Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Van Westrenen

Familiewapen Van WestrenenFamiliewapen Van Westrenen

Omwille van het nageslacht

Familiewapensteen Van Westrenen te Utrecht aan de gevel van Plompetorengracht nr. 5 Bron: Wikipedia.org.Familiewapensteen Van Westrenen te Utrecht aan de gevel van Plompetorengracht nr. 5 Bron: Wikipedia.org.

Een portret van de stichters van de Familiebeurs Van Westrenen

Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe

en de tijd waarin zij leefden

Geschreven door Arie Noordermeer, uitgave door de Familiebeurs Van Westrenen, 1999, Utrecht.

Aangevuld met diverse afbeeldingen en foto's door SHH uit diverse bronnen.

Het geslacht van Westrenen
Herkomst van het geslacht

Zowel in de Neder Betuwe als ten westen van Amersfoort komt de naam Van Westrenen reeds in de 15e eeuw veelvuldig voor. Hendrik Janszoon, de oudst bekende voorouder van Jan Jacob van Westrenen, schrijft zijn naam als Van West Rhenen en komt uit Amersfoort. Hij is de stamvader van het Utrechtse regentengeslacht. Ondanks een gestaag toenemend aanzien en bezit - met onze Jan Jacob als absoluut hoogtepunt - lijkt de hele familie gehuld in stilte. Een enkel wapen op een gevel in de Utrechtse binnenstad, een imposant grafmonument in de Jacobikerk en een gedenkpenning geven ons weinig inzicht in het persoonlijke leven en streven van de Van Westrenens. Klaarblijkelijk hecht dit juristengeslacht vooral waarde aan stukken met een rechtsgeldige kracht zoals huwelijkscontracten, testamenten en eigendomsbewijzen.

Hendrik Janszn. van Westrenen   X   Benedicta van Malsen

V

Johan van Westrenen   X   Wendelmoed van Cleeff

V

Arnout van Westrenen   X   Anna Pellicorne

V

Johan van Westrenen   X   Anna de Pellicorne

V

Arnoud van Westrenen   X   Elisabeth van Alderwereld

V

Jan Jacob van Westrenen   X   Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe

In het Familiearchief Van Westrenen, gedeponeerd in het Rijksarchief
van de provincie Utrecht, heden Het Utrechts Archief. Bevindt zich een incomplete stamboom waarop een mysterieuze aanduiding staat: “practische afstamming van het geslacht Van Westrenen, eertijds genaamd Duwer”. De betekenis van deze opmerking is vaag. Tussen 1387 en 1522 waren er schepenen in Amersfoort die een bijna gelijk wapen gebruikten. Kennelijk veronderstellen sommigen daarom dat het Geslacht Van Westrenen een voortzetting is van een oudere familie, genaamd DUWER. De wijzigingen van naam en wapen zouden dan te maken kunnen hebben met de overgang van deze familie van het katholicisme naar het protestantisme.

De oudste bekende Van Westrenen

Van Hendrik Janszn. Van Westrenen is weinig bekend. Zijn zoon Johan is de eerste in een lange rij van nakomelingen die hoge posities vervult. Hij is schepen van Utrecht, rentmeester van de Utrechtse Domeinen en Jan Jacob van Westrenen gecommitteerde van de Generaliteitsrekenkamer. Ook zijn zuster en zijn dochters huwen reeds in het begin van de 17e eeuw met vooraanstaande burgers: een doctor in de medicijnen, een maarschalk en de secretaris van de stad Culemborg.

Arnout, de in 1592 geboren zoon van Johan van Westrenen en Wendelmoed van Cleeff, is de eerste van wie kerkelijke functies worden genoemd.

De grootvader van Jan Jacob van Westrenen, advocaat aan het Hof van Utrecht, was gehuwd met Anna de Pellicorne - overigens een van de vele huwelijksverbintenissen tussen de families. Deze Anna is een van de oudste leden uit de familie van wie we vrij nauwkeurig weten hoe ze eruit zag. Jan de Pellicorne heeft namelijk de opdracht gegeven voor het vervaardigen van twee schilderstukken. Op het ene doek is hijzelf afgebeeld met zijn zoon Gaspard. Op het ander doek staat zijn vrouwe Suzanna van Cóllen met hun dochter Anna de Pellicorne afgebeeld. Deze jonge Anna is de grootmoeder van Jan Jacob. De schilderstukken zijn - vanwege het feit dat ze lange tijd ten onrechte als werken van Rembrandt van Rijn werden aangezien - beroemd geworden. Ze werden later aangekocht door Koning Willem II (overleden in 1849) zijn ze voor 36.000 gulden gekocht door Lord Herford uit Groot-Brittannië.

Begraven in de kerk

Het beroep van Arnoud, de vader van Jan Jacob is ook raadsheer bij het Hof van Utrecht. Arnoud huwt met Elisabeth van Alderwereld.

Portret van Jan Jacob van Westrenen (1685-1769) Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jan Jacob van Westrenen (1685-1769) Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Haar uitvaart moet een indrukwekkende plechtigheid zijn geweest. In het begraafboek van de Jacobikerk lezen we met 16 dragers, 6 knechts, de wapens gehangen, anderhalf uer beluijt met groot geluij en te laet in de kerk. Wat ontbreekt is welk type baar werd gebruikt en de mededeling hoeveel ellen gescheurd laken er gebruikt werden. Uit dergelijke gegevens kunnen we iets te weten komen over de status van de overledene. Voor zover de mededelingen enige toelichting behoeven: wapens gehangen, slaat op de familiewapens van de overledene. Men liet bij de meubelmaker een houten bord maken en bracht hierop het familiewapen aan. Aan de vorm van zo'n bord kon je zien of het om een man (schildvorm), een gehuwde vrouw (ovaal) of een ongehuwde vrouw
(ruitvorm) ging. Het ophangen van deze borden bij het graf kostte geld dat weer werd besteed ten behoeve van de van armen. In het midden van de 18e eeuw hingen er zo'n 230 wapenborden in de Jacobikerk. Nog niets vergeleken bij de

Buurkerk waar er in die tijd wel 580 hingen. De meeste van deze rouwborden hebben de Franse Revolutie niet goed overleefd. Het aantal ellen laken dat werd gebruikt had uiteraard ook zijn prijs. Zo'n laken werd gescheurd en het afgescheurde deel kwam dan ten goede aan instellingen voor weeskinderen of armenzorg. Hoe meer laken er was, des te meer kon je afscheuren voor het goede doel. Voor het luiden van de klokken, zowel welke klok als de duur ervan, golden vaste tarieven. Dit waren inkomsten voor de kerk zelf. Te laat komen wordt in sommige kringen nog
steeds ervaren als vorm van deftigheid, kennelijk gold dat zelfs voor iemands begrafenis.

Geboortehuis van Jan Jacob

De ouders van Jan Jacob wonen aan de Domstraat 4, een groot en voor die tijd modern huis. Het huis dat nog steeds bestaat, is ook wel bekend als Huis van De Beaufort. Het is gebouwd in de eerste helft van de achttiende eeuw. Het tweebeukige dwars gebouwde huis wordt beschouwd als een zeldzaam voorbeeld van achttiende eeuwse nieuwbouw.

Bij dit huis behoort ook het koetshuis dat als ingang Achter Sint Pieter 9 heeft. In ieder geval tot aan het begin van deze eeuw (twintigste eeuw)  heeft boven de ingang een afbeelding gehangen van het alliantiewapen van de families Van Westrenen en Van Ommeren. Dit echtpaar is namelijk de derde generatie Van Westrenen die dit huis bewoont. Maar eerst terug naar de jeugd van Jan Jacob van Westrenen. Hij wordt geboren als vijfde kind in het gezin van Arnoud van Westrenen en Elisabeth van Alderwereld. De exacte geboortedatum is lastig te achterhalen op het feit dat hij op 8 maart 1685 in de Jacobikerk ten doop wordt gehouden, moet hij enkele dagen daarvoor zijn geboren.
Enige jaren later wordt aan de Amsterdamse Fluwelenburgwal, in het gezin van de wisselhandelaar Jan Frederic Mamuche behorend tot een Hugenotengeslacht, de geboorte van het eerste kind gevierd: Johanna Catharina Mamuchet. Later volgt in dit gezin nog een zoon, die ongehuwd is overleden. Over hun jeugd is vrij weinig bekend. Vermoedelijk zal Johanna Catharina 's winters zijn opgegroeid in de stad en ‘s zomers in De Bilt, nadat
haar vader daar het landgoed Houdringe had gesticht. Jan Jacob zal vooral in Utrecht gewoond en gestudeerd hebben. Op 17 juni 1706 rondt hij zijn rechtenstudie af en twee dagen later wordt hij officieel beëdigd als advocaat
aan het Hof van Utrecht.

Zijn huwelijk met Johanna Catharina

Als we weten dat ook Jean Frederic Mamuchet een pand bezat aan de Domstraat, kunnen we concluderen dat Jan Jacob trouwt met zijn buurmeisje. Ze zijn nog betrekkelijk jong als ze trouwen: Johanna Catharina is 19 jaar en
Jan Jacob is 24 jaar. Maar, ze moeten elkaar al vele jaren voor hun huwelijk hebben gekend. Beiden waren ten tijde hun huwelijk reeds zeer vermogend. Uit de huwelijkse voorwaarden blijkt dat hun gezamenlijk bezit alleen al
aan roerende goederen op zo'n kleine 100.000 gulden wordt geschat. In de zomer van 1709 is het zeer fraaie landgoed Houdringe het decor voor de bruiloft die op luisterrijke wijze wordt gevierd. In de betere kringen was het
(laten) maken van een gelegenheidsvers een veel voorkomend gebruik. Zo ook bij onze hoofdpersonen. Hun trouwzang is bewaard gebleven en spreekt ook over deze luister: "De Biltse Steenstraat, groen van palm, Laat haar geschal luidruftig hooren:"

Akte van Ondertrouw van Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet.Akte van Ondertrouw van Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet.

Bijna een jaar na hun huwelijk, op l augustus 1710 vieren zij de geboorte van hun eerste kind: Anna Elisabeth van Westrenen. Deze geboorte was vermoedelijk gecompliceerd. Zij werd namelijk geboren en gedoopt in het Krame Gasthuis dat aan de Buurkerk verbonden was. In juni van dat jaar, dus nog vóór Anna Elisabeth's geboorte, regelen ze bij de notaris de voogdij over de kinderen, in het geval een of beide ouders vroegtijdig zou komen te overlijden. Het is niet bekend of ze daar meteen na hun huwelijk zijn gaan wonen, maar in 1712 woont het echtpaar aan de Jansdam, waar hun tweede kind wordt geboren: Jan André van Westrenen. Enkele jaren later woont het jonge gezin aan het Domskerkhof. Hier wordt hun derde kind geboren: Philips Leonard van Westrenen. Het is zeker dat zij er in 1722 nog wonen omdat in dat jaar hun huis en dat van hun buren wordt uitgebouwd
In 1715 maakt Jan Jacob promotie: van Advocaat aan het Hof wordt hij beëdigd als Raad Ordinaris bij den Edele
Hove van Utrecht
wat zoveel wil zeggen als raadsheer. Hij sprak dus, samen met anderen, recht. Een functie die hij meer dan vijftig jaren zal vervullen. Deze beroepskeuze was niet verwonderlijk voor hem, want zijn vader en grootvader hadden deze functie ook al bekleed. En nog velen van zijn nakomelingen verkiezen een positie in de magistratuur.

Toename van macht en rijkdom

Als Jan Jacob 31 jaar is, overlijdt zijn vader op 66-jarige leeftijd. Hij erft in ruime mate. Maar ook door zijn eigen handelen blijft het kapitaal van Jan Jacob zich royaal uitbreiden, zowel in termen van onroerend goed als in geld en waardepapieren. Er zijn vele tientallen notariële akten waarin Jan Jacob de meest uiteenlopende zaken en belangen regelt. Een van de manieren waarop hij zijn geld verdient was het kopen van aandelen in V.O.C.-acties, zoals blijkt uit een notariële akte uit 1717.
Op 6 maart 1718 begroeten Jan Jacob en Johanna Catharina hun tweede zoon: Arnout van Westrenen. Maar, lang duurt dit geluk niet, want dit kind overlijdt als het slechts vijf maanden oud is. Het lijken wel jaren van ramp spoed die volgen, want ook hun vijfde kind, Clara Suzanna van Westrenen wordt maar drie weken oud. Geld maakt niet gelukkig. Het is dan ook in zekere zin wrang dat Jan Jacob juist in 1720 een zeer royale erfenis verwerft van Samuel Gilles, de tweede echtgenoot van zijn grootmoeder. In 1721 wordt hun zesde kind, Catharina Johanna van Westrenen, geboren en nog twee jaar later hun zevende kind, Helena Philippina van Westrenen. In 1724 wordt een zoon geboren die vernoemd wordt naar de zes jaar eerdere overleden zoon: Arnoud van Westrenen. In 1725 moeten Jan Jacob en Johanna Catharina opnieuw een kind aan de dood prijsgeven: Catharina Johanna overlijdt, amper drie jaar oud. Vroege kindersterfte was statistisch gezien weliswaar veel voorkomend, maar toch moet het elke toegewijde ouder zwaar vallen om een kind ten grave te moeten dragen.

Kanunnik en Deken van het Kapittel

Ergens in het begin van de 18e eeuw komt in de statige kapittelzaal van de Dom de plenaire vergadering bijeen van het Kapittel van Oudmunster. In deze zelfde fraaie zaal kwam in 1579 de Unie van Utrecht tot stand. Het is een belangrijk moment voor het Kapittel van Oudmunster, want een nieuw lid doet zijn intrede. De nieuweling treedt schuchter naar voren, krijgt zijn vaste plaats toegewezen door de deken en legt vervolgens de gebruikelijke eed af. Daarna wordt de vredeskus gewisseld met alle kapittelbroeders. Waarschijnlijk is het zo ook Jan Jacob vergaan. Een van de nevenfuncties van Jan Jacob is namelijk kanunnik (lid) en later deken (voorzitter) van het
Kapittel van Oudmunster. Als kanunnik van het kapittel is hij dan ook vaak terug te vinden in akten waarin hij via de notaris de belangen van het kapittel vastlegt. Helaas is niet precies bekend wanneer hij z'n intrede heeft gedaan als kanunnik in het Kapittel van Oudmunster. Wel weten we ongeveer wat het kanunnik zijn inhield.

Kaart van diverse landerijen in Houten en Kaart van diverse landerijen in Houten en 't Goy in 1848. Links de Beusichemseweg, rechts de Tuurdijk. Jan André van Westrenen koopt in dat jaar de percelen aan van Hermanus Hofman. Jan André wil een laan tussen de Tuurdijk en Beusichemseweg aanleggen die er ook daadwerkelijk is gekomen. Maar heden al verdwenen is. De laan was bedoeld als oprijlaan naar boerderij Van Westrenenhoeve aan de Tuurdijk 16. Hij vraagt een aanlegvergunning aan de bij de toenmalige Provinciale Waterstaat van Utrecht. Ten noorden gelegen land van Jan Willem Hendrik Bosch (Van Drakestein), behorend bij boerderij Schoneveld (Leedijkerhout 15-17), land ten zuiden gelegen van P.J. van der Does de Bijo. Bron: Het Utrechts Archief, familiearchief Van Westrenen 5 41.
Kadastrale kaart uit 1848 met daarop ingetekend de aangelegde de laan naar de Westrenen Hoeve in Werkhoven. De laan lag op het grondgebied van de gemeente Houten en Kadastrale kaart uit 1848 met daarop ingetekend de aangelegde de laan naar de Westrenen Hoeve in Werkhoven. De laan lag op het grondgebied van de gemeente Houten en 't Goy. Bron: Kadaster archiefviewer (1832-1987).

Een kapittel was vanouds een college van geestelijken, kanunniken genoemd, verbonden aan een bisschoppelijke gehoorzaamheid af, maar niet de gelofte van armoede. De oorspronkelijke taak bestond uit het zingen van het koorgebed op de canonieke uren. Daarnaast hielden de kanunniken zich bezig met het beheer van het vaak uitgebreide goederenbezit van het kapittel, waarvan de opbrengst grotendeels bestemd was voor het levensonderhoud van de eigen leden. Om in het levensonderhoud van de kanunniken te kunnen voorzien, waren er aan elk kanonikaat bepaalde inkomsten (ook wel prebende) verbonden, gebaseerd op het goederenbezit van het kapittel. Een nieuw benoemde kanunnik, zoals Jan Jacob, kon vier jaar lang slechts aanspraak maken op ter hoogte de helft van zijn prebende. Ten eerste omdat de familie van zijn voorganger recht had op de inkomsten in de eerste twee jaar na diens overlijden. Daarmee werden over het algemeen de kosten van de begrafenis bestreden, de eventuele schulden afgelost en de missen over diens zieleheil bekostigd. Ten tweede omdat de inkomsten van de volgende twee jaar gereserveerd waren voor de kerlfabriek. Dze instantie hield zich bezig met het onderhoud van de kerk. Soms kon een kanunnik ook prebendes van andere kapittels bemachtigen. Dat zo'n prebende ook wel eens oorzaak van een ordinair juridisch conflict kon zijn, blijkt wel uit het feit dar Arnoud, de vader van Jan Jacob, rond 1699 een conflict uitvecht met Willem van Nassau, graaf van Rochford over het recht op een Ordonnantie op de Geestlijkheden en haar Goederen (1580) wordt besloten om de belangrijkste religeuze stichtingen te behouden. Protestantse edellieden en patriciërs bezetten nu de posities. Het werkterrein verlegt zich echter van liturgische taken naar meer materiële taken. Wat blijft is het recht van de kapittels om een deel van de leden van de Staten van Utrecht te benoemen, de zogenaamde geëligeerde leden.

Op 1 oktober 1832 hadden Jan André en André van Westrenen diverse landerijen in Houten - Op 1 oktober 1832 hadden Jan André en André van Westrenen diverse landerijen in Houten - 't Goy en Werkhoven/Zuremaat in bezit. Waaronder de landerijen van de Westrenenhoeve aan de Tuurdijk 16 te Houten. Land in geel gekleurd in het familiebezit Van Westrenen in 1832. Weg van midden links naar rechts is de Tuurdijk. Weg van linksboven naar rechtsonder de Beusichemseweg. Weg van links middenonder naar middenonder de Goyerdijk. Weg rechtsonder de Nachtdijk. Bron: HISGIS Utrecht.

Het Kapittel van Oudmunster

De geschiedenis van het Kapittel van Oudmunster gaat terug tot de tiende eeuw. Karel Martel (714-741) schonk het gebied binnen en buiten het voormalig castellum aan de Ierse monnik Willibrord. Hij boude op die plek, het huidige Domplein, de eerste christelijke kerk in Utrecht (de Heilige Kruiskapel). Later verrezen er meer kerken op de kleine zandplaat. In de 10e eeuw wordt de dubbelkathedraal van St. Maarten en St. Salvator gesplitst in twee afzonderlijke kapittels, met elk hun eigen grondgebied als kapitaal. Zo ontstond het Kapittel Ten Dom met de St. Maartenskerk en het Kapittel van Oudmunster met de St. Salvatorkerk. Munster is overigens een woord dat is afgeleid van het Latijnse monasterium, dat is klooster.

Een immuniteit, het gebied van een kapittel, was tamelijk autonoom. Het stadsbestuur had er nauwelijks zeggenschap; men was binnen de muren geen bélasting schuldig. Kapittels bouwden huizen voor de kanunniken. Omdat handel en ambacht er verboden waren, werden immuniteiten rustige woongebieden. Vanaf de 15e eeuw werden de regels minder streng. Het was niet meer verplicht binnen de muren van de immuniteit te wonen en er mochten ook andere dan kanunniken komen wonen, zoals personeel en familie.

Het Kapittel van Oudmunster heeft nog lange tijd bestaan nadat de bouwvallige kapittelkerk, de St. Salvator, reeds was afgebroken. Met die afbraak werd op 13 november 1587 begonnen. Een jaar eerder waren de klokken al te gelde gemaakt om buskruit en salpeter van te kopen voor de Tachtigjarige oorlog die toen woedde. In 1596 worden kerk, torens en sacristie van de St, Paulusabdij aangeboden als vervanging van de gesloopte gebouwen. Toen ook die door sloop waren verdwenen, gebruikte men de kapittelzaal van de Domkerk, de huidige aula van de Universiteit van Utrecht.

Jan Jacob bracht het tot deken van het rijke kapittel van Oudmunster. Vanouds was de deken van een kapittel belast met de zielzorg van de leden van het kapittel en de leiding van de koordienst. Ook riep hij de kapittelvergadering bijeen en die voor.

Land op 1 oktober 1832 in het bezit van André van Westrenen in de binnenbocht van de Nachtdijk (geel) in Houten en Land op 1 oktober 1832 in het bezit van André van Westrenen in de binnenbocht van de Nachtdijk (geel) in Houten en 't Goy. De naam van de Nachtdijk komt vermoedelijk van het nabij gelegen bos 'de Nagt'. Dat al wordt vermeld in diverse akte uit de achttiende eeuw. Weg middenonder, links de Zuwedijk in Schalkwijk. Weg middenonder, rechts de Beusichemseweg in 't Goy van Houten. Weg middenrechts, onder de Kapelleweg. Weg boven de Tuurdijk. Bron: HISGIS Utrecht.

Meer Functies, Meer Macht en Meer Aanzien

De kerk van Sint-Salvator of Oudmunster in de zestiende eeuw.De kerk van Sint-Salvator of Oudmunster in de zestiende eeuw.

Rond 1777 wordt Jan Jacob door de Vroedschap (stadsbestuur) van Utrecht aangewezen om zitting te nemen in het College van Regenten van het Stadsambachtskinderhuis. Dit College telt twaalf leden: zes houden er toezicht namens de burgerij; de overige zes leden - benoemd door de Vroedschap - houden namens het stadsbestuur. Het kinderhuis is van 1674 tot omstreeks 1710 ondergebracht in het voormalige Agnietenklooster, waarin tegenwoordig het Centraal Museum is gehuisvest. Daarna namen zij hun intrek in het gebouw van de Fundatie, gelegen naast het Agnietenklooster. In dit huis worden kinderen opgenomen wier ouders waren overleden of niet in staat waren om zelf de opvoeding van hun kinderen ten uitvoer te brengen. Tijdens hun verblijf in het Stadsambachtkinderhuis werd de een ambacht geleerd. (Wees)kinderen van de burgers der stad werden opgevangen in een apart kinderhuis, namelijk het Burgerweeshuis ook wel bekend als het Evert Zoudenbalch Huis.

In 1728 wordt de jongste dochter van Jan Jacob en Johanna Catharine geboren: Isabella van Westrenen. Zij zal later huwen met de machtigste - maar ook meest gehate - man van de provincie Utrecht. Echter, geboorte en dood blijven elkaar afwisselen. Hun dochter Helena Philippina wordt inde Jacobikerk ten grave gedragen 6 1/2 jaar oud.

Jan Jacob leent veel geld aan anderen. Soms zijn dat kerken, soms zijn dat arbeiders, soms zijn dat mensen uit de gegoede burgerij en de voornamen adel. De inkomsten uit rente vormen waarschijnlijk ook een belangrijke bron van inkomsten voor dit gezin. Contacten waren er veel, nationaal en internationaal. Zijn aanzien is inmiddels zo sterk gestegen dat hij in 1730 zelfs een bedrag van f. 11.00,- leent aan "Willem Carel Hendrik Friso, prince van Orange en Nassau, Graef tot Catze en Ellebogen, Vianden, Dietz, Lingen. Meurs, Spiegelbergh, etc. ect. Stadhouder Capitein Generaal van Friesland, stadhouder en Capitein Generael van Groningen, ommelanden en der land schappe Drenthe". Het betreft hier de latere Stadhouder Willem IV. Deze Prins van Oranje is gehuwd met Prinses van Hannover, de dochter van George II, koning van Engeland. Wellicht omdat George II zijn financiële verplichtingen jegens Willem niet nakomt, raakt de Prins van Oranje in geldnood en is hij genoodzaakt te lenen.

Jan Jacob van Westrenen zijn in het Latijns gestelde proefschrift handelt over de erfrechten van eerstborenen en bevindt zich nog in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht.Jan Jacob van Westrenen zijn in het Latijns gestelde proefschrift handelt over de erfrechten van eerstborenen en bevindt zich nog in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht.

Het laatste kind binnen het gezin is een zoon en wordt geboren in 1731. Hij heet Fredrik Jan van Westrenen. Maar, kinderen blijven de aandacht vragen, want als de jongste anper is geboren, staat de oudste klaar om in 1732 in het huwelijk te treden.

Johanna Catharina had één broer, Jean Fredric Mamuchet, die in 1740 ongehuwd en kinderloos sterft. Daardoor erft zij al het familiebezit met bijbehorende titels. Door haar huwelijk met Jan Jacob worden de titels "Heer van Houdrige, Heer van De Grunnerie en Heer van Sterkenburg" voortaan in verband gebracht met de familie Van Westrenen. Uiteraard ging het alleen om verwerving van titels maar vooral ook de bijbehorende inkomsten uit pacht en het overige bezit van haar broer. Gevoegd bij de drie heerlijkheden waarover Jan Jacob als heer was, groeide hiermee zijn macht en aanzien sterk.

Uit akten van 1741 en later blijkt dat het gezin is verhuisd naar de Nieuwegracht. Dit jaar is ook in een ander opzicht een belangrijk moment in het leven van Jan Jacob. Aan de Universiteit van Utrecht promoveert hij in de rechtsgeleerdheid. Vermoedelijk had hij reeds in zijn studietijd de kwalificatie meester in de rechten verworven, en is hij op latere leeftijd gaan promoveren. Zijn in het Latijn gestelde proefschrift handelt over de erfrechten van eerstgeborenen en bevindt zich nog in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht.

Bos en weg op 1 oktober 1832 in het bezit van André van Westrenen in Houten en Bos en weg op 1 oktober 1832 in het bezit van André van Westrenen in Houten en 't Goy. Weg van middenlinks naar middenonder de Lekdijk. Weg van midden onder naar rechtsboven de Hoeksedijk tot het gehucht Dwarsdijk. Bron: HISGIS Utrecht.

Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude

Bijna alle uiteenlopende groepen waarvan Jan Jacob geld leent, voegt zich een bijzondere beroepsgroep. Hij wordt de toevlucht van alle korenmolenaars in de stad Utrecht. Voor noodzakelijke onderhoud en investeringen leent hij de gezamenlijke molenaars een bedrag dat in 1744 is opgelopen tot 69.000 gulden. Hierdoor komen zowat alle stadsmolens als onderpand in zijn invloedsfeer. Kennelijk  berust het stadsbestuur niet in deze clustering van macht en invloed, want het stadsbestuur neemt de enorme lening van Jan Jacob over.

Zijn bestuurslidmaatschap van het Stadsambachtkinderhuis wordt omgezet in een benoeming namens de burgererij tot gecommitteerd lid van het College van Regenten van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude. Het Stadsambachtkinderhuis wordt namelijk in 1754 begiftigd met een zeer royale nalatenschap. In dat jaar overlijdt Maria Duyst van Voorhout, Vrijvrouwe van Renswoude. Haar erfenis van anderhalf miljoen gulden wordt verdeeld over de Burgerweeshuizen in Delft en Den Haag en Stadsambachtkinderhuis te Utrecht. Testamentair is bepaald dat het geld moet worden aangewend voor een fundatie die zal bestaan naar het kindertehuis. Deze fundatie is er in Utrecht op gericht om "de schranderste knapen" op te leiden voor een hoogwaardig beroep. Het College van Regenten van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude. Zoals gezegd maakt Jan Jacob deel uit van dit college. Een van de andere twaalf regenten is zijn zoon Frederik Jan van Westrenen, Heer van Themaat. Weer een ander is Johan Albert van Muyden, zijn buurman uit de Domsteeg die predikant is in de Nieuw Loosdrecht.

Portretten van Jan Jacob

Van alle regerende regenten van dit College wordt omstreeks 1755 een individueel portret gemaakt. Van onder zijn wit gepoederde allongepruik kijkt de forsgebouwde heer nog altijd deftig en ernstig voor zich uit. Aan deze functie danken we nog een afbeelding van een jongere Jan Jacob, In 1731 laat het gezamenlijke College van Regenten zich vereeuwigen op een groepsportet door de schilder J.M. Quinhard. Jan Jacob is dan 31 jaar jaar. Nagenoeg al deze regenten pronken met prachtige pruiken. Overigens hoefde hij voor de aanschaf van zijn pruik niet ver te zoeken want het huis naast zijn stal, gelegen aan het Oudkerkhof, verhuurt hij aan Johan Winjes "meester paruycke maecker te Utregt".

Groepsportret van College van Regenten van het Stadsambachtkinderhuis uit ca. 1755. Jan Jacob van Westrenen zittend links van het midden naast de heer met de donkerbruine jas aan.Groepsportret van College van Regenten van het Stadsambachtkinderhuis uit ca. 1755. Jan Jacob van Westrenen zittend links van het midden naast de heer met de donkerbruine jas aan.

Gouden Bruiloft

Jan Jacob en Johanna Catharine bereiken beiden een hoge leeftijd en krijgen elf kinderen. Hun gouden bruiloft wordt luisterrijk gevierd in Huis De Wiers bij Vreeswijk. Dit lezen we in hun "Zegenwensch". Opnieuw is namelijk een gelegenheidsvers gedrukt. Verder heeft men bij De Munt in Utrecht een gouden gedenkpenning laten slaan. Daarvan is nog een exemplaar bewaard gebleven. Ook dit was in de 18e eeuw in de betere kringen een niet ongebruikelijke gebaar bij een dergelijk belangrijk jubileum. De afbeelding op de penning zijn rijk aan symboliek.

Op de voorzijde van de penning zien we in het midden een klokvormig altaar met daarop een zojuist ontstoken vuur. De wand van het altaar is met een masceron, C-voluten met guirlandes gesierd, waaronder de letter L met aan beide kanten een roosje (vijftig jaar wederzijdse liefde). Op de onderrand van het altaar: psalm 128 5,6 ('Here zegene u uit Sion, opdat gij het goede van Jeruzalem moogt zien al uw levensdagen en opdat gij uw kindskinderen moogt zien"). Links van het van altaar een staande mannenfiguur, rechts een dito vrouwenfiguur. Achter de man een oranjeboom als symbool van eengezindheid. Achter de vrouw een rozenboom, de liefde voorstellende. Man en vrouw geven elkaar boven het altaar de rechterhand. Bovendien hun handen wordt een hoorn des overvloeds leeg gestort door een hand die uit de wolken reikt. Beneden de grond waarop het altaar  en de figuren staan, is te lezen: "van Ian Iac v. Westrenen. en Ioh. Cat. Mamuchet v. Houdringe".

 De tekst van het randschrift "Gods Milde Hand Kroond 't Vrindlyk Paaren" vindt zijn vervolg op de keerzijde van de munt met de woorden"'T Dankoffer Brand Na Vyftig Iaaren". Hier bovenin , in Herbreeuwse letters Jajova Jehie hakavod (aan Jehova zij de eer), omringd door een een wolkenkrans waar overal onderuit de sonnestralen schijnen. Links weer het echtpaar, in dankbaarheid geknield voor een altaar rechts, met daarop een aagestoken vuur. Op de wand van het altaar de familiewapens Van Westrenen (links) en Mamuchet (rechts), tezamen hagend aan een strik. Op de onderrand van het altaar: psalm 50: 23 (Wie lof offert, eert Mij en baant de weg, dat Ik hem Gods heil doe zien.). De grond bevat de signatuur I.C. Marme, beneden de grond staat: "Op den 25 Augusti 1759". De penning bevindt zich in het geschenkendepot van de gemeente De Bilt.

Zegen wens voor het gouden bruidspaar Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mumucht van Houdringe.Zegen wens voor het gouden bruidspaar Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mumucht van Houdringe.

Als ze vijf jaar later ook nog hun 55-jarige huwelijksverbintenis beleven, besluiten Jan Jacob en Johanna Catharina tot het stichten van een Familiebeurs ter grootte van 25.000 gulden, bedoeld om eventuele armlastige nakomelingen te kunnen ondersteunen. Jubilea volgen elkaar in snel tempo op. In 1765 wordt Jan Jacob geëerd als hij zijn vijftigjarig lidmaatschap van het Hof van Utrecht viert. Ter gelegenheid hiervan werd weer een zeegen wensch gemaakt die bewaard is gebleven. Ongetwijfeld heeft hij een carrière doorlopen in magistratuur, maar dit gedicht prijst hem wel erg letterlijk de hemel in.

Oud, Ziek en Eigenwijs

De laatste maanden van zijn leven is Jan Jacob ziek en niet goed meer in staat om een aantal van zijn maatschappelijke taken uit te voeren. Dat hij niet gemakkelijk van karakter was, blijkt wel uit een hoog opgelopen incident in zijn functie als Regent van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude. Regenten van de Fundatie waren om beurten gedurende twee jaar boekhouder van de Fundatie. Deze functie omvatte teven het beheer van de financiën door de sleutel van de ijzeren brandkast in bewaring te houden. In januari 1768 is Jan Jacob boekhouder, maar volgens de notulen van de Fundatie is hij te ziek en te oud om die functie uit te oefenen. Daarom besluiten zij mederegenten, waaronder zijn zoon, deze taak om beurten waar te nemen en de bijverdiensten af te dragen aan Jan Jacob. In plaats van dat hij waardering heeft voor zijn collega's die hem ter wille willen zijn, barst hij in woede uit. Hij vind de invulling van zijn taak zijn eigen verantwoordelijkheid; men schendt zijn recht op autonomie. Hij alleen, en niemand anders, is verantwoordelijk voor de jaarrekening en het beheren van de sleutels. Hij is alleen bereid om ze in geval van nood at te staan aan zijn zoon en mederegenten Frederik Jan. De ruzie loopt hoog op in de maanden daarna. Frederik Jan verlaat herhaaldelijk de vergadering en protest na protest wordt niet opgenomen in de notulen. In maart 1768 stellen de Regenten een reglement op met betrekking tot de wijze waarop de boekhouder zijn taak behoort uit te voeren. De Van Westrenens hebben maling aan dit reglement. Zij beroepen zich op het feit dat de Vroedschap hen tot Regent heeft benoemt. Daarmee ontkennen zij de autoriteit van het College van Regenten. Als Frederik Jan in mei 1768 weigert om, na een maand het boekhouder schap bij toerbeurt te hebben vervuld, de sleutel van de schatkist terug te geven, overwegen zijn mederegenten zelfs om de schatkist dan maar open te breken en van andere sloten te voorzien. Zover is het niet gekomen, want september 1768 besluit de hoogbejaarde en doodzieke Jan Jacob af te treden als Regent. Zijn zoon overhandigd de sleutels dan aan de nieuwe boekhouder van de Fundatie, Van Stuijvesant.

Overlijden van Jan Jacob en Johanna Catharina

Begraafboek, Jacobikerk, betreffende Jan Jacob van Westrenen.Begraafboek, Jacobikerk, betreffende Jan Jacob van Westrenen.

Op zondag 20 augustus 1769 wordt hun eerste achterkleindochter gedoopt. Johanna Catharina en Jan Jacob worden gevraagd op te treden als doopgetuige, Johanna Catharina, naar wie de dopeling is genoemd, verschijnt uiteindelijk wel bij het doopvont, maar Jan Jacob laat zich representeren door zijn zoon Frederik Jan, een oudoom van de dopeling.

Op 1 december 1769 komt er na 84 jaar een einde aan het werkzame leven van Jan Jacob van Westrenen. Hij wordt begraven in de Jacobikerk, de plek waar ook zijn leven bij de doop begon. Enkele jaren later sterft ook zijn weduwe, Blijkens haar testament en bewaarde codicillen wordt bij het verdelen van de erfenis niet alleen gedacht aan de eigen kinderen. Bij haar overlijden legateert zij 6.000 gulden aan de diaconie en nog eens 3.000 gulden aan het Kapittel van Oudmunster. Alle inwonende dienstbodes, de koetsier, de huisknecht ende dienstmaagd ontvangen elk een legaat van 100 gulden.

Een kleine week na dit overlijden richten de erfgenamen zicht tot de notaris om het testament te openen waarin de zaken met betrekking tot de Familiebeurs zijn geregeld.

Graftombe in de Jacobikerk

Ter nagedachtenis van deze roemruchte familie is een fraaie graftombe opgericht in de Jacobikerk te Utrecht. Tegen de zuidgevel, ter hoogte van het koorhek, is een imposant grafmonument aangebracht, bestaande uit een granieten tafel met zwart marmeren afwerking en daar bovenop tegen de wand geplaatst een reliëf van wit marmer, met twee Ionische zuilen, dragende een halfronde boog met daarboven een alliantiewapen onder een kroon. Aan weerszijden van het reliëf zijn twee gevulde schalen in marmer uitgehouwen. Voorts is het geheel voorzien van doodsymbolen, zoals een schedel, beenderen en een gevleugelde zandloper. Het alliantiewapen wordt gevormd door twee gedeeltelijk over elkaar geschoven wapenschilden. Het rechter wapen is dat van Jan Jacob van Westrenen en het linker wapen is dat van Johanna Catharina Mamuchet en Houdringe. Het geheel is afgewerkt met acanthuskrullen. De graftombe werd opgericht in 1769 door J. Verkerk. Centraal in het wit-marmeren reliëf is een tekstplaat aangebracht waarin met vergulde letters de volgende tekst is aangebracht:

"Grafkelders van den wel edelgeboren Heere Jan Jacob van Westrenen, Decan des capituls van Oudmunster en ordinaris raad in den edelen hove Provinciaal van Utrecht, O den 1 dec. 1769, oud 84 jaren 8.m. 16.d. en deszelfs voorouderen, als mede van de wereld: Geborene Vrouwe Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe, O den 9 Feb. 1772, oud 81 jaren 7.m. en 20.m. Heer en Vrouw van Lauwenrecht, Sterkenburch, Themaat, Enz. Benevens derzelver Nazaten, Hunne drie zoonen en de wel.ed: geb: Heeren Jan André, Heer van Sterkenburch, canonicq St. Marie Geëlig: en Gedep: in de Staaten Collegiën O. den 2. juli 1790. Arnout, Heer van Lauwenrecht, ontvanger bisschops H(oog) Heemraad Bovend(ams) en canonicq St. Pieter O. den 13 Aug. 1795 en Fred, Jan., Heer van Themaat, Canonicq ten Dom, en Gecomm. in den Leckend: Bovend: O. den 5 Jan: 1788. ETCra ETCra."

Het geheel heeft een afmeting van ca. een meter diepte, vier meter breedte en zes meter hoogte. Ongeveer viif meter bij het monument vandaan ligt inde vloer de sluitsteen van de grafkelder. Het opschrift daarvan luidt: Grafkelder van de familie Van Westrenen No. 480. Op dit grafmonument staat een tamelijk nauwkeurige leeftijdsaanduiding, uitgedrukt in jaren, maanden en dagen. Gaat men echter bij Jan Jacob terugrekenen tot diens geboortedag, lijkt hij ongeveer een week na zijn doop te zijn geboren. De verklaring hiervoor moet worden gezocht in het feit dat in Utrecht pas in het jaar 1700 de Gregoriaanse kalender volgens Hollandse stijl is ingevoerd. Daarvoor kende men de oude stijl: tussen de stijlen zit een verschil van zo'n tien dagen. Volgens kalender oude stijl is Jan Jacob geboren op 6 maart en volgens de Hollandse stijl op 16 maart 1685.

  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (1)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (2)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (3)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (4)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (5)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (6)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (7)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (8)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (9)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (10)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (11)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (12)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (13)
  • Grafmonument van familie van Westrenen in de Jacobikerk, St. Jacobsstraat 171 te Utrecht. Foto: Sander van Scherpenzeel, Zo. 03-11-2019. (14)

Hun uitgestrekte bezittingen

Heer-schappen en Heer-lijkheden

Portret van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Kan Jacob van Westrenen voert achter zijn familienaam een indrukwekkende rij Heer-schappen. Hij noemt zich Heer van Themaat, De Wierst, Vuilcoop, Houdringe De Grunnerie, Sterkenburg en Lauwerecht. Dit houdt in dat hij deze heer-lijkheden in zijn bezit had en dat hij er een zekere vorm van heer-schappij en plaatsvervangend staatsgezag voerde. Een heerlijkheid of ambachtsheerlijkheid kon verkregen worden door concessie van een gezag of door een ordinair, gesanctioneerde roof. In het grval van Jan Jacob is het - voor zover bekend - allemaal heel keurig verlopen  en zijn deze heerlijkheden door verervingen of koop verkregen. Een heer had het recht om in zijn gebied rechtspraak te doen. Uiteraard moest hij daarbij wel rekening houden met de rechtsopvatting van hogere machten. Overigens liet een heer zich in in deze rol gewoonlijk vervangen door een schout - of als het een hoge heerlijkheid betrof, door een baljuw of drost. Maar er golden meer echten - die overigens ook weer konden worden verpacht: tolheffing, veer, jacht, visserij, vogelarij, duiventil, eenden kooien, zwanendrift, aanwas, recht van nakoop, plantrecht langs de openbare wegen, ect cetra. Het begrip 'heer' is in de loop der geschiedenis behoorlijk afgevlakt. Jan Jacob noemt zich bij voorbeeld 'Heer van Houdringe' terwijl er absoluut geen heerlijkheid Houdringe bestond; dat was niet meer dan een gerieflijk buitenverblijf met daarop wat woningen voor personeel. Heerlijkheden werden in 1798 afgeschaft, maar bij latere grondswetswijzigingen weer hersteld. Formeel bestaan ze nog altijd, zij het dat er nauwelijks meer rechten van enige betekenis aan verbonden zijn. Hieronder volgt een korte beschrijving van de heerlijkheden waarvan Jan Jacob Heer en Johanna Catharina Vrouwe waren.

De voorgevel van boerderij Westreenen-Hoeve met rechts een schuur, aan de Tuurdijk 16 in De voorgevel van boerderij Westreenen-Hoeve met rechts een schuur, aan de Tuurdijk 16 in 't Goy in 1985. Bron: RHC Zuidoost Utrecht, beeldbank, Identificatienummer: doos24 (043510).

De Heerlijkheid Lauwerecht

Lauwers of Laurens-geregt heet waarschijnlijk naar een zekeren Lauwers, die er ooit heer van was  en er het dagelijks recht uit oefende. Een enkele keer wordt gesproken van Heren Laurens gerechte, aldus de Utrechtse Volksalmanak (1866). Deze ambachtsheerlijkheid was leenroerig aan de Domproosdij. Tot aan de Franse Revolutie bleef deze heerlijkheid in particuliere handen. Via de familie Pellicorne kwam zij in 1714 volledig in bezit van de familie Van Westrenen. Aanvankelijk was de vader van Jan Jacob in het bezit van eenderde deel van de heerlijke rechten. Na het overlijden van Pieter Valckenier, bewindvoerder van de VOC en president-schepen te Amsterdam, onrtstond een felle strijd tussen diens weduwe Eva Pellicorne en Arnoud van Westrenen. Van deze verwikkelingen is onde rmeer een brief bewaard die Jan Jacob namens zijn vader schrijft aan de dochter van het overleden echtpaar Valckenier-Pelllicorne. Daarin verwijt hij haar "voldoende schranderheid om de saecken op syn schoonst voor te stellen en de regte en ware gronden van dien te verbergen, als door ondervinding wel wetende dat het spreekwoord niet te vergeefsluidt: quade biegt, auade absolutie!". Uiteindelijk werd deze strijd in 1714 beslist in het voordeel van de familie Van Westrenen.

Van der Aa's woordenboek zegt over deze heerlijkheid het volgende "voormalige heerlijkheid in het nederkwartier de provincie Utrecht, arrondissement, kanton en gemeente Utrecht, thans een buitenwijk der stad, ongeveer 5490 inwoners. Men heeft er een Rooms Katholieke kerk van de oude clerezij waarin de dienst door een pastoor verricht wordt. De kerk heeft geen  toren maar wel een orgel."

De Heerlijkheid De Wiers(t)

In 1721 koopt Jan Jacob van Westrenen het Huis de Wiers uit de nalatenschap van Michiel Craegh, welke in dit jaar was overleden. De buitenplaats is gelegen onder Vreeswijk aan de Vaartse Rijn en werd gesticht in 1654. In dit huis vierde ons echtpaar zijn gouden bruiloft. De familie Van Westrenen houdt het in bezit tot aan het einde van de 18e eeuw. Met name onder leiding wordt er veel aan het Huis de Wiers gerestaureerd en vernieuwd. Mede als gevolg van de Franse Revolutie kan men dit bezit niet meer onderhouden. Bovendien beschikt de familie inmiddels over het recent gemoderniseerde landgoed Houdringe. In 1797 wordt tevergeefs gezocht naar een onderhandse koper. Derhalve werd het huis geveild op 2 september 1797. Het wordt gekocht door Jan Gerhard Wichers voor 48.900 gulden. Na vele malen van eigenaar te zijn gewisseld krijgt het in 1878 een industriële bestemming. In 1947 is het gesloopt.

De Heerlijkheid Themaat

In 1725 wordt Jan Jacob voor het eerst aangeduid als "Heer van Themaet". Helaas weten we niet op welke wijze zijn voorouders in het bezit kwamen van deze 'heerlijkheid'. Themaat is nooit meer geweest dan een polder. Een huis vaan aanzien heeft er niet gestaan. Wel is de polder bijzonder oud. Al in 1050 werd deze ontgonnen. De naam is ontleent aan het oude begrip The (de) Maat (groen land). Nog altijd - zolang de bouw van Leidsche Rijn hierin geen verandering brengt - is iets van de oude landschappelijke structuur waar te nemen. Van der Aa's woordenboek (1851) zegt over Themaat: "Voormalige heerlijkheid in het Nederkwartier der Provincie Utrecht, gemeente Haarzuilens; palende noordelijk aan de heerlijkheid Breukelen-Nijenrode, oostelijk aan Maarsenbroek, zuidelijk aan Vleuten en westelijk aan Haarzuilens. Deze heerlijkheid bevat is later in drie afzonderlijke heerlijkheden gesplitst: Themaat-Westrenens, Themaat-Uten-Eng en Hegge-op Themaat." Gelet op de geringe betekenis van dit stuk grond is splitsing indrieën bijna potsierlijk te noemen. De kleinzoon van Jan Jacob, Pieter Hieronynus van Westrenen is de derde en laatste generatie die zich "(heer) van Themaat" noemt.

Kaart van de gemeente Vleuten in 1867 uit de Kuypers atlas. Met binnen de gemeente Vleuten de Themaatse gerechten. Vleuten ten westen van de stad Utrecht.Kaart van de gemeente Vleuten in 1867 uit de Kuypers atlas. Met binnen de gemeente Vleuten de Themaatse gerechten. Vleuten ten westen van de stad Utrecht.

De Heerlijkheid Houdringe

Houdringe is familiebezit sinds 1740. Dit landgoed te De Bilt ligt op het voormalig terrein van het Benedictijner klooster Oostbroek. Na de reformatie werd het klooster afgebroken en vervalt het kloosterbezit aan de Staten van Utrecht. In de loop van de 17e eeuw gaan de Staten ertoe over om stukken grond aan particulieren te verkopen. In 1640 is er voor het eerst sprake van een lid van de familie Mamuchet op het stuk grond waarop later Houdringe wordt gesticht. Als eerste particulier eigenaar van dit stuk grond wordt in 1640 Jan of Johan Mamuchet genoemd, de grootvader van Johanna Catharina. Landgoed Houdringe is vooral ontstaan door opeenvolgende aankopen van kleinere stukken grond. Aanvankelijk stonden daar vooral boerderijen op en een huis. Het aldus ontstane landgoed wordt genoemd naar de oude Henegouwse bezittingen van de familie. Gelet op de verwijzing naar Franstalig gebied dienen we de naam van dit landgoed uit te spreken als 'Hoedringe'. Na het overlijden van Jean Frederique Mamuchet I erft zijn zoon deze goederen. Maar omdat deze zoon kinderloos overlijdt, vererft het bezit aan zijn oudere en enige zuster die het door haar huwelijk met Jan Jacob aan de familie Van Westrenen brengt.

Portret van Frederik Jan van Westrenen (1731-1788). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Frederik Jan van Westrenen (1731-1788). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Jan Jacob zoon Frederik Jan laat het oude huis afbreken en sticht omstreeks het jaar 1779 het huidige gebouw op ongeveer dezelfde plaats als het oude. Het deftige pand, opgetrokken in empirestijl is vermoedelijk een ontwerp van Abraham van der Hart, de latere stadsbouwmeester van Amsterdam. Frederik Jans zoon Pieter Hiëronymus van Westrenen heeft er ook nog gewoond en na diens overlijden wordt hnet landgoed verkocht. Kennelijk wenst zijn enige dochter niet op Houdringe te wonen. Houdringe wordt vanaf 30 april 1842 het eiegndom van Jhr. J.C.W. Fabricius van Leijenburg, Heer van Leyenburg, Loenen en Wolferen. Het gebouw is thans in gebruik als vestingsplaats van de Grontmij NV.


Gezicht op het huis Houdringe en het omringende landschapspark bij De Bilt, met links vooraan een boerderij in 1828-1829. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201434.Gezicht op het huis Houdringe en het omringende landschapspark bij De Bilt, met links vooraan een boerderij in 1828-1829. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201434.

De Ridderhofstad Sterkenburg

Ook Sterkenburg is sindfs 1740 in handenvan de famileu Van Westrenen. De moeder van Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe koopt in 1726 ten behoeve van haar zoon Jean Frederic II de ridderhofstad Sterkenburg voor 33.000 gulden van Florentina van Mathenesse, weduwe van Jan van Hardenbroek, waardoor deze leenheer wordt van verschillende achterlenen en verzallen. Ook dit bezit komt in handen van Jan Jacob van Westrenen omdat zijn zwager kinderloos overleed.

De geschiedenis van Sterkenburg gaat terug tot de Middeleeuwen. De heerlijk rechten die het gekend heeft streken zich niet uit tot de gehele gemeente, doch slechts tot het bezit van de kasteelheer. In 1748 telde deze gemeenschap, slechts veertien huizen.

In 1767, als Sterkenburg nog in het bezit is van de familie Van Westrenen, wordt het inmiddels enige malen uitgebreide en bouwvallig geworden huis, ingrijpend verbouwd. In de 18e eeuw bestaat Sterkenburg uit een regelmatig complex, dat een schilderachtig geheel vormt. Via een aardig poorthuisje is het voorplein over de brug toegankelijk van waar een houten brug op jukken naar de ingang voert. Trapgevels en hangtorentje vormen samen een romatisch geheel dat wordt beheerst door de grote ronde toren. In zijn hoedanigheid als Heer van Sterkenburg heeft Jan Jacob veel voor deze gemeente gedaan. Zo laat hij bij voorbeeld een rechthuis bouwen. Op deze wijze beschikte de schout over een eigen werkruimte en konden de schepenvergaderingen op een vaste plaats worden gehouden. Dit rechthuis stond juist ten noorden van de Langbroeker Wetering, voor de Sterkenburgerlaan, aan de westzijde daarvan.

De gemeente Sterkenburg wordt in 1839 samengevoegd met Hardenbroek en in 1857 gevoegd bij de gemeente Driebergen.

Jan Jacobs achterkleindochter (Anna Maria Cornelia van Westrenen) verkoopt de heerlijkheid in 1848 aan mr. K.J.F.C Kneppelhout, die alle gebouwen - behalve de toren - geheel vernieuwt. Thans is Sterkenburg nog steeds in particulier bezit.

Gezicht op het kasteel Sterkenburg te Driebergen uit het zuidoosten, met links het poortgebouw dat toegang gaf tot de voorburcht tussen. Prent uit de periode tussen 1725 en 1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201940.Gezicht op het kasteel Sterkenburg te Driebergen uit het zuidoosten, met links het poortgebouw dat toegang gaf tot de voorburcht tussen. Prent uit de periode tussen 1725 en 1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201940.

De Heerlijkheid De Grunnerie

Portret van Jan Andre van Westrenen (1712-1790). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jan Andre van Westrenen (1712-1790). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

In 1634 koopt Marc Mamuchet een boerenwoning met daarbij drie morgen land, gelegen in Oegstgeest. Nog in datzelfde jaar verkoopt hij het door aan zijn broer Jan (Johan) Mamuchet II, die dan in Leiden woont. Deze Jan wordt de stichter van het kasteelachtige huis De Grunnerie. Als diens zoon Jean Frederic I dit statig huis in 1669 erft, heeft het inmiddels een omvang van dertig morgen land. Hij overlijdt er in 1675 waardoor zijn zoon Jean Frederic II het huis erft. Omdat deze kinderloos overlijdt, komt De Grunnerie in handen van zijn zuster en zwager Johanna Catharina en Jan Jacob. Zo behoort dit gebied vanaf 1740 toe aan de familie Van Westrenen. Er is een afbeelding van waaruit blijkt dat het gaat om een kasteelachtig landhuis, compleet met grachten, torens, toegangspoort en dienstgebouwen. De naam voor dit landgoed is ontleend aan de oude Henegouwse bezettingen van zijn familie. Nadat Kan Jacob is overleden, komt DE Grunnerie in handen van Jan André van Westrenen. Omstreeks die tijd is het statige huis afgebroken en vervangen door een herenhuis. De curatoren van diens dochter Anna Elisabeth besluiten De Grunnerie in 1805 van de hand te doen aan Engelina Beethouwer. Ook het herenhuis is inmiddels weer afgebroken en heeft plaats gemaakt voor twee bungalows. Alleen het dienstgebouw is nog over.

De Heerlijkheid Vuilcoop

Portret van Arnoudina Berendina Wilhelmina van Westrenen (1787-1837). Arnoudina is de achterkleindochter van Jan Jacob van Westrenen. De kleindochter van Nicolaas van Westrenen en de dochter van Arnoud van Westrenen. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Arnoudina Berendina Wilhelmina van Westrenen (1787-1837). Arnoudina is de achterkleindochter van Jan Jacob van Westrenen. De kleindochter van Nicolaas van Westrenen en de dochter van Arnoud van Westrenen. Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



In 1751 koopt Jan Jacob van Westrenen het Huis te Vuilcoop en de bijbehorende heerlijkheid van Frederik Willem Baron Von Falckenhayn, erfheer van Bodelwitz en Presibor. Luitenant-kolonel der cavalerie en Maarschalk van het Overkwartier van het Sticht. Vuilcoop (Vuylcop) is eigenlijk niet meer dan een woontoren gelegen nabij Schalkwijk. In 1754 schenkt hij de heerlijkheid Vuilkoop aan de naar hem genoemde, oudste kleinzoon Jan Jacob Godin. Deze is dan twintig jaar. Nadat Vuilcoop van 1754 tot 1796 heeft toebehoort aan de familie Godin, komt het huis door vereving weer terug in de familie Van Westrenen. In 1829 verkoopt Arnoudina Berendina Wilhelmina van Westrenen, douairière van Jhr. Mr. Johan Gideon Willem Karel van der Brugghen, het huis Vuilcoop aan Wilhelmus Backer.



Kasteeltoren Vuylcop (Neereind 29, Schalkwijk) in de achttiende eeuw. Mogelijk getekend door Abraham de Haen. Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden.Kasteeltoren Vuylcop (Neereind 29, Schalkwijk) in de achttiende eeuw. Mogelijk getekend door Abraham de Haen. Collectie: Universiteitsbibliotheek Leiden.

Het nageslacht van Jan Jacob en Johanna Catharina

Kinderen van Jan Jacob en Johanna Catharina

Zoals gezegd overlijdt Jan Jacob in 1769 en Johanna Catharine in 1772. De drie zoons die nog in leven zijn, erven de bezittingen. Frederik Jan krijgt het Landgoed Houdringe en de heerlijkheid Themaat: Jan André kasteel Sterkenburg en huize De Grunnerie; Arboud erft het Landgoed De Wiers en de heerlijkheid Lauwerecht.

Hun oudste dochter, Anna Elizabeth, huwt met Anton Francois Godin. Hij is lid van de Vroedschap der stad Utrecht en draagt de titel Heer van Cockengen.

Jan André, oudste zoon van Jan Jacob, woont na het overlijden van zijn vader in het grote dwarshuis aan de Domstraat, samen met zijn echtgenote Cornelia Anna van Ommeren.

In het notarieel archief is te vinden welk huwelijkscadeau Jan Jacob zijn kinderen gaf. Want in 1741 doet hij ter gelegenheid van het huwelijk van Jan André en Cornelia Anna ten gunste van hen afstand van de V.O.C., kamer Delft; het aandeel was afkomstig uit de erfenis van zijn schoonvader, Jean Frederic Mamuchet van Houdringe. Van het echtpaar Van Westrenen - Van Ommeren is het alliantiewapen dat tot in het begin van deze eeuw (1900) boven de deur van huis n.  heeft gehangen. Zijn ambitie ligt meer op het terrein van het provinciaal bestuur, want in 1765 wordt hij benoemd tot lid van de Staten van Utrecht. Veertien jaar na hun huwelijk overlijdt zijn eerste vrouw, waarna hij hertrouwd met Paulina Lucretia Godin. Naar aanleiding van het overlijden van Cornelia Anna van Ommeren verschijnt een innig droeve rouwklacht.

Philips Leonard, de tweede zoon zoon van Jan Jacob, promoveert in 1736 in de rechtsgeleerdheid. Hij wordt benoemd tot Raadsheer van de Camer van Justitie tot Vianen. Van hem is bekend dat hij zich toelegde op het maken van muziek. In 1750 treedt hij toe tot het Utrechts muziekgezelschap Collegum Musicum. Helaas is niet bekend welk instrument hij bespeelde. Meestal waren de meespelende amateurs strijkers. Het gezelschap telde ongeveer dertig leden en werd gefinancierd door de Vroedschap.

Van Arnoud, de derde zoon van Jan Jacob is geen beroep bekend - wel een aantal nevenfuncties. Hij trouwt met een nazaat uit het beroemde geslacht Heren van Bronkhorst.

De Gehate Baron de Pesters

Portret van Willem Nicolaas Pesters (1717-1794). Willem Nicolaas Pesters maakte carrière als officier en bereikte de rang van luitenant-kolonel. Eind jaren vijftig werd hij als luitenant-stadhouder de zetbaas van stadhouder Willem V in de provincie Utrecht. Hij voerde een uiterst corrupt bewind en had Portret van Willem Nicolaas Pesters (1717-1794). Willem Nicolaas Pesters maakte carrière als officier en bereikte de rang van luitenant-kolonel. Eind jaren vijftig werd hij als luitenant-stadhouder de zetbaas van stadhouder Willem V in de provincie Utrecht. Hij voerde een uiterst corrupt bewind en had 'De Pest van Utrecht' als bijnaam. Toen de oppositiebeweging tegen zijn bewind in de jaren 1782-1783 terrein won, liet Willem V Pesters vallen. Na de nederlaag van de Patriotten in 1787 keerde Pesters terug als luitenant-stadhouder. Vervaardigd door Jean Fournier (Parijs 1700 - 1765 Den Haag). Schenkking in 1887. Bron: Centraal Museum Utrecht.

Isabella van Westrenen, jongste dochter van Jan Jacob, huwt in 1753 met Willem Nicolaas Baron de Pesters, heer van Wulpenhorst en griffier van het Hof van Utrecht. Van deze man hangt een portret, vervaardigd door Jean Fournier in het Centaal Museum te Utrecht. Hij is bepaald niet geliefd in de provincie en maakt van de verwaring in het stadhouderlijk tijdperk dankbaar gebruik om zijn macht en invloed steeds maar uit te breiden.

Het algemeen erfstadhouderschap gaf Willem IV en Willem V in de hele Republiek een aanzienlijk grotere macht dan hun voorgangers ooit hadden bezeten. Dat geldt insterke mate voor de provincie Utrecht. De formelen invloed werd versterkt door de uitgebreide bezittingen van de Oranjes rond Utrecht (Soestdijk, IJsselstein, Buren en Culemborg). In de gewesten hield de stadhouder de politiek onder controle door middel van een piramide van gunstelingen, het zogenaamde patronagestelsel. Aan de top daarvan stond in elk gewest een luitenant-stadhouder, een zetbaas, die een rechtstreeks contact met het hof stond. Een tijd lang was deze functionaris oppermachtig in de provincie, hij bepaalde wie er door de stadhouder benoemd werd. De Stichtse regenten durfden dan ook niets te besluiten zonder zijn mening te hebben gevraagd, vermits sij alle soo bang als wesels voor hem waren. In 1751 begon de macht van de arrogante luitenant-stadhouder d'Ablaing van Giessenburg te tanen.. Hij kreeg concurrentie van de gebroeders Jan en Willem Nicolaas de Pesters, die in de gunst van Prinses Anna van Hannover, regentes voor haar zoon Willem V, stonden Jan was geëligeerd lid van de staten en later gecommitteerde voor de provincie Utrecht in de Raad van State. Tegen het einde van Anna's regentschap is de macht van de gebroeders De Pesters op z'n hoogst en wordt Willem Nicolaas de nieuwe luitenant-stadhouder van de provincie. Hij had carrière gemaakt in het leger en nam daar in 1756 ontslag, omdat hij bij een benoeming gepasseerd was. Deze Klaas Pesters is een handige opportunist. Zo maakt hij in 1747 tijdig de zwaai naar Oranje. Na het overlijden van de regentes weet hij zijn positie als luitenant-stadhouder te behouden. De Pesters is een aartsintrigant en slaagt erin zijn voorganger d'Ablaing in impopulariteit nog te overtreffen. Dat de familie onder stadhouderlijke bescherming was opgeklommen, leidt tot spotgedichten als:

Zyn Overgrootvaer was Koetzier,

Zyn Vader Regent.

Zyn broer is het eerst Lid alhier:

en hy een slegte vent.

De beide broers werken uitstekend samen en vergroten elkaars macht. Van rivaliteit is geen sprake. Naarmate Jan inactiever wordt, neemt de macht van zijn energieke jongere broer toe. Vanaf zijn landgoed Wulperhorst bij Zeist dirigeert de Utrechtse "Sint Nicolaas" de gewestelijke politiek.

Gezicht op de voor- en rechtergevel van het huis Wulperhorst met omringend park (Tiendweg 3) te Zeist in de periode 1910-1920. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 94821.Gezicht op de voor- en rechtergevel van het huis Wulperhorst met omringend park (Tiendweg 3) te Zeist in de periode 1910-1920. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 94821.

Frederik Jan is de jongste zoon van Jan Jacob. Hij is het die het huis Houdringe te De Bilt in zijn huidige stijl laat bouwen. Omdat ook hij regent bij de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude was, is er ook van hem een portret bewaard gebleven.

Van Westrenen en de Franse Overheersing

Alida Jacoba van Westrenen (dochter van Jan André) legt de eerste steen van een boerderij recht tegenover het rechthuis in de heerlijkheid Sterkenburg, dat in opdracht van haar grootvader was gebouwd. In de voorgevel van deze boerderij prijkt nog altijd een eenvoudige steen waarop staat A.I.V.W. 1771.

Huis Sterkenburgerlaan 2-6 te Sterkenburg, waar Alida Jacoba van Westrenen in 1771 de eerste steen legde. Bron: Google Maps Streetview.Huis Sterkenburgerlaan 2-6 te Sterkenburg, waar Alida Jacoba van Westrenen in 1771 de eerste steen legde. Bron: Google Maps Streetview.

Jan Jacob van Westrenen (zoon van Jan André) vervult een actieve tol in de Utrechtse stedelijk politiek. Hij woont in het grote huis aan de Plompetorengracht nr. 5 waarin thans de Kathedrale Koorschool Utrecht is gevestigd (1999).  Hoog boven de statige deur prijkt een fraaie deuromlijsting met daarin een groot uitgevoerd familiewapen Van Westrenen. Hìj breidt zijn bezit uit door de heerlijkheid Hardenbroek te kopen. Jan Jacob jr. is lid van de Vroedschap en zoekt in de roerige tijd van revolutie waarin hij leeft vaan naar compromissen. Kennelijk gaat hij daarin volgens een patriotten niet ver genoeg. In een spotvers dat in december 1786 werd gedicht omschrijft men hem als een "fijne domme vrijheidshater".

  • Gezicht op de voorgevel van het huis Plompetorengracht 5 te Utrecht, uit het westen in 1914 of 1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68820.
  • Gezicht op de voorgevel van het huis Plompetorengracht 5 te Utrecht, vanuit het westen in 1950. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68834.
  • Gezicht op de vensteromlijsting van het raam boven de ingang van het pand Plompetorengracht 5 op 30 mei 1986 te Utrecht, met het wapenschild van de familie Van Westrenen. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 809052.
  • Gezicht op de voorgevel van het pand Plompetorengracht 5 te Utrecht in 1907. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68818 .
  • Gezicht op een met stoeppalen en een ijzeren ketting afgezette stoep voor het pand Plompetorengracht 5 in 1983 te Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 815772.
  • Gezicht op de voorgevel van de R.K. Kathedrale School Plompetorengracht 5 in 1991 te Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68836.
  • Gezicht op de tuin met de rozenperk van het huis Plompetorengracht 5 te Utrecht, vanuit het terras achter het huis in 1914 of 1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68822.
  • Gezicht op de achtergevel en de tuin van het huis Plompetorengracht 5 te Utrecht, vanuit het oosten in  1914 of 1915. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68821.

In 1805 arriveert A.F.L.V. de Marmont, een militair van laag-adelijke afkomst die onder Napoleons bewind zijn carrière had gemaakt. Als generaal geeft hij leiding aan de Franse troepen in Utrecht. Op het gebied van huisvesting stelt hij hoge eisen en Jan Jacob blijkt uiteindelijk bereid om hem daarin tegemoet te komen. Aanvankelijk woont Mamont in Groot Paushuize (dat toen nog niet zo groot was als nu). Al snel blijkt dit gebouw voor hem en zijn gevolg te klein. Verscheidene door het stadsbestuur aangeboden onderkomens wijst hij van de hand als 'te klein' of 'te onaanzienlijk'. Opeen bepaald moment heeft hij er genoeg van en stelt het stadbestuur een ultimatum van twee dagen. Na een bijna wanhopige vergadering slaagt het stadsbestuur erin om met Jan Jacob overeenstemming te bereiken over een nieuwe bestemming van diens riante grachtenpand aan de Plompetorengracht.

Land op 1 oktober 1832 in het bezit van Jan André van Westrenen in de toenmalige gemeente Schonauwen (1811-1857). Land gelegen ten westen van Kasteel Schonauwen. Weg van linksboven naar rechtsonder de Houtensewetering (weg) en Schalkwijkseweg (Schalkwijkspad en Granietsteen). Weg van middenboven, links tot midden het Schonauwense Zandpad (Schalkwijkseweg = Zonnehout en de Leedijk >2003 Leedijkerhout bij boerderij Schoneveld). Wegen van middenboven tot aan rechtsboven (zuidelijk) het Loerikse Zandpad, (noord) de Beusichemseweg (Smalspoor, Staatsspoor, Beusichemsetuin. Weg van midden naar rechtsboven de Leedijk, heden de Leedijkerhout. Weg van middenrechts, boven naar rechtsonder de Hoogdijk. Weg van middenonder, rechts naar iets naar boven, rechts van het kasteelterrein Schonauwen is De Trip (zandpad). Bron: HISGIS Utrecht.Land op 1 oktober 1832 in het bezit van Jan André van Westrenen in de toenmalige gemeente Schonauwen (1811-1857). Land gelegen ten westen van Kasteel Schonauwen. Weg van linksboven naar rechtsonder de Houtensewetering (weg) en Schalkwijkseweg (Schalkwijkspad en Granietsteen). Weg van middenboven, links tot midden het Schonauwense Zandpad (Schalkwijkseweg = Zonnehout en de Leedijk >2003 Leedijkerhout bij boerderij Schoneveld). Wegen van middenboven tot aan rechtsboven (zuidelijk) het Loerikse Zandpad, (noord) de Beusichemseweg (Smalspoor, Staatsspoor, Beusichemsetuin. Weg van midden naar rechtsboven de Leedijk, heden de Leedijkerhout. Weg van middenrechts, boven naar rechtsonder de Hoogdijk. Weg van middenonder, rechts naar iets naar boven, rechts van het kasteelterrein Schonauwen is De Trip (zandpad). Bron: HISGIS Utrecht.

Van Westrenens aan Koninklijke Hoven

Portret van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Pieter Hiëronymus (zoon van Frederik Jan) is zijn jonge jaren (1787-1792) lid van het Utrechtse muziekgezelschap Collegium Musicum, waartoe ook zijn oom Philips Leonard behoorde. Later bekleedt vooraanstaande functies aan het hof van het Koninkrijk Holland (1806-1810). De Franse Revolutie stimuleert de democratisering van het lokaal bestuur. Voor de steden verloopt dit democratiseringsproces heelanders dan voor het platteland.

Het door representanten ingestelde "comité tot de zaken ten plattelande" draagt zorg voor het doorvoeren van de revolutie in de dorpen, onder andere via vervanging van de oude bestuurders door patriotten. In veel plaatsen gaat die overgang probleemloos. In andere plaatsen is druk van buitenaf nodig, zoals in De Bilt, waar het radicale Utrechtse municipaliteitslid Pieter Hiëronymus van Westrenen het dorpsbestuur afzet. Van Westrenen is overigens geen onbekende in De Bilt: hij bezit er het landgoed Houdringe. Tijdens de Bataafse Republiek is hij gevolmachtigd minister aan het koninklijk hof van Zweden. Toen in 1806 het Koninkrijk Holland werd gevestigd, regeerde hier Koning Lodewijk Napoleon, gehuwd met Hortense de Beauharnais. Pieter Hiëronymus werd in 1806 benoemd tot kamerheer van Koningin Hortense.

Portret van Willem Karel Frederik Pieter van Bylandt (1841-1924) echtgenoot van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Willem Karel Frederik Pieter van Bylandt (1841-1924) echtgenoot van Maria Sophie van Westrenen (1839-1882). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

Overigens kwam collaboratie met de Fransen veelvuldig voor. Drie jaar nadat hij Houdringe heeft verkocht overlijdt Pieter Hiëronymus in 1845. Met hem sterft de laatste mannelijke nakomeling uit deze tak van de familie Van Westrenen. Pieter Hiëronymus samenwerking met de Franse bezetter is enige tientallen jaren later kennelijk geen beletsel voor zijn achterneef Jan André, heer van Driebergen, om benoemd te worden als kamerheer van Zijne Majesteit Koning Willem III.

Kennelijk achtte hij zijn eigen waardigheid en die van zijn voorouders voldoende hoog om een verzoek in te dienen bij de Hoge Raad van Adel om verheven te worden in de adelstand. Het is onduidelijk of er ooit een beschikking is gekomen op dit verzoek. In de adelsboeken is hij niet als zodanig terug te vinden. Overigens zou verwerving van een adellijke titel van kort duur zijn geweest want, hij overlijdt in 1871 als laatste mannelijke nakomeling van Jan Jacob. Zijn enige dochter, Maria Sophie van Westrenen is de allerlaatste Van Westrenen, waarna dit geslacht Van Westrenen is uitgestorven.

Overlijdensakte van Maria Sophia van Westrenen een van de laatste vrouwelijke nakomeling.Overlijdensakte van Maria Sophia van Westrenen een van de laatste vrouwelijke nakomeling.


Jan André van Westrenen (1806-1870). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jan André van Westrenen (1806-1870). Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.

De familie Van Westrenen mag wel nooit adellijk zijn geweest, de dochters uit dit regentengeslacht waren voor adellijke families Barchman Wuytiers, Van der Brugghen, Van Beeck Calkoen, Boymans, Ploos van Amstel, Van Rechteren, De Beaufort, Bronkhorst en Van Bylandt gewilde huwelijkspartners.

Familiewapens

Een familiewapen was vanouds bedoeld als afbeelding op het schild van een ridder. De afbeelding op dit schild werd altijd door de tegenstander gezien en de drager ervan bevond zich er achter. Daarom worden in de heraldiek de begrippen rechts en links altijd schijnbaar verwisseld.

Beide families - Van Westrenen en van Mamuchet van Houdringe - voeren een familiewapen. Een familiewapen heeft en had ook in die dagen geen formelen betekenis. het is meer een symbool van waardigheid. Op beide wapens een korte toelichting.

Wapen Van Westrenen

Wapensteen boven de deurpost van de Plompetorengracht 5. In de negentiende eeuw het huis van Jan Jacob jr. van Westrenen. Foto: Databank UGTF Utrechts Geveltekenfonds: UGTF.nlWapensteen boven de deurpost van de Plompetorengracht 5. In de negentiende eeuw het huis van Jan Jacob jr. van Westrenen. Foto: Databank UGTF Utrechts Geveltekenfonds: UGTF.nl

Het wapen van de familie Van Westrenen bestaat uit een schild van zilver waarop in de boevenzijde, gelijke verdeeld drie Franse lelies in sabel (=zwart). Midden onder is een geheel paard geheel uitgebeeld in sabel met het hoofd naar rechts gewend. Het helmteken wordt gevormd door een het vooraanzicht van een paard van sabel, oprijzend uit een gouden kuip. Als schilldrager fungeren twee vleeskleurige wildemannen die een knots over hun schouder dragen.

De beschrijvingen van het dier dat op het wapenschild is afgebeeld lopen nogal uiteen. Sommige spreken van een paard, anderen van een lam of schaap; sommigen zelfs over een ezel. Het eerder genoemde geslacht Duwer voerde het Christussymbool: een lam dat een vaandel graagt.

Het wapen van de familie Van Westrenen wordt reeds gevoerd door Johan van Westrenen (1565-1622), hetgeen blijkt uit het feit dat zijn wapen omstreeks 1600 in een van de vensters van de Jacobikerk is aangebracht. Helaas bestaat dit venster niet meer.

Wapen Mamuchet

Familiewapen van Mamuchet Bron: CBG Familiewapens, collectienummer: 1800.Familiewapen van Mamuchet Bron: CBG Familiewapens, collectienummer: 1800.

Het familiewapen van de Mamuchets wordt gevormd door een schild van zilver dragend een chevron of keper (ondersteboven geplaatste V) van keel (= rood). Verder een hartschild van zilver, met een dwarsbalk van sabel (= zwart) waarop drie Jacobsschelpen in goud. In de bovenhoeken en midden-onder zijn drie naar rechts kijkende mensenhoofden (sarasenen hoofden) afgebeeld in natuurlijke kleur met zwart ravensbekken en zwarte haren. Als helmteken fungeert een uitkomende  saraseen met ravenbek, natuurlijk gekleurd, tussen een rode en zilveren struisveer. De Mamuchets voerden ook een wapenspreuk: "Sous I' ombre de ses alles má muché", wat zoiets betekend als "onder de schaduw van zijn vleugels ben ik geborgen" (vergelijk ook psalm 17: 3. Opvallend is dat de laatste woorden van de wapenspreuk verdacht veel lijken op de familienaam.


De Familiebeurs en de beker

Stichting van de beurs

In hun 55e huwelijksjaar, te weten op 26 maart 1764 stichten Jan Jacob en Johanna Catharina de Familiebeurs Van Westrenen. Zij doen dit per holografisch (eigenhandig geschreven) testament. Met het oprichten van deze beurs stellen zij zich ten doel om nakomelingen te ondersteunen die door “misfortuin, of ander toeval of ongeluk” tot armoede zouden vervallen. De beurs wordt pas in 1772 actief, nadat beide echtelieden zijn overleden. Hun kinderen gaan dan met het verzegelde testament naar notaris Dick Oskam om het te laten openen. Helaas is het oorspronkelijke testarnent niet meer te vinden. Wel is de inhoud vele malen overgeschreven zodat we de tekst wel nauwkeurig kennen. Ook wordt precies beschreven hoe het testament eruit zag: “… een papier met een witte gaerne draet doornaeijt en op vier plaetsen met cachetten in Rooden Lacke verzegelt, waer inne volgens d'acte van toesegelinge den 26 Maart 1764 voor den Notaris Cornelis van Ceulen en get(uig)e binnen deese Stad gepasseert is begreepen d'uitterste wille | van Voor(oemde) Heere Mr J.J. van Westreenen en Vro Joh(ann)a Cath(arin)a Mamuchet van Houdringe.…”.

Regels omtrent het beheer

De gouden beker behorend bij de boedel van de Familiebeurs Van Westrenen.De gouden beker behorend bij de boedel van de Familiebeurs Van Westrenen.

Vrij nauwkeurig is ook beschreven wie het beheer over de beurs zou moeten voeren: de drie oudste mannelijke afstammelingen die de naam Van Westrenen dragen. Zij mochten echter niet in militaire dienst zijn en iemand die zitting zou hebben in het stadsbestuur of een andere politieke functie zou bekleden, had voorrang. Mochten er meer gegadigden zijn, zouden zij erom moeten loten. Iemand die zelf geld uit de beurs nodig zou hebben was van beheer uitgesloten. Zolang er geen uitkeringen gedaan zouden worden moesten de revenuen uit de beurs aan het
kapitaal worden toegevoegd. Tweejaarlijks, in oktober, moest de boekhouder de rekening van ontvangsten en uitgaven opstellen. Bij deze gelegenheid dienden de drie beheerders een maaltijd te houden voor tien personen: de drie eerder genoemde beheerders, nog drie leden van de familie Van Westrenen, twee leden uit de familie Godin en twee leden uit de familie Pesters. De beheerders hadden daarbij de plicht om over de toestand van de beurs te communiceren, zonder daarbij inzage te geven of de precieze vermelding van uitgaven. De kosten voor de maaltijd mochten worden onttrokken aan de revenuen van de beurs tot een maximum van f 120,-. Als er in een bepaalde periode feitelijke uitkeringen uit de beurs waren gedaan mocht de maaltijd niet meer kosten dan f 100,-. Om bij die gelegenheden de eenheid en vriendschap te gedenken besloten de stichters ook hun gouden beker aan de beurs te schenken.

Bepaald is ook dat indien er geen mannelijke nakomelingen zouden zijn, of de laatste tot armoede zou zijn vervallen, de beurs zal overgaan naar de families Godin en Pesters. Zolang er nakomelingen van deze families zouden zijn, zou de diaconie zich niet met het beheer van de beurs mogen bemoeien. Als echter ook die families zouden onzijn uitgestorven, zou de beurs vervallen aan de Diaconie van de Hervormde Gemeente Utrecht om de inkomsten te bestemmen voor kleding en turf. Ook dan zou de bepaling gelden dat het kapitaal niet mag worden aangesproken, doch slechts de revenuen. Als administrateur diende dan op te treden de boekhouder van de diaconie. Ook die dient tweejaarlijks verslag te doen van de gang van zaken ten overstaan van alle broeders diakenen, twee predikanten en twee ouderlingen, aan te wijzen door de boekhouder. Bij die gelegenheid dient een maaltijd gehouden te worden voor het bedrag van maximaal f 150,-

Familie sterft uit en de beurs over naar de diaconie

De laatste nakomeling en zijn Maria Sophie van Westrenen en haar tante Alida Jacoba van Westrenen. Maria Sophia huwt in 1873 met mr. Wilehlm Karl Friedrich Graaf van Bylandt en 'verliest' daarmee haar naam, en dus het recht op ondersteuning uit de familiebeurs. De laatst rechthebbende, Alida Jacoba (+ 1880) stemt er in 1875 van harte mee in dat de beurs zal overgaan naar de diaconie. Saillant detail is overigens dat nergens gesteld wordt dat er op dat moment geen enkele nakomeling uit de families Godin en Pesters meer zou zijn die voor revenuen uit deze beurs in aanmerking komt. In een akte van 1819 is slechts sprake van "Pieter Hiëronymus van Westrenen, als enige nog levende meerderjarige mannelijke nakomelingen" van de stichters de Familiebeurs. Hoewel mogelijk niet in het belang van de Diaconie van de Hervormde Gemeente Utrecht ligt hier wellicht een aardige onderzoeksvraag voor de komende jaren.

Overlijdensakten van de laatste nakomeling van Jan Jacob van Westrenen van Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe.Overlijdensakten van de laatste nakomeling van Jan Jacob van Westrenen van Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe.

Gelet op het feit dat deze overdracht wel enkele jaren in beslag neemt, lijkt de zaak niet zo eenvoudig. Er zijn in het archief adviezen terug te vinden van de rechtsgeleerde Prof. Mr. B.L. Baron de Geer van Jutphaas en van de advocaat Mr. Baron van Lynden van Sandenburg. De moeilijkheid zit 'm in het feit dat er nog wel twee vrouwen in leven zijn die wellicht op enig moment aanspraak kunnen maken op de revenuen uit de beurs, maar dat het beheer van de beurs was voorbehouden aan mannelijke afstammelingen. Door tussenkomst van de diaconie wordt uiteindelijk in 1871 door de Rechtbank Everhard Henri Kol als bewindvoerder aangesteld.

Beheer door de diaconie

In de beginjaren dat de beurs onder verantwoordelijkheid van de diaconie valt, worden de inkomsten vooral besteed aan kinderen uit de Diaconale Weeshuis in de stad. Tot in de jaren '50 van de twintigste eeuw vooral de Wintercommissie een jaarlijkse toelage uit de beurs. Thans is het beleid dat elke diaken van Utrecht een jaarlijks te besteden budget krijgt voor het doen van kleine diaconale uitgaven. Daarmee ligt het bestedingsbeleid van de Familiebeurs vast. Incidentele bijdrageverzoeken van derden worden nimmer gehonoreerd. Een aantal keren, zo ook in de jaren '36 en '49 van de twintigste eeuw, wordt de discussie geopend of de diaconie dan wel te veel naar zich toe trokken. Ook kerkvisitatoren willen er het fijne van weten, wat weer leidde tot discussies tussen de kerkenraad en de diaconie. Opnieuw allerlei adviezen van hooggeleerde heren. De Familiebeurs heeft sinds 1979 de vorm van een stichting en wordt beheerd door de diaconie.

De Gouden Beker

Tot de bezittingen van de Familiebeurs behoren het kapitaal en een gouden beker. Voor deze publicatie is aan de Eloy Stichting, die zich heeft gespecialiseerd in de kennis van zilveren voorwerpen, en aan het Goud, Zilver- en Klokkenmuseum te Schoonhoven advies gevraagd over de gouden beker. Het blijkt hier te gaan om een uitzonderlijk kostbaar object dat zich mag verheugen in museale belangstelling. Het werkstuk is dankzij het aangebrachte meesterteken te dateren op 1677 en is van de hand van de in die tijd belangrijkste Haagse zilversmid Hans Coenraet Brechtel, afkomstig uit Neurenberg. De beker is 24,8 centimeter hoog en het deksel heeft een diameter van 10,8 centimeter. Bokaal en deksel zijn versierd met acanthusbladeren en wingerdranken in reliëf. De knop heeft de vorm van een druiventros. De gladde cuppa heeft een geheel opengewerkte vatting. Rondom het wapenschild is een kwabornament aangebracht. Van deze edelsmid zijn nog slechts negen werken bekend te zijn. Van gouden bekers van de allure schijnen er slechts vijf bekend te zijn. Alle werken van deze Haagse meester stralen grote vakbekwaamheid en goede smaak van de kunstenaar uit. De redenen waarom men zo'n beker liet maken konden nogal uiteen lopen: van omkoping en als drank voor bewezen diensten tot zelfverheerlijking en machtsuitstraling. De Van Westrenenbeker is bijna honderd jaar ouder dan de Familiebeurs. In de loop van de tijd hebben Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe er hun alliantiewapen op laten bevestigen.

Nog altijd kwijt de boekhouder zich van de taak om elke twee jaar de gouden beker uit een Utrechtse bankkluis te halen voor het gebruik bij de Van Westrenen-maaltijd voor alle diakenen van de Greformeerde Kerk en de Hervormde Gemeente Utrecht. De beker gaat dan, gevuld met champagne rond voor een heildronk op de onderlinge vriendschap eb eensgezindheid.

Achtereenvolgende Beheerders van de Familiebeurs

Bij de stichting van de beurs in 1772 bedroeg de waarde van de aandelenkapitaal 25.000 gulden. Jan André, de oudste zoon van Jan Jacob werd aangesteld als eerste beheerder van de Familiebeurs.

Toen in 1790 het beheer werd overgenomen door diens zoon Jan Jacob van Westrenen Jr. was het kapitaal gegroeid tot 36.900 gulden. Jan Jacob heeft de beurs beheerd tot zijn dood in 1817. Het kapitaal was toen inmiddels 69.377 gulden. Op dat moment blijkt Jan Jacob neef, Pieter Hiëronymus van Westrenen van Themaat de oudst levende nakomeling te zijn en dus wordt het beheer van de Familiebeurs aan hem opgedragen. Hij is de derde beheerder.

In 1845, gaat de Familiebeurs weer terug naar de tak van de eerste twee beheerders: Jan André Jr. wordt de vierde en laatste beheerder binnen de familie. In 1871 zijn er nog slechts twee rechthebbende vrouwelijke nakomelingen in leven en op verzoek van de diaconie wordt door de rechtbank een bewindvoerder van buiten de familie aangesteld. Everard Henri Kol, bankier te Utrecht. Bij die overdracht blijkt het vermogen te zijn gegroeid tot ca. 250.000 gulden.

De eerste beheerder vanuit de diaconie is Mr. Arnoldus Johannes van den Heuvel, gemeenteraadslid en tevens adminstrateur van de Diaconie van de Hervormde Gemeente Utrecht. Bij zijn aantreden is de omvang van het kapitaaal gestegen tot 264.742 gulden.

In 1940 blijkt J. Schip de boekhouder van de Familiebeurs te zijn. Van 1968 tot 1987 treedt Gerrit Elbert Raggers op als beheerder. Hij wordt in 1988 voor twee jaar opgevolgd door Marinus Gerard Peters. Van 1990 tot 1997 wordt de Familiebeurs beheerd door Willem Johannes Nieboer. Sinds 1997 wordt de Familiebeurs beheerd door de eerste vrouwelijke boekhouder. Haarr naam is Jacoba Drost. Bij haar aantreden was het kapitaal van de Familiebeurs gegroeid tot circa 325.000 gulden. Het gaat hier om de nominale waarde van staatsaandelen. De accountant heeft het vermogen per ultimo 1998 vastgesteld op 210.000 gulden.

Genealogie van de familie Van Westrenen van ca. 1500 tot 1882

Inleiding op de genealogie

Vanaf de oudste bekende stamvader van de familie Van Westrenen volgt hieronder een overzicht van de genealogie. De nakomelingen zijn per generatie gerangschikt. De Romeinse cijfering geeft de achtereenvolgende generaties aan. Hier en daar volgt tussen de persoonsgegevens nog een enkel tekstveld waarin bijzonderheden staan vermeld. Over het algemeen wordt hun godsdienst aangeduid met 'Gereformeerd'. Dit begrip moet verstaan worden als algemeen protestants omdat de Gereformeerde Kerken zoals wij die kennen toen nog niet bestonden. Pas in het einde van de 19e eeuw, toen de nu nog bestaande Gereformeerde Kerken werden gesticht, ging de gereformeerde religie zich Nederduitsch Hervormd noemen en nog later Nederlands Hervormd.

Eerste generatie

I Jan van Westrenen

Hij verkrijgt in 1524 het burgerrecht van Utrecht.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw: 1. Hendrik Jansz. van Westrenen 2. Jan Jansz. van Westrenen

Tweede generatie

II Hendrik Jansz. van Westrenen, geboren rond 1505, overleden na 1560, minstens 55 jaar oud, zoon van Jan van Westrenen (I).

Hij was gehuwd (1) met Benedicta Jan Hermansz.dr. van Malsen, overleden in het jaar 1533.

Uit dit huwelijk:

1. Johan Hendriksz. van Westrenen, geboren in het jaar 1533, overleden op dinsdag 23 september 1586, begraven te Utrecht (Buurkerk), 53 jaar oud.

2. Agniet van Westrenen, geboren voor 1534, overleden na 1538

3. Herman van Westrenen, geboren rond 1535, volgt onder III.

4. Jacoba van Westrenen, overleden in het jaar 1585. Zij was gehuwd met Gijsbert Lap, doctor in de medicijnen, overleden rond 1573.

5. Haesken van Westrenen.

Hij was gehuwd (2) met Marichen Dirk Jansz.dr., overleden in het jaar 1549.

Uit dit huwelijk:

6. Jan van Westrenen, Advocaat te Utrecht, overleden na vrijdag 4 juli 1567. Hij was gehuwd met Janne van Beaumont.

Hij was gehuwd (3) met Anna Cornelis Gijsbertsz.dr., overleden in het jaar 1573.

Derde generatie

III Herman van Westrenen, Schepen van Utrecht (1587), geboren rond 1535, overleden in het jaar 1596, ongeveer 61 jaar oud, zoon van Hendrik Jansz. van Westrenen (II) en Benedicta Jan Hermansz.dr. van Malsen. Hij is getrouwd rond 1563, op ongeveer 28-jarige leeftijd met Maria Cornelis Hubertsz.dr. Schinckel (ongeveer 23 jaar oud), geboren rond 1540, overleden in het jaar 1614, ongeveer 74 jaar oud, dochter van Cornelis Hubertsz. Schinkel en ..... Uytenbroek.

Uit dit huwelijk:

1. Johan van Westrenen, geboren in het jaar 1565, volgt onder IV.

Vierde generatie

IV Johan van Westrenen, Schepen van Utrecht (tussen 1597 en 1607), Kameraar en thesauriër der Staten & Stadsschepen 1604, Gecommitteerde der Generaliteitskamer (1608) en Rentmeester der Utrechtse domeinen (sinds 1609), geboren in het jaar 1565, wonende te Utrecht (Breedstraat), overleden in hert jaar 1622, begraven te Utrecht (Domkerk), 57 jaar oud, zoon van Herman van Westrenen (III) en Maria Cornelis Hubertsz.dr. Schinckel. Hij is getrouwd te Utrecht (Domkerk) op maandag 5 november 1590 voor de kerk (Gereformeerd), op 25-jarige leeftijd met Wendelmoed van Cleeff, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 22 augustus 1625, dochter van Lubert van Cleeff (Burgemeester der stad Utrecht) en Katharina Pijll.

Hun huwelijksdienst werd geleid door ds. Blockhovius.

Uit dit huwelijk:

1. Cornelis van Westrenen, geboren in het jaar 1591, volgt onder V-a.

2. Arnout van Westrenen, geboren in het jaar 1592, volgt onder V-b.

3. Lubbert van Westrenen van Wickenborgh, geboren rond 1596, volgt onder V-c.

4. Catharina van Westrenen, geboren in het jaar 1598, wonende te Utrecht (Breedstraat), overleden in het jaar 1656, 58 jaar oud. Zij is getrouwd te Utrecht (Geertekerk) op donderdag 4 april 1624 voor de kerk (Gereformeerd), op 32-jarige leeftijd (2) met Huibert van Diemen, Secretaris van de stad Culemborg, overleden na 1648. Hij was weduwnaar van Jacomijna van Wissen.) 

Vijfde generatie

V-a Cornelis van Westrenen, Raad der stad Utrecht, geboren in het jaar 1591, wonende te Utrecht (Zoudenbalchhuis, sinds 1616), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 28 mei 1620, 29 jaar oud, zoon van Johan van Westrenen (IV) en Wendelmoed van Cleeff. Bij zijn overlijden werden de klokken geluid van zowel de Domkerk als de Jacobikerk.

Hij is getrouwd te 's-Gravenhage rond oktober 1614 voor de kerk (Gereformeerd), op ongeveer 23-jarige leeftijd met Cornelia Duyk, Vrouwe van Oudkarspel, overleden na 1648, dochter van Anthonis Duyk (Griffier van het Hof van Utrecht en Raadspensionaris van Utrecht). (Zij is later getrouwd in het jaar 1628 met Johan Duyk, overleden voor 1648.) 

Te Utrecht werd hun attestatie afgegeven op 18 oktober 1614 om te Den Haag te trouwen.

Uit dit huwelijk:

1. Johan van Westrenen, geboren in het jaar 1616, overleden na 1676, minstens 60 jaar oud.

2. Antonie van Westrenen, geboren in het jaar 1618, volgt onder VI-a.

3. Elisabeth van Westrenen, geboren in het jaar 1619, overleden in het jaar 1663, 44 jaar oud. Zij is getrouwd te 's-Gravenhage rond 1642, op ongeveer 23-jarige leeftijd met Nicolaas van Westerbeeck, overleden in het jaar 1648.

V-b Arnout van Westrenen, Domkanunnik te Utrecht (vanaf 24 september 1610), geboren in het jaar 1592, wonende te Utrecht (Zoudenbalchhuis, sinds 1616), overleden te Utrecht op vrijdag 29 december 1656, begraven te Utrecht (Domkerk), 64 jaar oud, zoon van Johan van Westrenen (IV) en Wendelmoed van Cleeff. Hij is getrouwd te Leiden in februari 1615 voor de kerk (Gereformeerd), op 23-jarige leeftijd met Anna Pellicorne, overleden te Vianen, begraven te Utrecht (Domkerk) op vrijdag 20 december 1669.

In Utrecht is hun attestatie afgegeven op 8 februari 1615 om in Leiden te trouwen. In het begraafboek staat met betrekking tot Anna de Pellicorne vermeld "te laet, 16 dragers, 5 knegts, een wapen, groot geluij 3 uijr."

Uit dit huwelijk:

1. Johan van Westrenen, ook genaamd Joan van Westrenen, geboren in januari 1616, volgt onder VI-b.

2. Een kind van Arnout van Westrenen, geboren in het jaar 1617, begraven te Utrecht (Jacobikerk) in het jaar 1617.

3. Anna van Westrenen, geboren in het jaar 1619, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 29 november 1648, 29 jaar oud. 

 In het begraafboek staat met betrekking tot Anna vermeld "Overluid ten Dom"

4. Lubbert van Westrenen, geboren in het jaar 1620.

5. Peter van Westrenen, geboren in het jaar 1621, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 13 november 1662, 41 jaar oud.

6. Winanda van Westrenen, geboren in het jaar 1622. Zij is getrouwd De Bilt in december 1663 voor de kerk, op 41 jarige leeftijd (1) met Johan van der Meulen, Kapitein en Commandeur van Maerspui. Zij was gehuwd (2) met Jacques de d'Homme, Seigneur de la Farre.

7. Hendrik van Westrenen, Drost, Dijkgraaf en Schout van Hagestein, Domkannunik te Utrecht en Luitenant der Infanterie (1652), geboren in het jaar 1623, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op dinsdag 17 juni 1681, 58 jaar oud.

In het begraafboek is vermeld: "16 dragers, 4 knechts, 2 uren beluijt, de wapens opgehangen, te laet in de kerk" Hij is getrouwd te Utrecht (Catharijnekerk) op woensdag 14 augustus 1652 voor de kerk (Gereformeerd), op 29-jarige leeftijd met Aletta Ploos van Amstel, begraven te Utrecht (Domkerk) op woensdag 6 mei 1682, dochter van Agnes van Byler (Vrouwe van Tienhoven) In het begraafboek staat vermeld: "twee uren uren besluijt met het groot geluij de wapen opgehangen, geschonken; Mitsgevende 100 gulden" 

8. Margaretha van Westrenen, geboren in het jaar 1624, begraven te Utrecht (Jacobikerk) rond 1639, ongeveer 15 jaar oud.

9. Een kind van Arnout van Westrenen, geboren in het jaar 1627, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 14 november 1631, 4 jaar oud.

10. Cornelis van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) in het jaar 1628, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 3 augustus 1629, 1 jaar oud.

In het begraafboek staat vermeld "Overluid ten Dom en te Jacobi".

11. Gerard van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) in het jaar 1628, begraven te Utrecht (Buurkerk) op vrijdag 28 november 1636, 8 jaar oud. 

V-c Lubbert van Westrenen van Wickenborgh, Heer van Wickenburgh en Kanunnik van St. Pieter (tot 2 december 1647), geboren rond 1596, wonende te Utrecht (Breedstraat), begraven te Utrecht (Domkerk) op vrijdag 9 augustus 1652, ongeveer 56 jaar oud, zoon van Johan van Westrenen (IV) en Wendelmoed van Cleeff. Hij is voor de kerk getrouwd tussen donderdag 24 april 1625 en donderdag 22 mei 1625, te Den Haag, op ongeveer 29-jarige leeftijd (1) met Anna van Volbergen, wonende te Utrecht (Breedstraat), begraven te Utrecht op woensdag 4 januari 1640.

Uit dit huwelijk:

1. Winanda van Westrenen, geboren rond 1627, overleden na 1655, minstens 28 jaar oud. Zij was gehuwd met Carel van Willigen, Baljuw van Oudewater, overleden na 1655.

2. Martinus van Westrenen, Kanunnik van St. Pieter (vanaf 24 juni 1652), gedoopt te Utrecht (Domkerk) op donderdag 1 juli 1632.

Hij volgde een studie aan de Latijnse School te achtereenvolgens, Kampen, Delft en Utrecht en slaagde hiervoor op 15 december 1651. Hij benoemde op 14 augustus 1655 - na het overlijden van zijn zuster - tot zijn enig universeel erfgenaam Jhr. Joris van Weede, Luitenant Infanterie.

3. Johannis van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk), begraven aldaar op vrijdag 19 maart 1638. 

Hij is getrouwd op zaterdag 14 maart 1643 en getrouwd te Amsterdam op zaterdag 4 april 1643 voor de kerk (Gereformeerd), op ongeveer 47-jarige leeftijd (2) met Margarete Pellicorne Johandr., Vrouwe van Lauwerecht, afkomstig uit Leiden, wonende te Amsterdam, overleden tussen 1665 en 1672, dochter van Jan de Pellicorne en Susanna Abigael van Còllen. (Zij was weduwe van Peter van Ceulen. Zij is later getrouwd te Utrecht (Catharijnekerk) op zaterdag 3 januari 1655 voor de kerk met Jan Mamuchet (54 jaar oud), koopman, Heer van Houdringe, Heer van De Grunnerie en Heer van Marege, geboren te Leiden in het jaar 1601 overleden te Oegstgeest (Huis Grunnerie) in het jaar 1675, 74 jaar oud, zoon van Marcus Mamuchet II (Chevalier (ridder), Seigneur de Marreige, Seigneur de Greuniers, Seigneur de Houdringue en Koopman) En Suzanne van der Muelen. (Hij is eerder getrouwd te Leiden (Hooglandse Kerk) op dinsdag 1 april 1631 voor de kerk, op 30-jarige leeftijd met Marie de Velare, overleden te Utrecht op maandag 7 juli 1653.)) 

Zesde generatie

VI-a Antonie van Westrenen, Kapitein der infanterie te Maastricht, geboren in het jaar 1618, overleden in het jaar 1676, 58 jaar oud, zoon Cornelis van Westrenen (V-a) en Cornelia Duyk. Hij is getrouwd rond 1644, op ongeveer 26-jarige leeftijd met Maria van Westerbeek, overleden in het jaar 1674, dochter van Francois van Westerbeek en Marie de Gijselaar.

Uit dit huwelijk:

1. Cornelis van Westrenen, Kapitein der infanterie te Maastricht, geboren in het jaar 1646, overleden in het jaar 1678, 32 jaar oud.

2. Maria Mechteld van Westrenen, geboren in het jaar 1653, begraven te Utrecht (Buurkerk) op dinsdag 4 februari 1698, 45 jaar oud. Zij was is getrouwd na 1678, op minstens 25-jarige leeftijd met Elias Pomiam Pesarovius, Predikant Evangelsich Lutherse Gemeente Purmerend, overleden in het jaar 1709.

3. Cornelia Elisabeth van Westrenen, geboren in het jaar 1655, overleden na 1687, minstens 32 jaar oud.

VI-b Johan van Westrenen ook genaamd Joan van Westrenen, Advocaat bij het Hof van Utrecht, Kanunnik van het Kapittel van St. Piter (vanaf 1637) en Advocaat Hof van Holland en Gelderland (vanaf 1 oktober 1647), geboren in januari 1616, wonende te Utrecht (aan 't Begijnhof), overleden op zondag 6 december 1648, begraven op vrijdag 18 december 1648, 32 jaar en 11 maanden oud, zoon van Arnout van Westrenen (V-b) en Anna Pellicorne. Hij is getrouwd in het jaar 1635, op 19 jarige leeftijd met Anna de Pellicorne ook genaamd Anna Pellecoorn, dochter van Jan de Pellicorne en Susanna Abigeal van Còllen. (Zij was later gehuwd met Samuel Gilles.)

Uit dit huwelijk:

1. Joannes van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Buurkerk) op donderdag 21 november 1647 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Joan Pellecoorn, Wonende te Amsterdam en Anna Pellecoorn, wonende te Utrecht (Donkerstraat), overleden te 's-Gravenhage op dinsdag 8 april 1692, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 18 april 1692, 44 jaar en 139 dagen oud. 

Het begraafboek vermeldt over hem: "de wapens opgehangen en gesongen in de Jacobikerk. Is uijt de Haege gebracht - heeft daer een publieke uijtvaert gehad."

2. Arnoldus van Westrenen ook genaamd Arnoud van Westreenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk op donderdag 1 juli 1649 (Gereformeerd), volgt onder VII. 3. Henderick van Westrenen, vice-dekaan en kapittulaar ten Dom.

Zevende generatie

VII Arnoldus van Westrenen ook genaamd Arnoud van Westreenen, Advocaat aan het Hof van Utrecht, Heer van De Wiers, Heer van Themaat en Heer van Lauwerecht, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 1 juli 1649 (Gereformeerd, wonende te Utrecht (Bootstraat), overleden te Utrecht, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 28 mei 1716, 66 jaar en 332 dagen oud, zoon van Johan van Westrenen (VI-b) en Anna de Pellicorne.

In het begraafboek staat Arnoldus vermeld: "de wapens opgehangen, 3 uuren beluijd en is gesonken, F 200,-" 

Hij is getrouwd te Amsterdam op dinsdag 19 februari 1675 voor de kerk, op 25-jarige leeftijd met Elisabeth van Alderwereld ook genaamd Elsabea van Alder-Werelt (21 jaar oud), geboren te Amsterdam op donderdag 11 september 1653, overleden te Utrecht op vrijdag 22 april 1689, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zaterdag 30 april 1689, 35 jaar en 223 dagen oud, dochter van Salamon van Alderwereld en Helena Pieterdr.

In het begraafboek staat over Eilsabeth vermeld: "met 16 dragers, 6 knechts, de wapens opgehangen, anderhalf uer beluijt met groot geluij, te laet in de kerk"

Uit dit huwelijk:

1. Een kind van Arnoldus van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) in 1675, begraven aldaar op vrijdag 27 december 1675.

2. Anna Clara van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Janskerk) op zondag 15 mei 1678 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Gaspard de Pellicorn, Heer van Lauwerecht en Clara Valckenier), overleden rond 1735, ongeveer 57 jaar oud.

Op 23 april 1736 wordt ten overstaan van notaris H. van Hees te Utrecht haar erfelijke boedel verdeeld onder haar broer en zus, zijnde enige erfgenamen. De totaalwaarde wordt vastgesteld op ca. 46.000 gulden. 

Zij is getrouwd te Oosterbeek (Arnhem) op woensdag 26 augustus 1772 voor de kerk (Gereformeerd), op 44-jarige leeftijd met Everhard Lauwen, wonende waarschijnlijk te Arnhem.

3. Helena Elisabeth van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 23 oktober 1679 (Gereformeerd), volgt onder VIII-a.

4. Johan Peter van Westrhenen, gedoopt te Utrecht (Geertekerk) op donderdag 13 februari 1681 (Gereformeerd) (doopgetuige was Peter van Pellicorne), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 13 juni 1681, 120 dagen oud.

5. Wijnanda Jacoba van Westrhenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 11 oktober 1683 (Gereformeerd), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zaterdag 25 december 1693, 75 dagen oud.

6. Jan Jacob van Westrenen ook genaamd Joan Jacob van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 8 maart 1685 (Gereformeerd), volgt onder VIII-b.

7. Susanna van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 1 april 1686 (Gereformeerd), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op dinsdag 2 maart 1688, 1 jaar en 336 dagen oud.

8. Petronella van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 7 april 1689 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Bootstraat), oberleden te Utrecht op donderdag 25 december 1704, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 2 januari 1705, 15 jaar en 262 dagen oud.

In het begraafboek staat over Petronella vermeld: "1 1/2 uer beluijt, een wapen opgehangen, 2 knechts in 't bidden gaessisteert, 16 dragers, een swarte baer en kist, te laet in de kerk.

Achtste generatie

VIII-a Helena Elisabeth van Westrenen, gedoopt het Utrecht (Jacobikerk) op maandag 23 oktober 1679 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Breedstraat), begraven te Utrecht (Catharijnekerk) op vrijdag 31 augustus 1770, 90 jaar en 312 dagen oud, dochter van Arnoldus van Westrenen (VIII) en Elisabeth van Alderwereld.

Zij kwam door vererving in 1770 - via haar nicht Hendrina van Logteren - in het bezit van landerijen in Gelderland en het Graafschap Zutphen. In het begraafboek staat vermeld: gezonken, komt voor de armen f 500:-:-, een wapen gehangen a f 24:-:-, 16 ellen laken aan het stadskinderhuis vereert.

Zij is getrouwd op zondag 30 november 1710 voor de kerk (getuige was Heer van Wijk, Schepen van Utrecht, der bruids vader), op 31-jarige leeftijd met Philips Ram, Raad in de Vroedschap, Schepen van Utrecht en Lid van de Staten van Utrecht, overleden in het jaar 1721, zoon van Johan Ram en Hendrina de Pauw. 

Hij promoveerde op 16 juni 1675 op het proefschrift "De Usufructu" Hun attestatie werd afgegeven op 30 november 1710 om elders te trouwen. 

VIII-b Jan Jacob van Westrenen ook genaamd Joan Jacob van Westrenen, Heer van Themaat, Heer van de Wiers, Heer van Vuilcoop (Vuylcop), Heer van Houdringe, Heer van De Grunnerie, Heer van Sterkenburg, Heer van Lauwerecht, Advocaat aan het hof van Utrecht (vanaf 19 juni 1706), Raadsheer aan het Hof van Utrecht (vanaf 31 oktober 1715), Hoogheemraad bij het Hoogheemraadschap Lekdijk-Bovendams, Kanunnik en deken van het kapittel Oudmunster, Regent van het Stadsambachtskinderhuis te Utrecht en Regent van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude (1754-1768), gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 8 maart 1685 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (bij de Jansdam) en te Utrecht (Domskerkhof), oberleden aldaar op vrijdag 1 december 1769, begraven te Utrecht (Jacobikerk), 84 jaar en 268 dagen oud, zoon van Arnoldus van Westrenen (VII) en Elisabeth van Alderwereld.

Van het over lijden van Jan Jacob werd aangifte gedaan op 11 december 1769 (10 dagen na z'n overlijden). Als groefbidder trad op "Meyers". Wijze van begraven: "gezonken; 16 ellen laken, gescheurt; een wapen gehangen F 24 : - : -; een half uur geluid F 13:10:- bedrag F 500:-:-

Verder is er een grote reeks notariële vermeldingen waarin Jan Jacob de meest uiteenlopende zaken regelt, zoals o de koop "huysinge, hoff en stallinghe en een kleine huysinge te Utrecht (1712)

o een kwitantie voor de ontvangst van een aandeel in de actie van de VOC van Middelburg (1717)

o de "executie van coornwasch" van Antony Waayen te Aledorp die hem pacht verschuldigd was (1718)

o een lening van f 150,-- aan Jan Cornelis de Cort (1718)

o de bewerking van een boerenbedrijf, bestaande uit een hoeve en 8 mergens land te Vleuten, dat in bezit is van Jan Jacob volgens "exploitatie in halfwinning", door Cornelis de Cort (1718)

o verkoop van een huis ect. en 22 morgen land aan Jan Jansen Groenevelt (1718)

o borgstelling voor de huur van 12 morgen land door Stoffel Petersz. van Kattenbroek (1718)

o een huurovereenkomst met Willem Spruit, hovenier te Lauwerecht, betreffende "huysinge en hoff aan 't Swarte Water" te Lauwerecht (1718)

o een huurovereenkomst met Arien Pauluss Hogendoorn, betreffende een hofstede met 14 morgen "wey-, hoy-, en bouwland en een uyterweerd" gelegen te Willigen Langerak. (1718)

o een huurovereenkomst met Grietje, Cornelis en Dirk Willemse, haar zoon, betreffende 11,5 morgen land, viertel soo wey- als bouwland te Martensdijk (1719)

o de ontvangst van een reeks obligaties, lijfrentes en landerijen van Jacob Gilles te Bloemendaal, als erfgenaam van Samuel Gilles, overeenkomstig diens testament (1721)

o een schuldbetekenis van Hillegonda Pijle, betreffende een lening van f 3.999,--.(1721)

o lening van f 1.000 aan Willem Pesters, de vader van zijn latere schoonzoon (1721)

o lening van f 1.500 en f 500,- aan Gerard Steenwijck (1721)

o zijn toestemming aan Theodorus Pellechy voor het uitbouwen van hun beider huizen die annex aan elkaar gelegen zijn aan het Domkerkhof. (1722)

o verkoop van obligaties van f 3.000 en f 1.350 (1722)

o verhuur van executeur- testamentair van Adriaan Beyer en Alijd Jans aan Jans Aress van Schyck een hofstede met huis en 40 morgen boomgaard (1723)

o huurovereenkomst met Johan Winjes, meestervan paruyckenmaecker te Utregt, betreffende een huysinge, gelegen: ZZ Oudekerkhoff, gelegen naast den stal van verhuurder te Utrecht. (1724)

o huurovereenkomst gesloten betreffende een viertel wey- en en bouwland te Meertensdijck (1724)

o verkoop aan Lucas Poppel van "huysinge, c.a. 2 hoven en boomgaard, het goed "Ten Hoeven" nabij de Oudwijckersweteringe, andere zijde: de stege voor hofstede de Koekoek hof met huysinge bij Camrickhofstede te Lauwerecht (1725)

o huurcontract aan Cornelis van Hattum, schipper van 't Vaertse Veer, inzake een "party weyland, bestaende in uyrerweerdje, onderdijk en 2 langere en korte akkers te Den Vaert" (1725)

o ontvangst van 5000 gulden uit de nalatenschap van Pieter Pellicorne. (1726)

o kwitantie inzake het recht op een legaat van 10.000 gulden uit de nalatenschap van Pieter Pellicorne (1726)

o vordering van achterstallig pacht van Cornelis Goiberingen en Piter Dirkse Groenendijck als huismeester van het Weeshuis te Utrecht (1726)

o vordering van pacht van Maximiliaan van Beeck, samen met Gijsbert Voet, advocaat aan het hof te Utrecht (1727)

o koop van 10 mergen en 544 roeden lands aan de bisschopsweteringe te Rijnauwen (1727)

o koop van ene huis aan de Predikherenstraat, samen met Gijsbert Voet (1728)

o huurovereenkomst met Hendrik Cornelissen Duyker, betreffende een hofsteden, huysinge, ect. 7 1/2 morgen boomgaard, Uiterwaarde en weiland te Vreeswijk in de polder Dijkveld (1728)

o huurovereenkomst met Arien Gerritss van Leeuwen, betreffende een griend, gelegen aan de laan gaande na het huis De Wiers, een grient bij de molen De Wiers en diverse andere grienden. (1729)

o benoeming tot executeur testamentair van Anthonie van Schuilenburg, kanunnik van Oudmunster te Utrecht (1729)

o Engelstalige akte voor de verkoop van een obligatie ad L 500 in de bank of England, aan Peter Meyer, merchant te London (1730)

o verstrekking aan Dirk Nelissen en diens nakomelingen in eeuwige erfpacht een stenen windkorenmolen met grond en huisjes te Vreeswijk (1734)

 o borgstelling, samen met Johan Frededrik van Mamuchet voor eventueel resterende aflossingen te betalen door Catharina van Heusden, weduwe van Johan Frederik Mamuchet. (1734)

o lening aan Johannes Albertus van Lobbrecht, ontvanger van convoyen en licenten aen de vaert, groot 3.300 gulden (1734)

o verkoop van een huysinghe, een hoverniershuysinghe, warmoesiers- en weyland, groot tesamen 1 hond en 68 roeden, gelegen te Wittevrouwen, namens zijn schoonmoeder (1735)

o koop ten behoeve van Catharina van Heusden een 'huysinghe, hofstede, 21 morgen boomgaard, bouw- en weyland genaamd Stenisweerd gelegen te Wijckersloot (1738)

o ontvangst van legaten uit de nalatenschap van Joan Frederic Mamuchet en Catharina van Heusden aan hun kleindochter. Elk van hun ontvangst 2000 gulden en "die waar een of beiden over ten doop hebben gestaan" een bedrag van 4000 gulden, doch Jan Andreas 1000 gulden meer, dus 5000 gulden, omdat hij de oudste is. (1739)

o huurcontract aan Cornelis Bouwman te Wijk voor "hofstede, duyfhuys, met boomgaard, 5 morgen weyland, 2 morgen weyland, bouwland genaamd 'de Troost' te Wijk (1735)

o koop (als deken) van het recht op canoniale prebende van de onmondige Melchior Robijn (1739)

o koop van twee obligaties van Mathijs van Beresetijn en Catharina van Cingel (6.000 en 3.000 gulden) (1739)

o koop van acht obligaties uit de boedel van wijlen Maria van Hemert (1740)

o lening van 1.500 caroli guldens aan de kerk van Hagesteijn. (1740)

o een huurovereenkomst met Goyer Vermeend te Schalkwijck betreffende "8 mergen zo wey als bouwland" aan het Nedereijnd te Schalkwijk (1740)

o huurovereenkomst met Goyer Dirk van Wolswijk betreffende "3 mergen weyland" te Blokhoven, Schalkwijk (1740)

o procuratie inzake een invoering van geld van de west Indische Compagnie (1740)

o huurovereenkomst gesloten met Gijsberts Evertse van Soest te De Bilt betreffende "3 mergen bouwland" aan de Hogeseysterweg te De Bilt |(1740)

o koop van 12 mergen weyland, genaamd "de Geer" (1740)

o aan Hermen Janse Kleijnekick, 4 mergen wyland aan de Kerkweg onder het gerecht van Oostveen (1740)

o koop uit een openbare verkoping van de superintendanten van het Geesthuis te Utrecht van een stuk van 6 morgen bouwland, grenzend aan zijn eigen land (1741)

o verhuur aan Gerrit Willemse van Seghveld en Jannetje Gerrits een hofstede met ca. 52 morgen bouw- en weiland onder het gerecht Papendorp en 10 morgen weiland onder het gerecht van Galecop en 6 morgen wei- en bouwland onder het gerecht van het Heycop (1741)

o verhuur aan Willem Teunisse in 't Velt, 2 morgen bouwland gelegen onder het gerecht van Holebild (1741)

o zijn toestemming aan Johan Aelbert van Muijden (dienaars des Goddelijke Woords te Nieuw Loosdrecht) en Anna Christina, Harskamp om te mogen inhakken in de gezamenlijke muur tussen hun huizen aan de oostzijde van de Domsteeg te Utrecht, om een schoorsteen aan te leggen (1741)

 o verhuur van 7 morgen bouw- en weiland gelegen onder Sterkenburg aan Cornelis Vernoij (1741)

o verhuur van een woonhuis en boomgaard en 8 morgen wei- en bouwland aan Cornelis de Bree (1741)

o verhuur aan Evert Gijsbertse Verweij, gehuwd met Cornelia van Vechten "3 1/2 morgen weiland, zijnde 't cadenland onder Klijn Vuilkop en Wulven" (1741)

o verhuur aan Hermen Jansse Middeldorp, hospes in 't Haantje van 2 morgen weiland, aan de Blauwcapelsendijk onder Oostveen (1741)

o verhuur aan Jan Jansse van Ressen, wonende in de "Twee Postpeerdjens " te Utrecht van 4 morgen weiland, gelegen aan de Kerkweg onder Oostveen (1741)

o verhuur aan Jan Geurtsen van Hemsbergen van een huis en 1,5 morgen boomgaard en land aan de Berghsteeg onder Sterkenborg. (1741)

o verhuur aan Jan Vernoij, een hofstede en 54 morgen boomgaard, wei, hooi en bouwland gelegen op den Voorbrughe van Sterkenborg, alsmede 5,5 morgen bouwland onder Doorn (1742)

o verhuur aan Gijsbertus van Rietveld, meester schoenmaker te Utrecht een huis aan de Groensteeg te Utrecht (1742)

o verhuur aan Crijn de Kievit, een huis aan de Groensteeg te Utrecht (1742)

o verhuur aan Teunis Peterse van Leusden en Willem Teunissen van Leusden een hofstede en 22 morgen land te De Bilt en 4 morgen en 1 hond land genaamd De Brand gelegen onder Oostveen (1742)

o koop uit een openbare verkoping van Frederik Willem baron van Falkenhain, ritmeester bij de cavelerie, namens Oriana Regina van Rossem, weduwe van Johan Godaerts van Rossum een huis, hofstede met 58 morgen aanhorige landerijen, genaamd Rietbeek te Wijk bij Duurstede (1742)

o verhuur van een huis aan de "Oudegragt aan de Besembrug" aan Johan Laurens Maus en diensvrouw Anna Lucia Schielings (1742)

o verhuur van 18,5 morgen bouwland, 2 morgen weyland eb 1,5 morgen boomgaard te Wijk bij Duurstede aan Dirk Vernooij (1742)

o koop van 3 obligaties in de VOC kamer Amsterdam van Johan de Pellechie, ter waarde van 12.100,-. (1742)

o verkoop namens het Domkapittel een recht op dode canoniale prebende aan Jacobus Roest te Zuijdland (1742)

o verhuur aan Maan Maria van Elteren, gehuwd met Albertus van Scherpenseel een huis, naast de pottenbakkerij van Johannes Vermeer, gelegen onder Lauwerecht (1742)

o verhuur aan Bruijnis Albertse Schouten een hofstede, bestaande uit een huis met 3 morgen land te De Bilt, de zuiderhelft van 14 morgens land in 't Buurveld te De Bilt, 8,5 morgen land aan de Looydijk (1742)

o verhuur aan Jan Spaan, wonenden op "Cloetings hofstede" een hofstede met 58 morgen land en boomgaard, genaamd "Cloetings hofstede", gelegen aan de Nijendijk te Sterkenburg (1742)

o verhuur aan Teunis Jansse Haarman het achterste deel van een huis met ca. 14 morgen land, genaamd Toutenbergh onder St. Maartensdijk en nog 7 morgen land te St. Maartsendijk begrensd door de Hollandse Rading en, het huis van Gerrit Roest, alsmede 3,5 morgen land aan de achterwetering onder Oostveen (1742)

o koop van Abraham van Senden, hoofdofficier van Wijk bij Duurstede, gehuwd met Agnes Maria van Nellesteyn, 3 obligaties met een gezamenlijk waarde van 5.600,- (1743)

o koop van Johan Georg van Raesveld, gehuwd met Allegonda Moijaard 12 obligaties ten laste van Holland en West Friesland (1743)

o borgstelling, samen met Philip Jacob Graaf van Boetzelaer voor Jan van Hardenbroek in verband met de betaling van 2 plechten rechte, samen groot 6000 gulden (1743)

o verhuur aan Antoni van Roswey wonende te Oudenrhijn 2 morgen weiland te Oudenrhijn (1743)

o verhuur aan Bestiaan de With te Schalkwijk van een hofstede, bestaande uit een huis, 29 morgen bouwland, 10 morgen weiland en 6 morgen grasland van de boomgaard, gelegen bij de Heul te Schalkwijk (1743)

o verhuur aan Jelis Gerritse van Stekelenborg van een huis met boomgaard en landerijen, genaamd De Leemkolk gelegen te Werkhoven, alsmede 12 morgen land, (1743)

o verhuur van 2 morgen weiland, gelegen aan de Blauwcapelsendijk onder Oostveen aan Hendrik Teunisz van Colenberg, wonende te De Bilt (1743)

o verhuur aan Ary en Geurt van Wijk, ieder 7 morgen wei- en bouwland gelegen onder Honswijk, "ontrent de Cuyleburger Veer" (1743)

o verhuur aan Dirk Jacobz van Stam te Oudenrijn 9 morgen bouw- en weiland te Oudenrhijn (1743)

o verhuur aan Cornelis Ghysbertse Verweij te Oudenrijn 7 morgen bouwland, waaronder een boomgaardje te Oudenrhijn (1744)

o verhuur aan Anthony Corze de Kruyff een huis met 24,5 morgen bouw- en weiland, gelegen te Sterkenburg (1744)

o lening aan Catharina Bosschop, weduwe van Hendrik van Lidt de Jeude (1744)

o lening van 10.000 gulden vastgelegd aan Bernardus Sonnenberg, Govert van Rijn, Adrianus Lomeijer, Hendrik Bildervoet, Jan Goudeoever, Evert van Rossum, Dirk van Odijk, Jan van Odijk, Arien Haarmans, Teunis Janse Koekkoek en Pieter van Wijk, allen korenmolenaars te Utrecht. De molens Harthals, Claarwater, de Cogel, de Kat, de Gans en Sprokkel werden tot onderpand gegeven (1744)

o verhuur aan Jacob Barten van Segvelt van 3 morgen wei- en hooiland, gelegen in de Gagel op de Binnewetering ... broek (1745)

o verhuur aan Cornelis Jacosz van Velsen een hofstede, bestaande uit huisinge, bergen en schuur met 25 morgen boomgaerd, hennip-, wey-, als hoylanden aan het Geyn, achter begrensd door de indyk off landschydingem onder het gerecht van Abcoude, de mede 10 mergen en 3 hond wey- en hoyland aan den indyk achter begrensd door de Vegtdyk in de Vegt, onder het gerecht van Vreland, alsmede 9 mergen hoyland te Loenersloot, Oucoop (1745)

o verhuur aan Cornelis Jansz van Cragtwyk van huysinge met 3 mergen soo boomgaerd als weyland te Sterkenborg (1745)

o verhuur aan Aelbert Peterse van Cleef een huysinge, hofstede en berg met 4 mergen, 4 hond en 25 roeden boomgaard eb land te Sterkenborg (1745)

o lening aan Bernardus Sonnenburg, Govert van Rijn, Adrianus Lomeijer, Hendrik Bindervoet, Jan van Goudoever, Evert van Rossum, Dirk van Odyk, Jan van Odyk, Arien Haarmans, Teunis Janse Koekoek en Pieter van Wijk, allen korenmolenaars te Utrecht, betreffende een lening van 10.000 gulden. De molens Rijn Son, Klaarwater, de Kogel, De Kat. de Gans en de Meyboom werden tot onderpand gegeven (1745)

o procuratie ten namen van Jean Jacques van Westrenen voor N.N. de Brus et Compagnie, banquir te Paris op lijfrenten te innen (1746)

o een (Franstalige) attestatie vastgelegd waarin Jan Jacom van Westrenen en zijn gezin te kennen geven bekend te zijn met Isaac Godin, Antoine Francois Godin en Jean André van Westrenen (1746)

o procuratie waarin Hendrik van Klickenbergh, exploiteur van den Leckdijk Bovendams, wordt gemachtigd om namen hem aanwezig te zijn (vanaf diens land) bij de 10-jaarlijkse meting (1746)

o koop aan Cornelis Bogaert van 7 mergen land, (1747)

o schenkingen aan zijn zoon Philip Leonard van Westrenen van 14 mergen bou- en weylande, onder het gerecht van Ouderijn. Gemeld wordt dat dit mindering zal worden gebracht op zijn huwelijksgoed (1747)

o verhuur aan Gert van Wyk een hofstede met huysinge, boomgaard en 7 mergen lands aan het Culemborgse veer onder het gerecht van Honswijk (1747)

o verhuur aan Cornelis de Bree 8 mergen so bouw- als weyland met woonhuys en boomgaard gelegen te Schalkwijk (1748)

o procuratie op naam van zijn zoon Philips Leonard teneinde de huur te mogen innen van Johanna van Royen, weduwe van Dirk Vernoy, voor het gerecht van Wijk bij Duurstede (1751)

Jan Jacob is in ondertrouw gegaan te Utrecht op zondag 11 augustus 1709 en getrouwd te De Bilt op zondag 25 augustus 1709, ondertrouw aldaar op woensdag 7 augustus 1709 voor de kerk (Geformeerd) (getuige was J. de Reus), op 24-jarige leeftijd met Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe (19 jaar oud). Erfvrouwe van Houdringe, Erfvrouwe van De Grunnerie, Erfvrouwe van Sterkenburg en Erfvrouwe van Lauwerecht, geboren te Amsterdam op maandag 19 juni 1690, wonende te Utrecht (Domskerkhof), overleden te Utrecht op zondag 9 februari 1772, begraven te Utrecht (Jacobikerk), 81 jaar en 235 dagen oud, dochter van Jan Frederik de Mamuchet I (chevalier (=ridder), Heer van Merrège, Heer van De Grunnerie, Heer van Houdringe, beroep Wisselhandelaar) en Catharina van Heusden.

In het begraafboek staat met betrekking tot Johanna Catharina vermeld: gezonken, een wapen gehangen (24:-:-) en een half uur geluid (27:-:-)l 16 ellen laken gescheurd; totaal f 500:-:-)

Notariële vermeldingen:

o Op 5 juni 1770 maken Jan Jacob en Johanna Catharina ten overstaan van notaris H. van Hees te Utrecht hub testament op. De langst levende wordt de erfgenaam benoemd en tevens is voorzien dat Arnoud van Westrenen, zijn vader, en Johan Frederic Mamuchet, haar vader, naast de langst levende worden benoemd tot voogd over de minderjarige kinderen.

o Op 4 mei 1730 wordt ten overstaan van notaris H. van Hees te Utrecht een protest vastgelegd, inhoudende dat hij, zijn vrouw en zijn zwager Jean Frederic Mamuchet bereid zijn om af te reizen naar Baren waar daags ervoor hun oom Marcus van Mamuchet is overleden, om de voorbereidingen voor zijn begrafenis te treffen, echter onder de uitdrukkelijk voorwaarde dat zij de nalatenschap niet aanvaarden.

o Op 12 april 1743 wordt ten overstaan van notaris E. Vlaer te Utrecht een nieuw testament opgemaakt waarbij de langstlevende tot erfgenaam wordt benoemd.

Ui dit huwelijk:

1. Anna Elisabeth van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Buurkerk, in het Krame Gasthuis) op vrijdag 1 augustus 1710 (Gereformeerd), volgt onder IX-a.

2. Jan André van Westrenen ook genaamd Johannes Andreas, geboren te Utrecht op zondag 10 januari 1712, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 13 januari 1712 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren de grootouders van moeders zijde), volgt IX-b.

3. Philips Leonard van Westrenen, Raad van de Camer van Justitie tot Vianen, Dekaan van het Domkapittel, Heer van Sterkenburg en Procureur Generaal (benoeming 3 maart 1750), gedoopt te Utrecht (Domkerk) op vrijdag 25 januari 1715 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Philips Ram en Helena Elisabeth van Westrenen), wonende te Utrecht (Domskerkhof), overleden te Utrecht (ten huize van zijn vader), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 9 december 1753, 38 jaar en 318 dagen oud.

4. Arnout van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 6 maart 1718 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren "de Vrouw van Hoedringe" en Jean Frederik Mamuchet van Hoedringe jr.), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op dinsdag 9 augustus 1718, 156 dagen oud.

5. Clara Susanna van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 16 juli 1719 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Philips Ram en Anna Clara van Westrenen), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 4 augustus 1719, 19 dagen oud.

6. Catharina Johanna van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op donderdag 25 december 1721 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Catharina van Heusden en Johan Frederik Mamuchet van Hoedringe, ect), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op dinsdag 20 februari 1725, 3 jaar en 57 dagen oud.

7. Helena Philippina van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op maandag 29 maart 1723 (doopgetuigen was Helena Elisabeth van Westrenen), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 16 oktober 1729, 6 jaar en 201 dagen oud.

8. Arnoud van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op dinsdag 13 juni 1724 (Gereformeerd) (doopgetuige was Helena Elisabeth van Westrenen, volgt onder IX-c. 9. Isabella van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 9 juni 1728 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Johan Frederic Mamuchet van Houdringe en "jonkvrouwe" Anna Alisabeth van Westrenen), wonende te Utrecht (Onder de Linden), begraven te Utrecht (Nicolaïkerk) op zondag 24 december 1809, 81 jaar en 198 dagen oud.

Het begraafboek vermeldt: bijgezet; het gehele laken aan het kinderhuis vereerd; 500:-:-

Zij is getrouwd te Utrecht (Franse Kerk) en getrouwd te Utrecht (Domkerk) op dinsdag 24 juli 1753 voor de (Gereformeerd), op 25-jarige leeftijd met Willem Nicolaas Baron de Pesters (36 jaar oud), Heer van Wulpenhorst, Griffier van het Hof van Utrecht en Kolonel van de garde van stadhouder Prins Willem V, geboren in het het jaar 1717, overleden in het jaar 1794, 77 jaar oud, zoon van Nicolaas de Pesters en Anna de Jong. 10. Frederik Jan van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 4 juli 1731 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Jean Frederic Mamuchet van Houdringe en "Juffrouw" Anna Elisabeth van Westrenen, volgt onder IX-d.

Negende generatie

IX-a Anna Elisabeth van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Buurkerk), in het Krame Gasthuis) op vrijdag 1 augustus 1710 (Gereformeerd), overleden te Utrecht (Achter St. Pieter), begraven te Utrecht (Janskerk) op woensdag29 april 1744, 33 jaar en 272 dagen oud, dochter van Jan Jacob van Westrenen (VIII-b) en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe.

In het begraafboek staat vermeld: "wijze van begraven: het wapen gehangen (24:-:-) en 16 ellen laken gescheurd en gesonken; bedrag: 300:-:- en 15:-:-" Zij is ondertrouwd te Kockengen en getrouwd te Utrecht (Domkerk) op maandag 2 juni 1732 voor de kerk (Gereformeerd), op 21-jarige leeftijd met Antoni Francois Godin, Heer van Spengen en Cockengen en Raad in de Vroedschap, overleden tussen 1744 en 1764.

Uit dit huwelijk:

1. Jan Jacob Godin, Heer van Vuilcoop (Vuylcop), geboren rond 1734, overleden na 1764, minstens 30 jaar oud.

In 1754 ontving hij van zijn grootvader de heerlijkheid Vuilcoop (Vuylcop) ten geschenke.

2. Isaac Ferdinand Godin, overleden na 1764.

IX-b Jan André van Westrenen ook genaamd Andreas, Heer van Sterkenburg, Heer van Vuilcoop (Vuylcop), Raed in de Vroeschap, Schepen van Utrecht, Burgemeester van Utrecht, Geëligeerd lid van de Staten van Utrecht (vanaf 1765), Raad in het Jachtgerecht in Utrecht, Gecommitteerde ter directie der infanterie van Utrecht en Kanunnik van het Kapittel van St. Marie te Utrecht, geboren te Utrecht op zondag 10 januari 1712, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 13 januari 1712 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (bij de Jansdam) en te Utrecht (Domsteeg, 1754-1790), overleden te Utrecht op vrijdag 2 juli 1790, begraven te Utrecht (Jacobikerk), 78 jaar en 173 dagen oud, zoon van Jan Jacob van Westrenen (VIII-b) en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe.

Hij maakt op 16 juni 1740 ten overstaan van notaris E. Vlaer te Utrecht een testament op waarmee hij zijn ouders benoemt tot voogd over zijn minderjarige kinderen. In het begraafboek staat vermeld: "'t Wapen opgehangen (24:-:-) en den volle boeten 500:-:- 


Rouwklachte van Cornelia Anna van Ommeren echtgenote van Jan André van Westrenen van 15 december 1754.Rouwklachte van Cornelia Anna van Ommeren echtgenote van Jan André van Westrenen van 15 december 1754.


Jan André is getrouwd te Utrecht (Catharijnekerk) op maandag 8 augustus 1740 voor de kerk (Gereformeerd), op 28-jarige leeftijd (1) met Cornelia Anna van Ommeren (28 jaar oud), geboren op zondag 7 februari 1712, gedoopt te Wijk bij Duurstede op dinsdag 9 februari 1712, overleden te Utrecht op zondag 15 december 1754, begraven te Utrecht (Jacobikerk), 42 jaar en 311 dagen oud, dochter van Lodewijk van Ommeren (Raad in de Vroedschap) en Alida Jacoba van der Schuur.

In het begraafboek staat vermeld: "wijze van begraven: gezonken, komt den armen f 500:-:-"

Uit dit huwelijk:

1. Jan Jacob van Westrenen, geboren te Utrecht op dinsdag 8 augustus 1741, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 10 augustus 1741 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren de grootouders van Van Westrenen), volgt onder x-a.

2. Alida Jacoba Jonkvrouw van Westrenen, jonkvrouw en Vrouwe van De Grunnerie, geboren te Utrecht op vrijdag 26 januari 1748, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op vrijdag 26 januari 1748 (doopgetuige was Johanna Catharina Mamouchet van Houdringe), overleden te Harderwijk op maandag 29 maart 1813, 65 jaar en 62 dagen oud.

Zij legde de eerst steen voor een boerderij in Sterkenburg. Een gevelsteen herinnert daaraan.

Zij is ondertrouwd te Zutphen, Arnhem, Lochem en getrouwd te Nederlangbroek op dinsdag 17 september 1776 voor de kerk (Gereformeerd), op 28 jarige-leeftijd met August Robbert Vrijheer van Heeckeren (33 jaar oud), Heer van Suideras, Lid Ridderschap en Staten van Zutphen (1765), Gedeputeerde ter Staten Generaal (1765), Raad Ordinaris in het Hof van Gelderland (1767-1781), Schepen van Zutphen (1781-1791), Raad en Rekenmeester van Gelderland (1784-1795), Gedeputeerde in de Raad van State (1789) Scholtus binnen en buiten Zutphen (1792-1795), Gedeputeerde van de Staten van Zutphen (1792-1795), Schepen en Raad van Groenlo (1793-1795), Drossaard van Stad en Heerlijkheid Borculo, Vrederechter te Warnsveld (1811) en Commandeur in de Duitsche Orde, geboren te Huis Enghuizen op woensdag 31 juli 1743, overleden te Zutphen op maandag 7 oktober 1811, 68 jaar en 68 dagen oud, zoon van Mr. Frans Jan van Heeckeren en Transisalania Charlotte Juliana Agnes Adelheid, des Heilige Roomschen Rijksgravin Van Rechteren.

Ondanks de aankondigingen in de plaatsen Zutphen, Arnhem en Lochem is geen akte van de huwelijksvoltrekking afgehaald (1776).

3. Arnoud Jan van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 3 januari 1751 (doopgetuigen waren de grootouders van vaders zijde), volgt onder X-b. 4. Een kind van Jan André van Westrenen, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 10 maart 1749. 5. Een kind van Jan André van Westrenen, overleden na 1754.

Hij is ondertrouwd te De Bilt en getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 8 december 1755 voor de kerk (Gereformeerd), op 43-jarige leeftijd (2) met Paulina Lucretia Godin, jonkvrouw, begraven te Utrecht op maandag 18 augustus 1783.

Trouwdienst werd geleid door ds. G.M. Elsnerus.

IX-c Arnoud van Westrenen, Heer van Lauwerecht, Heer van De Wiers en Kanunnik van het Kapittel van St. Pieter te Utrecht, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op dinsdag 13 juni 1724 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Janskerkhof, H 499) en te Utrecht (Bodestraat, 1758), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 13 augustus 1795, 71 jaar en 61 dagen oud, zoon van Jan Jacob van Westrenen (VIII-b) en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe.

Het begraafboek meldt over hem: met statie begraven, 250:-:-

Hij is getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 31 januari 1757 voor de kerk (Gereformeerd), op 32-jarige leeftijd met Berendina Wilhelmina van Bronkhorst, wonende te Utrecht (Janskerkhof), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 22 maart 1770.

Trouwdienst geleid door ds. F. Burmanannus Laat bij haar overlijden 7 onmondige kinderen achter. Wijze van begraven: 16 ellen laken, gescheurd, een wapen gehangen (24-:-:) totaal 250:-:-

Uit dit huwelijk:

1. Johanna Catharina van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 12 oktober 1757 (Gereformeerd). Zij is getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 13 september 1779 voor de kerk (Gereformeerd), op 21- jarige leeftijd met Gerrit Willem Panneboeter.

Huwelijk wordt ingezegend door ds. H. Schouw.

2. Jan Jacob van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 15 oktober 1758 (Gereformeerd), overleden te Vreeswijk, begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 17 december 1778, 20 jaar en 63 dagen oud.

3. Berendina Wilhelmina van Westrenen, geboren rond 1759, wonende te Utrecht (Janskerkhof), begraven te Utrecht (Domkerk) op woensdag 17 augustus 1803, ongeveer 44 jaar oud. Zij is ondertrouwd te Vreeswijk en getrouwd aldaar op dinsdag 30 juli 1782 voor de kerk (Gereformeerd), op ongeveer 23-jarige leeftijd met Mr. Theodorus Aernoud Zaal.

4. Anna Aletta van Westrenen, geboren rond 1760, wonende te Utrecht (Janskerkhof), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 13 juli 1792, ongeveer 32 jaar oud. Zij is getrouwd te Utrecht op zondag 28 oktober 1781 voor de kerk, op ongeveer 21-jarige leeftijd met Frederik Gijsbert Feith, jurist.

5. Nicolaas van Westrenen tot Lauwerecht, geboren rond 1761, volgt onder X-c.

6. Arnoud van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op vrijdag 11 januari 1765 (Gereformeerd). wonende te Utrecht (Janskerkhof), begraven te Utrecht (Domkerk) op woensdag 23 oktober 1765, 285 dagen oud.

7. Arnoud van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Janskerk) op zondag 23 februari 1766 (Gereformeerd), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 4 mei 1766, 70 dagen oud.

8. Catharina Barbara van Westrenen tot Lauwerecht, geboren te Utrecht op zondag 12 april 1767, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 15 april 1767 (Gereformeerd), begraven te Utrecht op vrijdag 26 april 1805, 38 jaar en 14 dagen oud.

Doophefster: Andriana Charlotte van Cleeff van Bronkhorst.

Zij is hertrouwd te Utrecht op dinsdag 26 augustus 1788, ondertrouwd te Arnhem, Leiden en getrouwd te Vreeswijk Aan de Vaart in het jaar 1788 voor de kerk (Gereformeerd), op 21-jarige leeftijd met Abraham Matthias Cornelius van Bommel (23 jaar oud). Lid Vroedschap van Haarlem (1788), Schepen van Haarlem (1788-1791), Lid van de kleine bank van Justitie te Haarlem (1788-89), Kerkmeester, Commissaris ter dagvaard te Haarlem, (1794) en Ontvanger Indirecte Belastingen en Accijnzen te Zwolle (1794), geboren te Bergen op Zoom op woensdag 19 juni 1765, overleden te Zwolle op woensdag 25 april 1821, 55 jaar en 310 dagen oud, zoon van Carel van Bommel en Bartha Johanna Stuerman.

In het huwelijksregister staat vermeld: de volle boete betaald, attestatie afgegeven om in 1788 "aan den vaart" te kunnen trouwen.

9. Arnoudina Elisabeth Jonkvrouw van Westrenen, jonkvrouw, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 4 mei 1768 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Voorstraat), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 4 oktober 1789, 21 jaar en 153 dagen oud. Zij is ondertrouwd te Maastricht en getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 17 december 1787 voor de kerk (Gereformeerd), op 19-jarige leeftijd met Mr. Frans Jacob Otto Boymans (20 jaar oud), geboren op zondag 1 november 1767, overleden te Utrecht op zaterdag 19 juni 1847, 79 jaar en 230 dagen oud.

Het huwelijk werd ingezegend door ds. W.L. Krieger. 


Portret van Arnoudina Elisabeth van Westrenen (1788), echtgenote van Frans Boijmans. Door Henricus Johan Antonius Baur. Bron: Boijmans.nl, Museum Boijmans van Beuningen.Portret van Arnoudina Elisabeth van Westrenen (1788), echtgenote van Frans Boijmans. Door Henricus Johan Antonius Baur. Bron: Boijmans.nl, Museum Boijmans van Beuningen.


IX-d Frederik Jan van Westrenen, Heer van Themaat-Westrenens, Heer van Houdringe, Kanunnik van de Domkerk en Regent van de Fundatie van de Vrijvrouwe van Renswoude (1759-1788), gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 4 juli 1731 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Kromme Nieuwegracht) en te Utrecht (Achter de Dom, 1788), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zaterdag 5 januari 1788, 56 jaar en 185 dagen oud, zoon van Jan Jacob van Westrenen (VIII-b) en Johanna Catharina van Mamuchet van Houdringe.

Van hem is een foto van een geschilderd portret in het gemeente-archief van Utrecht. Frederik Jan liet in 1779 het statige huis Houdringe te De Bilt oprichten.

Hij is ondertrouwd te Amsterdam en getrouwd aldaar op zondag 22 december 1765 voor de kerk (Gereformeerd), op 34-jarige leeftijd met Geertruid Elisabeth Testart, Vrouwe van Themaat.

Uit dit huwelijk:

1. Johanna Catharina van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op dinsdag 14 oktober 1766 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren de grootouders van het kind aan vaderszijde), wonende te Utrecht (Kromme Nieuwegracht), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 22 januari 1767, 100 dagen oud.

2. Pieter Hiëronymus van Westrenen van Themaat, gedoopt Te Utrecht (Domkerk) op zondag 23 oktober 1768 (Gereformeerd), volgt onder X-d.

3. Frederika Geertruyda van Westrenen van Themaat geboren te Utrecht op donderdag 8 april 1773, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 11 april 1773 (Gereformeerd), overleden te 's-Gravenhage op maandag 10 februari 1845, 71 jaar en 308 dagen oud. Zij is getrouwd te De Bilt op donderdag 4 november 1790 voor de kerk (Gereformeerd), op 17- jarige leeftijd (1) met Mr. Willem Arnout Leissius (21 jaar oud), geboren te Amsterdam op zondag 7 mei 1769, overleden te Utrecht op woensdag 20 juli 1796, 27 jaar en 74 dagen oud, zoon Pieter Arnoud Leyssius en Renette Francoise Decker (Van Ushen).

In het huwelijksregister staat vermeld: de boete voldaan, akte getekend 14 november 1790.

Zij is ondertrouwd te Utrecht op zondag 2 april 1797 voor de kerk, op 23-jarige leeftijd (2) met Pieter de Menoire de Villemurde, geboren te Bordeaux.

Attestatie afgegeven op 2 april 1797 om elders te kunnen trouwen.

4. Johanna Catharina van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 31 maart 1776 (Gereformeerd).

Als peter bij de doop treedt op: de heer van Westrenen, heer van Sterkenburg, oudste broeder van de vader.

Zij had een relatie met Jan Diderik Tuyll van Serooskerken (Gereformeerd).

In het huwelijksregister staat vermeld: 1796, geen trouwboekje afgehaald. 


Portret van Johanna Catharina van Westrenen (1796-1797) door Christiaan van Geelen (1755-1824) Bron: A.C.A.W. van der Feltz Charles Howard Hodges (1764-1837) (Assen 1982).Portret van Johanna Catharina van Westrenen (1796-1797) door Christiaan van Geelen (1755-1824) Bron: A.C.A.W. van der Feltz Charles Howard Hodges (1764-1837) (Assen 1982).


5. Theodora Agatha van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 21 juni 1778 (Gereformeerd) Zij is getrouwd te Utrecht (Franse Kerk) op zondag 30 april 1797 voor de kerk, op 18 jarige leeftijd met Lambertus Jan Siccema.

Tiende generatie

X-a Jan Jacob van Westrenen, jurist, Heer van Sterkenburg, Heer van Driebergen, Heer van Hardenbroek, Burgemeester en Raad van Utrecht, Lid van de Staten van Utrecht, Hoogheemraad van Bijlvelt Hoogheemraad van Lekdijk Bovendams en Kerkmeester van de Buurkerk (1782), geboren te Utrecht op dinsdag 8 augustus 1741, gedoopt te Utrecht (Jacobikerk) op donderdag 10 augustus 1741 (Gereformeerd), overleden te Utrecht op dinsdag 9 september 1817, 76 jaar en 32 dagen, zoon van Jan André van Westrenen (IX-b) en Cornelia Anna van Ommeren. 


Portret van Johanna Catharina van Westrenen met kind (1799-1800) door Christiaan van Geelen (1755-1824) Kasteel Heeze, Heeze Bron: H.M.J. Tromp, Portret van Johanna Catharina van Westrenen met kind (1799-1800) door Christiaan van Geelen (1755-1824) Kasteel Heeze, Heeze Bron: H.M.J. Tromp, 'Heeze', De woonstede door de eeuwen heen 82 (1989) 2-22.

De Heerlijkheid Driebergen

De heerlijkheid Driebergen werd in 1677 voor de Staten van Utrecht tot hoge heerlijkheid verheven en verkocht aan Willem graaf van Nassau Odijk, Heer van Driebergen van 1677 tot 1701. Vervolgens stond Driebergen onder bewind van Lodewijk Adriaan graaf van Nassau (1701-1742) Willem Adriaan graaf van Nassau (1742-1745, Cornelis Schellinger (1745-1789), Evert Fredrik baron van Heeckeren van Enghuizen (1789-1802), waarna de heerlijkheid van 1803 tot 1882 door koop in het bezit was van de familie Van Westrenen.

In 1816 kocht hij ook de ambachtsheerlijkheid Hardenroek van mr. Joachim van der Vliet Hij bezat ook een woning in de Domsteeg.

Hij is getrouwd te Utrecht (Janskerk) op zondag 29 mei 1768 voor de kerk (Gereformeerd), op 26-jarige leeftijd (1) met Sara Maria Vos (17 jaar oud), gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op zondag 14 maart 1751, wonende te Utrecht (Achter St. Pieter), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op zondag 26 december 1784, 33 jaar eb 287 dagen oud, dochter van Cornelis Antony Vos (Schepen en Raad van Utrecht) en Johanna van Buytenhem.

Hun huwelijk werd ingezegend door ds. Vos te Montfoort in aanwezigheid van ds. G.M. Elsnerus.

Uit dit huwelijk:

1. Johanna Catharina de Mamuchet van Westrenen, geboren te Utrecht op maandag 14 augustus 1769, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 20 augustus 1769 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Jan Jacob van Westrenen, "gerepresenteerd door diens zoon Frederik Jan van Westrenen" en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe), volgt onder XI-a.

2. Cornelis Jan Jacob van Westrenen, geboren te Utrecht op maandag 20 april 1772, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op woensdag 22 april 1772 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Mr. Cornelis Antony Vos en Vrouwe Johanna van Buytenhem, wonende te Utrecht (Minrebroederstraat), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op maandag 14 september 1772, 147 dagen oud.

3. Paulina Anna van Westrenen, geboren te Utrecht op maandag 29 juni 1778, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zaterdag 4 juli 1778 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Jan André van Westrenen en Paulina Lucretia Godin), overleden te Utrecht (Achter St. Pieter) op vrijdag 5 augustus 1859, 81 jaar en 37 dagen oud.

4. Doodgeboren kind, geboren op woensdag 29 september 1779. 5. Anna Maria Cornelia van Westrenen, Vrouwe van Sterkenburg, geboren op zondag 24 februari 1782, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 3 maart 1782 (Gereformeerd), overleden te Utrecht op zaterdag 27 september 1856, 74 jaar en 2616 dagen oud. Zij is getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 12 april 1802 voor de kerk (Gereformeerd, op 20-jarige leeftijd met Pieter Antoni Hinlopen (21 jaar oud). Lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht en Hoogheemraad van Lekdijk Bovendams, geboren te Loosduinen op dinsdag 5 december 1780, overleden te Utrecht op vrijdag 31 augustus 1849, 68 jaar en 269 dagen oud, zoon van Jelmer Hinlopen (Predikant) en Pieteronella Johanna Godin.

Hun huwelijk werd ingezegend door ds. Jac Hinlopen.

Jan Jacob is ondertrouwd te Utrecht op zondag 22 april 1804 en getrouwd te Nederlangbroek op maandag 7 mei 1804 voor de kerk, op 62-jarige leeftijd (2) met Maria Sophia Lieberam (29 jaar oud), jonkvrouw, geboren te 's-Gravenhage in het jaar 1775, wonende te Utrecht (Nieuwegracht), overleden aldaar op zondag 23 september 1855, 80 jaar oud, dochter van Adrianus Liebera, en Sara van Breugel.

Het huwelijk werd voltrokken op Sterkenburg ten huize van Jan Jacob, door ds. J. Rijpland in aanwezigheid van ouderling W. Middelman en diaken Jan de Bruin. Hij had toen reeds een voorkind bij Maria Sophia, terwijl zij van een tweede (voor)kind zwanger was.

Uit dit huwelijk:

6. Jan Jacob van Westrenen, Heer van Sterkenburg en Heer van Hardenbroek, gedoopt te 's- Gravenhage op woensdag 5 mei 1802, overleden te Florence op zondag 23 september 1827, 25 jaar en 141 dagen oud.

Gewettigd bij het huwelijk. Hij behaalt in 1824 zijn bul aan de Universiteit van Utrecht als doctor in de rechten

7. Johanna Catharina Cornelia van Westrenen, geboren te Nederlangbroek (Huis Sterkenburg) op zondag 10 juni 1804, gedoopt te Nederlangbroek op zondag 15 juli 1804, overleden na 1819, minstens 15 jaar oud. Zij is getrouwd te Utrecht op zaterdag 16 augustus 1823, op 19-jarige leeftijd met Johannes Theodorus van Nuffel, Rentenier, geboren te Brussel, wonende te Arquennes. 8. Jan André van Westrenen van Driebergen ook genaamd Johannes Andreas van Westrenen, geboren te Driebergen, gedoopt aldaar op zondag 9 maart 1806 (Gereformeerd), volgt onder XI-b. 9. Alida Jacoba van Westrenen, Vrouwe van Driebergen, gedoopt te Utrecht (Janskerk) op zondag 13 augustus 1809 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren de ouders), overleden te Brussel op zaterdag 16 oktober 1880, 71 jaar en 64 dagen oud.

Zij kocht uit de boedel van haar broer Jan Jacob van Westrenen de heerlijkheid Driebergen. Gijsbert Carel Duco baron van Hardenbroek kocht uit deze boedel de gelijknamige heerlijkheid Hardenbroek Zij overleed ongehuwd en kinderloos. Aangezien zij de laatst levende rechthebbende was op eventuele uitkering uit de Familiebeurs van Westrenen, kwam de beurs na haar overlijden onder het beheer van de diaconie. Vanwege haar overlijden in een Franstalig gebied heet zij in haar overlijdensakte "Alida Jacqueline van Westrenen". 

X-b Mr. Arnoud Jan van Westrenen, Heer van Sterkenburg, Heer van Vuilcoop (Vuylcop), Heer van Leeuwenberg, Heer van Cockengen, Kanunnik van Oud-Munster te Utrecht en Bewindhebber van de Westindische Compagnie, kamer Amsterdam, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 3 januari 1751, overleden op zondag 12 november 1815, 64 jaar en 313 dagen oud, zoon van Jan André van Westrenen (IX-b) en Cornelia Anna van Ommeren.

Om kinderen in te enten was in de 18e eeuw toestemming nodig van de vroedschap (gemeenteraad). Arnoud Jan kreeg in 1784 toestemming om zijn vier oudste kinderen in te enten tegen de pokken "mids zulks niet binnen, maar buiten deze stadsmuren geschiede en de kinderen na de eruptie (uitbreken) der pokjes niet te voet binnen deze stad op de publieke straet komen of in de gehuurde koets rijden, mitsgaders alle nodige praecutiën (voorzorgen) gebruikte om te praevenieeren (voorkomen) dat de infectie zig niet verspreidde."

Hij is getrouwd te Utrecht (Janskerk) op maandag 8 april 1776 voor de kerk (Gereformeerd), op 25-jarige leeftijd met jonkvrouw Antoinetta Charlotte Godin (19 jaar oud), Vrouwe van Drakestein en de Vuursche, geboren op donderdag 19 augustus 1756, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op zondag 22 augustus 1756, overleden te Utrecht op dinsdag 16 december 1817, 61 jaar en 119 dagen oud, dochter van Pieter Anthony Godin en Isabella Lucretia Barchman Wuytiers.

Dit huwelijk werd ingezegend door ds. Jac. Hinlopen.

Uit dit huwelijk:

1. Cornelia Anna van Westrenen, geboren te Utrecht op dinsdag 7 januari 1777, gedoopt te Utrecht (Janskerk) op zondag 12 januari 1777 (Gereformeerd) (doopgetuigen waren Jan André van Westrenen en Paulina Lucretia Godin), wonende te Utrecht (Domstraat 4-6), overleden op Huis den Treek te Leusden op zaterdag 28 december 1839, 62 jaar en 355 dagen oud.

Cornelia Anna koopt in 1830 van E. de Kruyf kasteel Roetert langs de Langbroeker Wetering.

Zij is getrouwd te Utrecht (Domkerk) op zondag 9 oktober 1796 voor de kerk (Gereformeerd), op 19-jarige leeftijd met Mr. Willem Hendrik de Beaufort (21 jaar oud), lid der Grote Vergadering van Notabelen (1814), lid van de Provinciale Staten van Utrecht (1814), lid van Gedeputeerde Staten (1814-1825), Curator van de Hogeschool Utrecht (1815), Luitenant Kolonel van de Landstorm (1813-1816), Heer van Duivenbijke, Drossaard der Stad en Baronie van IJsselstein, Praeses van het College van Curatoren der Hogeschool Utrecht en Kanunnik van St. Marie, geboren te IJsselstein op woensdag 12 juli 1775, overleden te Utrecht op dinsdag 21 april 1829, 53 jaar en 283 dagen oud, zoon van Joachim Ferdinand de Beaufort (Heer van Duivendijke, Griffier van Hulst, Burgemeester van Hulst, Raad en Rekenmeester van Prins Willem IV, Raad en Rekenmeester van de douairière van Prins Willem IV en Drossaard der Stad en Baronie van IJsselstein) en Anna Digna van Gelre.

 Dit huwelijk werd ingezegend door ds. J. Hinlopen 

Portret van Cornelia Anna van Westrenen van Driebergen. Bron: RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20351871.Portret van Cornelia Anna van Westrenen van Driebergen. Bron: RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 20351871.


2. Isabella Antonia Lucretia van Westrenen, Vrouwe van Rijnesteyn en Steeniswaard, Grondeigenaresse (1846), geboren te Utrecht [op donderdag 22 oktober 1778, gedoopt te Utrecht (Janskerk) op zondag 25 oktober 1778 (Gereformeerd) (doopgetuige was Iasbella Lucretia Barchman Wuytiers, o[verleden te Huis Steeniswaard te Cothen op zaterdag 3 oktober 1846, 67 jaar en 346 dagen oud.

Doopgetuige was I.L. Barchman Wuytiers, weduwe van Pieter Antony Godin. Van Isabella's overlijden werd aangifte gedaan in de gemeente Utrecht op 31 december 1846.

Zij is ondertrouwd te Utrecht op zondag 31 juli 1803 en getrouwd te Werkhoven op maandag 15 augustus 1803 voor de kerk (Gereformeerd), op 24-jarihe leeftijd met Dr. Jan Frederik van Beeck Calkoen (31 jaar oud), Ridder in de Orde van de Unie, Buitengewoon Hoogleraar Wis- en Natuurkunde te Leiden (1800-04, Hoogleraar Leiden ( 1804-1805) en Hoogleraar Wijsbegeerte Utrecht (1805-1809), geboren te Groningen op dinsdag 5 mei 1772, gedoopt aldaar op dinsdag 5 mei 1772, overleden te Utrecht op maandag 25 maart 1811, begraven Op het Kerkhof aan De Bilt op zaterdag 30 maart 1811, 38 jaar 324 dagen oud, zoon van Wilhelmus Jabes Calkoen (Predikant) en Wilhelmina Maria Verborcht. 3. Agnes Susanna van Westrenen ook genaamd Alletta Susanna van Westrenen, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op dinsdag 30 november 1779 (Gereformeerd) (doopgetuige was Gerrit Godin (peter)), wonende te Utrecht (Achter de Dom, begraven te Utrecht (Buurkerk) op donderdag 4 december 1788, 9 jaar en 4 dagen oud. 4. Jan Antoni van Westrenen, bijgenaamd Godin, geboren te Utrecht op woensdag 20 juni 1781, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op zondag 24 juni 1871, overleden op woensdag 19 april 1854, 72 jaar en 303 dagen oud. 5. Antoinetta Charlotte van Westrenen, geboren te Utrecht op woensdag op dinsdag 23 december 1783, gedoopt te Utrecht (Catharijnekerk) op zondag 28 december 1783, wonende te Utrecht (Domsteeg), overleden te Utrecht op dinsdag 25 maart 1817, 33 jaar en 92 dagen oud. 6. Johanna Sara Maria van Westrenen, geboren te Utrecht op vrijdag 21 augustus 1795, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 23 augustus 1795 (Gereformeerd), overleden te Utrecht (Domsteeg) op woensdag 31 december 1817, 22 jaar en 132 dagen oud.

X-c Mr. Nicolaas van Westrenen tot Lauwerecht, Raad in de Vroedschap, officier van de schuttersafdeling 'De Bloedkuil', Heer van Lauwerecht, Heer Vuilcoop (Vuylcop), Secretaris van het St. Maartensgasthuis (1783), geboren rond 1761, wonende te Utrecht (Achter St. Pieter en te Utrecht (Over het Voetiussteegje), begraven te Utrecht (Jacobikerk) op vrijdag 14 september 1804, ongeveer 43 jaar oud, zoon van Arnoud van Westrenen (IX-c) en Berendina Wilhelmina van Bronkhorst.

In de tijd van de Franse Revolutie stelde men een nieuw stedelijk reglement op voor de stad. Vroedschapsleden legden op dit nieuwe reglement de eed van trouw af. Dat gold ook voor officieren en onderofficieren van de schutterij. De democraten oefenden sterke druk uit op degene die zo'n eed moesten afleggen. Op 30 maart 1786 bezocht een commissie van democraten Nicolaas van Westrenen tot Lauwerecht, luitenant van de Bloedkuil, en men vroeg hem of hij bereid was de eed van trouw op het nieuwe reglement af te leggen. Toe hij weigerde, raadde de commissie hem aan zijn post als officier neer te leggen omdat hij ander "aan grootere onaangenaamheden konde blootgesteld raaken". Begraven "met 16 ellen laken gescheurd; wijze van begraven: bijgezet"

Hijs is getrouwd te Utrecht (Nicolaïkerk) op woensdag 20 september 1786 voor de kerk (Gereformeerd). op ongeveer 25-jarige leeftijd met Cornelia van der Hoop (21 jaar oud), geboren rond augustus 1765, wonende te Utrecht (Brigittenstraat), overleden op zondag 5 april 1818, ongeveer 52 jaar en 8 maanden oud.

Aangifte van haar overlijden werd gedaan door haar neven George Fanmo Theodoor Adriaan van der Brugghen (kapitein) en Jan Hendrik Franciscus Herman (Commies) Hun huwelijk werd ingezegend door ds. Jac. Hinlopen. 

Uit dit huwelijk:

1. Arnoudina Berendina Wilhelmina van Westrenen tot Lauwerecht, Vrouwe van Lauwerecht en de Wiers, geboren te Utrecht op zaterdag 15 september 1787, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 23 september 1787 (Gereformeerd), overleden op dinsdag 17 november 1857, 70 jaar en 63 dagen oud.

Van haar overlijden werd aangifte gedaan in de gemeente Utrecht op 10 december 1857.

Zij is getrouwd te Utrecht op zondag 17 februari 1805 voor de kerk (Gereformeerd), op 17- jarige leeftijd met Jonkheer Mr. Johan Gideon Willem Karel van der Brugghen (21 jaar oud), Lid van de Ridderschap Utrecht (vanaf 1822), geboren te Utrecht op maandag 8 september 1783, overleden aldaar op zaterdag 24 juni 1826, 42 jaar en 289 dagen oud, zoon van Jhr. Mr. Joan Carel Gideon van der Brugghen en Margaretha Geertruida Falck.

X-d Pieter Hiëronymus van Westrenen van Themaat, Heer van Houdringe, Kamerheer van Koningin Hortense de Beauharnais (1806), Minister plenipoteniarus der Bataafsche Republiek aan het Hof van Zweden en Gezant in Zweden van koning Lodewijk Napoleon, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 23 oktober 1768 (Gereformeerd), overleden te Utrecht op 28 maart 1845, 76 jaar en 156 dagen oud, zoon van Fredrik Jan van Westrenen (IX-d) en Geertruid Elisabeth Testart.

Hij studeerde rechten in Utrecht. Omdat hij nog minderjarig was toen zijn vader in januari 1788 overleed, werd Jean Maurice Dambi, benoemd tot zijn gouverneur. Op de jeugdige leeftijd van amper 20 jaar erfde hij Houdringe. Hij woonde er zomers met zijn moeder en zusters in dit huis en 's winters alleen.

Hij is getrouwd te Utrecht op zondag 30 september 1792, ondertrouwd te Amsterdam en getrouwd te De Bilt (Houdringe) in september 1792 voor de kerk (Gereformeerd), op 23-jarige leeftijd met Anna Maria Elonora van den Heuvel (24 jaar oud), geboren te Rio Demerary op zondag 10 april 1768, overleden te De Bilt, Huis Houdringe op dinsdag 2 september 1817, begraven te Utrecht op zaterdag 6 september 1817, 49 jaar en 145 dagen oud, dochter van Mr. Jan Cornelis van den Heuvel (Commandeur te Rio Essequebo en Raad van Demerary) en Maria Catharina Storm van 's-Gravenhage.

In het trouwboek staat vermeld: boete voldaan.

Uit dit huwelijk:

1. Elizabeth van Westrenen van Themaat, geboren te Brussel op zondag 20 april 1794, gedoopt te Utrecht (Engelse Kerk) op zondag 1 juni 1794 (Anglicaans), overleden te Amsterdam op vrijdag 20 januari 1871, 76 jaar en 275 dagen oud. Zij is getrouwd te De Bilt op woensdag 1 oktober 1817, op 23-jarige leeftijd met Jhr. Henricus Johannes van Beveroord tot Oldemeule ook genaamd Engelbert van Bevervoorden (26 jaar oud), Harde d'Honneur, officier infanterie vanaf 1813 en Luitenant- kolonel 1849-1852, geboren te Zutphen op donderdag 14 april 1791, overleden te 's - Gravenhage op zondag 18 juli 1858, 67 jaar en 95 dagen oud, zoon van Thomas Adriaan Engelbert van Bevervoorden en Anna Ossenberch. 2. Johanna Justina van Westrenen van Themaat, geboren te De Bilt op zondag 31 mei 1795, gedoopt aldaar op zondag 28 juni 1795. Zij is getrouwd te De Bilt op woensdag 23 juni 1813 voor de kerk, op 18-jarige leeftijd met George Antoine Saywer tot Oostbroek

Elfde generatie

XI-a Johanna Catharina de Mamouchet van Westrenen, geboren te Utrecht op maandag 14 augustus 1769, gedoopt te Utrecht (Domkerk) op zondag 20 augustus 1769 (Gereformeerd), overleden te Breda op zaterdag 9 augustus 1800, begraven te Utrecht (Jacobikerk), 30 jaar en 360 dagen oud, dochter van Jan Jacob van Westrenen (X-a) en Sara Maria Vos. Zij is getrouwd in februari 1788 op 18-jarige leeftijd (1) met Simon Jan Baptist Barchman Wuytiers.

XI-b Jan André van Westrenen van Driebergen ook genaamd Johannes Andreas van Westrenen, Heer van Driebergen, Hoogheemraad van Lekdijk Bovendams, Officier 2e bataljon der Utrechtse schutterij, Kamerheer in buitengewone dienst van Zijne Majesteit Koning Willem III en Grondeigenaar (1870), geboren te Driebergen, gedoopt aldaar op zondag 9 maart 1806 (Gereformeerd), wonende te Utrecht (Mariaplaats), overleden te Utrecht op dinsdag 9 augustus 1870, 64 jaar en 153 dagen oud, zoon van Jan Jacob van Westrenen (X-a) en Maria Sophia Lieberam.

Deze Jan André heeft in 1845 een verzoek gedaan tot verheffing in de adelstand Kennelijk is niet (gunstig) over dit verzoek beslist omdat niets bekend is van verheffing in de adelstand.

Hij is getrouwd te Utrecht op vrijdag 3 augustus 1838, op 32-jarige leeftijd met Felicia Maria Cecilia Tamina Baronesse Taets van Amerongen (ongeveer 21 jaar oud), geboren te De Bilt rond 1817, overleden voor augustus 1870, hoogstens 53 jaar oud, dochter van Arnoud Joost Baron Taets van Amerongen en Henriëtte Maria de Smeth.

Uit dit huwelijk:

1. Maria Sophia van Westrenen, Vrouwe van Driebergen, geboren te Nice op zondag 20 januari 1839, overleden op maandag 4 september 1882, 43 jaar en 227 dagen oud.

Zij is de laatst overleden Westrenen, althans als het gaat om nakomelingen van Jan Jacob. Met haar dood sterft de familie van Westrenen uit.

Zij is getrouwd te Utrecht op donderdag 6 maart 1873 (getuigen waren Carel Herman Graaf van Bijlandt (broer van de bruidegom), Arnoud G.J. Baron Taets van Amerongen (oom van de bruid) Willen Ren, Baron Tuyll van Serooskerken (oom van de bruid) en Jhr. Pieter Jacob Elout van Soeterwoude), op 34-jarige leeftijd met Dr. Willem Carel Frederik Pieter Graaf van Bijlandt (31 jaar oud), Heer van Melden, Neukirchen en Rheydt, Offiier in de Orde van de Eikenkroon (Luxemburgs), Commandeur in de orde van de Nederlandse Leeuw, Jurist te Leiden, Raad van Legatie bij Zijne Majesteit gezantschap te Berlijn, Minister resident te Stockholm en Kopenhagen, Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal 1882-1916, Voorzitter Tweede Kamer der Staten Generaal (1909-12) en Ere- ridder in de Johanniter Orde, geboren te 's-Gravenhage op zaterdag 4 december 1841, overleden te Zeist op vrijdag 4 juli 1924, 82 jaar en 213 dagen oud, zoon van Ernst Ferdinand Hubert Marcus Graaf von Bijlandt (Stichter der Deutsche Evangelische Kirche te Den Haag) en Augusta Sigeliena Nasse. (Hij was later gehuwd met jonkvrouwe Anna Louisa Agatha van Loon.)