontginning vormt, maar later gelegd was als oostelijke afsluiting van de aangrenzende ontginningseenheid van Jutphaas, door de bestaande Heemsteedse verkaveling heen. Om de grootscheepse ontginning van Jutphaas recht te kunnen beëindigen had men een gedeelte van Heemstede meegenomen in de perceelsuitzetting en herverkaveld. Hierbij bleef men het deel van het oude Heemstede, dat in Jutphaas was komen te liggen, ook Heemstede noemen.

Pas vanaf 1645, na de bouw van het nieuwe huis aan de oostzijde van de Heemstederdijk, wordt - ter onderscheiding hiervan - het middeleeuwse kasteel en ridderhofstad als ‘Oude Heemstede’ aangegeven, zoals op de kaart van De Roij van de provincie Utrecht uit 1696. Pas in het begin van de 14de eeuw vinden wij de eerste schriftelijke gegevens over de kavel, waarop later de ridderhofstad blijkt te staan. In 1339 verkocht Sander van Heemstede aan zijn broer Borre van Heemstede en zijn zwager Hak van Schelluinen al het goed dat zijn broer Nicolaas in leen hield van de heer van Vianen. Uit een latere belening uit de 14de eeuw is bekend dat hiermee een hoeve land (ca. 15 ha) in Jutphaas werd bedoeld. Onder de getuigen komen twee zonen van Borre voor: Elias en

Dirk. Reeds vroeger, in 1323 werd melding gemaakt van een Everard van Heemstede, ridder. Vermoed wordt dat deze Everard een telg was uit het oude Utrechtse geslacht Van Wulven en zich later Van Heemstede is gaan noemen. In 1358 droeg Zweder van Schelluinen de bovengenoemde hoeve land in Jutphaas over aan Borre van Heemstede, mogelijk een kleinzoon van de voorgaande Borre.

Kasteel Heemstede was, toen Roelant Roghman het kasteel ín 1646/47 tekende, reeds lang een ruïne. De tekening geeft te zien dat het middeleeuwse kasteel Heemstede oorspronkelijk een woontoren was, die later werd uitgebreid tot een blokvormig huis. Aan de voet van het huis is de gracht waar te nemen.Kasteel Heemstede was, toen Roelant Roghman het kasteel ín 1646/47 tekende, reeds lang een ruïne. De tekening geeft te zien dat het middeleeuwse kasteel Heemstede oorspronkelijk een woontoren was, die later werd uitgebreid tot een blokvormig huis. Aan de voet van het huis is de gracht waar te nemen.

Hij werd in 1381 door de bisschop van Utrecht beleend met een hoeve land in Heemstede onder Houten, waarop in de 17de eeuw de buitenplaats Heemstede zou worden aangelegd. Zijn zoon, Everard van Heemstede, die leenplichtig was aan de heerlijkheid Vianen, had drie kinderen, Borre, Hildegonda en Sander. Bij zijn dood in 1392 erfde de oudste zoon, Borre, het goed. Op 1 juni van dat jaar werd hij nog beleend met een hoeve land zonder meer.

Twaalf jaar later wordt het kasteel Heemstede voor het eerst expliciet genoemd. Op 22 februari 1404 werd de nicht van Borre, Elsabe Mouwer, echtgenote van Godschalk van Winssen, door de heer van Vianen beleend met een hoeve land ‘mit husinge ende hofstede geheiten die Heemstede’. Dekker meent hieruit te kunnen opmaken dat de ridderhofstad tussen 1392 en 1404 werd gebouwd.

In 1439 was Elsabe overleden en werd Godschalk van Winssen beleend met kasteel Heemstede. Deze familie Van Winssen was een zeer aanzienlijke Utrechtse familie, waarvan leden gedurende de 15de en 16de eeuw vrijwel ononderbroken de ambten van schepen en burgemeester van Utrecht uitoefenden. Door deze functies zullen de Van Winssens meestal in hun stadshuis in de tegenwoordige Herenstraat in Utrecht hebben gewoond. In 1524 werd Godschalk van Winssen eigenaar. In 1536 werd Heemstede als ridderhofstad erkend. Volgens Lisman was Willem II van Winssen, die vanaf 1557 met de ridderhofstad beleend werd, één van de weinige personen die het afgelegen huis min of meer permanent bewoonde.

Wellicht hield dit verband met de woelige tijd van de hervorming, waardoor een verblijf op het platteland voor de rooms-katholiek gebleven Van Winssens, maar ook voor de De Waells van Vronestein, aantrekkelijker was. Willem II van Winssen overleed kinderloos in 1614 en had zijn neef Adriaen van Winssen tot erfgenaam benoemd. Diens dochter Maria van Winssen verkreeg na het overlijden van haar oudste broer in 1640 Heemstede. Samen met haar man Hendrik Pieck bouwde zij in 1645 aan de overzijde van de Heemsteedsedijk het kasteelachtige landhuis Heemstede II. Na haar kinderloos overlijden in 1669 kwam het aan Gerard de Waell van Vronestein. Het zou tot op heden bij het landgoed Heemstede in Houten blijven behoren. Op het ogenblik is het terrein in gezamelijk bezit van twee zusters, Bridget Smits van Oyen-Heijmeijer van Heemstede en Dorethea Beynes-Heijmeijer van Heemstede.

Bouwgeschiedenis

Het terrein waar zich het oude Heemstede bevond, is tegenwoordig als boomgaard in gebruik. Foto Provincie Utrecht (H. Bol), 1995.Het terrein waar zich het oude Heemstede bevond, is tegenwoordig als boomgaard in gebruik. Foto Provincie Utrecht (H. Bol), 1995.

Over het uiterlijk van de ridderhofstad is weinig bekend. De enige betrouwbare topografische afbeelding van het kasteel is de tekening van Roelant Roghman. Deze laat de situatie van het toen reeds tot ruïne vervallen kasteel en zijn omgeving omstreeks 1647 zien. Het betreft een rechthoekige woontoren die drie verdiepingen telde. De tekening van Roghman laat
enkele onregelmatigheden in de gevels zien, die erop zouden kunnen wijzen dat het kasteel mogelijk in twee of meer bouwfasen tot stand was gekomen. De door de zon beschenen gevel laat zich onderverdelen in een rechterdeel, bestaande uit een min of meer zelfstandig bouwblok met een regelmatige verdeling van vier vensters met kloosterkozijnen, en een kleiner linkerdeel met de ingang, dat mogelijk een trappehuis bevatte.


Luchtfoto van Nieuwegein Bedrijventerrein Het Klooster Vuylcop anno 2018. Linksonder van het midden op de foto het terrein waar tot het midden van de zeventiende eeuw het Oude Kasteel Heemstede stond. Foto: Google Maps. Het terrein, gelegen aan de Vuylcop, als vanouds genaamd Luchtfoto van Nieuwegein Bedrijventerrein Het Klooster Vuylcop anno 2018. Linksonder van het midden op de foto het terrein waar tot het midden van de zeventiende eeuw het Oude Kasteel Heemstede stond. Foto: Google Maps. Het terrein, gelegen aan de Vuylcop, als vanouds genaamd "het Oude Heemstede", werd op 17 februari 1920 aangekocht door dhr. Lambertus Josephus Heijmeijer ten overstaan van notaris H.A. Beets te Utrecht van de vroegere eigenaar Petrus Franciscus van Rooijen. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 871, aktenummer: 3186.


Roghman tekende halverwege in de schaduwzijde van het gebouw ook nog een verticale lijn, mogelijk een bouwnaad. Hierdoor wordt de indruk gewekt dat het rechter gedeelte op de voorgrond een kleine woontoren (ca. 7x7m) was, die later aan twee zijden werd vergroot tot een bouwblok van ca. 12 x 12 m. De tekening toont verder nog de kleine terreinverhoging ter plaatse van het gebouw. Sporen van eventuele bijgebouwen zijn echter niet te onderscheiden.

De ruïne verdween in de loop van de tweede helft van de 17de eeuw. Ter plaatse vindt men nu een boomgaard. Vermoedelijk bevinden zich in het perceel nog de resten van de ondering. Omstreeks i960 werden bij een archeologische verkenning enkele bakstenen aangetroffen, die ogenschijnlijk deel uitmaakten van deze fundering15. Het formaat van de gevonden baksteen, 29/30 x 16 x 8 cm, ondersteunt de datering van de woontoren in de 14de eeuw. Gezien de ruïneuze toestand van het gebouw ten tijde van Roghman (1646/1647), mogen we aannemen dat het kasteel na het overlijden van Willem II van Winssen in 1614 niet langer meer werd bewoond. Aangezien het in 1696 nog als het Oude Heemstede op de kaart van De Roy werd aangegeven, zal de ruïne op dat moment nog niet geheel zijn verdwenen.

Gronden behorend bij kasteel Heemstede anno 2019

Gronden behorend bij kasteel Heemstede anno 2019. Bij familie Heijmeijer van Heemstede en Vastgoedbedrijf Lisman en Lisman B.V. Kadasterinformatie Kadaster Nederland.Gronden behorend bij kasteel Heemstede anno 2019. Bij familie Heijmeijer van Heemstede en Vastgoedbedrijf Lisman en Lisman B.V. Kadasterinformatie Kadaster Nederland.

Gronden (groen) anno 21-09-2019 in het bezit op en rondom kasteel Heemstede van vastgoedbedrijf Lisman en Lisman B.V. Gemeente Houten, Sectie E, 3978, 3979, 3980, 3981, 3037, 3038, 3039, 3040, 170, 171, 172, 173, 174, 177, 401, 402 en 407.

Kasteel Heemstede is in het bezit gekomen van Lisman en Lisman B.V. op 26 augustus 2016 ten overstaan van notaris Gerrit Herman Beens te Amersfoort de waarde van de koop van kasteel Heemstede bedroeg 5,2 miljoen euro. Bron: Kadaster Nederland, Hypo4 68907 44.

In oktober 2018 kocht Lisman en Lisman B.V. ook de naastgelegen boerderij naast kasteel Heemstede, Heemsteedseweg 28 (Houten Sectie E, 558) van familie Heijmeijer (J.K. Heijmijer van Heemstede).

Portret van Dorothea (Dorothy) Heijmeijer van Heemstede (1939-) , Jeugdportret van Dorothy Beynes-Heijmeijer van Heemstede, Meisje met speelgoedbeesten en pop. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Dorothea (Dorothy) Heijmeijer van Heemstede (1939-) , Jeugdportret van Dorothy Beynes-Heijmeijer van Heemstede, Meisje met speelgoedbeesten en pop. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Gronden (roze) anno 21-09-2019 in het bezit van Mevr. Dorothea Jennifer Kathrine Beynes- Heijmeijer van Heemstede. Gelegen tussen Kasteel Heemstede en rijkssnelweg A27 en de Nieuwegeinse Golfclub ten zuiden er gelegen van. Gemeente Houten, Sectie E, 152, 153, 157, 158, 160, 392, 394, 395 en 588 (tezamen in het bezit met haar zus Mevr. Bridget Ann Helen Heijmeijer van Heemstede). Bron: Kadaster Nederland Objectlijst rechthebbende.

Begin 2019 werden de laatste gronden van Mevr. Dorothea Jennifer Kathrine Beynes- Heijmeijer van Heemstede aangeboden op Funda in Business met een grond oppervlakte 18 hectare, 56 are en 5 centiare.

Er kunnen aan deze bovenstaande gegevens geen rechten worden ontleend. SHH heeft deze via het Kadaster Nederland verkregen.

Kaart van kasteel en heerlijkheid Heemstede omstreeks 1900. Bron: Archeologische Werkgroep 'Leen de Keijzer'.Kaart van kasteel en heerlijkheid Heemstede omstreeks 1900. Bron: Archeologische Werkgroep 'Leen de Keijzer'.

De Oude Ridderhofstad Heemstede in Jutphaas

Door Leo Wevers, Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Matrijs, 1995.

Aangevuld met diverse afbeeldingen en foto's door SHH uit diverse bronnen.

Het 17de-eeuwse huis Heemstede is gelegen aan de Heemstederdijk in de gemeente Houten. Dít Hollands-dassicistische huis is gerelateerd aan twee verschillende middeleeuwse voorgangers.
Het huis is de opvolger van de voormalige woontoren Oude Heemstede, die ca. 500 m ten westen van het huis was gesitueerd. Het merendeel van de eigenaren van de nieuwe Heemstede
hadden ook nog de kavel van de Oude Heemstede in hun bezit. Daarnaast werd het nieuwe huis gebouwd op het grondgebied, waarop reeds in de 14de eeuw een ‘steenhuse’ moet hebben gestaan.

Geschiedenis

Het gebied ten oosten van de Heemstederdijk, met de oude Heemsteedse ontginning, heeft een bijzondere ontwikkeling geleend. In dit gebied waren verschillende gerechten gelegen,
zoals het gerecht Oud-Wulven en Waaien en het gerecht Wulven. Daarnaast kende dit gebied ook nog een viertal ‘minigerechten’, die het dichtst bij de aan de overzijde van de dijk
gelegen ridderhofstad Heemstede waren gesitueerd. Het ontstaan van deze vier mini-gerechten zou men kunnen plaatsen in het derde kwart van de 13de eeuw.

  • Het huis Heemstede in 1749 getekend door Jan de Beijer vanuit het noorden gezien. Het huis stond niet direct in de gracht, maar was op een klein eiland gebouwd. Part. coll.
  • Het huis Heemstede in 1749 getekend door Jan de Beijer vanuit het zuiden. Het huis stond niet direct in de gracht, maar was op een klein eiland gebouwd. Het voorplein zichtbaar, dat wordt afgesloten door twee langgerekte bouwhuizen. Part. coll.

Waarschijnlijk na het overlijden van Frederik van Drakenburg, die in de bronnen genoemd wordt tussen 1246 en 1263, is het oorspronkelijke leen in vieren gedeeld tussen zijn dochter en drie zonen. In 1347 blijkt op het derde perceel een ‘steenhuse’ te staan, waaronder we in deze tijd
een versterkt huis of misschien een woontoren mogen verstaan. Er is over dit huis helaas niets bekend. Later zou op dezelfde plaats het 17de-eeuwse huis Heemstede worden gebouwd. In
het begin van de 17de eeuw blijkt het perceel aan Adriaen van Winssen toe te behoren. Later, in 1616, een jaar nadat hij de ridderhofstad geërfd had, kocht hij een gedeelte van de rechtsmacht
van de heer van Oud-Wulven en Waaien, werd daarmee beleend en creëerde op deze wijze een nieuw gerecht Heemstede, meteen totale oppervlakte van 134 morgen. Dit nieuwe gerecht, de ambachtsheerlijkheid Heemstede, omvatte de vier bovengenoemde lenen en 68 morgen land uit het gebied van Oud-Wulven en Waaien.

Het is de vraag wat Adriaen van Winssen, die vanaf 1615 zowel over zijn eigen ‘steenhuse’ als over de van zijn oom Willem II van Winssen geërfde ridderhofstad kon beschikken, met zijn nieuwe
gerecht, de ambachtsheerlijkheid Heemstede beoogde. Het is niet uitgesloten dat hij, in 1612 gehuwd met Christina van Schoordyck van Rynauwen, het plan had om zich met zijn gezin
op de nieuwe heerlijkheid te vestigen. Mogelijk had hij toen al bouwplannen voor een nieuw huis, ter vervanging van het ouderwetse en inmiddels al ruïneuze kasteel, maar vooralsnog
zijn hiervoor geen aanwijzingen. Het zou nog tot 1645 duren voordat daadwerkelijk een nieuw huis tot stand kwam. Maria Agnes van Winssen, dochter van Adriaen van Winssen, hertrouwde in 1640 met een telg uit het bekende riddermatige geslacht Pieck, afkomstig uit Beesd. Toen Maria kort daarna alle bezittingen van haar broer Willem erfde, waren voldoende middelen voor de bouw van het nieuwe Hollands-classicistische huis - een halve kilometer oostelijk van de oude ruïne - aanwezig.

Plattegrond van de tuinen van Heemstede. Rond het omgrachte huis (herkenbaar aan de vaste toegangsbrug aan de achterkant) bevinden zich geometrisch aangelegde tuinvakken. Ook tussen het huis en de grote, ronde nijver is een groot aantal vakken met fraaiegeometrische patronen te onderscheiden. In het verlengde van de toegangsbrug strekt de zichtas zich uit tot ver tussen de weilanden en boomgaarden. Kopergravure door Daniël Stoopendaal, ca 1700. mfa, ac 13-133-1.Plattegrond van de tuinen van Heemstede. Rond het omgrachte huis (herkenbaar aan de vaste toegangsbrug aan de achterkant) bevinden zich geometrisch aangelegde tuinvakken. Ook tussen het huis en de grote, ronde nijver is een groot aantal vakken met fraaiegeometrische patronen te onderscheiden. In het verlengde van de toegangsbrug strekt de zichtas zich uit tot ver tussen de weilanden en boomgaarden. Kopergravure door Daniël Stoopendaal, ca 1700. mfa, ac 13-133-1.


Hiertoe besloot het echtpaar redelijk snel, daar in 1645 de bouw in volle gang was. Hun besluit kan waarschijnlijk niet los worden gezien van de omstandigheid dat de oude ridderhofstad,
die waarschijnlijk sinds het overlijden van Willem II van Winssen in 1614 niet meer werd bewoond, inmiddels tot een ruïne was vervallen. Later, in 1655, verkreeg het echtpaar door vererving
nog het stadshuis van de familie De Waell van Vronesteyn op de Plompetorengracht te Utrecht, dat door hen twee jaar later zou worden verbouwd. Hendrick Pieck overleed in 1662. Na de dood van Maria in 1668 ontstond strijd over haar leengoederen. Uiteindelijk werd haar neef Gerard de Waell van Vronesteyn op 16 augustus 1669 beleend met de ridderhofstad Heemstede en de ambachtsheerlijkheid met het nieuwe huis. Reeds elf jaar later verwisselde het huis van eigenaar. Op 4 mei 1680 - de dag waarop hij heer van Heemstede was geworden - droeg J.L. graaf van der Nath
Heemstede direct aan Diderick van Velthuysen over.

Kort daarop, op 14 juni 1680, werd Van Velthuysen bovendien met de ambachtsheerlijkheid beleend. Diderick was het enige kind uit het tweede huwelijk van Frederick van Velthuysen met Johanna van der Straten. Op 7 juli 1678
trad hij te Maarssen in het huwelijk met Alida de Graeff (1651-1738). Deze Alida de Graeff was ook afkomstig uit een zeer aanzienlijke familie. Zij was de dochter van de Amsterdamse
burgemeester mr. Andries de Graeff en Elisabeth Bicker van Swieten. Door dit huwelijk nam de status van Van Velthuysen in aanzien toe. Diderick van Velthuysen heeft in de periode 1680-
1700 het huis, de interieurs en de tuinen volledig gemoderniseerd en uitgebreid, zodat één van Nederlands fraaiste buitenplaatsen ontstond. Na zijn overlijden, op 20 juli 1716, was de glorietijd van Heemstede grotendeels voorbij. De latere eigenaars en bewoners brachten relatief weinig veranderingen meer aan en de tuinen werden sterk vereenvoudigd. Omstreeks 1720 kwam het huis
met de ambachtsheerlijkheid en de ridderhofstad in het bezit van mr. Cornells Quint. Deze neef van Van Velthuysen had geen belangstelling voor deze bezittingen van zijn oom en droeg ze binnen enkele dagen over aan Antonij Torck. Torck zal weinig oog - en waarschijnlijk ook geen geld - voor Van Velthuysens schepping hebben gehad en heeft diverse tuinonderdelen verwijderd en verkocht.

Reeds in 1723 werd het landgoed overgedragen aan Esaye Gillot. Deze hugenoot was gehuwd met Madelaine Desormeaux, een Waalse predikantsdochter afkomstig uit Haarlem. Esaye Gillot
herstelde de verwaarloosde en deels vernielde tuinen weer in grote lijnen en liet enkele moderniseringen uitvoeren. De heerlijkheid bleef gedurende drie generaties in handen van deze
familie tot 1793, toen het huis werd verkocht. Jan Hendrik Mosch, de nieuwe eigenaar, vestigde zich met zijn echtgenote Catharina Rençon en hun twee kinderen Jan Hendrik en Sophia in mei 1793 op Heemstede. De heerlijkheid bleef nog tot 1837 in het bezit van deze familie, waarna ze werd geveild. Gedurende de 19de en het begin van de 20ste eeuw was de ambachtsheerlijkheid in het bezit van de familie Van den Berch van Heemstede. Deze familie verbleef echter zelden op Heemstede en het huis werd dan ook in de periode 1837-1919 verhuurd aan de families Royaards, Waller, Plate en Van
Rappard.

Na het overlijden van jhr. mr. Laurens van den Berch van Heemstede (4 mei 1918) zou het landgoed wederom in het openbaar worden verkocht op 21 juni 1919, maar reeds één maand eerder werd Lambertus Josephus Heijmeijer op 28 mei onderhands koper. Door de vervroegde verkoop van Heemstede werd de geplande veiling afgelast. Hierdoor kon worden voorkomen dat huis en interieurs eventueel afzonderlijk zouden worden verkocht, hetgeen een enorme verarming voor het buitenhuis zou hebben betekend.

De familie Heijmeijer had het huis gekocht als buitenverblijf om het drukke Amsterdamse stadsleven te ontvluchten. De Heijmeijers bleven Heemstede als zomerverblijf gebruiken tot in
de járen zestig. Toen de heer Heijmeijer op 10 maart 1966 overleed werd de toekomst voor de buitenplaats weer onzeker. Uiteindelijk slaagden de erven Heijmeijer van Heemstede erin
om het huis op 17 januari 1973 te verkopen aan de stichtingen Medische Bibliotheek te Amsterdam en Medical Library Foundation te Zürich. Zij kochten het huis met ruim 5 ha tuin, met de bedoeling het als bibliotheek- en conferentiecentrum te gaan gebruiken. De overige grond bleef in bezit van de familie Heijmeijer. Ondanks alle plannen is er nooit een conferentieoord gekomen, en het gerestaureerde huis kwam weer leeg te staan.

Op zaterdag 10 januari 1987 brandde het huis voor een belangrijk deel af. De Stichting Medische Bibliotheek verkocht het huis met 5 ha grond op 26 november 1987 aan de projectontwikkelaar
Imanagement bv, die het later weer onderbracht bij een dochtermaatschappij, De Heemstede Projecten bv te Nieuwegein. Onder leiding van architectenbureau Van Hoogevest wordt nu gewerkt aan een plan, dat voorziet in herstel van het exterieur van het huis enerzijds en sloop van de
bouwhuizen en interieurs anderzijds, ten behoeve van een congrescentrum met hotelaccommodatie.

De hal of voorhuis van het huis Heemstede gezien naar het noordwesten, vóór de brand. Het jachtstilleven is een van de vier jachtstillevens die gespaard bleven. Het plafond bestaat uitgestucte balken die met fraai gesneden sleutelstukken zijn versierd. Foto rdmz (G.Th. Delemarre), 1959, neg.nr. 50.397. Heden via de beeldbank van het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) te Amersfoort op te vragen en te bekijken.De hal of voorhuis van het huis Heemstede gezien naar het noordwesten, vóór de brand. Het jachtstilleven is een van de vier jachtstillevens die gespaard bleven. Het plafond bestaat uitgestucte balken die met fraai gesneden sleutelstukken zijn versierd. Foto rdmz (G.Th. Delemarre), 1959, neg.nr. 50.397. Heden via de beeldbank van het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) te Amersfoort op te vragen en te bekijken.

Van het in 1347 genoemde ‘steenhuse’ zijn vrijwel geen bouwkundige gegevens bekend. Het gebouw, mogelijk een woontoren, kan uit de 14de eeuw dateren. Het is niet duidelijk wanneer
het gebouw verdwenen is en ook de plaats ten opzichte van het huidige huis is niet bekend. Wel staat vast dat er geen middeleeuws muurwerk in het huidige gebouw aanwezig is. Het huidige huis Heemstede werd in opdracht van Maria van Winssen en Hendrick Pieck omstreeks 1645 in Hollands-classicistische stijl gebouwd. Het huis bezit een vrijwel vierkante plattegrond
(17,8 x 18,9 m), met op de hoeken vier zeshoekige torens.

De bijna vierkante, centraliserende plattegrond met de vier gelijkvormige hoekvertrekken en een achthoek doen een centrale ruimte vermoeden. Er is echter voor een driebeukige plattegrond
gekozen. In de middenbeuk kwam een vierkante hal, zodat direct daarachter plaats ontstond voor de grote zaal19. Op de plaats van de veronderstelde centrale ruimte werd echter een zware schoorsteenwand aangebracht. In de twee zijbeuken kwamen tussen de hoektorenvertrekken eenvoudiger rechthoekige vertrekken.

De huidige vensteropeningen en dagkanten komen vrijwel exact overeen met die van vroeger, uit 1645. Alleen de kelderverdieping en de hoektorens op de hoger gelegen zolderverdiepingen
bezitten nog originele kozijnen, terwijl de kruiskozijnen van de hoofdverdiepingen later zijn vervangen door schuifvensters. De niet geheel vierkante plattegrond laat geen gelijke gevelbehandeling toe, zodat de voor- en achtergevel door drie vensters worden opgedeeld en de zijgevels door twee. De voorgevel onderscheidt zich van de andere gevels door de aanwezigheid
van de hoofdingang met de daarboven gelegen erker. De aan de bovenzijde halfronde eiken deur is gevat in een zandstenen omlijsting, bestaande uit een kroonlijst, gedragen door twee Toscaanse halfzuilen. In het fries is in Romeinse cijfers het bouwjaar aangebracht: MDCXLV. Boven de entree bevinden zich twee consoles, waarop via een korfboog de erker rust. Op de zandstenen consoles treft men de wapens van de bouwheer en -vrouwe van Heemstede aan; links het wapen van Hendrick
Pieclc en rechts dat van Maria Agnes van Winssen.

Deze foto van het huis Heemstede uit 1946 geeft een goed beeld van het huis vóór de fatale brand van 1987. De arkel boven de ingang is een verwijzing naar een middeleeuwse mezekouw. Foto rdmz (Antonietti), 1946, neg.nr. 24.293. Heden via de beeldbank van het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) te Amersfoort op te vragen en te bekijken.Deze foto van het huis Heemstede uit 1946 geeft een goed beeld van het huis vóór de fatale brand van 1987. De arkel boven de ingang is een verwijzing naar een middeleeuwse mezekouw. Foto rdmz (Antonietti), 1946, neg.nr. 24.293. Heden via de beeldbank van het RCE (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) te Amersfoort op te vragen en te bekijken.

De daken waren met leien in Rijndekking afgewerkt. De hoektorens werden afgedekt door eenvoudige zeshoekige torenspitsen met aankapping. De dakvlakken onder het verhoogde middendeel waren elk door een dakkapel in het midden onderbroken. Het gebouw werd aan de bovenzijde beëindigd door een fraaie stervormige schoorsteen. Op de zandstenen kroonlijst stond
een indrukwekkende smeedijzeren schoorsteen bekroning met een windvaan.

De bouwconstructie van het huis laat twee overspanningsrichtingen zien: de overspanning tussen de bouwmuren van de driebeukige plattegrond en één hier haaks op. Op de kelderverdieping met ribloze kruisgewelven en moerbalken met troggewelfjes en op de eerste verdieping werden de ruimten telkens tussen de bouwmuren overspannen, terwijl op de begane grond juist over de lengterichting der vertrekken moerbalken werden aangebracht. Dit laatste werd wellicht bewust gedaan om alle gevels gelijkmatig te belasten, en mogelijk tevens vanwege de optische werking in de representatieve ruimten. Van het oorspronkelijke interieur zijn de kelders en de hal - met een indeling met getoogde nissen - nog bewaard gebleven, terwijl de haard met rankenversieringen in de salon bij de brand van 1987 verloren ging.

De architectuur van het huis Heemstede is bijzonder, daar deze door een drietal invloeden wordt gekenmerkt. Het huis met zijn compacte plattegrond vertoont tekenen van een centrale aanleg,
waarbij vergelijkingen met andere Hollands-classicistische huizen zoals Oldenaller, Hofwijck en Drakestein kunnen worden gemaakt. Ook werd het huis beïnvloed door de typisch Utrechtse
i7de-eeuwse bouwtraditie, waarbij de status van de edelman en de riddermatigheid benadrukt worden door het aanbrengen van kasteelachtige elementen, met name torens. Ten slotte is ook de
invloed van de driebeukige plattegrond met appartementsindeling waarneembaar.

  • Voorkant van de brochure van notaris Hendricus Adrianus Beets voor de veiling van Kasteel Heemstede op 21 juni 1919. De werkelijk verkoop vond plaats op 1 september 1919. Bron: SHH archief.
  • Voorkant van het tijdschrift Buiten van 7 juni 1919 met een artikel over de historie van Kasteel Heemstede. Artikel gewijd aan de periode van verkoop op 21 juni 1919. Bron: SHH archief.
  • Bladzijde van het tijdschrift Buiten van 7 juni 1919 met een artikel over de historie van Kasteel Heemstede. Artikel gewijd aan de periode van verkoop op 21 juni 1919. Bron: SHH archief.


De tweede bouwfase wordt gevormd door de moderniseringen van Diderick van Velthuysen, in de periode 1680-1700. Na de vernieuwingen en uitbreidingen der tuinen, werd ook het huis
inwendig vernieuwd. Een vergelijkend onderzoek van interieurs laat zien dat het huis pas omstreeks 1695-98 werd gemoderniseerd. Het aanbrengen van schuifvensters was hierbij zowel
voor het interieur als exterieur een belangrijk element. Op de begane grond werden hal, kapel, salon, grote zaal, eetkamer en trappehuis geheel vernieuwd. De hal werd aangepast door aftimmering van het kinderbintenplafond en een versiering met acanthusbladeren. In de oude nissen liet Van Velthuysen vier jachtschilderingen aanbrengen. De kapel - mogelijk ook de ruimte voor de oorspronkelijke kapel van de familie Van Winssen - kreeg zeer fraaie betimmeringen met marquetterie. In de salon werden de betimmeringen waarschijnlijk aangepast aan een drietal doeken, met voorstellingen van Arcadische landschappen, waarvan er twee aan Isaac de Moucheron worden toegeschreven.

De grote zaal werd geheel vernieuwd en kreeg een bijzondere betimmering met gecanneleerde pilasters. De betimmering werd grijs en rood gemarmerd. Ook waren er nog enkele schilderstukken. De eetsalon was qua detaillering gelijk aan de er tegenover gelegen salon en werd verder gekenmerkt door de zogenaamde ‘omgeknikte’ pilasters met Korinthische kapitelen. Het laatste belangrijke vertrek op de hoofdverdieping dat gemoderniseerd werd was het trappehuis. Hier liet Van Velthuysen de vloeren verwijderen, zodat de mogelijkheid ontstond om een ronde en open ruimte met een koepelgewelf te creëren. Met name de rijke detaillering van de betimmeringen en de vormgeving van de grote zaal met onder andere gemarmerde pilasters rechtvaardigen een toeschrijving aan Daniel Marot.

Het huis werd vanaf de 18de eeuw vrijwel niet meer gewijzigd. Gedurende de 20ste eeuw werd het huis drie maal gerestaureerd: in 1905, 1919 en 1973. De brand van 1987 verwoestte de gehele kapconstructie en de interieurs van de grote zaal en de salon. Het huis wacht sindsdien op herstel.

Plattegrond van Heemstede op kelderniueau en van de begane grond. Tekeningen R.G. Bosch van Drakestein naar ir N.C.G.M. van de Rijt, 1973.Plattegrond van Heemstede op kelderniueau en van de begane grond. Tekeningen R.G. Bosch van Drakestein naar ir N.C.G.M. van de Rijt, 1973.

Omgeving

Het huis is gelegen binnen een omgrachting, op een vrijwel vierkant eiland met afgeschuinde hoeken. Dit eiland is toegankelijk via een brug op drie pijlers, waartussen zich oorspronkelijk
gemetselde bogen bevonden. Voor het huis strekt zich het voorplein uit, dat aan de voorzijde wordt afgesloten door twee bouwhuizen. Van deze bouwhuizen is het noordelijke - de tuinmanswoning
— een ruïne, terwijl het zuidelijke — het koetshuis dat in 1905 door architect Van Nieukerken werd gereconstrueerd — zeer slecht is onderhouden. Het zorgvuldig ontworpen buitenhuis was gesitueerd in een fraaie Hollandse tuin. Deze tuin werd gekenmerkt door een eenvoudige aanleg, waarbij de nog bestaande weilandverkavelingrond om het huis laat zien dat men hiervoor twee vrijwel gelijke
‘slagen’ had samengevoegd. Hierin werd het huis op de centrale symmetrie-as geplaatst, dus ter plaatse van de voormalige sloot die de twee slagen vroeger scheidde. De tuinstructuur werd waarschijnlijk aangelegd op basis van een moduul van 5x5 Utrechtse roede, waarin de pas later afgebeelde de parterres, sterrenbos en moestuin mogelijk al voorkwamen.

Diderickvan Velthuysen liet de buitenplaats moderniseren in de periode 1680-1700. Hierbij werd eerst de oude tuin rondom het huis vernieuwd, terwijl deze pas waarschijnlijk na 1690 verder
werd uitgebreid in oostelijke richting. De tuin, oranjerie, parterres, vijvers, paviljoen, sterrenbos, moestuin en boomgaarden werden getekend door Isaac de Moucheron en beschreven in
hofdichten van Lucas Rotgans en Adriaan Reets. Ze geven tezamen een goed beeld van de tuin.
Na het overlijden van Diderick van Velthuysen werd de buitenplaats niet meer gemoderniseerd, doch slechts vereenvoudigd. Met name gold dit de tuinen; deze werden alleen door Esaye
Gillot aanzienlijk verbeterd, terwijl de latere eigenaars uitsluitend versoberingen doorvoerden. Tegenwoordig is de tuinaanleg direct rondom het huis nog goed te herkennen; hiervan resten
nog de lanen rondom het huis, de ovale vijver met exedravormige beëindiging, diverse tuinmuren en een oude beukenhaag. Van het oostelijke deel van de tuin - nu benut als weiland - resten
tegenwoordig nog slechts enkele vijvers in de weilanden.

Familie Heijmeijer van Heemstede

Familiewapen Heijmeijer van Heemstede. Bron: CBG Cbgfamiliewapens.nl, collectienummer: 1807.Familiewapen Heijmeijer van Heemstede. Bron: CBG Cbgfamiliewapens.nl, collectienummer: 1807.

Heijmeijer (ook: Van Haare Heijmeijer) is de naam van een van oorsprong Westfaals geslacht waarvan een lid zich in 1764 in Kampen vestigde en die daarmee de stamvader van de Nederlandse tak werd.
Geschiedenis

De stamreeks begint met Johannes Heijmeijer die landeigenaar was te Westerloh en lid was van de senaat van het land van Delbrück; hij overleed in 1674. Zijn nazaat Johannes Liborius Heijmeijer (1734-1796) werd op 14 juni 1764 grootburger van Kampen en trouwde daar tien dagen later.

In 1919 kocht een nazaat de ridderhofstad met kasteel Heemstede en leden van de familie zijn sindsdien heer of vrouwe van/in Heemstede.

Het geslacht werd in 1995 opgenomen in het Nederlands Patriciaat.

De naambetekenis van Heijmeijer van Heemstede is: Hei komt van heide, en meijer betekend huurder of rentmeester. Betekenis wordt dan Rentmeester van de heide of pachter (huurder) van een stuk heidegrond.

De naam Heemstede betekend: Heem is woonplaats of vestingsplaats, stede is een huis.

De betekenis is dan: Vestigingsplaats bij een huis

De naam Heijmeijer van Heemstede betekend dan letterlijk genomen:

Rentmeester van de heide van Vestingsplaats bij een huis of 

pachter (huurder) van een stuk heidegrond van Vestingsplaats bij een huis

Enkele telgen van familie Heijmeijer van Heemstede

1. Johannes Liborius Heijmeijer (1734-1796), vestigde zich te Kampen, meester-kleermaker

2. Bernardus Josephus Heijmeijer (1767-1848), koopman in granen, organist van de Waalse kerk te Kampen

3. Johannes Liborius Heijmeijer (1798-1841), organist, muziekmeester te Harlingen

4. Lambertus Josephus Heijmeijer (1801-1879), koopman in granen

5. Bernardus Josephus Heijmeijer (1830-1901), koopman in granen

6. Lambertus Josephus Heijmeijer, heer van Heemstede (1861-1932), oprichter 1884 en president-directeur Vereenigde Jute en Cocosfabrieken van L.J. Heijmeijer N.V., kocht in 1919 kasteel Heemstede

Portret van Lambertus Josephus Heijmeijer (van Heemstede) (1861-1932). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Lambertus Josephus Heijmeijer (van Heemstede) (1861-1932). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

7. Henricus Adrianus Josephus Maria Heijmeijer, heer van Heemstede (1892-1966), ondernemer en consul; trouwde in 1930 Dorothea Hemelrijk, vrouwe in Heemstede 1979- (1905-1986)


8. Dorothea Jennifer Kathrine Heijmeijer, vrouwe in Heemstede 1966 - (22-09-1939), oprichtster en voorzitster van de Stichting Heijmeijer van Heemstede (Amsterdam) ten behoeve van de restauratie van monumenten

9. Hubertus Cornelius Hermanus Maria van Haare Heijmeijer (1897-1972), directeur Verenigde Fabrieken van L.J. Heijmeijer N.V., verkreeg naamswijziging bij KB van 10 juli 1969, nr. 74, tot van Haare Heijmeijer en werd zo de stamvader van de tak met die naam

10. Josephus Ignatius Antonius Maria Heijmeijer, heer van Wylré (1902-1980)

11. Cornelius Petrus Heijmeijer (1831-1919), oprichter en lid firma C.P. Heijmeijer & Zoon, groothandel in granen en levensmiddelen te Amsterdam

12.Bastiaan Heijmeijer (1859-1938), lid firma C.P. Heijmeijer & Zoon

13. Prof. dr. Cornelius Petrus Heijmeijer (1890-1978), priester, hoogleraar moraaltheologie te Maastricht

14. Mr. Johannes Baptist Joseph Heijmeijer (1895-1955), vicepresident gerechtshof Leeuwarden; trouwde in 1922 met Josephina Catharina Maria Croon (1899-1981), lid gemeenteraad van Leeuwarden.

Bron: Wikipedia.nl