Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Bosch van Oud-Amelisweerd

Geschiedenis van Landgoed Oud-Amelisweerd


Koningslaan 9, 11, 13 en 15a

Het symmetrische in classicistische stijl opgetrokken herenhuis, gelegen aan de Kromme Rijn is in 1770 gebouwd. Het naastgelegen koetshuis dateert uit dezelfde periode.

Geschiedenis

Oud-Amelisweerd is ontstaan uit dezelfde ontginningsheerlijkheid als Nieuw-Amelisweerd, die Amelis van Werden reeds voor 1227 in leen hield van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht. In 1394 was het goed Oud-Amelisweerd in handen van twee families, waarvan de familie Utenengh in 1583 geheel Oud-Amelisweerd in bezit kreeg door aankoop van de andere helft van Johan van Renesse. Inmiddels was in 1537 Oud-Amelisweerd als ridderhofstad erkend.
In 1632 kwam het middeleeuwse versterkte huis in het bezit van de familie Van Hove.

Het huis werd in 1672 door de Fransen verwoest, alleen de theekoepel of speelhuis aan de Kromme Rijn en de bijgebouwen bleven gespaard. In 1707 werd het huis door de toenmalige eigenaars de familie Van Bueren herbouwd. Zij waren sinds 1649 in het bezit van Oud-Amelisweerd. Het nieuwe huis had een rechthoekige plattegrond en bestond uit een bouwlaag met zadeldak tussen topgevels. Op de nok stonden drie schoorstenen. De lange voorgevel was zeven traveeën breed met een centrale ingangspartij.

In 1725 werd Oud-Amelisweerd gekocht door Jacob Johan baron van Delen, een Gelders edelman, gehuwd met Maria Clignett dochter van de Utrechtse postmeester. Haar nicht Anna Susanna Hasselaar erfde tenslotte Oud-Amelisweerd.

Zij huwd in 1761 Gerard Godard baron Taets van Amerongen. Deze liet in 1770 het huis uit 1707 sterk vergroten of mogelijk zelfs geheel vervangen door het huidige veel grotere huis en het bijbehorend koetshuis bouwen. Tegelijkertijd liet hij een oprijlaan vanaf de Koningslaan aanleggen en een brug over de Kromme Rijn slaan. Hiertoe werd de boerderij die schuin voor het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn lag afgebroken. Oorspronkelijk was Oud-Amelisweerd alleen via de Vossegatsedijk te bereiken geweest. Bij het landgoed Oud-Amelisweerd behoren ook de 18de eeuwse hofstede de Zonnewijzer ten oosten van het hoofdgebouw aan de Kromme Rijn gelegen.

En een aantal eind 18de, begin 19de eeuwse daggelderswoningen, genaamd Vinkenbuurt, ten oosten van de oprijlaan vanaf de Koningslaan. De hofstede is mogelijk gebouwd ter vervanging van de in 1770 gesloopte boerderij. Het huis werd in 1808 verkocht aan koning Lodewijk Napoleon, die toen beide Amelisweerden in bezit had. Het was de bedoeling dat de koning zich zou vestigen op Oud-Amelisweerd en dat zijn manschappen op Nieuw-Amelisweerd zouden worden ondergebracht. Beide huizen ondergingen enige wijzigingen in Empire-stijl, o.a. in het interieur en in de roedenverdeling van de vensters. De koning heeft er echter weinig gebruik van gemaakt.

Hij verbleef meestal op ‘t Loo. In 1810 werd Jan Pieter Wickevoort Crommelin, de nieuwe eigenaar, die het op zijn beurt in 1811 samen met Nieuw-Amelisweerd verkocht aan Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Na diens overlijden in 1834 vond verdeling van de landgoederen onder zijn zoons plaats. Uiteindelijk werd het in 1951 verkocht aan de gemeente Utrecht, die in 1953 het bijbehorende parkbos voor het publiek openstelde. Het hoofdgebouw is in 1978 gerestaureerd.  Het koetshuis heeft na aankoop door de gemeente Utrecht verschillende wijzigingen ondergaan.

Het oorspronkelijke koetshuis is gewijzigd in een woonhuis. Daartoe zijn achter de koetshuisdeuren een raamkozijn en deur geplaatst. In de voorgevel is geheel links een tweede schuifvenster aangebracht. Het gedeelte rechts achter, oorspronkelijk een stal, is verbouwd en werd in eerste instantie gebruikt als verblijfsruimte voor de parkpolitie en plantsoenendienst. Sinds 1982 is hier het bezoekers- en informatiecentrum voor Amelisweerd gevestigd.

Parkaanleg

Evenals Nieuw-Amelisweerd schijnt het gebied rond Oud-Amelisweerd rond het midden van de 18de eeuw nog zonder bos te zijn geweest. Tussen 1761 en 1770 liet Gerard Godard baron Taets van Amerongen een bos aanleggen, waarvan de hoofdlaan, de Beelden- of Lindelaan in het verlengde van de nieuwe oprijlaan (aan de andere zijde van het huis) kwam te liggen. Een dwars op deze Beeldenlaan gelegen laan bood zicht op de Domtoren. In navolging van de nieuwe opvattingen over tuinaanleg werd na 1770 het achter gelegen bos voorzien van allerlei kleine kronkellaantjes en werd ten westen van het hoofdgebouw een bos aangelegd in een landschappelijke stijl met slingerpaadjes en een slingervijver rond een eiland met uitzicht-heuvel. Voor het huis werd een half ronde vijver gegraven, om de brug die wegens ruimtegebrek opzij van het huis was geplaatst in een architectonisch verband met het huis en de oprijlaan te brengen. De halfronde vorm van de vijver werd achter het huis herhaald door de bocht in de gracht, die het geheel omringde zodat er een regelmatig patroon ontstond. Deze gracht die er nog steeds ligt dateert waarschijnlijk uit de tijd van de herbouw van het hoofdgebouw in 1707.

Beschrijving

Het in classicistische stijl opgetrokken hoofdgebouw ligt aan de Kromme Rijn, op de as in noord-zuid richting, gevormd door de oprijlaan vanaf de Koningslaan en de Beeldenlaan. Het is een strak symmetrisch, u-vormig bakstenen gebouw, dat met de voorzijde naar de rivier is gericht. De voorgevel is zeven traveeën breed. De middelste travee is licht risalerend en voorzien van een hardstenen omlijsting en tuindeuren op de begane grond. De achtergevel heeft aan beide zijden een hoekvleugel, ieder twee traveeën breed. De ingang bevindt zich aan de achterzijde, is centraal gelegen. De ingangspartij met een dubbele deur waarboven een halfrond Empire-snijraam, is voorzien van een hardstenen omlijsting en een kleine stoep.

Het gebouw heeft zowel op de begane grond als de verdieping 8-ruits Empire schuifvensters, aan de voorzijde voorzien van Louvre luiken. De vensters op de verdieping zijn van een kleiner formaat. Het koetshuis dat rechts van het hoofdgebouw staat, is een nagenoeg symmetrisch, rechthoekig bakstenen gebouw. Achter het afgeplatte schilddak gaan twee zadeldaken schuil, waartussen een zakgoot. Middenvoor op het dak staat een dakruiter met luidklokje en uurwerk. In het midden van het gebouw bevindt zich het voormalige koetshuis met aan de voorzijde een dubbele deur waarboven een hooiluik en aan de achterzijde twee dubbele koetshuisdeuren. Achter de deuren zijn een raamkozijn en deur geplaatst. Dit gedeelte is thans als woonhuis ingericht. Links hiervan is de oorspronkelijke koetsierswoning. Rechts van het koetshuisgedeelte is het bezoekers en informatiecentrum ondergebracht.




Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Gebouwen in de negentiende eeuw in eigendom van Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein in de binnenstad van Utrecht. Lange Rietsteeg 2, later Keizerstraat 38 en de Drift 23.

Geschiedenis Landgoed Oud-Amelisweerd vanaf 1795 tot 2019

De Nederlandse Republiek werd in 1795 door Franse troepen veroverd, met hulp van Nederlandse patriotten. Tot 1806 bleef de Bataafse Republiek, zoals Nederland toen werd genoemd, formeel onafhankelijk van Frankrijk, maar in werkelijkheid gebeurde er weinig zonder goedkeuring van de Fransen.

In 1806 benoemde Napoleon zijn broer Lodewijk tot koning van Holland, en werd Nederland een koninkrijk. Daarmee werd de grondslag gelegd voor de latere monarchie. In 1810 zette Napoleon zijn broer af en lijfde hij Nederland bij het Franse Keizerrijk in. Drie jaar later werd Napoleon verslagen en naar Elba verbannen. Nederland werd weer onafhankelijk. Bron: Entoen.nu

Nadat Lodewijk Napoleon twee jaar koning was van Nederland koopt hij in 1808 de landgoederen Oud-Amelisweerd en Nieuw-Amelisweerd. De koning had het plan om van Amelisweerd een koninklijke residentie te maken.

Op Oud-Amelisweerd wilde hij zelf wonen; op Nieuw-Amelisweerd wilde hij zijn manschappen vestigen. De heerschappij van Lodewijk Napoleon duurde maar kort en in 1810 verdween hij richting Frankrijk.

De Utrechtse Koningsweg en de Bunnikse Koningslaan herinneren nog aan hem.

Lodewijk Napoleon verkoopt Nieuw- en Oud-Amelisweerd dan aan mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin, die deze beide kastelen mogelijk koopt om ze weer met winst te verkopen, want een jaar later staan de kastelen weer te koop en worden dan gekocht door jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Hij was burgemeester van Utrecht en sinds 5 jaar eigenaar van Drakestein.

Als jonkheer Paulus Wilhelmus in 1834 sterft, vererft Nieuw-Amelisweerd op zijn oudste zoon, jhr. mr. Willem Bosch van Drakestein, terwijl Oud-Amelisweerd vererft op zijn derde zoon jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein.

Bijna zestig jaar is hij eigenaar van het huis en als hij in 1883 zonder nakomelingen sterft gaat het huis naar zijn zus Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, die echter in hetzelfde jaar nog sterft, waarna het huis naar zoon jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd overgaat.

Het huis blijft tot 1951 in het bezit van de familie. In dat jaar verkoopt de kleindochter van Wilhelmus Johannes, Jkvr. Maria Therese Michiels van Kessenich-Bosch van Oud-Amelisweerd het landgoed aan de Gemeente Utrecht. Ook de pachtboerderijen Zonnewijzer en Willigenburg behoorden daarbij.

Vanaf 1 april 1946 huurde de familie De Wijs woonruimte in het huis en die situatie bleef ook zo na de verkoop in 1951, zelfs tot 1989. In dat jaar overleed de weduwe mevr. Theodora de Wijs.

De heer De Wijs betaald de eerste 5 jaar (1946-1951) aan de Jkvr. Marie Thérèse 400 gulden huur voor het huis. Als Oud-Amelisweerd in 1951 in eigendom komt van de gemeente Utrecht wordt de huur 600 gulden. Dat in 12 delen van 50 gulden per maand wordt deze verhuurd. Nadat Maria Therese het huis in het voorjaar van 1946 verlaat verhuurd ze het nog aan haar zoon Jhr. Alphonse Michiels van Kessenich. Ruim 3 jaar huurt hij nog 2 twee kamers van zijn moeder. Alphonse betaald voor de 2 kamers 200 gulden per jaar.

In de loop van 1953 als Utrecht al 2 twee jaar de eigenaar is van het huis en landgoed. Stellen ze vast dat de heer De Wijs al ruim 2 jaar te weinig huur heeft afgedragen. Voor 1951 betrof de huur te samen van De Wijs en Alphonse 600 gulden voor het hele jaar. Maar omdat Alphonse sinds 1948 was vertrokken naar Utrecht. Bleef de heer De Wijs na 1948 die 400 gulden betalen. Een huurovereenkomst die hij mondeling had afgesproken met Marie Therese. En dit niet bij de notaris had vastgelegd. Na de aankoop in 1951 door Utrecht waren ze in de veronderstelling dat er met de opbrengst van de huur van Oud-Amelisweerd 600 gulden binnen zou komen. Een verschil van 200 gulden in huur wat de gemeente Utrecht wilde terug vorderen over 2 jaar. Iets waar de heer De Wijs het natuurlijk absoluut niet mee eens was.

In de loop van het jaar 1953 werd in diverse raadsvergaderingen hier over gesproken door Utrechtse raadsleden en het college van burgemeester en wethouders. Sommige stelden dat de heer De Wijs uit het huis te gaan zetten. Maar volgens juriste was hier de grondslag veel te klein voor. Uiteindelijk werd dit geschil opgelost van dat De Wijs 600 gulden per jaar ging betalen voor huis Oud-Amelisweerd. Dit dan uiteindelijk wel contractueel vastgelegd in een huurcontract.

De heer De Wijs was in sommige opzichten ook zeer eigenwijs. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij niet gediend was van dat ladders of steigers op zijn terrein of naast het raam geplaatst zouden worden eind jaren 50. Er moest in die tijd nog wel eens groot onderhoud aan het dak of de goten van Oud-Amelisweerd worden uitgevoerd. Omdat hij dit dus niet toestond staat erin de dossiers geschreven dat de goten letterlijk op instorten stonden. Dus aan de buitenkant instortingsgevaar was. Na het overlijden van mevr. De Wijs in 1989 kwam het huis voor vier jaar in beheer van de Stichting Oud-Amelisweerd. Deze Stichting wist te voorkomen dat bij de boedelverkoop van de meubels van de laatste bewoonster, niet het zeldzame Chinese behang per opbod verkocht werd.

Van 2014 tot 2018 was Museum Oud-Amelisweerd in het huis gevestigd.

Sinds het voorjaar van 2019 is er een pop-up museum gevestigd in huize Oud-Amelisweerd.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw moest je als buitenstaander als je het landgoed wilde bezoeken een toegangskaart hebben. Leden van de ANWB en Natuurmonumenten die door hun lidmaatschap al een wandelkaart hadden gratis toegang tot het landgoed. Er was in die tijd een zelfs een parkwachter de heer Kalk. Misschien was deze heer Kalk wel streng. In de gemeentelijke dossiers staat te lezen dat hij zelf een bekeuring gaf aan iemand die met de fiets aan de hand over het wandelpad liep. Iets waar we vandaag de dag niks meer bij voor kunnen stellen.

Verder was er nog een bedrijf eind jaren vijftig die opperde om van het landgoed een sprookjespark te maken. De gemeente Utrecht ging hier al heel snel niet mee akkoord. Anders was erop de dag vandaag een Utrechtse Efteling in Bunnik geweest.


Verkoop Landgoed Oud-Amelisweerd

Op dinsdag 5 juni 1951 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Wilhelmus Augustinus Theodorus Warren op zijn kantoor aan het Domplein 27 te Utrecht verkocht voor f. 400.000 gulden de vroegere ambachtsheerlijkheid, landgoed en huis genaamd Oud-Amelisweerd tezamen met, koetshuis, boerderijen De Zonnewijzer, Wiltenburg, bossen, lanen, weiland  en water.

De verkopende partij bestond uit:

'1.   De Hoog welgeboren Vrouwe Jonkvrouwe Marie Therese Bosch van Oud-Amelisweerd, zonder beroep, echtgenote van- en ten deze bijgestaan door den Hoog WelGeboren Heer Jonkheer Felix Hubert Maria Michiels van Kessenich, Luitenant-kolonel der Artillerie, buiten dienst, beiden wonende te UTRECHT, met wien zij volgens hare verklaring is gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen, mitagders het vrije genot harre inkomsten, blijkens akte van huwelijksvoorwaarden den eersten April negentienhonderd twee en twintig voor den Notaris Th.O.M.J. Baron van Wijnbergen te Utrecht, verleden;

2.   de HoogWelgeboren Heer Jonkheer FELIX HUBERT MARIA MICHIELS VAN KESSENICH, voornoemd, tot bijstand zijner voornoemde echtgenooten en zoo nodig voor zich;'










De aankopende partij was:

'3.   de Heer DOCTOR JACOBUS DE LANGE, Secretaris der Gemeente UTRECHT, wonende te UTRECHT, ten deze ingevolge opdracht van den Burgemeester te Utrecht, overeenkomstig artikel 78 der Gemeentewet verleend bij diens besluit van den vijftien September negentienhonderd vijf en veertig (Gemeenteblad van negentienhonderd vijf en veertig nummer 35) zooals dit nader is gewijzigd de Gemeente Utrecht vertegenwoordigde bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen, die voor haar moeten worden gedaan, voor zoover daarvan eene notarieele akte wordt opgemaakt en voorts als zoodanig handelende ter uitvoering van het Besluit van den Raad der Gemeente Utrecht van den zevenden December negentienhonderd en vijftig, nommer 199/ 841/23 O.W. goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht bij hunne beschikking van den zeventienden April negentienhonderd een en vijftig, derde afdeeling nommer 1957/1184 enz enz enz ...'

'... Gemeente Utrecht, voor en ten behoeve van welke Gemeente de comparant sub 3, in zijne gemelde hoedanigheid, verklaarde in het belang der volkshuisvesting voor die Gemeente in koop het eigendomsoverdracht aan te namen: "De voormalige AMBACHTSHEERLIJKHEID en de RIDDERHOFSTAD OUD-AMELISWEERD, bestaande in HEERHUIS, STALLEN, en KOETHUIS KOETSIERS en TUINMANSWONINGEN, MOESTUIN, LANEN en BOSCH, de hofsteden "DE ZONNEWIJZER" en WILTENBURG, met bijbehoorende SCHUREN en VERDERE GEBOUWEN, BERGEN, LANDERIJEN en BOOMGAARDEN, zoomede WONINGEN, WEG en WATER, alles met ERF en GROND gelegen onder de gemeente BUNNIK en onder RHIJNAUWEN EN VECHTEN, gemeente BUNNIK, kadastraal bekend gemeente BUNNIK Sectie B nommers 114- 116- 117- 118- 119- 121- 122- 123- 125- 125bis 337- 338- 339- 126- 127- 522- 523- 524- 529- 633- 634- en 635 zoomede gemeente BUNNIK Sectie C nommers 40- 44- 47- 48- 49- 50- 51- 52- 53- 54- 55- 56- 57- 58- 59- 60- 61- 62- 63- 64- 65- 66- 67- 68- 69- 70- 71- 72- 73- 74- 75- 76- 77- 78- 82- 155- 156- en 161 ter gezamelijke oppervlakte van vijf en zeventig hectaren drie en dertig aren en vijf en negentig centiaren."'

Geciteerd uit de Hypotheek4 boek van het vroegere kadasterkantoor Amersfoort, Het Utrechts Archief T1294, inventarisnummer: 9457 (1057), 1057/109.

Van Jkvr. Maria Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd en haar echtgenote Jhr. Felix Hubert Maria Michiels van Kessenich zijn tot op heden geen portretten bekend.

Bijgebouwen Landgoed Oud-Amelisweerd

Koethuis Oud-Amelisweerd aan de Koningslaan 11 en 13

Op landgoed Oud-Amelisweerd staat naast het landhuis een bijbehorend koetshuis. Dat koetshuis is rond 1770 gebouwd.

Het koetshuis is een eenvoudig gebouw met een schilddak. Een schilddak is een dak met 2 driehoekige schilden of dakvlakken aan de korte zijde en 2 lange dakvlakken aan de lange kant.

Dakruiter
Op het dak staat een torentje geplaatst. Dat torentje heet een dakruiter. In die dakruiter hangt een slagklok met 1 wijzerplaat.

De slagklok draagt geen opschrift of versiering. Waarschijnlijk is het een oude etensbel.

De dakruiter is in april 2005 helemaal gerestaureerd. Dat is gedaan door de gemeente Utrecht.
Bron: Erfgoed.Utrecht.nl.

Boerderij De Zonnewijzer aan de Koningslaan 15

De boerderij die aan de Kromme Rijn ligt, is een dwarshuisboerderij met rieten kap, uit het laatste kwart van de 18de eeuw. Waarschijnlijk is de boerderij gebouwd ter vervanging van de in 1770 gesloopte boerderij, die ter hoogte van de brug bij Oud-Amelisweerd, aan de Kromme Rijn heeft gestaan. In deze eeuw heeft de boerderij diverse verbouwingen ondergaan. In de voorgevel werden
openslaande deuren geplaatst. De rechter zijgevel kreeg nieuwe ramen. In 1967 is aan de linker zijgevel een erker aangebracht.

Links in de voorgevel zien we nog wel het 18de eeuwse roeden- schuifvenster van de opkamer, met daaronder een kelder. In het achterhuis treffen we het oorspronkelijke ankerbalk-gebint aan. Naast de boerderij staat het zomerhuis met een afgewolfd  pannen zadeldak gedekt. Waarschijnlijk is dit zomerhuis iets later dan de boerderij gebouwd, maar dateert in ieder geval van voor 1830.

In 1966 heeft een ingrijpende verbouwing plaats gevonden. De indeling van het voorhuis werd grondig gewijzigd en aansluitend de indeling van de voorgevel. Oorspronkelijk was links de ingang geweest met rechts daarvan twee 18de eeuwse roeden schuifvensters. 

Thans is de ingang rechts met links daarvan drie en rechts een 6-ruitsschuifvenster. Het centraal geplaatste lage zolderraam werd vervangen door twee dubbele draaivensters. De vensters in de rechter zijgevel werden dichtgemetseld. Bij de boerderij staat nog een oude rietgedekte schuurberg. De twee andere hooibergen zijn vervangen door nieuwe.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.




Boerderij Wiltenburg aan de Provincialeweg 116

De witgeschilderde boerderij met pannen zadeldak en links tegen het woonhuis aangebouwde stalruimte dateert uit het laatste kwart van de 17de eeuw. 

De boerderij heeft vanaf 1738 tot 1926 ook dienst gedaan als uitspanning en café. In 1926 is de caféruimte bij het woonhuis getrokken en is het alleen nog een veeteeltbedrijf met de familie Van Oostrom als pachtboer.

In 1947 zijn er kamers op zolder gemaakt. Een interne verbouwing heeft in 1966 plaats gevonden. Bij de boerderij staan een witgepleisterd bakhuis met pannen zadeldak van voor 1828, een gedeeltelijk gepleisterde schuur uit 1879, een rieten kapberg met houten roeden en een in 1934 geplaatste kapberg voorzien van een golfplaten dak. Als gevolg van de verbreding van de Provincialeweg moesten de 3 leilinden voor de boerderij verdwijnen en kwam de boerderij direct aan de weg te liggen.

Vanaf de Achterdijk gezien is de boerderij markant gelegen en valt vooral op door de tegen
de zijgevel van het woonhuis aangebouwde stalruimte. Dit is een gevolg van het ondiepe bouwperceel met de achterlangs lopende sloot. Aan de voorzijde zien we rechts van de ingang de twee hoger in de gevel geplaatste 6-ruitsschuifvensters van de opkamer met in de rechter zijgevel een smal schuifvenster met halve luiken boven een kelderlicht. 

De oorspronkelijke ingang is buiten gebruik. Links hiervan is de woonkamer, die na sluiting van het café gedeeltelijk in het achterhuis is uitgebouwd en voorzien is van drie grote schuifvensters met luiken. Opvallend is nog dat de achtergevel van het woonhuis lager is dan de voorgevel.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.



Boerderij De Prins aan de Achterdijk 1

 De monumentale witgepleisterde dwarshuisboerderij met een rieten kap is omstreeks 1674 gebouwd op de plaats van een oudere voorganger, die in 1672 door de Franse troepen werd verwoest. Tot 1735 heeft de boerderij ook dienst gedaan als herberg.

De naam ‘De Prins’ herinnert aan een bezoek dat de Prins van Oranje aan de herberg zou hebben gebracht. De voorgevel heeft zes 19de eeuwse

zesruitsschuifvensters met luiken. Uit deze tijd dateert mogelijk ook het dakhuis met zadeldakje. De opkamer links beschikt nog over 18de eeuwse vensters met luiken. 

Een andere kleur baksteen en soort dakbedekking wijzen op een verbreding van het achterhuis. Omstreeks 1955 zijn de stalvensters vernieuwd. In 1964 is in verband met dubbele bewoning de kaaskamer rechts in het woonhuis gewijzigd in een woonkamer met keuken. In de rechter zijgevel zijn een raam en een deur geplaatst. Bij de boerderij staan twee 19de eeuwse veeschuren, waartussen een mestkuil. 

De hooischuur is in [964 gebouwd ter vervanging van een drietal hooibergen. De boerderij is markant gelegen aan de T-kruising Achterdijk-Provincialeweg en vormt samen met de boerderij Provincialeweg 116 een belangrijk restant van de laat-17de eeuwse bebouwing van het gehucht Vechten.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Na jaren van achteruitgang werd de boerderij in 2014 en 2015 opgeknapt en vestigde restaurant VROEG er zich. In 2018 branden de keuken in de vroegere schuur af. Eind 2019 was het restaurant na renovatie en opknappen weer in gebruik genomen.

In 1987 is nog bekend dat de boerderij met omliggende landerijen van familie Van Rijckevorsel van Kessel in was.




Dienstwoningen in de Vinkenbuurt aan de

Koningslaan 17 t/m 25

Het complex, dat vlakbij de Kromme Rijn is gelegen, omvat een vrijstaand woonhuis met pannen zadeldak en een witgepleisterd L-vormig pand, waarin vier woningen zijn ondergebracht. De woningen zijn omstreeks 1800 gebouwd als dienstwoningen bij Oud-Amelisweerd.

In 1949 zijn de woningen in opdracht van de toenmalige rentmeester van het landgoed Jhr. René Bosch van Drakestein, intern gerenoveerd. Bij het witgepleisterde pand zijn in 1972 een aantal grote dakkapellen en enkele nieuwe vensters aangebracht. Het vrijstaande woonhuis is in 1985 tot aangepaste invalide-woning verbouwd. De woningen waren sinds 1951 het eigendom van de gemeente Utrecht.

Pand in de viewer is de Koningslaan 21 'Vinkenbuurt', de bijgebouwen zijn Koningslaan 17, 19, 23 en 25.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Boerderij Overdam te Bunnik aan de Marsdijk 1

De langhuisboerderij met pannen mansardedak op de plaats van een 17de eeuwse voorganger, is in 1883 herbouwd na brand. In 1971 is aan de voorzijde een ingang gemaakt ter vervanging van een vensterpartij. Tussen 1972 en 1974 hebben diverse interne verbouwingen plaatsgevonden. Bij de boerderij staan een vernieuwde stal die in 1974 gedeeltelijk tot woonhuis is ingericht en een bakhuisje met pannen zadeldak.

De boerderij wordt omgeven door een siertuin waarin
enkele oude solitair bomen. De toegang tot het erf wordt gemarkeerd door een ijzeren hekwerk met gemetselde hekpijlers. Behalve door de markante ligging op de hoek van de Achterdijk en de Marsdijk springt de boerderij in het oog door de gave detaillering in neo-renaissance stijl. De twee medaillons aan de voorzijde met een koeie- en paardekop zijn een verwijzing naar de oorspronkelijke functie van de boerderij, die van veefokkerij.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Boerderij Overdam was niet direct een pachtgoed van landgoed Oud-Amelisweerd diverse naasten familieleden van Michiels van Kessenich en Rijkevorsel van Kessel hadden de boerderij tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw in bezit.

Op dinsdag 23 april 1839 kochten de heren Willem Hendrikus Heers en Pieter Jacob de Bije die ook de eigenaar was van boerderij Overdam aan Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen de hofrente af aan het huis Rhijnauwen voor f. 137 en 2,5 cent alsmede 4 hofrente voor f. 4,73,5,-. Pieter Jacob de Beije was de hofrente met Jhr. Jan Baltasar Strick van Linschoten als hofrentebrief aangegaan op maandag 5 september 1080. Boerderij Overdam was niet in vastgoed bezit van het huis Rhijnauwen. Een hofrente was hierin een persoonlijke rente te betalen tussen twee personen. Dus een soort persoonlijke onderlingen belasting op vast- of onroerend goed.

Bron: Het Gelders Archief, 3027, 2353.

Eigenaren van Oud-Amelisweerd tussen 1808 en 1951


1.   Van 1808 tot 1810 Koning Lodewijk Napoleon (koop)
2.   Van 1810 tot 1811 Mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin (koop)
3.   Van 1811 tot april 1834 Jhr. mr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (koop)
4.   Van april 1834 tot 1883 Jhr. mr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (zoon)
5.   In 1883 Jkvr. Elizabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein (zus)
6.   Van 1883 tot 1899 Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)
7.   Van 1899 tot 1935 Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (zoon)

8.   Van 1935 tot 1951 Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd (dochter)

9.   Vanaf 1951 tot op heden de gemeente Utrecht        

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 26 april 1898 te Utrecht, Utrecht. Overleden 10 mei 1968 te Utrecht, Utrecht. Trouwde in het jaar 1922 met Jhr. Felix Hubert Marie Michiels van Kessenich. Geboren 20 oktober 1895 te Meerssen, Limburg. Overleden 30 december 1974 te Utrecht, Utrecht. Marie en Felix liggen begraven op de St. Barbara begraafplaats te aan de Prinsesselaan 2  te Utrecht Oudwijk. Bron: Genealogieonline.nl

Kinderen uit dit huwelijk:

A.   Jkvr. A.M.O Michiels van Kessenich

B.   Jhr. Alphonse .M.W.P. Michiels van Kessenich. Geboren 26 juli 1924 te Teteringen, Noord-Brabant en overleden op 1 maart 2010, Amsterdam, Noord-Holland op 85 jarige leeftijd.

C.   Jhr. H.M. Michiels van Kessenich

D.   Jhr. G.M.L.G. (Garbrielle Marie Louise Georgi) Michiels van Kessenich. Geboren 1 juni 1930 te Utrecht, Utrecht en overleden op 6 maart 2001 te Zwolle, Overijssel.

Bron: A B C D Delpher.nl De Telegraaf 04-01-1975 B D: Online-familieberichten.nl

Laatste generatie Bosch van Oud-Amelisweerd

Jhr. mr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1829-1899) was van 1883 tot 1899 eigenaar van het landgoed Oud-Amelisweerd. Hij trouwde in 1859 met Anna Catharina van de Poll (1833-1916). Uit dit huwelijk komen 4 zonen en 1 dochter voort: A B C D E

A.   Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1860-1941), erft in 1899 de titel, heer van Oud-Amelisweerd van zijn vader Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1829-1899).

B.   Jhr. Frederik Herman Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1861-1942)

C.   Jkvr. Maria Henriëtta Paulina Bosch van Oud-Amelisweerd (1862-1945)

D.   Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd (1864-1935)

E.   Jhr. Paul Lodewijk Hendrik Bosch van Oud-Amelisweerd (1865-1931)

De oudste zoon van Jhr. Wilhelmus Johannes Marie, Jhr. Jan Willem Marie trouwde in 1892 met Lucia Anna Maria Blankenheym (1869-1943).

Uit dit huwelijk komen 2 dochters en 1 zoon voort: AA AB AC

AA.   Jkvr. Johanna Ida Maria Catharina Bosch van Oud-Amelisweerd (1893-1966)










AB.   Jkvr.  Maria Antonia Catharina Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd. Geboren 1 mei 1900 te Amsterdam, Noord-Holland en ze overleed op 7 oktober 1988 op 88 jarige leeftijd. Zij werd bijgezet in een graf op de begraafplaats St. Barbara begraafplaats in Utrecht, gelegen aan de Prinsesselaan 2. 

Diverse leden van familie Bosch van Oud-Amelisweerd zijn op deze begraafplaats begraven in de diverse familegraven. Jkvr.  Maria Antonia Catharia Gerardina Bosch van Oud-Amelisweerd was de laatste levende Bosch van Oud-Amelisweerd die in 1988 sterft. Waardoor de familielijn en naam in dat jaar uitsterft. 

Jkvr. Maria Antonia Catharia Gerardina was een volle nicht van Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd die als laatste het landgoed Oud-Amelisweerd in bezit had tot 1951. Marie Thérèse overleed in het jaar 1968. Twintig jaar eerder dan haar nicht die in 1988 sterft.

Jkvr. Marie Thérèse Bosch van Oud-Amelisweerd haar vader was Jhr. Willem Eugène Bosch van Oud-Amelisweerd die weer de broer was van Jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd.

AC.   Jhr. Willem Louis Gerard Marie Bosch van Oud-Amelisweerd (1902-1980).

Adelsverheffing 

Paul Bosch van Drakestein heeft tot twee maal toe een request bij koning Willem I ingediend om in de (lage) adelstand te mogen worden verheven en wel in september 1816 en in september 1822.

Bij Koninklijk Besluit 's-Gravenhage op 10 december 1829 nr. 8 wordt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de adelstand verheven tot jonkheer. Zijn kinderen en de daarop volgende generaties mogen vanaf dan de titel jonkheer of jonkvrouw gebruiken. 

Bij Koninklijk Besluit van 21 februari 1836 Nr. 103 werd besloten dat de negen kinderen van Paulus en Henriëtte zich voortaan Bosch van Drakestein mochten gaan noemen.

Bij aanpassing in het bevolkingsregister van de stad Utrecht op maandag 19 juni 1837 liet Jhr. Willem Bosch van Drakestein, tezamen met zijn broers, zussen, (achter) neven en nichtjes en daarop volgende generaties van de familie de naamsverandering vastleggen van familie Bosch naar familie Bosch van Drakestein.

Bron: Het Utrechts Archief, 481-703-01 Utrercht 1837, akten.: 9.

Dr. Hendrick Willem Bosch (1768-1800) en Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883)

Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) trouwt te Utrecht op 28 januari 1764 met Cornelia van Bijleveld (1746-1823).

Uit dit huwelijk komen 2 zonen en 2 dochters voort: A B C D

A.   Elisabetha Maria Bosch, gedoopt op 12 augustus 1765

B.   Henrick Wilhelmus Bosch, gedoopt op 24 april 1768 overleden in 1800, trouwde in 1797 met Sara Elizabeth Schmid:

Uit dit huwelijk komen 2 zonen voort: BA BB

BA.   Theodorus Gerardus Bosch, gedoopt op 27 november 1797 en overleden in 1802

BB.   Johannes Wilhelmus Henricus Bosch (Van Oud-Amelisweerd), gedoopt 22 juli 1799 en overleden op 5 juli 1851, lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, trouwde met Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd (dochter van Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein).

Uit dit huwelijk komt 1 zoon en 1 dochter voort: BBA BBB

BBA.   Jhr. Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd geboren 22 mei 1822 en overleden op 29 augustus 1899 hij werd 70 jaar oud.

BBB.   Elisabeth Henriëtte Johanna Bosch geboren in 1833 en overleden in 1884 op 51 jarig leeftijd. Zij trouwt in 1852 met haar neef Paulus Jan Bosch van Drakestein, zoon van Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein. Uit dit huwelijk komen 7 kinderen voort, 2 dochters en 5 zonen.

C.   Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch (Van Drakestein), gedoopt op 13 november 1771 en overleden in april 1834, trouwt op 10 december 1797 met Henriëtte Hofmann (1775-1839). Eigenaar  van Voorstraat 85-87, Janskerkhof 17 en perceel Voorstraat 63 oud te Utrecht. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl.

D.   Cornelia Jacoba Bosch, gedoopt op 5 juli 1773

Uit dit huwelijk komen 6 zonen en 3 dochters voort: CA CB CC CD CE CF CG CH CI

CA.   Jhr. Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Nieuw-Amelisweerd. Gedoopt op 15 augustus 1798 overleden in 1853, trouwde met Johanna Sara ten Hagen. Bewoner van Minrebroederstraat 11 te Utrecht.

CB.   Jhr. Fredericus Ludovicus Herbertus Joannes Bosch van Drakestein, Heer van Vuursche en Drakestein, gedoopt op 17 december 1799, huwd met Martha Maria Ancher

CC.   Jkvr. Henrietta Josephina Jaquelina Bosch van Drakestein, gedoopt op 9 september 1801 huwd met Charles Antoine Baron de Bieberstein Rogalla Zawadsky. Zij was na het overlijden van Paulus eigenaresse van boerderij Rhijn en Molenzicht te Jutphaas aan de Vaartsche Rijn en een boerderij te Willescop

CD.   Jkvr. Paulina Elisabetha Bosch van Drakestein, gedoopt op 7 september 1803, huwd in 1821 met Hermannus van Sonsbeek. Zij was na het overlijden van haar vader Paulus in 1834 de nieuwe eigenaresse van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer die waren gelegen in de gemeente Odijk.

CE.   Jhr. Henricus (Hendrik) Wilhelmus (Willem) Bosch van Drakestein, Heer van Oud-Amelisweerd, gedoopt op 27 juni 1805 en overleden in 1883. In het jaar 1840 wonende aan de Drift te Utrecht. Na het overlijden van Paulus in 1834 was hij de nieuwe eigenaar van de landerijen behorend bij boerderij De Grote Geer te Houten gelegen in de gemeente Bunnik in de omgeving van de Rijsbruggerweg of Binnenweg.

CF.   Jhr. Carolus Theodorus Johannes (Charles Theodor Jean) Bosch van Drakestein, Heer van Reyerscop en Creuningen, Heer van Sterrenberg, gedoopt 21 juli 1807 en overleden in 1860, huwd met Leopoldine Antoinette Steenberghe

CG.   Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein, Vrouwe van Oud-Amelisweerd, gedoopt 30 juli 1809 en overleden in 1883, huwd in 1826 Jan Willem Hendrik Bosch (Van Oud-Amelisweerd) (1799-1851) (neef van Paulus Wilhelmus Bosch)

CH.   Jhr. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein, geboren 5 juli 1811 en overleden in 1883, huwd met Caroline Wilhelmine Marianne van Hogendorp (1815-1872). Hij koopt zijn geboortehuis Voorstraat 85-87 voor zijn schoonouders. Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl.





Na het overlijden van zijn vader was hij ook Heer van Bruxvoort in Bennekom Gelderland. En bezat hij een deel van de landerijen die vroeger in de gemeente Cothen aan de Ossenwaard gelegen waren. De gronden behoorde bij boerderij De Hoop die op hun beurt weer tot 21 februari 1811 bij het Utrechtse kapittel Ten DOM behoorde.

CI.   Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, geboren 26 november 1813 en overleden in 1862, huwd voor de eerste keer in 1839 met Carolina Huberta Maria van Grotenhuis zij overleed in 1860, Gerard Willem huwd voor de tweede keer in 1861 Geertruida Theresia von Bonninghausen. Gerard Willem was na het overlijden van zijn vader in 1834 de nieuwe eigenaar van boerderij De Grote Geer te Houten.

Bronnen: Huizenaanhetjanskerkhof.nl (Utrecht), Genealogieonline.nl en Delpher.nl

Fabels familie Bosch

Sommige genealogisch websites en historische denken te weten dat Hendrick Willem Bosch (1768-1800) de broer van Paulus Wilhelmus Bosch de oudere tak is van Oud-Amelisweerd en dat die daarom uitgestorven is. Dit is niet juist. De zoon van Paulus die in 1805 werd geboren heet ook Hendrik Willem Bosch genoemd naar zijn 5 jaar eerder overleden oom.


Deze Hendrik Willem wordt in 1829 tezamen met zijn broers en zussen in de adelstand verheven als jonkheer en jonkvrouw. In 1836 mochten ze twee jaar na het overlijden van hun vader Paulus zich officieel Bosch van Drakestein noemen. Hendrik Willem Bosch werd na het overlijden van zijn vader in april 1834 Heer van Oud-Amelisweerd hij sterft uiteindelijk kinderloos in 1883.

Na zijn overlijden komt landgoed Oud-Amelisweerd in handen van zijn zus Jkvr. Elisabeth Cornelia Petronella Bosch van Drakestein in 1883 zij overlijd ook in 1883. Elisabeth trouwt in 1826 met haar neef Jan Willem Hendrik Bosch (De zoon van Hendrick Willem Bosch (1768-1800). Hij noemt zich ook Bosch van Oud-Amelisweerd. Uit dit huwelijk kwam zoals je hier boven las een zoon en dochter.

Zoon Wilhelmus Johannes Marie Bosch van Oud-Amelisweerd laat zich bij Koninklijk Besluit te 's-Gravenhage 19 janauari 1893 Nr. 23 verheffen in de adelstand tot jonkheer. Dit zal hij gedaan hebben om de tak Bosch van Oud-Amelisweerd officieel te laten verklaren en door te laten gaan in de familielijn. Alleen eindigt deze wel in 1968 met het overlijden van Jkvr. Marie Therse Bosch van Oud-Amelisweerd. Zii is de kleindochter Wilhelmus Johannes Marie Bosch.

Museum Oud-Amelisweerd, tentoonstelling Napoleon in 2016

Tijdens de tentoonstelling over Napoleon in Nederland op landgoed Oud-Amelisweerd (Museum Oud-Amelisweerd, MOA) was er naast de onder getoonde plattegrond het volgende bordje geplaatst waar het volgende op stond te lezen:

"

Schetsontwerp voor nieuw te bouwen paleis voor
Lodewijk Napoleon, arch alexandre Dufour.
Landhuis Oud-Amelisweerd zichtbaar rechtsonder
op kaart, links daarvan schets nieuwe paleis met in rode arcering/bomen die de aan te leggen zichtas
en laan naar de Dom te Utrecht markeren.

In 1807 besloot Lodewijk Napoleon zijn residentie van Den Haag naar
Utrecht te doen overbrengen. Daarbij behoorde o.a. een grootse buitenplaats en
het oog viel op ,,Ouden Nieuw-Amelisweerd", welke goedren van de
toemalige eigenaren baron Taets van Amerongen en baron Utenhove op
19 en 26 November 1808 voor goed geld (Fl 260.000,-) werden aangekocht.
Terstond gaf Lodewijk Napoleon zijn Hoftuinartictect Alexandre Dufour
(1750-1835) opdracht de aanleg te verfraaien en te moderniseren. Niet minder
dan een achttiental ontwerpen voor een nieuw park zijn er van zijn hand
bewaard gebleven met de bijbehorende begroting van kosten te bedrage van rond
Fl150.000,- met inbegrip van een geheel nieuw paleis. (Glaciéres, jardin du roi,
potager, jardin fleuriste, verger, place, dármes, emplacement de la caserne et
promenades publiques). Voorts zouden er bruggen komen over de Kromme
Rijn, ect. ect. Het noordelijk gedeelte van het park zou opengesteld worden voor
openbaar wandelterrein. Van al deze grandioze plannen is niets gekomen.
Slechts tien dagem verbleef Lodewijk Napoleon op Oud-Amelisweerd namelijk
van 20 tot 30 September 1808, terwijl zijn officieren op Nieuw-Amelisweerd
verbleven. In juni 1810, vlak voor de troonsafstand werden de goederen met
verlies verkocht aan Pieter van Wickevoort Crommelin.
Bron: Oud-Utrecht, 1953 en MOA