Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Van der Capellen / 

Van Hangest d'Yvoy van Houten - Mijdrecht

Naambetekenis

Van der Capellen

Komt van het Latijnse woord Capella vandaan wat kapel of kleine kerk betekend.

d' (van) Hangest

Vermoedelijk uit de oud laag Frankische taal wat Standaard betekend.

d' (van) Yvoy

Vermoedelijk uit het oud Keltisch wat hard hoofd betekend.

De letterlijk betekenis van de vaan Van Hangest d'Yvoy is dan Van Standaard van Hard Hoofd

Van Hangest d'Yvoy is een vermoedelijk uit Carignan afkomstig geslacht waarvan een lid vanaf 1600 

officier in een Waals regiment was en waarvan nazaten sinds 1814 tot de Nederlandse adel behoren.

De stamreeks begint met Nicolaas Gillesz. (van) Ivoi, lid van een Waals regiment op Fort Sint-Andries in 1600, sergeant in Willemstad en daar overleden in 1636. Bij Souverein Besluit van 28 augustus 1814 werd een nazaat benoemd in de ridderschap van Utrecht. In 1816 werden drie broers d'Yvoy ingelijfd in de Nederlandse adel en werd datzelfde jaar voor de tot de adel behorende leden de titel van baron verleend.

Het was Maximiliaan Louis van Hangest baron d'Yvoy die als eerste ging behoren tot de Nederlandse adel want hij werd op 28 augustus 1814 benoemd in de ridderschap van Utrecht. (Andere verwanten werden later ingelijfd.) Hij kreeg bij KB van 8 juli 1816, net als zijn verwanten, de titel van baron. De genealoog Bijleveld was uiterst kritisch over de adeldom van het geslacht, publiceerde erover en meende in 1949: "Ingelijfd als baron op alle 1816, zonder eenig recht daarop en met vervalschte stukken verkregen". Bron: Wikipedia Van Hangest d'Yvoy

Van der Capellen is een oud adellijk, Gelders geslacht.

Oudst bekende voorouder van het geslacht is Johan de Capella die in de 1310 vermeld wordt in verband met het sticht Xanten (Duitsland). In 1814 werden verschillende leden van het geslacht benoemd in de ridderschap van Gelderland en verkregen zo het predicaat jonkheer.

Tussen 1822 en 1824 werd voor verschillende familieleden erkend de titel van baron.
Robert Lieve Jasper baron van der Capellen (1784-1860), luitenant-kolonel, adopteerde een zoon wiens vijf kinderen bij beschikking van de Raad van Justitie te Batavia van 31 maart 1888 de naam Van der Capellen kregen; via hen leeft er nog nageslacht met die naam, ook in Nederland.

Gerlach Theodorus van de Capellen, Heer van Schonauwen, Houten en 't Goy en Mijdrecht die op 12 oktober 1805 kinderloos overleed was zelf in de achttiende eeuw niet van adel. Maar behoorde wel tot het ridderschap en notabelen van de Staten van Utrecht. Zijtakken van zijn familie in de negentiende eeuw zijn wel verheven in de adelstand. Familie van Gerlach's echtgenote Van Hangest d'Yvoy werd in de negentiende eeuw wel in de adelstand verheven met het predicaat baron en barones. En mochten ook de titel Heer of Vrouwe van Houten dragen van generatie op generatie. Tot aan het jaar 1961 toen Anna van Hangest barones d'Yvoy overleed zij was de laatste in lijn die de titel droeg. Anna had geen nakomeling waardoor de Van Hangest d'Yvoy van Houten tak definitief uitstierf.

Takken van de Van Hangest d'Yvoy van Mijdrecht zijn nog steeds levend maar wel op kleine schaal. Nakomeling leven nog in Nederland, Engeland en het continent Afrika.


 

Van der Capellen

In het jaar 1758 koopt Gerlach Theodorus van der Capellen (Geboren 6 april 1734 - Overleden 12 oktober 1805) kasteel Schonauwen. Hij huwde met Frederika Johanna Hangest d'Yvoy op op 23 janauri 1764. (Geboren 16 september 1747 - Overleden op 15 augustus 1812 te Schonauwen).



Kasteel Schonauwen, gelegen aan het Granietsteen 50. Foto: Peter Koch.

Het echtpaar heeft nooit kinderen gehad. Gerlach was naast dat hij heer was van Schonauwen was, ook heer van Houten en 't Goy en Mijdrecht.

De vader van Gerlach Theodorus was, Gerlach Frederik van der Capellen, heer van Mijdrecht en Papekop (Geboren 26 februari 1697 - Overleden 17 mei 1754), hij huwde met Eleonora Constancia van Vlooswijk tot Papekop.

Herberg De Roskam te Houten

In 1735 koopt Alexander Hendrik van der Capellen (Geboren 21 april 1699 - Overleden 5 juli 1740 begraven te Schalkwijk). Herberg De Roskam Plein 25 te Houten. Van 1707 tot aan zijn overlijden in 1740 was Alexander Hendrik ook heer van Schalkwijk. Na zijn overlijden erven zijn 2 broers Gerlach Frederik en Everard Cornelis van der Capellen (Geboren 7 maart 1703 - Overleden 24 oktober 1759). De Roskam. Sinds de aankoop van De Roskam door Alexander Hendrik van der Capellen werden de vergaderingen van de Schout en Schepenen (Burgemeester en Wethouders) gehouden in de opkamer van de herberg. Het zou tot 1877 duren voordat de latere burgemeester van Houten Jacob Waller een gemeentehuis op het Plein van Houten liet bouw. Deze heeft tot 1956 op het Plein van Houten gestaan. Ruim anderhalve eeuw hebben de bestuurlijke vergaderingen plaatsgevonden in deze opkamer. Als je voor De Roskam staat is de opkamer aan de linkerkant van het gebouw te vinden.



De Roskam kwam na het overlijden van Gerlach Frederik in 1754 in handen van zijn zoon Gerlach Theodorus van der Capellen. Op 4 december van het jaar 1801 ten overstaan van notaris C. de Wijs te Utrecht wordt Gerlach ontslagen (verlies) van zijn eigendommen betreffende De Roskam en diverse stukken land in Schonauwen. Hij heeft een forse schuld openstaan van Mr. Laurens Jan Nepveu. (zie verder dit artikel). Na dit ontslag werd Cornelis Kelfens de nieuwe eigenaar van de herberg.


Bron: Portret van Gerlach Theodorus van der Capellen (1734-1805), Portret van Frederika Johanna Hangest d'Yvoy (1747-1812) – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Boerderij Schoneveld (Leedijkerhout 15-17, vroeger Leedijk 1)

Gerlach Theodorus van der Capellen koopt in 1764 boerderij Schoneveld van de nazaten van de vroegere eigenaar Jacob Martens. Na het overlijden van zijn echtgenoot Frederika in 1812 komt de boerderij het bezit van familie Bosch van Drakestein die het in eigendom hadden tot 1931.

Gerlach en Frederika hebben de laatste jaren van hun leven een behoorlijk schuld opgebouwd van 18.000 gulden. Die ze hadden openstaan bij Mr. Laurens Jan Nepveu. Een hypotheek had het echtpaar genomen op de boerderij en de landerijen van Houten en 't Goy en Schonauwen. Bij een notariële schuldbekentenis die Frederika ruim een jaar voor haar overlijden op 11 juni 1811 aflegt voor notaris C. de Wijs te Utrecht staat dit te lezen. (Het Utrechts Archief 34-4.U256c046 C. DE WIJS) Mr. Laurens Jan Nepveu was lid van de vroedschap van Utrecht en lid van de provinciale staten van Utrecht. Hij was heer van het buiten Zandbergen. Ook bezat hij de buitenplaats Dijnselburg, gelegen aan de Amersfoortseweg 10 te Huis ter Heide.


 


 


Na het overlijden van Frederika Johanna van Hangest d'Yvoy in 1812 zien hun nazaten zich genoodzaakt de schuld af te lossen door middel van veiling van al hun onroerende goederen. De veiling geschied op woensdag 21 oktober 1812 voor notaris Gerardus Hedrikus Stevens te Utrecht. Achter de St. Pieter, Wijk F, n. 363.



De titel van heer van Schonauwen, Houten en 't Goy erft de neef van Frederika na haar overlijden. Jacob Jan van Hangest d'Yvoy (Geboren 14 maart 1779 te Utrecht -  Overleden 26 oktober 1854 te Utrecht) was toen heer van Houten en 't Goy en Mijdrecht . Jacob Jan was gemeente ontvanger (belastingen) van de gemeente Utrecht.

Bronnen: Rondom de Leedijk, Otto Wttewaall, 2003 en Houten; Historische Bebouwing, O.J. Wttewaaall en drs. J.A.M. Smits. Blad Tussen Rijn en Lek 1969 derde uitgave. Historische Kring Tussen Rijn en Lek.



Alexander Hendrik van der Capellen was al sinds 1732 heer van Houten en 't Goy. (Sinds 17 september 1731 onofficieel heer van ... ). Na zijn overlijden in 1740 erft zijn broer Everard Cornelis de titel heer van Houten en 't Goy. Everard overlijd in 1759 en laat de titel heer van ... na aan zijn neef Gerlach Theodorus van der Capellen. Na het overlijden van zijn echtgenoot in 1812 erft de neef van Gerlach de titel heer van ... . Zoals je het hierboven leest. Bron: oa Oudhouten.nl.


Familiegraf Van Hangest d'Yvoy


De grafkelder is eind negentiende eeuw aangelegd voor de familie Van Hangest d’Yvoy van Houten. Leden van de familie, die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Noord-Frankrijk, maakten naam in het Nederlandse leger en later in diverse bestuursfuncties.

In 1816 werd de familie bij Koninklijk Besluit ingelijfd in de Nederlandse adel.

In 1812 erfde Jacob Jan van Hangest d'Yvoy (1779-1854) de heerlijkheidsrechten van Houten van zijn tante, waarna hij zich heer van Houten mag noemen. In 1816 kwam daar de titel van baron nog bij.
In 1829 werd zijn zoon Johan Frederik Hangest d'Yvoy geboren. Hij erft de titel heer van ... en voor hem werd in 1897 de grafkelder aangelegd. Johan Frederik overleed in 1895 in Arnhem en werd later bijgezet in de kelder.

In 1915 werd zijn vrouw Cornelie Henriette Constance Everdine barones van Pallandt tot Westervoort bijgezet. In juni 1917 volgde hun schoondochter Margaretha Cornelia Wilhelmina Clotterbooke Patijn.

In september van datzelfde jaar 1917 wordt hun enige zoon Jacob Jan (1857-1917) erbij gelegd. De dochter van Jacob Jan Anna van Hangest barones d'Yvoy (1884) werd elders begraven. Zij stierf in 1961, waarmee deze tak is uitgestorven.

Het recht op de grafkelder is via de laatste telg overgegaan op de familie Van Lynden, maar zij deden in 2015 afstand . Het graf kwam hiermee in het bezit van de gemeente. Bron: gemeente Houten.









 

 

 

 

 

 

Grafkelder familie Van der Capellen

in de Nederlands Hervormde Kerk van Schalkwijk (Brink 10)

Tijdens de restauratie van de consistorie-ruimte in 1969-1970 werd bij het uitgraven
van de vloer de grafkelder van de familie Van der Capellen ontdekt.

Lijst is opgemaakt op basis van DTB inschrijvingen en andere beschreven bronnen. Het kan onverhoopt zijn dat er een familielid meer of minder zich in de grafkamer bevindt.

Familieleden Van der Capellen bijgezet in het familiegraf in de kerk, gelegen achter de preekstoel:

Naam

Portret

1.   Jhr. Gerlach van der Capellen, Heer van Schalkwijk, Meerveld en n's-Heeraartsbergen. Kocht in 1667 de ridderhofstad Schalkwijk. Gerlach werd geboren donderdag 3 juni 1627 en overleed op maandag 31 december 1685. Hij huwde in september 1655 met Margriet Johanna van Lynden, Vrouwe van Sinderen.


2.   Margaretha van Lynden, Vrouwe van Sinderen. Zij werd geboren in het jaar 1635 te Wisch, Gelderland en overleed op donderdag 3 november 1695 te Schalkwijk.

(geen)

3.   Steven Frederik van der Capellen geboren woensdag 24 januari 1663 en overleden op woensdag 25 mei 1707. Hij huwde op donderdag 24 mei 1696 met Digna Elisabeth Booth tot Mijdrecht. Zij hertrouwde na het overlijden van Steven Fredrik in april 1709 met Jaspar van Lynden, Heer van Oud-Wulven en Waijen.

(geen)

4.   Alexander Hendrik van der Capellen. Geboren dinsdag 21 april 1699 en overleden op dinsdag 5 juli 1740.

(geen)

5.   Evert Cornelis van der Capellen, Heer van Schalkwijk, 't Goy en Houten. Geboren vrijdag 9 maart 1703 en overleden op woensdag 24 oktober 1759.

(geen)

6.   Daniel Cornelis van der Capellen. Hij werd geboren in het jaar 1733 en overleed op woensdag 13 augustus 1800.

(geen)

7.   Gerlach Theodoor van der Capellen, Heer van Mijdrecht, 't Goy en Houten. Kocht in 1758 Kasteel Schonauwen. Hij werd geboren dinsdag 6 april 1734 en overleed op zaterdag 12 oktober 1805.


8.   Frederika Johanna van Hangest d'Yvoy geboren zaterdag 16 september 1747 en overleed op zaterdag 15 augustus 1812. Zij huwde op maandag 23 januari 1764 met Gerlach Theodoor van der Capellen (1734-1805).


9.   Alexander Philip van der Capellen geboren op zondag 7 februari 1745 en overleden 10 december 1787 te Utrecht. Hij was kamerheer van Prins Willem V.


10.   Evert Cornelis van der Capellen geboren vrijdag 29 maart 1709 en begraven 24 augustus 1759.

(geen)

11.   Catharina Frederika Johanna van der Capellen begraven op donderdag 4 oktober 1798

(geen)

12.   Maria Frederika Isabella Benjamina van der Capellen (vermoedelijk). Zij overleed te Maarssen op 10 juli 1810 en was een dochter van Alexander Philips van der Capellen en van Maria Taets van Amerongen.


 

 

 

 

Bronnen: Houten; Historische Bebouwing. drs. J.A.M. Smits en O.J. Wttewaall - Tussen Rijn en Lek, (Het Kromme-Rijngebied 3e jaargang, nr. 3, september 1969, door: A. Pastoors, boek: Alexander Philip van der Capellen (1745-1787), Jacques Baartmans, 2015, Uitgeverij: Verloren.

Het Wapen van Houten en 't Goy

Het wapen van Houten is het gemeentelijke wapen van de Utrechtse gemeente Houten. Het wapen werd op woensdag 11 september 1816 door de Hoge Raad van Adel in gebruik door de toenmalige gemeente bevestigd. Hierna werd het wapen nog tweemaal gewijzigd.





Geschiedenis

De gemeente Houten is in 1811 ontstaan uit het grondgebied van de voormalige gerechten Houten, 't Goy, Oud-Wulven, Wayen, Wulven, Heemstede en Schonauwen. In 1816 werd Schonauwen een zelfstandige gemeente. Oud-Wulven, Wayen, Wulven, Heemstede en Schonauwen vormden samen met de gerechten Slachtmaat, de Grote en Kleine Koppel en Maarschalkerweerd de gemeente Oud-Wulven. In 1858 werden de gemeenten Houten, Oud-Wulven en Schonauwen samengevoegd tot een nieuwe gemeente Houten. Hierdoor bereikte het grondgebied weer dezelfde omvang als in 1811 met als extra toevoeging Slachtmaat, de Grote en Kleine Koppel en Maarschalkerweerd.





Het eerste wapen is gelijk aan dat van het geslacht Van Goyen, dat de voormalige heerlijkheid aan het einde van de middeleeuwen bezat. De heerlijkheid Houten voerde dit wapen ook in later tijd als heerlijkheidswapen. Het vair in het wapen was ondersteboven ingekleurd. Toen de gemeente in 1928 een verzoek indiende om een kroon op het wapen te mogen voeren, is deze fout meteen hersteld.

Bij de gemeentelijke herindeling van 1962 werden Tull en 't Waal en Schalkwijk aan Houten gevoegd. Het wapen werd hierop aangepast. Tull en 't Waal voerde geen wapen; het wapen van Schalkwijk werd gepaald met dat van Houten. Zo ontstond het nieuwe wapen.





Blazoenen

Blazoen uit 1816
De beschrijving luidde als volgt:

"Zijnde gefasceerd van 6 stukken van vaire en keel."
N.B.: de heraldische kleuren zijn vair (een patroon van zilver en blauw) en keel (rood). In dit wapen is sprake van zgn. "omgekeerd vair", d.w.z. de blauwe punten wijzen naar beneden.

Blazoen uit 1928
De beschrijving van het wapen dat op 21 juli 1928 werd toegekend, luidt:

"Gedwarsbalkt van 6 stukken van vair en keel. Het schild gedekt met eene kroon van goud van 3 bladeren en 2 parelpunten."

Blazoen uit 1962
De beschrijving van het wapen dat op 18 september 1962 werd toegekend, luidt:

"Gedeeld : I gedwarsbalkt van 6 stukken van vair en keel, II van keel beladen met 3 dwarsbalken van zilver. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 paarlen."





Overgenomen van: Wikipedia Wapen van Houten. 

De sloop van het kasteel Schonauwen in 1813

door Wijnand Thoomes, Het Kromme-Rijngebied, 38-4 (2004)

De veiling in 1812




Op 15 augustus 1812 overleed de laatste bewoonster van het kasteel of huis Schonauwen,
de Douairière Frederika van Hangest d’Yvoy, weduwe van Gerlach Theodoor baron van der
Capellen, heer van Mijdrecht, Houten en 't Goy'.

Enkele dagen later werd zij bijgezet in het familiegraf achter de preckstoel in de Nederduits Gereformeerde kerk van Schalkwijk, naast haar zeven jaar daarvoor overleden man. De erven brachten daarna de buitenplaats en de uitgebreide landerijen, die er bij hoorden en die voornamelijk in de omgeving van Houten waren gelegen, in een veiling die op 21 oktober 1812 plaatsvond!

In de veilingakte wordt het huis als volgt omschreven:


“Voorschreeve Heere Huizinge geëntoureerd van vischrijke grachten, voor dezelve Huizinge
een groot terrain afgescheiden door een brug en poort; en is gemelde Huizinge voorzien van
een ruim vestibule met een corridor, ter linker zijde één groote kamer, behangen,
geblaffonneerd, en met een marmere schoorsteen, achter dezelve kamer een Kabinetje
uitziende op een binnenplaats, ter rechterzijde een fraaije kamer, behangen, gestucadoord en
gelambriseerd, waarin een schoorsteen met een marmere mantel en georneerd met een schil-
derstuk, terzijde een kabinetje, achter dezelve

kamer een groote zaal, behangen en uitkomend in een Kabinetje, verder cen zeer goede keuken met fornuis, bakovens, wel- en regenwaterspompen en verdere gemakken. Voonseen dessertkames, Knegtskamer, provisie, wijn en andere kelders, boven zes kamers vier behangen en drie met schoorstenen, vier kabinetjes, een meidenkamer en zoldering over de geheele Huizinge. De tuin beplant met exquise vruchtboomen en gewasschen, wel aangelegde Lanen en wandelingen beplant met meer dan Negen honderd zware eike, sparre en andere boomen.”

Op deze veiling koopt Hendrik Ravee’, een in de stad Utrecht wonende grootgrondbezitter, de buitenplaats met de erbij gelegen boerderij “Het Schoutenhuis” voor 92.400 francs ofwel 44.000 gulden “in klinkende Hollandse muntspeciën naar tegenwoordige koers en waarde”.

De buitenplaats zelf wordt aldus omschreven in de akte:

“De Buitenplaats genaamd Schonauwen met deszelfs annexe en spacieus betimmerde Heere
Huizinge, genummerd 1, twinmanswoning, orangerie, duivenhuizen, stalling voor Elf
paarden, Koetshuis met hooizolder en Koetsierskamer. Item een nieuw en ruim betimmerde Staltinge voor koebeesten en een schuur, vijvers en grachten, plantagie, tuin, boomgaard, bosch en aanhorige Landerijen, groot ruim acht Hectares, 

Een en vijftig ares en zeven en vijftig Centiares (oude maat Tien morgen) staande en gelegen onder Schonauwen, gemeente Houten en 't Goy
[…………} mitsgaders het regt tot de Visscherij in de Schalkwijkse wetering, beginnende van den”
Uitwegsche brug tot aan de Knoest toe, alsmede [.…] een Bank in de kerk van Houten;
zijnde een gedeelte van het voorschreeve Bosch Erfpacht van de Domeinen des Rijks op
een Jaarlijksche canon van zeven en dertig franken tachtig centimes (Hollands geld acht-
tiert-gulden)”"

Uit deze beide omschrijvingen leid ik af dat de buitenplaats tijdens de veiling van oktober 
1812 nog in de staat verkeerde waarin deze zich in de 17de en 18de eeuw had ontwikkeld
en bovendien dat het huis zeker nog bewoonbaar was en in een niet al te deplorabele staat
verkeerde.

De omschrijving van de omringende vijvers en grachten, plantage enzovoorts is
mogelijk enigszins overtrokken. Uit een vergelijking van de kaart van Schonauwen uit
1720 en de kadastrale kaart uit 1832 blijkt dat het terrein om het huis maar een beperkte omvang had (zie de afbeelding).

De sloop in 1813

Een curieus kladbriefje, gesteld in het Frans en dus geschreven vóór eind 1813, als door
toeval bewaard in het oude bestuursarchief van de gemeente Houten, maakt echter duidelijk dat Ravee al kort na de aankoop het huis moet hebben gesloopt’. In dat briefje wordt namelijk vrijstelling van de belasting op deuren en ramen gevraagd vanwege het feit "qu'on a commencé a abattre les batiment deSchonauwen” (men is dus begonnen met het neerhalen van de gebouwen).

Zou het zo kunnen zijn dat Ravee, die al de buitenplaats Den Engh onder Vleuten bezat, de instandhouding van Schonauwen vooral als een kostenpost heeft gezien? Bovendien moest hij ook nog de nodige kosten maken voor het opheffen van het achterstallig onderhoud.
Wellicht speelde tevens een rol dat Ravee in 1812 al zestig jaar oud was en er weinig behoefte aan zal hebben gehad om zijn comfortabele woning aan de Ganzenmarkt in Utrecht voor het huis Schonauwen te verruilen.



Wel moest de pachter van “Het Schoutenhuis” als Hendrik Ravee of “iemand van zijnentwege” op het landgoed wilde zijn de stal van de herenboerderij en de opkamer voor hem in gereedheid brengen“. En hij wilde ook op het landgoed begraven worden. De Raad van de gemeente Schonauwen willigde uiteraard dat verlangen in: zijn graf ligt er nog steeds (zie de afbeelding).

 

Geen geldgebrek

In ieder geval was het geen geldgebrek dat Ravee heeft doen besluiten om het kasteel, op
de nog altijd bestaande hoektoren na, in 1813 te laten slopen. Na zijn overlijden op 27 de-
cember 1833 werd op 4 januari 1834 zijn testament, bestaande uit zes tweezijdig beschreven blaadjes, door notaris G.H. Stevens geopend’. 



Hij verdeelde zijn aanzienlijke vermogen en onroerende eigendommen onder acht begunstigers. De belangrijkste erfgenaam was zijn dan nog minderjarige neef Hendrik Bernard Nieuwenhuis. Aan hem werden toebedeeld de buitenplaatsen Schonauwen, Den Engh en Themaat, vijftien hofsteden alsmede landerijen onder Houten, Vleuten, Snellerwaard en Maarssenbroek, in de Blekhovense Polder en onder Heeswijk en Willeskop “en alle verdere Landerijen waar ook gelegen”.

Bovendien bedroegen, nadat de nalatenschap was afgewikkeld (het huis van Ravee aan de Ganzenmarkt werd verkocht, evenals de zes paarden met landauer. De familieband met Hendrik Ravee is ontstaan via zijn moeder. Een zuster van Hendrik (Anna Margaretha) trouwde nl. op 14 november 1784 met Coenraad Smitz von Petsch en diens zuster was de moeder van Hendrik B. Nieuwenhuis.





Van Hendrik Ravee is tot zover bekend geen portret bewaard gebleven na zijn overlijden.

Hendrik Ravee bood bij de veiling in 1812 op tegen Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein die (vermoedelijk) ook wel belangstelling had voor andere landerijen of zelfs het kasteel Schonauwen. Paulus ving aan zijn geboden veiling bedragen boerderij Schoneveld in eigendom en Ravee het kasteel.