Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Taets van Amerongen, 

Emminkhuizen, Renswoude en Tull en 't Waal

 

Familie geschiedenis Taets van Ameromgen

Taets van Amerongen (ook: Taets van Amerongen van Natewisch, Taets van Amerongen van Renswoude en Taets van Amerongen tot Woudenberg) is een oud adellijk, Stichts geslacht waarvan leden sinds 1814 tot de Nederlandse adel behoren.

Geschiedenis

De oudst bekende voorvader van dit geslacht was Eerst Taets, schepen van Wijk bij Duurstede, die overleed in 1411 of 1412. Nakomelingen van zijn zoon hadden zitting in het bestuur van de stad Utrecht. Diens achter-achterkleinzoon Ernst (–1540) had zitting in de Ridderschap van Utrecht. Vanaf 1690 kwamen de verschillende takken in het bezit van respectievelijk het goed Natewisch (door huwelijk); vanaf 1679 Renswoude (en daarna eeuwenlang bewoner van Kasteel Renswoude); en vanaf 1791 Woudenberg.

Leden van de takken Schalkwijk, Woudenberg en Rynswoude werden in 1814 benoemd in de ridderschap van Utrecht en gingen daarmee behoren tot de Nederlandse adel. Vanaf 1822 werden leden en afstammelingen erkend te behoren tot de Nederlandse adel met de titel baron. De drie zonen van Gerard L.M. Taets van Amerongen van Natewisch (1762-1807) werden erkend te behoren tot de Nederlandse adel met de titel baron. Een van hen stierf kinderloos. De andere twee takken stierven uit in 1954 en respectievelijk 2010.

Een lid van de familie, Jan Taets van Amerongen (geboren Veth), verkreeg bij Koninklijk Besluit naamswijziging in de naam van zijn moeder, barones Taets van Amerongen. Overgang van de adellijke titel werd hem echter door de minister geweigerd. Jan Taets van Amerongen richtte daarna de Werkgroep Adel en Familierecht op om te protesteren tegen het beleid van de regering om adeldom niet in de vrouwelijke lijn te laten overgaan. Hoewel de motie om adeldom in de vrouwelijke lijn te laten overgaan een meerderheid in de Tweede Kamer verkreeg en de Commissie Gelijke Behandeling de weigering van de minister als ongeoorloofde discriminatie aanduidde (MvT TK, 27 074, 5; overerving adeldom in de vrouwelijke lijn), is tot op heden overgang van adeldom via de vrouwelijke lijn niet mogelijk, met uitzondering van de Koninklijke Familie.


Betekenis familienaam


De betekenis van de naam Taets van Amerongen van Tull en 't Waal is als volgend:

Taets : is het oud Nederlandse woord voor een 'puntig ijzertje, scherpe ijzeren punt of spijker'.

Amerongen : is het oud Nederlandse woord voor 'bij de bewoners van (de) Amer' of ''nat land op de oever van een beek'. 

Tull :  is het oud Nederlandse woord voor 'nieuw verworven land'.

't Waal : een waal is het oud Nederlands voor wiel wat ontstaat als een dijkdoorbraak gaande is en het rivierwater met een enorme kracht een gat of wiel in de grond boort. Naast de dijk. Achteraf resulteert dit na de dijkdoorbraak als het land weer droog is. Dat erop die plek een wiel of plas met water is ontstaan meestal in de vorm van een vennetje.



Wapen

Volgens het Besluit van de Hoge Raad van Adel van 19 november 2003 (tot wapenverbetering): 

"In zilver een rode dwarsbalk. Een aanziende helm; wrong en dekkleden zilver en rood; helmteken een vrouwenborstbeeld van natuurlijke kleur met lang haar, gekleed volgens het schild; schildhouders twee eenhoorns van zilver. Het geheel geplaatst op een gouden arabesk."

 Dorp en heerlijkheid Tull en 't Waal 


Tull en ’t Waal is een dorp aan de Lek ten zuiden van Houten, bestaande uit het dorp ’t Waal

en de buurtschap Tull, ook bekend onder de naam Molenbuurt. Het was tot 1961 een zelfstandige gemeente, waar ook de buurtschap en aparte heerlijkheid Honswijk bij hoorde. 

De heer­lijkheid was 385 ha groot en de gemeente die in 1961 opging in Houten, had een oppervlakte van 871 ha. Het inwoneraantal bedroeg 532 in 1840, waarvan 232 in ‘t Waal, 80 in Tull en 220 in Honswijk. In het dorp Tull en ‘t Waal wonen nu ongeveer 700 mensen.

In 1684 kocht Gaspar Cornelis Schade (-1701) de ambachtsheerlijkheid Tull en ‘t Waal aan.






Hij zou opgevolgd worden door zijn zwager Matthijs van Luchtenburg, maar die overleed al in 1698, zodat diens weduwe Antonia Schade hem in 1701 opvolgde. 

Zij werd in 1735 opgevolgd door haar dochter Alpheda Jacoba van Luchtenburg (1696-1779), die getrouwd was met Eustachius baron van Bronckhorst. 

Haar opvolgers waren haar zonen Jan van Bronckhorst (1722-1767) voor 1754, Mattheus van Bronkhorst (1727-1799) in 1779 en Jasper Cornelis van Bronkhorst (1729-1800).

Na het overlijden van Jasper Cornelis Bronkhorst op 15 december 1800 worden door zijn erfgename (vrienden) zijn onroerende goederen in de zomer het het najaar van 1801 verkocht aan andere partijen. De executeur testamentair van het goed van Jasper Cornelis van Bronkhorst is Daniël Rother vriend, schout (van Tull en 't Waal) en notaris te Utrecht.



Waaronder ook de ambachtsheerlijkheid van Tull en 't Waal. Dit gebeurde in een economisch slecht tijd. Waarin veel oude adel hun bezettingen moesten verkopen of door waardedaling het niet rendabel was om nog veel onroerend-, of vastgoed te hebben. Dat de ambachtsheerlijkheid in het bezet van de familie Van Rechteren kwam is geen toeval. Deze zulle zij hebben aangekocht of geschonken gekregen van Jasper Cornelis Bronkhorst. De familie had in vijftiende-, en zestiende eeuw tot aan de achttiende eeuw ook de (halve) ambachtsheerlijkheid in bezit tezamen kasteel Grijpestein en Blasenburg gevarieerd in leen van de bisschop van Utrecht of andere ridders. Dit allemaal gelegen in het kerspel (dorp) van Tull en 't Waal lagen.



Archiefstukken over kastelen Grijpestein (boerderij), Blasenburg en de heerlijkheid Tull en 't Waal zijn allemaal te vinden in het Historisch Centrum Overijssel te Zwolle in de archieven: Familie van Dedem - Huis den Berg te Dalfsen, Huis Almelo, Huis Rechteren bij Dalfsen, Familie De Saint Germain en aanverwante families.



De nieuwe eigenaar van de heerlijkheid werd na schenking van Bronkhorst of verkoop Rudolph Christiaan rijksgraaf van Rechteren (1749-1812). Hij zou graag de titel achter zijn gevoerd hebben omdat zijn voorvaderen ook de heerlijkheid in bezit hadden gehad.

Blasenburg is een voormalig kasteel bij Tull en 't Waal, gemeente Houten in de Nederlandse provincie Utrecht.



In 1310 wordt melding gemaakt van Henric van Blasenborch, maar de oudste vermelding van het kasteel dateert uit 1394: dan wordt Johan van den Spiegel beleend met het kasteel en bijbehorend land. Via zijn neef Deric komt het kasteel in handen van de familie Van Zuylen. In 1477 erft Arnt van Zuylen het kasteel; hij noemt zichzelf Arnt van Zuylen tot Blasenborch. Het kasteel komt daarna in handen van diverse eigenaren, waaronder Huybert Harmansz (1578). Begin 17e eeuw is het kasteel verdwenen.



Op de locatie van het voormalige huis staat nu waarschijnlijk de pastorie van Tull en 't Waal.

Bron: Wikipedia Blasenburg.



Grijpestein was een huis langs de Lange Uitweg in Tull ter hoogte van nummer 83. Het huis stond op zo’n 100 meter afstand van de Lekdijk. De eerste vermelding is uit 1381. Het huis is dan beleend  aan Otto van Asperen en wordt genoemd ’t huys ten Gripensteyne. Waarschijnlijk was hier sprake van een versterkte boerderij.



In 1415 staat er volgens de bronnen een huis met hofstede. Ook is er sprake van een gracht. Het huis kwam vervolgens in handen van de familie Van Rechteren, van der Haer en van Groenestein. Het huis is voor 1536 verdwenen.



In 1677 wordt in een akte gesproken over een bergje dat op het terrein is naast de hofstede. In 1684 wordt deze berg weer genoemd, met de mededeling “met het bergje daar de oude Ridderhofstadts op gestaan heeft”: 'Leven met de Lekdijk', W. Thoomes.

In 1883 is de huidige boerderij verschenen.

Bron: Oud Houten.nl, Frank Madelyns (Boerderij Grijpestein).


 

Heren van Tull en ‘t Waal

Joost Gerard Godard baron Taets van Amerongen (1769-1850)

Kasteel Renswoude aan de Dorpsstraat 3 te Renswoude is al vele eeuwen het stamslot van familie Taets van Amerongen.






Joost Gerard Godard baron Taets van Amerongen geboren en overleden op kasteel Renswoude. 

Joost was een achterneef van Rudolph Christiaan van Rechteren, waarvan hij Tull en ’t Waal had gekocht of geërfd. 

Joost was ook heer van Renswoude,  een erfenis van zijn vader Gerard Maximiliaan (1727-1788), samen met zijn mede-erfgenamen, zijn broers Leonard Jacob en Jacob Adriaan en zijn zuster Sophie, maar hij nam hun deel in 1802 van hen over, met de verplichting hen in twaalf jaar uit te betalen. Hij stond onder voogdijschap van zijn moeder Catharina Johanna Mossel (1740-1795) en zij wordt ook wel beschouwd als vrouwe van Renswoude na het overlijden van haar man. 

oost was ook heer van Deil. Heemraad van het waterschap De Eem, voorzitter van de Assemblée du canton de Rhenen, lid Provinciale Staten van Utrecht, kamerheer i.b.d., Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. 

In 1822 werd zijn titel van baron erkend. Huwde te Utrecht in 1816 met Clasina Cornelia van Nellesteyn (1783-1847), dochter van de heer van Darthuizen en Broekhuizen. 

Ze woonden op kasteel Renswoude. Hadden ook een huis aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht. In Renswoude bezat hij naast het kasteel een groot aantal boerderijen.

Zijn vermogen bedroeg ƒ 438.256.

Bron: Peter de Jong, Schipluiden, ambachtsheerlijkheidsonderzoeker van de provincies Utrecht en Zuid-Holland.



Na de Franse tijd werden de heerlijke rechten hersteld, zij het dat die beperkt bleven tot het benoemen van de schepenen (wethouders). In het archief van de gemeente Tull en 't Waal/Honswijk is daarover maar weinig bewaard gebleven. In oktober 1819 herbenoemen Gedeputeerde Staten een schepen omdat de eigenaren van de heerlijkheid niets van zich lieten horen (baron Taets van Amerongen). In 1825 werd Antony van Munster tot Schepen benoemd op voordracht van de heer van Honswijk. Maar uit een briefwisseling in september 1839 tussen de burgemeester en de dan bevoegde ambachtsheer van Tull en 't Waal, baron Taets van Amerongen van Renswoude, blijkt dat deze in feite geen belang meer stelde in de uitoefening van zin recht.

Bron: 'Leven met de Lekdijk', W. Thoomes.





Portret van Rudolf Christiaan van Rechteren (1749-1812), Heer van Westerveld, Woudenberg, Gerestein en Tull en 't Waal. Geboren te Utrecht op 23 november 1749, ambtman van Maas en Waal, luit.-kolonel Regiment Gardes Holland op 27 maart 1781. Beschreven in de ridderschap van Overijssel op 21 maart 1785. Stierf te Appeltern, Huize Appeltern op 31 december 1812 Trouwde te Zwolle op 11 januari 1785 Anna Elisabeth baronesse van der Capellen, vrouwe van Appeltern (1788), Ahnem en Wittenstein. Geboren te Kamperveen, Huis Wittenstein op 20 maart 1767, Stierf te Appeltern, huize Appeltern op 30 juni 1839. Zij was de dochter van Johan Derk, heer van de Poll (Staphorst), Appeltern, Altforst en Bredenhorst, en Hillegonda Anna Bentinck, vrouwe van Werkeren.



 



Maximiliaan Jacob Leonard baron Taets van Amerongen is de zoon van Joost Gerard Godard baron Taets van Amerongen 1769-1850 en Clasina Cornelia van Nellesteyn. Uit het huwelijk van Maximiliaan en Clasina kwamen drie zonen en vijf dochters voort.








 


Jan Karel baron Taets van Amerongen was de tweede zoon van Maximiliaan Jacob Leonard baron Taets van Amerongen en Jkvr. Henriette Jacqueline Wilhelmine Huydecoper.

Jan Karel huwde op 11 augustus 1881 te Doorn met Louise Henriette van Eeghen.

Uit huwelijk kwamen zes zonen en vier dochters voort.

De oudste zoon Maximiliaan Jacob Leonard baron Taets van Amerongen (1882-1958) zou de laatste heer van Renswoude, Deijl en Emminkhuizen zijn.




 


Maximiliaan (Max) Jacob Leonard baron Taets van Amerongen (1882-1958) huwde op 23 mei 1918 te Den Haag met Marie Civile Sirtema van Grovestins (1891-1971). Max was de laatste heer van Renswoude, Deijl en Eminkhuizen.

Uit dit huwelijk kwam een dochter voort: 

Jeanne Adolphine Louise barones Taets van Amerongen van Renswoude (1923 - ... )

Zij zou de laatste Vrouwe van Renswoude, Deijl en Emminkhuizen zijn.

Na haar overlijden zou er een einde van vele generaties familieleden Taets van Amerongen die de ambachtsheerlijkheden Renswoude, Deijl en Emminkhuizen in bezit hadden gehad.