Familie Bosch van Drakestein
Overige beschrijvingen van onroerende goederen van familie Bosch van Drakestein (De Vuursche en Drakensteyn, landgoed Heeckeren (bij Goor, gem. Hof van Twente, prov. Overijssel) en landgoed Nieuw-Amelisweerd (takken))
𝐃𝐢𝐬𝐜𝐥𝐚𝐢𝐦𝐞𝐫: 𝐏𝐮𝐛𝐥𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 𝐇𝐨𝐝𝐨𝐧𝐢𝐞𝐦𝐞𝐧 stelt zich ten doel om historisch onderzoek naar de herkomst van (veld)namen en onroerend goed in Houten te bevorderen en te delen. Bij de publicatie van deze gegevens hanteert de stichting de volgende uitgangspunten:
𝐌𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐟𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧: Mocht u een fout in een transcriptie ontdekken of bezwaar hebben tegen een specifieke publicatie, dan verzoeken wij u vriendelijk dit aan ons te melden zodat wij dit kunnen corrigeren. |
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟎 vond er een belangrijke juridische handeling plaats in de stad Utrecht. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟, notaris residerende binnen de stad Utrecht, verschenen de partijen om een koopovereenkomst te bekrachtigen die betrekking had op een aanzienlijk perceel grond onder de rook van de stad. De akte ademt de sfeer van de vroege negentiende eeuw, waarbij bezit en overdracht met uiterste precisie werden vastgelegd. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen waren direct betrokken bij deze transactie: • 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐨𝐥𝐭𝐞𝐫𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐨𝐥𝐥, woonachtig te Amsterdam, die in deze akte optreedt als de koper van het onroerend goed. • 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐉𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠, die als getuige aanwezig was bij het passeren van de akte. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐜𝐡𝐭𝐞 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🌳 Het object van deze verkoop betreft een aanzienlijke oppervlakte aan weide- en hooiland. Specifiek gaat het om zeker 𝐀𝐜𝐡𝐭 𝐌𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟏𝟔 𝐑𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 (hoewel verongeldende voor zes mergen) aan 𝐁𝐨𝐯𝐞𝐧-𝐥𝐚𝐧𝐝. Dit perceel is gelegen onder de gerechte van 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 en de 𝐁𝐢𝐥𝐭 bij de 𝐒𝐥𝐮𝐢𝐬. De begrenzing van het land wordt in de akte nauwkeurig omschreven: het strekt zich uit van de 𝐋𝐨𝐝𝐢𝐣𝐤 tot aan de 𝐁𝐢𝐬𝐬𝐜𝐡𝐨𝐩𝐬𝐰𝐞𝐭𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠. Aan de ene zijde wordt het begrensd door de Bisschops 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐠 en aan de andere zijde door eigendommen van de koper zelf. 🗺️ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 💰 Voor de overdracht van deze landerijen is een aanzienlijk bedrag overeengekomen. De koper, 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐨𝐥𝐭𝐞𝐫𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐨𝐥𝐥, verbindt zich tot de betaling van een somma van ƒ 𝟐𝟎𝟎𝟎,-. Dit bedrag diende te worden voldaan in "goed grof Hollandsch zilver geld" bij het passeren van de akte. Naast de koopsom kwamen alle bijbehorende kosten, zoals de zegels, leges en de kosten voor het transport, volledig voor rekening van de koper. De feitelijke aanvaarding van het land door de koper werd gesteld op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟎, waarmee de baten en lasten vanaf die datum voor zijn rekening kwamen. ⚖️ 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐯𝐞𝐬𝐭𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 🖋️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐥𝐢𝐠𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐞𝐧𝐢𝐬𝐤𝐰𝐞𝐬𝐭𝐢𝐞𝐬 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟏 verschenen diverse belanghebbenden voor de notaris in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 om een overdracht van een financiële obligatie te bekrachtigen. De kern van deze akte betreft de verkoop en overdracht van een vordering die oorspronkelijk toebehoorde aan 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐥𝐭𝐞𝐫. De comparanten handelen hierbij als erfgenamen van 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐆𝐫𝐨𝐬, de weduwe van de genoemde 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐥𝐭𝐞𝐫. De obligatie heeft een kapitaalwaarde van ƒ 𝟏𝟎𝟎𝟎,- en staat ten laste van de 𝐋𝐞𝐜𝐤𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐨𝐯𝐞𝐧𝐝𝐚𝐦𝐬. 💰 De verkopers verklaren in de akte dat zij de volledige koopsom en de daarop verschenen rentes hebben ontvangen, waarna zij afstand doen van alle rechten en aanspraken op deze obligatie ten gunste van de koper. De overdracht is formeel afgehandeld in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐚𝐬𝐬𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 De akte is verleden ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐮𝐮𝐫𝐞𝐧, notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De officiële datering van het document is 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟏. Als getuigen bij deze rechtshandeling waren aanwezig 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐠𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫 en 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐀𝐬𝐞𝐧 𝐉𝐮𝐧𝐢𝐨𝐫. 🏛️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren als verkopende partij of koper betrokken bij deze transactie: • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐥𝐢𝐬𝐭, woonachtig onder 𝐉𝐚𝐚𝐫𝐬𝐯𝐞𝐥𝐝, zoon van wijlen 𝐆𝐫𝐢𝐞𝐭𝐣𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐬 en 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐥𝐢𝐬𝐭, optredend bij representatie van zijn overleden moeder als mede-erfgenaam. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, de koper aan wie de obligatie van ƒ 𝟏𝟎𝟎𝟎,- werd gecedeerd en getransporteerd. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 Het onderwerp van deze overdracht is een 𝐎𝐛𝐥𝐢𝐠𝐚𝐭𝐢𝐞 ten laste van de 𝐋𝐞𝐜𝐤𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐨𝐯𝐞𝐧𝐝𝐚𝐦𝐬, oorspronkelijk gedateerd op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟕𝟔𝟓. Het kapitaal bedraagt ƒ 𝟏𝟎𝟎𝟎,- en de obligatie rendeert tegen een percentage van 𝟐,𝟓 procent. 📑 De verkopers verkregen hun recht op deze obligatie via het testament van 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐆𝐫𝐨𝐬, gepasseerd op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟎 voor de notaris 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫. 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐆𝐫𝐨𝐬 was op haar beurt gerechtigd tot deze obligatie als erfgename van haar man 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐥𝐭𝐞𝐫, conform hun huwelijkse voorwaarden die op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟕𝟖𝟒 werden verleden voor notaris 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐬𝐭𝐞𝐥𝐝𝐨𝐫𝐩. ⚖️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐛𝐥𝐢𝐠𝐚𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐥𝐝𝐯𝐨𝐫𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟑 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, openbaar notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. Hij trad hierbij op als speciaal gesubstitueerd gemachtigde voor een grote groep erfgenamen en belanghebbenden van wijlen de heer 𝐉𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐚𝐫𝐥 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥 en diens echtgenote 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐆𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐞𝐫𝐥𝐞. 🏛️ De overdracht geschiedde met alle daaraan verbonden rechten en acties, waarbij de koper verklaarde de kooppenningen en de verschenen renten volledig te hebben voldaan. De akte werd gepasseerd in aanwezigheid van de getuigen 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐡𝐢𝐞𝐮 en 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐞𝐬𝐭𝐞𝐧𝐞𝐧𝐠. ✍️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als gemachtigde voor de gezamenlijke erfgenamen. • 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐚𝐫𝐥 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, in leven drossaard te 𝐌𝐨𝐧𝐭𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 (wijlen erflater). • 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐆𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐞𝐫𝐥𝐞, echtgenote van wijlen 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐚𝐫𝐥 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper in hoedanigheid van voogd/beheerder. • 𝐀𝐝𝐞𝐥𝐢𝐝𝐚 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐧𝐚 𝐆𝐞𝐯𝐞𝐭, de begunstigde van de overgedragen obligaties. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, echtgenote van de heer 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐨𝐥𝐥𝐚𝐫𝐭. • 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐨𝐥𝐥𝐚𝐫𝐭, echtgenoot van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, weduwe van de heer 𝐃𝐞𝐦𝐨𝐧𝐝 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢 𝐏𝐨𝐞𝐥𝐥. • 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, echtgenote van de heer 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐌𝐮𝐥𝐥𝐞𝐫. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐌𝐮𝐥𝐥𝐞𝐫, echtgenoot van 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐋𝐞𝐨𝐧𝐨𝐫𝐚 𝐝𝐞 𝐌𝐚𝐚𝐬, meerderjarige dochter van wijlen 𝐉𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡 𝐝𝐞 𝐌𝐚𝐚𝐬. • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐟𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧, echtgenoot van 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐋𝐮𝐜𝐢𝐨𝐭𝐭𝐞 𝐌𝐚𝐚𝐬. • 𝐄𝐥𝐞𝐨𝐧𝐨𝐫𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, weduwe 𝐃𝐚𝐜𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤. • 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩𝐩𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, overleden echtgenoot van 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐞𝐤𝐞𝐧𝐞. • 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐞𝐤𝐞𝐧𝐞, weduwe van 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩𝐩𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, echtgenote van de heer 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐨𝐧 𝐌𝐞𝐥𝐨𝐭. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐨𝐧 𝐌𝐞𝐥𝐨𝐭, echtgenoot van 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, minderjarige zoon van wijlen 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩𝐩𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, toeziend voogd (momboir). • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠𝐡, toeziend voogd (momboir). • 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐡𝐢𝐞𝐮, getuige bij de akte. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐞𝐬𝐭𝐞𝐧𝐞𝐧𝐠, getuige bij de akte. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 De koopsom voor de overdracht van deze financiële titels is in de akte niet als één totaalbedrag voor de verkoop van een onroerend goed geformuleerd (omdat het een cessie van obligaties betreft), maar de nominale waarden van de effecten zijn als volgt: • Obligatie 1: ƒ 500,- (vijfhonderd). • Obligatie 2: ƒ 200,- (tweehonderd). De akte refereert naar eerdere verkrijgingen door de familie 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐞𝐥, onder meer gedateerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟕𝟕𝟓 en 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟕𝟕𝟖. De principalen verlenen de comparant volledige kwijting voor de ontvangst van de gelden. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
📜 𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐯𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐥𝐝𝐛𝐫𝐢𝐞𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐥𝐢𝐠𝐚𝐭𝐢𝐞𝐬 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟒 vond er een bijzondere publieke verkoping plaats in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐕𝐥𝐢𝐣𝐝𝐢𝐣, notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, werden diverse financiële waardepapieren bij opbod verkocht. De verkoping geschiedde in het wapen van het Keizerrijk achter de Dom, in aanwezigheid van getuigen. 🏛️ De geveilde stukken betroffen diverse obligaties en schuldbrieven, waaronder een nationale schuldbrief ten laste van de 𝐁𝐚𝐭𝐚𝐚𝐟𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐑𝐞𝐩𝐮𝐛𝐥𝐢𝐞𝐤 ter waarde van ƒ 𝟒𝟎𝟎,- en verschillende obligaties ten laste van de voormalige provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Deze papieren waren afkomstig uit de nalatenschap van 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐚 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭, de weduwe van 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐈𝐬𝐚𝐚𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐞𝐧. De verkoop was georganiseerd door haar erfgenamen om de boedel te vereffenen. 💰 👤 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren als verkopers (erfgenamen), kopers of gemachtigden betrokken bij deze transactie: • 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐚 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭 (Weduwe van 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐈𝐬𝐚𝐚𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐞𝐧, overleden erflaatster). • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐊𝐞𝐦𝐢𝐧𝐤 (Verkoper en erfgenaam). • 𝐃𝐢𝐞𝐫𝐤 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭 (Verkoper en erfgenaam). • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐋𝐞 𝐌𝐚𝐢𝐫𝐞 (Koper van perceel 1, een nationale schuldbrief, voor een totaalbedrag inclusief onkosten en rente van ƒ 𝟐𝟔𝟓,𝟏𝟏,-). • 𝐙𝐞𝐠𝐞𝐫 𝐂𝐨𝐞𝐧𝐫𝐚𝐚𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐞𝐞𝐮𝐧𝐞𝐧 (Koper van perceel 2, een obligatie ten laste van de provincie Utrecht, voor ƒ 𝟏𝟖𝟒,𝟑,-). • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 (Koper van perceel 3 en 5, obligaties ten laste van de provincie Utrecht en de stad Middelburg, voor respectievelijk ƒ 𝟏𝟗𝟐,𝟏𝟕,- en ƒ 𝟏𝟑𝟐,𝟏𝟏,𝟒,-). • 𝐑𝐨𝐠𝐢𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐞𝐧 (Koper van perceel 4, een obligatie ten laste van de provincie Utrecht, voor ƒ 𝟏𝟖𝟒,𝟑,-). • 𝐈𝐬𝐚𝐚𝐜 𝐁𝐥𝐢𝐣𝐝𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐣𝐧 (Koper van perceel 6, een bewijs van Brabantse schadevergoeding, voor ƒ 𝟏𝟎𝟔,𝟕,-). • 𝐆𝐞𝐝𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐑𝐚𝐬 (Getuige bij het passeren van de akte). • 𝐆𝐢𝐣𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐭𝐞𝐧 (Getuige bij het passeren van de akte). 📑 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 De verkoping werd uitgevoerd volgens strikte condities. De kopers dienden niet alleen de hoofdsom (de 'kooppenningen') te voldoen, maar ook een verhoging van één procent voor de onkosten en de lopende rente vanaf de laatste vervaldatum tot aan de dag van de verkoop, 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟒. Betalingen moesten binnen veertien dagen geschieden ten kantore van de notaris in goed gangbaar zilver geld. 🪙 De akte vermeldt specifiek dat de obligaties oorspronkelijk op naam stonden van heren zoals 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐞𝐧 en gedateerd waren rond 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟕𝟕𝟓. Door deze publieke veiling gingen de rechten op de jaarlijkse renten (variërend van 𝟐,𝟓% tot 𝟒%) over op de nieuwe eigenaren. De totale afhandeling werd bekrachtigd door de handtekeningen van de comparanten en de getuigen onder de minuut-akte. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟒 vond een belangrijke overdracht plaats ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐲𝐥𝐢𝐠𝐞𝐫 in de stad Utrecht. De transactie betrof een huis en grond gelegen aan de zuidzijde van de Voetstraat. Dit perceel strekte zich uit van de straat tot achter aan het volgende perceel van de huizinge van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐊𝐞𝐲𝐬𝐞𝐫. De verkoop omvatte tevens een uitgang tussen beide panden die uitkwam in de straat achter het Vleeshuis. Het object was eerder verkregen door de verkoper, waarbij de geschiedenis teruggaat naar een eerdere akte van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟕𝟗𝟏. Destijds werd het goed door 𝐉𝐨𝐚𝐜𝐡𝐢𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐥𝐢𝐞𝐭 verkocht aan 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 voor een bedrag van ƒ 𝟖.𝟏𝟎𝟎,-. In de huidige akte van 1804 wordt het eigendom overgedragen voor de som van ƒ 𝟐.𝟏𝟎𝟎,-. De koper aanvaardt het object met alle bijbehorende lasten en lusten, waaronder specifieke bepalingen over het gebruik van de gang en de afscheidingen met de naburige erven van onder andere 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐲𝐬𝐞𝐧 en 𝐅𝐞𝐫𝐝𝐢𝐧𝐚𝐧𝐝𝐮𝐬 𝐖𝐞𝐢𝐣𝐦𝐚𝐧. 🗝️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐞, verkoper, in hoedanigheid als gemachtigde van zijn echtgenote 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐂𝐚𝐭𝐡𝐚𝐫𝐢𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐢𝐚𝐧𝐞𝐧. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, koper, lid van de Rekenkamer der Lands van Utrecht. • 𝐉𝐨𝐚𝐜𝐡𝐢𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐥𝐢𝐞𝐭, eerdere verkoper (genoemd in de historische context van 1791). • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐥𝐢𝐞𝐭, gemachtigde voor het transport in de eerdere akte. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐲𝐥𝐢𝐠𝐞𝐫, getuige bij de ondertekening. • 𝐆𝐲𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐭𝐞𝐧, getuige bij de ondertekening. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐥𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 Het betreft een huizinge en grond gelegen binnen de stad Utrecht aan de zuidzijde van de Voetstraat. Het perceel wordt aan de oostzijde begrensd door het eigendom van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐲𝐬𝐞𝐧 en aan de westzijde door het Vleeshuis. Het perceel heeft een uitgang naar de straat achter het Vleeshuis. De koopsom voor deze transactie in 1804 bedraagt ƒ 𝟐.𝟏𝟎𝟎,-. In de eerdere transportakte van 1791 werd voor een groter geheel (inclusief stalling) een bedrag van ƒ 𝟖.𝟏𝟎𝟎,- overeengekomen. 📍 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐟𝐫𝐚𝐠𝐦𝐞𝐧𝐭 (𝐀𝐤𝐭𝐞 𝟏𝟖𝟎𝟒) Op heden den 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟒 compareerden voor mij 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐲𝐥𝐢𝐠𝐞𝐫, Notaris ’s Hofs van Utrecht, de Welgeboren Heer 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐞, Canoniek in den Capitule van St. Pieter te Utrecht, ter eenre. En de Weledel Gestreng Heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, Lid van de Rekenkamer der Lands van Utrecht, ter andere zijde. De eerste comparant verklaarde te hebben verkocht aan de tweede comparant: Een Huis, Erve en Grond staande en gelegen binnen deze Stad aan de zuidzijde van de Voetstraat, strekkende van de straat tot achter aan het volgende perceel en de huizinge van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐊𝐞𝐲𝐬𝐞𝐫 toe, en wijders met een gang tussen beide die tevens ter straat achter het Vleeshuis uitkomende, daar aan de oostkant de huizinge van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐲𝐬𝐞𝐧 en westwaarts het Vleeshuis naast gehuisd en gesitueerd zijn. De kooppenningen zijn overeengekomen op een somma van ƒ 𝟐.𝟏𝟎𝟎,-. De koper zal het verkochte aanvaarden met primo Mei van den jaare 1804. Aldus gepasseerd binnen Utrecht in presentie van 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐲𝐥𝐢𝐠𝐞𝐫 en 𝐆𝐲𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐭𝐞𝐧 als getuigen. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐇𝐞𝐭 𝐏𝐫𝐨𝐭𝐞𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐖𝐢𝐬𝐬𝐞𝐥𝐛𝐫𝐢𝐞𝐟 📜 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟓 verscheen 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, op verzoek van de heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. De aanleiding voor dit officiële bezoek was een niet-geaccepteerde wisselbrief die gepresenteerd moest worden aan het handelshuis van de heren 𝐁𝐥𝐚𝐧𝐜𝐡é 𝐞𝐧 𝐓𝐞𝐫𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞𝐧, eveneens gevestigd in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🏛️ De wisselbrief in kwestie was getrokken in 𝐏𝐚𝐫𝐢𝐣𝐬 op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟎𝟒 (volgens de Franse tekst in de akte aangeduid als "19 avril 1804") door ene 𝐒𝐥𝐞𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝. Het betrof een bedrag van 𝟓𝟎𝟎 Hollandse guldens ("vijf honderd guldens Hollands courant"), betaalbaar acht dagen na zicht aan de order van de heer 𝐒𝐥e𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝 zelf en vervolgens geëndosseerd aan 𝐦𝐫. 𝐏. 𝐖. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. ✍️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, wonende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, in de hoedanigheid van houder van de wisselbrief en verzoeker van het protest. • 𝐒𝐥𝐞𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝, verblijvende te 𝐏𝐚𝐫𝐢𝐣𝐬, de oorspronkelijke ondertekenaar/trekker van de wisselbrief op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟎𝟒. • De heer 𝐓𝐞𝐫𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞𝐧, lid van de firma 𝐁𝐥𝐚𝐧𝐜𝐡é 𝐞𝐧 𝐓𝐞𝐫𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞𝐧, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, degene tot wie de wissel was gericht en die de acceptatie weigerde. • 𝐦𝐫. 𝐇er𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, openbaar notaris residerende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die de akte van protest officieel heeft opgesteld. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐢𝐬 𝐖𝐞𝐬𝐭𝐞𝐧𝐞𝐧𝐠, getuige bij het opmaken van de akte. • 𝐉. 𝐓𝐨𝐨𝐫𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, getuige bij het opmaken van de akte. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 🖋️ Hoewel de gebruikelijke kadastrale gegevens zoals sectienummers of perceelgroottes in deze specifieke notariele akte (een wisselprotest) ontbreken omdat het geen vastgoedtransactie betreft, zijn de juridische formaliteiten strikt nageleefd. De akte is gepasseerd ten overstaan van de genoemde getuigen en de notaris in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4 ----------------------------------------------------------------------------- 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐚𝐭𝐮𝐦 📅 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟓 verschenen de comparanten voor de notaris om een officiële vastgoedtransactie te bekrachtigen. Het betreft hier een transportakte waarbij diverse onroerende goederen van eigenaar wisselden in het departement Utrecht. De akte is verleden ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen waren betrokken bij deze overeenkomst: • 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐡𝐢𝐚𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐁𝐚𝐧𝐞𝐧𝐬, in huwelijk hebbende 𝐉𝐞𝐬𝐬𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐕𝐞𝐫𝐡𝐨𝐞𝐟𝐟, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐕𝐞𝐫𝐡𝐨𝐞𝐟𝐟, meerderjarige dochter, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, lid van de Rekenkamer van het Departement Utrecht, optredend als koper voor zichzelf en als gemachtigde voor andere geïnteresseerden. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐋𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 🏡 De verkoop betreft een aanzienlijk perceel genaamd "𝐃𝐞 𝐒𝐞𝐝𝐞𝐥", bestaande uit weiland, hooiland en bosgrond. Het object is gelegen onder het gerecht van 𝐇𝐨𝐨𝐠- 𝐞𝐧 𝐋𝐚𝐚𝐠-𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰-𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐯𝐞𝐞𝐧, nabij de 𝐋𝐨𝐨𝐬𝐝𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐞 𝐃𝐢𝐣𝐤 en de 𝐎𝐮𝐝𝐞 𝐋𝐞𝐢𝐝𝐬𝐞 𝐕𝐚𝐚𝐫𝐭. Het perceel wordt begrensd door de eigendommen van de heren 𝐌𝐨𝐥 en 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐲𝐤 aan de ene zijde, en aan de noordzijde door de erfgenamen van 𝐓𝐞𝐧 𝐇𝐨𝐯𝐞. 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 💰 De onroerende goederen zijn verkocht voor een totaalbedrag van ƒ 𝟔𝟓𝟎,-. De verkopers verklaarden dit bedrag reeds voor de passering van de akte naar genoegen te hebben ontvangen en verleenden de koper hiervoor volledige kwijting. 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 📜 De koper aanvaardt het object met alle lusten en lasten, waaronder de ordinaris verpondingen en belastingen die ingaan per 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟓. De verkopers garanderen de vrije eigendom en beloven de koper te vrijwaren van verdere aanspraken of pretenties van derden. De akte werd na voorlezing ondertekend door de comparanten, de getuigen en de notaris in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 𝐏𝐚𝐝𝐝𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 🏡 𝐎𝐩 zaterdag 𝟏9 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟓 verschenen diverse partijen voor 𝐦𝐫. 𝐃𝐚𝐧𝐢𝐞𝐥 𝐑𝐨𝐭𝐡𝐞𝐫, notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. In deze akte werd de overdracht vastgelegd van een aanzienlijke buitenplaats met bijbehorende landerijen en rechten. Het betreft een transactie waarbij de erfgenamen van wijlen de heer 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞 en vrouwe 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐇𝐚𝐫𝐦𝐚𝐧 hun gezamenlijke bezit verkochten. 📜 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 De verkopers werden deels vertegenwoordigd door de procureur 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐁𝐥𝐞𝐞𝐤𝐦𝐚𝐧, optredend voor een omvangrijke groep erfgenamen. De koper, de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, treedt in deze akte op in een dubbelrol, zowel als gemachtigde namens de verkopers als in eigen persoon als koper. Hieronder volgt het overzicht van de direct betrokkenen: • Verkoper (mede-gevolmachtigde): 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, oud lid van de Departementale Rekenkamer van het voormalige departement 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • Koper: 𝐒𝐰𝐞𝐞𝐝𝐞, een heer die samen met de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 als koper wordt aangemerkt. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐡𝐞, gehuwd met 𝐆𝐞𝐞𝐫𝐭𝐫𝐮𝐢𝐝𝐚 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢α 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐒𝐞𝐥𝐨𝐭𝐡𝐲. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐉𝐨𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞, weduwe van de heer 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐨𝐥𝐥𝐚𝐚𝐫𝐭. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞, huisvrouw van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐨𝐧 𝐃𝐞 𝐕𝐨𝐮𝐭𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞, huisvrouw van 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐌𝐮𝐢𝐥𝐝𝐞𝐫. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐂𝐚𝐬𝐩𝐞𝐫 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐄𝐥𝐞𝐨𝐧𝐨𝐫𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞, weduwe van 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐃𝐚𝐬𝐬𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐄𝐧𝐠𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐆𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧𝐢𝐚 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞, huisvrouw van 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐨𝐧 𝐌𝐢𝐥𝐥𝐢𝐚𝐫𝐝. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. • Erfgenaam/Verkoper: 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩𝐩𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🌳 Het verkochte object betreft de buitenplaats genaamd 𝐏𝐚𝐝𝐝𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠, gelegen onder de gerechten van 𝐀𝐛𝐜𝐨𝐮𝐝𝐞 en 𝐁𝐚𝐚𝐧𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞. De eigendom omvat een herenhuis met bijbehorende stallingen, koetshuis, tuinen en diverse percelen landerijen. In de akte worden specifiek de volgende delen benoemd: • Een perceel land van zeven morgen en driehonderd roeden, gelegen in de 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐳𝐲𝐝𝐞𝐫𝐩𝐨𝐥𝐝𝐞𝐫 onder 𝐀𝐛𝐜𝐨𝐮𝐝𝐞. • Een perceel land van zeven morgen en driehonderd roeden gelegen in de 𝐒𝐭𝐨𝐜𝐤𝐞𝐫𝐩𝐨𝐥𝐝𝐞𝐫, onder de gerechten van 𝐍𝐢𝐞𝐰𝐞𝐫𝐭𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en 𝐕𝐢𝐞𝐥𝐚𝐧𝐝. De landerijen grenzen onder meer aan eigendommen van de heer 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐃’𝐄𝐥𝐨𝐯𝐢𝐜𝐤 en de heer 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬𝐨𝐧. De buitenplaats werd verkocht inclusief alle "gerechtigheden, eigendommen en servituten" zoals deze vanouds bij de hofstede behoorden. 🏛️ 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 💰 De verkopers hadden dit goed verkregen uit de nalatenschap van de heer 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐫𝐠𝐦𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐣𝐭𝐢𝐞𝐧𝐬, krachtens diens testament gepasseerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟕𝟐𝟗 voor notaris 𝐈𝐬𝐚𝐚𝐜 𝐕𝐫𝐞𝐞𝐝𝐞. Ook de boedelinventaris van het echtpaar 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞-𝐇𝐚𝐫𝐦𝐚𝐧, opgesteld op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟕𝟗𝟕 door notaris 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐎𝐭𝐤𝐚𝐦𝐩, vormde de juridische basis voor de verkoop door de erfgenamen. 𝐀𝐟𝐫𝐨𝐧𝐝𝐢𝐧𝐠 ✍️ De akte werd na voorlezing getekend in aanwezigheid van de getuigen 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐧𝐣𝐚𝐦𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐥𝐥 en 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫. Met deze handtekeningen werd de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 de nieuwe trotse bezitter van deze historische buitenplaats aan de Vecht. ✨ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4 ----------------------------------------------------------------------------- Historische documenten betreffende de overdracht van de heerlijkheid 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫she. 📜 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐠𝐨𝐞𝐝 🏰 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟔 vond een belangrijke juridische handeling plaats voor het gerecht van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Ten overstaan van 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐦 (schepen en waarnemend schout), 𝐋𝐚𝐦𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠 en 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧 (schepenen), verscheen 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐲𝐞𝐫𝐞, deurwaarder van de gemeente. Hij trad op als gemachtigde voor de curatoren van de insolvente boedel van wijlen 𝐂𝐨𝐞𝐫𝐭 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬, in leven heer van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De verkoop vloeide voort uit een eerdere publieke veiling op 𝐳𝐞𝐯𝐞𝐧𝐝𝐢 𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟓 en werd nu formeel bekrachtigd. Het betreft de overdracht van de volledige heerlijkheid, inclusief de hoge en lage jurisdictie, aan de nieuwe eigenaar voor een totaalbedrag van ƒ 𝟔𝟓.𝟎𝟎𝟎,-. De betaling van de koopsom en de bijbehorende kosten (de zogenaamde veertigste penning) werd bevestigd door een kwitantie gedateerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟔. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐲𝐞𝐫𝐞, optredend als gemachtigde van de curatoren 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐌𝐨𝐨𝐫𝐫𝐞𝐞𝐬 en 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡 (verkopers namens de boedel van 𝐂𝐨𝐞𝐫𝐭 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬). 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧roerend 𝐠𝐨𝐞𝐝 🌳 De overdracht omvatte een indrukwekkende lijst aan bezittingen in en rondom 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞: • De volledige heerlijke rechten, waaronder het recht om beambten zoals de schout, secretaris en bode te benoemen. • Diverse gebouwen in het dorp, waaronder een herenhuis met tuin, een smederij, zeven woningen voor dagloners en een bakkerij. • Een windmolen (korenmolen) van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 met bijbehorend huis en land. • Een voormalige hofstede genaamd 𝐖𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐬 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞, waarvan de gebouwen reeds gesloopt waren, maar de gronden (zeven morgen veengrond) nog bij het landgoed behoorden. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 📜 De akte refereert aan de historische verkrijging van het goed door de 𝐏𝐫𝐢𝐧𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐚𝐧𝐣𝐞 (𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤) in 𝟏𝟔𝟑𝟕 van de 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞. Het landgoed was deels belast met een jaarlijkse rente van ƒ 𝟑𝟗,𝟏𝟎,- aan de Ridderschap van Utrecht, maar deze last was inmiddels afgekocht. Met deze overdracht in 𝟏𝟖𝟎𝟔 kwam een einde aan het tijdperk van de familie 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬 op 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en begon een nieuw hoofdstuk onder de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐚𝐝𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 🏰 In de archieven van de provincie Utrecht bevindt zich een bijzonder document dat de overdracht beschrijft van de heerlijkheid en het landgoed 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Het betreft de overdracht van het zogenoemde "leen van de hofstede" van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, inclusief de hoge en lage jurisdictie over de omliggende dorpen zoals 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭, 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐯𝐞𝐞𝐧 en 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. De historie van dit bezit voert ver terug; zo werd het goed al op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟔𝟑𝟕 door de 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐄𝐫𝐧𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞 overgedragen. 🌳 In dit specifieke dossier, dat werd geformaliseerd op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟖, wordt de overdracht van het zeer moderne kasteel 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (voorheen een adellijk goed) beschreven. Het landgoed omvatte uitgestrekte tuinen, heidevelden, bossen met zowel hoog- als hakhout, visvijvers, een kapel en een grot. Daarnaast behoorden diverse gebouwen tot het complex, zoals een koetshuis, stallen, een hovenierswoning en zelfs een bank in de kerk van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Het geheel vormde een indrukwekkend symbool van adellijke macht en rijkdom in de regio. ✨ 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 De transactie vond plaats onder toezicht van de lokale autoriteiten van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De verkopende partij trad op namens de nalatenschap van de overleden heer 𝐆𝐞𝐞𝐫𝐭 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫, voormalig heer van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢n. De koper was een vooraanstaand lid van de Rekenkamer van het departement Utrecht. De totale koopsom voor dit omvangrijke bezit bedroeg ƒ 𝟒𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. De juridische afwikkeling werd bekrachtigd door de aanwezigheid van getuigen en functionarissen die to zagen op de rechtmatigheid van de overgang van de feodale rechten en onroerende goederen. 🖋️ 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 🗺️ Het verkochte goed bestond uit een indrukwekkende lijst aan percelen en gebouwen onder de gemeente 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞: • 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐲𝐞𝐫𝐞, deurwaarder en gemachtigde voor de curatoren. • 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡, eveneens curator in de genoemde massa. • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐆𝐮𝐢𝐥𝐥𝐚𝐮𝐦𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, de koper van het landgoed en voormalig lid van de Rekenkamer van Utrecht. • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐦, fungerend schout van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. • 𝐋𝐚𝐦𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠, schepen van de rechtbank van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. • 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧, schepen van de rechtbank van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. • 𝐦𝐫. 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐚𝐧𝐬𝐨𝐫𝐠𝐡, raadsheer en notaris ten overstaan van wie de eerdere verkoop op 𝐳𝐞𝐯𝐞𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟓 plaatsvond. De eigendommen omvatte onder andere: • Het kasteel 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 met bijbehorende bossen van circa 𝟐𝟎 mergen. • Een boerderij met huis, schuur en tuin nabij de dorpsbarrière. • Een windmolen in 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 voor het malen van koren, met een half mergen land. • Diverse percelen bouwland, waaronder "𝐋𝐞𝐬 𝐒𝐞𝐩𝐭 𝐂𝐡𝐚𝐦𝐩𝐬" (𝟕 mergen) en "𝐋𝐞 𝐜𝐡𝐚𝐦𝐩 𝐝𝐞 𝐥𝐚𝐪𝐮𝐞" (𝟓,𝟓 mergen). • Een grote partij heidegrond van 𝟖𝟒 mergen, gelegen op de grens van 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭 en 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. 🌾 𝐅𝐨𝐫𝐦𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠 📜 De akte werd uiteindelijk gelegaliseerd op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟐 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De documenten bevestigen dat alle verschuldigde rechten, waaronder de "quantième denier", voldaan zijn in het gerechtshuis van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Hiermee werd de overgang van dit historische bezit definitief vastgelegd voor de toekomst. 🏛️ 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬-𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐲𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en alle bijbehorende kavels, gebaseerd op de twee geüploade documenten. 📜 𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐀𝐦𝐛𝐭𝐞𝐧𝐚𝐫𝐞𝐧 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟓 werd er een omvangrijke veiling georganiseerd voor de goederen uit de boedel van wijlen de heer 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐞𝐫𝐭 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫, die in leven de titels voerde van Heere van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De verkoping vond plaats ten overstaan van de heer 𝐦𝐫. 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐀𝐚𝐧𝐬𝐨𝐫𝐠𝐡, Raad in den Hove van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als Commissaris. De juridische en administratieve leiding was in handen van de notaris en procureur 𝐦𝐫. 𝐍𝐢𝐜ola𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🏛️ De veiling omvatte een breed scala aan onroerend goed, variërend van adellijke rechten tot uitgestrekte landerijen onder de gerechten van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, 𝐙𝐞𝐲𝐬𝐭, 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭, 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 en 𝐓𝐞𝐫 𝐄𝐞𝐦. 🖋️ 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐚𝐥𝐥𝐞 𝐊𝐚𝐯𝐞𝐥𝐬 (𝐍𝐨. 𝟏 𝐭/𝐦 𝟏𝟏) De percelen werden als volgt omschreven in het officiële document: • 𝐍𝐨. 𝟏: De 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬-𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐲𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Dit kavel omvatte de hoge en lage jurisdictie, oorspronkelijk toebehorend aan de Ridder Hofstede van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Hieraan verbonden waren diverse rechten, waaronder het recht van aanstelling van de Schout, Gadermeester, Secretaris, Schepenen, Kerkmeester, Schoolmeester, Bode en Doodgraver van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬chu. Ook de Watergraaf van de 𝐏𝐲𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫 𝐆𝐫𝐢𝐟𝐭 viel onder dit kavel. 👑 • 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧: De kapitale en moderne 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐢𝐧𝐠𝐞 en 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫-𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Dit perceel bevatte hoven, lanen, heuvelden en plantages met aanzienlijke houtgewassen. Er werden specifieke onderdelen genoemd zoals de Goud Visch Kommen, Kapel, Grot, en de nieuw aangelegde Sparre-Bosschen (circa 20 mergen) en Eyke Bosschen (circa 20 mergen). Tevens behoorden de stallinge, het koetshuis, de tuinmans-woning en de bank in de kerk van 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 tot dit geheel. 🏰 • 𝐕𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞: Een huizinge met achterhuis, berg en schuren, inclusief de Tolboom en een tuintje bij het Gerechtshuis. Daarnaast een Hofstede met woning, twee bergen en een schuur, groot circa 7,5 mergen bouwland (in gebruik door de weduwe 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐎𝐭𝐭𝐞𝐧 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧). Tevens een Hofstede naast de tuinmanswoning van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en circa 2 mergen bouwland naast het huis van de weduwe 𝐆. 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐢𝐧𝐤𝐞𝐥. 🏡 • 𝐍𝐨. 𝟔: Gelegen onder 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭, een huizinge met een streepje land op 𝐕𝐥𝐨𝐨𝐲𝐰𝐲𝐤. Hierbij hoorde zes mergen weyland, strekkende van de 𝐏𝐲𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫 𝐆𝐫𝐢𝐟𝐭 tot de veenlanden van 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭. In de kantlijn staat een bedrag genoteerd van ƒ 𝟐𝟏𝟏𝟎,-. 🌾 • 𝐍𝐨. 𝟕: Een stuk weyland groot ruim 2 mergen, liggende aan de 𝐏𝐲𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫 𝐆𝐫𝐢𝐟𝐭, ten oosten van het voorgaande perceel. 🐄 • 𝐍𝐨. 𝟖: Een perceel genaamd 𝐇𝐞𝐲𝐯𝐞𝐥𝐝, bestaande uit bouwland, veen, vulling en heetvelden. Dit land was gelegen op 𝐇𝐞𝐞𝐬 en was voorheen leenroerig aan de Staten van Utrecht. In de kantlijn genoteerd voor ƒ 𝟏𝟒𝟓𝟎,-. 🪵 • 𝐍𝐨. 𝟗: Omtrent 10 dammaten wey- en hooyland onder het gerecht van 𝐄𝐞𝐦𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞, gelegen in de 𝐒𝐩𝐢𝐤𝐦𝐚𝐧𝐬 𝐏𝐨𝐥𝐝𝐞𝐫. Genoteerd voor ƒ 𝟐𝟕𝟕𝟓,-. 🚜 • 𝐍𝐨. 𝟏𝟎: Acht dammaten land in drie kampen achter elkander, eveneens in de 𝐒𝐩𝐢𝐤𝐦𝐚𝐧𝐬 𝐏𝐨𝐥𝐝𝐞𝐫 onder 𝐄𝐞𝐦𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞. Genoteerd voor ƒ 𝟐𝟕𝟎𝟎,-. 🍀 • 𝐍𝐨. 𝟏𝟏: Twaalf mergen bouw-, wey- en maatland onder het gerecht van 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, genaamd het 𝐖𝐢𝐭𝐭𝐞𝐯𝐞𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐥𝐚𝐠, strekkende uit de rivier de 𝐄𝐞𝐦. Genoteerd voor ƒ 𝟖𝟒𝟎𝟎,-. ✨ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐬𝐨𝐧𝐞𝐧 De volgende personen worden in de documenten genoemd als eigenaren, functionarissen of gebruikers van de gronden: • 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐞𝐫𝐭 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫 (overleden eigenaar van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧). • 𝐦𝐫. 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐀𝐚𝐧𝐬𝐨𝐫𝐠𝐡 (commissaris en Raad in den Hove van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭). • 𝐦𝐫. 𝐍𝐢𝐜ola𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡 (notaris en procureur te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭). • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐀𝐥𝐭𝐡𝐞𝐞𝐫 (boekdrukker te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 aan de 𝐃𝐨𝐦𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠). • 𝐉. 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐥 (bewoner van de huizinge bij 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧). • 𝐄𝐫𝐧𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞 (historische eigenaar in het jaar 𝟏𝟔𝟑𝟕). • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐏𝐫𝐢𝐧𝐜𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐚𝐧𝐠𝐞 𝐞𝐧 𝐍𝐚𝐬𝐬𝐚𝐮 (historische verkrijger). • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐎𝐭𝐭𝐞𝐧 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧 (wiens weduwe land in huur had). • 𝐆. 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐢𝐧𝐤𝐞𝐥 (wiens weduwe nabij kavel No. 1 woonde). • 𝐉𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐦 (huurder van landerijen onder 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭). • 𝐂. 𝐎. 𝐊𝐥𝐞𝐲𝐧 (weduwe en huurster onder 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭). • 𝐃𝐢𝐫𝐤𝐣𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐨𝐞𝐧𝐞𝐧 (huurster onder 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭). • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐨𝐮𝐝𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠 (huurder onder 𝐙𝐨𝐞𝐬𝐭). • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐊𝐞𝐢𝐳𝐞𝐫 (naburige eigenaar onder 𝐄𝐞𝐦𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐞). • 𝐀𝐚𝐫𝐭 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐬 (wiens erfgenamen/weduwe land bezaten onder 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧). 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐲𝐠𝐢𝐧𝐠 De documenten benadrukken de historische status van het goed. De overdracht van de heerlijkheid op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟔𝟑𝟕 door 𝐄𝐫𝐧𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞 aan de Stadhouder onderstreept de adellijke herkomst. 📜 Voor geïnteresseerden was er de mogelijkheid om de koopcondities en eigendomspapieren in te zien bij het kantoor van 𝐦𝐫. 𝐍𝐢𝐜ola𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡. Bezichtigingen van de buitenplaats waren beperkt mogelijk op woensdag en zaterdag, uitsluitend op vertoon van een "permisfie briefje" van de notaris. 🏰 De totale inzetbedragen die in de kantlijn zijn bijgeschreven, zoals de som van ƒ 𝟓𝟗𝟎𝟕𝟎𝟎,- en latere verhogingen tot ƒ 𝟕𝟓𝟎𝟎𝟎𝟎,-, duiden op de enorme waarde van dit landgoed aan het begin van de 19e eeuw. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 635
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐃𝐚𝐭𝐮𝐦 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟔 verschenen de betrokken partijen voor de notaris om een belangrijke huurovereenkomst vast te leggen. Het betreft een akte van huur en verhuur van een aanzienlijke hofstede met bijbehorende landerijen. ✍️ 𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐚𝐧𝐝𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij deze overeenkomst: • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐌𝐮𝐥𝐥𝐞𝐫, wonende te 𝐏𝐚𝐫𝐢𝐣𝐬 (Departement van de Seine) in Frankrijk, de eigenaar en verhuurder van het goed, handelend krachtens procuratie. • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐘𝐬𝐬𝐞𝐥, wonende onder de jurisdictie van 𝐁𝐨𝐝𝐞𝐠𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧, de huurder die de hofstede en landerijen in gebruik neemt. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 De huur betreft een kapitale hofstede, woning met berg en schuur, groot in het geheel omtrent drieëntwintig morgen teel-, wei- en hooiland met zijn beplanting. Het object is gelegen op de 𝐌𝐞𝐢𝐣𝐞 polder onder de jurisdictie van 𝐁𝐨𝐝𝐞𝐠𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧. Het land staat lokaal bekend als zijnde reeds bij de huurder in gebruik, waardoor de staat van het onderhoud hem welbekend was. 🏡🌳 𝐇𝐮𝐮𝐫𝐩𝐫𝐢𝐣𝐬 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf opeenvolgende jaren. De overeengekomen huursom bedraagt ƒ 𝟑𝟒𝟎,- per jaar. 💰 Daarnaast zijn er specifieke condities gesteld: • De huurder moet jaarlijks twee bussen "zoetemelksche Meikaas" leveren aan de verhuurder. 🧀 • Er is een strikt verbod op het onderverhuren van de hofstede zonder schriftelijke toestemming. 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 In de akte wordt expliciet vermeld dat de huurder de gebouwen in goede staat moet houden ("getimmerte behoorlijk moeten onderhouden"). Bij het einde van de huurtermijn moet de hofstede weer in goede conditie worden opgeleverd. Tevens zijn er afspraken gemaakt over de hoeveelheid vee die op het land mag grazen om uitputting van de grond te voorkomen. 🚜 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐠𝐦𝐞𝐧𝐭 (𝐊𝐞𝐫𝐧𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬) "Op huijden den 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟔 compareerde voor mij 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, Notaris voor den Hove van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭... de WelEdele Heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧... alsmede de WelEdele Heer 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐌𝐮𝐥𝐥𝐞𝐫 wonende te 𝐏𝐚𝐫𝐢𝐣𝐬... hebben verhuurd aan 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐘𝐬𝐬𝐞𝐥... een Huijsmanwooning met berg en schuur groot omtrent drie en twintig morgen... gelegen op de 𝐌𝐞𝐢𝐣𝐞 polder onder de jurisdictie van 𝐁𝐨𝐝𝐞𝐠𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧... voor de som van ƒ 𝟑𝟒𝟎,-." Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐃𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟕 verschenen voor de Schepenen van de Vrijheid van de Vuursche de gemachtigden van de boedel van wijlen 𝐌. 𝐅𝐫aniscu𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐌𝐨𝐨𝐫𝐞𝐞𝐬. Het doel van deze bijeenkomst was de formele overdracht van de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, een omvangrijk bezit dat niet alleen uit rechten bestond, maar ook uit talrijke gebouwen en uitgestrekte gronden. 🌳 De koper, 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, verwierf hiermee een aanzienlijk landgoed dat voorheen in het bezit was van de familie 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞. De transactie vond plaats voor een aanzienlijk bedrag van ƒ 𝟔𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. De akte beschrijft zeer gedetailleerd de diverse percelen, variërend van bouwland en weidegrond tot uitgestrekte bossen zoals het 𝐇𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧𝐠 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. Ook de bekende herberg 𝐃𝐞 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐧𝐤𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 maakte deel uit van deze verkoop. 🏠 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐞, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als gemachtigde van de boedel van wijlen 𝐌. 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐌𝐨𝐨𝐫𝐞𝐞𝐬. • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die als koper de volledige heerlijkheid en alle bijbehorende goederen overneemt. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 De akte geeft een prachtig beeld van de topografie van De Vuursche in het begin van de 19e eeuw: • De herberg genaamd 𝐃𝐞 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐧𝐤𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, met bijbehorende stallingen, een grote tuin en een boomgaard met vruchtbomen. 🍏 • Een complex bestaande uit een huis en erf genaamd 𝐃𝐞 𝐁𝐚𝐤𝐤𝐞𝐫𝐢𝐣, inclusief een daggelderswoning en een tuin van ongeveer een half morgen. 🥖 • De 𝐖𝐢𝐧𝐝 𝐊𝐨𝐨𝐫𝐞𝐧𝐦𝐨𝐥𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, essentieel voor de lokale gemeenschap, met de daarbij behorende rechten. 💨 • Diverse percelen bosgrond, waaronder het 𝐇𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧𝐠 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 nabij de 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧𝐬𝐞 𝐋𝐚𝐚𝐧, en uitgestrekte weiden en hooilanden. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐞𝐧 𝐉𝐮𝐫𝐢𝐝𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 Hoewel de moderne kadastrale secties in 1807 nog niet op de huidige wijze werden genoteerd, biedt de akte een zeer nauwkeurige omschrijving van de ligging ("nabij de kerk", "grenzend aan de weg naar Baarn"). De eerdere verkrijging door de verkoper wordt geduid door de verwijzing naar de nalatenschap van de familie 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐡𝐞𝐞𝐝𝐞 en de publieke veiling die op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟓 plaatsvond. 📑 De koopsom van ƒ 𝟔𝟎.𝟎𝟎𝟎,- werd voldaan volgens de bepalingen van de veilingcondities van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟓. De akte is getekend door de schepenen 𝐋𝐚𝐦𝐦𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠 en 𝐀𝐚𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐀𝐢𝐣𝐧, en bekrachtigd door de secretaris 𝐀. 𝐃. 𝐑𝐨𝐨𝐢𝐣. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 635
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐋𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟎𝟕 verschenen de comparanten voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De akte betreft de verhuur van een specifiek perceel land. Het gaat om een stuk weiland ter grootte van twee morgen, genaamd 𝐃𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐥, voorheen bekend als 𝐑𝐢𝐭𝐬𝐭𝐨𝐢𝐭𝐬. Dit land is gelegen onder het gerecht van 𝐖𝐢𝐭𝐭𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐧, tegenover de zogenaamde 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐬𝐥𝐮𝐢𝐬. Het perceel was bij de huurder reeds bekend, waardoor een nadere terreinbeschrijving in de akte niet nodig werd geacht. 📍 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen zijn direct betrokken bij deze rechtshandeling: • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐭𝐞𝐧, woonachtig nabij de 𝐖𝐢𝐭𝐭𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐧𝐩𝐨𝐨𝐫𝐭 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als huurder. • 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐫𝐨𝐦, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, getuige bij het passeren van de akte. 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐭𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van zes achtereenvolgende jaren. Deze termijn is aangevangen met het kerstmis van het afgelopen jaar 𝟏𝟖𝟎𝟔 en zal derhalve eindigen met kerstmis in het jaar 𝟏𝟖𝟏𝟐. De overeengekomen huursom bedraagt ƒ 𝟏𝟏𝟎,- per jaar. De huurder is verplicht dit bedrag jaarlijks prompt en precies op de verschijndag te voldoen. 💸 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐮𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐋𝐚𝐧𝐝 🌾 In de akte zijn strikte bepalingen opgenomen over het gebruik van het land. De huurder dient zich te gedragen als een 'goed huurder' en het land te verbeteren in plaats van te verslechteren. Er mag uitsluitend rundvee op het land grazen; schapen zijn expliciet verboden en er mogen hoogstens een of twee paarden worden gehouden. Verder moet de huurder de mest die op het land valt 'rapen' en op de kale plekken verspreiden. Ook het onderhoud van de brug, het hek, de sloten en de watergangen komt volledig voor rekening van de huurder, zonder dat hij hiervoor korting op de huurprijs mag bedingen. 🐄 𝐒𝐥𝐨𝐭𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 ✍️ De akte werd gepasseerd binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 ten overstaan van de genoemde notaris en getuigen. De comparanten verklaarden zich te onderwerpen aan de rechtspraak van alle hoven en in het bijzonder aan de gerechte van de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Ter bekrachtiging van de gemaakte afspraken is de akte door de aanwezigen ondertekend. 🖋️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐨𝐩 𝐞𝐞𝐧 𝐖𝐢𝐧𝐭𝐞𝐫𝐬𝐞 𝐃𝐚𝐠 ❄️ Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟕 vond er een bijzondere transactie plaats in de stad Utrecht. Ten overstaan van de bevoegde notaris 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, kwamen verschillende partijen bijeen om de eigendomsoverdracht van een specifiek onroerend goed te bekrachtigen. De sfeer in de notariskamer moet formeel zijn geweest, terwijl de ganzenveer de afspraken voor de eeuwigheid vastlegde op papier. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 De volgende personen waren bij deze akte betrokken als verkopers en koper: 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐨𝐩 🏠 De verkoop betrof een aanzienlijk onroerend goed gelegen in het hart van Utrecht. Het gaat om twee stallingen en koetshuizen met de daarbij behorende annexen. Het eerste deel van het object is gelegen achter de wal aan het einde van de Lange Lauwerstraat, een plek die destijds in gebruik was bij de weduwe van 𝐇𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤. Het tweede deel betreft een stalling en koetshuis aan de Nieuwegracht, nabij de 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐞𝐫𝐩𝐞𝐧𝐳𝐞𝐞𝐥, grenzend aan de ene zijde aan de heer 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐓𝐞𝐫 𝐊𝐞𝐫𝐤 en aan de andere zijde aan de Stadsstraat. Dit geheel werd verkocht inclusief alle "aard- en nagelvaste" zaken en de bijbehorende rechten en vrijdommen. Hoewel er geen moderne kadastrale secties worden genoemd (aangezien het Kadaster pas later werd ingevoerd), is de omschrijving van de belendingen zeer specifiek voor die tijd. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 💰 Voor de overname van deze stallingen en koetshuizen werd een aanzienlijk bedrag overeengekomen. De koper, de weledelgeboren heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, betaalde hiervoor een som van ƒ 𝟏.𝟐𝟎𝟎,- (twaalfhonderd). De betaling diende uiterlijk op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟖 te geschieden, waarna de volledige eigendom en het genot van het pand zouden overgaan op de nieuwe eigenaar. De verkopers verklaarden bij het passeren van de akte dat zij de koper volledig zouden vrijwaren van verdere aanspraken. De akte werd besloten in aanwezigheid van getuigen, waaronder 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐌𝐚𝐬𝐦𝐨𝐧 en 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, die samen met de comparanten en de notaris hun handtekening zetten onder dit historische document. 🖊️ 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐠𝐦𝐞𝐧𝐭 📖 "Op Huyden den 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟕 verschenen voor mij 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, koninklijk notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭: 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐫𝐬𝐭𝐞𝐧 en 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐞𝐞𝐧, woonende binnen dese Stad, dewelke verklaarden verkogt te hebben aan de Wel Ed. Gestr. Heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, Heere van Drakesteijn en de Vuursche, mede woonachtig binnen dese Stad... twee stallingen en koetshuizen annex den anderen gelegen binnen dese stad achter de Wal aan het eynde der Lange Lauwerstraat... Dit voor en omme de Somme van ƒ 𝟏.𝟐𝟎𝟎,-." Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐇𝐞𝐭 𝐇𝐮𝐮𝐫𝐜𝐨𝐧𝐭𝐫𝐚𝐜𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐮𝐢𝐬 𝐚𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐥𝐞𝐞𝐬𝐡𝐮𝐢𝐬 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟖 verschenen twee heren voor de notaris in Utrecht om een huurovereenkomst vast te leggen. Het betreft een formeel document waarin de condities voor het gebruik van een woning in de stad Utrecht nauwkeurig zijn omschreven. De verhuurder, een man van stand, draagt het gebruik van zijn eigendom over aan de huurder voor een periode van zes opeenvolgende jaren. 🏠 De huur is officieel ingegaan op 1 mei 1808 en zal doorlopen tot 1 mei 1814. Er is echter een specifieke bepaling opgenomen: beide partijen behouden het recht om na de eerste drie jaar de huur op te zeggen, mits dit drie maanden van tevoren netjes wordt aangekondigd. Dit geeft beide heren de nodige flexibiliteit in deze onzekere tijden. ⏳ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 In deze akte worden de volgende personen genoemd als hoofdrolspelers in de transactie: • 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, de koninklijke notaris residerende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die de akte officieel heeft verleden. • 𝐉𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐨𝐨𝐫𝐞𝐧𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, getuige bij het passeren van de akte. • 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, getuige bij het passeren van de akte. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐋𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 Het onderwerp van deze huurovereenkomst is een huis dat zich bevindt binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De woning is gelegen aan de westzijde van de straat genaamd 𝐚𝐠𝐭𝐞𝐫 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐥𝐞𝐞𝐬𝐡𝐮𝐢𝐬. Het pand was op het moment van het sluiten van de overeenkomst al door de huurder bewoond, wat suggereert dat de huidige akte een formalisering of voortzetting is van een bestaande woonsituatie. 📍 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐬𝐩𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De overeengekomen huursom voor het pand bedraagt ƒ 𝟏𝟏𝟎,- per jaar. Dit bedrag dient in twee gelijke delen te worden voldaan, telkens op de verschijndag (halfjaarlijks), zijnde 1 november en 1 mei. De huurder is daarnaast verantwoordelijk voor het betalen van de personele belastingen en het zogenaamde "klap- en lantaarngeld". 💰 De verhuurder neemt de verpondingen (onroerendgoedbelasting) en andere lasten die op de eigendom zelf rusten voor zijn rekening. Er is nadrukkelijk afgesproken dat de huurder het pand "ordentelijk" moet bewonen en gebruiken, zoals een goed huurder betaamt. Het is de huurder verboden om het pand aan derden over te dragen of onder te verhuren zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de verhuurder. 📝 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞ken𝐢𝐧𝐠 De akte werd gepasseerd in aanwezigheid van de genoemde getuigen en de notaris. Hiermee verklaarden de partijen zich te onderwerpen aan de wetten en de rechterlijke macht van de stad Utrecht voor de naleving van dit contract. De ondertekening vond plaats op de genoemde datum in het jaar achttienhonderd en acht. ✒️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢jk𝐡𝐞𝐢𝐝 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟖 vond er een bijzondere transactie plaats in de stad Utrecht. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐏𝐨𝐩𝐩, koninklijk notaris residerende binnen Utrecht, werd de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬-𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 publiekelijk geveild en verkocht. Dit historische object, gelegen in het Departement Utrecht onder het Gerecht en dorp Harmelen, werd van oudsher gehouden als leen van de Burggraafschap van Montfoort. De verkoop omvatte alle bijbehorende heerlijke rechten, preëminenties en de opbrengsten van de tienden (tiendrechten). 🏰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren officieel betrokken bij deze juridische overdracht: • 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐭𝐡𝐚𝐫𝐢𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐬𝐞𝐥, de vrouwe van Reijerscoop Creuningen en weduwe van de heer 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧, die als eigenaresse de verkoop liet uitvoeren. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐑𝐨𝐬𝐞, de koper die het hoogste bod uitbracht tijdens de veiling. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐥𝐭𝐡𝐨𝐯𝐞𝐧, getuige bij het passeren van de akte. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐍𝐢𝐣𝐡𝐮𝐢𝐣𝐬, getuige bij het passeren van de akte. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De finale toeslag van de heerlijkheid vond plaats voor een bedrag van ƒ 1.700,-. Hier bovenop kwam een bedrag aan 'inshag' (verhoging) van ƒ 200,-, wat het totale aankoopbedrag bracht op ƒ 1.900,-. Inclusief de extra kosten van vijf procent (ƒ 95,-) kwam de uiteindelijke som uit op ƒ 1.995,-. 💰 De koper werd geacht de koopsom en de daarbij behorende 'randsocnpendingen' binnen zes weken na de datum van de akte te voldoen. De overdracht van de rechten en de aanvaarding van de heerlijkheid zouden officieel ingaan op 1 januari 1809. Tot die tijd bleven de risico's voor de koper, maar de eigendomstitels zouden pas na volledige betaling definitief overgaan. ✍️ 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 Het object van de verkoop betrof de volledige 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬-𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧. Hoewel deze akte dateert van vóór de invoering van het moderne kadaster (1832), wordt het object nauwkeurig omschreven als gelegen in het Departement Utrecht, onder het ressort van Harmelen. De rechten die bij deze heerlijkheid hoorden, zoals de tiendrechten op gewassen zoals haver, waren van aanzienlijke waarde. De verkoop vond plaats in het huis van de kastelein 𝐆𝐞𝐨𝐫𝐠𝐞 𝐊𝐥𝐨𝐫𝐤, gelegen achter de Dom binnen Utrecht. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 🏛️ Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟖 vond een belangrijke publieke veiling plaats in het huis van 𝐂𝐚𝐭𝐭𝐞𝐥𝐲𝐧 𝐆𝐞𝐨𝐫𝐠𝐞 𝐊𝐥𝐨𝐧𝐤, gelegen achter de Dom binnen Utrecht. Tijdens deze bijeenkomst werd de nabij de stad Utrecht gelegen 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 (gelegen in het Departement Utrecht, nabij het 𝐆𝐞𝐞𝐬𝐭𝐝𝐨𝐫𝐩 𝐇𝐚𝐫𝐦𝐞𝐥𝐞𝐧, vanouds leenroerig aan de Burcht van 𝐌𝐨𝐧𝐭𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭) bij opbod verkocht. De verkoop omvatte de volledige jurisdictie en alle bijbehorende heerlijke rechten zoals deze voorheen door de verkoper werden uitgeoefend. De definitieve overdracht en het bekrachtigen van de koopcondities vonden plaats op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟖 ten overstaan van de Utrechtse notaris 𝐦𝐫. 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐏𝐨𝐩𝐩. Tijdens deze procedure trad 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫 op als gevolmachtigde voor de verkopende partij. De koper bracht het winnende bod uit, bestaande uit een inzetsom van ƒ 𝟑𝟕𝟎𝟎,- en een verhoging (uitslag) van ƒ 𝟐𝟎𝟎,-, wat de totale koopsom op ƒ 𝟑𝟗𝟎𝟎,- bracht. Inclusief de verschuldigde 'godspenningen' van ƒ 𝟗𝟓,- bedroeg de totale investering ƒ 𝟑𝟗𝟗𝟓,-. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, handelend als speciaal gemachtigde voor de verkoper. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, de koper, in de akte tevens vermeld als Heer van 𝐃𝐫𝐞𝐧𝐤𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 en de 𝐕𝐥𝐢𝐞𝐭. • 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐡𝐢𝐞𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐢𝐞𝐮𝐦𝐞𝐧 𝐉𝐮𝐧𝐢𝐨𝐫, substituut-schout en getuige bij de overdracht. • 𝐒𝐲𝐦𝐞𝐧 𝐇𝐚𝐦𝐬𝐞𝐧, schepen en getuige. • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐞𝐤, schepen en getuige. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐥𝐭𝐡𝐨𝐯𝐞𝐧, getuige aanwezig bij de notariële verrichtingen. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐍𝐚𝐡𝐮𝐲𝐬, getuige bij het passeren van de akte. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 📝 De overdracht betrof de gehele 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧, inclusief de bijbehorende visserijen, rechtspraak en andere prerogatieve rechten. Hoewel de formele kadastrale registratie pas later in de negentiende eeuw werd ingevoerd, beschrijft de akte de ligging zeer nauwkeurig nabij de 𝐒𝐢𝐠𝐠𝐞𝐧𝐦𝐞𝐬𝐬𝐞 en pal grenzend aan de 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐠𝐫𝐚𝐚𝐟𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐨𝐧𝐭𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭. De heerlijkheid werd voorheen door de verkoper 'op de voet van de vrede' gepossideerd. De koper, 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, verkreeg het genot en de eigendom van de heerlijkheid met ingang van de eerste januari van het jaar 1809. De akte bevestigt dat de volledige koopsom van ƒ 𝟑𝟗𝟎𝟎,- naar tevredenheid is voldaan, waarvoor de gemachtigde van de verkoper volledige kwijting heeft verleend. Tevens wordt er melding gemaakt van een specifiek perceel land van drie margen, gelegen onder de gerechte van 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩 𝐂𝐫𝐞𝐮𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧, grenzend aan de landen van de 𝐏𝐚𝐩𝐞𝐧𝐜𝐨𝐩, wat de omvang van de onroerende goederen binnen deze transactie onderstreept. 🌾 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4 ✨ 𝐃𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐮𝐚𝐫𝐚𝐧𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐛𝐢𝐭 ✨ Op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟗 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫ου𝐰𝐞𝐫, koninklijk notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de heer 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐒𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧. Hij trad op in zijn hoedanigheid van speciaal gemachtigde van 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩, de weduwe van 𝐉𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐮𝐢𝐣𝐟. De aanleiding voor deze akte was de publieke verkoop van de 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐑𝐢𝐣𝐧𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, gelegen nabij de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🏰 In de tweede akte (nr. 508) zien we een schuldbekentenis die eveneens op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟗 is gepasseerd. Hierbij verklaarde 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐖𝐢𝐭, advocaat voor de Hove van Utrecht, namens zijn cliënt een kapitaalsom van ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎,- schuldig te zijn aan de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Deze lening werd verstrekt tegen een rente van vier procent per jaar om de kosten van de aankoop of gerelateerde zaken te dekken. 💰 • 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐒𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als gemachtigde. • 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩, weduwe van 𝐉𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐮𝐢𝐣𝐟, de gerechtigde tot de gelden. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de koper van de heerlijkheid en ambachtsheer. • 𝐉𝐚𝐧 𝐒𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧, de voormalige eigenaar en gadermeester. • 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐖𝐢𝐭, advocaat en gemachtigde in de tweede akte. • 𝐉𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐨𝐨𝐫𝐞𝐧𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, getuige bij de passering. • 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐌𝐚𝐬𝐦𝐚𝐧, getuige bij de passering. 📜 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐟𝐫𝐚𝐠𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐚𝐤𝐭𝐞 𝟏𝟖𝟎𝟗 📜 Op heden den 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟎𝟗 compareerde voor mij 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, Koninklijk Notaris en voor de nagenoemde getuigen: De Heer 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐒𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧, wonende binnen deze stad, in qualiteit als speciale gemachtigde van Mejuffrouw 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩, weduwe van 𝐉𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐮𝐢𝐣𝐟. Te kennen gevende dat onlangs de Heerlijkheid en de 𝐑𝐢𝐣𝐧𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝𝐬𝐞 Tiendingen binnen Utrecht publiek is gekocht door den WelEd. Gestreng. Heer 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, Heer van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, dat Mejuffrouw 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩 in mindering harer plecht groot ƒ 𝟑.𝟓𝟎𝟎,- moest ontvangen. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐓𝐢𝐞𝐧𝐝𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐢𝐧𝐠 𝐢𝐧 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟎𝟗 vond een belangrijke openbare verkoping plaats van de zogenaerde "tienden" onder het gerecht van 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩. Deze tiende-rechten (een historische belastingvorm op de opbrengst van het land) werden bij opbod verkocht onder de condities en voorwaarden gesteld door de eigenaar. Het betrof hier de Grove, Smalle, of Krijtende tienden, bestaande uit onder andere hennep en aardappelen. 🌾 De verkoping werd geleid door 𝐦𝐫. 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡, koninklijk notaris residerende binnen 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De voorwaarden bepaalden dat de koopsom uiterlijk op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟎𝟗 betaald moest zijn ten kantore van de notaris. De kopers moesten bovendien "goede en suffisante borgen" stellen om de betaling te garanderen. ✍️ 𝐁𝐨𝐭𝐬𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐀𝐩𝐩𝐞𝐥 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐑𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐩𝐫𝐞𝐞𝐤𝐢𝐧𝐠 Naast de verkoopakten bevat de collectie een officieel document van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟎. Hierin treedt 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡 op in zijn hoedanigheid van procureur voor de 𝐇𝐨𝐯𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Hij stelt namens zijn principaal een "Protest van Appel" in tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank. ⚖️ Dit protest was gericht tegen een vonnis dat op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟎 (zoals vermeld in de akte betreffende de sententie) was gewezen in het nadeel van zijn cliënt en ten voordele van de nalatenschap van een overleden partij. Het illustreert de juridische strijd die destijds gevoerd werd over eigendomsrechten en verplichtingen in de regio Utrecht. 🏛️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen worden in de verschillende akten genoemd als kopers, borgen of belanghebbenden: • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, eigenaar van de Ambachtsheerlijkheid de 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 en Ridderhofstad 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, optredend als verkoper van de tienden. • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐞𝐧, die werd ingezet voor een bedrag van ƒ 32,-. • 𝐉𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐧𝐤𝐞𝐥, die de inlag deed voor een bedrag van ƒ 3,-. • 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐧𝐠𝐞𝐥, genoemd in een gerelateerde wisselbrief met betrekking tot een betaling van ƒ 100,-. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐒𝐥𝐮𝐲𝐭𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧, aan wie een wissel betaald diende te worden. • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐣𝐤, de jongere (Junior), betrokken bij de financiële afwikkeling. • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐄𝐢𝐬𝐞𝐥𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠, aanwezig als getuige bij het passeren van de akte. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐎𝐭𝐭𝐨, eveneens aanwezig als getuige bij de notariële verrichtingen. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐛𝐞𝐞𝐤, getuige bij het protest van de wisselbrief. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐧, getuige bij de notariële akte van de wissel. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐞𝐧 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 De objecten in deze akten betreffen de tiendrechten van het gerecht 𝐑𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫𝐬𝐜𝐨𝐩. Hoewel er geen specifieke moderne perceelnummers of secties worden genoemd (aangezien de akten dateren van voor de volledige invoering van het kadaster in 1832), wordt de omvang geduid door de opbrengstverwachting: • 𝟑𝟎𝟎 𝐥𝐛. 𝐇𝐞𝐧𝐧𝐞𝐩 • 𝟐𝟎𝟎 𝐑. 𝐀𝐚𝐫𝐝𝐚𝐩𝐩𝐞𝐥𝐞𝐧 De totale koopsom van de beschreven transactie bedroeg ƒ 𝟑𝟓,-. 💰 𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 De akten zijn verleden ten overstaan van: Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐏𝐮𝐛𝐥𝐢𝐞𝐤𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐭𝐭𝐞𝐫𝐬𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 𝐭𝐞 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 📜 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟏𝟎 vond in de herberg van 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜𝐤 𝐊𝐞𝐧𝐧𝐞𝐝𝐲 te 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 een gewichtige publieke verkoping plaats. Onder leiding van de koninklijk notaris 𝐦𝐫. 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐛𝐞𝐞𝐤, residerende te 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞, werden diverse percelen land geveild die deel uitmaakten van de nalatenschap van de families 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 en 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐲𝐤𝐞𝐫𝐬𝐥𝐨𝐨𝐭. De bijeenkomst trok aanzienlijke belangstelling van lokale notabelen en investeerders, waarbij de condities van de verkoop strikt werden nageleefd onder toezicht van de notaris en getuigen. 𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De verkopers traden op in verschillende hoedanigheden, veelal als erfgenamen of gemachtigden: • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, mede namens de verdere erfgenamen. • 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧, handelend voor zichzelf en als gemachtigde. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧, mede-erfgenaam. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐖𝐨𝐥𝐭𝐞𝐫𝐭. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐫𝐚𝐭𝐞𝐧. • 𝐂𝐚𝐭𝐡𝐚𝐫𝐢𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧. • 𝐒𝐚𝐫𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐲𝐤𝐞𝐫𝐬𝐥𝐨𝐨𝐭, weduwe van wijlen de heer 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐑𝐞𝐧𝐢𝐞𝐫. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐜𝐡𝐭𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 🌾 De verkoping omvatte vier specifieke kavels, allen gelegen onder het gerecht van 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 in de zogenaamde 𝐊𝐨𝐭𝐭𝐞𝐫𝐬𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 nabij de 𝐒𝐭𝐞𝐠𝐢𝐧 of 𝐋𝐞𝐤𝐤𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐: Een 𝐊𝐨𝐭𝐭𝐞𝐫𝐬𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐣𝐞 groot 𝟐 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧, gelegen aan de 𝐒𝐭𝐞𝐠𝐢𝐧, strekkende van de 𝐓𝐢𝐣𝐠𝐞𝐥𝐬𝐥𝐨𝐨𝐭 tot aan de 𝐖𝐚𝐚𝐫𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. Dit kavel werd eveneens ingezet door 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐬𝐜𝐡 voor ƒ 𝟐𝟏𝟎𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟑: De helft van een 𝐍𝐞𝐞𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝, groot ongeveer 𝟗 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧 en 𝟓𝟎𝟎 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞н. Dit deel werd ingezet door de heer 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐞 voor ƒ 𝟒𝟒𝟎𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟒: De wederhelft van de voornoemde 𝐍𝐞𝐞𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝, eveneens groot 𝟕 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧 en 𝟓𝟎𝟎 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧. Dit perceel werd ingezet door de heer 𝐆𝐢𝐥𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫 voor ƒ 𝟓𝟔𝟎𝟎,-. 𝐑𝐞𝐬𝐮𝐥𝐭𝐚𝐚𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 💰 De percelen 𝟑 en 𝟒 werden uiteindelijk gezamenlijk geveild en gegund aan de meestbiedende. De totale opbrengst van deze gecombineerde kavels bedroeg ƒ 𝟏𝟎𝟎𝟎𝟎,-. Na optelling van de verhogingen door de weledele heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 met ƒ 𝟖𝟒𝟎𝟎,- en bijkomende kosten zoals 𝐬𝐥𝐚𝐠𝐠𝐞𝐥𝐝 (ƒ 𝟏𝟔𝟐𝟎,-) en 𝐭𝐫𝐞𝐤𝐠𝐞𝐥𝐝 (ƒ 𝟏𝟎𝟎,-), kwam de totale som voor deze kavels uit op ƒ 𝟐𝟏𝟏𝟐𝟎,-. De kopers dienden te voldoen aan de lasten van de 𝐃𝐢𝐣𝐤𝐬𝐭𝐨𝐞𝐥 van de 𝐒𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐠𝐢𝐧 en de jaarlijkse uitgangen aan de armen van 𝐄𝐥𝐢𝐳𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡𝐬 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐇𝐞𝐭 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐤𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐞𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐍𝐚𝐩𝐨𝐥𝐞𝐨𝐧 👑 De basis van deze monumentale overdracht ligt in het officiële decreet van 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐍𝐚𝐩𝐨𝐥𝐞𝐨𝐧, bij de gratie Gods en de Constitutie van het Koninkrijk, Koning van Holland. Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟎𝟗 vaardigde hij vanuit het Koninklijk Paviljoen te Haarlem het bevel uit om de domeinen Oud- en Nieuw-Amelisweerd te verkopen. Dit besluit gaf de Intendant-Generaal van het Koninklijk Huis de volledige machtiging om de verkoop te effectueren voor een bedrag van tweehonderdduizend gulden. In dit decreet werd vastgesteld dat de eigendommen, bestaande uit de hofsteden Amelisweerd, de Knapschinkel, de Boei en de Kuyl, met al hun afhankelijkheden, werden overgedragen. De inkomsten van het lopende jaar bleven voor de koning, terwijl de lasten vanaf 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟏 voor de koper zouden zijn. Het document werd mede ondertekend door de Meester-Generaal van de Verzoeken en Kanselier van het Koninklijk Huis, 𝐉. 𝐁. 𝐉. 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐲𝐠𝐡𝐞𝐧𝐬. 𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐃𝐚𝐭𝐮𝐦 ✍️ Ter uitvoering van dit koninklijk bevel verschenen de partijen voor de notaris om de eigendomsoverdracht officieel te bekrachtigen. Deze akte werd gepasseerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟏𝟏 ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧, keizerlijk notaris residerende te Utrecht. De partijen legden de definitieve verkoop vast voor een bedrag van ƒ 145.000,-. De betaling werd strikt bedongen in "goed grof gemunt zilver" of solide wissels betaalbaar in Amsterdam, waarbij papieren geld of publieke effecten uitdrukkelijk werden uitgesloten. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐇𝐮𝐮𝐫𝐩𝐫𝐢𝐣𝐳𝐞𝐧 👥 • 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 𝐂𝐫𝐨𝐦𝐦𝐞𝐥𝐢𝐧, wonende onder Berkenrode bij Haarlem, thans verblijvende te Utrecht, koper. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, Adjunct Maire der Stad Utrecht, wonende aldaar in de Wittevrouwenstraat, getuige. • 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐡𝐢𝐚𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐠𝐠𝐞𝐥𝐡𝐨𝐫𝐬𝐭, bode van het gewezen Kapittel van Sint Marie, getuige. • 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐞𝐬𝐟𝐞𝐥𝐬, bode van de Kamer der Notarissen in het arrondissement Utrecht, getuige. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐞𝐭, huurder van de hofstede en landerijen, pacht ƒ 482,-. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐨𝐨𝐢𝐣𝐞𝐧, echtgenote van voornoemde huurder. • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐨𝐨𝐢𝐣𝐞𝐧, huurder van de hofstede de Boeye, pacht ƒ 1.070,-. • 𝐂𝐚𝐭𝐡𝐚𝐫𝐢𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, echtgenote van voornoemde huurder. • 𝐁𝐚𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐮𝐥𝐩𝐞𝐧, huurder van een boerenhofstede, pacht ƒ 1.400,-. • 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐮𝐢𝐣𝐟𝐟, echtgenote van voornoemde huurder. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐖𝐢𝐭, huurder van ruim 60 morgen land, pacht ƒ 920,-. 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, 𝐎𝐮𝐝-𝐖𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 🗺️ De verkoop omvatte een omvangrijk areaal aan goederen verspreid over verschillende gemeenten, waarbij de grenzen van de heerlijkheid werden gemarkeerd door het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 𝐳𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝 en de 𝐊𝐫𝐨𝐦𝐦𝐞 𝐑𝐢𝐣𝐧: • Onder de gemeente 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤: Een aanzienlijk bosperceel van circa 17 morgen, bestaande uit elzen- en essenhakhout, gelegen nabij de Bisschopswetering. • Onder de gemeenten 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 en 𝐎𝐮𝐝-𝐖𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧: Diverse percelen bouw- en weiland, waaronder delen van de 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 𝐤𝐥𝐞𝐢𝐰𝐞𝐠 en gronden grenzend aan het zandpad. Deze gronden maakten deel uit van de uitgestrekte landerijen behorende bij de hofsteden. • De 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 (vanouds 𝐆𝐫𝐨𝐞𝐧𝐞𝐰𝐨𝐮𝐝𝐞), met het grote herenhuis, koetshuis, oranjerie en tuinmanswoning. • De kapitale hofsteden de 𝐋𝐮𝐢𝐭𝐡𝐨𝐟 (ook bekend als de 𝐊𝐧𝐚𝐩𝐬𝐜𝐡𝐢𝐧𝐤𝐞𝐥), de 𝐁𝐨𝐞𝐲𝐞 en de 𝐊𝐮𝐲𝐥. 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐮𝐝: 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝 𝐞𝐧 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐠𝐚𝐧𝐠𝐞𝐧 🛠️ De koper aanvaardde strikte onderhoudsverplichtingen die essentieel waren voor de regio: 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐋𝐚𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 📜 De transactie is verder onderworpen aan de volgende lasten: Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐁𝐞𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧roerend𝐠𝐨𝐞𝐝 Het object van deze transactie betrof een uitgestrekt terrein van in totaal 𝐳𝐞𝐯𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧, bestaande uit zowel bouw- als weiland. Het onroerend goed was gelegen onder de gemeente van 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧. De verdeling van het land was specifiek omschreven: acht morgen bouwland en twee morgen weiland strekkende van de 𝐊𝐞𝐫𝐤𝐰𝐞𝐠 tot aan het 𝐃𝐚𝐥, grenzend aan de landerijen van de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧 ten noorden. De overige percelen bestonden uit drie en een half morgen bouwland en drie en een half morgen weiland, gelegen in twee kampen nabij de eigendommen van de weduwe 𝐂𝐚𝐫𝐢𝐮𝐬 en 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 '𝐭 𝐒𝐜𝐡𝐢𝐩. 🌳 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De verkoper, de heer 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐲𝐬 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫, had dit land eerder verkregen via een koopcontract dat op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟏𝟔 was gepasseerd voor de notaris 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧, waarbij hij het had overgenomen van de heer 𝐆𝐞𝐨𝐫𝐠𝐞 𝐒𝐚𝐦𝐲𝐞𝐫. Tijdens de huidige veiling werd bepaald dat de koper het land zou aanvaarden in de staat waarin het zich bevond, inclusief alle lusten en lasten zoals polderlasten en "verpondingen". De nieuwe eigenaar zou de huurpenningen mogen genieten vanaf 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟕. ⚖️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren als hoofdrolspelers betrokken bij deze akte: • 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐲𝐬 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫, grondeigenaar wonende op den Huize 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 onder de gemeente van 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, optredend als verkoper. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧, lid van de Staten dezer provincie, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 aan het 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐡𝐨𝐟, optredend als koper. • 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧, notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die de akte heeft opgesteld en de veiling heeft geleid. • 𝐦𝐫. 𝐂𝐥𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐊𝐞𝐧𝐭, notaris die als getuige of ambtgenoot aanwezig was bij de ondertekening. 𝐃𝐞 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De veiling begon met een inzetbedrag van ƒ 𝟓𝟎𝟎𝟎,- door de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧. Na de procedure van afmijning en het toevoegen van het "trekgeld" van ƒ 𝟐𝟏,- kwam de uiteindelijke koopsom uit op een totaalbedrag van ƒ 𝟓𝟐𝟎𝟎,-. De koper werd verplicht om de bijkomende kosten, zoals registratierechten en notariskosten (de "vier procent van de principale koopprijs"), binnen drie dagen te voldoen. De hoofdsom moest uiterlijk op 𝐬𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟔 betaald zijn ten kantore van de notaris. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4
Op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟖 verschenen de betrokken partijen voor 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐁𝐮𝐝𝐝𝐢𝐧𝐠𝐡 , die kantoor hield in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De bijeenkomst was belegd voor het officieel vastleggen van een huurovereenkomst met betrekking tot een historisch landgoed. 📜 • 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de Wel Edel Geboren Gestrengen Heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐂𝐚𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐬𝐭𝐫𝐞𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐇𝐮𝐲𝐝𝐞𝐜𝐨𝐩𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐯𝐞𝐞𝐧, wonende te 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐞𝐧 𝐃𝐮𝐢𝐧 (Heere van Drakenstein en de Voorst), in deze optredend als verhuurder. • 𝐉𝐚𝐧 𝐌𝐢𝐝𝐝𝐞𝐥𝐤𝐨𝐨𝐩, landbouwer van beroep, wonende onder het gerecht van 𝐑𝐨𝐬𝐞𝐧𝐝𝐚𝐚𝐥. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van 𝟔 𝐣𝐚𝐫𝐞𝐧. De overeengekomen huursom bedraagt ƒ 𝟖𝟎𝟎 (achthonderd gulden) per jaar. De partijen verklaren zich voor de nakoming van dit contract te onderwerpen aan de autoriteit van het 𝐇𝐨𝐟 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞cht of de relevante civiele rechtbank. De akte werd opgemaakt op zegelpapier van een 𝐡𝐚𝐥𝐯𝐞 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧. De huurders verklaren bij eventueel verzuim van betaling onmiddellijk afstand te doen van hun rechten, waarbij de verhuurder het recht behoudt om de overeenkomst te ontbinden. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede ----------------------------------------------------------------------------- Transcriptie en het samenvattende verhaal van de heerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, inclusief de specifieke toevoeging van het 𝐭𝐢𝐣𝐧𝐬𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en de nauwe samenwerking tussen de betrokken partijen. 📜 𝐃𝐞 𝐒𝐭𝐫𝐚𝐭𝐞𝐠𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐚𝐧𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 Uit de nauwkeurige analyse van de ruim 73 documenten en de akten van de familie 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐫𝐦𝐚𝐧𝐝𝐢𝐞 𝐌𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐭 blijkt dat de eigendomsoverdracht van de heerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 rond 𝟏𝟖𝟏𝟗 en 𝟏𝟖𝟐𝟎 een zorgvuldig geregisseerd proces was. 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 trad hierbij niet op als zelfstandig koper, maar verwierf de ambachtsheerlijkheid in directe opdracht en als gevolmachtigde van 𝐛𝐚𝐫𝐨𝐧𝐞𝐬 𝐑𝐚𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤. 🏛️ De teksten van 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐫𝐦𝐚𝐧𝐝𝐢𝐞 𝐌𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐭, bierbrouwer te 𝐑𝐨𝐭𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦, bevestigen dat de verkoop aan de barones via haar vertrouwenspersoon verliep om de historische continuïteit van de rechten te waarborgen. Er was geen sprake van een juridisch geschil of een opeising; de barones stuurde geen brief om haar recht te claimen, maar verleende een formele machtiging om de koop op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟎 voor een bedrag van ƒ 𝟖.𝟎𝟎𝟎,- te effectueren. 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐑𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐓𝐢𝐣𝐧𝐬𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 De essentie van deze transactie lag in de overdracht van de uitgebreide heerlijke rechten die verbonden waren aan de jurisdictie van 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤. Naast de gebruikelijke privileges, wordt in de documenten expliciet melding gemaakt van het 𝐭𝐢𝐣𝐧𝐬𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭: • 𝐓𝐢𝐣𝐧𝐬𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭: Dit was een van de oudste heerlijke rechten binnen 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, waarbij de bezitters van bepaalde gronden (tijnsgenoten) een jaarlijkse, vaak symbolische maar juridisch belangrijke vergoeding in geld of natura — de tijns — aan de ambachtsvrouwe moesten voldoen als erkenning van haar domeinheerlijkheid. 💰 • 𝐓𝐢𝐞𝐧𝐝𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧: Zoals gespecificeerd door 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐫𝐦𝐚𝐧𝐝𝐢𝐞 𝐌𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐭, rustten deze rechten op de oogst van de percelen nabij de 𝐍𝐚𝐠𝐭𝐝𝐢𝐣𝐤. 🌾 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 De volgende personen zijn in de opsomming van de transportakte en de machtigingen opgenomen: • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de loyale gemachtigde die de onderhandelingen voor de barones tot een goed einde bracht. • 𝐛𝐚𝐫𝐨𝐧𝐞𝐬 𝐑𝐚𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, de nieuwe ambachtsvrouwe, wiens machtiging de basis vormde voor de herstelde familie-invloed in de regio. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐛𝐞𝐞𝐤, de notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die de complexe verdeling van de tiend- en tijnsplichten nauwgezet in de akten vastlegde. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐥𝐮𝐬𝐢𝐞 De financiële afwikkeling weerspiegelt de enorme waarde van de heerlijkheid en haar rechten. De koper (via machtiging) voldeed de volgende sommen: • ƒ 𝟖.𝟎𝟎𝟎,- voor de heerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 in haar geheel. 💰 • ƒ 𝟑.𝟖𝟎𝟎,- voor de afzonderlijke percelen bouwland die onderhevig waren aan de heerlijke lasten. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: GHUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐚𝐭𝐢𝐨𝐧𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧 🏛️ In het jaar 𝟏𝟖𝟏𝟗, op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟗, werd een aanvang gemaakt met een grootschalige publieke verkoping van staatsdomeinen. Deze bijeenkomst vond plaats in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, specifiek in het lokaal der 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧 aan de 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐠𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐥𝐞𝐭𝐭𝐞𝐫 𝐈 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟏𝟗. De verkoop werd geleid door de 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐒𝐭𝐚𝐝 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die werd bijgestaan door een lid van de 𝐑𝐚𝐚𝐝 en de 𝐒𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 van de stad. De basis voor deze verkoop lag in het koninklijk besluit van 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟖 nummer 𝟔𝟑, waarin de vervreemding van diverse domeinale goederen werd bevolen. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐅𝐮𝐧𝐜𝐭𝐢𝐨𝐧𝐚𝐫𝐢𝐬𝐬𝐞𝐧 👤 De volgende personen waren officieel bij de akte en de procedure betrokken: • 𝐦𝐫. 𝐀. 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐚𝐦, de functionaris belast met het voorlezen van de uitgebreide verkoopcondities. 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐝𝐞𝐬 𝐚𝐜𝐭𝐞𝐬 𝐝𝐞 𝐦𝐮𝐭𝐚𝐭𝐢𝐨𝐧 In den jare achttienhonderd negentien, den 𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 des morgens ten elf uren, in het Lokaal der 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧 op de 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐠𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐋𝐞𝐭𝐭𝐞𝐫 𝐈 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟏𝟗. Comparerende voor ons 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐒𝐭𝐚𝐝 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 geassisteerd met een lid van den 𝐑𝐚𝐚𝐝 benevens den 𝐒𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 dezer stad. De Heer 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐚𝐦 𝐎𝐧𝐭𝐯𝐚𝐧𝐠𝐞𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧 in de kantons 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐧, welke verklaarde als daarnaar behoorlijk gemagtigd zijnde tot onzen overstaan voornemens te zijn over te gaan tot den Publieken Verkoop der navolgende 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐢𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 in de voorschreven kantons gelegen en waarvan de biljetten sedert drie weken op de bepaalde plaatsen zijn geafficheerd, ende algemeene en speciale voorwaarden van verkoop sedert dien tijd hopeloos te zijn. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟏. De percelen zullen afzonderlijk en evenzo in zodanige massa's worden geveild als in de biljetten van aankondiging zal worden aangegeven. Wanneer de veiling in perceel en die in massa gelegen prijs opbrengt, zal de actie van voorkeur hebben. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟑. Een ieder, die de vereischten bezit om kooper te zijn, zal voor eenen lastgever kunnen koopen, mits zulks geschiede zonder splitsing van koop, ende de lastgever al de vereischten hebbe om kooper te kunnen wezen. Diegene, die voor eenen lastgever koopt, zal dit dadelijk bij de definitieve toewijzing moeten te kennen geven. Binnen drie dagen na de definitieve toewijzing, zal de lasthebbende kooper opgave doen van zijnen lastgever, bij eene verklaring te borgen voor het hoofd van het bestuur der plaats alwaar de veiling is gehouden. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟒. De koopers die voor zich zelven, en die welke voor eenen lastgever koopen, zullen ter verzekering der nakoming van hunne verplichtingen, en van hunne lastgever jegens het 𝐑𝐢𝐣𝐤, dadelijk bij de definitieve toewijzing stellen twee borgen, ten genoege van den ter veiling tegenwoordigen hoofdambtenaar en ontvanger der 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧. Deze borgen zullen solidair aansprakelijk zijn, en door hunne mede-onderteekening van het proces-verbaal der definitieve toewijzing verstaan worden, afstand te hebben gedaan van het voorregt van uitwinning en schuldsplitsing. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟓. De koopers en borgen zullen dadelijk bij de definitieve toewijzing domicilium moeten kiezen in het ressort van het kantoor van de 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧, tot welk kantoor thans het beheer der goederen behoort. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟔. De koopers zullen behoudens de hierna vermelde bepalingen in het bezit der goederen treden dadelijk met den dag der definitieve toewijzing, op en van welk tijdstip af aan dezelve zullen staan ten hunnen risico en gevaar. Zij zullen de goederen aanvaarden in den staat waarin dezelve zich bevinden zonder dat het 𝐑𝐢𝐣k wegens eenige dwaling of eenig misslag in de opgegevene maat, grootte, ligging, benaming of belending zal kunnen worden achterhaald of in eenig opzigt aansprakelijk zijn. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟕. De goederen worden verkocht zoo en in diervoege als dezelve uit hunnen aard zijn bezeten met al de daarbij behorende en daarin geregtigde heerschende of lijdende servituten, regten, geregtigheden en verpligtingen voorts als met geen ander judicieel, conventioneel of legaal verband, noch eenig ander erfpacht, overgang, rente, chijns of tijnst bezwaard. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟗. Met het goed wordt niet verkocht het tiendregt aan het 𝐑𝐢𝐣𝐤 op hetzelve toekomende. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟏𝟐. In geval goederen in massa gecombineerd bij gedeelten aan onderscheidene koopers verkocht worden, zullen de huurpenningen onder de koopers, ieder in evenredigheid aan het bedrag van den koopprijs, pond ponds gelijk verdeeld en door hen genoten worden. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐇𝐞𝐫𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 🌳 De documenten bevatten verwijzingen naar diverse belangrijke percelen in de regio 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Een cruciaal element is de ligging van goederen in de nabijheid van de bezittingen van de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. In de beschrijvingen van de landerijen nabij 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐧 en de omliggende kantons wordt expliciet verwezen naar de grenzen van de domeinale gronden die raken aan de eigendommen van 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Een specifiek genoemd object in de stad zelf is het huis en erve genaamd '𝐭 𝐋𝐨𝐨 op de 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬, herkomstig van het voormalige kapittel van 𝐒𝐢𝐧𝐭 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞. Dit perceel, kadastraal bekend onder nummer 𝟐𝟐𝟐, was destijds verhuurd aan 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐚𝐬𝐬𝐞𝐥𝐦𝐚𝐧. De verkoop van dergelijke kapittelgoederen was een direct gevolg van de secularisatie en de overname van kerkelijke bezittingen door de nationale overheid in de jaren daarvoor. De landerijen genaamd 𝐃𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩, gelegen onder 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 en '𝐭 𝐆𝐨𝐲, vormden een ander substantieel deel van de veiling. Deze gronden, bestaande uit weiland en bouwland, waren van oudsher verbonden aan adellijke of geestelijke instellingen en werden nu geprivatiseerd om de staatsschuld te delgen. 𝐒𝐚𝐦𝐞𝐧𝐯𝐚𝐭𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐝𝐚𝐠 📜 De zitting van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟗 markeerde een belangrijk moment in de kadastrale geschiedenis van de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Onder het toeziend oog van mr. 𝐉. 𝐍. 𝐌𝐚𝐫𝐞𝐞 en met de administratieve uitvoering door 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐚𝐦, werden talrijke percelen van eigenaar gewisseld. De strikte voorwaarden zorgden ervoor dat alleen gegoede burgers, vaak gesteund door borgen of handelend namens invloedrijke families zoals 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, konden deelnemen aan deze kapitaalintensieve acquisities. De betaling in termijnen en de mogelijkheid om te betalen met staatsschuldbekentenissen maakten de verkoop toegankelijker voor de gevestigde orde, terwijl het 𝐑𝐢𝐣𝐤 via hypothecaire zekerheid de controle behield tot de laatste gulden was voldaan. De akte vormt hiermee een essentieel bewijsstuk van de verschuiving van grootgrondbezit in de vroege negentiende eeuw. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 22 ----------------------------------------------------------------------------- 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐯𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐚𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐒𝐭. 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐡𝐨𝐟 🏰 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟎 vond er in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 een belangrijke vastgoedtransactie plaats ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧, openbaar notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De verkoop betrof een aanzienlijk herenhuis met bijbehorende stallingen en een kleinere woning, gelegen in het hart van de stad. Het hoofdpand was gesitueerd aan de noordzijde van het 𝐒𝐭. 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐡𝐨𝐟, destijds aangeduid als 𝐖𝐢jk H 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟓𝟗𝟑. Dit object strekte zich uit van het kerkhof tot aan de 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭, waar de stallingen en het koetshuis zich bevonden. De verkopers verkregen dit eigendom oorspronkelijk als erfgenamen van hun overleden vader, 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐮𝐝 𝐋𝐞𝐲𝐬𝐬𝐢𝐮𝐬. Deze eerdere verkrijging was gebaseerd op zijn testamentaire beschikkingen en een akte van transactie en renunciatie van lijftocht, verleden op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟕𝟗𝟐 voor notaris 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬. De huidige verkoop omvatte niet alleen de gebouwen en de grond, maar ook alle "aard- en nagelvaste" zaken, evenals specifieke roerende goederen zoals spiegels en zonneschermen die zich in het pand bevonden. 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen waren bij deze overeenkomst betrokken: • 𝐦𝐫. 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐞𝐲𝐬𝐬𝐢𝐮𝐬, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend voor zichzelf als mede-verkoper. • 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐌𝐨𝐥𝐥𝐞𝐫𝐮𝐬, griffier bij het Hoog Militair Gerechtshof, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als gemachtigde voor de mede-verkoper 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐌𝐨𝐥𝐥𝐞𝐫𝐮𝐬. • 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐌𝐨𝐥𝐥𝐞𝐫𝐮𝐬, wonende te 𝐌𝐚𝐫𝐬𝐞𝐢𝐥𝐥𝐞, Frankrijk, verkoper (vertegenwoordigd via volmacht door zijn echtgenote en vervolgens door de heer 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐌𝐨𝐥𝐥𝐞𝐫𝐮𝐬). • 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬𝐞 𝐋𝐞𝐲𝐬𝐬𝐢𝐮𝐬, echtgenote van 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐌𝐨𝐥𝐥𝐞𝐫𝐮𝐬, optredend als mede-verkoper en gevolmachtigde van haar man. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, lid van de Staten dezer provincie, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de koper die het onroerend goed accepteerde. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 💰 De totale koopsom voor de onroerende goederen bedroeg ƒ 𝟐𝟓.𝟎𝟎𝟎,-. Dit bedrag werd door de koper voldaan aan de verkopers, die hiervoor kwijting verleenden. Naast het grote herenhuis aan het 𝐒𝐭. 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐡𝐨𝐟 (𝐖𝐢jk H, 𝐧𝐫. 𝟓𝟗𝟑) was er sprake van een tweede object: een kleine huizinge gelegen naast de stallingen van het eerste huis, gesitueerd aan de 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 (𝐖𝐢jk H, 𝐧𝐫. 𝟓𝟐𝟐). De verkoop geschiedde onder diverse voorwaarden, waaronder de overname van belastingen vanaf 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟎 en het respecteren van bestaande servituten. Ook werd er melding gemaakt van een jaarlijkse uitgang (erfpacht/cijns) ten behoeve van de Domeinen, herkomstig van het voormalig Kapittel van Sint Jan te Utrecht, ter grootte van achttien gulden en vijfenzestig cent (ƒ 𝟏𝟖,𝟔𝟓 ,-). De koper trad met terugwerkende kracht vanaf 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟎 in het genot van de aangekochte goederen. De akte werd finaal getekend in het woonhuis van de koper in aanwezigheid van de getuigen en de notaris. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: GHUA, 34-4
𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐞𝐬𝐭𝐞𝐦𝐦𝐢𝐧𝐠 🏗️ Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟐 vond een belangrijke overdracht plaats in de provincie Utrecht. De transactie vloeide voort uit een besluit van 𝐙𝐢𝐣𝐧𝐞 𝐌𝐚𝐣𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐭 de Koning van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟐𝟎 (nummer 156), gericht op de realisatie van defensiewerken. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen waren direct betrokken bij deze overdracht: • 𝐉. 𝐌. 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐮𝐲𝐥𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐞𝐫𝐨𝐨𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧, in zijn hoedanigheid van gouverneur van de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend voor het Rijk. • 𝐏. 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐞𝐫𝐬𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, eveneens als verkoper betrokken bij een specifiek gedeelte van de gronden (akte nr. 30). • 𝐖. 𝐎𝐟𝐟𝐞𝐫𝐡𝐚𝐮𝐬, luitenant-kolonel ingenieur en eerst aanwezende officier der genie te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die namens de fortificatiën bezit nam van de gronden. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 🌾 De verkochte gronden zijn gelegen in de gemeente buiten de 𝐖𝐢𝐭𝐭𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐧𝐩𝐨𝐨𝐫𝐭 (Tolsteeg) te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Het betreft de volgende kadastrale percelen zoals aangegeven op de bijbehorende plattegrondtekening: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟒: Een gedeelte bouwland, groot 4 roeden en 50 ellen (of 248 roeden Rijnlands), gelegen aan de landweg naar de hofstede 𝐆𝐫𝐨𝐞𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝, nabij het gasthuis 𝐋𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠. 𝐉𝐮𝐫𝐢𝐝𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 🖋️ De verkopers verklaarden afstand te doen van alle rechten op de grond en de eventuele gebouwen die daarop gesticht mochten zijn. De percelen werden vrij van hypothecaire inschrijvingen opgeleverd, met uitzondering van de lopende belastingen die door het gouvernement zouden worden overgenomen. De definitieve ratificatie van de akte door de Commissaris-Generaal van Oorlog vond plaats op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟐𝟐. De inschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 werd voltooid op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟐𝟐, ondertekend door de bewaarder 𝐑𝐨𝐲𝐚𝐚𝐫𝐝𝐬. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 22
Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟐𝟖 werd een bijzonder huurcontract vastgelegd ten overstaan van de Edese notaris mr. 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫. Het betreft de verhuur van een historische boerenhofstede, waarbij de afspraken en condities tot in detail zijn vastgelegd om een goed beheer van het onroerend goed te waarborgen. 📜 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • De weledelgestelde heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 Bosch van Drakestein𝐧, lid van de provinciale staten van Utrecht, wonende binnen Utrecht (Voorstraat), handelend als verhuurder. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 De transactie betreft de verhuur van de boerenhofstede genaamd 𝐝𝐞 𝐑𝐨𝐨𝐬𝐭𝐢𝐣𝐝, gelegen in de buurtschap 𝐓𝐞𝐥𝐥𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧 onder de gemeente 𝐋𝐞𝐞𝐫𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤. De hofstede omvat diverse percelen land, waaronder: 🏠 • Ongeveer 𝟑 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟒𝟑 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 bouwland gelegen tussen de Tweede Wetering nabij de Lek. • Ongeveer 𝟐 𝐦𝐨𝐫𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟐𝟖 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 land genaamd het 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐚𝐤𝐤𝐞𝐫 aan de Schansweg. • Het 𝐃𝐫𝐞𝐬𝐬𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 in de Lange Kamp. • Een perceel weiland van circa 𝟑 𝐦𝐨𝐫𝐠en, 𝟒𝟎 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟒𝟗 𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧, gelegen aan de Spinderssteeg. 𝐇𝐮𝐮𝐫𝐩𝐞𝐫𝐢𝐨𝐝𝐞 𝐞𝐧 𝐟𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐜𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van zes achtereenvolgende jaren. Deze termijn vangt aan op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟗 en zal eindigen op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟑𝟓. ⏳ 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐮𝐝 In de akte zijn strikte voorwaarden opgenomen over het gebruik van het land. Zo moeten de huurders de gebouwen goed onderhouden (glas, dak en loodwerk) en mogen zij geen mest, strooi of hooi van de hofstede verwijderen of verkopen; alles moet ten gunste van het land worden aangewend. Ook is vastgelegd dat de verhuurder het recht behoudt op de jacht en dat de huurders zorg moeten dragen voor de aanwezige houtgewassen. 🌳 De akte werd uiteindelijk op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟐𝟖 geregistreerd te Heukelum, waarmee de afspraken officieel werden bekrachtigd. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
Download (547) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel onbebouwde grond , bekend als perceelnummer(s) [perceelnummer niet vermeld in fragment], gelegen aan de Soestdijksestraatweg te De Bilt nabij de gemeente De Bilt. Op woensdag 20 augustus 1828 is ten overstaan van de in Utrecht gevestigde notaris, mr. Gerardus Stevens, het perceel grond door Paul Bosch van Drakestein verkocht aan Hendrik Veerkamp voor een bedrag van ƒ 400,-. Download (547) (link) 1-3.pdf ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 📜 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟐𝟖 vond in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 de verkoop plaats van een perceel weiland met opstal. De akte werd verleden ten woonhuize van de koper, ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧 en diens ambtgenoot 𝐦𝐫. 𝐂𝐥𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐋𝐞𝐧𝐳, beiden notarissen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De verkopers werden in deze vertegenwoordigd door een gemachtigde, die handelde op basis van een procuratie die eerder op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟐𝟖 was gepasseerd. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐲 𝐌𝐮𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧𝐝𝐚𝐦, schout en secretaris van de gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelend als speciaal gemachtigde voor de verkopers. 𝐁𝐞𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🌳 Het betreft een perceel weiland ter grootte van een bunder, zeventig roeden en achttien ellen, waarop een huisje staat getimmerd. Het object is gelegen onder de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 aan de 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐯𝐞𝐥𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐝𝐢𝐣𝐤 op 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐞𝐯𝐞𝐥𝐭, nabij het 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐭𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡. Het perceel grenst aan de ene zijde aan de heer 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐥𝐞𝐞𝐭𝐞𝐧 en aan de andere zijde aan de koper zelf. Het goed is bezwaard met een jaarlijkse erfpachtcanon van ƒ 𝟕,- ten behoeve van de Domeinen van het Rijk, oorspronkelijk afkomstig van het Kapittel ten Dom te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐄𝐢𝐠𝐞𝐧𝐝𝐨𝐦𝐬𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 ⏳ De zussen 𝐂𝐚𝐭𝐡𝐚𝐫𝐢𝐧𝐚 𝐒𝐚𝐩 en 𝐇𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐒𝐚𝐩 verkregen het eigendom als enige nagelaten kinderen en erfgenamen (ab intestato) van hun moeder 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐮𝐢𝐣𝐟. Zij was eerst de weduwe van 𝐁𝐚𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐒𝐚𝐩 en laatstelijk van 𝐀𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐢𝐤. Deze 𝐀𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐢𝐤 had het goed verkregen als erfgenaam van 𝐀𝐫𝐢𝐞 𝐉𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐢𝐤, krachtens een testament dat op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟎𝟏 werd opgesteld. De overgang van dit eigendom werd geregistreerd te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟐𝟑. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 💰 De koop werd gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟒𝟓𝟎,-. De koper nam daarnaast de verplichting op zich om alle kosten en rechten van de verkoop te voldoen, evenals de landelijke en plaatselijke lasten en de lekkendijk-gelden met ingang van 𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟒. De verkoper verklaarde de koopsom uit handen van de koper te hebben ontvangen, waarvoor kwijting werd verleend. De akte werd bekrachtigd met de handtekeningen van de comparanten en de notarissen 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐦𝐦𝐞𝐫𝐞𝐧 en 𝐦𝐫. 𝐂𝐥𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐋𝐞𝐧𝐳. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 22 ----------------------------------------------------------------------------- Vaststelling adelsverheffing Bosch van Drakestein Download (702) in het Nationaal Archief (toegang 2.02.01, inventarisnummer 3312) bevindt zich de documentatie met betrekking tot de verheffing van Paulus Willem Bosch van Drakestein in de Nederlandse adelstand. Op 10 december 1829 vond de officiële vaststelling plaats, samen met de titels jonkheer en jonkvrouw. Deze adelsverheffing werd bekrachtigd bij Koninklijk Besluit (KB) op 10 december 1829, geregistreerd onder nummer 8. De verheffing in 1829 werd uitgevoerd door Koning Willem I, die als soeverein der Nederlanden verantwoordelijk was voor het ondertekenen van dergelijke besluiten. Download (702) (link) 1-18.pdf Download (702) (link) 2-18.pdf Download (702) (link) 3-18.pdf Download (702) (link) 4-18.pdf Download (702) (link) 5-18.pdf Download (702) (link) 6-18.pdf Download (702) (link) 7-18.pdf Download (702) (link) 8-18.pdf Download (702) (link) 9-18.pdf Download (702) (link) 10-18.pdf Download (702) (link) 11-18.pdf Download (702) (link) 12-18.pdf Download (702) (link) 13-18.pdf Download (702) (link) 14-18.pdf Download (702) (link) 15-18.pdf Download (702) (link) 16-18.pdf Download (702) (link) 17-18.pdf Download (702) (link) 18-18.pdf Bron: Nationaal Archief Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Overdracht en onderhoud van de Koningsweg (1811-1830) Download (699) - Bij de aankoop van de landgoederen Nieuw-Amelisweerd en Oud-Amelisweerd in augustus 1811 van jhr. Wickevoort Crommeling, kon de koper, Paulus Willem Bosch van Drakestein, tegenover de Provincie Utrecht niet aantonen dat de Koningsweg tot zijn bezit behoorde. Om de verplichtingen rondom het onderhoud van de weg af te lossen, betaalde hij indertijd een bedrag van ruim ƒ 400,- aan de provincie. De juridische status van de weg werd definitief vastgelegd bij Koninklijk Besluit van koning Willem I der Nederlanden op 29 september 1830 (nr. 13). Bij dit KB werden zowel het eigendom als het toekomstige onderhoud van de Koningsweg officieel overgedragen aan de Provincie Utrecht.
Download (699) (link) 1-14.pdf Download (699) (link) 2-14.pdf Download (699) (link) 3-14.pdf Download (699) (link) 4-14.pdf Download (699) (link) 5-14.pdf Download (699) (link) 6-14.pdf Download (699) (link) 7-14.pdf Download (699) (link) 8-14.pdf Download (699) (link) 9-14.pdf Download (699) (link) 10-14.pdf Download (699) (link) 11-14.pdf Download (699) (link) 12-14.pdf Download (699) (link) 13-14.pdf Download (699) (link) 14-14.pdf Bron: Nationaal Archief Getranscribeerd met Google AI Gemini Uitgebreide Samenvatting: Overdracht Koningsweg en Kovelaarsbrug (1940-1943) Dit dossier bevat documentatie over de overdracht van een weggedeelte en een brug van de Provincie Utrecht naar de Gemeente Utrecht in de periode 1940-1943. Vanwege de uitbreiding van de bebouwing langs de Koningsweg (onderdeel van de provinciale weg Utrecht-Wijk bij Duurstede), werd het wenselijk geacht dat de Gemeente Utrecht het onderhoud en het beheer van dit weggedeelte op zich nam. Het betreft een wegvak van ongeveer 75 meter, inclusief de Kovelaarsbrug. Partijen: De Provinciale Waterstaat van Utrecht (verkoper/overdragende partij) en de Gemeente Utrecht (koper/ontvangende partij). De Provincie betaalde een eenmalige afkoopsom van ƒ 3.000,- aan de gemeente voor het overnemen van de onderhoudsplicht.
Tijdslijn en Besluitvorming Het officiële besluit door de Staten van de Provincie Utrecht werd genomen op 30 juli 1940. De goedkeuring van de Secretarissen-Generaal volgde begin 1941. Uit correspondentie van 17 februari 1943 blijkt dat er op dat moment nog overleg plaatsvond met het Rijk over de eigendomsoverdracht van het specifieke wegperceel. Download (651) de hypotheek4akte (fragment) van overdracht van een perceel weg en brug, gelegen Koningsweg te Tolsteeg (Utrecht), nabij de Oudwulverbroekerwetering. Waarbij op dinsdag 30 juli van het jaar 1940, ten overstaande van de Utrechtse notaris mr. n.v.t. het object werd(en) verkocht door Provinciale Waterstaat van Utrecht aan Gemeente Utrecht voor ƒ. 3.000,-. Download (651) (link) 1-12.pdf Download (651) (link) 2-12.pdf Download (651) (link) 3-12.pdf Download (651) (link) 4-12.pdf Download (651) (link) 5-12.pdf Download (651) (link) 6-12.pdf Download (651) (link) 7-12.pdf Download (651) (link) 8-12.pdf Download (651) (link) 9-12.pdf Download (651) (link) 10-12.pdf Download (651) (link) 11-12.pdf Download (651) (link) 12-12.pdf Bron: HUA Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐥𝐝𝐛𝐞𝐤𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐇𝐲𝐩𝐨𝐭𝐡𝐞𝐞𝐤𝐬𝐭𝐞𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟑𝟐 verscheen de heer Abraham van Rossum voor de notaris om een aanzienlijke financiële verplichting vast te leggen. Ten overstaan van de 𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐟𝐟 verklaarde hij een som schuldig te zijn wegens een lening die aan hem was verstrekt. Deze akte vormt een formeel bewijs van de schuld en de onderliggende zekerheden die in de vorm van onroerend goed werden gesteld om de terugbetaling te waarborgen. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐨𝐬𝐬𝐮𝐦, landbouwer, wonende in de gemeente Houten, verschijnend als de schuldenaar (debiteur). • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, Lid der Provinciale Staten van Utrecht, wonende te Utrecht aan het Sint Jans Kerkhof, verschijnend als de schuldeiser (crediteur). • 𝐆𝐢𝐣𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐚𝐯𝐞𝐫𝐞𝐧, huisschilder, wonende in de Peperstraat (vermeld als Polderstraat/Muntstraat context) te Wijk bij Duurstede, optredend als getuige. • 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐒𝐦𝐢𝐭, kleermaker, wonende in de Muntstraat te Wijk bij Duurstede, optredend als getuige. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐀𝐟𝐥𝐨𝐬𝐬𝐢𝐧𝐠 💰 De hoofdsom van de schuld bedraagt 𝐟. 𝟏.𝟎𝟎𝟎 (duizend gulden). Overeengekomen is dat dit bedrag in tien jaarlijkse termijnen van 𝐟. 𝟏𝟎𝟎 zal worden terugbetaald. De eerste termijn vervalt op 1 november 1833 en zo vervolgens tot het gehele kapitaal is afgelost. Over de (restant)schuld is een rente verschuldigd van 𝟓% (vijf ten honderd) per jaar, gerekend vanaf 1 november 1832. De betalingen moeten in "goede zilveren geldspeciën" worden voldaan aan de woonplaats van de schuldeiser. ⚖️ 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 🏡 Tot zekerheid van de nakoming van deze verplichtingen heeft Abrah m van Rossum twee percelen als hypotheek verbonden: 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 🔑 De schuldenaar, Abraham van Rossum, verklaarde dat hij de bovengenoemde percelen heeft verkregen uit de nalatenschappen van zijn overleden ouders, 𝐀𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐨𝐬𝐬𝐮𝐦 en 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐒𝐭𝐢𝐞𝐧. Dit is vastgelegd in een akte van scheiding die werd gepasseerd op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟐𝟖 voor de eerder genoemde notaris Van Marienhoff te Wijk bij Duurstede. De percelen werden vrij van hypotheken verklaard, met uitzondering van het wettelijk hypotheek ter zake van de voogdij over zijn minderjarige kinderen. 📜 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: RAZU, 063. ----------------------------------------------------------------------------- Vaststelling gebruik achternaam Bosch van Drakestein Download (697) nn het Nationaal Archief (toegang 2.02.01, inventarisnummer 4111) bevindt zich de documentatie betreffende de officiële vaststelling van het gebruik van de achternaam 'Bosch van Drakestein'. Hoewel Paulus Willem Bosch van Drakestein al in 1829 in de adelstand was verheven, werd het specifieke gebruik van de toevoeging 'Van Drakestein' achter de naam Bosch formeel vastgelegd in februari 1836. Deze naamsvaststelling vond plaats tussen 21 februari 1836 en werd bekrachtigd bij Koninklijk Besluit (KB) op 21 februari 1836, onder nummer 103. Ook dit besluit werd uitgevaardigd door Koning Willem I. Download (697) (link) 1-11.pdf Download (697) (link) 2-11.pdf Download (697) (link) 3-11.pdf Download (697) (link) 4-11.pdf Download (697) (link) 5-11.pdf Download (697) (link) 6-11.pdf Download (697) (link) 7-11.pdf Download (697) (link) 8-11.pdf Download (697) (link) 9-11.pdf Download (697) (link) 10-11.pdf Download (697) (link) 11-11.pdf Bron: Nationaal Archief Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (420) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop/aankoop van twee woningen met hunne erven en tuingrond, bekend als perceelnummer(s) n.v.t. (kadaster Amersfoort), gelegen aan de Dorpsstraat te Lage Vuursche nabij de gemeente Baarn. Op donderdag 15 juni 1837 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Frans Pen , de woningen door Matthijs van Es verkocht aan Jan van Es voor een bedrag van ƒ 850,-. Download (420) (link) 1-2.pdf Bron: HUA Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐈𝐧𝐯𝐞𝐧𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐀𝐝𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐍𝐚𝐥𝐚𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟒𝟎 werd er in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 een belangrijke juridische handeling verricht ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐒𝐭𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬, openbaar notaris residerende binnen de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞chts. De bijeenkomst vond plaats des voormiddags om tien ure ten huize van de overledene aan het 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐡𝐨𝐟, wijk 𝐀, nummer 𝟓𝟗𝟔. Het doel van deze bijeenkomst was het opmaken van een getrouwe inventaris en beschrijving van alle meubilaire en andere goederen die behoorden tot de nalatenschap van wijlen 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐇𝐨𝐟𝐦𝐚𝐧, weduwe van de hooggeboren heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. De overledene was op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟑𝟗 in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 ontslapen. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐠𝐞𝐧𝐚𝐦𝐞𝐧 Bij deze akte waren talrijke familieleden en gemachtigden aanwezig om de belangen van de erfgenamen te behartigen. De lijst van betrokkenen is als volgt: • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, wonende te 𝐑𝐢𝐣𝐧𝐬𝐨𝐰𝐞𝐧𝐬. • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, advocaat wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐢𝐧𝐞 𝐉𝐚𝐜𝐪𝐮𝐞𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, bijgestaan door haar echtgenoot 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐲 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐒𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲, kapitein wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, raad in het Provinciaal Gerechtshof van Overijssel, wonende te 𝐙𝐰𝐨𝐥𝐥𝐞, handelend als vader en voogd over zijn minderjarige kinderen. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐟 𝐁𝐚𝐥𝐭𝐡𝐚𝐳𝐚𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind van wijlen 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐢𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐢𝐧𝐞 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐋𝐮𝐜𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐧𝐬𝐛𝐞𝐞𝐜𝐤, minderjarig kind. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, ontvanger der directe belastingen, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐞 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, eerste luitenant, in garnizoen te 𝐄𝐢𝐧𝐝𝐡𝐨𝐯𝐞𝐧. • 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, geassisteerd door haar echtgenoot 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐑𝐨𝐬𝐜𝐡, ambtenaar wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, substituut officier van justitie te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭. • 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, tweede luitenant, in garnizoen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐚𝐦𝐦𝐞𝐫𝐭𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐮𝐞𝐫𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, getuige. • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐋𝐨𝐬𝐠𝐞𝐫𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, getuige. 𝐃𝐞 𝐈𝐧𝐯𝐞𝐧𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐖𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠 De inventarisatie omvatte een breed scala aan bezittingen, variërend van zilverwerk en juwelen tot meubilair, klederen, boeken en papieren. Om een eerlijke verdeling te waarborgen, werd de schatting van deze goederen uitgevoerd door 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐟𝐞𝐧, vendumeester binnen 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die als deskundige werd beëdigd. De totale waarde en de afwikkeling van de nalatenschap vonden plaats onder toezicht van de genoemde notaris. De documenten maken melding van diverse kosten en zegelrechten, waarbij een bedrag van ƒ 𝟑𝟕𝟒,𝟗𝟎,- wordt genoemd in de kantlijn van de akte als onderdeel van de registratie. 💰 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 Nadat de voorlezing van de akte had plaatsgevonden, werd het document door alle aanwezige partijen, de getuigen en de notaris ondertekend in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Hiermee werd de wettelijke basis gelegd voor de verdere afhandeling van de nalatenschap van de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. De akte is geregistreerd onder nummer 𝟏𝟏𝟖𝟕𝟒. ✍️ Bron: HUA, 34-4. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐢𝐧 𝟏𝟖𝟒𝟓 Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟒𝟓 verscheen voor de 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐞 notaris 𝐦𝐫. 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 een voornaam gezelschap voor de juridische afhandeling van een omvangrijke vastgoedtransactie. Centraal hierbij stond de overdracht van de historische hofstede "De Klop" en diverse omliggende landerijen, gelegen op de grens van de gemeenten Zuilen en Westbroek. Deze transactie markeert een belangrijk moment in de lokale eigendomsgeschiedenis van dit gebied langs de Vecht. 📝 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren bij deze akte betrokken: • 𝐃𝐞 𝐖𝐞𝐥𝐄𝐝𝐞𝐥𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐀𝐬𝐩𝐞𝐫𝐮𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐚𝐫𝐭𝐣𝐞𝐧𝐬, koper, burgemeester van de gemeente Zuilen, aldaar woonachtig. • 𝐃𝐞 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐖𝐞𝐥𝐆𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐄𝐦𝐚𝐧𝐮𝐞𝐥 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐮𝐲𝐥𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐞𝐫𝐨𝐨𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧, gemachtigde namens de koper (Baron van Tuyll van Serooskerken), heer van Zuilen, Kamerheer van de Koning en lid van de Ridderschap van Zeeland, wonende te 's-Gravenhage. 𝐃𝐞 𝐮𝐢𝐭𝐯𝐨𝐞𝐫𝐢𝐠𝐞 𝐦𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐄𝐦𝐚𝐧𝐮𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐮𝐲𝐥𝐥 In deze akte wordt uitgebreid stilgestaan bij de volmacht van 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐄𝐦𝐚𝐧𝐮𝐞𝐥 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐮𝐲𝐥𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐞𝐫𝐨𝐨𝐬𝐤𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧. Hij trad op als speciaal gemachtigde voor de heer van Zuilen. Deze machtiging stelde hem in staat om namens de koper alle noodzakelijke handelingen te verrichten voor de verkrijging van de onroerende goederen. De baron had de bevoegdheid om de koopovereenkomst te ondertekenen, de levering van de percelen te aanvaarden en zorg te dragen voor de inschrijving in de openbare registers. Zijn rol was cruciaal om de verbinding tussen de adellijke belangen en de lokale bestuurskracht van de burgemeester te bezegelen. 📜 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐃𝐞 𝐊𝐥𝐨𝐩 Het object van de transactie betrof een aanzienlijk areaal aan gebouwen en gronden: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐙𝐮𝐢𝐥𝐞𝐧: Diverse gronden aangeduid als 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟑𝟑𝟎, 𝟑𝟑𝟏, 𝟑𝟑𝟐, 𝟑𝟑𝟑, 𝟑𝟑𝟒 𝐞𝐧 𝟑𝟑𝟓, bestaande uit weilanden, weg en water met een totale oppervlakte van ruim 7 bunder. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐟𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De verkoper, de heer Roost van Drakestein, verkreeg deze goederen oorspronkelijk uit de nalatenschap van zijn vader. De huidige verkoop op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟒𝟓 aan burgemeester Hartjens werd beklonken voor een totaalbedrag van ƒ 𝟕.𝟑𝟓𝟎 (zevenduizend driehonderdvijftig gulden). De koper verklaarde dit bedrag volledig te hebben voldaan, waarna de notaris de akte officieel verleed en de eigendomsoverdracht definitief maakte. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini.
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 Op de drempel van de herfst in het jaar 1848 vond er een belangrijke eigendomsoverdracht plaats in de provincie Utrecht. De transactie werd officieel beklonken op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟖, toen de akte werd overgeschreven in de registers van de hypotheekbewaarder. De feitelijke verkoopovereenkomst was echter al eerder opgesteld en ondertekend, namelijk te Bunnik op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟒𝟖 en te Utrecht op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟒𝟖. ✒️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 In dit officiële document worden de volgende partijen genoemd: • 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐫𝐚𝐚𝐝 𝐆𝐨𝐮𝐯𝐞𝐫𝐧𝐞𝐮𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐩𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelend voor en ten behoeve van het 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐫𝐢𝐣𝐤 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 (de Staat), als koper. • 𝐃𝐞 𝐓𝐢𝐣𝐝𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐌𝐢𝐧𝐢𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐫𝐥𝐨𝐠, die de overeenkomst bekrachtigde namens het Rijk. • 𝐃𝐞 𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐚𝐧𝐭-𝐤𝐨𝐥𝐨𝐧𝐞𝐥 𝐄𝐞𝐫𝐬𝐭𝐚𝐚𝐧𝐰𝐢𝐳𝐞𝐧𝐝 𝐈𝐧𝐠𝐞𝐧𝐢𝐞𝐮𝐫 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐥𝐢𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die namens de rijksdienst het eigendom in bezit nam. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 De verkoop betrof een specifiek perceel grond dat essentieel was voor de defensieplannen in de regio. Het gaat om de volgende kadastrale aanduiding: • Gemeente: 𝐖𝐞𝐬𝐭𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 • Sectie: 𝐂 • Perceelnummers: 𝟑𝟒𝟎 en 𝟑𝟒𝟏 • Omschrijving: Een perceel 𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡𝐥𝐚𝐧𝐝 • Grootte: Vijfenzeventig roeden (𝟕𝟓 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧) 𝐃𝐞 𝐤𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 𝐞𝐧 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 Voor de overdracht van dit bosperceel werd een bedrag overeengekomen van ƒ 𝟐𝟓𝟎𝟎 (twee duizend vijf honderd gulden). Dit bedrag werd door de verkoper, Jonkheer mr. Willem Bosch van Drakestein, op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟖 voldaan verklaard te Utrecht. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝗨𝗶𝘁𝗴𝗶𝗳𝘁𝗲 𝗶𝗻 𝗘𝗿𝗳𝗽𝗮𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗲𝗲𝗻 𝗣𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹 𝗛𝗼𝗶𝗹𝗮𝗻𝗱 📜 Op 𝘄𝗼𝗲𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟮 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟴𝟱𝟱 verschenen voor 𝗺𝗿. 𝗝𝗲𝗮𝗻 𝗖𝗵𝗮𝗿𝗹𝗲𝘀 𝗙𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲𝗿, notaris residerende te 𝗘𝗱𝗲 (arrondissement Arnhem, provincie Gelderland), de partijen die een overeenkomst van erfpacht wensten vast te leggen. Het betreft hier een formeel juridisch document waarbij een perceel grond voor een lange termijn in gebruik wordt gegeven onder specifieke voorwaarden. 🖋️ 𝗕𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗣𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 👥 • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗠𝗿. 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱𝘂𝘀 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻, wonende te 𝗨𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵t aan de 𝗘𝗺𝗺𝗮𝘇𝗶𝗷𝗱𝗲, in zijn hoedanigheid van eigenaar en verlener van de erfpacht. 𝗕𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝘃𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝐎𝐧roerend 𝐠𝐨𝐞𝐝 🏠 Het object van deze akte is een perceel hooiland, gelegen in de 𝗸𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗴𝗲𝗺𝗲𝗲𝗻𝘁𝗲 𝗘𝗱𝗲, onder de sectie genaamd 𝗱𝗲 𝗡𝗶𝗲𝘂𝘄𝗵𝘂𝗶𝘇𝗲𝗻. Het perceel is kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟳𝟱𝟵. De totale grootte van het land bedraagt 𝟳 𝗿𝗼𝗲𝗱𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝟮𝟬 𝗲𝗹𝗹𝗲𝗻. 🌾 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘄𝗮𝗮𝗿𝗱𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗖𝗮𝗻𝗼𝗻 💰 De erfpacht is aangegaan voor een periode van 𝟵𝟵 𝗷𝗮𝗮𝗿, ingaande op 𝗱𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝗱𝗮𝗴 𝟭 𝗷𝗮𝗻𝘂𝗮𝗿𝗶 𝟭𝟴𝟱𝟲. Voor het gebruik van de grond is de erfpachter een jaarlijkse vergoeding verschuldigd, ook wel de canon genoemd. Het overeengekomen bedrag bedraagt ƒ. 𝟮𝟬, oftewel 𝘁𝘄𝗶𝗻𝘁𝗶𝗴 𝗴𝘂𝗹𝗱𝗲𝗻 per jaar. Dit bedrag moet jaarlijks op de eerste van januari worden voldaan, zonder enige korting of inhouding. 💶 In de akte is verder vastgelegd dat indien de canon gedurende twee opeenvolgende jaren niet wordt betaald, de erfpacht als vervallen kan worden beschouwd. Tevens is de erfpachter verplicht het land goed te onderhouden en niet te verwaarlozen. De akte werd getekend in aanwezigheid van de getuigen 𝗥𝗼𝗲𝗹𝗼𝗳 𝗗𝗮𝘃𝗲𝗹𝗮𝗮𝗿 en 𝗛𝗮𝘆𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗣𝗼𝗹, beiden woonachtig te Ede. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐬𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 𝐞𝐧 𝐀𝐧𝐧𝐚’𝐬 𝐇𝐨𝐯𝐞 🏰 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟎 heerste er een grote bedrijvigheid in het "Oude Zyds Heeren Logement" aan de Nes te Amsterdam. Onder de deskundige leiding van 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐦𝐦𝐞𝐥𝐢𝐧 𝐉𝐮𝐧𝐢𝐨𝐫, notaris te Amsterdam, kwamen diverse vooraanstaande partijen bijeen voor de publieke verkoop van de indrukwekkende nalatenschap van wijlen de weledelgeboren heer 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐕𝐫𝐨𝐥𝐢𝐤. De veiling betrof een unieke verzameling van ridderhofsteden, boerenwoningen en uitgestrekte natuurgebieden, die decennialang het trotse bezit waren van de familie 𝐕𝐫𝐨𝐥𝐢𝐤. 🌿 De verkoop werd gekenmerkt door een spannend spel van opbod en afslag. De erfgenamen, vertegenwoordigd door de zonen van de overledene en gemachtigden, zagen hoe hun ouderlijk bezit onder de hamer kwam. De objecten werden in verschillende kavels aangeboden, variërend van het luxueuze herenhuis Drakenburg tot de vruchtbare landbouwgronden van Anna’s Hove nabij de Zuiderzee. 🏛️ 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐜𝐡𝐭𝐞 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 📜 Hieronder volgt de exacte specificatie van de geveilde percelen en de bijbehorende kadastrale gegevens: • 𝐃𝐞 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 (𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐨𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟏): Deze historische 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐠𝐞 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 omvatte een 𝐇𝐞𝐫𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬, 𝐊𝐨𝐞𝐭𝐬𝐡𝐮𝐢𝐬, 𝐒𝐭𝐚𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠, 𝐓𝐮𝐢𝐧𝐦𝐚𝐧𝐬𝐰𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠, 𝐁𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐰𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠, 𝐈𝐣𝐬𝐤𝐞𝐥𝐝𝐞𝐫, 𝐁𝐨𝐨𝐦𝐠𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧, 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧 en 𝐖𝐞𝐢𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧. Gelegen in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, sectie 𝐂, nummers 𝟔𝟒𝐛𝐢𝐬, 𝟔𝟒𝐭𝐞𝐫, 𝟕𝟓, 𝟕𝟕, 𝟕𝟖, 𝟕𝟗, 𝟖𝟎, 𝟖𝟏, 𝟖𝟐, 𝟖𝟑, 𝟖𝟒, 𝟖𝟓, 𝟖𝟔, 𝟖𝟕, 𝟖𝟖, 𝟖𝟗, 𝟗𝟎, 𝟗𝟏, 𝟗𝟐, 𝟗𝟑, 𝟗𝟒, 𝟗𝟓, 𝟗𝟔, 𝟗𝟕, 𝟗𝟖, 𝟗𝟗, 𝟏𝟎𝟎, 𝟏𝟎𝟏, 𝟏𝟎𝟐, 𝟏𝟎𝟑, 𝟏𝟎𝟒, 𝟏𝟎𝟓, 𝟏𝟎𝟓𝐛𝐢𝐬, 𝟒𝟐𝟏, 𝟑𝟔𝟐 en 𝟑𝟔𝟑. De totale oppervlakte bedroeg ruim 𝟐𝟔 𝐛𝐮𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬. 🏰 • 𝐁𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐰𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐀𝐧𝐧𝐚’𝐬 𝐇𝐨𝐯𝐞 (𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐨𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟑): Bestaande uit een 𝐁𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐰𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠, 𝐊𝐨𝐞𝐩𝐞𝐥𝐤𝐚𝐦𝐞𝐫, 𝐒𝐭𝐚𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧, 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐮𝐫, 𝐇𝐨𝐨𝐢𝐛𝐞𝐫𝐠 en 𝐄𝐫𝐯𝐞𝐧 met bijbehorende 𝐁𝐨𝐮𝐰𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 en 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧. Gelegen te 𝐋𝐚𝐫𝐞𝐧, sectie 𝐀, nummers 𝟏𝟔𝟗𝟐 t/m 𝟏𝟕𝟏𝟒. Totale grootte: ruim 𝟐𝟎 𝐛𝐮𝐧𝐝𝐞𝐫𝐬. 🌾 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐕𝐫𝐨𝐥𝐢𝐤, Ridder en Hoogleraar, wonende te Amsterdam aan de Kloveniersburgwal. • 𝐀𝐠𝐧𝐢𝐞𝐭𝐮𝐬 𝐕𝐫𝐨𝐥𝐢𝐤, Commandeur en oud-minister, wonende te 's-Gravenhage. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐆𝐨𝐝𝐚𝐫𝐝𝐢𝐧𝐚 𝐋𝐚𝐮𝐫𝐞𝐧𝐭𝐢α 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧, wonende te Utrecht. • 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧, advocaat, wonende te 's-Gravenhage. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐉𝐮𝐝𝐢𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧, wonende te Utrecht. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬 𝐭𝐞𝐧 𝐇𝐚𝐯𝐞, makelaar te Amsterdam, gemachtigde voor de weduwe 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐰𝐢𝐧𝐝𝐞𝐧. • 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐇𝐢𝐬𝐬𝐢𝐧𝐤, kastmaker te Amsterdam, die als hoogste bieder de percelen 1 en 2 verwierf voor ƒ 𝟓𝟗.𝟎𝟏𝟎,-. • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, koper van de percelen 3 en 4 voor ƒ 𝟏𝟏.𝟑𝟓𝟎,-. • 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐖𝐚𝐥𝐥 𝐁𝐚𝐤𝐞, muntmeester te Utrecht, medekoper van de percelen 3 en 4. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De veiling resulteerde in een aanzienlijke opbrengst voor de erfgenamen. De 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 (perceel 1) werd na een spannend proces van afslag gegund voor ƒ 𝟑𝟓.𝟎𝟎𝟎,-. De omringende landerijen (perceel 2) brachten ƒ 𝟐𝟒.𝟎𝟏𝟎,- op. De boerenwoning 𝐀𝐧𝐧𝐚’𝐬 𝐇𝐨𝐯𝐞 en de bijbehorende heidegronden (percelen 3 en 4) werden uiteindelijk voor een gecombineerd bedrag van ƒ 𝟏𝟏.𝟑𝟓𝟎,- verkocht. De nieuwe eigenaren verbonden zich hiermee aan het behoud van dit waardevolle erfgoed in de regio Utrecht en Noord-Holland. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐇𝐞𝐭 𝐕𝐞𝐫𝐡𝐚𝐚𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟐 werd een cruciale overeenkomst gesloten voor de uitbreiding van het Nederlandse spoornetwerk. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠𝐡, notaris ter standplaats '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞, verschenen de vertegenwoordigers van de Staat om gronden te verwerven in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. Deze gronden waren noodzakelijk voor de aanleg van de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧, specifiek voor 𝐋𝐢𝐣𝐧 𝐇, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝟏. De eigenaar van de percelen, 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, stemde in met de verkoop van zijn eigendommen ten behoeve van dit algemeen belang. De akte werd definitief goedgekeurd door de Minister van Binnenlandse Zaken op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟔𝟑 en de formele bekrachtiging vond plaats op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟔𝟑. Voor de overdracht van deze strategisch gelegen percelen betaalde de Staat een som van ƒ 𝟏.𝟒𝟎𝟗,𝟔𝟎,-. 💸 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐆𝐞𝐧𝐫𝐢𝐭 𝐏𝐨𝐧𝐧𝐢𝐣𝐧𝐞, gemachtigde voor de commissie van de Staatsspoorwegen, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 De overgedragen percelen zijn gelegen in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐁, en stonden geregistreerd onder de volgende nummers: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟎: bouwland, groot 𝟏𝟏 roeden en 𝟗 𝐞𝐧 𝟐𝟎 ellen. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟏: weiland, groot 𝟏𝟐 roeden en 𝟕 𝐞𝐧 𝟕𝟎 ellen. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟐: bouwland, groot 𝟏𝟑 roeden en 𝟏𝟑 𝐞𝐧 𝟕𝟎 ellen. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt 𝟑𝟕 roeden en 𝟗𝟎 ellen. De percelen werden vrij van hypothecaire lasten opgeleverd, waardoor de Staat ongehinderd kon starten met de aanleg van de spoorlijn nabij de historische landgoederen. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 🚂 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟐 werd de basis gelegd voor deze transactie, die formeel werd bekrachtigd op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟔𝟑. De akte betreft de verkoop van onroerend goed ten behoeve van de aanleg en exploitatie van de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧, specifiek voor de 𝐋𝐢𝐣𝐧 𝐇, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝟏. De verkoop vond plaats ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐫𝐠𝐡, notaris met als standplaats '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞. De overeenkomst geschiedde onder de uitdrukkelijke goedkeuring van de Minister van Binnenlandsche Zaken, verleend op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 In deze akte treden de volgende personen en gemachtigden op: 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 🏡 Het verkochte object betreft een specifiek gedeelte van een kadastraal perceel, noodzakelijk voor de spoorwegaanleg: • 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: Bunnik • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: B • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫: 28 (gedeeltelijk) • 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠: Een gedeelte van een perceel bouwland, behorende tot het landgoed genaamd 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝. • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: Het afgestane gedeelte beslaat een oppervlakte van 5 roeden en 81,66 ellen. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De totale koopsom voor het afgestane terrein, inclusief de schadeloosstelling voor het verlies van genot en de kosten van de afscheidingen, bedraagt ƒ 2.019,-. De betaling van dit bedrag zou plaatsvinden door tussenkomst van de Betaalmeesters van het Departement van Binnenlandsche Zaken, nadat de vereiste administratieve stukken waren gecontroleerd en de akte van overdracht was gepasseerd. Er werd uitdrukkelijk bepaald dat de kosten van deze akte, evenals de rechten van registratie, ten laste van de koper (de Staat) zouden komen. 🏗️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝𝐬𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐭𝐞 𝐄𝐝𝐞 📜 Op vrijdag 12 september 1862 verscheen voor de 𝐄𝐝𝐞𝐬𝐞 notaris 𝐦𝐫. 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫 een comparant om een belangrijke eigendomsoverdracht te officialiseren. De akte betreft een verkoop en transport van onroerend goed, waarbij de juridische details en de herkomst van het perceel nauwkeurig worden vastgelegd voor de registers. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜 𝐃𝐚𝐧 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐬𝐞𝐥 𝐖𝐨𝐮𝐭𝐞𝐫𝐬𝐞𝐧, zonder beroep, wonende te 𝐄𝐝𝐞, optredend als verkoper. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 🏡 Het object van deze transactie betreft een perceel bouwland of weiland, gelegen in de 𝐄𝐝𝐞𝐫𝐦𝐢𝐧𝐧𝐞 onder de gemeente 𝐄𝐝𝐞. In het kadaster staat dit perceel bekend als: 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 ⏳ De verkoper had dit perceel eerder verkregen bij akte van scheiding op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟓𝟕, verleden ten overstaan van de hiervoor genoemde notaris 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫 te 𝐄𝐝𝐞. Deze akte werd destijds geregistreerd en overgeschreven ten kantore van de hypotheken te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟓𝟕 in deel 𝟔𝟓, nummer 𝟑𝟖. Hiermee wordt de onafgebroken keten van eigendom aangetoond. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De verkoop is gesloten voor een bedrag van ƒ. 𝟒𝟎𝟎 (vierhonderd gulden). Er is overeengekomen dat de koper het genot en de aanvaarding van het perceel krijgt per 𝐬𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑. De betaling van de koopsom moet uiterlijk op diezelfde datum, 𝐬𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑, aan de verkoper of diens rechtverkrijgenden worden voldaan zonder enige korting. 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐙𝐞𝐠𝐞𝐥𝐬 ✍️ De akte is na voorlezing ondertekend door de comparanten en de getuigen, de heren 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐲 en 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐨𝐲, beiden schoenmakers te 𝐄𝐝𝐞. De registratie vond plaats te 𝐖𝐚𝐠𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟔𝟐. De totale kosten voor registratie en rechten bedroegen blijkens de kantlijnnotities ƒ. 𝟐𝟐,𝟎𝟖. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐙𝐢𝐭𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐦𝐛𝐭𝐞𝐧𝐚𝐚𝐫 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟔𝟑 kwam een aanzienlijk gezelschap bijeen in de stad 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, gelegen in het toenmalige Hertogdom Limburg. De centrale figuur die de handelingen leidde en formeel vastlegde in deze akte, was de bevoegde notaris 𝐦𝐫. 𝐑𝐨𝐧𝐧𝐲 𝐒𝐭𝐞𝐩𝐡𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐃𝐢𝐫𝐢𝐱, residerende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝. 🏛️ Deze omvangrijke akte betreft de formele scheiding en verdeling van een immense onverdeelde boedel en nalatenschap. De directe aanleiding voor deze rechtshandeling was het overlijden van de hooggeboren heer 𝐉𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐞𝐱𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, die tijdens zijn leven de status van rentenier genoot en woonachtig was te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝. De betrokkenen, zijn erfgenamen, wensten de onverdeeldheid van de onroerende goederen — die zij door vererving van hun vader hadden verkregen — definitief te beëindigen en onderling te verdelen. 𝐃𝐞 𝐂𝐨𝐦𝐩𝐚𝐫𝐚𝐧𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen verschenen voor de notaris om de verdeling van de bezittingen te bekrachtigen: • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐟 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, wonende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐢𝐚 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, wonende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝. • 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐉𝐚𝐧 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, wonende te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦, optredend in zijn hoedanigheid van gemachtigde voor de overige belangen. • 𝐅𝐞𝐥𝐢𝐱 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦𝐬 𝐌𝐢𝐥𝐥𝐢𝐚𝐫𝐝, de oorspronkelijke notaris wiens eerdere akten als basis dienden voor deze verdeling. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐖𝐢𝐧𝐚𝐧𝐝 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐥𝐨𝐮𝐦, notaris te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, aanwezig als getuige bij de ondertekening. • 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐅𝐫𝐚𝐧ç𝐨𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐫𝐞𝐞𝐤, notaris die in de tekst wordt aangehaald in verband met de historische verkrijging uit het jaar 1848. 𝐃𝐞 𝐎𝐦𝐯𝐚𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐚𝐥𝐚𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐞𝐧 𝐖𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠 De verdeling betreft een indrukwekkend portfolio aan onroerende goederen, die strategisch verspreid lagen over verschillende regio's. De goederen bevonden zich deels in het Koninkrijk België (met name in de provincie Limburg) en deels in de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De totale waarde van de gehele massa die voor verdeling in aanmerking kwam, werd na nauwkeurige taxatie vastgesteld op een bedrag van ƒ 478.565,20-. 💰 Aangezien het een verdeling tussen twee hoofderfgenamen betrof, bedroeg de waarde van de te verrekenen helft (het aandeel per kavel) exact ƒ 239.282,60-. De akte specificeert dat de comparanten de massa hebben samengesteld en in twee gelijke kavels hebben verdeeld, simpelweg aangeduid als 𝐋𝐨𝐭 𝐀 en 𝐋𝐨𝐭 𝐁. Na onderling overleg en minnelijke schikking werden deze goederen definitief toegewezen, waarbij alle partijen verklaarden dat de verdeling naar volle tevredenheid was geschied. 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐈𝐧𝐯𝐞𝐧𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 Een aanzienlijk deel van de documentatie wijdt zich aan de beschrijving van de bezittingen in de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De precisie van de kadastrale aanduidingen is kenmerkend voor de 19e-eeuwse verslaglegging: 📍 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐕𝐥𝐞𝐮𝐭𝐞𝐧 (getranscribeerd als 𝐏𝐥𝐞𝐮𝐭𝐞𝐧) Een van de meest prominente bezittingen was de boerderij genaamd 𝐃𝐞𝐧 𝐇𝐨𝐞𝐝. De bijbehorende landerijen zijn kadastraal geregistreerd onder 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, met de perceelnummers 𝟐𝟓𝟎, 𝟐𝟓𝟑, 𝟐𝟓𝟕, 𝟐𝟔𝟎, 𝟐𝟔𝟏, 𝟐𝟔𝟐, 𝟕𝟑𝟒, 𝟕𝟑𝟓, 𝟕𝟑𝟕, 𝟕𝟕𝟗, 𝟕𝟖𝟎, 𝟕𝟖𝟏, 𝟕𝟖𝟐 en 𝟕𝟖𝟑. Dit uitgestrekte complex beslaat een totale oppervlakte van 20 bunder, 19 roeden en 29 ellen. 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (getranscribeerd als 𝐋𝐨𝐮𝐰𝐞𝐧𝐞𝐬𝐬𝐞) Hier betrof het specifiek hooi- en weiland, gelegen in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, bekend onder de nummers 𝟏𝟎𝟒𝟖 en 𝟐𝟏𝟐𝟖, met een totale oppervlakte van 1 bunder, 10 roeden en 60 ellen. 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐯𝐞𝐞𝐧 (getranscribeerd als 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐧𝐝𝐢𝐞𝐩) De bezittingen in deze regio bestonden uit vruchtbaar bouw- en weiland in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐃, nummers 𝟑, 𝟒, 𝟏𝟓, 𝟏𝟖 en 𝟏𝟗, ter grootte van 6 bunder, 2 roeden en 30 ellen. 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐭𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐯𝐞𝐧 Dit complex omvatte diverse weilanden en waterpartijen, kadastraal aangeduid in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, nummers 𝟏𝟒𝟎, 𝟏𝟒𝟏, 𝟏𝟒𝟐, 𝟏𝟒𝟑 en 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummers 𝟒𝟗𝟒, 𝟒𝟗𝟓, 𝟒𝟗𝟔, 𝟒𝟗𝟕, 𝟒𝟗𝟖, 𝟒𝟗𝟗, 𝟓𝟎𝟎, 𝟓𝟎𝟏 en 𝟒𝟗𝟑. De totale omvang van deze percelen was 13 bunder, 53 roeden en 10 ellen. 𝐃𝐞 𝐓𝐨𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐢𝐧𝐠 𝐚𝐚𝐧 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡 Bij de uiteindelijke verdeling werd vastgesteld dat 𝐋𝐨𝐭 𝐁 in zijn volle omvang toekwam aan 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐢𝐚 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡. Dit kavel bevatte alle bovengenoemde percelen en hoeven gelegen in de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (gecatalogiseerd onder de nummers 115 tot en met 120). De getaxeerde waarde van deze specifieke toebedeling bedroeg ƒ 117.451,64-. 🌳 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De wortels van dit grondbezit reiken dieper in het verleden. In de akte wordt expliciet verwezen naar een proces-verbaal dat werd opgesteld op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟖 ten overstaan van de toenmalige notaris 𝐦𝐫. 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐅𝐫𝐚𝐧ç𝐨𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐫𝐞𝐞𝐤. Dit onderstreept dat de goederen reeds decennia lang deel uitmaakten van het familiekapitaal van de baronnen 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡. De verdeling van 𝟏𝟖𝟔𝟑 markeert de overgang van een collectief familiebezit naar individueel eigendom, een proces dat destijds cruciaal was voor de instandhouding van adellijke vermogens. 📜 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐤𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 Na de plechtige ondertekening door de comparanten, de getuigen en notaris 𝐦𝐫. 𝐑𝐨𝐧𝐧𝐲 𝐒𝐭𝐞𝐩𝐡𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐃𝐢𝐫𝐢𝐱, volgde de officiële registratieprocedure. Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟔𝟑 werd de akte ingeschreven in de registers te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, specifiek in deel 102, folio 195. De ontvanger, de heer 𝐌𝐞𝐫𝐭𝐳, tekende voor de ontvangst van de verschuldigde rechten. Deze bedroegen ƒ 3,31- voor de registratie, in aanvulling op de kosten voor het zegelrecht. 🖋️ De akte werd bovendien voorzien van een legalisatie door de President van de Arrondissementsrechtbank te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, waardoor de authenticiteit van de handtekening van de notaris en de rechtskracht van het document buiten kijf stonden. Hiermee was de omvangrijke eigendomsoverdracht definitief en onherroepelijk vastgelegd in de archieven van de hypotheekbewaarder. Dit document vormt een unieke bron van informatie over de sociaaleconomische positie van de familie 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡 en de topografie van de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, met name de gemeenten 𝐕𝐥𝐞𝐮𝐭𝐞𝐧, 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐯𝐞𝐞𝐧, in het midden van de 19e eeuw. De gedetailleerde lijst van perceelnummers en gemeenten biedt een schat aan informatie voor lokaal-historisch onderzoek. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🚂 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟑 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑 werd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 een belangrijke koopovereenkomst gesloten voor de aanleg van de rijksspoorwegen. Het betreft een perceel grond in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, kadastraal bekend als 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟑𝟏𝟔. Dit perceel, omschreven als een gedeelte van een groter geheel, heeft een oppervlakte van 𝟏𝟒 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟕𝟎 𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧. De grond was bestemd voor de aanleg van 𝐋𝐢𝐣𝐧 𝐇, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝟏 van de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧. Uit de documenten blijkt dat de verkoper de grond had verkregen uit de nalatenschap van zijn ouders. Daarbij wordt expliciet vermeld dat de grond voorheen toebehoorde aan 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, die op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟑𝟏 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 was overleden. De verdere afwikkeling van deze nalatenschap vond plaats bij een akte van scheiding op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟑𝟓 ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐞𝐥𝐝𝐞𝐫 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen waren betrokken bij deze overdracht, waarbij de kopende partij werd vertegenwoordigd door gemachtigden: • 𝐌𝐞𝐥𝐜𝐡𝐢𝐨𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐞𝐤𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, eveneens handelend als gemachtigde van de commissie voor de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐭𝐭𝐞𝐧𝐛𝐫𝐨𝐞𝐜𝐤, de verkoper van het perceel grond. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, genoemd als erflater in de geschiedenis van het object. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐉𝐨𝐚𝐧𝐧𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, mede-erfgenaam genoemd in de akte van 𝟏𝟖𝟑𝟓. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐤𝐞𝐮𝐫𝐢𝐧𝐠 💰 De koopsom voor het perceel bedroeg een totaalbedrag van ƒ 𝟐𝟖𝟓,-. Dit bedrag werd vastgesteld op basis van een taxatie en diende te worden uitbetaald nadat de overeenkomst officieel was goedgekeurd door de bevoegde instanties. De akte werd uiteindelijk goedgekeurd in '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑 namens de 𝐌𝐢𝐧𝐢𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐢𝐧𝐧𝐞𝐧𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐙𝐚𝐤𝐞𝐧 door de 𝐒𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬-𝐆𝐞𝐧𝐞𝐫𝐚𝐚𝐥 𝐒𝐜𝐡𝐫𝐨̈𝐝𝐞𝐫. De definitieve inschrijving in de registers van de hypotheekbewaarder te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 vond plaats op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟑 in 𝐃𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟐, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟖𝟕𝟏. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝 🏠 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟔𝟓 kwamen de partijen bijeen voor het bekrachtigen van de koop van een perceel hooiland. Dit stuk land is gelegen onder de gemeente 𝐃𝐞𝐧 𝐃𝐮𝐧𝐠𝐞𝐧, specifiek in het '𝐭 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡𝐯𝐞𝐥𝐝, en staat vanouds bekend als 𝐝𝐞𝐧 𝐙𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐤𝐚𝐦𝐩. Het perceel is kadastraal geregistreerd als 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, nummer 𝟏𝟎, met een totale oppervlakte van één bunder, zevenenzeventig roeden en tachtig ellen (𝟏.𝟕𝟕.𝟖𝟎 𝐡𝐚). Het land wordt begrensd door het 𝐃𝐮𝐧𝐠𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐝, de eigendommen van de kinderen van 𝐋𝐚𝐦𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐰, 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐮𝐫𝐧𝐢𝐣𝐤 en de weduwe van 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐎𝐬𝐬𝐞𝐧𝐛𝐥𝐨𝐤. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐜𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 ⏳ De verkopers hebben de eigendom verkregen via verschillende nalatenschappen. Een onverdeeld derde deel kwam voort uit de erfenis van hun moei 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐞𝐭𝐭𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐫𝐞𝐞𝐝𝐞, weduwe van 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, overleden te 𝐃𝐞𝐧 𝐃𝐮𝐧𝐠𝐞𝐧 op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟒𝟐. De overige twee derde delen zijn afkomstig van hun ouders, 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐣 𝐌𝐚𝐚𝐬 en 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐫𝐬𝐜𝐡𝐨𝐭, die overleden op respectievelijk 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟓𝟐 en 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟒𝟖. 𝐃𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐤𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 ✍️ De akte is verleden ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐙𝐢𝐣𝐧𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐢𝐞𝐫, notaris met standplaats 𝐕𝐮𝐠𝐡𝐭, residerende te 𝐁𝐞𝐫𝐥𝐢𝐜𝐮𝐦. Het volledige verkoopbedrag bedroeg ƒ 𝟏.𝟑𝟔𝟎,-. De verkopers verklaarden dit bedrag reeds te hebben ontvangen, waarvoor in de akte kwijting werd verleend. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen zijn in de akte opgenomen: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐌𝐚𝐚𝐬, wonende te 𝐖𝐞𝐬𝐭 𝐋𝐢𝐧𝐭𝐨𝐧 in 𝐍𝐨𝐨𝐫𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐢𝐤𝐚, vertegenwoordigd via een onderhandse volmacht getekend op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟔𝟒. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐌𝐚𝐚𝐬, echtgenote van 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐢𝐣𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐋𝐚𝐧𝐠𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠, wonende te 𝐖𝐞𝐬𝐭 𝐋𝐢𝐧𝐭𝐨𝐧 in 𝐍𝐨𝐨𝐫𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐢𝐤𝐚, eveneens vertegenwoordigd via de volmacht van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟔𝟒. • 𝐋𝐚𝐦𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐚𝐬, arbeider, wonende te 𝐒𝐜𝐡𝐢𝐣𝐧𝐝𝐞𝐥, die zijn volmacht verleende op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟔𝟓. • 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, weduwe van 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐧𝐬𝐞𝐧, zonder beroep, wonende te 𝐁𝐞𝐫𝐥𝐢𝐜𝐮𝐦. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, weduwe van 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐖𝐞𝐫𝐤, zonder beroep, wonende te 𝐁𝐞𝐫𝐥𝐢𝐜𝐮𝐦. • 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐇𝐢𝐞𝐫𝐨𝐧𝐲𝐦𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, Ridder der Orde van de Nederlandse Leeuw en Commissaris des Konings in 𝐍𝐨𝐨𝐫𝐝-𝐁𝐫𝐚𝐛𝐚𝐧𝐭, wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡 (koper). • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐞𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭 𝐂𝐨𝐦𝐦𝐢𝐬, chef der Provinciale Griffie, wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡, optredend als gemachtigde voor de koper. • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐮𝐦, schoenmaker, wonende te 𝐁𝐞𝐫𝐥𝐢𝐜𝐮𝐦, aanwezig als getuige. • 𝐁𝐞𝐫𝐭𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐬𝐦𝐞𝐮𝐥𝐝𝐞𝐫, zonder beroep, wonende te 𝐁𝐞𝐫𝐥𝐢𝐜𝐮𝐦, aanwezig als getuige. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Erfgoed 's-Hertogenbosch
𝐓𝐞𝐧 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐬𝐭𝐚𝐚𝐧𝐝𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 🖋️ Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟏 verscheen een gezelschap van landbouwers en gemachtigden voor 𝐦𝐫. 𝐕𝐢𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐌𝐨𝐫𝐭𝐞𝐥, notaris gevestigd te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡. De bijeenkomst vond plaats op zijn kantoor in de hoofdstad van de provincie Noord-Brabant. Het doel van dit samenkomen was de officiële overdracht van een perceel hooiland, waarbij de verkopers verklaarden het eigendom volledig over te dragen aan de koper. 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De verkoop werd gesloten tussen een groep landbouwers als verkopende partij en de Commissaris des Konings als kopende partij: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐦𝐩𝐞𝐧, landbouwer, wonende te 𝐒𝐢𝐧𝐭-𝐎𝐞𝐝𝐞𝐧𝐫𝐨𝐝𝐞. • 𝐋𝐚𝐮𝐫𝐞𝐧𝐬 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, landbouwer, wonende te 𝐆𝐞𝐦𝐨𝐧𝐝𝐞, gemeente 𝐒𝐜𝐡𝐢𝐣𝐧𝐝𝐞𝐥. • 𝐉𝐚𝐧 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, landbouwer, wonende te 𝐒𝐜𝐡𝐢𝐣𝐧𝐝𝐞𝐥. • 𝐏𝐢𝐞𝐭 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, landbouwer, wonende te 𝐒𝐜𝐡𝐢𝐣𝐧𝐝𝐞𝐥. • 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, landbouwer, wonende te 𝐁𝐨𝐱𝐭𝐞𝐥. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, landbouwer, wonende te 𝐋𝐢𝐞𝐦𝐩𝐝𝐞. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de koper, in de akte omschreven als de Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Meester, 𝐂𝐨𝐦𝐦𝐢𝐬𝐬𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐝𝐞𝐬 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬 in de provincie Noord-Brabant, wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐮𝐫𝐧, tuinman, wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡, die optrad als mondeling gemachtigde om de koop namens de koper aan te nemen. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐯𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🌿 Het verkochte object is een perceel hooiland, gelegen onder de gemeente '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡 in het 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤. Kadastraal staat het perceel bekend als 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐄 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟏𝟏𝟎, met een totale grootte van twee hectaren en drie aren. De partijen verklaarden dat er geen eerdere eigendomstitels beschikbaar waren en dat er geen eerdere inschrijvingen van dit perceel in de openbare registers bekend waren. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐜𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 💰 De koopsom voor dit perceel bedroeg 𝟑.𝟏𝟎𝟎 gulden. De verkopers verklaarden dit bedrag reeds te hebben ontvangen, waarvoor zij de koper kwijting verleenden. De heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 verkreeg hiermee het recht om het perceel direct in gebruik te nemen. Vanaf 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟐 kwamen alle belastingen en lasten voor rekening van de koper. 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐫𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 ✍️ De akte werd verleden op het kantoor van de notaris in aanwezigheid van de getuigen 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐢𝐣𝐛𝐞𝐫𝐬, kandidaat-notaris, en 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐊𝐢𝐩𝐩𝐢𝐧𝐠, winkelier. Na volledige voorlezing is de akte door de aanwezige personen en de notaris ondertekend op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟏. De registratie werd diezelfde dag voltooid in '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Ergoed 's-Hertogenbosch
Overzicht van de historische overdracht van de Ambachtsheerlijkheid van Koppel en Schalkerweerd, gebaseerd op de bijgevoegde notariële akte uit het jaar 1874. 📜 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟒 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐛𝐞𝐞𝐤, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de weledelgeboren heer 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Hij verklaarde bij deze akte over te gaan tot de verkoop van een historisch en omvangrijk bezit aan de weledelgeboren heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, die hierbij optrad in zijn hoedanigheid van toeziend voogd over de minderjarige kinderen van wijlen de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐉𝐨𝐳𝐞𝐟 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. De transactie werd gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟒.𝟎𝟎𝟎,-. De koper verklaarde de koopsom reeds vóór het passeren van de akte te hebben voldaan, waarvoor de verkoper bij deze volledige kwijting verleende. ⚖️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, wonende te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 (verkoper). 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧roerend 𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 Het verkochte object betreft de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐞 𝐞𝐧 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥 𝐞𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐞𝐫𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, gelegen onder de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. Dit omvatte niet alleen de heerlijke rechten (zoals het recht op de wind en de visserij), maar ook een specifiek perceel bouwland. 🌾 De kadastrale details van het onroerend goed zijn als volgt: • Gemeente: 𝐇𝐨𝐮𝐭en, sectie 𝐀, nummers 𝟓𝟒𝟏 en 𝟏𝟎𝟕𝟐. • Grootte: Het perceel bouwland is groot 𝟓𝟑 aren en 𝟔𝟎 centiaren.
𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐡𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 De verkoper had deze percelen en rechten verkregen uit de nalatenschap van 𝐀𝐥𝐞𝐢𝐝𝐚 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 Munniks van Ckeeff, weduwe van de weledelgeboren heer 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐂𝐚𝐬𝐢𝐦𝐢𝐫 𝐀𝐥𝐞𝐱𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐑idder 𝐑𝐚𝐩𝐩𝐚𝐫𝐝. Deze verkrijging vond plaats blijkens een akte van aanwijzing verleden op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟑𝟓 voor de Utrechtse notaris 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐇𝐨𝐧𝐝𝐢𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐫𝐨𝐞𝐤. 🔍 Daarnaast werd een gedeelte van de rechten verkregen via een koopcontract dat op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟐𝟑 werd verleden voor een notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, waarbij mevrouw 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐠 als verkoopster optrad. Met deze huidige transactie in 1874 blijven de historische rechten en gronden binnen de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- Aankoop hofstede Kraailo te Lage Vuursche (gem. Baarn) Download (659) notariële akte (fragment) van de aankoop van de hofstede Kraailo, gelegen aan de Zwarteweg nr. 5 te Lage Vuursche (gem. Baarn) nabij Hilversum. Op zondag 8 augustus 1875 is werd overstaan notaris, mr. Karel Jan Perk, de hofstede Kraailo door Paulus Jan Bosch van Drakestein aangekocht van de heer Adriaan van der Wall Bake voor een bedrag van ƒ 40.261,-. Download (659 (link) 1-6.pdf Download (659 (link) 2-6.pdf Download (659 (link) 3-6.pdf Download (659 (link) 4-6.pdf Download (659 (link) 5-6.pdf Download (659 (link) 6-6.pdf Bron: Archief Gooi en Vechtstreek ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐃𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟔 vond er een belangrijke openbare verkoping plaats in het logement 𝐇𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐟 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝 te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. De veiling werd geleid door 𝐦𝐫. 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐤, notaris met als standplaats 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. De bijeenkomst begon om precies drie uur in de namiddag. Het doel van de zitting was de definitieve toewijzing van verschillende percelen bouw- en hooiland, na een eerdere inzate die op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟔 was gehouden. 🏛️ De percelen maakten deel uit van de nalatenschap van 𝐃𝐢𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐜𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐬, die was overleden te 𝐄𝐧𝐤𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧. De eigendomshistorie verwijst naar een eerdere verkrijging via een akte gepasseerd voor 𝐦𝐫. 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐋𝐞 𝐌𝐚𝐢𝐬𝐭𝐫𝐞 te 𝐄𝐧𝐤𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟔𝟓. De huidige verkoop geschiedde onder strikte voorwaarden, waarbij de kopers de koopsom uiterlijk op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟕𝟔 moesten hebben voldaan. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 (𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐫𝐬, 𝐊𝐨𝐩𝐞𝐫𝐬 𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐦𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠𝐝𝐞𝐧) Tijdens deze rechtshandeling traden de volgende personen op: • 𝐆𝐢𝐣𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐣𝐞 𝐋𝐞𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐣𝐳𝐞𝐧, weduwe van 𝐆𝐢𝐣𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐨𝐧𝐠, zonder beroep. • 𝐀𝐢𝐥𝐭𝐣𝐞 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐬, meerderjarig en ongehuwd. • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐑𝐢𝐜𝐡𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐬, koopman en winkelier. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐭𝐦𝐚𝐧, koopman. • 𝐀𝐧𝐧𝐞𝐭𝐣𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐬, echtgenote van 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐭𝐦𝐚𝐧. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐞𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐣𝐳𝐞𝐧, broodbakker, handelend als gemachtigde van de erfgenamen. • 𝐉𝐚𝐧𝐧𝐞𝐭𝐣𝐞 𝐋𝐞𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐣𝐳𝐞𝐧, weduwe van 𝐆𝐢𝐣𝐬𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐨𝐧𝐠, zonder beroep. • 𝐋𝐞𝐯𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐤, koopman te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, koper van diverse percelen. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤, aannemer te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐦𝐩𝐬𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫, zonder beroep te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐋𝐚𝐦𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐫𝐢𝐥, koopman te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐀𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭, zonder beroep te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, landbouwer te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐓𝐞𝐫𝐤, notaris-grondinsteller (gemachtigde koper). • 𝐁𝐚𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐨𝐨𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝, hovenier te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐒𝐦𝐞𝐞𝐫, aannemer te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫, landbouwer te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫𝐬, grutter te 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧. • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐊𝐚𝐬𝐭𝐞𝐥𝐢𝐣𝐧, landbouwer te 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬, handelend als gemachtigde voor 𝐉𝐡𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 𝐃𝐞 𝐑𝐨𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐉𝐡𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐉𝐡𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, Commissaris des Konings in de Provincie Noord-Brabant en wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡, toonde via zijn gemachtigde 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐊𝐚𝐬𝐭𝐞𝐥𝐢𝐣𝐧 specifieke interesse in de meest waardevolle percelen onder de gemeente 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬. 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐜𝐡𝐭𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 Naast de grote aankoop door de Jonkheer werden de volgende percelen toegewezen: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐄, nummer 𝟏𝟗𝟏, groot 𝟐𝟖 aren en 𝟗𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐋𝐞𝐯𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐤 voor ƒ 𝟓𝟖𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟐: Bouwland in de 𝐕𝐨𝐠𝐞𝐥𝐬𝐩𝐚𝐧 te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐄, nummer 𝟔𝟖𝟑 en 𝟖𝟓𝟒. Verkocht aan 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤 voor ƒ 𝟐𝟒𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐄, nummers 𝟕𝟑𝟎, 𝟕𝟑𝟏 en 𝟕𝟑𝟐, groot 𝟗𝟕 aren en 𝟏𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐦𝐩𝐬𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫 voor ƒ 𝟑𝟕𝟔,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟒: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐄, nummer 𝟗𝟖𝟕, groot 𝟐𝟔 aren en 𝟗𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤 voor ƒ 𝟑𝟓𝟓,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟓: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐄, nummers 𝟏𝟏𝟑𝟐 en 𝟏𝟏𝟑𝟑, groot 𝟖𝟗 aren. Verkocht aan 𝐋𝐞𝐯𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐤 voor ƒ 𝟏.𝟏𝟎𝟓,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟔: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐅, nummers 𝟏𝟐𝟎, 𝟏𝟏𝟑𝟕, 𝟏𝟏𝟑𝟖, 𝟏𝟏𝟑𝟗 en 𝟏𝟐𝟓𝟔, groot 𝟏 hectare, 𝟓𝟒 aren en 𝟗𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐋𝐞𝐯𝐢𝐞 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐤 voor ƒ 𝟏.𝟓𝟒𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummers 𝟐𝟓𝟑 en 𝟐𝟓𝟒, groot 𝟖𝟕 aren. Verkocht aan 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐀𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭 voor ƒ 𝟒𝟏𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummers 𝟐𝟔𝟐, 𝟐𝟔𝟑 en 𝟐𝟔𝟒, groot 𝟒𝟗 aren en 𝟏𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫 voor ƒ 𝟓𝟎𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟗: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummers 𝟐𝟖𝟔 en 𝟐𝟖𝟕, groot 𝟓𝟕 aren en 𝟏𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐓𝐞𝐫𝐤 voor ƒ 𝟑𝟑𝟓,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟎: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummers 𝟑𝟑𝟎, 𝟑𝟑𝟏, 𝟑𝟑𝟐 en 𝟑𝟑𝟑, groot 𝟗𝟑 aren en 𝟓𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐬 voor ƒ 𝟒𝟐𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟏: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐊, nummer 𝟓𝟏𝟖, groot 𝟑𝟗 aren en 𝟓𝟒 centiaren. Verkocht aan 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫 voor ƒ 𝟐𝟐𝟓,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟐: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummers 𝟓𝟗/𝟏 en 𝟓𝟗/𝟐, groot 𝟐𝟖 aren en 𝟗𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐁𝐚𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐨𝐨𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝 voor ƒ 𝟑𝟕𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟑: Bouwland te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, sectie 𝐈, nummer 𝟏𝟐𝟒, groot 𝟏 hectare, 𝟔𝟓 aren en 𝟗𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐒𝐦𝐞𝐞𝐫 voor ƒ 𝟐𝟑𝟓,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟒: Hooiland te 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧, sectie 𝐂, nummer 𝟖𝟓𝟕, groot 𝟑𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐁𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫 voor ƒ 𝟏.𝟏𝟓𝟎,-. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟓: Hooiland te 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧, sectie 𝐂, nummers 𝟖𝟗𝟎 en 𝟖𝟗𝟏, groot 𝟑𝟖 aren en 𝟒𝟎 centiaren. Verkocht aan 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫𝐬 voor ƒ 𝟏.𝟏𝟎𝟓,-. De akte werd afgesloten en bekrachtigd door de notaris en de getuigen 𝐕𝐨𝐥𝐤𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐢𝐠𝐞𝐧 en 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐎𝐭𝐭𝐞𝐧. 🖋️ Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 34-4.
𝐃𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 Uit de nauwkeurige registers van de registratie in het kantoor te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 blijkt dat er in het jaar 𝟏𝟖𝟕𝟔 een reeks cruciale juridische handelingen plaatsvond ter voorbereiding op de grote herverkaveling van het landgoed 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟕𝟔 werd een belangrijke akte opgemaakt door 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐭, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🏛️ De verkoping vond plaats in het lokaal van de openbare verkopingen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, gevestigd aan de 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫 𝐒𝐢𝐧𝐭 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫, wijk 𝐅, nummer 𝟐𝟔𝟑. Dit was het toneel waar de Utrechtse adel en gegoede burgerij bijeenkwamen om te bieden op de nalatenschap van een van de meest invloedrijke families uit de regio. De inzet van de veiling was bepaald op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔, met de definitieve afslag op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔. 🌳 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐄𝐫𝐟𝐠𝐞𝐧𝐚𝐦𝐞𝐧 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦 De verkoop werd geïnitieerd door de gezamenlijke erfgenamen, die elk hun eigen belangen en rechten binnen de nalatenschap vertegenwoordigden. De volgende personen worden in de documenten expliciet genoemd: • 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐒𝐭𝐨𝐫𝐲 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐥𝐨𝐤𝐥𝐚𝐧𝐝, zonder beroep, weduwe van de heer 𝐌𝐚𝐮𝐫𝐢𝐭𝐬 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦, wonende op het huis 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 te 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤. Zij handelde als centrale spil in de afwikkeling, zowel voor haarzelf als in haar hoedanigheid van moeder en wettelijk vertegenwoordigster. • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐚 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦, zonder beroep, wonende te 𝐇𝐚𝐫𝐝𝐞𝐫𝐰𝐢𝐣𝐤, echtgenote van de heer 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫𝐯𝐞𝐥𝐭 𝐒𝐚𝐧𝐝𝐛𝐞𝐫𝐠. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦, zonder beroep, wonende op het huis 𝐁𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 te 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤, echtgenote van de heer 𝐇𝐚𝐫𝐫𝐢𝐣𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐞𝐬𝐭. • 𝐍𝐢𝐜𝐨𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦, zonder beroep, wonende op het huis 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 te 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐞𝐞𝐫, klerk wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, eveneens als getuige belast met de controle op het proces. 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐛𝐞𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 Het hart van de veiling was zonder twijfel het eigenlijke landgoed, in de akte omschreven als 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏. Dit perceel was een wereld op zich en omvatte het herenhuis met koetshuis, stallen, een tuinmanswoning met oranjerie, een complete boerderij, diverse getimmerten, tuinen, boomgaarden, parken met vijvers en monumentale lanen. 🏡 • 𝟑𝟒𝟎 (bruine aanmaak) - groot 𝟖 aren en 𝟑𝟖 centiaren. • 𝟑𝟒𝟏 (pleziertuin) - groot 𝟒𝟎 aren en 𝟒𝟎 centiaren. • 𝟑𝟒𝟐 (tuin) - groot 𝟏𝟗 aren en 𝟕𝟎 centiaren. • 𝟑𝟒𝟑 (lustbos) - groot 𝟏𝟐 aren en 𝟓𝟎 centiaren. • 𝟑𝟒𝟒 (huis en erf) - groot 𝟕𝟓 aren. • 𝟑𝟒𝟔 (lustbos) - groot 𝟒𝟖 aren en 𝟑𝟎 centiaren. • 𝟑𝟒𝟕 (huis en schuur) - groot 𝟑𝟏 aren en 𝟔𝟗 centiaren. • 𝟑𝟒𝟖 (boomgaard) - groot 𝟐𝟓 aren en 𝟒𝟎 centiaren. • 𝟑𝟓𝟎 (tuin) - groot 𝟏𝟑 aren. • 𝟑𝟓𝟏 (tuin) - groot 𝟒𝟖 aren en 𝟐𝟎 centiaren. • 𝟑𝟓𝟑 (𝐡𝐚𝐤𝐡𝐨𝐮𝐭) - groot 𝟕 hectaren, 𝟔𝟐 aren en 𝟏𝟎 centiaren. • 𝟑𝟓𝟒 (laan) - groot 𝟏𝟒 aren en 𝟖𝟎 centiaren. Naast dit centrale deel strekte het bezit zich uit tot in de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐝𝐭, met name in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, waar percelen zoals 𝟔𝟎𝟗 (hakhout), 𝟔𝟏𝟎 (bouwland) en 𝟔𝟏𝟏 (weiland) werden aangeboden. De totale omvang van het goed was duizelingwekkend en bepaalde voor een groot deel het aanzien van de regio. 🌳🐄 𝐃𝐞 𝐑𝐨𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐣𝐡𝐫. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 Een van de meest opvallende kopers tijdens de veilingdagen in 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔 was de HoogWelGeboren Heer 𝐣𝐡𝐫. 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de eigenaar van het naburige landgoed 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Zijn interesse lag vooral bij de percelen die direct grensden aan zijn eigen territorium, om zo een aaneengesloten domein te creëren. 🏰 • 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟐𝟗: Bestaande uit de kadastrale nummers 𝟑𝟓𝟗 (dennenbos), 𝟑𝟔𝟎 (heide) en 𝟑𝟔𝟏 (weg). Voor dit omvangrijke kavel deed hij een winnend bod van ƒ 𝟒.𝟐𝟎𝟎 ,-. • 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟎: Omvattende de nummers 𝟑𝟔𝟐 (dennenbos) en 𝟑𝟔𝟑 (hakhout). Dit perceel werd toegewezen voor een bedrag van ƒ 𝟏.𝟖𝟓𝟎 ,-. • 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟏: Bestaande uit de nummers 𝟑𝟔𝟒 (hakhout) en 𝟑𝟔𝟓 (dennenbos). Hier bedroeg het verkoopbedrag ƒ 𝟐.𝟏𝟎𝟎 ,-. • 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐: Inclusief de nummers 𝟑𝟔𝟔 (hakhout) en 𝟑𝟔𝟕 (laan/weg), waarvoor hij ƒ 𝟗𝟓𝟎 ,- neertelde. Door deze gerichte aankopen verzekerde de heer 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 zich van de controle over de wegen en de houtopbrengsten in het grensgebied tussen beide landgoederen. 💰🌳 𝐁𝐞𝐬𝐭𝐮𝐮𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞. 𝐊𝐚𝐧𝐭𝐨𝐨𝐫 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐀𝐟𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐟𝐭 𝐞𝐞𝐧𝐞𝐫 𝐝𝐞𝐜𝐥𝐚𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐠𝐞𝐝𝐚𝐚𝐧 𝐢𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐫𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐥𝐨𝐨𝐩𝐢𝐠𝐞 𝐚𝐚𝐧𝐠𝐢𝐟𝐭𝐞𝐧. In het jaar 𝐚𝐜𝐡𝐭𝐭𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝 𝐳𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐳𝐞𝐯𝐞𝐧𝐭𝐢𝐠, op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝐝𝐞𝐧 𝐧𝐞𝐠𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞𝐧𝐝𝐞𝐧 𝐀𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 (𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟕𝟔), verscheen voor mij, 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐭, notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de gemachtigde van de erfgenamen. Er werd verklaard dat op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝐝𝐞𝐧 𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐒𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 (𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔) bij inzet en op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝐝𝐞𝐧 𝐭𝐰𝐞𝐞 𝐞𝐧 𝐭𝐰𝐢𝐧𝐭𝐢𝐠𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐒𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 (𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔) bij afslag, de openbare verkoop zou plaatsvinden van het landgoed 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 📜 De verkoop geschiedde onder strikte voorwaarden, vastgelegd in een reeks artikelen die de rechten en plichten van de kopers definieerden. Enkele opvallende bepalingen uit de transcriptie zijn: 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟔: De kopers van de percelen 𝟒𝟒, 𝟒𝟓, 𝟔𝟎 en 𝟔𝟏 zijn verplicht de lopende brandverzekeringen bij de 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐢𝐣𝐬𝐬𝐞𝐥𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 over te nemen en de premies vanaf de dag van toewijzing te vergoeden. 🔥📑 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟏𝟓: Voor percelen waarop het 'Ridderveensche tiend' rust, zal de koper de jaarlijkse verplichtingen aan de tiendheffer moeten voldoen, zonder aanspraak op vermindering van de kooppenningen. 🌾 De totale som van de inzetten op de eerste veilingdag was indrukwekkend, waarbij bedragen zoals ƒ 𝟏.𝟒𝟎𝟖,𝟖𝟎 ,- werden genoteerd voor specifieke deelkavels. De aanwezigheid van gemachtigde 𝐦𝐫. 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐓𝐞𝐦𝐦𝐢𝐧𝐜𝐤 was cruciaal om de biedingen officieel te bekrachtigen. 💰 𝐏𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐄𝐜𝐨𝐧𝐨𝐦𝐢𝐬𝐜𝐡 𝐆𝐞𝐛𝐫𝐮𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧 Het landgoed was niet louter een adellijk buitenverblijf; het was een draaiende economische eenheid. De akte geeft een gedetailleerd overzicht van de lopende pachtcontracten, wat inzicht biedt in de bewoning en het gebruik van de bijgebouwen: • Een woning met bouwland was in gebruik bij 𝐃. 𝐊𝐨𝐤 voor ƒ 𝟓𝟎 ,- per jaar. 𝐃𝐞 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 Om de herkomst van het bezit te duiden, besteedt de akte uitgebreid aandacht aan de wijze waarop de familie 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦 aan deze gronden was gekomen. De verkopers verklaarden dat de onroerende goederen hen waren aangekomen uit de nalatenschap van hun echtgenoot en vader. Deze had de goederen deels verkregen door erfenis, maar een significant deel was ook aangekocht. 📜⏳ 𝐃𝐞 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐊𝐚𝐚𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝟏𝟖𝟕𝟔: 𝐄𝐞𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫𝐰𝐞𝐫𝐤 De kaart van landmeter 𝐂. 𝐖. 𝐒𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐝𝐢𝐣𝐤 is een cruciaal onderdeel van de analyse. Hierop zijn de percelen niet alleen genummerd, maar ook voorzien van kleurcodes die het type landgebruik aangeven. De percelen 𝟐𝟗, 𝟑𝟎, 𝟑𝟏 en 𝟑𝟐, die door 𝐣𝐡𝐫. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 werden aangekocht, vormen een duidelijke gordel van bos en heide die de overgang markeert tussen het parklandschap van 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 en de meer woeste gronden van 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 🗺️🎨 𝐃𝐞 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐚𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞 𝐓𝐨𝐞𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 Op de uiteindelijke verkoopdag, 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟔, werd de kaart van het landgoed definitief hertekend. Terwijl de familie 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦 afscheid nam van grote delen van hun bezit, legden kopers zoals de heer 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 de fundamenten voor de verdere ontwikkeling van hun eigen landgoederen. 🤝🏛️ De rol van de notaris 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐭 kan hierbij niet worden onderschat. Zijn nauwgezette vastlegging van de biedprijzen, de persoonsgegevens van de kopers en de exacte grenzen van de percelen vormt vandaag de dag een onschatbare bron voor historisch en kadastraal onderzoek. Het landgoed 𝐄𝐲𝐜𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, hoewel kleiner geworden na deze veiling, bleef een baken in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug. 📜✨ 𝐒𝐚𝐦𝐞𝐧𝐯𝐚𝐭𝐭𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐥𝐮𝐬𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐧𝐚𝐥𝐲𝐬𝐞 De veiling van 𝟏𝟖𝟕𝟔 was meer dan een zakelijke transactie; het was een herordening van de sociale en geografische verhoudingen in 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 en 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐝𝐭. De betrokkenheid van prominente figuren zoals 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐒𝐭𝐨𝐫𝐲 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐥𝐨𝐤𝐥𝐚𝐧𝐝, 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐄𝐲𝐜𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐮𝐲𝐥𝐢𝐜𝐡𝐞𝐦 en 𝐣𝐡𝐫. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 illustreert de belangen die op het spel stonden. Met bedragen die tot in de duizenden guldens liepen — een fortuin in die tijd — en een oppervlakte die vele hectaren besloeg, markeerde deze gebeurtenis het einde van een tijdperk en het begin van een nieuwe fase voor het landhuis en zijn omgeving. De precisie van de kadastrale nummers, van 𝟑𝟒𝟎 tot 𝟔𝟏𝟏, en de zorgvuldige vermelding van de dagtekening — van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟕𝟔 tot de uiteindelijke afslag — maken dit dossier tot een levend monument van de negentiende-eeuwse rechtspraktijk. 🎓📜 Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 34-4.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐉𝐚𝐜𝐡𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟖 verscheen de weledelgeboren heer 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬 voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐠𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De verkoper verklaarde in volle en vrije eigendom te hebben verkocht het jachtrecht op een aanzienlijke hoeveelheid landerijen aan de weledelgeboren vrouwe 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐚 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐨𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Zij liet zich bij deze rechtshandeling vertegenwoordigen door haar broer, die als gemachtigde optrad. 🏛️ Het betreft specifiek het jachtrecht op gronden die eigendom zijn van de koopster, gelegen onder de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. De verkoper deed hierbij formeel afstand van alle aanspraken op dit recht voor zichzelf en zijn rechtverkrijgenden. De levering en het genot van de jacht gaan in per 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟗, waarbij de jacht tot die tijd nog aan de verkoper verblijft. 🦌 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐁𝐞𝐫𝐧a𝐫𝐝 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬, zonder beroep, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (Verkoper). • 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, lid van de Provinciale Staten en van de Gemeenteraad van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (Gemachtigde voor de koopster). 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 De rechten hebben betrekking op een omvangrijk areaal in de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, onderverdeeld in de volgende secties en nummers: 🗺️ • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧: 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, nummers 𝟕𝟔, 𝟕𝟕 en 𝟑𝟏𝟒; 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummers 𝟐𝟎 tot en met 𝟐𝟓, 𝟒𝟕, 𝟒𝟖, 𝟔𝟐, 𝟗𝟑, 𝟏𝟏𝟎, 𝟏𝟏𝟏, 𝟏𝟐𝟏, 𝟏𝟐𝟐, 𝟏𝟖𝟗 en 𝟏𝟗𝟎; 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, nummers 𝟐, 𝟓𝟕, 𝟓𝟖, 𝟐𝟎𝟔, 𝟐𝟖𝟕, 𝟐𝟖𝟖, 𝟐𝟖𝟗, 𝟑𝟎𝟖, 𝟑𝟎𝟗, 𝟑𝟏𝟎 en 𝟑𝟑𝟏. De totale grootte van deze percelen bedraagt 𝟔𝟏 hectaren, 𝟖𝟗 aren en 𝟗𝟒 centiaren. De verkoper heeft de eigendom van de 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧, waaronder dit jachtrecht behoort, verkregen als enige erfgenaam van de heer 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐑𝐚𝐯𝐞𝐞, heer van 𝐝𝐞𝐧 𝐄𝐧𝐠𝐡. Dit bleek uit een besloten testament dat op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟑𝟏 werd gedeponeerd bij 𝐦𝐫. 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De overdracht van de ridderhofstad zelf vond plaats via een publieke veiling op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟐. 🏰 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De koop en verkoop van dit jachtrecht is geschied voor een bedrag van ƒ 𝟓𝟎𝟎,-. De notaris bevestigt dat dit bedrag op de dag van het passeren van de akte is voldaan aan de verkoper. Voor de registratie van deze akte te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟖 werd een totaalbedrag aan rechten en kosten betaald van ƒ 𝟐𝟕,𝟔𝟎,-. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 34-4.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐞 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐳𝐢𝐠𝐭 🏡 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟖𝟎 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐧, notaris residerende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, de heer 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐓𝐫𝐢𝐬𝐭, die optrad als lasthebber van de hoogedelgeboren heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. De volmacht voor deze transactie was reeds op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟗 onderhands vastgelegd. In dit officiële document wordt de overdracht beschreven van een statig buitenverblijf genaamd 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐳𝐢𝐠𝐭. Het betreft een aanzienlijk bezit bestaande uit een herenhuis, stalling, koetshuis, tuin, erf en verdere toebehoren. De verkoop markeert een belangrijke wisseling van eigendom voor dit markante object in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. 🌳 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 In de akte worden de volgende personen genoemd als hoofdrolspelers bij de koop en verkoop: • Gemachtigde van de verkoper: de heer 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐓𝐫𝐢𝐬𝐭, rentmeester, wonende te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. • Koper: de heer 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐟, zonder beroep, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • Getuige: de heer 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, veldwachter, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • Getuige: de heer 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐮𝐦, tapper, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 📍 Het verkochte vastgoed is gelegen aan de 𝐏𝐞𝐧𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 en staat kadastraal bekend als volgt: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐋, nummer 𝟓𝟏 (huis en tuin), groot twaalf roeden en tachtig ellen. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De verkoper had dit perceel eerder in eigendom verkregen door de aankoop van mevrouw 𝐒𝐨𝐩𝐡𝐢𝐚 𝐀𝐛𝐛𝐞𝐛𝐨𝐮𝐭, weduwe van de heer 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬 𝐝𝐞 𝐑𝐮𝐢𝐭𝐞𝐫. Deze eerdere transactie vond plaats op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟑𝟓 ten overstaan van notaris 𝐦𝐫. 𝐓𝐞𝐮𝐧𝐢𝐬 𝐏𝐞𝐧 te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Archief Eemland
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op woensdag 22 maart 1882 kwam men bijeen te 's-Gravenhage, in het pand aan het Noordeinde nummer 30, voor het verlijden van een omvangrijke notariële akte. Deze handeling vond plaats ten overstaan van de weledelgeboren heer 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐂𝐚𝐭𝐨 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐄𝐢𝐤𝐞𝐧𝐝𝐚𝐥, notaris met als standplaats '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞. De akte betreft de boedelscheiding en deels de verkoop van de nalatenschappen van wijlen de hoogwelgeboren vrouwe Leopoldina Antoninetta Steenberghe (weduwe van jonkheer Charles Théodore Jean Bosch van Drakestein) en haar zuster, de hoogwelgeboren jonkvrouwe Eulalie Augusta Steenberghe. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen zijn in deze akte opgenomen als erfgenamen, verkopers of kopers: • De weledelgeboren jonkvrouwe 𝐄𝐬𝐭𝐡𝐞𝐫 𝐆𝐡𝐢𝐬𝐥𝐚𝐢𝐧𝐞 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, meerderjarige ongehuwde particuliere, wonende te 's-Gravenhage. • Mevrouw 𝐒𝐨𝐩𝐡𝐫𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐆𝐡𝐢𝐬𝐥𝐚𝐢𝐧𝐞 𝐝𝐞 𝐒𝐨𝐧𝐧𝐚𝐯𝐢𝐥𝐥𝐞, geboren 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, zonder beroep en weduwe van de weledelgeboren heer Johannes Antonius de Sonnaville, wonende te 's-Gravenhage. • De hoogedelgestrenge heer 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, gepensioneerd generaal-majoor der artillerie en adjudant van de Koning in buitengewone dienst, wonende te 's-Gravenhage. • De hoogedelgestrenge heer 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐌𝐚𝐱𝐢𝐦𝐢𝐥𝐢𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, generaal-majoor en commandant van de vestingartillerie, wonende te 's-Gravenhage. • De hoogwelgeboren vrouwe 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐎𝐝𝐢𝐥𝐞 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐢𝐧𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep en wonende te 's-Gravenhage, echtgenote van de heer Henri Maximilien Steenberghe (gehuwd buiten gemeenschap van goederen), optredend als de koopster van de onroerende goederen. 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 De kern van de transactie is de buitenplaats genaamd "𝐒𝐭𝐞𝐫𝐫𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠", bestaande uit een herenhuis, stal, koetshuis, tuinmanswoning en diverse terreinen van vermaak, gelegen onder de gemeenten Zeist en Soest aan de straatweg van Utrecht naar Amersfoort. 🌳 De betrokken percelen zijn als volgt kadastraal geregistreerd: 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐄) • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟖𝟎: hakhout, groot 16 are en 90 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟕𝟖: hakhout, groot 11 are. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟕𝟗: heide en bouwland, groot 1 hectare, 85 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟕𝟕: hakhout, groot 46 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟎𝟏: dennenbos en hakhout, groot 3 hectare, 6 are en 10 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟎𝟐: hakhout, groot 87 are en 5 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟎𝟑: dennenbos, groot 4 hectare, 40 are en 20 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟓: dennenbos, groot 3 hectare, 18 are en 90 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟔: dennenbos, groot 3 hectare, 69 are. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟒: dennenbos, groot 3 hectare, 22 are en 30 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟑: dennenbos, groot 3 hectare, 6 are en 90 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟏: dennenbos, groot 1 hectare en 24 are. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟐: heide, groot 1 hectare, 74 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟑𝟐𝟎: dennenbos, groot 5 hectare, 56 are en 10 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖𝟗: dennenbos, groot 6 hectare, 19 are en 30 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟔𝟓, 𝟏𝟔𝟒 (𝐠𝐞𝐝), 𝟏𝟔𝟔 (𝐠𝐞𝐝), 𝟏𝟕𝟐 (𝐠𝐞𝐝) 𝐞𝐧 𝟏𝟕𝟑 (𝐠𝐞𝐝): diverse bos- en hakhoutgronden. 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, 𝐀 𝐞𝐧 𝐃) • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖𝟒 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): dries, groot 8 hectare, 40 are en 60 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖𝟓 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): dennenbos en hakhout, groot 1 hectare, 70 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟒𝟓 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): dennenbos, groot 1 hectare, 20 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖𝟕 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): hakhout, groot 1 hectare en 18 are. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟖𝟖 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): weg, groot 1 hectare, 33 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟑 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): boombosch en hakhout, groot 77 are. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟒 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): heide, groot 1 hectare, 65 are en 60 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏𝟗𝟏 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): bouwland, groot 1 hectare, 43 are en 10 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟔 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): dennenbos, groot 3 hectare en 70 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟕 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): bouwland, groot 11 are en 70 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟎 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): bouwland, groot 3 hectare en 40 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟓 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): hakhout, groot 2 hectare, 80 are en 70 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟕𝟓-𝐛𝐢𝐬 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂): hakhout, groot 1 hectare, 34 are en 50 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟓𝟏𝟗 𝐞𝐧 𝟓𝟐𝟎 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀): hakhout en dennenbos, respectievelijk 79 are 30 centiare en 67 are 30 centiare. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟓𝟐𝟑 𝐭/𝐦 𝟓𝟑𝟎, 𝟐𝟑𝟎, 𝟐𝟑𝟏, 𝟐𝟑𝟑, 𝟐𝟕𝟔 𝐭/𝐦 𝟐𝟕𝟖 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀 𝐞𝐧 𝐂): onderdeel van de koop van Sterrenberg. 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐨𝐯𝐞𝐫 𝐖𝐞𝐠𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 In de akte zijn specifieke bepalingen opgenomen aangaande het recht van overpad en de toegang tot de verschillende percelen: • Er wordt expliciet vermeld dat de verkochte percelen nummer 𝟏𝟕𝟐 en 𝟏𝟕𝟑 van Sectie E (Soest) belast worden met het recht van weg om over de bestaande straatweg te komen ten behoeve van de respectievelijke percelen die ten noorden en zuiden daarvan gelegen zijn. • Dit wegrecht is specifiek bedoeld ten behoeve van de overige gedeelten van perceel 172 en de percelen 171, 170 en 169 (Sectie E, Soest) en de nummers 520 en 519 (Sectie A, Zeist), welke zijn toebedeeld aan de heer Henri Maximilien Steenberghe. • Tevens geldt dit recht ten behoeve van de percelen 180, 179, 177, 178, 101, 182 en 183 (Sectie E, Soest) en de nummers 85, 84, 87, 88 en 457 (Sectie C, Zeist), welke zijn toebedeeld aan mevrouw Sophronie Ghislaine de Sonnaville. 🛣️ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 De koopster, Pauline Odile Wilhelmina Bosch van Drakestein, verwierf de aandelen in deze goederen voor een volledig uitgeschreven bedrag van ƒ 𝟐𝟖.𝟗𝟕𝟓 (achtentwintigduizend negenhonderdvijfenzeventig gulden). De totale registratie- en notariskosten voor de afwikkeling bedroegen ƒ 2.120,54. 💰 De geschiedenis van de objecten voert terug naar de eerdere verkrijging door de familie. De goederen kwamen in bezit van de verkopers via de nalatenschap van hun zusters. Leopoldina Antoninetta Steenberghe overleed op vrijdag 14 januari 1882 te 's-Gravenhage. Zij was de weduwe van jonkheer Charles Théodore Jean Bosch van Drakestein, die reeds op maandag 14 april 1856 was overleden. De oorspronkelijke verkrijging van een deel van de goederen door de heer Bosch van Drakestein vond plaats via een publieke koopconditie voor het Hof van Utrecht op zaterdag 18 juni 1805. 📜 De akte werd na volledige voorlezing ondertekend door alle comparanten en de notaris. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟑 verschenen de partijen voor 𝐦𝐫. 𝐒𝐞𝐛𝐚𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐦𝐛𝐢𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐨𝐨𝐭𝐞𝐧, notaris ter standplaats Soest. Centraal in deze akte staat de verkoop van omvangrijke percelen grond door de 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐨𝐮𝐰𝐭𝐞𝐫𝐫𝐞𝐢𝐧-𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣. De verkopende partij werd vertegenwoordigd door haar voorzitter en secretaris. De koper is een hooggeplaatste functionaris, namelijk de Commissaris des Konings in de provincie Noord-Brabant. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐌𝐚𝐮𝐫𝐢𝐭𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐚𝐥𝐥, wonende te Amsterdam, optredend als voorzitter van de 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐨𝐮𝐰𝐭𝐞𝐫𝐫𝐞𝐢𝐧-𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣. • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐄𝐥𝐢𝐧𝐤 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐮𝐫𝐦𝐚𝐧, wonende te Baarn, optredend als secretaris van de 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐨𝐮𝐰𝐭𝐞𝐫𝐫𝐞𝐢𝐧-𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, wonende te 's-Hertogenbosch, koper van de percelen. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 🌳 De transactie betreft twee grote complexen grond gelegen in de gemeente Zeist: 𝟐. Een perceel grond met beplantingen genaamd "𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐥𝐭𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐤𝐤𝐞𝐫𝐬" en "𝐝𝐞 𝐧𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞 𝐰𝐞𝐢", groot 14 hectare en 43 are. Kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, nummers 10, 11, 12 en 13, en gedeelten van de nummers 31 en 32. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De totale koopsom voor deze uitgestrekte terreinen bedraagt ƒ 8.400,-. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Archief Eemland
D𝗲 𝗱𝗲𝗳𝗶𝗻𝗶𝘁𝗶𝗲𝘃𝗲 𝘁𝗼𝗲𝘄𝗶𝗷𝘇𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗯𝗼𝗲𝗿𝗲𝗻𝗵𝗼𝗳𝘀𝘁𝗲𝗱𝗲 "𝗱𝗲 𝗟𝗮𝗻𝗴𝗲 𝗞𝗮𝗺𝗽" 🏡 Na de eerdere provisionele zitting vond de finale afronding plaats op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟳 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟴𝟴𝟯, De bijeenkomst werd gehouden in het logement "De Posthoorn" te Ede, ten overstaan van de 𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱𝗽𝗹𝗮𝗮𝘁𝘀 𝗘𝗱𝗲 𝗻𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀 𝗺𝗿. 𝗪𝗶𝗹𝗹𝗲𝗺 𝗙𝗿𝗲𝗱𝗿𝗶𝗰𝗸 𝗝𝗮𝗰𝗼𝗯 𝗙𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲𝗿. Tijdens deze zitting werd beslist over de definitieve gunning van de diverse percelen onroerend goed die eerder in de verkoop waren gebracht. 𝗯𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗽𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗴𝗲𝗺𝗮𝗰𝗵𝘁𝗶𝗴𝗱𝗲𝗻 🤝 De volgende personen waren bij deze rechtshandeling betrokken als verkoper, koper of gemachtigde: • 𝗱𝗲 𝗪𝗲𝗹𝗲𝗱𝗲𝗹𝗴𝗲𝘀𝘁𝗿𝗲𝗻𝗴𝗲 𝗛𝗲𝗲𝗿 𝗺𝗿. 𝗔𝗯𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁 𝗛𝗲𝗻𝗿𝗶 𝗙𝗿𝗮𝗻ç𝗼𝗶𝘀 𝗪𝗼𝘂𝘁𝗲𝗿 𝗗𝘂 𝗕𝗼𝗶𝘀, advocaat-notaris wonende te Utrecht, optredend als gemachtigde van de verkoopster. • 𝗱𝗲 𝗛𝗼𝗼𝗴𝘄𝗲𝗹𝗴𝗲𝗯𝗼𝗿𝗲𝗻 𝗩𝗿𝗼𝘂𝘄 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗔𝘂𝗴𝘂𝘀𝘁𝗮 𝗖𝗲𝗰𝗶𝗹𝗶𝗮 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻, zonder beroep, wonende te Driebergen, zijnde de verkoopster. • 𝗱𝗲 𝗛𝗲𝗲𝗿 𝗔𝗻𝘁𝗵𝗼𝗻𝗶𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗖𝗿𝗮𝗮𝘁𝘀, binnenvader wonende te Ede, die optrad als koper van de hoofdmassa. • 𝗱𝗲 𝗛𝗲𝗲𝗿 𝗝𝗮𝗻 𝗕𝗼𝘃𝗲𝗻, landbouwer wonende te Ede, die als koper van het vierde perceel optrad. • 𝗱𝗲 𝗛𝗲𝗲𝗿 𝗗𝗶𝗿𝗸 𝗛𝗼𝗳𝗳𝗺𝗮𝗻𝗻, kandidaat-notaris wonende te Ede, aanwezig als getuige. • 𝗱𝗲 𝗛𝗲𝗲𝗿 𝗕𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗦𝗰𝗵𝗮𝗿𝗿𝗲𝗻𝗯𝘂𝗿𝗴, landbouwer wonende te Ede, eveneens aanwezig als getuige. 𝘃𝗲𝗿𝗸𝗼𝗼𝗽𝗿𝗲𝘀𝘂𝗹𝘁𝗮𝘁𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗯𝗲𝗱𝗿𝗮𝗴𝗲𝗻 💰 De veiling resulteerde in een succesvolle verkoop waarbij de percelen zowel afzonderlijk als in massa werden gegund. De uiteindelijke resultaten waren als volgt: • 𝗘𝗲𝗿𝘀𝘁𝗲 𝗽𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹: Ingezet door Anthonie van de Craats voor 5300 gulden en verhoogd met 1200 gulden tot een totaal van 𝟲𝟱𝟬𝟬 gulden. • 𝗧𝘄𝗲𝗲𝗱𝗲 𝗽𝗲𝗿𝗰𝗲eel: Ingezet door Anthonie van de Craats voor 2750 gulden en verhoogd met 650 gulden tot een totaal van 𝟯𝟰𝟬𝟬 gulden. • 𝗗𝗲𝗿𝗱𝗲 𝗽𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹: Ingezet door Anthonie van de Craats voor 550 gulden en verhoogd met 150 gulden tot een totaal van 𝟳𝟬𝟬 gulden. • 𝗩𝗶𝗲𝗿𝗱𝗲 𝗽𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹: Ingezet door Jan Boven voor 400 gulden en verhoogd met 100 gulden tot een totaal van 𝟱𝟬𝟬 gulden. Uiteindelijk werd de 𝗚𝗲𝗻𝗲𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗠𝗮𝗮𝘀𝗳𝗮 (de combinatie van de eerste drie percelen) samen met het vierde perceel definitief gegund aan 𝗔𝗻𝘁𝗵𝗼𝗻𝗶𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗖𝗿𝗮𝗮𝘁𝘀 voor een totaalbedrag van 𝟭𝟭𝟴𝟬𝟬 gulden. Dit bedrag werd gevormd door een inzet van 11000 gulden en een verhoging van 800 gulden. Hier bovenop kwamen nog verhogingen tijdens de laatste zitting van respectievelijk 1500, 800 en 2200 gulden voor de verschillende onderdelen. 𝗸𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗼𝗺𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝘃𝗶𝗻𝗴 𝗲𝗻 𝗵𝗶𝘀𝘁𝗼𝗿𝗶𝗲 📜 De verkochte goederen betreffen de boerenhofstede "𝗱𝗲 𝗟𝗮𝗻𝗴𝗲 𝗞𝗮𝗺𝗽" gelegen in Veldhuizen, gemeente Ede. De percelen zijn kadastraal bekend als 𝗚𝗲𝗺𝗲𝗲𝗻𝘁𝗲 𝗘𝗱𝗲, 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, met onder andere de nummers 𝟲𝟲𝟮, 𝟲𝟳𝟲, 𝟲𝟳𝟴, 𝟲𝟳𝟵, 𝟲𝟴𝟱, 𝟳𝟮𝟬, 𝟭𝟬𝟬𝟰, 𝟭𝟬𝟬𝟱, 𝟭𝟬𝟬𝟴, 𝟭𝟬𝟭𝟲, 𝟭𝟬𝟭𝟳, 𝟭𝟬𝟭𝟵, 𝟭𝟬𝟮𝟬, 𝟭𝟬𝟮𝟭, 𝟭𝟬𝟮𝟮, 𝟭𝟬𝟮𝟯, 𝟭𝟬𝟮𝟰, 𝟭𝟭𝟭𝟯, 𝟭𝟭𝟭𝟰, 𝟭𝟯𝟯𝟯, 𝟭𝟯𝟯𝟰, 𝟭𝟯𝟯𝟱, 𝟭𝟯𝟯𝟲 en 𝟭𝟯𝟯𝟳. De totale oppervlakte van de hofstede met bijbehorende landen bedroeg ruim 𝟯𝟰 𝗵𝗲𝗰𝘁𝗮𝗿𝗲𝗻. De verkoopster, Jonkvrouwe Augusta Cecilia Bosch van Drakestein, had deze goederen verkregen uit de nalatenschap van 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗟𝗼𝗱𝗲𝘄𝗶𝗷𝗸 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱𝘂𝘀 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻. Een deel van de hofstede was ten tijde van de verkoop verhuurd aan 𝗪𝗶𝗹𝗹𝗲𝗺 𝘃𝗮𝗻 𝗩𝗲𝗹𝗱𝗵𝘂𝗶𝘇𝗲𝗻 voor een bedrag van 𝟰𝟬𝟱 gulden per jaar, een contract dat liep tot februari 𝟭𝟴𝟴𝟴. De jachtrechten op het terrein bleven voorbehouden aan de respectievelijke kopers vanaf het seizoen 𝟭𝟴𝟴𝟰. De akte werd uiteindelijk geregistreerd te Wageningen op 𝗮𝗰𝗵𝘁𝘁𝗶𝗲𝗻 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝗮𝗰𝗵𝘁𝘁𝗶𝗲𝗻 𝗵𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝗱 𝗱𝗿𝗶𝗲 𝗲𝗻 𝘁𝗮𝗰𝗵𝘁𝗶𝗴 (𝗱𝗶𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟴 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟴𝟴𝟯). 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 📜 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒, verscheen voor de notaris in 𝐋𝐮𝐧𝐭𝐞𝐫𝐞𝐧 een bijzondere zaak betreffende een eigendomsoverdracht. In de vroege ochtenduren kwamen de partijen bijeen om een officiële akte van scheiding en deling te laten vastleggen, waarbij de eigendomsrechten van een specifiek perceel werden herzien. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen waren bij deze rechtshandeling betrokken: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die optrad als de ene partij in deze verdeling. 🏠 • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐞𝐲, wonende te 𝐋𝐮𝐧𝐭𝐞𝐫𝐞𝐧, gemeente 𝐄𝐝𝐞, die als de andere partij de afspraken bekrachtigde. 🏠 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐝𝐢𝐠 𝐓𝐨𝐞𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 ⚖️ De akte werd verleden ten overstaan van de deskundige notaris: • 𝐦𝐫. 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐩𝐡𝐚𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐫𝐚𝐝, notaris residerende te 𝐋𝐮𝐧𝐭𝐞𝐫𝐞𝐧, arrondissement 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦. 🏛️ 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🌳 De kern van de overeenkomst betreft een perceel dat nauwkeurig in de kadastrale registers van de gemeente 𝐄𝐝𝐞 staat ingeschreven. Het gaat om een perceel 𝐛𝐨𝐬𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 met de volgende kenmerken: • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐅. 📍 • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫: 𝟏𝟔𝟓𝟗. 🔢 • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: Het perceel heeft een omvang van 𝟑 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 en 𝟒𝟎 𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧 (ongeveer 𝟑𝟒𝟎 𝐯𝐢𝐞𝐫𝐤𝐚𝐧𝐭𝐞 𝐦𝐞𝐭𝐞𝐫). 📐 De geschiedenis van dit perceel voert terug naar een eerdere verkrijging door de verkoper, die het eigendom verkreeg via een akte gepasseerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟎. De huidige transactie en verdeling werden vastgelegd voor een bedrag van ƒ. 𝟖𝟎𝟎, waarbij de waarde van het betreffende aandeel specifiek werd getaxeerd om de rechtmatige verdeling tussen de comparanten te voltooien. De akte werd na het voorlezen door alle aanwezigen en de getuigen ondertekend, waarmee de eigendomsovergang een feit was. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐋𝐞𝐠𝐚𝐚𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒 werd een omvangrijke akte ingeschreven bij het hypotheekkantoor te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭. Deze handeling vloeit voort uit de uiterste wilsbeschikking van wijlen 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, die op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟑 is overleden op het huis 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. De kern van de akte betreft de levering van de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐞𝐝 en 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 aan zijn zoon, waarbij uitvoering wordt gegeven aan een geheim testament dat eerder was bewaard door de notaris. 🏰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐦𝐫. 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐔𝐧𝐢𝐜𝐨 𝐝𝐞 𝐁𝐚𝐥𝐛𝐢𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧, handelend als executeur van de uiterste wilsbeschikking van wijlen 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝. • 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, lid van de 𝐏𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐚𝐥𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐭𝐞𝐧 en de gemeenteraad, aan wie de goederen zijn gelegateerd. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐂𝐮𝐳 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, wonende onder 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, lid van de 𝐏𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐚𝐥𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭.
• 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐫𝐫𝐞𝐭, notaris en lid van de 𝐏𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐚𝐥𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (getuige). • 𝐖. 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐧𝐧𝐞𝐤𝐨𝐦, gevestigd te 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, betrokken bij de afstand van rechten op perceel 𝟒𝟓𝟎. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 Het betreft een zeer omvangrijk bezit onder de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, secties 𝐁 en 𝐂, bestaande uit de 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 met het bijbehorende herenhuis, stallingen, koetshuis, tuinmanswoning en verdere gebouwen. Het landgoed omvat lanen, bos, weg en water, met een totale grootte van circa 𝟐𝟔 hectare, 𝟑𝟑 aren en 𝟔𝟏 centiaren. Daarnaast omvat de akte diverse andere percelen: • 𝐃𝐞 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐝𝐞 𝐙𝐨𝐧𝐧𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐞𝐫, bestaande uit een bouwmanswoning, zomerhuis, schuur, bergen en diverse gronden (bouwland, weiland, boomgaard), groot circa 𝟗 hectare, 𝟗𝟏 aren. • Diverse percelen bouw- en weiland onder 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧, waaronder percelen nabij de 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐰𝐞𝐠 en de 𝐊𝐫𝐨𝐦𝐦𝐞 𝐑𝐢𝐣𝐧. Enkele specifieke kadastrale nummers in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂 zijn onder andere: 𝟒𝟎 (𝐊𝐫𝐨𝐦𝐦𝐞 𝐑𝐢𝐣𝐧, 𝟖𝟎 centiaren), 𝟒𝟏 (boomgaard, 𝟏 hectare 𝟏𝟓 aren 𝟐𝟎 centiaren), 𝟒𝟓 (bosch, 𝟓𝟎 aren 𝟑𝟎 centiaren), 𝟓𝟐 (bouwland, 𝟐 hectare 𝟓 aren 𝟏𝟎 centiaren), 𝟔𝟐 (weiland, 𝟐 hectare 𝟐𝟖 aren 𝟔𝟎 centiaren) en 𝟕𝟗 (huis, schuur en erf, 𝟐𝟒 aren 𝟏𝟎 centiaren). In 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁 vallen onder meer de nummers 𝟏, 𝟐 (water en bouwland), 𝟖𝟕 (weiland), 𝟏𝟑𝟔, 𝟏𝟑𝟕 (huis) en de reeks woningen 𝟓𝟎𝟔 t/m 𝟓𝟏𝟑. 🌳 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢jg𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 De overledene had deze goederen verkregen via een akte van scheiding verleden op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟑 voor 𝐦𝐫. 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐮𝐦𝐚 te 𝐃𝐞 𝐇𝐚𝐠𝐞. Een bijzonder detail in de documenten is de afstand van het recht van overweg over de weg bewesten het 𝐃𝐚𝐭𝐢𝐞𝐤𝐚𝐧𝐚𝐚𝐥 door 𝐖. 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐧𝐧𝐞𝐤𝐨𝐦 op 𝐬𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒, een recht dat eerder was verleend bij akte op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟏. De legatarissen moeten de waarde van de goederen inbrengen in de nalatenschap, zoals bepaald door drie deskundigen, conform de voorwaarden van het testament. 📝 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 De akte is formeel geregistreerd te 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒. Voor de inschrijvingen en diverse administratieve handelingen worden bedragen genoemd zoals ƒ 𝟏,𝟐𝟎,- voor de ontvanger. Het verkoopbedrag c.q. de inbrengwaarde van de verschillende complexen is gebaseerd op de taxatie van deskundigen, waarbij voor specifieke percelen in 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁 (zoals nummers 𝟏 en 𝟐) bedragen worden vermeld die resulteren in totalen zoals ƒ 𝟕𝟔𝟑,𝟕𝟎,- en ƒ 𝟕𝟎𝟒,𝟒𝟒,- voor de betreffende gedeelten. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐩𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐭𝐞 𝐄𝐝𝐞 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟒 vond er een belangrijke bijeenkomst plaats in de herberg van de kastelein Riemert Johan Fredrik Romijn te Ede. Ten overstaan van de standplaats 𝐄𝐝𝐞, 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐦𝐳𝐧, werd er overgegaan tot de publieke verpachting van diverse percelen bouw- en weiland. Deze verpachting werd gedaan in opdracht van 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐈𝐭𝐭𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, die als kantonrechter werkzaam was te Utrecht. De verpachting betrof gronden die bekendstonden als de '𝐄𝐧𝐠' en de '𝐊𝐨𝐦' in de kadastrale gemeente Ede. Het ging om een aanzienlijke oppervlakte aan landbouwgrond die voor een periode van zes achtereenvolgende jaren ter beschikking werd gesteld aan de hoogste bieders. De pachtperiode zou ingaan op 𝟐𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟓 en eindigen op dezelfde datum in het jaar 𝟏𝟖𝟗𝟏. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen waren als verpachter en pachter betrokken bij deze transactie: • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐊𝐨𝐨𝐤, landbouwer wonende te Veenendaal, die als hoogste bieder naar voren kwam voor perceel 1 voor een bedrag van 𝟑𝟑 gulden. • 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐭 𝐕𝐞𝐥𝐝𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧, landbouwer wonende te Veenendaal (Ederveen), die als pachter optrad voor perceel 2 voor een bedrag van 𝟒𝟎𝟓 gulden. • 𝐀𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐤, landbouwer wonende te Renswoude, die zich als borg stelde voor de nakoming van de pachtverplichtingen door Evert Veldhuizen. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 📍 De verpachte percelen maken deel uit van de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐄𝐝𝐞, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐊 en betreffen de volgende specifieke locaties: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟏: Een gedeelte van de 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐊, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟔𝟗𝟕, bestaande uit bouwland gelegen in de Eder Enge, met een totale grootte van 𝟕𝟑𝟎 roeden en 𝟗𝟎 ellen. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟐: Diverse percelen bouw- en weiland, waaronder delen van 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐊, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟕𝟎𝟑, 𝟕𝟎𝟒, 𝟕𝟎𝟔, 𝟕𝟗𝟐, 𝟕𝟗𝟒, 𝟕𝟗𝟗, 𝟖𝟏𝟔, 𝟖𝟑𝟎, 𝟖𝟏𝟕, 𝟖𝟏𝟖, 𝟓𝟐𝟑 𝐞𝐧 𝟓𝟐𝟓, tezamen groot 𝟕 bunder, 𝟗𝟑 roeden en 𝟒𝟎 ellen. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De pachtpenningen moesten jaarlijks worden voldaan. Voor de verschillende percelen werden de volgende bedragen vastgesteld: • Voor het eerste perceel werd een jaarlijkse pachtsom van 𝟑𝟑 gulden overeengekomen. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟖𝟔 verschenen de partijen voor 𝐦𝐫. 𝐈𝐬𝐚𝐚𝐜 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐆𝐮𝐢𝐥𝐥𝐚𝐮𝐦𝐞 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐈𝐭𝐭𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, notaris ter standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De akte werd verleden op het huis 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, gelegen in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De partijen kwamen bijeen om de verkoop en overdracht van een perceel hooiland officieel te bekrachtigen. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren bij deze transactie betrokken als verkopers en koper: • 𝐑𝐨𝐬𝐞𝐧 𝐁𝐥𝐨𝐦, landbouwer. • 𝐓𝐞𝐮𝐧𝐢𝐬 𝐁𝐥𝐨𝐦, landbouwer. • 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐭𝐣𝐞 𝐑𝐢𝐣𝐬 𝐁𝐥𝐨𝐦, zonder beroep. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, kamerheer van de Koning, wonende op het huis 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (koper). 𝐁𝐞𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 Het object van deze transactie betreft een perceel hooiland, gelegen onder de gemeente 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬, zijnde de 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞 𝐊𝐚𝐦𝐩 in de 𝐂𝐨𝐦𝐦𝐚𝐚𝐭. De kadastrale gegevens zijn als volgt: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬 • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐂 • 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫: 𝟏𝟗𝟏 • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: 𝟏 hectare, 𝟕𝟖 are en 𝟔𝟎 centiare. Het perceel wordt begrensd ten noorden door de heren 𝐉. 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐮𝐢𝐝𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠 en 𝐑. 𝐆. 𝐑𝐢𝐞𝐦𝐞𝐫, ten oosten door de weduwe en erven van 𝐑𝐨𝐬𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐬𝐬𝐞𝐧, ten zuiden door de weduwe van 𝐃. 𝐂𝐞𝐥𝐢𝐣𝐬𝐬𝐞 en ten westen door 𝐄. 𝐂. 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐡𝐨𝐮𝐰𝐞𝐫. 🌾 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 De verkopers verklaarden dat zij het perceel in eigendom hebben verkregen uit de nalatenschap van wijlen 𝐖𝐲𝐭𝐬𝐤𝐞 𝐇𝐞𝐥𝐥𝐞𝐦𝐩𝐣𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐬𝐬𝐞𝐧, die de echtgenote was van 𝐁𝐫𝐚𝐧𝐝 𝐁𝐥𝐨𝐦. Er wordt in de akte expliciet melding gemaakt van de herkomst via de vader van de overledene, 𝐑𝐨𝐬𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐬𝐬𝐞𝐧. Hoewel de exacte titels van aankomst uit het verleden niet volledig konden worden aangetoond, verklaarden de comparanten dat de familie het perceel al meer dan dertig jaren in ongestoord bezit had. 🔍 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De koop is gesloten voor een som van ƒ 𝟔𝟎𝟎,-. De verkopers verklaarden dit bedrag reeds van de koper, de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, te hebben ontvangen, waarvoor zij bij deze akte volledige kwijting verlenen. De lasten en belastingen met betrekking tot het perceel gaan over op de koper per de datum van de akte. 💰 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 De akte is na voorlezing ondertekend door de comparanten en de getuigen, te weten 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐮𝐫𝐝𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, veldwachter, en 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐣𝐧, arbeider, beiden woonachtig te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Archief Eemland
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐯𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 ✍️ Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟎, om twee uur ’s middags, vond in het logement „Het Hof van Gelderland” te Ede de openbare provisionele toewijzing plaats van diverse onroerende goederen. De zitting stond onder leiding van de 𝐄𝐝𝐞𝐬𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫. De bijeenkomst was georganiseerd om over te gaan tot de verkoop van uitgestrekte bosgronden en hakhoutpercelen gelegen op de „Roekel” onder Ede. 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De verkoop werd namens de eigenaren afgehandeld door een gemachtigde. Hieronder volgen de details van de betrokken personen:' • 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐇𝐨𝐟𝐟𝐦𝐚𝐧𝐧, candidaat-notaris, wonende te Ede, optredend als mondeling gemachtigde van de eigenaren. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep, wonende op Nieuw Amelisweerd te Bunnik bij Utrecht (verkoper). • 𝐌𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐂𝐞𝐜𝐢𝐥𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐋𝐞𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, echtgenote van en hierin bijgestaan door de heer Paulus Josephus Aloysius Anacletus Maria van Nispen tot Sevenaer, wonende te Arnhem (verkoopster). • 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐂𝐫𝐚𝐚𝐭𝐬, wonende te Ede, die als bieder/koper optrad voor diverse percelen en de Generale Massa. • 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐒𝐚𝐦𝐮𝐞𝐥 𝐓𝐚𝐤𝐤𝐞𝐧, landbouwer, wonende te Voorthuizen, die als bieder/koper optrad voor verschillende percelen. • 𝐃𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐢𝐣, koopman, wonende te Ede, die als bieder/koper optrad voor perceel nummer zes. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 🌲 De verkoop betrof een indrukwekkend complex van dennenbos en eikenhakhout, gelegen op de „Roekel” nabij de grindweg van Ede naar Otterlo. Het geheel was kadastraal bekend bij de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐄𝐝𝐞, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, met de nummers 𝟖𝟓, 𝟗𝟓, 𝟗𝟔, 𝟗𝟕, 𝟗𝟖, 𝟗𝟗, 𝟏𝟕𝟓𝟑, 𝟏𝟕𝟓𝟔, 𝟏𝟕𝟗𝟖, 𝟏𝟕𝟗𝟗, 𝟏𝟗𝟖𝟎 𝐞𝐧 𝟏𝟗𝟖𝟏. De totale oppervlakte van de aangeboden percelen bedroeg maar liefst 𝟓𝟖 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟔𝟖 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟒𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. De goederen waren verdeeld in elf afzonderlijke percelen, variërend van eikenhakhout tot uitgestrekte dennenbossen. Bijzondere aandacht werd besteed aan de wegen en uitwegen van de percelen, waarbij specifieke erfdienstbaarheden werden vastgelegd om de bereikbaarheid van de achterliggende gronden te waarborgen. 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐛𝐞𝐝𝐫𝐚𝐠𝐞𝐧 💰 De verkopers hadden deze goederen verkregen via een akte van scheiding, verleden op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟑 voor de Utrechtse notaris mr. Henri François Maria Du Bois. 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐫𝐯𝐨𝐥𝐠 ⚖️ De akte bevat uitgebreide bepalingen over de betaling van de kooppenningen, die uiterlijk op 𝟏𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟏 voldaan moesten zijn. Ook werd vastgelegd dat de kopers direct na de definitieve toewijzing bezit konden nemen van de gronden, met uitzondering van het jachtrecht, dat tot 𝟏 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟏 gereserveerd bleef voor de verkopers. De definitieve toewijzing stond gepland voor 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟎. De getuigen bij deze akte waren Berend van Scharrenburg, landbouwer, en Cornelis Staf, boschbewaarder, beiden woonachtig te Ede. De akte werd door alle partijen ondertekend en officieel geregistreerd te Wageningen op 𝟐𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟎. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞𝐟𝐢𝐧𝐢𝐭𝐢𝐞𝐯𝐞 𝐭𝐨𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐡𝐨𝐮𝐭𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐢𝐧𝐠 𝐢𝐧 𝐄𝐝𝐞 🌳 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟎, om twee uur in de middag, kwam een gezelschap bijeen in het logement "De Posthoorn" te Ede. Onder leiding van de plaatselijke notaris, 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫, werd overgegaan tot de definitieve toewijzing van een aanzienlijke partij dennenbos en percelen hakhout. Deze percelen waren gelegen op de 𝐌𝐨𝐜𝐤𝐞𝐥 onder de gemeente 𝐄𝐝𝐞. De bijeenkomst was het vervolg op een eerdere inzet die plaatsvond op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟎. 📜 𝐃𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐞𝐧 𝐤𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 Tijdens de zitting werden de belangen van de eigenaren behartigd door een gemachtigde, terwijl diverse bieders uit de regio hun interesse toonden in de verschillende percelen bosgrond. De volgende personen waren direct betrokken bij deze rechtshandeling: • 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐇𝐚𝐟𝐟𝐦𝐚𝐧𝐧, kandidaat-notaris wonende te Ede, optredend als lasthebber voor de eigenaren. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep wonende op de "Nieuwe Amelisweerd" te Bunnik bij Utrecht, als mede-eigenaar. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞 𝐂𝐞𝐜𝐢𝐥𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, echtgenote van de hoogwelgeboren heer 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐉𝐨𝐚𝐜𝐡𝐢𝐦 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, wonende te Arnhem, eveneens als mede-eigenaar. • 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐫𝐚𝐚𝐭𝐬, landbouwer wonende te Ede, bieder op diverse percelen. 𝐃𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐨𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 🪵 In de akte wordt gesproken over een reeks percelen dennenbos en hakhout, gelegen in de sectie van de gemeente Ede op de locatie bekend als de 𝐌𝐨𝐜𝐤𝐞𝐥. De procedure verliep via individuele percelen en zogenaamde "massa's" (samengevoegde percelen). Hoewel er op vele percelen was geboden door onder andere de heer Van de Kraats, bleken de individuele biedingen vaak niet hoog genoeg. Uiteindelijk vond de belangrijkste gunning plaats op de 𝐆𝐞𝐧𝐞𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐌𝐚𝐬𝐬𝐚, omvattende de percelen nummers 𝟏 tot en met 𝟏𝟏. 🌲 De totale verkoopopbrengst voor deze generale massa bedroeg een bedrag van ƒ 𝟗.𝟏𝟓𝟎, oftewel negenduizend eenhonderdvijftig gulden. Dit bedrag werd geboden door de heer 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐊𝐚𝐭𝐞𝐥, nadat hij in de procedure de hoogste bieder bleek. De akte vermeldt specifiek dat de percelen eerder waren verkregen en in eigendom waren bij de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, wat de adellijke herkomst van de gronden onderstreept. 💰 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐭𝐮𝐢𝐠𝐞𝐧 🖋️ Na het voorlezen van de voorwaarden en de definitieve toewijzing werd de akte ondertekend door de verschenen personen en de notaris. Als getuigen traden op de heren 𝐁𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐫𝐫𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 en 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐚𝐟, beiden bouwlieden woonachtig te Ede. Hiermee werd de eigendomsoverdracht van het uitgestrekte bosgebied op de Mockel officieel bekrachtigd en geregistreerd te Wageningen. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede ----------------------------------------------------------------------------- 📜 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐞𝐢𝐝𝐞𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 '𝐇𝐞𝐭 𝐆𝐞𝐥𝐢𝐠𝐠𝐞𝐭' 𝐭𝐞 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟗𝟑 kwam een gezelschap bijeen op het huis 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧 onder de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐞𝐤, notaris residerende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, werd een officiële verkoopakte opgesteld. De heer 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐨𝐧𝐠 verklaarde hierbij een perceel weidegrond over te dragen aan de nieuwe eigenaar, die werd vertegenwoordigd door de notaris zelf in diens hoedanigheid van gevolmachtigde. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐨𝐧𝐠 (Verkoper) • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐞𝐤𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐫𝐚𝐧𝐝𝐬𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 (Koper) • 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤 (Getuige) • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐣𝐤 (Getuige) 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬
De kadastrale aanduiding van het perceel is als volgt: • Gemeente: 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬 • Sectie: 𝐃 • Nummer: 𝟒𝟗 • Grootte: 𝟓𝟒 roeden en 𝟗𝟓 ellen (omgezet naar aren en centiaren). 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De verkoper had dit perceel in eigendom verkregen door een eerdere overdracht op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟖. Destijds werd de akte verleden voor de inmiddels overleden notaris 𝐦𝐫. 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐞𝐤. Voor de huidige transactie in 𝟏𝟖𝟗𝟑 is een koopsom overeengekomen van ƒ 𝟔𝟓𝟎,-. De verkoper bevestigde het volledige bedrag te hebben ontvangen, waarna het recht op het land officieel overging naar de koper. 💰 𝐃𝐞 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 De akte werd na voorlezing getekend door de verkoper, de getuigen 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤 en 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐣𝐤, en tot slot door de notaris 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐞𝐤. De definitieve registratie van deze akte vond plaats in 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟑, waarmee de eigendomsoverdracht juridisch werd voltooid. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Archief Eemland
𝐃𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟑 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟑: 𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐮𝐱𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏡 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟑 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟑 vond er een bijzondere gebeurtenis plaats in het logement van de heer Jan van Beek te Bennekom. Ten overstaan van de Edese notaris 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫 werd overgegaan tot de provisionele toewijzing van de historische en kapitaalrijke hofstede "Bruxvoort". Deze veiling werd gehouden in opdracht van de erfgenamen van wijlen de heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐛𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐫 𝐁𝐨𝐫𝐜𝐡 𝐭𝐨𝐭 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐫𝐞𝐧𝐜𝐨𝐚𝐦, om de onroerende goederen gelegen onder Bennekom en Wageningen te verkopen. 📜 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 🌳 De verkoop omvatte drie omvangrijke percelen met een rijke agrarische en natuurlijke waarde: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝐓𝐰𝐞𝐞: Een laanbos met eiken- en hakhout, loopende van de Rijnsteeg naar de Slagsteeg, gelegen onder Bennekom. Dit perceel is een gedeelte van 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummer 𝟕𝟏, ter grootte van ongeveer 𝟓𝟕 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟔𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 🔒 De verkopers hadden deze goederen verkregen uit de nalatenschap van hun ouders. Een deel van de eigendom werd verkregen via een akte van scheiding verleden op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟑 voor de Utrechtse notaris mr. Nicolaas Henri Pieneman Mulder Dubois. Een ander deel was aangekocht via een publieke verkoop op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟒 (zoals vermeld in de akte refererend aan eerdere registers). De familie Van Der Borch tot De Berencoam was hiermee reeds decennia lang de drijvende kracht achter dit landgoed. 🏛️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen traden op als verkopers in deze akte: • 𝐃𝐞 𝐰𝐞𝐥𝐞𝐝𝐞𝐥𝐠𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐛𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐫 𝐁𝐨𝐫𝐜𝐡 𝐭𝐨𝐭 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, zonder beroep, wonende te Utrecht. • 𝐃𝐞 𝐰𝐞𝐥𝐞𝐝𝐞𝐥𝐠𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐛𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐫 𝐁𝐨𝐫𝐜𝐡 𝐭𝐨𝐭 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐫𝐞𝐧𝐜𝐨𝐚𝐦, substituut-griffier bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Als gemachtigde voor de verkopers trad op: • 𝐃𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐃𝐢𝐫𝐤 𝐇𝐨𝐟𝐟𝐦𝐚𝐧, candidaat-notaris wonende te Ede, handelend krachtens een volmacht. 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 💰 De veiling vond plaats onder strikte voorwaarden. De kopers moesten de koopsom voldoen op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟑 ten kantore van de notaris. Daarnaast werden specifieke lasten benoemd, zoals het onderhoud van wegen en watergangen. Het totale bedrag waarvoor de percelen tijdens deze zitting werden ingezet, is in deze akte als startpunt voor de provisionele toewijzing vastgelegd, waarbij de uiteindelijke gunning op een latere datum zou plaatsvinden. De akte spreekt over verschillende bedragen per perceel, waaronder een inzet van ƒ 𝟐𝟎 voor bepaalde rechten en de overname van pachten door de kopers. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐞𝐟𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐭𝐞𝐫𝐫𝐞𝐢𝐧𝐞𝐧 𝐭𝐞 𝐄𝐝𝐞 Op donderdag 27 juli 1893 vond voor de Edese notaris mr. Willem Fredrik Jacob Fischer de definitieve toewijzing plaats van diverse percelen grond. Deze transactie volgde op een eerdere proces-verbaal van inzet van vrijdag 14 juli 1893. De verkoop betreft gronden die later, blijkens de bijgevoegde brief van het Departement van Oorlog d.d. zaterdag 16 november 1901, bestemd waren als oefeningsterreinen onder Ede. In deze brief machtigt de Minister van Oorlog de Eerstaanwezend Ingenieur te Arnhem om de akte te sluiten voor de aankoop van grond van Vrouwe M.G.L. Bosch van Drakestein. 🏛️ De totale koopsom voor de verschillende percelen, zoals vermeld in de akte van 1893, bedroeg voor de gecombineerde massa van de percelen nummers één en twee een bedrag van ƒ. 24.895 (vierentwintigduizend achthonderdvijfentachtig gulden). Perceel nummer drie werd toegewezen voor een bedrag van ƒ. 2.700 (tweeduizend zevenhonderd gulden). 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren als verkopers, kopers of gemachtigden betrokken bij deze rechtshandelingen: • Mevrouw Maria Gerarda Luitgardis Bosch van Drakestein, zonder beroep, wonende te Utrecht, echtgenote van de heer Eremerentius Jacobus Ignatius Carel van Baerle (gepensioneerd kapitein der artillerie), optredend als verkoopster. • Mevrouw Jonkvrouwe Paulina Cecilia Philomena Bosch van Drakestein, zonder beroep, wonende te 's-Gravenhage, echtgenote van de heer Henri Maximiliaan Heusker, mede optredend als verkoopster. • Mevrouw Jonkvrouwe Cecile Henriette Sophie Marie Bosch van Drakestein, zonder beroep, wonende te Arnhem, echtgenote van de heer Jonkheer Meester Paulus Stephanus Marinus van Meijsh van Seroskerken (advocaat), mede optredend als verkoopster. • De heer Jonkheer Johannes Ludovicus Paulus Bosch van Drakestein tot Nieuw-Amelisweerd, zonder beroep, wonende te Bunnik, mede optredend als verkoper. • De heer Jonkheer Meester Charles Petrus Johannes Bosch van Drakestein, substituut-griffier bij het Gerechtshof, wonende te 's-Gravenhage, mede optredend als verkoper. • De heer Marinus van Steenbergen, landbouwer, wonende te Bennekom, die als koper optrad voor perceel nummer één. • De heer Anthonie Jan de Raadt, gemeente-ontvanger, wonende te Ede, koper van de massa van percelen één en twee. • De heer Gerrit Roelofsen, landbouwer, wonende te Bennekom onder Ede, koper van perceel nummer drie voor de prijs van ƒ. 2.700. • De heer Dirk Hoefnagel, kandidaat-notaris, wonende te Ede, optredend als gemachtigde voor de verkopers. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 De akte beschrijft de definitieve toewijzing van de volgende onroerende goederen, gelegen in de gemeente Ede: 🌲 • Perceel Nummer Eén: Een niet nader gespecificeerd perceel waarvoor door Albertus Christiaan van Daalen een bod was gedaan, maar dat uiteindelijk overging in de massa-verkoop. • Perceel Nummer Drie: Een perceel waarvoor op de veiling werd geboden door onder andere de heer Jan van Beek, kastelein te Ede, maar dat uiteindelijk werd toegewezen aan Gerrit Roelofsen. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
Vaststelling adelsverheffing en naamvoering Bosch van Oud-Amelisweerd In het Nationaal Archief (toegang 2.02.04, inventarisnummer 3151) bevindt zich de documentatie betreffende de adelsverheffing van de tak Bosch van Oud-Amelisweerd. Tussen 17 en 22 januari 1893 werd officieel vastgesteld dat de naam Bosch van Oud-Amelisweerd gevoerd mocht worden, samen met de titels jonkheer en jonkvrouw. Deze aanvraag werd ingediend door Wilhelmus Johannes Marie Bosch en werd bekrachtigd bij Koninklijk Besluit (KB) op 19 januari 1893, onder nummer 23. Dit besluit werd uitgevaardigd door Koningin-Weduwe-Regentes Emma, die destijds de koninklijke taken waarnam voor de minderjarige Koningin Wilhelmina. Download (698) (link) 1-4.pdf Download (698) (link) 2-4.pdf Download (698) (link) 3-4.pdf Download (698) (link) 4-4.pdf Bron: Nationaal Archief ----------------------------------------------------------------------------- Op maandag 19 juni 1905, om één uur in de middag, vond er een belangrijke bijeenkomst plaats in het logement "de Posthoorn" te Ede. Ten overstaan van de notaris Willem Fredrik Jacob Fischer, gevestigd in de standplaats Ede, kwamen diverse erfgenamen en belanghebbenden bijeen om over te gaan tot de definitieve toewijzing van verschillende onroerende goederen. Deze toewijzing is het vervolg op een eerder opgesteld proces-verbaal van inzet, waarbij de goederen bij opbod zijn verkocht aan de hoogste bieders. 📜 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 (𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐫𝐬 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐠𝐞𝐧𝐚𝐦𝐞𝐧) 👥 De volgende personen verschenen als verkopende partijen, handelend als erfgenamen van Maria van den Berg: • Gerrit Jan Radstaat, weduwnaar van Maria van den Berg, landbouwer wonende aan de Scharrensteeg op Veldhuizen onder Ede. 👨🌾 • Willem Radstaat, arbeider wonende te Ede. 🛠️ • Gerritje Radstaat, ongehuwd, meerderjarig, dienstbode op de Klumpel in de lage weide bij Utrecht. 🧹 • Evert Radstaat, arbeider op Veldhuizen onder Ede. 🌾 • Gerrit Jan Radstaat Junior, arbeider op Veldhuizen onder Ede. 🌳 • Jan Rozeboom, kleermaker wonende te Bennekom, gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met Maartje Radstaat. ✂️ • Hendrik Radstaat, arbeider te Ede. 🧱 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 📍 De toewijzing betrof verschillende percelen die als volgt werden gegund: Perceel nummer Een: Dit perceel werd toegewezen aan Gerrit Gijlander, timmerman te Ede, voor een bedrag van 1000 gulden. 🪵 Perceel nummer Twee: Dit perceel werd toegewezen aan Wessel van Wagenveld, metselaar, en Cornelis de Koning, timmerman, beiden wonende te Ede, voor de som van 500 gulden. 🏗️ Perceel nummer Drie: Dit perceel werd gemijnd door Cornelis van Brummen, notarisklerk te Ede, voor een bedrag van 320 gulden. Hij verklaarde hierbij te handelen voor en ten behoeve van de hoogedelgeboren vrouwe Barones Gerdardia Leotina Bosch van Drakestein, echtgenote van de weledelgestrenge heer Jacobus Ignatius Carolus van Baarle, gepensioneerd majoor der artillerie, wonende te Utrecht. 🏰 𝐀𝐟𝐫𝐨𝐧𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 ✒️ Nadat de voorwaarden waren voorgelezen en de toewijzing definitief was gemaakt, werd de akte gesloten ten overstaan van de getuigen Martinus van Scharenburg, afslager, en Peter Hamman, bakker, beiden woonachtig te Ede. De akte werd door de comparanten, de notaris en de getuigen ondertekend, met uitzondering van Marinus en Evert Radstaat, die verklaarden hun naam niet te kunnen schrijven omdat zij dit nooit hadden geleerd. 📝 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
𝐃𝐞 𝐎𝐩𝐞𝐧𝐛𝐚𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐢𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐟𝐢𝐧𝐢𝐭𝐢𝐞𝐯𝐞 𝐓𝐨𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐢𝐧𝐠 𝐎𝐩 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟔 vond een cruciale zitting plaats voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐚𝐧𝐬 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬 𝐖𝐨𝐮𝐭𝐞𝐫 𝐃𝐮𝐛𝐨𝐢𝐬, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De bijeenkomst was het sluitstuk van een openbare verkoop die noodzakelijk was geworden na een vonnis van de 𝐀𝐫𝐫𝐨𝐧𝐝𝐢𝐬𝐬𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭𝐬𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐛𝐚𝐧𝐤 𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De gebouwen op de landerijen, waaronder de hofstede 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥, verkeerden in een staat die dringende en kostbare reparaties vereiste. Omdat een fysieke verdeling van de onroerende goederen onder de vele erfgenamen niet mogelijk was zonder de waarde aan te tasten, werd besloten tot deze publieke veiling. Dit was tevens in het belang van een van de mede-eigenaren die onder curatele stond. 🏛️ 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠, 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐞𝐧 𝐓𝐢𝐭𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐫𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 De geveilde objecten maken geen deel uit van 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, maar behoren tot de 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐃𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐞 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥 𝐞𝐧 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐜𝐡𝐚𝐥𝐤𝐞𝐫𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝. Dit omvatte een grote variëteit aan gronden: • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝟒: Een uitgestrekt perceel bouwland onder 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, gelegen aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐩𝐚𝐝, strekkende van de 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥𝐝𝐢𝐣𝐤 tot aan de 𝐖𝐞𝐭𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 nabij het 𝐇𝐞𝐦𝐞𝐥𝐭𝐣𝐞. Kadastraal bekend gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, 𝐎𝐮𝐝 𝐖𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟑𝟖𝟓, met een grootte van 𝟏𝟐 hectare, 𝟔𝟖 are en 𝟕𝟎 centiare. Wat betreft de 𝐓𝐢𝐭𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐫𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭: De verkopers verkregen de eigendom via een akte van scheiding en deling, verleden voor 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐣𝐧𝐞𝐧 te 𝐆𝐨𝐨𝐫 op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟔𝟑, welke op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟖𝟔𝟒 werd ingeschreven in de registers van de hypotheken te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 in deel 𝟏𝟓𝟐 nummer 𝟕𝟓. Deze herkomst bevestigt de overgang van de onroerende goederen binnen de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 🌾 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 Hieronder volgt de lijst van de verkopers, kopers en hun gemachtigden zoals vermeld in de akten: • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, verkoper en mede-erfgenaam. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, verkoper, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐓𝐞𝐦𝐦𝐢𝐧𝐜𝐤, kandidaat-notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, gemachtigde voor de curator. • 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, 𝐦𝐫., in de hoedanigheid van toeziend curator. • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de curandus wiens belangen in de verkoop werden behartigd. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐕𝐞𝐫𝐦𝐞𝐞𝐫, aannemer te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper van perceel 𝟒 voor de inzetprijs van ƒ 𝟐𝟐.𝟓𝟎𝟎,-. • 𝐎𝐭𝐭𝐨 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐚𝐬𝐬𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, aan wie perceel 𝟒 uiteindelijk werd toegewezen voor ƒ 𝟐𝟑.𝟎𝟎𝟎,-. • 𝐓𝐡𝐨𝐦𝐚𝐬 𝐝𝐞 𝐑𝐢𝐣𝐤, badhuishouder te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelend als lasthebber voor de 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐚𝐬𝐬𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫. • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭, hovenier te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper en mijer van diverse kleinere kavels. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐒𝐭𝐞𝐤𝐞𝐫𝐤, landbouwer te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper van de percelen 𝟐 en 𝟑. • 𝐆𝐮𝐢𝐥𝐥𝐚𝐮𝐦𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐁𝐫𝐨𝐞𝐤𝐞, steenfabrikant te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper. • 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐮𝐢𝐯𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠, koper van perceel 𝟑. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐞𝐞𝐝𝐞, koper van perceel 𝟓 voor ƒ 𝟐𝟏.𝟎𝟎𝟎,-. • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐢𝐣𝐥, landbouwer te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper van perceel 𝟔. • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐊𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐧, hovenier te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, koper van perceel 𝟕. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐋𝐚𝐬𝐭𝐞𝐧 De verkoop van de percelen bracht aanzienlijke bedragen op, waarbij perceel 𝟒 definitief werd gegund voor ƒ 𝟐𝟑.𝟎𝟎𝟎,-. De kopers aanvaardden niet alleen de grond, maar ook de bijbehorende lasten, zoals de verplichting tot het onderhoud van de aangrenzende watergangen en weteringen binnen de 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐃𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐞 𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥. Bijzondere aandacht was er voor de specifieke bepalingen omtrent de ontsluiting van de landerijen via de 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥𝐝𝐢𝐣𝐤. 💰 De akte werd formeel bekrachtigd door de notaris en de getuigen 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐎𝐬𝐤𝐚𝐦, boekhouder, en 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐨𝐮𝐫𝐢𝐤, commies, beiden woonachtig te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De registratie van dit omvangrijke dossier vond plaats op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟗𝟔, waarmee de overgang van dit historische erfgoed een feit was. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫acht 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐓𝐞𝐫𝐫𝐞𝐢𝐧 𝐚𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐯𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟗 vond een belangrijke rechtshandeling plaats die het landschap van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 blijvend zou veranderen. Ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐔𝐧𝐢𝐜𝐨 𝐝𝐞 𝐁𝐚𝐥𝐛𝐢𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, werd een koopovereenkomst bezegeld die de weg vrijmaakte voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. De verkopende partij was de hoogwelgeboren heer 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐆𝐮𝐢𝐥𝐥𝐚𝐮𝐦𝐞 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐬𝐤𝐲, een man van aanzien die onder meer ridder was in de Orde van de Nederlandse Leeuw en lid van de Gedeputeerde Staten van Limburg. 📜 De koper was de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐑𝐞𝐢𝐠𝐞𝐫, en de gemeentesecretaris 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐁𝐨𝐨𝐥. De aankoop was niet een impulsieve beslissing, maar het resultaat van een officieel besluit van de gemeenteraad van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, genomen tijdens de openbare vergadering van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟗. Dit besluit werd vervolgens goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟗, onder nummer 34. Het betrof hier een strategische grondverwerving voor het algemeen belang. 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 Het aangekochte terrein betrof een uitgestrekt stuk bouwland, gelegen in de toenmalige gemeente 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠. De locatie was zeer specifiek omschreven: het lag ten zuiden van en direct grenzend aan de 𝐊𝐨𝐯𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤. Aan de westkant werd het perceel begrensd door eigendommen van het 𝐋𝐞𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫𝐠𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬, terwijl de oostzijde de grens vormde met de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 en gronden van het Rijk (domein van oorlog). De zuidelijke grens werd gevormd door de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠, de belangrijke spoorverbinding tussen Utrecht en Arnhem. 🚂 Kadastraal werd het perceel aangeduid als gemeente 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟑𝟗𝟔. De totale oppervlakte van dit indrukwekkende stuk grond bedroeg exact 𝟑 hectare, 𝟏𝟑 aren en 𝟖𝟑 centiaren. Op de bijbehorende situatietekening, opgemaakt in 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟗 door de directeur der Gemeentewerken, is dit perceel met een lichte rode kleur ingetekend om de grenzen visueel te bevestigen. Deze kaart toont ook de omliggende wateringen en de nabijheid van de 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐰𝐞𝐠. 📍 𝐃𝐞 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 De overeengekomen koopsom voor dit terrein bedroeg ƒ 𝟐𝟑.𝟔𝟎𝟎,-. Dit was een aanzienlijk bedrag voor die tijd, wat de waarde van de vruchtbare landbouwgrond nabij de stad onderstreepte. De akte vermeldt dat de heer 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 dit bedrag volledig heeft ontvangen, waarvoor hij op de dag van de levering, 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟖𝟗𝟗, volledige kwijting verleende. 💰 Een interessant detail in de akte is de bepaling over de lopende huur. Het land was op dat moment verhuurd "tot stoppelbloot na den oogst van negentien honderd". De gemeente nam de bestaande huurverplichtingen over, maar de verkoper behield het recht om de pachtprijs van ƒ 𝟏𝟓𝟎,- voor het jaar 𝟏𝟖𝟗𝟗 zelf te innen. De gemeente zou vanaf 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟎𝟎 volledig in de rechten en plichten treden wat betreft de grondbelastingen en waterschapslasten. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭: 𝐃𝐞 𝐖𝐢𝐞𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐯𝐞𝐥𝐬𝐰𝐚𝐝𝐞 De aankoop van dit perceel was noodzakelijk omdat de bestaande begraafplaats 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧 aan het einde van de 19e eeuw vol begon te raken. De gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 zocht daarom naar een geschikte locatie voor een nieuwe "derde" begraafplaats (naast Soestbergen en de Eerste Algemene Begraafplaats). De keuze voor de gronden aan de 𝐊𝐨𝐯𝐞𝐥𝐚𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 was logisch vanwege de rustige ligging buiten de toenmalige bebouwde kom, maar toch goed bereikbaar. 🌳 Uiteindelijk zou op deze gronden, en de aangrenzende percelen die op de kaart groen gemarkeerd zijn (eigendom van de regenten van de 𝐕𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐢𝐠𝐝𝐞 𝐆𝐨𝐝𝐬- 𝐞𝐧 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧), de begraafplaats 𝐊𝐨𝐯𝐞𝐥𝐬𝐰𝐚𝐝𝐞 worden gerealiseerd. Deze begraafplaats, ontworpen in de parkstijl die destijds gangbaar was, is vandaag de dag een belangrijk monumentaal onderdeel van het Utrechtse erfgoed. De akte uit 𝟏𝟖𝟗𝟗 vormt dus de juridische en fysieke basis voor dit stuk stadsgeschiedenis. 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐆𝐮𝐢𝐥𝐥𝐚𝐮𝐦𝐞 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐬𝐤𝐲, wonende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw (Verkoper). • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐑𝐞𝐢𝐠𝐞𝐫, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, burgemeester der gemeente Utrecht (Koper/Vertegenwoordiger). • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐁𝐨𝐨𝐥, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, secretaris der gemeente Utrecht (Koper/Vertegenwoordiger). • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐁𝐮𝐢𝐬𝐦𝐚𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, stadsbode (Getuige). • 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐫𝐢𝐞𝐭 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐨𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧, voorheen notaris te 𝐆𝐞𝐥𝐝𝐞𝐫𝐦𝐚𝐥𝐬𝐞𝐧 (Notaris van de eerdere verkrijging in 𝟏𝟖𝟖𝟏). 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐒𝐚𝐦𝐞𝐧𝐯𝐚𝐭𝐭𝐢𝐧𝐠 • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠 • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐁 • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥: 𝟑𝟗𝟔 • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: 𝟑.𝟏𝟑.𝟖𝟑 ha • 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞𝐝𝐚𝐭𝐮𝐦: 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟗 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4.
𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐃𝐚𝐭𝐮𝐦 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟗 verscheen een verkoper voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐄𝐮𝐠è𝐧𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, notaris residerende te Utrecht. Tijdens deze bijeenkomst werd de officiële verkoop en levering vastgelegd van een huis met schuur en bijbehorende grond. 🖋️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij deze rechtshandeling: 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 Het betreft een huis met een daaraan verbonden schuur, gelegen in de gemeente de Bilt. De onroerende goederen staan kadastraal bekend als volgt: 🏠 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De verkoper, 𝐉𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐫𝐯𝐞𝐥𝐝, had dit huis met de schuur eerder in eigendom verkregen van 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐊𝐞𝐮𝐬, die destijds winkelier was in de Bilt. Deze eerdere transactie vond plaats via een akte van koop verleden voor de notaris 𝐦𝐫. 𝐀𝐧𝐞𝐬𝐤𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐧 te Baarn op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟎. Opmerkelijk is dat de genoemde 𝐂𝐨𝐫𝐧elis 𝐊𝐞𝐮𝐬 het huis en de schuur destijds zelf had gesticht "uit eigen middelen", met toestemming van de toenmalige eigenaar, 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 🏗️ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢ë𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De partijen verklaarden dat deze koop en verkoop is geschied voor de som van ƒ 𝟔𝟎𝟎,-. De verkoper verklaarde dit bedrag van de koper te hebben ontvangen en verleende hiervoor volledige kwijting. 💰 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐛𝐢𝐣 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 De akte werd direct na voorlezing ondertekend door de koper, de getuigen en de notaris. De verkoper, 𝐉𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐫𝐯𝐞𝐥𝐝, verklaarde echter deze akte niet te kunnen ondertekenen "uit hoofde van onbedrevenheid in de schrijfkunst". Hierdoor ontbreekt zijn handtekening op het document. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 34-4.
𝟔𝟐𝟓𝟑 𝐀𝐚𝐧𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐞𝐧 𝐊𝐨𝐨𝐩 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟎, verschenen de betrokken partijen voor de notaris 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐅𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫 in zijn kantoor te 𝐄𝐝𝐞. De akte betreft de verkoop van verschillende percelen grond ten behoeve van de Staat der Nederlanden voor militaire doeleinden. 📜 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐄𝐫𝐢𝐦𝐚𝐜𝐡𝐭𝐮𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐈𝐠𝐧𝐚𝐭𝐢𝐮𝐬 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐞𝐫𝐥𝐞, gepensioneerd Majoor der Artillerie en lid van de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht, wonende te Utrecht. Hij treedt in deze op als lasthebber van zijn echtgenote, handelend krachtens een onderhands getekende akte van lastgeving. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐞𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐢𝐧𝐚 𝐋𝐞𝐨𝐧𝐭𝐢𝐧𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, de echtgenote van voornoemde heer van Baerle, met wie hij buiten gemeenschap van goederen is gehuwd, wonende te Utrecht (de verkoper). • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐙𝐚𝐜𝐡𝐚𝐫𝐢𝐚𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐮𝐛𝐞𝐧, kapitein eerst aanwezend ingenieur te Arnhem, wonende aldaar. Hij treedt in deze op als gemachtigde van de Staat der Nederlanden, handelend krachtens aanschrijving van de Minister van Oorlog (de koper). 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐯𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 De transactie betreft verschillende percelen heide en landbouwgrond gelegen in de gemeente 𝐄𝐝𝐞, kadastraal bekend als 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁: 🌍 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐜𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De verkoper heeft deze eigendommen verkregen via de akte van scheiding verleden op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐠𝐚𝐠 𝟖 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟑 ten overstaan van notaris Meester Dubois te Utrecht. Het afschrift hiervan is destijds ingeschreven in de registers van hypotheken te Arnhem op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟖𝟑. 🏛️ De verkoop is gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟐𝟎.𝟐𝟖𝟑, voluit geschreven 𝐭𝐰𝐢𝐧𝐭𝐢𝐠𝐝𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧𝐝 𝐭𝐰𝐞𝐞𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝 𝐝𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐭𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧. Er zijn specifieke bepalingen opgenomen, waaronder het recht voor de huurder van de hofstede 'De Lindenkamp' om zijn schapen te laten weiden en plaggen te maaien op de verkochte gronden tot 22 februari 1903. De levering en aanvaarding vinden plaats zodra de akte is overgeschreven in de openbare registers. 📝 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Gemeentearchief Ede
Verkoop hofstede Chartroise 𝐃𝐞 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐞𝐧 𝐖𝐞𝐭𝐡𝐨𝐮𝐝𝐞𝐫𝐬 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟎𝟓 presenteerden de Burgemeester en Wethouders van Utrecht een historisch voorstel aan de Gemeenteraad. Het plan omvatte de aankoop van een gigantisch areaal aan gronden, behorende bij de bezittingen van de familie 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, waaronder de gronden van de voormalige 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐭𝐫𝐨𝐢𝐬𝐞. De noodzaak voor deze aankoop werd al op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟒 besproken, toen de raad concludeerde dat de stad dringend behoefte had aan ruimte voor scholen en woningbouw nabij het Ondiep. Door deze gronden tussen de Vecht en de Amsterdamsche straatweg te verwerven, kon de gemeente de regie voeren over de toekomstige stadsuitbreiding. 🏗️ 𝐃𝐞 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐚𝐧𝐝𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐩𝐫𝐢𝐣𝐬 Na onderhandelingen met de eigenaren werd een akkoord bereikt over een koopsom van ƒ 535.000,-. Voor dit bedrag verkreeg de gemeente ruim 60 hectare aan strategisch gelegen grond, inclusief alle gebouwen, bomen en beplantingen. De definitieve overdracht en betaling werden gepland voor de aanvaarding op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟓. De verkopers stelden hierbij de strikte voorwaarde dat de gemeente de lopende pachtcontracten zou eerbiedigen en dat het besluit uiterlijk op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟎𝟓 genomen moest zijn. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren direct betrokken bij de totstandkoming van deze overeenkomst: • 𝐦𝐫. 𝐁. 𝐑𝐞𝐢𝐠𝐞𝐫 (Burgemeester van Utrecht). • 𝐦𝐫. 𝐉. 𝐁𝐨𝐨𝐥 (Secretaris van de gemeente Utrecht). 𝐕𝐨𝐥𝐥𝐞𝐝𝐢𝐠𝐞 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐋𝐢𝐣𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 De totale oppervlakte bedraagt 𝟔𝟎𝟐𝟕𝟗𝟐 centiaren. Hieronder volgt de volledige opsomming van de percelen uit de bijgevoegde staten: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 11, 𝐖𝐞𝐢𝐥𝐚𝐧𝐝, 9680 centiaren, opbrengst ƒ 66,79,-. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐋𝐚𝐬𝐭𝐞𝐧 De jaarlijkse lasten voor deze percelen waren aanzienlijk. Voor de gronden in 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 bedroeg de grondbelasting over 𝟏𝟗𝟎𝟓 een bedrag van ƒ 511,245,-, terwijl voor de percelen in 𝐙𝐮𝐢𝐥𝐞𝐧 en 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐭𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐯𝐞𝐧 respectievelijk ƒ 141,065,- en ƒ 33,03,- verschuldigd was aan de fiscus. Ook werden de polderlasten van de 𝐋𝐞𝐤𝐝𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐨𝐯𝐞𝐧𝐝𝐚𝐦𝐬 nauwkeurig verrekend. Met deze historische aankoop werd de weg vrijgemaakt voor de transformatie van landbouwgronden naar de moderne stadswijken van Utrecht. 📈 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij deze akte van scheiding en deling: • De Hoog Welgeboren Heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, grondeigenaar, wonende op den Huize 𝐆𝐫𝐨𝐞𝐧𝐞𝐰𝐨𝐮𝐝𝐞 onder 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. • De Hoog Welgeboren Heer 𝐦𝐫. 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, handelend als gemachtigde voor de Hoog Welgeboren Vrouwe 𝐂é𝐜𝐢𝐥𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐒𝐨𝐩𝐡𝐢𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, echtgenote van 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐚𝐜𝐥𝐞𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 Het betreffende object dat in deze deling werd toegewezen aan 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 betreft een specifiek perceel grond: 🌳 Het gaat om een opslagplaats gelegen aan de 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐰𝐞𝐠, kadastraal bekend in de gemeente 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟑𝟗𝟒. De grootte van dit perceel bedraagt één are negenentwintig centiaren (𝟏 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟐𝟗 𝐜𝐚). De waarde van dit specifieke perceel werd door deskundigen getaxeerd op een bedrag van ƒ 𝟐𝟎𝟎,-. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De eerdere verkrijging van de goederen door de erflater vond plaats via de nalatenschap van diens ouders. Specifiek voor de onroerende goederen werd verwezen naar eerdere overschrijvingen ten hypotheekkantore te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒 en een akte van afgifte van legaat verleden voor 𝐦𝐫. 𝐂. 𝐌. 𝐇. 𝐁𝐚𝐥𝐛𝐢𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒. Hiermee werd de juridische continuïteit van het familiebezit gewaarborgd. 📑 𝐀𝐟𝐯𝐢𝐧𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 De akte werd opgemaakt in tegenwoordigheid van de getuigen 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐎𝐥𝐢𝐯𝐢𝐞𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, en 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐫𝐮𝐦𝐦𝐞𝐥𝐞𝐧, kantoorbediende. De totale kosten en rechten voor deze scheiding werden voldaan bij de ontvanger te 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞, waarbij een totaalbedrag van ƒ 𝟏𝟎𝟕𝟓,𝟒𝟑 𝟏/𝟐,- werd afgerekend. De formele inschrijving in de openbare registers van het kadaster vond plaats op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟓 in deel 𝟕𝟎𝟏, nummer 𝟓𝟓. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐝𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟏𝟔 vond een bijzondere administratieve handeling plaats voor de waarnemend notaris 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐡𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐊𝐨𝐞𝐤𝐞𝐧, die gevestigd was te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Hij nam op dat moment het kantoor waar van notaris 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐉𝐯𝐚𝐧𝐞. De kern van deze akte betreft het herstellen van een administratieve fout in de kadastrale aanduiding van percelen die al veel eerder waren verkocht aan de commissarissen van de staatweg van Maartensdijk naar Den Dolder. 🌲 De geschiedenis van dit object voert ons terug naar 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟑𝟗, toen de grond oorspronkelijk werd getransporteerd voor notaris 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐢𝐣𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐢𝐧𝐬𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 te 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭. In de oorspronkelijke akte uit 1839 was echter een onjuiste vermelding gemaakt van de kadastrale nummers. Om de registers van de hypotheekbewaarder te Utrecht en de kadastrale legger weer in overeenstemming te brengen met de werkelijkheid, werd deze verbetering in 1916 officieel bekrachtigd. ✅ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐨𝐭𝐭𝐞 𝐑𝐨𝐮𝐩𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐭, zonder beroep, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧). Zij handelde als voogdes over haar minderjarige kinderen en is de weduwe van de 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐰𝐞𝐥𝐠𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐂𝐨𝐧𝐬𝐭𝐚𝐧𝐭 𝐑𝐨𝐦𝐦𝐞𝐧, particulier, wonende te '𝐬-𝐇𝐞𝐫𝐭𝐨𝐠𝐞𝐧𝐛𝐨𝐬𝐜𝐡, handelende als commissaris van de straatweg van Maartensdijk naar Den Dolder. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 📍 Het betreft een stukje weiland met bijbehorende wal, gelegen onder de 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De kern van de herstelactie richtte zich op de kadastrale aanduiding. Waar voorheen gesproken werd over de nummers 𝟏𝟖𝟔, 𝟏𝟖𝟕 en 𝟐𝟎𝟎, bleek dit na herziening thans bekend te staan onder de volgende gegevens: • Gemeente: 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭 • Sectie: 𝐀 • Nummer: 𝟔𝟎𝟖 De oorspronkelijke verkoop door de 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐰𝐞𝐥𝐠𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐦𝐫. 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢jk 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (grondeigenaar te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦) aan de commissarissen was destijds geschied krachtens een besluit van Zijne Majesteit de Koning van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟑𝟔. 👑 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 Hoewel de akte hoofdzakelijk een correctie betreft van een oude transactie, worden de verschuldigde rechten voor de registratie vermeld. Voor het recht van overschrijving en bijbehorende opcenten werd een bedrag voldaan van ƒ 𝟏,𝟑𝟐 (één gulden en tweeëndertig cent). In een onderliggende vermelding bij een andere akte op hetzelfde blad (nr. 88) wordt voor een woning aan de 𝐕𝐨𝐥𝐥𝐞 𝐇𝐚𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 𝟏 te 𝐔𝐭𝐫𝐞cht een groter bedrag genoemd, maar voor deze specifieke correctie van de percelen in de Bilt bleven de kosten beperkt tot de administratieve leges. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝗗𝗲 𝗩𝗲𝗿𝗸𝗼𝗼𝗽 𝘃𝗮𝗻 𝗲𝗲𝗻 𝗪𝗼𝗼𝗻𝗵𝘂𝗶𝘀 𝗶𝗻 𝗗𝗲 𝗕𝗶𝗹𝘁 🏠 Op 𝘄𝗼𝗲𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟱 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟭𝟵 vond er een belangrijke transactie plaats in het Utrechtse landschap. Ten overstaan van de ervaren 𝗻𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀 𝗺𝗿. 𝗙𝗿𝗮𝗻𝘀 𝗜𝘃𝗮𝗻 𝗘𝘁𝗶𝗲𝗻𝗻𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗶𝘁𝘀𝗵𝘂𝘆𝘇𝗲𝗻, die zijn standplaats had in de stad 𝗨𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁, kwamen verschillende partijen bijeen om de eigendomsoverdracht van een onroerend goed officieel te bekrachtigen. Deze akte vormt een fascinerend inkijkje in de lokale geschiedenis van de gemeente De Bilt kort na de Eerste Wereldoorlog. 🖊️ 𝗕𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗣𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 👥 De volgende personen waren betrokken bij deze rechtshandeling, deels in persoon en deels vertegenwoordigd door gemachtigden: • 𝗖𝗼𝗻𝘀𝘁𝗮𝗻𝘁𝗶𝗻𝘂𝘀 𝗜𝗴𝗻𝗮𝘁𝗶𝘂𝘀 𝗝𝗼𝘀𝗲𝗽𝗵𝘂𝘀 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗥𝗼𝗺𝗺𝗲, administrateur der Godshuizen, wonende te Utrecht, handelend als gemachtigde van de verkopende partij. 🤝 • 𝗩𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗧𝗵𝗲𝗿𝗲𝘀𝗶𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗖𝗵𝗮𝗿𝗹𝗼𝘁𝘁𝗲 𝗥𝗼𝘂𝗽𝗽𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲𝗿 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘁, zonder beroep, wonende te Arnhem op het landgoed "Den Heuvel", in haar hoedanigheid van weduwe van de heer Paul Antoine Frederic Lodewijk Hubert van Heel. 👩💼 • 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻 𝗘𝗻𝗲𝗹𝗱 𝗟𝗼𝗱𝗲𝘄𝗶𝗷𝗸 𝘃𝗮𝗻 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘁𝗲𝗻, potplantenkweker, wonende te Loijstul (gemeente Doorn), handelend in zijn hoedanigheid van gemachtigde voor de kopende partij. 🌿 • 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗝𝗮𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗛𝗲𝗲𝗹, minderjarige, vertegenwoordigd in deze akte. 👦 • 𝗛𝘂𝗯𝗲𝗿𝘁 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗝𝗼𝘀𝗲𝗽𝗵𝘂𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝗛𝗲𝗲𝗹, eveneens minderjarige, vertegenwoordigd in deze akte. 👦 𝗢𝗯𝗷𝗲𝗰𝘁𝗴𝗲𝗴𝗲𝘃𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗞𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗗𝗲𝘁𝗮𝗶𝗹𝘀 📍 Het verkochte object betreft een karakteristiek pand met bijbehorende grond, gelegen in de provincie Utrecht. De details uit de akte zijn als volgt: • 𝗞𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗴𝗲𝗺𝗲𝗲𝗻𝘁𝗲: De Bilt. • 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲: A. • 𝗣𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿: 608. • 𝗚𝗿𝗼𝗼𝘁𝘁𝗲: Het perceel heeft een totale oppervlakte van 6 roeden en 27 ellen (oftewel 627 vierkante meter). 𝗙𝗶𝗻𝗮𝗻𝗰𝗶𝗲̈𝗹𝗲 𝗔𝗳𝗵𝗮𝗻𝗱𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴 💰 De koopsom voor dit onroerend goed werd vastgesteld op een bedrag van ƒ 𝟭.𝟰𝟯𝟳,𝟱𝟬 (voluit geschreven: veertienhonderdzevenendertig gulden en vijftig cent). De notaris verklaarde dat de verschuldigde bedragen en de kosten voor de overdracht, inclusief de registratierechten van de akte, door de kopers waren voldaan of verzekerd. De registratie van dit document vond plaats in Amersfoort op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟵 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟭𝟵, waarmee de eigendomsovergang definitief werd opgenomen in de openbare registers. 📑 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐚𝐥𝐚𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟗 werd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 de basis gelegd voor de verdere afwikkeling van de nalatenschap van wijlen 𝐌𝐚𝐫𝐪𝐮𝐞𝐫𝐢𝐭𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐉𝐞𝐚𝐧𝐧𝐞 𝐆𝐡𝐢𝐬𝐥𝐚𝐢𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐧. Zij was een particuliere die laatstelijk woonachtig was te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦 en aldaar op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟐𝟕 is overleden. Krachtens haar testament, verleden op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟔 voor de toenmalige notaris 𝐦𝐫. 𝐒. 𝐏. 𝐉. 𝐑𝐨𝐞𝐬, had zij haar kinderen uit haar eerste huwelijk benoemd tot haar enige en algehele erfgenamen. 🏛️ De akte werd gepasseerd ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐎𝐥𝐢𝐯𝐢𝐞𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐲𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De bijeenkomst vond plaats op de 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 onder 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧, gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. In deze akte wordt vastgesteld welke roerende lichamelijke zaken, contante gelden en effecten tot de onverdeelde boedel behoren, waarbij het vruchtgebruik van de erflaatster nu is vervallen door haar overlijden. 🌳 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen worden in de documenten genoemd als betrokken partijen of getuigen: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐮𝐝𝐨𝐯𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, grondeigenaar, wonende op de 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 onder 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧. • 𝐂𝐞𝐜𝐢𝐥𝐞 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐋𝐞𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, particuliere, wonende te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦, echtgenote van 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐚𝐜𝐥𝐞𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐚𝐜𝐥𝐞𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, oud-lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland, wonende te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦. • 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, kandidaat-notaris, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als getuige. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐡𝐦𝐞𝐫, boekhouder, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredend als getuige. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 Hoewel de focus van deze specifieke bladen ligt op de inventarisatie van roerende goederen en effecten, wordt de locatie van de handeling en het beheer nauwkeurig omschreven: 𝐈𝐧𝐯𝐞𝐧𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐄𝐟𝐟𝐞𝐜𝐭𝐞𝐧 (𝐋𝐲𝐬𝐭 𝐀) De documenten bevatten een zeer gedetailleerde staat van effecten, aangeduid als 𝐋𝐲𝐬𝐭 𝐀. Hieruit blijkt de enorme omvang van het kapitaal dat door de erflaatster werd beheerd. Onder de contante middelen bevond zich een bedrag van ƒ 𝟏𝟏𝟔,𝟒𝟗 ,-. De effectenportefeuille bevat een breed scala aan nationale en internationale beleggingen, waaronder: • 𝐀𝐚𝐫𝐭𝐬𝐛𝐢𝐬𝐝𝐨𝐦 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (𝐒𝐭. 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬), twee stuks à ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎 ,-. • 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐚𝐧𝐤, twaalf aandelen à ƒ 𝟐𝟎𝟎 ,-. • 𝐁𝐚𝐧𝐪𝐮𝐞 𝐍𝐚𝐭𝐢𝐨𝐧𝐚𝐥𝐞 𝐝𝐞 𝐁𝐞𝐥𝐠𝐢𝐪𝐮𝐞, tien aandelen à ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎 ,-. • 𝐒𝐭. 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬, 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦, vier obligaties à ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎 ,-. • 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐘𝐳𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫, obligaties uit 𝟏𝟖𝟖𝟗 en 𝟏𝟗𝟎𝟕. • 𝐒𝐞𝐦𝐚𝐫𝐚𝐧𝐠 𝐂𝐡𝐞𝐫𝐢𝐛𝐨𝐧 𝐒𝐭𝐨𝐨𝐦𝐭𝐫𝐚𝐦, twee obligaties à ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎 ,-. • 𝐏𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝟏𝟖𝟖𝟔, één obligatie à ƒ 𝟏.𝟎𝟎𝟎 ,-. Het totale transportbedrag van deze lijst alleen al bedroeg op pagina 4 reeds ƒ 𝟔𝟐.𝟔𝟓𝟕,𝟐𝟖 ,-. Deze waarden vertegenwoordigen de situatie op de sterfdag van de erflaatster, inclusief de lopende rentes en nog niet geïncasseerde dividenden. 📈 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- Download (707) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van verkoop van een perceel grond (kadastraal bekend Gemeente Baarn, Sectie F, nummers 681 en 682), gelegen aan de nieuwe aangelegde weg te Lage Vuursche, nabij de Koudelaan. Waarbij op 12 oktober 1953, ten overstaan van de Amsterdamse notaris mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland het perceel werd verkocht door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein aan de heer Gijsbertus van den Broek voor ƒ. 8.802,-. Download (707) (link) 1-2.pdf Download (707) (link) 1-2.pdf Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (544) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van diverse percelen weiland, bekend als perceelnummer(s) [perceelnummers], gelegen te de Kleine Koppel nabij de Koppeldijk. Op zaterdag 26 maart 1927 is ten overstaan van de in Utrecht gevestigde notaris, mr. Theo baron van Wijnbergen, het diverse percelen weiland door jkvr. Carolina van Nispen tot Sevenaer verkocht aan de heer Adriaan van Staatsen voor een bedrag van ƒ 43.075,-. Download (544) (link) 1-7.pdf Download (544) (link) 2-7.pdf Download (544) (link) 3-7.pdf Download (544) (link) 4-7.pdf Download (544) (link) 5-7.pdf Download (544) (link) 6-7.pdf Download (544) (link) 7-7.pdf Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 📜 𝗗𝗲 𝗦𝗰𝗵𝗲𝗶𝗱𝗶𝗻𝗴 𝗲𝗻 𝗩𝗲𝗿𝗱𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗡𝗮𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻𝘀𝗰𝗵𝗮𝗮𝗽 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻 Op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟭 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟯𝟭 verschenen de comparanten voor 𝗺𝗿. 𝗙𝗿𝗮𝗻𝘀 𝗣𝗮𝘂𝗹 𝗘𝗱𝗺𝘂𝗻𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗶𝘁𝗵𝘂𝘆𝘇𝗲𝗻, notaris ter standplaats 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, voor de verdeling van de nalatenschap van wijlen 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗙𝗿𝗲𝗱𝗲𝗿𝗶𝗸 𝗟𝗼𝗱𝗲𝘄𝗶𝗷𝗸 𝗛𝗲𝗿𝗯𝗲𝗿𝘁 𝗝𝗮𝗻 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻, overleden op 𝘇𝗼𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟱 𝗷𝘂𝗹𝗶 𝟭𝟵𝟮𝟲 te 𝗟𝗮𝗴𝗲 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲. 🏛️ 👥 𝗟𝗶𝗷𝘀𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗕𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗣𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗝𝗮𝗻 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻, zonder beroep, wonende te 𝗟𝗮𝗴𝗲 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, gemeente Baarn. • 𝗗𝗲 𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗕𝗲𝗿𝗻𝗮𝗿𝗱 𝗘𝗻𝗴𝗲𝗹𝗯𝗲𝗿𝘁 𝗪𝗼𝗲𝗻𝗱𝗿𝗲𝗴𝘁, candidaat-notaris, wonende te 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, handelend als gemachtigde van de heer 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻 𝗖𝗮𝗿𝗲𝗹 𝗟𝗼𝗱𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗼𝗲𝗹𝗲𝗻 𝗚𝗿𝗼𝘁𝗵𝗲, particulier, wonende te 𝗛𝗲𝗶𝗹𝗼𝗼. 📑 𝗨𝗶𝘁𝗴𝗲𝗯𝗿𝗲𝗶𝗱𝗲 𝗕𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝘃𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹𝗲𝗻 🌾 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗘𝗲𝗻: 𝗠𝗮𝗮𝗿𝘁𝗲𝗻𝘀𝗱𝗶𝗷𝗸 🍎 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗧𝘄𝗲𝗲: 𝗜𝗷𝘀𝘀𝗲𝗹𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻 Onder artikel twee worden percelen weiland, boomgaard en weg toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗜𝗷𝘀𝘀𝗲𝗹𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗕 met de volgende nummers: 🌳 🌲 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗗𝗿𝗶𝗲: 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻𝘀𝗲 𝗕𝗼𝘀𝘀𝗲𝗻 Onder artikel drie wordt een perceel dennenbos toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. Dit perceel is kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗗 met de volgende nummers: 🪵 🐄 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗩𝗶𝗲𝗿: 𝗪𝗲𝗶𝗹𝗮𝗻𝗱𝗲𝗻 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻 Onder artikel vier worden enige percelen weiland en een weg toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗕 met de volgende nummers: 🛣️ 🌊 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗩𝗶𝗷𝗳: 𝗗𝗲 𝗘𝗲𝗺𝗸𝗮𝗱𝗲 Onder artikel vijf worden enige percelen weiland en een kade aan de rivier de 𝗘𝗲𝗺 toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗔 met de volgende nummers: 🛶 🏰 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗭𝗲𝘀: 𝗦𝗽𝗹𝗶𝗻𝘁𝗲𝗿𝗲𝗻𝗯𝘂𝗿𝗴 Onder artikel zes wordt het omvangrijke complex woonhuizen met gebouwen, erven, weiland en bouwland genaamd "𝗦𝗽𝗹𝗶𝗻𝘁𝗲𝗿𝗲𝗻𝗯𝘂𝗿𝗴" toebedeeld, gelegen te 𝗕𝗶𝗹𝘁𝗵𝗼𝘃𝗲𝗻 (gemeente 𝗗𝗲 𝗕𝗶𝗹𝘁). De percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗔 en 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗘 met de volgende nummers: 🏠 🌲 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗭𝗲𝘃𝗲𝗻: 𝗗𝗲 𝗦𝘁𝘂𝗹𝗽𝘀𝗲 𝗛𝗲𝗶𝗱𝗲 Onder artikel zeven worden diverse percelen bos, heide en weg toebedeeld, tezamen genaamd de 𝗦𝘁𝘂𝗹𝗽𝘀𝗲 𝗛𝗲𝗶𝗱𝗲, gelegen onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗧 met de volgende nummers: 🦌 🛡️ 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗔𝗰𝗵𝘁: 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝗻𝗯𝘂𝗿𝗴 Onder artikel acht wordt het huis met erf, weiland, bos en wegen genaamd "𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝗻𝗯𝘂𝗿𝗴" toebedeeld, gelegen onder 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻 en 𝗦𝗼𝗲𝘀𝘁. De percelen zijn kadastraal bekend onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗖 met de volgende nummers: 🏯 ⛵ 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗡𝗲𝗴𝗲𝗻: 𝗖𝗮𝘁𝗵𝗮𝗿𝗶𝗷𝗻𝗲 (𝗨𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁) Onder artikel negen worden percelen weiland toebedeeld, gelegen onder de voormalige gemeente 𝗖𝗮𝘁𝗵𝗮𝗿𝗶𝗷𝗻𝗲 (Utrecht) nabij het 𝗠𝗲𝗿𝘄𝗲𝗱𝗲𝗸𝗮𝗻𝗮𝗮𝗹. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗖 met de volgende nummers: 🚢 🚜 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗧𝗶𝗲𝗻: 𝗘𝗺𝗻𝗲𝘀 Onder artikel tien worden enige percelen weiland en bouwland toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗘𝗺𝗻𝗲𝘀. De percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗕 en 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗖 met de volgende nummers: 🐄 🌾 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗘𝗹𝗳: 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻𝘀𝗲 𝗔𝗸𝗸𝗲𝗿𝘀 🛤️ 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗧𝘄𝗮𝗮𝗹𝗳: 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻𝘀𝗲 𝗗𝗶𝗷𝗸 Onder artikel twaalf wordt een perceel weiland toebedeeld, gelegen aan de 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻𝘀𝗲 𝗗𝗶𝗷𝗸. Dit perceel is kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗕 met de volgende nummers: 🚲 🍒 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗗𝗲𝗿𝘁𝗶𝗲𝗻: 𝗛𝗮𝗿𝗺𝗲𝗹𝗲𝗻 Onder artikel dertien worden een perceel boomgaard en weiland toebedeeld, gelegen onder de gemeente 𝗛𝗮𝗿𝗺𝗲𝗹𝗲𝗻. Deze percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗚 met de volgende nummers: 🌳 🏘️ 𝗔𝗿𝘁𝗶𝗸𝗲𝗹 𝗩𝗲𝗲𝗿𝘁𝗶𝗲𝗻: 𝗗𝗲 𝗟𝗮𝗴𝗲 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲 Onder artikel veertien wordt het hart van de bezittingen op de 𝗟𝗮𝗴𝗲 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲 toebedeeld, bestaande uit talrijke woningen, gebouwen, bossen en landerijen onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. De percelen zijn kadastraal bekend als 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 F en 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗘: 🌲 • 𝗣𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿𝘀 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 F: 𝟰, 𝟱, 𝟭𝟯, 𝟭𝟰, 𝟭𝟱, 𝟱𝟬, 𝟱𝟭, 𝟱𝟯 𝗯𝗶𝘀, 𝟱𝟱 𝘁/𝗺 𝟳𝟰, 𝟳𝟲 𝘁/𝗺 𝟴𝟬, 𝟴𝟰, 𝟵𝟲, 𝟵𝟳, 𝟵𝟴, 𝟭𝟬𝟰, 𝟭𝟬𝟱, 𝟭𝟬𝟳 𝘁/𝗺 𝟭𝟭𝟬, 𝟭𝟭𝟮, 𝟭𝟭𝟯, 𝟭𝟭𝟰, 𝟭𝟭𝟲, 𝟭𝟭𝟳, 𝟯𝟴𝟵, 𝟯𝟵𝟰, 𝟯𝟵𝟱, 𝟰𝟭𝟮, 𝟰𝟴𝟵 𝘁/𝗺 𝟰𝟵𝟯, 𝟱𝟮𝟯 𝘁/𝗺 𝟱𝟯𝟯, 𝟱𝟯𝟱, 𝟱𝟯𝟲, 𝟱𝟯𝟴, 𝟱𝟴𝟱, 𝟱𝟴𝟳, 𝟱𝟵𝟰, 𝟱𝟵𝟲, 𝟲𝟬𝟳, 𝟲𝟬𝟴 𝗲𝗻 𝟲𝟭𝟬. • 𝗣𝗲𝗿𝗰𝗲𝗲𝗹𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿𝘀 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗘: 𝟭𝟰𝟳 𝘁/𝗺 𝟭𝟱𝟯, 𝟭𝟱𝟱, 𝟭𝟱𝟳 𝘁/𝗺 𝟭𝟲𝟳, 𝟭𝟲𝟵, 𝟭𝟲𝟵 𝗯𝗶𝘀, 𝟭𝟳𝟬, 𝟭𝟳𝟭, 𝟮𝟬𝟭 𝘁/𝗺 𝟮𝟬𝟴, 𝟮𝟭𝟭, 𝟮𝟭𝟳, 𝟮𝟭𝟴, 𝟮𝟵𝟰, 𝟯𝟬𝟬, 𝟯𝟬𝟰 𝘁/𝗺 𝟯𝟮𝟱, 𝟯𝟮𝟳 𝘁/𝗺 𝟯𝟰𝟭, 𝟯𝟳𝟭, 𝟯𝟳𝟮 en het gehele perceel 𝟭𝟳𝟭 𝗯𝗶𝘀. 💰 𝗩𝗿𝘂𝗰𝗵𝘁𝗴𝗲𝗯𝗿𝘂𝗶𝗸 𝗲𝗻 𝗪𝗮𝗮𝗿𝗱𝗲 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🏡 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟑 werd een transportakte verleden voor de overdracht van een specifiek terrein in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Het betreft een perceel grond gelegen aan de 𝐇𝐚𝐠𝐞𝐛𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞𝐰𝐞𝐠. De verkoper had de eigendom van dit perceel verkregen via een eerdere akte, die als basis diende voor deze rechtmatige overdracht. De koper heeft voor de grond een bedrag betaald van ƒ 𝟎,𝟓𝟎 ,- per vierkante meter. 💸 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen en gemachtigden zijn in de akte opgenomen: • De gemachtigde van de verkoper: de 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐢𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐑𝐨𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐓𝐨𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 (𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝), candidaat-notaris wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫n. Hij handelde als lasthebber namens de heer 𝐀𝐫𝐦𝐚𝐧𝐝 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐚𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬, die op zijn beurt de gevolmachtigde was van de 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, gezantschapssecretaris wonende te 𝐏𝐞𝐤𝐢𝐧𝐠. • De koper: de 𝐍𝐚𝐚𝐦𝐥𝐨𝐨𝐳𝐞 𝐕𝐞𝐧𝐧𝐨𝐨𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐂𝐨𝐦𝐩𝐚𝐠𝐧𝐢𝐞 𝐝𝐞𝐬 𝐄𝐚𝐮𝐱 𝐝'𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐥𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣), gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • De vertegenwoordiger van de koper: de 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐑𝐢𝐣𝐤 𝐏𝐳𝐨𝐨𝐧, directeur van de waterleidingmaatschappij, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • De mede-gevolmachtigde namens de koper: de 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐃𝐨𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐀𝐧𝐭ᱚ𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧𝐢𝐧𝐜𝐤, thesaurier-generaal bij het Departement van Financiën, wonende te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞, in zijn hoedanigheid van lid van de Raad van Beheer van de maatschappij. 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐮𝐢𝐭 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 🖋️ De akte bepaalt dat de koper de verschuldigde belastingen en lasten vanaf de dag van de overdracht voor zijn rekening neemt. De levering geschiedt vrij van hypothecaire inschrijvingen of beslagen. In de kantlijn en bij de tekeningen wordt ook verwezen naar de gemeente 𝐋𝐚𝐚𝐠 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, met de perceelnummers 𝟖𝟓𝟒 en 𝟖𝟓𝟓, wat duidt op de geografische context van de waterwingebieden van de maatschappij in die regio. 💧 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐄𝐬𝐬𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞 📖 𝐃𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐌𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟑. 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐩𝐨𝐫𝐭. 𝐇𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐌𝐞𝐢 𝐧𝐞𝐠𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝 𝐝𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠, compareerden voor mij 𝐦𝐫. 𝐇𝐚𝐧𝐬 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑ö𝐦𝐞𝐫, notaris ter standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧: "Een perceel grond gelegen aan de 𝐇𝐚𝐠𝐞𝐛𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞𝐰𝐞𝐠 gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, ter oppervlakte van ongeveer achthonderd zeventig vierkante meter, zijnde gedeelten van de percelen kadastraal gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅 nummers 𝟔𝟎𝟕 en 𝟔𝟏𝟎..." "Deze verkoop en koop is geschied voor de som van ƒ 𝟎,𝟓𝟎 ,- per m2." (Getekend) 𝐏. 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝, 𝐉. 𝐂. 𝐑𝐢𝐣𝐤 𝐏𝐳., 𝐇𝐚𝐦𝐞𝐫𝐬𝐯𝐞𝐥𝐝, 𝐂. 𝐒. 𝐁𝐞𝐮𝐤𝐞𝐧, 𝐦𝐫. 𝐀. 𝐑ö𝐦𝐞𝐫. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 W𝐞𝐦𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟑 vond in de 𝐏𝐫𝐢𝐧𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐚𝐧𝐣𝐞 te 𝐆𝐨𝐞𝐬 een belangwekkende openbare verkoping plaats. Onder leiding van 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐥𝐞, notaris ter standplaats '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐩𝐨𝐥𝐝𝐞𝐫, werden de rechten en gronden van de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 W𝐞𝐦𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞 geveild. Deze verkoop omvatte niet alleen het visrecht in de ambachtsheerlijkheid, maar ook een enorme oppervlakte aan schorren, slikken en aanwas, evenals het overzetveer naar het eiland 𝐓𝐡𝐨𝐥𝐞𝐧. De totale omvang van de onroerende goederen bedroeg maar liefst achthonderdzevenentwintig hectaren en diverse fracties aan centiaren. 🌊 De verkoping werd uitgevoerd in opdracht van 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, die als gezantschapssecretaris in 𝐏𝐞𝐤𝐢𝐧𝐠 verbleef en zich liet vertegenwoordigen door de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝. De geschiedenis van de eigendom laat een interessant spoor na: de goederen waren eerder verkregen door de heer 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐮𝐝 𝐋𝐨𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐡𝐞 via een akte van scheiding op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟔 voor de notaris te 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭. Na zijn overlijden in 𝐌𝐚𝐭𝐭𝐢𝐦𝐚𝐬 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟐 werden de zaken krachtens testament toebedeeld aan zijn enige erfgenaam, de huidige verkoper. 🏛️ Tijdens de veiling werden de twee afzonderlijke percelen uiteindelijk gecombineerd toegewezen aan de hoogste bieder voor een bedrag van ƒ 𝟐.𝟎𝟎𝟎,-. De nieuwe eigenaar verkreeg hiermee een historisch pakket aan rechten, inclusief de verplichting om bestaande visvergunningen te respecteren tot het einde van hun looptijd in 𝟏𝟗𝟑𝟔. De lasten en belastingen kwamen voor rekening van de koper vanaf 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟒. Deze transactie markeert een significante verschuiving in het bezit van dit Zeeuwse erfgoed. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (Verkoper), wonende te 𝐏𝐞𝐤𝐢𝐧𝐠, gezantschapssecretaris en enige erfgenaam van wijlen de heer 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐮𝐝 𝐋𝐨𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐞𝐥en 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐡𝐞. • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝 (Gemachtigde), wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, candidaat-notaris, handelend namens de verkoper krachtens volmacht van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟗𝟑𝟑. • 𝐄𝐝𝐮𝐚𝐫𝐝 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐦𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐨𝐬𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 (Koper), wonende te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞, particulier, die de combinatie van percelen kocht voor ƒ 𝟐.𝟎𝟎𝟎,-. • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐞𝐥𝐞 (Bieder), wonende te 𝐆𝐨𝐞𝐬, rentmeester, hoogste bieder op perceel één voor ƒ 𝟕𝟕𝟓,-. • 𝐓𝐡𝐞𝐫𝐞𝐬𝐢𝐚 𝐑𝐨𝐮𝐩𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐭 (Betrokkene), wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, weduwe van de heer 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐮𝐝 𝐋𝐨𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐡𝐞. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: W𝐞𝐦𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞 • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐂 • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫: 𝟏𝟐𝟔 (een weiland ter grootte van 𝟕𝟎 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝟖𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧) • 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠: De 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 W𝐞𝐦𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞 met alle ambachtsrechten, waaronder het visrecht (perceel 1), het overzetveer naar 𝐓𝐡𝐨𝐥𝐞𝐧, en de schorren en slikken aan de 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞𝐥𝐝𝐞. • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: De totale oppervlakte wordt vermeld als circa 𝟖𝟐𝟕 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, zeventien honderd tweeëntwintig en negentig dertien/eenhonderdvierenenvijftigste centiare. • 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠: De verkoper verkreeg de goederen uit de nalatenschap van 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐮𝐝 𝐋𝐨𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐭𝐡𝐞, die het op zijn beurt had verkregen via een akte van scheiding op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟔. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Zeeuws Archief Met dank aan Peter de Jong, Schipluiden.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐚𝐜𝐡𝐭 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗 trad een formeel pachtcontract in werking tussen een grondeigenaar uit Arnhem en een warmoezenier uit Utrecht. Hoewel de akte zelf de exacte datum van ondertekening openlaat met de tekst "niet invullen", is het document officieel goedgekeurd door het Pachtbureau voor Utrecht op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗. De overeenkomst betreft het gebruik van een agrarisch bedrijf voor de teelt van groenten, waarbij strikte voorwaarden zijn gesteld aan het onderhoud en het gebruik van de opstallen. 🏠🌱 Het contract is aangegaan voor een vaste periode van één jaar, lopende van 1 november tot 1 november. De pachter verklaarde het gehuurde reeds goed te kennen, aangezien hij er op dat moment al meerdere jaren woonachtig was. De jaarlijkse pachtprijs werd vastgesteld op een bedrag van ƒ 600,-, te betalen in twee gelijke termijnen op 1 mei en 1 november. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 In dit pachtcontract zijn de volgende partijen overeengekomen: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧, de pachter, werkzaam als warmoezenier. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 De verpachte onroerende zaak wordt in de akte omschreven als een 𝐰𝐚𝐫𝐦𝐨𝐞𝐳𝐞𝐧𝐢𝐞𝐫𝐬𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞. Dit complex omvat een woonhuis, een schuur en de bijbehorende tuin. De locatie en de kadastrale aanduiding zijn als volgt gespecificeerd: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: Lauwerecht (Utrecht) • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: B • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬: 1124 en 1125 • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: 1 hectare, 94 aren en 32 centiaren (totaal 1.9432 H.A.) • 𝐋𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞: Gelegen aan de Lauwerecht. 📍 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐮𝐝 De pachter nam de zware verplichting op zich om de landerijen op de best mogelijke wijze te bewerken en te bemesten, zoals gebruikelijk is voor warmoezeniersland. Hij diende het object in "prima staat" te houden. Daarnaast was de pachter verantwoordelijk voor het volledige onderhoud van de opstallen, inclusief het glas- en vloerdicht houden van de gebouwen en het onderhoud van riolen, beerputten, wegen en wateringen. 🛠️ Bijzonder is de bepaling dat de pachter zijn inboedel moest verzekeren tegen brandschade bij een solide maatschappij, waarbij de verpachter het recht had om bij schade de uitkering rechtstreeks aan te wenden voor de betaling van de lopende pacht. Tevens werd vastgelegd dat er na drie jaar overleg zou plaatsvinden over een eventuele wijziging van de pachtsom. 📝 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1803.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐖𝐚𝐫𝐦𝐨𝐞𝐳𝐞𝐧𝐢𝐞𝐫𝐬𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗 werd te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦 en 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 een officieel pachtcontract gesloten voor een bijzondere locatie aan de 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Het betreft de verpachting van een zogenaamde warmoezeniershofstede, bestaande uit een huis, schuur en tuin. De pacht is aangegaan voor de duur van één jaar, ingaande op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗, waarbij het pachtjaar loopt tot 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟎. De pachter was reeds woonachtig op het perceel en verklaarde volledig bekend te zijn met de staat van het goed. 🏠 De jaarlijkse pachtsom werd vastgesteld op een bedrag van ƒ 𝟔𝟎𝟎,-. Dit bedrag diende te worden voldaan in twee gelijke termijnen, telkens op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐦𝐞𝐢 en 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫, waarbij de eerste betaling verschuldigd was op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟎. De betalingen moesten in contanten geschieden ten woonhuize van de verpachter. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐚𝐜𝐡𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, grondeigenaar, wonende te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦 (Verpachter). 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 Het pachtobject is gelegen onder de kadastrale gemeente 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en wordt gevormd door de volgende percelen: De totale grootte van deze percelen bedraagt één hectare, vier en negentig aren en twee en dertig centiaren (𝟏.𝟗𝟒𝟑𝟐 𝐇.𝐀.). Het land dient door de pachter op de best mogelijke wijze te worden bewerkt en onderhouden als warmoezeniersland, inclusief het schoonhouden en bemesten van de gronden. 🌿 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐮𝐝 De pachter nam strikte verplichtingen op zich wat betreft het onderhoud van de opstallen en de omliggende infrastructuur. Hij was verantwoordelijk voor het in goede staat houden van de dijken, dammen, zandpaden, wegen, weteringen, hekken en bruggen. Het was de pachter niet toegestaan om zonder schriftelijke toestemming van de verpachter veranderingen aan de inrichting of de bestemming van het gepachte aan te brengen. 🛠️ Daarnaast was de pachter verplicht de inboedel te verzekeren tegen brandschade bij een solide maatschappij. Ook het dagelijks onderhoud van de woning, zoals het glas- en vloerdicht houden en de zorg voor riolen en beerputten, kwam volledig voor rekening van de pachter. Het contract werd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗 goedgekeurd door het 𝐏𝐚𝐜𝐡𝐭𝐛𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 onder nummer 𝟔𝟕𝟗. ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🏡 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟎 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐈𝐯𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐣𝐤, handelend als gemachtigde. De transactie betreft de verkoop van een huis met schuur en een perceel weiland, staande en gelegen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 aan het 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝. Het object staat kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummers 𝟏𝟏𝟐𝟒 en 𝟏𝟏𝟐𝟓. De totale oppervlakte van het verkochte bedraagt één hectare, vier en negentig aren en twee en dertig centiaren (1.94.32 ha). Dit uitgestrekte terrein grenst aan de weg genaamd het 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝. De koopprijs voor dit geheel werd vastgesteld op een bedrag van ƒ 𝟒𝟑.𝟕𝟐𝟐,-. 💰 De verkoper had deze goederen eerder in eigendom verkregen door een akte van scheiding en verdeling, verleden op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟖 voor de toenmalige notaris 𝐦𝐫. 𝐓𝐡. 𝐏. 𝐄. 𝐒𝐭𝐞𝐤𝐥𝐢𝐧𝐠. Deze eerdere verkrijging was ingeschreven in de registers van het hypotheekkantoor te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟑𝟖 in deel 1224 nummer 69. Hiermee werd de historische eigendomslijn van het perceel aan het 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝 bevestigd voordat het overging naar de gemeente. 🏛️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐈𝐯𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐣𝐤, wonende te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de eigenaar. • 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, Burgemeester van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelend namens de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐁𝐚𝐫𝐛𝐚𝐫𝐚 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐛𝐛𝐞𝐫𝐨𝐧𝐠𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐫𝐨𝐨𝐬𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 🖋️ Ten overstaan van mij, 𝐦𝐫. 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐌𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen, verschenen: De heer 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞 m 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, Burgemeester der 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, wonende aldaar, om de Gemeente te vertegenwoordigen bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen die voor haar moeten worden gedaan voor zover daarvan een authentieke akte wordt opgemaakt, van welke machtiging blijkt uit een voor mij, notaris, op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚 r𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟒 in minuut verleden akte van volmacht. En voorts als handelende ter uitvoering van het besluit van de Gemeenteraad van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟗, nummer 29/4/21, goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 bij besluit van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟎, derde afdeling nummer 477. Ter eenre zijde de heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐈𝐯𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐣𝐤, architect, wonende te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞, handelend in zijne hoedanigheid blijkens een onderhandse akte van volmacht, welke na vooraf door de lasthebber in tegenwoordigheid van de getuigen en van mij, notaris, te zijn erkend en ten blijke daarvan door allen getekend aan deze akte is gehecht. De lastgever zijnde de weledelgeboren heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐚𝐜𝐥𝐞𝐭𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, particulier, wonende te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦. Ter andere zijde de comparant ter andere zijde verklaarde te hebben verkocht en mitsdien voor den vollen en vrijen eigendom te zullen leveren aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, voor welke de comparant ter ener zijde verklaarde te hebben gekocht: Een huis met schuur en een perceel weiland, staande en gelegen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 aan het 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝, kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummers 𝟏𝟏𝟐𝟒 en 𝟏𝟏𝟐𝟓, samen groot één hectare vier en negentig aren twee en dertig centiaren. Belendende de achterzijde welke de verkoper evenzeer kan doen gelden op de weg, genaamd het 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐩𝐚𝐝, kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 34. De voorgeschreven vaste goederen zijn door de verkoper in eigendom aangekomen bij akte van scheiding en verdeling der hoge en twintigste 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝐧𝐞𝐠𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝 𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠 (𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟖) verleden voor de destijds te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧 gevestigde notaris 𝐦𝐫. 𝐓𝐡. 𝐏. 𝐄. 𝐒𝐭𝐞𝐤𝐥𝐢𝐧𝐠, overgeschreven ten hypotheekkantore te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 den zes en twintigste 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 daarna (𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟑𝟖) in deel 1224 onder nummer 69. Deze koop en verkoop is volgens de verklaring van partijen geschied voor en om een koopprijs van ƒ 𝟒𝟑.𝟕𝟐𝟐,- welke koopprijs de comparant ter andere zijde verklaarde van de comparant ter ene zijde in zijne gemelde kwaliteit ontvangen te hebben, waarvoor hij bij deze kwijting verleent. Voorts onder de navolgende voorwaarden en bepalingen: 1) Dat het gekochte op de koper overgaat zoo en in dien staat, waarin het zich thans bevindt, met alle aan- en toebehoren, heerschende en lijdende erfdienstbaarheden, lasten en baten, rechten en verplichtingen welke daartoe van rechtswege en met recht behoren, aldus in alle opzichten evenwel vrij van hypotheek en beslag en met landerijen verpacht tot den laatsten november 𝐧𝐞𝐠𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞𝐧𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝 𝐯𝐞𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠. 2) Dat de verkoper is gehouden tot vrijwaring overeenkomstig de wet, met dien verstande dat geen vrijwaring behoeft te worden gegeven tegen het bestaan van verborgen gebreken, tenzij blijkt dat de verkoper het gebrek heeft gekend of dat de koper het gebrek zelf bij levering van het gekochte kan constateren door het doen overschrijven van deze akte of een afschrift daarvan in de daartoe bestemde openbare registers. De kosten op deze koop en verkoop vallende, waaronder begrepen die der levering van de eigendom, door de koper moeten worden gedragen. Dat partijen bij deze de bevoegdheid uitsluiten om krachtens het bepaalde bij de artikelen 1302 en 1303 van het Burgerlijk Wetboek ontbinding en vernietiging dezer koopovereenkomst te kunnen vorderen. In dezen zake ook voor daden van gerechtelijke tenuitvoerlegging verklaarde partijen domicilie te kiezen ten Stadhuis van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Waarvan akte in minuut. Gedaan en verleden te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 ten tijde in het hoofd dezer gemeld, in tegenwoordigheid der heren 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐒𝐭𝐞𝐤𝐞𝐥𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 en 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐄𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, als getuigen. Onmiddellijk na voorlezing is deze akte door de comparanten, de getuigen en mij, notaris, ondertekend. (Ondertekend): 𝐉. 𝐂. 𝐈𝐯𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐣𝐤, 𝐆. 𝐀. 𝐖. 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, 𝐉. 𝐒𝐭𝐞𝐤𝐞𝐥𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠, 𝐉. 𝐖. 𝐄𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭, 𝐦𝐫. 𝐀. 𝐉. 𝐏. 𝐌𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬. In een tweede akte, eveneens verleden op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟎 voor de notaris 𝐦𝐫. 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐌𝐮𝐮𝐬 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, verscheen mevrouw 𝐁𝐚𝐫𝐛𝐚𝐫𝐚 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐛𝐛𝐞𝐫𝐨𝐧𝐠𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die verklaarde te hebben verkocht en mitsdien in eigendom af te staan aan de heer 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐉𝐚𝐧 𝐏𝐫𝐨𝐨𝐬𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 🌳 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟒𝟐 werd er vanuit de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 een belangrijke brief verzonden betreffende de status van het landgoed "𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝". In opdracht van de 𝐂𝐨𝐦𝐦𝐢𝐬𝐬𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐝𝐞𝐫 𝐩𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die destijds de taken van 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐩𝐮𝐭𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐭𝐞𝐧 waarnam, werd officieel medegedeeld dat dit landgoed is geplaatst op de lijst van natuurreservaten. Dit besluit werd genomen omdat het object van groot landschappelijk en provinciaal belang werd geacht. 📜 𝐖𝐞𝐭𝐭𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐩𝐥𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐩𝐚𝐫𝐩𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 ⚖️ De aanwijzing als natuurreservaat bracht strikte regels met zich mee voor de eigenaresse. Op grond van het besluit van de 𝐒𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬𝐬𝐞𝐧-𝐆𝐞𝐧𝐞𝐫𝐚𝐚𝐥 van verschillende departementen (waaronder Binnenlandse Zaken, Financiën en Landbouw en Visscherij) van 15 mei 1941, werd de eigenaresse verplicht om elk voornemen tot het uitvoeren van werkzaamheden binnen het gebied van het landgoed vooraf te melden. Voor de delen van het landgoed die binnen de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 lagen, moest deze mededeling via de burgemeester van Houten worden ingediend bij het 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐤𝐬𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐡𝐞𝐭 𝐍𝐚𝐭𝐢𝐨𝐧𝐚𝐚𝐥 𝐏𝐥𝐚𝐧 in '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞. 🏛️ 𝐒𝐚𝐧𝐜𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐛𝐢𝐣 𝐧𝐢𝐞𝐭-𝐧𝐚𝐥𝐞𝐯𝐢𝐧𝐠 ⚠️ De burgemeester wees er expliciet op dat het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van deze meldingsplicht zware gevolgen kon hebben. Op basis van artikel 7 van het genoemde besluit konden overtredingen worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van maximaal ƒ. 𝟑𝟎𝟎 (drie honderd gulden). De brief werd ondertekend door de secretaris, de heer 𝐝𝐞 𝐑𝐮𝐢𝐣𝐭𝐞𝐫, en de 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. ✒️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣 𝐞𝐧 𝐚𝐝𝐫𝐞𝐬𝐬𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 👤 De brief was gericht aan de volgende persoon: 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 📍 • 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐠𝐨𝐞𝐝 "𝐍𝐈𝐄𝐔𝐖 𝐀𝐌𝐄𝐋𝐈𝐒𝐖𝐄𝐄𝐑𝐃", gelegen in de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 (provincie Utrecht), aangewezen als beschermd natuurreservaat vanwege de landschappelijke waarde. Bron: RAZU, 109. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 🏰 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟔 verscheen een aanzienlijk gezelschap ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐀𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐖𝐚𝐫𝐫𝐞𝐧, notaris te standplaats Utrecht. Deze bijeenkomst markeerde een cruciaal moment voor het beheer van het familiale erfgoed. De comparanten verklaarden te willen overgaan tot de scheiding en deeling van de onroerende zaken die deel uitmaakten van de nalatenschappen van hun voorouders, waarbij de focus lag op de historische ridderhofstad nabij Bunnik. De partijen stelden hierbij vast dat zij 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟓 als de officiële dag van scheiding aannamen. 🌳 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐆𝐨𝐞𝐝 📍 Het object van deze akte betreft de Ambachtsheerlijkheid en Ridderhofstad "Oud Amelisweerd", bestaande uit een heerenhuis, stallen, koetshuis, diverse woningen, moestuinen, lanen en bossen, evenals de hofsteden 𝐃𝐞 𝐙𝐨𝐧𝐧𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐞𝐫 en Wiltenburg. De eigendommen zijn gelegen onder de gemeente Bunnik, nabij Rhijnauwen en Vechten. De totale grootte van de percelen bedroeg negentig hectaren, drie en zeventig aren en zeven en zestig centiaren. In de gemeente Bunnik betreft dit de perceelnummers uit Sectie B: 𝟏𝟏𝟒, 𝟏𝟏𝟔, 𝟏𝟏𝟕, 𝟏𝟏𝟖, 𝟏𝟏𝟗, 𝟏𝟐𝟏, 𝟏𝟐𝟐, 𝟏𝟐𝟑, 𝟏𝟐𝟓, 𝟏𝟐𝟓𝐛𝐢𝐬, 𝟏𝟐𝟔, 𝟏𝟐𝟕, 𝟑𝟑𝟕, 𝟑𝟑𝟖, 𝟑𝟑𝟗, 𝟓𝟐𝟑, 𝟓𝟐𝟒, 𝟓𝟐𝟗, 𝟓𝟎𝟔, 𝟓𝟎𝟕, 𝟓𝟎𝟖, 𝟓𝟎𝟗, 𝟓𝟏𝟎, 𝟓𝟏𝟏, 𝟓𝟏𝟐, 𝟓𝟏𝟑, 𝟓𝟐𝟐, 𝟔𝟐𝟎, 𝟔𝟑𝟑, 𝟔𝟑𝟒, 𝟔𝟑𝟓, 𝟓𝟗𝟒 en 𝟔𝟐𝟏. In Sectie C gaat het om de nummers 𝟒𝟎, 𝟒𝟏, 𝟒𝟐, 𝟒𝟑, 𝟒𝟒, 𝟒𝟕, 𝟒𝟖, 𝟒𝟗, 𝟓𝟎, 𝟓𝟏, 𝟓𝟐, 𝟓𝟑, 𝟓𝟒, 𝟓𝟓, 𝟓𝟔, 𝟓𝟗, 𝟔𝟎, 𝟔𝟏, 𝟔𝟐, 𝟔𝟑, 𝟔𝟒, 𝟔𝟓, 𝟔𝟔, 𝟔𝟕, 𝟔𝟗, 𝟕𝟎, 𝟕𝟏, 𝟕𝟐, 𝟕𝟑, 𝟕𝟒, 𝟕𝟓, 𝟕𝟔, 𝟕𝟕, 𝟕𝟖, 𝟖𝟐, 𝟏𝟓𝟓, 𝟏𝟓𝟔 en 𝟏𝟔𝟏. Van dit geheel was reeds een gedeelte van circa vier hectaren verkocht aan de Staat der Nederlanden ten behoeve van de Waterstaat. 📈 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 🏺 De goederen werden oorspronkelijk in eigendom verkregen door wijlen de hoogwelgeboren heer 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝. De verkrijging geschiedde deels via een legaat bij akte van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟐 voor 𝐦𝐫. 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐔𝐧𝐢𝐜𝐨 𝐝𝐞 𝐁𝐚𝐥𝐛𝐢𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐧 en deels door toescheiding bij akte van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟒 (geregistreerd op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟖𝟒) voor notaris Jan van Hengelaar. Aanvullende percelen werden op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟎 aangekocht door de hoogwelgeboren vrouwe 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐏𝐨𝐥𝐥 tijdens een openbare veiling ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐖. 𝐂. 𝐉. 𝐌. 𝐒𝐭𝐨𝐤𝐯𝐢𝐬. 📈 In deze huidige akte wordt vastgelegd dat het gehele complex wordt toegedeeld aan 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, waarbij zij een vergoeding wegens overbedeling uitkeert aan 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝 𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝. Met deze rechtshandeling is de jarenlange onverdeeldheid binnen de familie beëindigd en de eigendomssituatie van de ridderhofstad voor de toekomst geconsolideerd. 🖊️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐢𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 🏡 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟕 werd een belangrijke notariële akte verleden ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐫𝐮𝐠𝐭𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝. De overeenkomst betreft de verkoop van een perceel bouwland in de gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, sectie 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, door de erfgenamen van de adellijke familie 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲 aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De akte weerspiegelt de naoorlogse uitbreiding en ruimtelijke ordening van de stad Utrecht. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐍𝐞𝐥𝐥𝐲 𝐃𝐞𝐤𝐤𝐞𝐫, handelend als gemachtigde van de Wethouder van de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de heer 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐞𝐤𝐤𝐞𝐫, die op dat moment waarnemend Burgemeester was vanwege afwezigheid van 𝐦𝐫. 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤. • 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐢𝐬 𝐇𝐚𝐦𝐦𝐞𝐬, notarisklerk wonende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, handelend als lasthebber voor 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐞𝐭𝐭𝐞 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲 (Baronesse de 𝐁𝐢𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫ste𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲), rentenierster wonende te 𝐆𝐞𝐧𝐭, weduwe van 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐞𝐥𝐢𝐱 𝐒𝐭𝐫𝐮𝐲𝐞 𝐝𝐞 𝐒𝐰𝐢𝐞𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 📍 Het verkochte object betreft een perceel 𝐁𝐨𝐮𝐰𝐥𝐚𝐧𝐝, gelegen aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 in de gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, kadastraal bekend als 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟏𝟒𝟒𝟎. Het perceel heeft een totale grootte van 𝟑 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟔𝟑 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟐𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. Dit landgoed maakte voorheen deel uit van de nalatenschap van 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮l 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲, overleden te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝 op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟏𝟓, en later van 𝐦𝐫. 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐝𝐞 𝐁𝐢𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 𝐑𝐨𝐠𝐚𝐥𝐥𝐚 𝐙𝐚𝐰𝐚𝐝𝐳𝐤𝐲, overleden op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟐𝟗. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢e𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De koopovereenkomst werd gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟖.𝟒𝟔𝟒,-. De 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 nam alle kosten voor het opmaken van de akte voor haar rekening. Het genot en gebruik van de grond werd door de gemeente aanvaard "stoppelbloot", uiterlijk per 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟕, waarbij de lasten vanaf 𝐭𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟖 voor rekening van de koopster kwamen. 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 ✍️ De akte werd ondertekend in aanwezigheid van de getuigen 𝐂𝐡𝐫𝐞𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐚𝐬𝐬𝐞𝐧, candidaat-notaris, en 𝐌𝐚𝐭𝐡𝐢𝐞𝐮 𝐆𝐞𝐞𝐧𝐞𝐧, boekhouder. De overschrijving in de openbare registers van de hypotheken te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 vond plaats op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟕 in deel 𝟏𝟑𝟔𝟎, nummer 𝟏𝟎𝟑. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1803.
𝐓𝐞𝐧 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐬𝐭𝐚𝐚𝐧𝐝𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟓𝟎 verschenen een aantal hoogwelgeboren personen voor 𝐦𝐫. 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐀𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐖𝐚𝐫𝐫𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De bijeenkomst vond plaats om een officiële akte van scheiding en deling te verlijden met betrekking tot omvangrijke onroerende goederen, waaronder de historische ridderhofstad Oud-Amelisweerd. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 Bij deze verdeling waren de volgende personen als comparanten betrokken: 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 De verdeling betrof vijf omvangrijke kavels met een rijke historie en grote oppervlakten. Centraal stond de 𝐀𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐞𝐧 𝐑𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝 (Kavel I), bestaande uit het herenhuis, koetshuis, tuinmanswoningen, bossen en landerijen. Dit complex is gelegen in de gemeenten 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, 𝐑𝐡𝐢𝐣𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧. 🏰 De kadastrale aanduidingen van de percelen zijn zeer uitgebreid: 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐓𝐨𝐞𝐰𝐢𝐣𝐳𝐢𝐧𝐠 De comparanten waren tot deze onroerende zaken gerechtigd krachtens een eerdere akte van scheiding verleden op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟔. Bij de huidige verdeling werd Kavel I en II toegewezen aan 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐮𝐝-𝐀𝐦𝐞𝐥𝐢𝐬𝐰𝐞𝐞𝐫𝐝, terwijl de overige kavels naar de andere familieleden gingen. Hierbij ontstonden verplichtingen tot uitkering wegens overbedeling aan de overige deelgenoten. ⚖️ De akte werd uiteindelijk op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟓𝟎 overgeschreven in de registers van het hypotheekkantoor te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 (Deel 1040, nummer 47). De verschuldigde rechten voor deze overschrijving bedroegen ƒ 6,-. Hiermee werd de eigendomsovergang van deze historische landerijen definitief bekrachtigd. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
Download (533) dit document is een fragment van een ruilverkavelingsakte uit het jaar 1952, geregistreerd bij het Gelders Archief onder inventarisnummer 59. Het betreft de herindeling van gronden in de Eemlanden en Eempolder. Datum en Notaris: De akte is verleden op 2 december 1952 ten overstaan van notaris Sebastiaan van 't Eind. In het document worden diverse kavels genoemd die deel uitmaken van de herindeling, inclusief verwijzingen naar oudere eigendomstitels uit 1947:
Financiële Details
Visuele Informatie
----------------------------------------------------------------------------- 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 🖋️ 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟗. Inschrijving nummer 𝟏𝟑𝟗𝟔. Voor afschrift de Bewaarder, 𝐑𝐨𝐢𝐬𝐢𝐧. De negen en twintigste 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 negentien honderd negen en veertig is een overeenkomst aangegaan tussen: 𝟏. De Burgemeester van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 te dezer, de weledelgestrenge heer 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, die de Gemeente vertegenwoordigt en handelt ingevolge raadsbesluiten van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚г 𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟖 en 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟒𝟖, welke zijn goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 bij beschikking van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟖, partij ter ene zijde, hierna te noemen "de Gemeente". 𝟐. De Voorzitter van het Bestuur van het 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐧𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤, de weledelgestrenge heer 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, dit waterschap vertegenwoordigende ingevolge bestuursbesluit d.d. 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟖 en handelend ingevolge besluit van de stemgerechtigde ingelanden d.d. 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟖, goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten bij beschikking van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟖, partij ter andere zijde, hierna te noemen "het Waterschap". 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟏. Door en op kosten van de Gemeente wordt de op de bij deze overeenkomst behorende tekening aangegeven ontwateringssloot, met een breedte in de bodem van 3 m. en een diepte van 1 m. minus N.A.P. aan het noordelijk einde verlopend tot 1.25 m. minus N.A.P. aan het zuidelijk einde, tot stand gebracht. Deze sloot sluit aan enerzijds bij de voorboezem van het gemaal van het Waterschap nabij het 𝐋𝐨𝐞𝐯𝐞𝐧𝐡𝐨𝐮𝐭𝐣𝐞 en anderzijds via de onderdoorgang van de 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐡𝐮𝐢𝐬𝐦𝐨𝐥𝐞𝐧𝐛𝐫𝐮𝐠 in de 𝐇𝐨𝐠𝐞𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐞 𝐃𝐢𝐣𝐤 op de 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟐. Onmiddellijk na het gereedkomen van de in artikel 1 bedoelde werken, verkrijgt het Waterschap het recht tot lozing van water. Tegelijkertijd doet het Waterschap ten behoeve van de Gemeente afstand van alle eigendomsrechten op de watergangen kadastraal bekend gemeente 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummers: 𝟑𝟒, 𝟑𝟓, 𝟑𝟔, 𝟐𝟔𝟕𝟏, 𝟐𝟔𝟕𝟐, 𝟒𝟐𝟗𝟗, 𝟒𝟑𝟎𝟎, 𝟑𝟔𝟕𝟖, 𝟒𝟒, 𝟐𝟑𝟑𝟐, 𝟏𝟏𝟑𝟐, 𝟏𝟏𝟐𝟓, 𝟒𝟏𝟕𝟗, 𝟒𝟏𝟖𝟑, 𝟏𝟏𝟕𝟕, 𝟏𝟏𝟕𝟖, 𝟑𝟖𝟕𝟑, 𝟏𝟐𝟐, 𝟒𝟎𝟖𝟒. Tevens betreft dit de watergangen in de gemeente 𝐀𝐛𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, nummers: 𝟔𝟒𝟏𝟒, 𝟏𝟒𝟖, 𝟒𝟔𝟑𝟐, 𝟒𝟔𝟑𝟑, 𝟒𝟔𝟓𝟕, 𝟏𝟔𝟏, 𝟔𝟐𝟖𝟕, 𝟑𝟔𝟐𝟎, 𝟓𝟕𝟖𝟏, 𝟓𝟕𝟖𝟐, 𝟑𝟔𝟐𝟏, 𝟑𝟒𝟖 en 𝟔𝟑𝟎𝟒 (gedeeltelijk) en de nummers 𝟔𝟐𝟖𝟔 en 𝟒𝟔𝟕𝟗 (geheel), inclusief alle daarin gelegen kunstwerken. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟑. De grond die voor deze werken wordt gebruikt, blijft eigendom van de Gemeente. Het onderhoud van het natte profiel van de nieuwe ontwateringssloot komt ten laste van het Waterschap. De specie die bij het onderhoud vrijkomt, mag tijdelijk op de wal worden gedeponeerd, mits deze binnen twee weken door het Waterschap wordt afgevoerd. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟔. Het Waterschap verplicht zich om het Provinciaal Bestuur te verzoeken de nieuwe grens van het waterschap vast te stellen, uiterlijk op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟗 (of zo spoedig mogelijk daarna), overeenkomstig de nieuwe situatie. 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟕. De Gemeente verkoopt aan het Waterschap circa 350 m² grond van het perceel gemeente 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟒𝟏𝟖𝟐. Partijen verklaren dat de totale waarde van de overgedragen goederen en rechten zoals omschreven in artikel 2 wordt vastgesteld op een bedrag van ƒ 𝟏.𝟒𝟏𝟔,-. Aldus opgemaakt en geregistreerd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐭𝐮𝐬𝐬𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 💧 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟗 werd in de stad 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 een cruciale rechtshandeling verricht die de infrastructuur van de stad voorgoed zou veranderen. Het betreft een omvangrijke overeenkomst tussen de gemeente en het 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐬𝐬𝐞𝐧𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤. De kern van deze afspraak was de verbetering van de ontwatering van het 𝐋𝐨𝐞𝐯𝐞𝐧𝐡𝐨𝐮𝐭𝐣𝐞 naar de 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭, een project dat onlosmakelijk verbonden was met de ambitieuze stadsuitbreidingsplannen van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Namens de gemeente trad de burgemeester, de weledelgestrenge heer 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, op als vertegenwoordiger. Aan de andere zijde van de tafel zat de voorzitter van het waterschap, de weledelgestrenge heer 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫. Samen legden zij de basis voor de herinrichting van de watergangen in de secties 𝐋𝐚𝐮𝐰𝐞𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 en 𝐀𝐛𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞. In de overeenkomst werd vastgelegd dat de gemeente circa 350 m² grond zou verkopen van het perceel 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, nummer 𝟒𝟏𝟖𝟐. De totale waarde van de overgedragen rechten en percelen werd becijferd op een bedrag van ƒ 𝟏.𝟒𝟏𝟔,-. Naast de zakelijke overdracht werden er strikte afspraken gemaakt over het onderhoud: het waterschap werd verantwoordelijk voor het 'natte profiel' van de nieuwe sloten, terwijl de gemeente de eigendom van de ondergrond en de uitgegraven specie behield. 🏗️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, in zijn hoedanigheid van Burgemeester van de Gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelend ter uitvoering van raadsbesluiten. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini.
📜 De Akte van Transport Op woensdag 31 oktober 1951 verschenen de betrokken partijen voor de officiële overdracht van onroerend goed ✍️. De akte werd verleden ten overstaan van de Amsterdamse notaris, Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, die in de akte wordt aangeduid als notaris ter standplaats Amsterdam 🏛️. Als getuigen waren aanwezig de heer Meester Antonie Wouter Verheijden (candidaat-notaris) en de heer Hendricus Gerardus Helderman (kantoorbediende), beiden woonachtig te Amsterdam. 👥 Betrokken Partijen De transactie vond plaats tussen de volgende personen en instanties: De Verkoper:
De Koper (als vertegenwoordiger):
📍 Objectgegevens en Koopsom Het betreft een transactie waarbij een specifiek perceel grond van eigenaar wisselde voor een bedrag van ƒ 980 (negenhonderd tachtig gulden) 💰. Het perceel wordt als volgt omschreven:
⏳ Geschiedenis van het Object De geschiedenis van dit stuk grond bij de verkoper gaat terug naar het begin van de twintigste eeuw 📜. De heer Bosch van Drakestein had het perceel in eigendom verkregen via een akte van afgifte legaat op 19 januari 1912. Deze eerdere rechtshandeling vond destijds plaats voor de toenmalige notaris F.P.E. van Ditzhuijzen, die destijds zijn standplaats had in Baarn 🏛️. Hiermee was het perceel bijna veertig jaar in het bezit van de familie voordat het werd overgedragen aan de kerkgemeenschap. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Op woensdag 𝟏𝟑 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟓𝟐 verscheen de grondeigenaar voor 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐢𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝, notaris ter standplaats 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. De bijeenkomst vond plaats om een recht van erfpacht te vestigen op een specifiek perceel in de gemeente Baarn. Dit recht werd verleend voor een tijdvak van vijftig jaren, ingaande op de dag van de ondertekening en eindigend op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟑 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟐𝟎𝟎𝟐. 🌳 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren bij deze rechtshandeling betrokken: • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐨𝐦, hotelhouder, wonende te Lage Vuursche, gemeente Baarn, aan de Dorpsstraat nummer 47 (erfpachter). • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐨𝐦, hotelhouder, wonende te Lage Vuursche, gemeente Baarn, aan de Dorpsstraat nummer 2 (erfpachter). 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫 𝐞𝐫𝐟𝐩𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐮𝐢𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 Het betreft het recht van erfpacht op het perceel kadastraal bekend gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟎𝟑. Dit perceel heeft een grootte van 𝐯𝐢𝐞𝐫 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧 (440 m²). Het terrein is volgens de akte beplant met uitsluitend drie kastanjebomen en de Koninginneboom. 🌲 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 De grondeigenaar verklaarde dat de eigendom van dit perceel aan hem was opgekomen via een akte van afgifte legaat, verleden op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟏𝟐 voor notaris F.P.E. van Ditzhuyzen te Baarn. Destijds was er sprake van een levenslang vruchtgebruik ten behoeve van Vrouwe Theresia Maria Charlotte Rouppe van der Voort, de weduwe van Jonkheer Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein. Nadat dit vruchtgebruik was vervallen, verkreeg de huidige grondeigenaar de volle eigendom op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟕. 🏛️ De erfpachters zijn voor het recht een jaarlijkse vergoeding (canon) verschuldigd van 𝟓𝟎 gulden. Daarnaast is er een recht van weg gevestigd over een gedeelte van de Dorpsstraat om toegang te krijgen tot de percelen 𝐁𝐚arn, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟔𝟕𝟓 en nummer 𝟐𝟎𝟑. De akte werd mede ondertekend door de getuigen Hendrikus Gerardus Helderman en Franciscus Johannes Antonius van den Nieuwenhof, beiden kantoorbedienden te Amsterdam. 🖋️ Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐇𝐨𝐭𝐞𝐥-𝐑𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 Op woensdag 13 augustus 1952 verscheen een bijzonder gezelschap voor de weledele heer Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, notaris ter standplaats Amsterdam. In het bijzijn van twee getuigen werd de officiële verkoop en levering vastgelegd van een markant onroerend goed in de bossen van Utrecht. De transactie markeert een belangrijke overgang voor het lokale horecalandschap in de gemeente Baarn. 🌲 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De bij de akte betrokken personen zijn als volgt: • De Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein, zonder beroep, wonende te Lage Vuursche (verkoper). • De heer Jan van Oosterom, hotelhouder, wonende te Lage Vuursche, Dorpsstraat 47 (koper). • De heer Hendrik van Oosterom, hotelhouder, wonende te Lage Vuursche, Dorpsstraat 2 (koper). 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐦𝐯𝐚𝐧𝐠 Het verkochte vastgoed is kadastraal bekend als gemeente Baarn, Sectie F, nummers 675 en 674. De percelen hebben een aanzienlijke omvang: nummer 675 is groot een-en-veertig aren en vijf-en-vijftig centiaren (4155 m²), terwijl nummer 674 een grootte heeft van een hectare en tachtig aren (18000 m²). Tezamen beslaat het object een oppervlakte van twee hectaren, twee-en-twintig aren en vijf-en-vijftig centiaren (22255 m²). 📏 Opvallend in de akte is de vermelding van een "groote steen met onderliggende vier steenen" die zich op het terrein bevindt. De kopers zijn verplicht deze stenen te laten liggen op de plek waar zij zich bevinden, wat duidt op een historisch of markant element in de tuin of op het terrein van het restaurant. 🪨 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 De verkoper, Jonkheer Bosch van Drakestein, had het eigendom van deze percelen verkregen via een legaat. Dit werd bekrachtigd in een akte van afgifte legaat op vrijdag 19 januari 1912, verleden voor de toenmalige notaris F.P.E. van Ditzhuyzen te Baarn. Destijds was het bezit nog bezwaard met het vruchtgebruik ten behoeve van zijn moeder, Mevrouw Theresia Maria Charlotte Rouppe van der Voort, maar dit vruchtgebruik was ten tijde van de verkoop in 1952 reeds vervallen. 📜 𝐄𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 In de akte zijn diverse erfdienstbaarheden vastgelegd, met name betreffende het recht van weg over een strook grond langs de noord- en oostgrens van perceel nummer 675. Deze strook maakt deel uit van de Karnemelksweg en de Dorpsstraat. Hiermee werd de toegankelijkheid van de omliggende percelen (673 en 676), die eigendom bleven van de verkoper, gewaarborgd. De overdracht werd uiteindelijk op dezelfde dag van de ondertekening ter overschrijving aangeboden bij het hypotheekkantoor in Amersfoort. 🛤️ Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
📜 De Erfpachtuitgifte op de Utrechtse Heuvelrug Op (download 510) woensdag 13 augustus 1952 vond er een belangrijke rechtshandeling plaats voor de Amsterdamse notaris Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland. In de akte wordt vastgelegd dat er een recht van erfpacht wordt verleend voor een aanzienlijke periode van vijftig jaren, ingaande op de dag van het verlijden van de akte en eindigende op 13 augustus 2002. ✍️ 📍 Gedetailleerde Objectgegevens Het betreft een specifiek perceel grond met de volgende kadastrale kenmerken:
🏛️ Historiek en Eerdere Verkrijging De geschiedenis van het perceel is nauwkeurig in de akte gedocumenteerd. De grondeigenaar verkreeg de eigendom van dit perceel via een akte van afgifte legaat op 19 januari 1912, verleden voor notaris F.P.E. van Ditzhuyzen. Destijds was er sprake van een levenslang vruchtgebruik ten behoeve van Vrouwe Theresia Maria Charlotte Rouppe van der Voort (douairière van Jonkheer Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein). Dit recht verviel toen de huidige eigenaar de leeftijd van 25 jaar bereikte, waardoor hij de volle eigendom verkreeg. 🌳 👥 Betrokken Partijen De overeenkomst werd gesloten tussen de volgende partijen: De Grondeigenaar: 🏰
De Erfpachters: 🏨
💰 Financiële Condities en Bijzonderheden Voor het verlenen van het recht van erfpacht is een jaarlijkse vergoeding (canon) overeengekomen. Het verkoopbedrag/de jaarlijkse canon bedraagt:
Bijzonder is dat in de akte expliciet wordt vermeld dat het perceel op dat moment beplant is met slechts vier bomen: drie kastanjeboomen en de zogenaamde "Koninginneboom". De erfpachters kregen strikte regels mee voor het onderhoud van het terrein en de opstallen, waarbij voor elke wijziging schriftelijke toestemming van de grondeigenaar vereist was. 🍃 Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (497) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel grond, bekend als perceelnummer(s) 681 en 682, gelegen aan de nieuwe aangelegde weg te Lage Vuursche, Gemeente Baarn nabij de Koudelaan. Op maandag 12 oktober 1953 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het perceel grond door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Gijsbertus van den Broek voor een bedrag van ƒ 8.802,-. Download (497 (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (509) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van diverse percelen grond (wegen en stroken grond), bekend als perceelnummer(s) 32, 34, 606, 30 en 27 bis (sectie F), gelegen te Lage Vuursche (Gemeente Baarn) nabij de Dorpsstraat en de Koudelaan. Op maandag 12 januari 1953 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het object door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan de Gemeente Baarn voor een bedrag van ƒ 4227,50 (voor de grond) en ƒ 1368,22 (voor de bomen). Download (509) (link) 1-5.pdf Download (509) (link) 2-5.pdf Download (509) (link) 3-5.pdf Download (509) (link) 4-5.pdf Download (509) (link) 5-5.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (495) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een perceel grond, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn, Sectie F, nummer 683, gelegen te Lage Vuursche nabij de Hoeve Cantecleer. Op maandag 12 oktober 1953 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het perceel grond door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Joseph Giltay Veth voor een bedrag van ƒ 4.350,-. Download (495) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (downloiad 496) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een perceel grond, bekend als perceelnummer(s) Sectie F nummer 688, gelegen aan/te Lage Vuursche, Gemeente Baarn nabij de Ruyterlaan. Op maandag 12 oktober 1953 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het perceel grond door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Gijsbertus van den Broek voor een bedrag van ƒ 1.645,-. Download (496) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (706) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van verkoop van diverse percelen grond (kadastraal bekend Gemeente Baarn, Sectie F, nummers 688, 694 en 695), gelegen te Lage Vuursche en aan de Eikenlaan te Baarn, nabij de Eikenlaan. Waarbij op 12 oktober 1953 en 8 maart 1954, ten overstaan van de Amsterdamse notaris mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland de percelen werd(en) verkocht door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein aan respectievelijk Gijsbertus van den Broek en de Gemeente Baarn voor ƒ. 1.645,-. Download (706) (link) 1-2.pdf Download (706) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (742) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van diverse boerderijen, een landhuis, woonhuizen, bos- en bouwlanden, bekend als perceelnummer(s) 2286 tot en met 2297 en 2300, 148, 149, 380, 146, 946, 947, 950, 951, 114, 312, 104, 103, 102, 101 en 306, gelegen aan/te Bilthoven, Maartensdijkseweg en Vuursesteeg nabij de Lage Vuursche. Waaronder het Oude Tolhuis aan de Vuurscheweg 1 en het landgoed Splinterenburg. Op maandag 12 oktober 1953 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het object door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Jan van der Krol voor een bedrag van ƒ 187.500,-. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞𝐫𝐚𝐚𝐝𝐬𝐛𝐞𝐬luit 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟑 kwam de 𝐑𝐀𝐀𝐃 𝐝𝐞𝐫 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐀𝐀𝐑𝐍 bijeen in een openbare vergadering. Tijdens deze zitting werd een belangrijk besluit genomen in het kader van de volkshuisvesting. Om de voortzetting van de woningbouw in de buurtschap Lage Vuursche te waarborgen, werd het noodzakelijk geacht om diverse gronden aan te kopen die waren opgenomen in het ontwerp-uitbreidingsplan. 🏗️ De Raad stemde in met de aankoop van verschillende terreinen die eigendom waren van 𝐉𝐡𝐫. 𝐏. 𝐉. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. Het betreft percelen gelegen aan en nabij de Eikenlaan. Voor de financiering van deze transactie werd een krediet beschikbaar gesteld van ƒ 5.500,- ten laste van de kapitaaldienst van de begroting voor het dienstjaar 1953. Hierin waren tevens de geraamde kosten voor de overdracht, groot circa ƒ 150,-, opgenomen. 💰 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐉𝐡𝐫. 𝐏. 𝐉. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (Verkoper), wonende te Lage Vuursche. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 De transactie betreft de volgende onroerende goederen gelegen in de kadastrale gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅: • 𝐍𝐨. 𝟔𝟗𝟓 (voorheen 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐨𝐬. 𝟑𝟖, 𝟒𝟐𝟔 en 𝟔𝟏𝟏). • 𝐍𝐨. 𝟔𝟗𝟒 (voorheen 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐨. 𝟔𝟎𝟓 gedeeltelijk). De gezamenlijke grootte van deze terreinen bedraagt 𝟐𝟐𝟔𝟖 𝐌𝟐. De overeengekomen koopprijzen waren gedifferentieerd op basis van de ligging en aanduiding op de bijbehorende tekening: voor de gronden met een rode arcering werd een prijs van ƒ 3,50,- per M2 gehanteerd, terwijl voor de blauw gearceerde grond een prijs van ƒ 1,25,- per M2 werd vastgesteld. 🗺️ 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐤𝐞𝐮𝐫𝐢𝐧𝐠 Het besluit werd officieel bekrachtigd en ondertekend door de 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐳𝐢𝐭𝐭𝐞𝐫 en de 𝐬𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 van de Raad. Na de raadsvergadering van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟑 volgden nog diverse administratieve stappen. Zo werd het besluit op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟑 goedgekeurd door de 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐩𝐮𝐭𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐭𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. ✍️ De feitelijke levering van het bezit en de eigendom zou plaatsvinden op de dag van het verlijden van de akte van eigendomsoverdracht ten overstaan van de notaris. Hoewel de specifieke transportakte later zou volgen, wordt in de kantlijn verwezen naar 𝐦𝐫. 𝐏. 𝐀. 𝐇. 𝐈𝐦𝐦𝐢𝐧𝐤, die als notaris verbonden was aan de regio. Ook is er sprake van een afschrift verzonden aan 𝐦𝐫. 𝐁. 𝐄. 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤, die als notaris bij het proces betrokken was. De eigendomsoverdracht diende binnen twee maanden na de vereiste goedkeuringen plaats te vinden. ✅ Bron: Archief Eemland.
Download (327) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop/verkoop van een koffiehuis, annex woonhuis met stenen schuur, grote houten schuur en hooiberg, erf en tuin , bekend als perceelnummer(s) sectie E nummer 674 , gelegen aan/te Soestdijkerstraatweg Noord nummer 192 te Bilthoven nabij de Soestdijkerstraatweg. Op woensdag 16 december 1953 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , het koffiehuis door Theresia Maria Charlotte Rouppe van der Voort verkocht aan Hendrikus Antonis Butselaar voor een bedrag van ƒ 15.750.-. Download (327) (link) 1 t/m 3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (328) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van het koffiehuis annex woonhuis met stenen schuur, grote houten schuur en hooiberg, erf en tuin , bekend als perceelnummer(s) een afgepaald noordwestelijk gedeelte van De Bildt Sectie E nummer 674 , gelegen aan/te Soestdijkerstraatweg Noord 192 te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op zaterdag 19 december 1953 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , het koffiehuis annex woonhuis door Hendrikus Antonius Butzelaar verkocht aan Alida Theresia Wilhelmina Verhoef (vertegenwoordigd door haar vader Wilhelmus Adrianus Johannes Verhoef) voor een bedrag van ƒ 15.750,-. Download (328) (link) 1 t/m 2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (330) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een woning met erf en tuin en verdere getimmerten (perceel A) en de helft van een dubbele woning met erf, tuin en verdere getimmerten (perceel B) , bekend als perceelnummer(s) sectie E, nummers 670, 668 gedeeltelijk en 669 gedeeltelijk (voor perceel A) en nummers 671 en 669 gedeeltelijk (voor perceel B) , gelegen aan de Soestdijkerstraatweg nummers 186 Noord en 188 Noord te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op maandag 18 januari 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , de woning met erf door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Cornelis Hofstede (perceel A) en Marinus van Schaik (perceel B) voor een bedrag van respectievelijk ƒ 2.000,- en ƒ 1.550,-. Download (330) (link) 1 t/m 3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (333) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van de helft van een dubbele woning met erf, tuin en verdere getimmerten, bekend als perceelnummer(s) sectie E, nummer 673 (gedeeltelijk) en 669 (gedeeltelijk), gelegen aan de Soestdijkerstraatweg te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op maandag 18 januari 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren, de helft van de dubbele woning door Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Marinus Drieënhuyzen voor een bedrag van ƒ 1.533,36. Download (333) (link) 1 t/m 2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Analyseer (331) de bijgevoegde afbeeldingen en gebruik de volgende tekst om de metadata in te vullen: Download de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van het koffiehuis, annex woonhuis met stenen schuur, grote houten schuur en hooiberg, erf en tuin , bekend als perceelnummer(s) sectie E nummer 674 (gedeeltelijk) , gelegen aan de Soestdijkerstraatweg nummer 192 Noord te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op dinsdag 19 januari 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , het koffiehuis door Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Alida Theresia Wilhelmina Verhoef voor een bedrag van ƒ 15.873,12. Download (331) (link) 1 t/m 2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (332) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van het koffiehuis, annex woonhuis met stenen schuur, grote houten schuur en hooiberg, erf en tuin , bekend als perceelnummer(s) sectie E nummer 674 (gedeeltelijk) , gelegen aan de Soestdijkerstraatweg te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op dinsdag 19 januari 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , het koffiehuis door Alida Verhoef verkocht aan Willem Verhoef voor een bedrag van ƒ 17.500,-. Download (332) (link) 1 t/m 2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (329) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van het koffiehuis, annex woonhuis met stenen schuur, grote houten schuur en hooiberg, erf en tuin , bekend als perceelnummer(s) sectie E nummer 674 (gedeeltelijk) , gelegen aan/te Soestdijkerstraatweg nummer 192 Noord te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op dinsdag 19 januari 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren , het koffiehuis door Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Alida Theresia Wilhelmina Verhoef voor een bedrag van ƒ 15.873,12. Download (329) (link) 1 t/m 1.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (705) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van verkoop van enige terreinen (kadastraal bekend Gemeente Baarn, Sectie F, nummers 695 en 694), gelegen aan en nabij de Eikenlaan te Baarn, nabij de Eikenlaan. Waarbij op de 8 maart 1954, ten overstaan van de Amsterdamse notaris mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland de terreinen werden verkocht door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein aan de Gemeente Baarn voor ƒ. 5.395,50. Download (705) (link) 1-2.pdf Download (705) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (334) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de rectificatie van de aankoop van een helft van een dubbele woning, bekend als perceelnummer(s) sectie E, nummers 672 (geheel) en 671, 673, 669 en 674 (gedeeltelijk), gelegen aan de Soestdijkerstraatweg Noord te Bilthoven nabij de gemeente De Bilt. Op maandag 15 maart 1954 is ten overstaan van de in Soest gevestigde notaris, mr. Melchior van Veeren (volgens de oorspronkelijke akten) , de rectificatie-akte opgesteld waarbij de eigendomsverhoudingen tussen Paulus Jan Bosch van Drakestein, Marinus van Schaik en Marinus Drieënhuijzen nader zijn vastgesteld. Download (334) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (...) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de rectificatie van de verkoop van een strook grond, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn, Sectie F, nummer 606 (thans hernummerd naar 687) en nummer 685, gelegen aan/te Lage Vuursche aan de Koudelaan en Eikenlaan nabij de Ruyterlaan. Op woensdag 17 maart 1954 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, de strook grond door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan Gijsbertus van den Broek voor een bedrag van niet vermeld in dit fragment. Download (499) (link) 1-1.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 📜 De Notariële Zitting in Amsterdam Op (download 506) dinsdag 17 maart 1954 vond er een belangrijke ontmoeting plaats in de hoofdstad. Ten overstaan van de weledelgestreng heer Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, notaris met als standplaats Amsterdam, verschenen de betrokken partijen om een officiële eigendomsoverdracht te bekrachtigen. Onder het toeziend oog van getuigen Meester Antonie Wouter Verheijden (candidaat-notaris) en Evert van Scherpenzeel (makelaar) werd de akte van transport definitief getekend ✍️. 🏠 Beschrijving van het Vastgoed De transactie betrof een specifiek gedeelte van het landschap in Lage Vuursche. Het gaat om een strook grond gelegen aan de Koudelaan en Eikenlaan te Lage Vuursche 🌳. In de akte wordt het object nauwkeurig gespecificeerd aan de hand van de kadastrale gegevens:
⏳ Geschiedenis en Eerdere Verkrijging Om de rechtmatige eigendom aan te tonen, duikt de akte in het verleden van het perceel. De verkoper had dit onroerend goed namelijk verkregen via een akte van afgifte legaat op 19 januari 1912. Destijds werd deze akte verleden voor notaris F.P.E. van Ditzhuyzen te Baarn. Deze historische overdracht werd op 23 januari 1912 ingeschreven in de openbare registers te Amersfoort in deel 456, nummer 21 🏛️. 💰 De Koopsom Voor de overdracht van deze strook grond is een duidelijke prijs overeengekomen. De koper betaalde aan de verkoper een bedrag van ƒ 4.050 (vierduizend vijftig gulden). De verkoper verklaarde dit bedrag reeds te hebben ontvangen en verleende de koper hiervoor volledige kwijting en décharge 💸. 👥 Betrokken Partijen De partijen die bij deze overeenkomst betrokken waren, worden als volgt beschreven: Verkoper:
Koper:
Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (508) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van twee stroken grond, bekend als perceelnummer(s) sectie F nummer 572 (gedeeltelijk) en sectie F nummer 578 (gedeeltelijk), gelegen te Baarn aan de Kapelweg nabij een transformatorhuisje. Op maandag 22 maart 1954 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, het object door Jonkheer Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan de Provinciale Utrechtse Electriciteits-Maatschappij N.V. voor een bedrag van ƒ 115,50,-. Download (508) (link) 1-3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝟔.𝟔𝟓.𝟓𝟓 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞 𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐢𝐧 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐜𝐡𝐭 𝐚𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭 🌳 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟒 werd een bijzondere 𝐀𝐤𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐚𝐚𝐧𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐠𝐨𝐞𝐝 verleden te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. In dit document wordt de overdracht vastgelegd van een aanzienlijk perceel grond aan de Nederlandse overheid. Hoewel de akte op 𝟏𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 werd getekend, was de feitelijke overgang van het genot en bezit al eerder geëffectueerd, namelijk op 𝟏 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟓𝟒. Het geheel vond plaats onder toezicht van de Inspecteur der domeinen te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, handelende namens de Staat. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De verkoop werd gesloten tussen de volgende personen en instanties: • 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭. • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐄. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫: 𝟐𝟕𝟎𝟕. • 𝐆𝐫𝐨𝐨𝐭𝐭𝐞: 𝟔.𝟔𝟓.𝟓𝟓 𝐡𝐚 (zes hectare, vijfenzestig are en vijfenvijftig centiare). 𝐃𝐞 𝐡𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 📜 De verkopers, de heren 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, hadden dit perceel verkregen als erfgenamen van 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝟓𝐞𝐚𝐧 𝐆𝐡𝐢𝐬𝐥𝐚𝐢𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Deze laatste had de eigendom verkregen via een akte van scheiding van de nalatenschap van 𝟓𝐨𝐧𝐤𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐢𝐧𝐚 𝐂𝐞𝐥𝐜𝐢𝐥𝐢𝐚 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐢𝐧𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, douairière 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢 𝐌𝐚𝐱𝐢𝐦𝐢𝐥𝐢𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡𝐞, overleden te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞 op 𝟏𝟎 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟖. De akte van scheiding werd destijds verleden voor notaris 𝐏.𝐂.𝐋. 𝐄𝐢𝐤𝐞𝐧𝐝𝐚𝐥 te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞 op 𝟐𝟗 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟗. ⏳ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐛𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 💰 De koopovereenkomst werd gesloten voor een bedrag van 𝟑𝟕.𝟓𝟎𝟎 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧 (voluit: zeven en dertig duizend vijfhonderd gulden). Een opmerkelijke bepaling in de akte is te vinden in 𝐀𝐫𝐭𝐢𝐤𝐞𝐥 𝟏𝟏, waarin wordt vastgelegd dat er ten behoeve van het verkochte perceel (nummer 𝟐𝟕𝟎𝟕) een erfdienstbaarheid wordt gevestigd op het aangrenzende perceel 𝟐𝟕𝟎𝟖. Deze erfdienstbaarheid houdt in dat er op perceel 𝟐𝟕𝟎𝟕 𝐬𝐭𝐚𝐫𝐭𝐛𝐚𝐧𝐞𝐧 𝐭𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐡𝐨𝐞𝐯𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐯𝐥𝐢𝐞𝐠𝐭𝐮𝐢𝐠𝐞𝐧 mogen worden aangelegd. ✈️ 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 🖋️ De akte werd uiteindelijk ondertekend te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟒 door de genoemde partijen. De registratie in de openbare registers vond kort daarna plaats op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟒. Hiermee werd de Staat der Nederlanden officieel eigenaar van dit strategische stuk grond in 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
📄 De Akte van Rectificatie Op (Download 498) woensdag 31 maart 1954 werd in Amsterdam een akte van rectificatie opgesteld door de weledelgestrenge heer Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland, notaris met als standplaats Amsterdam. In deze akte verklaart de notaris namens de betrokken partijen dat een eerdere akte, die op woensdag 17 maart 1954 voor hem was verleden, een onjuiste omschrijving van het verkochte vastgoed bevatte. De correctie was noodzakelijk om de kadastrale gegevens in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie na een vernummering door het kadaster. 🖋️ 👥 Betrokken Partijen In de oorspronkelijke rechtshandeling en deze rectificatie staan de volgende personen centraal:
🏘️ Objectgegevens en Locatie De transactie betreft een specifiek perceel grond in de provincie Utrecht. De details van het object zijn als volgt gecorrigeerd:
💰 Transactiedetails en Historie Hoewel de rectificatie-akte zich concentreert op de juiste omschrijving van de percelen, wordt verwezen naar de koopovereenkomst van 17 maart 1954. De koopsom voor deze percelen was vastgesteld op een bedrag van ƒ 0,50 (vijftig cent) aan leges/rechten voor de inschrijving van deze specifieke rectificatie, maar de akte zelf dient als correctie op de eerdere overdracht. De documentatie vermeldt specifiek dat het verkochte een afgepaald gedeelte betreft dat door de verkoper, Bosch van Drakestein, werd overgedragen aan Van der Krol om de eigendomsgrenzen aan de Koudelaan officieel vast te leggen. ⚖️ De akte werd vervolgens op 1 april 1954 geregistreerd te Amsterdam in deel 258, blad 22, nummer 363. ✅ Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (701) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een terrein en een perceel weg, bekend als perceelnummer(s) gemeente Baarn, sectie F, nummer 709 en gemeente Baarn, sectie E, nummer 393, gelegen te Baarn nabij de straatweg van Baarn naar Hilversum. Op donderdag 16 juni 1955 is ten overstaan van de in Utrecht gevestigde Inspecteur der Domeinen, mr. Gerrit Huizinga, het terrein en het perceel weg door Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein verkocht aan de Staat der Nederlanden voor een bedrag van ƒ 34.180,-. Download (701) (link) 1-5.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (711) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van aankoop van een perceel grond (sectie F, nummer 705), gelegen te Lage Vuursche, nabij Kasteel Groot Drakestein. Waarbij op de 5 januari 1956, ten overstaande van de Amsterdamse notaris mr. Jonkheer Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland het perceel grond werd verkocht door Jonkheer Frederik Lodewijk Marie de la Conception Bosch van Drakestein en Jonkvrouw Maria Theresia Carmen Diana Catharina Bosch van Drakestein aan Joseph Giltay Veth voor ƒ. 1.460. Download (711) (link) 1-3.pdf Download (711) (link) 2-3.pdf Download (711) (link) 3-3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (710) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van aankoop van de percelen weiland en bos (sectie F nummers 304, 305 en 306), gelegen te Lage Vuursche (gemeente Baarn), nabij de Dolderselaan hoek Driehonderdroedenselaan. Waarbij op 13 maart 1958, ten overstaan van de Baarnse notaris mr. Bernard Engelbert Koenderink de percelen weiland en bos (sectie F nummers 304, 305 en 306) werden verkocht door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakenstein aan Hendrik Hilhorst voor ƒ. 7.000,-. Download (710) (link) 1-2.pdf Download (710) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (709) Willem van Dorresteijn en de Maartendijkseweg.pdf) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van de percelen weiland en bouwland, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn, Sectie F nummers 636-637-295-298-277 en 278, gelegen aan de Maartendijkseweg en de Dolderselaan te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij de Lage Vuursche. Op donderdag 13 maart 1958 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, de percelen weiland en bouwland door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Willem van Dorresteijn voor een bedrag van ƒ 21.500,-. Download (709) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (708) Cornelis de Boer de Frederik Bosch aan de Koudelaan.pdf) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel bos, bekend als perceelnummer(s) Baarn, sectie F nummer 712, gelegen aan de Koudelaan te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij Lage Vuursche. Op vrijdag 4 juli 1958 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Hendrik Jan Nipperus, het perceel bos door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Stichting tot Exploitatie, Onderhoud en Beheer van Natuurvriendenhuizen en Kampeerterreinen in Nederland voor een bedrag van ƒ 40.000,-. Download (708) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (720) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van Het Kasteel Drakestein met gebouwen, tuin en bos, bekend als perceelnummer(s) Sectie F nummer 714, gelegen te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij de Slotlaan en de Dorpsstraat. Op maandag 15 juni 1959 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het Kasteel Drakestein door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Hare Koninklijke Hoogheid Beatrix Wilhelmina Armgard Prinses der Nederlanden (vertegenwoordigd door Jonkheer Meester Cornelis Dedel) voor een bedrag van ƒ 300.000,-. Download (720) (link) 1-2.pdf Download (720) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
Download (721) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de afstand en overdracht van wegbermen en een gedeelte van de weg, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn Sectie F, nummer 691 en een gedeelte van nummer 692, gelegen aan de Koudelaan te Lage Vuursche nabij Kasteel Drakensteyn. Op dinsdag 16 juni 1959 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Maria Carl André Arthur Hermann Römer, het object door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Concepcion Bosch van Drakestein verkocht aan de Gemeente Baarn om niet. Download (721) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (719) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van enige percelen bosterrein met weg, bekend als perceelnummer(s) 190, 191, 192, 193 en een gedeelte van 677, gelegen aan de Vuurschesteeg en de Soestdijkerweg nabij de Driehonderdroedenlaan. Op vrijdag 15 juli 1960 is ten overstaan van de in Utrecht gevestigde notaris, mr. Arnoldus Arie Mulder, het bosterrein door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Jan van der Krol voor een bedrag van ƒ 25.000,-. Download (719) (link) 1-2.pdf Download (719) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (718) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een perceel grond, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn, Sectie F, Nummer 723, gelegen aan/te de Vuursche steeg te Lage Vuursche nabij Kasteel Drakensteyn. Op zaterdag 23 juli 1960 is ten overstaan van de in Utrecht gevestigde notaris, mr. Arnoldus Arie Mulder, het perceel grond door de vennootschap onder de firma "J. van der Krol" verkocht aan Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein voor een bedrag van ƒ 750,-. Download (718) (link) 1-2.pdf Download (718) (link) 2-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (717) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een garage met voorgelegen tegelterrein waarop benzinehuisje met ondergrond, bos en verder terrein, bekend als perceelnummer(s) Baarn, sectie F nummer 723, gelegen te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij de Kapelweg. Op zaterdag 30 juli 1960 is ten overstaan van de in Hilversum gevestigde notaris, mr. Johan Diederik Frederik van Halsema, het object door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Gerrit Hakstege voor een bedrag van ƒ 40.000,00,-. Download (717) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (732) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van enige percelen bosgrond, bekend als perceelnummer(s) 713 (gedeeltelijk), 643 (gedeeltelijk), 23 (gedeeltelijk) en de gehele percelen 28, 29 en 30, gelegen aan/te de Koudelaan te Lage Vuursche nabij de Karnemelksweg. Op maandag 24 augustus 1960 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Gijsbert Timon Reeser Cuperus, het object door de maatschap: Bouwplan Vuursche verkocht aan de heer Hendrik Ernst Stefels voor een bedrag van ƒ 7.000,-. Download (732) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (715) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een winkel met aangebouwd spoellokaal en grond, bekend als perceelnummer(s) sectie F nummer 380, gelegen aan/te de Dorpsstraat te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij perceel Dorpsstraat 19. Op vrijdag 2 september 1960 is ten overstaan van de in Amersfoort gevestigde notaris, mr. Sebastiaan van 't Eind, het winkelpand met bijbehorend kruideniersbedrijf door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de La Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Arnoldus Lambertus Ruiters voor een bedrag van ƒ 14.000,-. Download (715) (link) 1-4.pdf Download (715) (link) 3-4.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (728) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een perceel bosgrond, bekend als perceelnummer(s) sectie F nummer 220, gelegen aan de Vuursche Steeg te Lage Vuursche nabij de Vuursche Steeg. Op woensdag 26 januari 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het perceel bosgrond door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Antonius Joseph Joseph Saul voor een bedrag van ƒ 8.000,-. Download (728) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (500) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de liquidatie en toescheiding van bosterrein, kippenhokken en tuin, bekend als perceelnummer(s) 23, 28, 29, 30, 223, 589, 643 en 713 (sectie F), gelegen aan/te Lage Vuursche (Baarn) nabij de Karnemelksweg. Op 20 maart 1961 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Gijsbert Timon Reeser Cuperus, het bosterrein, kippenhokken en tuin door de maatschap Bouwplan Vuursche verkocht (toegedeeld) aan Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein voor een bedrag van ƒ (niet vermeld). Download (500) (link) 1-3.pdf Download (500) (link) 3-3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 📜 De Transactie Op (download 503) maandag de 20 maart 1961, verschenen de betrokken partijen voor het verlijden van een koopakte. De overeenkomst vond plaats ten overstaan van de weledelgestelde heer Bernard Engelbert Koenderink, notaris met als standplaats Baarn 🖋️. In de akte verklaart de verkoper het onroerend goed te hebben verkocht en in eigendom over te dragen aan de koper, die het object op zijn beurt heeft aanvaard voor de som van ƒ. 7.200,- (zevenduizend tweehonderd gulden) 💰. 🌳 Het Object: Weiland met Golfbaan Het betreft een bijzonder perceel dat als volgt kadastraal en feitelijk wordt omschreven:
👥 Betrokken Partijen De volgende personen waren bij deze overdracht betrokken:
⏳ Geschiedenis en Herkomst De verkoper had dit onroerend goed eerder in eigendom verkregen via een akte van scheiding. Deze eerdere transactie vond plaats op elf december negentienhonderd zes en vijftig (11-12-1956) ten overstaan van notaris P.A.H. Graafland te Amsterdam. Die akte werd destijds overgeschreven ten kantore van de Hypotheekbewaarder te Amersfoort in deel 1174, nummer 120 📚. 📝 Bijzondere Voorwaarden De verkoop is geschied in de staat waarin het goed zich op de dag van de overdracht bevond, inclusief alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden. De koper heeft de koopsom voldaan, waarvoor de verkoper bij deze akte volledige kwijting heeft verleend ✅. De akte werd onmiddellijk na voorlezing door alle comparanten en de notaris ondertekend. De goedkeuring van de Grondkamer in de Provincie Utrecht voor dit ontwerp was reeds verleend op 16 maart 1961 onder nummer 75. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (501) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de ruil van een gedeelte van het perceel dennenbos, bekend als perceelnummer(s) 23 (gedeeltelijk), gelegen te Baarn nabij de Karnemelksweg. Op maandag 20 maart 1961 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Gijsbert Timon Reeser Cuperus, het perceel dennenbos door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Hendrik Ernst Stefels voor een bedrag van ƒ 2.250,-. Download (501) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (502) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de ruil van een zuid-oostelijk gedeelte van het perceel bouwland en kippenhokken, bekend als perceelnummer(s) sectie F nummer 643, gelegen te Baarn nabij de Karnemelksweg. Op maandag 20 maart 1961 is ten overstaan van de in Amsterdam gevestigde notaris, mr. Gijsbert Timon Reeser Cuperus, het perceel door de heer Hendrik Ernst Stefels verkocht aan Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein voor een bedrag van ƒ 2.450,-. Download (502) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- De Transactie en de Notaris 📜 Op (Download 504) maandag 27 maart 1961, verschenen de betrokken partijen voor Bernard Engelbert Koenderink, notaris ter standplaats Baarn. In zijn aanwezigheid werd de officiële verkoop en eigendomsoverdracht van een bijzonder stuk grond bekrachtigd. ✒️ Betrokken Partijen 👥 De volgende personen waren bij de akte betrokken:
Objectgegevens en Locatie 🌳 Het verkochte object betreft een perceel bos, houtwal en grond gelegen bij de Koudelaan en de Vuursche Steeg op de Lage Vuursche. De kadastrale details zijn als volgt:
Historie en Koopsom 💰 Om de geschiedenis van het object te duiden, vermeldt de akte dat de verkoper de eigendom eerder had verkregen bij een akte van scheiding op 11 december 1956, verleden voor notaris Jhr. P.A.A.H. Graafland te Amsterdam. 🏛️ Voor de huidige overdracht kwamen partijen een koopsom overeen van ƒ 16.000 (zestien duizend gulden). De verkoper verklaarde dit bedrag reeds te hebben ontvangen, waarna de koper het recht van uitweg over het langsliggende pad werd verleend. De akte werd getuige door Pieter Cornelis Jan Beynen (candidaat-notaris) en Willem Boelhouwer (notarisklerk). ✨ Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 📅 De Ontmoeting bij de Notaris Op (download 504) maandag 27 maart 1961 verschenen de betrokken partijen voor de standplaats Baarn ten overstaan van notaris Bernard Engelbert Koenderink 🖋️. In zijn kantoor werd de officiële akte opgesteld voor de verkoop en eigendomsoverdracht van diverse percelen op de Lage Vuursche. 👥 Betrokken Partijen De partijen die de overeenkomst aangingen, worden als volgt gespecificeerd:
🌲 Gedetailleerde Objectgegevens De transactie betrof verschillende percelen bosgrond gelegen op de Lage Vuursche aan de Koudelaan en de Karnemelksweg 🍃. De kadastrale omschrijving luidt als volgt:
Bijzonderheid: Van het gedeelte van perceel F 589 werd uitdrukkelijk het door "Driënhuizen" bewoonde woonhuis aan de Karnemelksweg met de bijbehorende tuin uitgezonderd 🚫🏠. 📜 Historie en Verkrijging De geschiedenis van het object wordt geduid door de eerdere verkrijging door de verkoper. Jonkheer Bosch van Drakestein had deze goederen in eigendom verkregen bij een akte van scheiding op elf december negentien honderd zes en vijftig (11-12-1956) 📑. Deze akte werd destijds verleden voor notaris Jonkheer P.A.A.H. Graafland te Amsterdam en overgeschreven ten Hypotheekkantore te Amersfoort in deel 1174 nummer 120. 💰 Financiële Overeenkomst De comparanten verklaarden dat de koop en verkoop is geschied voor een totaalbedrag van ƒ 20.800 (twintig duizend acht honderd gulden) 💰. 🖋️ Bekrachtiging De akte werd terstond na voorlezing ondertekend door de comparanten, de getuigen (de heren Pieter Cornelis Jan Beynen, candidaat-notaris, en Willem Boelhouwer, notarisklerk, beiden wonende te Baarn) en de notaris zelf ✅. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (729) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel bos en eikenwal en een aangrenzend perceel bos, bekend als perceelnummer(s) Baarn F 223 en 386 en de Bilt A 681 (gedeeltelijk), gelegen te Lage Vuursche aan de Vuursche Steeg nabij Lage Vuursche. Op zaterdag 21 april 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het object door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Willem van Dorresteyn voor een bedrag van ƒ 15.000,-. Download (729) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (725) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel bos, bekend als perceelnummer(s) Sectie F nummer 539 (westelijk deel) en Sectie F nummer 23 (aansluitend deel), gelegen aan de Karnemelksweg op de Lage Vuursche nabij de Baarnseweg. Op zaterdag 5 juni 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het perceel bos door de heer Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de heer Willem van Dorresteijn voor een bedrag van ƒ 11.000,-. Het verkochte is belast met een erfdienstbaarheid van voet- en kruipad langs het bestaande pad van en naar de Karnemelksweg ten behoeve van de percelen Gemeente Baarn, Sectie F nummers 28, 29, 30, 23 (gedeeltelijk), 643 (gedeeltelijk) en 713 (gedeeltelijk). Download (725) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (726) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van een perceel bos, bekend als perceelnummer(s) Sectie F nummer 539 (westelijk deel) en Sectie F nummer 23 (aansluitend deel), gelegen aan de Karnemelksweg op de Lage Vuursche nabij de Baarnseweg. Op maandag 5 juni 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het perceel bos door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Willem van Dorresteijn voor een bedrag van ƒ 11.000,-. Download (726) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (724) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een woonhuis, bekend als perceelnummer(s) Gemeente Baarn Sectie F nummer 589 gedeeltelijk, gelegen aan/te Karnemelksweg op de Lage Vuursche nabij Hoeve Cantecleer. Op 19 juni 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het woonhuis door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan Joseph Giltay Veth voor een bedrag van ƒ 6.100,-. Download (724) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (723) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van twee percelen bosgrond en een complex woonhuizen (Dorpsstraat 13, 15, 17, 19, 21 en 23) met schuren, bekend als perceelnummer(s) De Bilt A 2263, Baarn F 713 (ged.), en Baarn F 431, 432, 383, 381 en 380, gelegen aan/te de Lage Vuursche nabij de Koudelaan, Ridderlaan, Karnemelksweg en Dorpsstraat. Op zaterdag 15 juli 1961 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Bernard Engelbert Koenderink, het object door de heer Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de heer Willem van Dorresteijn voor een bedrag van ƒ 58.000,-. Download (723) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 Op de betreffende documenten, die dateren uit de periode rond 𝟏𝟗𝟔𝟐, is een 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐥𝐨𝐩𝐢𝐠 𝐤𝐨𝐨𝐩𝐜𝐨𝐧𝐭𝐫𝐚𝐜𝐭 vastgelegd voor de verkoop van gronden en opstallen. De afspraken zijn gemaakt onder toeziend oog van de 𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝𝐩𝐥𝐚𝐚𝐬𝐭 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 notaris 𝐦𝐫. 𝐁.𝐄. 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤. Het betreft een strategische aankoop door de lokale overheid om controle te krijgen over specifieke percelen in de dorpskern. ✍️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De transactie vond plaats tussen de volgende partijen: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 (Koper) • 𝐍.𝐕. 𝐇𝐨𝐭𝐞𝐥 𝐂𝐚𝐟𝐞́ 𝐑𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 𝐃𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (Verkoper), gevestigd te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 Het verkochte object betreft de grond met opstallen gelegen aan de 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De onroerende goederen zijn kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummers 𝟓𝟓𝟎, 𝟓𝟓𝟏, 𝟓𝟓𝟐, 𝟓𝟓𝟑, 𝟓𝟓𝟒, 𝟓𝟓𝟓, 𝟓𝟓𝟔, 𝟓𝟓𝟕 en een gedeelte van nummer 𝟔𝟕𝟒. De totale oppervlakte van de percelen bedraagt gezamenlijk ongeveer 𝟏𝟏𝟎𝟔 𝐦². Op een bijbehorende kaart was dit gebied specifiek met een gele kleur aangegeven. 🗺️ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 De koop is aangegaan voor een bedrag van 𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐝𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧𝐝 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧, genoteerd als ƒ 𝟏𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. Er zijn enkele strikte bepalingen opgenomen in het contract: • Op het gekochte mag nimmer een 𝐇𝐨𝐫𝐞𝐜𝐚-𝐛𝐞𝐝𝐫𝐢𝐣𝐟 worden gevestigd. 🚫☕ • De overeenkomst zou van rechtswege ontbonden worden indien er voor 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟐 geen goedkeuring zou komen van "hogere organen" of de gemeenteraad voor de beoogde bestemming. 𝐀𝐟wikkeling en Overdracht De eigendomsoverdracht en de betaling van de kooppenningen moesten plaatsvinden binnen twee maanden nadat aan alle opschortende voorwaarden was voldaan. Indien de notariële formaliteiten langer in beslag zouden nemen, diende de overdracht uiterlijk één week na het vervullen van deze formaliteiten te geschieden. Het document is namens de gemeente ondertekend door de 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 en de 𝐒𝐞𝐜𝐫𝐞𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬. 🖋️ Bron: Archief Eemland. Getranscribeerd met Google AI Gemini
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐢𝐧 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 🌲 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟐 verscheen een bijzonder gezelschap voor 𝐦𝐫. 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐚𝐞𝐥 𝟔𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐌𝐨𝐫𝐬𝐜𝐡, 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. In de vroege jaren zestig vond er een overdracht plaats van een perceel grond dat nauw verbonden was met de adellijke historie van de regio. De transactie werd officieel bekrachtigd in het bijzijn van getuigen en de betrokken partijen om de uitbreidingsplannen van de gemeente te faciliteren. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐄𝐝𝐮𝐚𝐫𝐝 𝐌𝐚𝐱 𝐂𝐡𝐚𝐫𝐥𝐞𝐬 𝐅𝐫𝐢𝐭𝐬 𝐕𝐞𝐫𝐛𝐞𝐤𝐞, accountant, wonende te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦 aan de Burgemeester van Hellenberg Hubarlaan 11. Hij handelde als schriftelijk gevolmachtigde voor de verkoper. • 𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐰𝐞𝐥𝐠𝐞𝐛𝐨𝐫𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧) op het landgoed Klein Drakestein aan de Kloosterlaan 4. Hij trad op als de verkopende partij. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 📍 Het verkochte object betrof een specifiek 𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 gelegen aan de 𝐊𝐥𝐨𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐥𝐚𝐚𝐧 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Dit perceel maakte deel uit van grotere kadastrale eenheden en werd op de bij de akte behorende kaart met een gele kleur aangeduid. De details zijn als volgt: • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞: 𝐅 • 𝐍𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬: 𝐮𝐢𝐭𝐦𝐚𝐤𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐞𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐝𝐞𝐞𝐥𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝟓𝟗𝟔 𝐞𝐧 𝟔𝟔𝟎 • 𝐎𝐦𝐯𝐚𝐧𝐠: ongeveer 𝟔 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟗𝟔 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞 (𝟔𝟗𝟔 𝐦²) 𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 💰 De verkoop werd gesloten voor een bedrag van 𝟏𝟐.𝟒𝟐𝟎 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧. De akte vermeldt tevens de 𝐞𝐢𝐠𝐞𝐧𝐝𝐨𝐦𝐬𝐭𝐢𝐭𝐞𝐥 van de verkoper: Jonkheer Bosch van Drakestein had het goed verkregen via een 𝐚𝐤𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐬𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 die was verleden op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟏 voor notaris F.P.E. van Ditzhuyzen te Baarn. Deze historische grond was essentieel voor het "Uitbreidingsplan Baarn in Hoofdzaak", waarbij de gemeente de grond verwierf voor publieke doeleinden en de koper zich verplichtte om het terrein van een deugdelijke afscheiding te voorzien. 📜 Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
Download (713) de kadastrale hypotheek no. 4 akte (fragment) van een rectificatie van een eerdere eigendomsoverdracht en vestiging van erfdienstbaarheid van percelen grond, bekend als perceelnummers Baarn, Sectie F, nummers 722 (gedeeltelijk), 431, 432, 383, 381, 724 en 58, gelegen te Baarn, nabij de Vuursche Steeg en de Slotlaan. Waarbij op maandag 12 maart 1962 van het jaar negentienhonderd twee en zestig, ten overstaan van de te Baarn gevestigde notaris mr. Bernard Engelbert Koenderink diverse percelen en stroken grond werden overgedragen door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein aan Willem van Dorresteyn voor een niet specifiek in dit fragment genoemd bedrag (deze akte dient ter rectificatie van eerdere transporten uit 1961). Download (713) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐊𝐨𝐫𝐭𝐞 𝐢𝐧𝐥𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐚𝐭𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟔𝟐 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐄𝐧𝐠𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤, notaris met als standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, een gevolmachtigde om een akte van rectificatie op te stellen. Deze akte was noodzakelijk om onjuistheden en omissies in drie eerdere transportakten en akten van afstand te herstellen, die betrekking hadden op gronden in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. ✍️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij de rechtshandeling of worden in de akte genoemd als partij: • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐞𝐧, notarisklerk wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelend als mondeling lasthebber van de hierna te noemen partijen. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐄𝐧𝐠𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤, de residerend notaris te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐥𝐚 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐞𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, jonkheer, genoemd als eerdere verkoper/eigenaar. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐫𝐫𝐞𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧, wonende te 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭, genoemd als koper van diverse percelen. 𝐈𝐧𝐡𝐨𝐮𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐫𝐞𝐜𝐭𝐢𝐟𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐨𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 De akte dient ter verbetering van drie eerdere transacties waarbij kadastrale grenzen en rechten niet correct waren weergegeven: 📌 𝟏. Rectificatie van de akte van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟔𝟏: Bij de overdracht van een gedeelte van perceel gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummer 𝟕𝟐𝟐 aan 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐫𝐫𝐞𝐬𝐭𝐞𝐲𝐧, bleek na opmeting door de landmeter dat twee stroken grond niet waren begrepen in de levering. Het gaat om een strook van tachtig centiaren (gelegen tussen 𝐅 𝟔𝟎𝟑 en de 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐭𝐞𝐞𝐠) en een strook van drie are en negentig centiaren (grenzend aan 𝐅 𝟕𝟐𝟏). 𝟐. Vestiging van erfdienstbaarheid: In een akte van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟏 was verzuimd een erfdienstbaarheid van uitweg te vestigen. Dit wordt thans hersteld; er wordt een uitweg verleend over de bestaande wijze over de bosweg naar de 𝐒𝐥𝐨𝐭𝐥𝐚𝐚𝐧, over een deel van perceel 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummer 𝟕𝟐𝟒, ten behoeve van de percelen 𝟒𝟑𝟏, 𝟒𝟑𝟐, 𝟑𝟖𝟑 en 𝟑𝟖𝟏. 🌲 𝟑. Rectificatie akte van afstand aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧: In de akte van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟗 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟎 was vermeld dat de gemeente een gedeelte van perceel 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummer 𝟓𝟖 verkreeg. Na opmeting bleek echter dat er van perceel 𝐅 𝟓𝟖 niets aan de gemeente is overgedragen. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 In dit specifieke document van rectificatie worden geen nieuwe verkoopbedragen genoemd, aangezien het enkel een correctie betreft op reeds gepasseerde akten. Voor de oorspronkelijke transacties wordt verwezen naar de registers van de hypotheekbewaarder te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭. 💰 Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐢𝐧 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟐 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐄𝐧𝐠𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤, notaris met als standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, om een belangrijke vastgoedtransactie te bezegelen. Het betreft de verkoop van verschillende percelen grond gelegen aan de 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐬𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 in 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De grond werd verkocht ten behoeve van de volkshuisvesting, wat de maatschappelijke relevantie van deze akte onderstreept. 🏘️ De totale oppervlakte van het verkochte terrein bedraagt ongeveer elf aren en zes centiaren. Het gaat om een complex van percelen dat op de bijbehorende tekening met een gele kleur was aangeduid en ter plaatse was afgepaald, inclusief de daarop aanwezige opstallen. De overdracht vond plaats in de staat waarin het vastgoed zich op dat moment bevond, met alle bijbehorende rechten en lasten. 🌳 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen en instanties waren betrokken bij deze juridische levering: • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐊𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐬, werkzaam als gemeenteambtenaar en aanwezig als getuige bij het passeren van de akte. • 𝐖ó𝐩𝐤𝐞 𝐤𝐥𝐚𝐚𝐬 𝐝𝐞 𝐁𝐨𝐞𝐫, eveneens gemeenteambtenaar en aanwezig als getuige. De transactie omvat een aanzienlijke lijst aan kadastrale nummers binnen de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅. Het betreft de volgende percelen: • 𝟓𝟓𝟎 Voor de aankoop van deze gronden is een koopsom overeengekomen van ƒ 𝟏𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. De verkoper verklaarde bij het ondertekenen van de akte de volledige koopsom te hebben ontvangen en verleende daarvoor kwijting aan de koper. 💰 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐩եր𝐤𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 In de akte zijn enkele specifieke voorwaarden opgenomen die de toekomstige bestemming van de grond beïnvloeden. Een opvallende bepaling is dat op het gekochte nimmer een Horeca-bedrijf mag worden gevestigd. Hiermee werd de commerciële exploitatie van het perceel voor de toekomst beperkt, waarschijnlijk om de rust in de woonomgeving te waarborgen. 🚫🍻 Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
Download (722) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de verkoop van een perceel grond (toegangsweg), bekend als perceelnummer(s) BAARN Sectie F nummer 763 (oud nummer 724), gelegen aan de Dorpsstraat te Lage Vuursche nabij kasteel Drakestein. Op vrijdag 14 december 1962 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Antonius Michael Jacobus Morsch, het perceel grond door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de Gemeente Baarn voor een bedrag van ƒ 5.702,50,-. Download (722) (link) 1-3.pdf Download (722) (link) 3-3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini. ----------------------------------------------------------------------------- Download (712) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van twee percelen weg en bermen met daarop staande bomen, bekend als perceelnummer(s) 748 en 725 (Sectie F), gelegen aan/te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij de Koudelaan en de Dorpsstraat. Op vrijdag 15 februari 1963 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Antonius Michael Jacobus Morsch, het object door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de Gemeente Baarn voor een bedrag van ƒ 8.800,-. Download (712) (link) 1-3.pdf Download (712) (link) 2-3.pdf Download (712) (link) 3-3.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (714) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de aankoop van percelen grond, bekend als perceelnummers Baarn, Sectie F, nummer 765 (en rectificaties op 722, 431, 432, 383, 381, 724 en 58), gelegen te Baarn (Lage Vuursche), nabij de Vuursche Steeg en de Driehonderdroedenlaan. Waarbij op donderdag 21 mei 1964 (en een eerdere rectificatie op 12 maart 1962) van het jaar negentienhonderd vier en zestig, ten overstaan van de Baarnse notaris (waarnemend) mr. Pieter Cornelis Jan Beynen (en mr. B.E. Koenderink) het object werd verkocht door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein aan Willem van Dorresteyn voor ƒ. 4.875,00,-. Download (714) (link) 1-1.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Download (700) Frederik Bosch en Baarn rectificatie.pdf) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de rectificatie van een perceel weg en bermen, bekend als perceelnummer(s) Gemeente BAARN, Sectie F, nummer 748, gelegen aan de Koudelaan te Lage Vuursche, gemeente Baarn nabij de Koudelaan. Op dinsdag 18 mei 1965 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Antonius Michael Jacobus Morsch, het perceel weg en bermen door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de La Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de Gemeente Baarn voor niet vermeld in rectificatieakte. Download (700) (link) 1-1.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐉𝐮𝐫𝐢𝐝𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐂𝐨𝐦𝐩𝐚𝐫𝐚𝐧𝐭𝐞𝐧 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟓 kwam een omvangrijke vastgoedtransactie tot stand ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐥𝐝 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐅𝐞𝐬𝐭𝐞𝐧, notaris gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Deze akte is van groot historisch belang voor de stedelijke ontwikkeling van de stad, aangezien de verkoop geschiedde in het kader van het uitbreidingsplan 𝐋𝐮𝐧𝐞𝐭𝐭𝐞𝐧, een project dat de volkshuisvesting in de regio Utrecht fundamenteel zou veranderen. De partijen die bij deze rechtshandeling betrokken waren, worden hieronder nader gespecificeerd:• 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐢𝐣𝐥, de verkoper, wonende te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. • 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬 𝐒𝐰𝐚𝐚𝐧, de gemachtigde namens de koper, optredend voor de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐢𝐣𝐥, de overleden vader van de verkoper, de oorspronkelijke eigenaar van de hofstede. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐇𝐚𝐦, gemeentebode te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, getuige bij het passeren van deze akte. 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 Het verkochte object betreft de monumentale hofstede genaamd 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥, een complex bestaande uit een herenhuis met bijbehorende opstallen en uitgestrekte landerijen. Deze onroerende goederen bevinden zich aan de 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥𝐝𝐢𝐣𝐤 𝟖𝟗 en strekken zich uit tot aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝, gelegen onder de rook van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🌳 De totale omvang van het terrein is indrukwekkend: 𝟐𝟐 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟕 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟔𝟓 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. In de akte worden de percelen zeer specifiek aangeduid volgens de kadastrale registratie: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, nummer 𝟐𝟗𝟎. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, nummer 𝟑𝟏𝟓. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, nummer 𝟑𝟏𝟗. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, nummer 𝟐𝟎. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, nummer 𝟑𝟎. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, nummer 𝟒𝟏. • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, nummer 𝟒𝟑. De koopsom voor dit omvangrijke areaal werd vastgesteld op een bedrag van ƒ 𝟓𝟓𝟏.𝟓𝟑𝟎,-. De verkoper verklaarde dit bedrag volledig te hebben ontvangen, waarvoor de koper kwijting werd verleend. 💰 𝐃𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐄𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐋𝐚𝐬𝐭𝐞𝐧 Een aanzienlijk deel van de akte is gewijd aan de beschrijving van gevestigde erfdienstbaarheden die op de percelen rusten. Deze rechten en plichten zijn cruciaal voor de toegankelijkheid en de waterhuishouding van het gebied. 🌊 Ten eerste wordt verwezen naar een akte van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟒 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟗𝟕. Hierin werd een 𝐞𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐰𝐞𝐠 gevestigd ten behoeve van de percelen in 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 (𝐎𝐮𝐝 𝐖𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐃, nummers 𝟖𝟗 en 𝟗𝟎) en ten laste van wat nu deel uitmaakt van perceel 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, nummer 𝟑𝟏𝟓. Dit betreft de weg van en naar de 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥𝐝𝐢𝐣𝐤. De eigenaren zijn verplicht deze weg, die tussen de heggen door loopt langs de hofstede en de bergen, gezamenlijk te onderhouden. Daarnaast is er sprake van een recht van weg over een brug over het water dat de percelen scheidt. Deze brug, gelegen tussen de toenmalige percelen 𝟒𝟓𝟎 en 𝟖𝟗, moet voor gemeenschappelijke rekening worden onderhouden en vernieuwd. Dit type bepalingen verzekerde dat de verschillende eigenaren in het gebied hun landbouwgronden konden bereiken zonder juridische conflicten over doorgang. 🚜 Ten tweede bevat de akte een verwijzing naar een onderhandse akte geregistreerd op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟑. Hierin werd een zeer specifieke erfdienstbaarheid van 𝐝𝐨𝐨𝐫𝐯𝐚𝐚𝐫𝐭 gevestigd. De eigenaar van perceel 𝟖𝟑 (thans 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, nummer 𝟐𝟗𝟎 en 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, nummer 𝟒𝟑) verleende het recht aan diverse percelen in 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, waaronder nummers 𝟑𝟏𝐛, 𝟑𝟖, 𝟑𝟗, 𝟒𝟎, 𝟒𝟏, etc.) om gebruik te maken van een nieuw gegraven sloot. Deze sloot loopt dwars door perceel 𝟖𝟑 naar de 𝐎𝐮𝐝𝐰𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐖𝐞𝐭𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠. De verplichting luidt dat deze sloot "𝐭𝐞𝐧 𝐚𝐥𝐥𝐞 𝐭𝐢𝐣𝐝𝐞 𝐛𝐞𝐯𝐚𝐚𝐫𝐛𝐚𝐚𝐫" moet blijven en op een behoorlijke diepte en breedte moet worden gehouden. 🛶 𝐄𝐢𝐠𝐞𝐧𝐝𝐨𝐦𝐬𝐠𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 De verkoper, 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐢𝐣𝐥, verkreeg de eigendom door toebedeling uit de nalatenschap van zijn vader. Dit proces verliep in twee fasen: 𝟏. Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟒 werd de eerste onverdeelde helft aan hem toegewezen. De akte hiervan werd overgeschreven ten hypotheekkantore te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟒. Met de huidige verkoop aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 in 𝟏𝟗𝟔𝟓 kwam een einde aan het langdurige familiebezit van de hofstede 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥, ten gunste van de stedelijke expansie van Utrecht. De gemeente nam hierbij alle lasten, belastingen en risico's over vanaf de dag van de overschrijving. 🏛️ Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟐 verschenen de betrokken partijen in 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 om een belangrijke vastgoedtransactie te officialiseren. De akte werd verleden ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝 𝐄𝐧𝐠𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐊𝐨𝐞𝐧𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤, notaris met als standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen en instanties waren bij de ruiling betrokken: • 𝐅𝐞𝐫𝐝𝐢𝐧𝐚𝐧𝐝 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐄𝐛𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝𝐭, kantoorbediende wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫n, handelend als gemachtigde voor de heer 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫, kruidenier wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. 𝐃𝐞 𝐆𝐞𝐫𝐮𝐢𝐥𝐝𝐞 𝐎𝐧𝐠𝐨𝐞𝐝𝐨𝐞𝐧 𝐙𝐚𝐤𝐞𝐧 De ruiling betrof verschillende percelen in de kern van 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, nabij de 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐬𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭. De transactie vond plaats zonder enige toegift over en weer (waarde tegen waarde), wat betekent dat er een bedrag van ƒ 𝟎,- werd voldaan. 🤝 𝟏. 𝐀𝐟𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞: De 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 stond aan de heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫 de volgende percelen af: 𝟐. 𝐀𝐟𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫: In ruil hiervoor droeg de heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦 𝐓𝐢𝐦𝐦𝐞𝐫 aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 over: • Totale grootte: ongeveer 𝐯𝐢𝐣𝐟 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐯𝐢𝐣𝐟𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐩𝐥𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 De akte bevatte een aantal specifieke condities voor de toekomstige inrichting van het terrein: • De gemeente zou tevens zorgdragen voor het plaatsen van een spouwbuitenmuur bij perceel 𝟓𝟓𝟔 en het realiseren van een inrit vanaf de geprojecteerde verbindingsweg tussen de 𝐃𝐨𝐫𝐩𝐬𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 en de 𝐄𝐢𝐤𝐞𝐧𝐥𝐚𝐚𝐧. 🏗️ • De erfafscheiding aan de noord- en westzijde zou door de gemeente worden voorzien van 𝐜𝐫𝐞𝐨𝐬𝐨𝐭𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐩𝐚𝐚𝐥𝐭𝐣𝐞𝐬 met draad en een 𝐥𝐢𝐠𝐮𝐬𝐭𝐫𝐮𝐦𝐛𝐞𝐩𝐥𝐚𝐧𝐭𝐢𝐧𝐠. 🌿 𝐀𝐟𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐭𝐮𝐢𝐠𝐞𝐧 De akte werd in minuut verleden te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 in aanwezigheid van de getuigen: Bron: Archief Eemland. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 🏠 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟓 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐈𝐞𝐫𝐬𝐞𝐥, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, een bijzondere vastgoedtransactie. De kern van de overeenkomst betreft de verkoop van de hofstede genaamd 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥, gelegen aan de 𝐊𝐨𝐩𝐩𝐞𝐥𝐝𝐢𝐣𝐤 en het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 in de gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De verkoop omvatte niet alleen de opstallen, maar ook de omliggende weilanden. Het object staat kadastraal bekend als gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, sectie 𝐎, nummers 𝟐𝟏𝟐, 𝟑𝟏𝟐 en 𝟑𝟐𝟏. De totale oppervlakte van deze percelen bedroeg maar liefst vijftien hectaren, zeven en dertig aren en tien centiaren (𝟏𝟓𝟑.𝟕𝟏𝟎 𝐦²). De gemeente kocht dit terrein aan in het kader van het uitbreidingsplan in hoofdzaak 𝐋𝐮𝐧𝐞𝐭𝐭𝐞𝐧, ter uitvoering van de volkshuisvesting. 🏗️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 De volgende personen en instanties waren betrokken bij de ondertekening van de akte: 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 📄 De verkoper, 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐞𝐞, had de eigendom van het onroerend goed eerder verkregen via een akte van scheiding op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟓𝟔. Deze eerdere verkrijging werd destijds verleden voor een notaris en overgeschreven ten hypotheekkantore te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Voor de huidige transactie in 𝟏𝟗𝟔𝟓 werd een koopsom overeengekomen van ƒ 𝟓𝟏𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. De gemeente als koopster nam hiermee de lasten over, hoewel er specifieke afspraken werden gemaakt over het gebruik. Zo mocht de verkoper het perceel blijven gebruiken tot het tijdstip waarop de gemeente de grond daadwerkelijk nodig had voor haar plannen. 🗓️ 𝐀𝐟wikkeling 𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐭𝐮𝐢𝐠𝐞𝐧 ✍️ De akte werd verleden in tegenwoordigheid van twee getuigen, die beiden werkzaam waren als gemeente-bode in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Na de voorlezing werd het document ondertekend door de comparanten, de getuigen en de notaris. De inschrijving in de openbare registers vond kort daarna plaats, waarmee de eigendomsovergang van de historische hofstede naar de gemeente definitief werd voor de verdere ontwikkeling van de stad. ✨ • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐧 𝐇𝐚𝐦, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredende als getuige. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐞𝐧, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredende als getuige. Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini
𝐉𝐮𝐫𝐢𝐝𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐨𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐢𝐧 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦 🏠 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟓 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐁𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐞𝐭𝐢𝐧𝐤, notaris ter standplaats 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. De bijeenkomst was belegd om de eigendomsoverdracht te effectueren van een woonhuis in Lage Vuursche, voortvloeiend uit een eerder gesloten onderhandse koopovereenkomst van 𝟐𝟎 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟔𝟓. De akte bezegelt de verkoop door de erfgenamen van wijlen Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein. 🖋️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen waren bij de rechtshandeling betrokken, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd door een gemachtigde: • de heer 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐨𝐨𝐩, advocaat en procureur te 's-Gravenhage, optredend als gesubstitueerd lasthebber voor de heer 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (ook wel Peter Herbert Pattridge), employé, geboren op ... , wonende te Alexandria, Virginia, Verenigde Staten van Noord-Amerika. • de heer 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐩𝐭𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐊𝐚𝐢𝐬𝐞𝐫, accountant, geboren op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟗𝟏𝟏, wonende te Hilversum aan de Soestdijkerstraatweg 6. • mevrouw 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, zonder beroep, geboren op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟎, echtgenote van de heer J.B. Kaiser en wonende op hetzelfde adres. • de heer 𝐉𝐚𝐧 𝐂𝐡𝐫𝐢𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐏𝐨𝐥, stratenmaker, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟏𝟏, wonende te Lage Vuursche, gemeente Baarn, aan de Kloosterlaan 5. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐡𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 🌲 Het lijdend voorwerp van deze transactie is het 𝐖𝐎𝐎𝐍𝐇𝐔𝐈𝐒 met aanbehoren, ondergrond, erf en omliggend bosterrein. Het object is gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente Baarn, nabij de Kloosterlaan en plaatselijk genummerd 𝐊𝐥𝐨𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟓. Kadastraal staat het perceel bekend als gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟖𝟏𝟎, met een totale grootte van 𝟗𝟎 𝐚𝐫𝐞 (negentig are). De geschiedenis van het pand voert terug naar 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟏, toen het onroerend goed werd toebedeeld aan Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein bij een akte van scheiding verleden voor notaris F.P.E. van Ditzhuijzen te Baarn. Na het overlijden van de Jonkheer op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗65 in Zeist, is het eigendom overgegaan op zijn erfgenamen. 📜 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢ë𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 💰 De verkoop is geschied voor een totale koopsom van 𝐟 𝟔𝟓.𝟎𝟎𝟎 (vijfenzestigduizend gulden). In de akte is vastgelegd dat de heer Van der Pol, die het pand reeds in huur had, een onverdeelde helft heeft overgedragen aan het echtpaar Kaiser-van Wunnik. Hierdoor zijn de kopers nu gezamenlijk eigenaar: het echtpaar Kaiser voor de ene onverdeelde helft en de heer Van der Pol voor de andere onverdeelde helft. 🤝 Bijzondere aandacht is er voor de gevestigde erfdienstbaarheden. Er is een recht van weg gevestigd over het nabijgelegen perceel (sectie F nummer 809) om via een circa drie meter breed bosweggetje van en naar de Karnemelkseweg te kunnen komen. Tevens zijn er beperkingen opgelegd aan de kopers: het is hen verboden om op het verkochte perceel hinderlijke inrichtingen te stichten die lawaai-, stank- of rookoverlast veroorzaken, op straffe van een boete van duizend gulden per dag. ⛔ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
De Juridische Overeenkomst 📜 Op donderdag 11 oktober 1966 verschenen de betrokken partijen voor Pieter Cornelis Jan Beynen, notaris ter standplaats Baarn. In deze akte wordt geen sprake gemaakt van een traditionele verkoop van een heel perceel, maar van het vestigen van een zakelijk recht (ten behoeve van de aanleg en instandhouding van een riool) op diverse stroken grond. De Gemeente Baarn betaalt hiervoor een eenmalige vergoeding aan de verschillende eigenaren. Betrokken Partijen en Eigenaren 🤝 De eigenaren van de diverse percelen werden vertegenwoordigd door de heer Jan Godfried Carel van Dijk van 't Velde, intendant van Soestdijk, wonende te Leusden. De betrokken partijen zijn:
Objectgegevens en Locatie 📍 Het betreft het recht om een riool aan te leggen in stroken grond van één meter breed, deel uitmakende van een groot aantal percelen in de Gemeente Baarn. De exacte grootte van de stroken is afhankelijk van de lengte van het werk op de volgende percelen:
De percelen zijn onder andere gelegen nabij de Driehonderdroedenlaan en in de kern van Lage Vuursche. Vergoeding en Historie 💰 Er is geen sprake van één hoofdsom, maar van een vergoeding per vierkante meter van ƒ 0,15 (vijftien cent). In de akte worden de volgende totale bedragen (in guldens) genoemd voor de verschillende eigenaren:
Wat betreft de geschiedenis vermeldt de akte dat een deel van de gronden (bijv. sectie F 755) voorheen eigendom was van de in 1965 overleden Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein, wiens erfgenamen nu meewerken aan deze vestiging. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐚𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 📜 𝐎𝐩 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟔𝟕 verscheen een bijzonder gezelschap voor 𝐦𝐫. 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐜𝐢𝐬𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐄𝐛𝐞𝐥𝐥, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De bijeenkomst markeerde een belangrijke stap in de stedelijke ontwikkeling van de regio, waarbij een aanzienlijk perceel grond officieel van eigenaar wisselde ten behoeve van de volkshuisvesting. De akte werd verleden in tegenwoordigheid van getuigen en de gevolmachtigden van de betrokken partijen. 🖋️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐇𝐞𝐮𝐯𝐞𝐥, handelende als lasthebber voor de directie van de 𝐍.𝐕. 𝐋𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬𝐯𝐞𝐫𝐳𝐞𝐤𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (Verkopende partij). • 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐂𝐨𝐧𝐬𝐭𝐚𝐧𝐭𝐢𝐣𝐧 𝐍𝐞𝐧𝐠𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧, eveneens in zijn hoedanigheid als directeur-generaal van de genoemde naamloze vennootschap. • 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐨𝐧𝐬 𝐋𝐞𝐨 𝐖𝐚𝐥𝐭𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡 𝐏𝐚𝐧𝐢𝐬, hoofdambtenaar ter gemeentesecretarie van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredende als gemachtigde van de 𝐁𝐮𝐫𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 (Kopende partij). 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 🌳 De transactie betrof de verkoop van enige percelen grond met de daarop staande opstallen, waaronder een kleedlokaal, gelegen aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De onroerende goederen zijn kadastraal bekend als gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, sectie 𝐔, nummers 𝟏𝟖, 𝟓𝟏 en 𝟓𝟑. De totale grootte van deze percelen bedraagt tezamen 𝟏𝟎 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟓𝟕 𝐚𝐫𝐞𝐧 en 𝟐𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. Deze grond was bestemd voor de uitvoering van het uitbreidingsplan 𝐋𝐮𝐧𝐞𝐭𝐭𝐞𝐧, wat het belang van de volkshuisvesting onderstreepte. 🏗️ 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 💰 De percelen werden verkocht voor een bedrag van ƒ 𝟑𝟒𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. In deze koopsom waren alle vergoedingen begrepen. Een bijzondere bepaling in de akte was dat de vereniging "𝐋𝐞𝐯𝐮" bevoegd bleef om het sportterrein met opstallen te gebruiken tot het moment dat de gemeente de grond daadwerkelijk nodig zou hebben voor de realisatie van het uitbreidingsplan. Ook werden er diverse erfdienstbaarheden gevestigd, waaronder rechten van weg ten behoeve van nabijgelegen percelen. ⚖️ De verkoper had de eigendom van de verschillende percelen in de loop der jaren verkregen via diverse transportakten. Een deel werd verkregen op ... via een akte voor 𝐦𝐫. 𝐊.𝐂.𝐉. 𝐑𝐚𝐛. Andere delen werden verkregen op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟎𝟏 en op ... via akten verleden voor respectievelijk 𝐦𝐫. 𝐇.𝐀. 𝐝𝐞 𝐉𝐨𝐧𝐠𝐡 en 𝐦𝐫. 𝐂.𝐉. 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧𝐬. Deze rijke historie aan eigendomsoverdrachten vond zijn besluit in de huidige levering aan de gemeente ter bevordering van de stadsuitbreiding. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 Op maandag 9 juni 1967 verschenen diverse partijen voor de Hilversumse notaris mr. Cornelis Stolp om over te gaan tot de scheiding en deling van een gedeelte van de nalatenschap van wijlen Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakenstein. De erflater was op zaterdag 26 oktober 1957 overleden te Lage Vuursche (Gemeente Baarn), waar hij laatstelijk woonde aan de Kloosterlaan 4 op het landgoed Huize Klein Drakenstein. De akte regelt de toedeling van onroerende goederen aan de minderjarige dochter uit zijn derde huwelijk. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen en gemachtigden waren bij deze rechtshandeling betrokken: • De Heer Eduard Max Charles Frits Verbeke, accountant, wonende te Hilversum. Hij trad op in zijn functie als uitvoerder van de uiterste wilsbeschikkingen (executeur-testamentair) van de erflater. • Mejuffrouw Willemina Anna Dammers, candidaat-notaris, wonende te Bussum. Zij trad op als gevolmachtigde voor de toeziend-voogd en een andere erfgenaam, waaronder Jonkheer Meester Johannes Adrianus Stoop, advocaat te 's-Gravenhage. • De Heer Jonkheer Meester Reyndert Willem Carel Godard Adriaan Wittert van Hoogland, Kolonel-Vlieger, wonende te Hooge Mierde. Hij trad op in zijn hoedanigheid van toeziend-voogd over de minderjarige Veronica, waarin hij op donderdag 19 januari 1961 was beëdigd. 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 De verdeling betreft de volgende waardevolle objecten in de gemeente Baarn, die aan de minderjarige Jonkvrouwe Veronica Paula Helena Bosch van Drakenstein werden toegedeeld: 🌳 • Het onverdeeld aandeel van de erflater in een zandweg (voorheen bekend als de Karnemelks weg), kadastraal bekend als Gemeente Baarn, Sectie F, nummer 587, groot 12 are. Aan dit aandeel werd in deze deling geen aparte waarde toegekend. De totale waarde van het aan haar toegedeelde onroerend goed (inclusief het aandeel in de zandweg) bedraagt derhalve ƒ 220.000. 💰 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De erflater had deze onroerende goederen in eigendom verkregen door toedeling bij een eerdere akte van scheiding, verleden op donderdag 21 september 1961 ten overstaan van notaris F.P.E. van Ditzhuizen te Baarn. Deze eerdere verkrijging werd op vrijdag 22 september 1961 overgeschreven ten Hypotheekkantore te Amersfoort in deel 738, nummer 135. Met de huidige akte van 1967 gaan de eigendomsrechten officieel over op de jonge Jonkvrouwe, waarbij de lasten en baten worden berekend vanaf de overeengekomen peildatum van donderdag 16 maart 1967. 📅 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De akte werd ondertekend in Hilversum in aanwezigheid van de getuigen Mejuffrouw Jacoba Gesina Sweers en Mejuffrouw Tomma Maria Stolk. Op maandag 24 juli 1967 werd een afschrift van deze akte aangeboden ter overschrijving bij de Hypotheekbewaarder te Utrecht (Dagregister Deel 252, Nr. 1642). ✍️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐡𝐮𝐢𝐬 "𝐊𝐥𝐞𝐢𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 Op maandag 2 oktober 1967 verschenen de betrokken partijen voor de in Hilversum gevestigde notaris mr. Cornelis Stolp. Centraal in deze akte staat de verkoop en levering van het historische landhuis met bijbehorende landerijen en opstallen, gelegen in de prachtige omgeving van de Lage Vuursche. 🌳 De transactie markeert een belangrijk moment in de eigendomsgeschiedenis van dit monumentale vastgoed, dat nauw verbonden is met de familie Bosch van Drakestein. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De verkoop werd afgehandeld door de volgende personen en gemachtigden: • De Heer Jonkheer Peter Herbert Bosch van Drakestein (zich noemende Peter Herbert Pattridge), employé, geboren op zaterdag 10 augustus 1935, wonende te Alexandria (Virginia), Verenigde Staten van Amerika aan de 202 North Royal Street. • Mevrouw Virginie Anne Marie Thérèse de Vries, zonder beroep, wonende te Hilversum aan de Laan van Vogelenzang 1. Zij is de weduwe van Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein en trad op als moeder en voogdes over de minderjarige Jonkvrouwe Veronica Paula Helena Bosch van Drakestein. • De Heer Jan Koeman, onderdirecteur van de Algemene Bank Nederland N.V. te Hilversum. Hij trad op als bewindvoerder over het erfdeel van de minderjarige Jonkvrouwe Veronica Paula Helena Bosch van Drakestein. • De Heer Pieter Rote, houthandelaar, geboren op zondag 19 december 1920, wonende te Laren (Noord-Holland) aan de Eemnesserweg 96. Hij verscheen in de akte als de koper van het object. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 Het verkochte onroerend goed betreft het 𝐋𝐀𝐍𝐃𝐇𝐔𝐈𝐒, genaamd "𝐊𝐋𝐄𝐈𝐍 𝐃𝐑𝐀𝐊𝐄𝐒𝐓𝐄𝐈𝐍", gelegen te 𝐋𝐀𝐆𝐄 𝐕𝐔𝐔𝐑𝐒𝐂𝐇𝐄 (Gemeente Baarn). Het object is plaatselijk genummerd aan de 𝐊𝐥𝐨𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟒. 🏡 Het geheel omvat: • Het landhuis met ondergrond. • Schuren en een 𝐃𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐰𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠 (plaatselijk genummerd Kloosterlaan 2). • Tuin, moestuin, park en bos. Kadastraal staat het perceel bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟕𝟓𝟕. De totale grootte van het verkochte deel bedraagt circa 𝟏𝟒 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟑𝟒 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟐𝟒 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞 (na aftrek van een eerder afgescheiden gedeelte met een boerderij). Het landgoed staat vermeld op de lijst van beschermde monumenten conform de Monumentenwet. 🏛️ 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De verkopers verkregen het goed uit de nalatenschap van Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein, die overleed op dinsdag 26 oktober 1965. Het eigendom was aan hem toebedeeld bij een akte van scheiding en deling op woensdag 21 september 1938. Na zijn overlijden ging het bezit over op zijn kinderen, Jonkheer Peter Herbert en Jonkvrouwe Veronica Paula Helena, waarbij het aandeel van de laatste onder bewind bleef staan. De huidige overdracht aan de heer Rote vond plaats op basis van een akte van scheiding en deling verleden op vrijdag 9 juni 1967. 📜 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐋𝐞𝐯𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 De koopovereenkomst werd gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟒𝟐𝟎.𝟎𝟎𝟎,-- (voluit geschreven: vierhonderdtwintigduizend gulden). 💰 De koper aanvaardde het object direct, met uitzondering van de dienstwoning die op dat moment verhuurd was aan de heer G. Renes. De akte werd ondertekend in aanwezigheid van de getuigen Mejuffrouw Willemina Anna Dammers (candidaat-notaris) en de heer Hendrik David Johannes Strankinga (makelaar), beiden werkzaam of wonend in de regio. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐩𝐚𝐧𝐝 📜 Op maandag 15 juli 1968 verschenen de betrokken partijen voor de notaris om de eigendomsoverdracht te bekrachtigen van een aanzienlijk perceel grond in Lage Vuursche. Het betreft een transactie waarbij een grote oppervlakte aan natuur- en cultuurgrond van eigenaar wisselde. Het verkochte object bestaat uit: • De onverdeelde helft in een zandweg (𝐊𝐚𝐫𝐧𝐞𝐦𝐞𝐥𝐤𝐬𝐰𝐞𝐠), kadastraal bekend gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟓𝟖𝟕, groot twaalf are (00.12.00 ha). 🛤️ De verkopers verkregen deze goederen eerder bij een akte van scheiding op negen juli negentienhonderd zeven en zestig, welke akte op vier en twintig juli daarna werd overgeschreven in de openbare registers. De huidige verkoop is geschied voor een bedrag van ƒ 170.000 (honderdzeventigduizend gulden). 💰 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 Bij deze akte waren de volgende personen en gemachtigden betrokken: • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐚𝐧 𝐊𝐨𝐞𝐦𝐚𝐧, onderdirecteur van een bankkantoor, wonende te Hilversum. Hij treedt op als lasthebber van de 𝐀𝐥𝐠𝐞𝐦𝐞𝐧𝐞 𝐁𝐚𝐧𝐤 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝 𝐍.𝐕. te Amsterdam, in hun hoedanigheid van bewindvoerder over het erfdeel van de voornoemde minderjarige uit de nalatenschap van haar vader. 🏦 • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐋𝐚𝐮𝐫𝐞𝐧𝐭𝐢𝐮𝐬 𝐖𝐢𝐬𝐬𝐢𝐧𝐤, banketbakker, wonende te Soest aan de Stadhouderslaan 28, geboren op dinsdag 17 augustus 1915. 🍰 • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐩𝐭𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐊𝐚𝐢𝐬𝐞𝐫, accountant, geboren op dinsdag 18 april 1911, wonende te Hilversum aan de Soestdijkerstraatweg 6. Hij is gehuwd buiten gemeenschap van goederen met de hierna genoemde mevrouw Van Wunnik. 📈 • 𝐦𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, zonder beroep, geboren op donderdag 6 januari 1920, wonende te Hilversum aan de Soestdijkerstraatweg 6, echtgenote van de heer Kaiser. 🏡 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐬𝐞𝐫𝐯𝐢𝐭𝐮𝐭𝐞𝐧 📝 De akte bevat uitgebreide bepalingen over bestaande erfdienstbaarheden. Er wordt verwezen naar historische akten uit 1933 en 1965 waarin rechten van overpad en weg zijn vastgelegd over naburige percelen (zoals sectie F, nummers 4, 5, 492 en 810). Een opmerkelijk detail is dat er toestemming is verleend aan de 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 voor de aanleg van een gas-hoofdleiding in het verkochte perceel 809. Ook zijn er strikte bepalingen opgenomen tegen overlast; op het terrein mogen geen inrichtingen worden gevestigd die lawaai-, stank- of rookveroorzakend zijn in de zin van de Hinderwet. 🚫💨 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 🖋️ De akte werd verleden te Hilversum ten overstaan van de 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦𝐬𝐞 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐨𝐥𝐩. Als getuigen waren aanwezig mejuffrouw Willemina Anna Dammers, candidaat-notaris te Bussum, en de heer Hendrik David Johannes Strankinga, makelaar te Hilversum. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- Download (731) de kadastrale hypotheken no. 4 akte (fragment) van de rectificatie van verkoop van een aantal percelen en perceelsgedeelten (waaronder sectie A nummers 360, 2285 en 679), bekend als perceelnummer(s) 360 gedeeltelijk, 2285 gedeeltelijk en 679, gelegen te gemeente De Bilt nabij de Lage Vuursche. Op dinsdag 20 mei 1969 is ten overstaan van de in Baarn gevestigde notaris, mr. Pieter Cornelis Jan Beynen, het object door Jonkheer Frederik Lodewijk Maria de la Conception Bosch van Drakestein verkocht aan de Staat der Nederlanden (Staatsbosbeheer) voor een bedrag van ƒ [niet vermeld in akte]. Download (731) (link) 1-2.pdf Bron: HUA, 1294. Getranscribeerd met Google AI Gemini |
Boerderij aan de Hoge Vuurseweg 1 te Lage Vuursche (gem. Baarn) tot 1976 in bezit van jkvr. Veronica Bosch van Drakestein. |
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐞𝐬𝐭𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐚𝐤𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐑𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐢𝐧 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 𝐞𝐧 𝐎𝐦𝐬𝐭𝐫𝐞𝐤𝐞𝐧 📜 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟗 verscheen voor de 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧𝐬𝐞 notaris mr. 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐚𝐞𝐥 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐌𝐨𝐫𝐬𝐜𝐡 een gezelschap om een belangrijke overeenkomst vast te leggen. Het betrof de vestiging van zakelijke rechten ten behoeve van de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 voor de aanleg en het onderhoud van een gasleiding. Deze leiding zou worden aangelegd over verschillende percelen grond in de gemeenten 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦 en 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤. De gemeente werd hierbij vertegenwoordigd door haar burgemeester, mr. 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐉𝐚𝐛𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐞𝐜𝐤 𝐂𝐚𝐥𝐤𝐨𝐞𝐧. 🏛️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen en instanties verleenden hun medewerking aan deze vestiging, waarbij zij deels werden vertegenwoordigd door gevolmachtigden: • mr. 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐉𝐚𝐛𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐞𝐜𝐤 𝐂𝐚𝐥𝐤𝐨𝐞𝐧, burgemeester van en wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelend namens de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • drs. 𝐋𝐮𝐜𝐚𝐬 𝗉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐚𝐬𝐭𝐞𝐥, econoom, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelend als lasthebber van de 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 "𝐌𝐠𝐫. 𝐒𝐚𝐯𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐠 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠" gevestigd te 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐞𝐧. • 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐇𝐚𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐝𝐞𝐰𝐞𝐬, kandidaat-notaris, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelend als lasthebber voor de onderstaande eigenaren (a t/m j). • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐚𝐤 𝐉𝐮𝐧𝐢𝐨𝐫, rijwielhersteller, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 aan de Groeneveld 15, geboren op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟖 te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • mr. 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐎𝐝𝐨 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫, directiechef buitenlandse zaken, wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 in Huize Pijnenburg, geboren op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟏𝟖. Hij trad tevens op als vader van de minderjarige 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐛𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫, geboren te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op ... . • 𝐕𝐞𝐫𝐞𝐧𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 "𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐆𝐨𝐥𝐟𝐜𝐥𝐮𝐛", gevestigd te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. • 𝐕𝐞𝐫𝐞𝐧𝐢𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐭𝐨𝐭 𝐁𝐞𝐡𝐨𝐮𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐚𝐭𝐮𝐮𝐫𝐦𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧 𝐢𝐧 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝, gevestigd te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. • 𝐕𝐢𝐫𝐠𝐢𝐧𝐢𝐞 𝐀𝐧𝐧𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐓𝐡é𝐫è𝐬𝐞 𝐝𝐞 𝐕𝐫𝐢𝐞𝐬, weduwe van Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein, wonende te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦 aan de Laan van Vogelenzang 1. Zij trad op als moeder-voogdes over 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐕𝐞𝐫𝐨𝐧𝐢𝐜𝐚 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐚 𝐇𝐞𝐥𝐞𝐧𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, geboren op .... • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫𝐬, zonder beroep, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (Gemeente Baarn) aan de Kloosterlaan 23, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟖𝟕. • 𝐍.𝐕. 𝐇𝐨𝐭𝐞𝐥-𝐂𝐚𝐟é-𝐑𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 "𝐃𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞", gevestigd te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. • 𝐆𝐨𝐨𝐬𝐬𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐯𝐚𝐭, meester-smid, geboren op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟗𝟕, en zijn echtgenote 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐮𝐬, zonder beroep, beiden wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (Gemeente Baarn) aan de Dorpsstraat 71. • 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐇𝐚𝐤𝐬𝐭𝐞𝐠𝐞, restaurateur, geboren op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟎𝟏, en zijn echtgenote 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭𝐣𝐞 𝐝𝐞 𝐊𝐧𝐢𝐣𝐟, zonder beroep, beiden wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 (Gemeente Baarn) aan de Dorpsstraat 71. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐫𝐫𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐣𝐧, expediteur, wonende te 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭 aan de Vaarderhoogtweg, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟑. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐠𝐨𝐞𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 📍 De gasleiding werd aangelegd over diverse percelen over een breedte van één meter. De totale lengtes varieerden per eigenaar, waarbij de 𝐌𝐠𝐫. 𝐒𝐚𝐯𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐠 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 met een lengte van 771 meter over de percelen 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟏𝟏𝟒𝟖 𝐞𝐧 𝟏𝟏𝟒𝟕 het grootste aandeel had. Andere belangrijke percelen waren onder meer 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐃, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟐𝟖𝟔𝟎, 𝟐𝟖𝟔𝟏 𝐞𝐧 𝟑𝟑𝟐𝟎 (eigendom van de familie Insinger) en 𝐌𝐚𝐚𝐫𝐭𝐞𝐧𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟒𝟎𝟏 (Hilversumsche Golfclub). Ook percelen in de kern van 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, zoals 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟔𝟔𝟒, 𝟕𝟐𝟑 𝐞𝐧 𝟕𝟗𝟕, maakten deel uit van het tracé. 🗺️ De eigenaren ontvingen een eenmalige vergoeding van ƒ 0,15 per centiare (vierkante meter) in gebruik genomen grond. In totaal werden de volgende bedragen uitgekeerd: • 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐌𝐠𝐫. 𝐒𝐚𝐯𝐞𝐥𝐛𝐞𝐫𝐠: ƒ 𝟏𝟏𝟓,𝟔𝟓 • 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐚𝐤 𝐉𝐮𝐧𝐢𝐨𝐫: ƒ 𝟐,𝟒𝟎 • 𝐅𝐚𝐦𝐢𝐥𝐢𝐞 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫: ƒ 𝟑𝟑,𝟔𝟎 (verdeeld als ƒ 𝟏𝟔,𝟖𝟎 per persoon) • 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐆𝐨𝐥𝐟𝐜𝐥𝐮𝐛: ƒ 𝟖𝟒,𝟎𝟎 • 𝐍𝐚𝐭𝐮𝐮𝐫𝐦𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧: ƒ 𝟐𝟓𝟎,𝟎𝟎 (inclusief extra vergoeding) • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐕.𝐏.𝐇. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧: ƒ 𝟐,𝟏𝟎 • 𝐁.𝐉.𝐓. 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫𝐬: ƒ 𝟏𝟖,𝟎𝟎 • 𝐇𝐨𝐭𝐞𝐥-𝐑𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 "𝐃𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞": ƒ 𝟓,𝟏𝟎 • 𝐆. 𝐕𝐞𝐫𝐯𝐚𝐭: ƒ 𝟐,𝟖𝟓 • 𝐆. 𝐇𝐚𝐤𝐬𝐭𝐞𝐠𝐞: ƒ 𝟏,𝟖𝟎 • 𝐖. 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐨𝐫𝐫𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐣𝐧: ƒ 𝟏𝟗,𝟐𝟎 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐀𝐟𝐫𝐨𝐧𝐝𝐢𝐧𝐠 🖊️ De gemeente kreeg het recht om de strook grond te allen tijde te betreden voor inspectie, herstel en vervanging van de leiding. Hierbij moest zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de belangen van de eigenaren. De lasverbindingen van de leiding moesten volledig röntgenologisch gekeurd worden door de 𝐑ö𝐧𝐭𝐠𝐞𝐧 𝐓𝐞𝐜𝐡𝐧𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐃𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭 𝐓.𝐍.𝐎. Deze akte werd uiteindelijk ingeschreven in de openbare registers te 𝐔𝐭𝐫𝐞cht op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟗 in deel 274, nummer 1387. ✅ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐓𝐨𝐞𝐝𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐅𝐚𝐦𝐢𝐥𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 📜 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟕𝟎 verscheen een omvangrijke groep familieleden en gevolmachtigden voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐚𝐝𝐞, notaris ter standplaats 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. De bijeenkomst was bedoeld om de onverdeeldheid te beëindigen met betrekking tot onroerende goederen die afkomstig waren uit de nalatenschappen van hun ouders. In deze akte werd besloten om specifieke eigendommen toe te delen aan één van de erfgenamen, zonder dat daar verdere verrekeningen voor nodig waren, aangezien de lasten en kosten al jarenlang door hem persoonlijk waren gedragen. 🏡 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 Hieronder volgt het overzicht van de verschenen personen en de partijen die zij vertegenwoordigden: • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐌𝐚𝐮𝐫𝐢𝐜𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, handelend voor zich, als vader over zijn minderjarige kind en als speciale lasthebber voor diverse familieleden. • 𝐂é𝐜𝐢𝐥𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐆𝐡𝐢𝐬𝐥𝐚𝐢𝐧𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐑𝐞𝐧é 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, tevens handelend voor zijn minderjarige kinderen. • 𝐉𝐞𝐚𝐧-𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐑𝐞𝐧é 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. • 𝐉𝐞𝐚𝐧𝐧𝐞 𝐖𝐢𝐭𝐭𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐥𝐚𝐧𝐝-𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐧𝐫𝐨erende 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 🌳 De verdeling betrof de volgende twee objecten, die werden toegedeeld aan 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧: • 𝐀: Een perceel weiland gelegen te 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, kadastraal bekend als gemeente 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟗𝟎𝟗, met een grootte van 𝟏 𝐚𝐫𝐞 𝟕𝟔 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. • 𝐁: Het landhuis met erf en tuin, staande en gelegen aan de 𝐑𝐮𝐲𝐬𝐝𝐚𝐞𝐥𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟕 te 𝐇𝐮𝐢𝐬 𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐢𝐝𝐞, gemeente 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭, kadastraal bekend als gemeente 𝐙𝐞𝐢𝐬𝐭, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐊 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟒𝟒𝟏, met een totale grootte van 𝟏𝟖 𝐚𝐫𝐞 𝟖𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 🕰️ De geschiedenis van deze percelen voert terug naar de ouders van de comparanten. Het perceel in 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠 (Object A) was oorspronkelijk toegedeeld aan 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 bij een akte van scheiding op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟓 voor 𝐦𝐫. 𝐇. 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐲𝐬𝐭. De erflater overleed op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟗 te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. Het landhuis in 𝐇𝐮𝐢𝐬 𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐢𝐝𝐞 (Object B) was in eigendom verkregen door 𝐋𝐮𝐜𝐢𝐞 𝐒𝐞𝐫𝐫𝐚𝐫𝐢𝐬 via een akte van transport op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟑𝟐 voor 𝐦𝐫. 𝐀. 𝐭𝐞𝐧 𝐍𝐨𝐞𝐯𝐞𝐫 𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐚𝐮𝐰. Zij overleed op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟓𝟐 te 𝐙𝐰𝐨𝐥𝐥𝐞. Omdat 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 sinds het overlijden van zijn ouders alle lasten uit eigen middelen had voldaan en de overige erfgenamen reeds gecompenseerd waren met gelden die hij bij de afwikkeling had gefourneerd, werd de toedeling bekrachtigd zonder verdere betaling van een koopsom. Er is in deze akte dan ook sprake van een toedeling waarbij de waarde reeds was verrekend, waardoor het bedrag formeel op ƒ 𝟎,- kan worden gesteld in het kader van deze specifieke transactie. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐬𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐫𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 𝐞𝐧 𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟐 verschenen voor 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐨𝐥𝐩, notaris ter standplaats 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦, verschillende partijen om een overeenkomst van scheiding en deling vast te leggen. De kern van deze akte betreft het verdelen van onroerende goederen die voorheen in gezamenlijk eigendom waren, waarbij een restaurantpand en omliggende gronden worden toegewezen aan specifieke eigenaren tegen een vastgestelde waarde. 🏠 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij deze transactie: • 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐩𝐭𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐊𝐚𝐢𝐬𝐞𝐫, accountant, wonende te Hilversum aan de Soestdijkerstraatweg 6, geboren op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟖 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟗𝟏𝟏 en gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen met mevrouw Anna Maria van Wunnik. • 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, zonder beroep, wonende te Hilversum aan de Soestdijkerstraatweg 6, geboren op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟎. • 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞𝐚𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧, installateur, wonende te Hilversum aan de Wernerlaan 21, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟒 en gehuwd in algemene gemeenschap van goederen met mevrouw Maria Christina van Druten. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐠𝐨𝐞𝐝 De verdeling heeft betrekking op de volgende objecten gelegen in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, sectie 𝐅: 🌳 • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐀: Het als restaurant ingerichte pand met ondergrond, erf en omliggend bosterrein, plaatselijk bekend als 𝐊𝐥𝐨𝐨𝐬𝐭𝐞𝐫𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟓 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, nabij de Kloosterlaan. Dit perceel is kadastraal bekend als gemeente Baarn, sectie 𝐅, nummer 𝟖𝟏𝟎 en is groot 𝟗𝟎 𝐚𝐫𝐞. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞el 𝐁: Percelen bouwland en bos, gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, nabij de Kloosterlaan, kadastraal bekend als gemeente Baarn, sectie 𝐅, nummer 𝟖𝟎𝟗, met een grootte van 𝟓 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟑𝟑 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟏𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. • 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐂: De onverdeelde helft in een zandweg genaamd de 𝐊𝐚𝐫𝐧𝐞𝐦𝐞𝐥𝐤𝐬𝐰𝐞𝐠, grenzend aan perceel B, kadastraal bekend als gemeente Baarn, sectie 𝐅, nummer 𝟓𝟖𝟕, groot 𝟏𝟐 𝐚𝐫𝐞. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐝𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 De comparanten waren gezamenlijk gerechtigd in deze goederen door eerdere verkrijgingen via diverse akten van transport tussen 𝟏𝟗𝟒𝟕 en 𝟏𝟗𝟔𝟓, gepasseerd voor notarissen te Hilversum en Utrecht. Bij de huidige akte is overeengekomen de onroerende goederen toe te scheiden aan de heer 𝐉𝐞𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐩𝐭𝐢𝐬𝐭𝐞 𝐊𝐚𝐢𝐬𝐞𝐫 en mevrouw 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐖unnik (ieder voor een onverdeeld 1/4 gedeelte) en aan de heer 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞𝐚𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐢𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧 (voor de onverdeelde helft). 📜 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
✒️ De Zitting en de Notaris Op maandag 15 december 1976 vond een officiële bijeenkomst plaats in de stad Hilversum. Ten overstaan van Meester Gerrit van Donkersgoed, kandidaat-notaris en plaatsvervanger van notaris Cornelis Stolp met standplaats Hilversum, verschenen de partijen om de eigendomsoverdracht van een boerderij te bekrachtigen. De akte werd op 20 december 1976 ter bewaring aangeboden bij het hypotheekkantoor in Utrecht. Het middelpunt van deze akte is een agrarisch complex met de volgende kenmerken:
📜 Historie en Eerdere Verkrijging De geschiedenis van het object wordt geduid door een eerdere verdeling binnen de familie. De verkoopster kreeg dit perceel toebedeeld bij een akte van scheiding en deling op 9 juni 1967, verleden voor notaris Stolp te Hilversum. In die eerdere akte werd het perceel omschreven als een zuidoostelijk gedeelte van het vervallen perceel nummer 757, waarbij tevens diverse erfdienstbaarheden van weg werden gevestigd om van en naar de Hoge Vuurseweg te kunnen gaan. De betrokkenen bij deze overeenkomst zijn als volgt in de akte opgenomen: De Verkopers (Gevolmachtigde & Lastgeefster):
De Koper:
Bron: HUA, 1294. |
Boerderij (bakhuis) aan de Hoge Vuurseweg 1 te Lage Vuursche (gem. Baarn) tot 1976 in bezit van jkvr. Veronica Bosch van Drakestein. |
Download (762) 📜 De Notariële Akte Op maandag 28 februari 1977 verschenen de betrokken partijen voor mr. Mathieu Leonard Liduina Bormans. Hij trad op als kandidaat-notaris en plaatsvervanger van notaris Pieter Cornelis Jan Beynen, met als standplaats Baarn 🏛️. De akte werd verleden in de gemeente Baarn om de officiële verkoop en levering van het vastgoed vast te leggen. 🏡 Objectgegevens en Locatie Het betreft een transactie van een specifiek perceel grond met de volgende kenmerken:
💰 De Koopsom De partijen zijn voor dit perceel een verkoopprijs overeengekomen van ƒ 27.500,- (zevenentwintigduizend vijfhonderd gulden) 💸. De verkoper verklaarde de volledige koopsom te hebben ontvangen en verleende de koper daarvoor kwijting. 👤 Betrokken Partijen De akte vermeldt de volgende personen: Verkoper:
Koper (vertegenwoordigd door gemachtigde):
⏳ Geschiedenis en Eerdere Verkrijging Om de juridische herkomst van het perceel te duiden, wordt in de akte verwezen naar de eerdere verkrijging door de verkoper. Jonkheer Bosch van Drakestein verkreeg de eigendom van dit perceel krachtens erfrecht. Dit werd vastgelegd in een akte van scheiding en toedeling, die op 11 december 1956 werd verleden voor notaris P.A.A.H. Graafland te Amsterdam. Die akte werd destijds overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht in deel 1564 nummer 56 ✍️. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐓𝐚𝐞𝐤𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, notaris met als standplaats Utrecht. De akte werd de volgende dag, op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏, officieel in bewaring genomen door de hypotheekbewaarder. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren betrokken bij deze onroerend goed transactie: • 𝐂𝐞𝐜𝐢𝐥𝐢𝐚 𝐆𝐢𝐬𝐞𝐥𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐇𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤𝐡𝐚𝐯𝐞, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟒, de verkopende partij. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐧, veehouder, de kopende partij. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 De transactie betrof een boerderij met bijbehorende schuren en erf. Het object is gelegen in de gemeente Cothen aan de Ossenwaard 19. Kadastraal staat het perceel bekend als gemeente Cothen, 𝐬𝐞𝐤𝐭𝐢𝐞 𝐁 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟔𝟔𝟑. De totale oppervlakte van het terrein bedraagt vier hectare acht en veertig are en veertig centiare. De verkoopster had de eigendom van dit vastgoed verkregen via erfrecht, zoals vastgelegd in een akte van scheiding en deling die op dezelfde dag voor de notaris was verleden. De koper was reeds nauw verbonden met de locatie, aangezien de boerderij tot op de dag van de overdracht aan hem was verpacht. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐕𝐫𝐢𝐣𝐬𝐭𝐞𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠 De overeengekomen koopsom voor de boerderij bedroeg ƒ 𝟏𝟓𝟎.𝟎𝟎𝟎,-. De koper deed voor de overdrachtsbelasting een beroep op een specifieke vrijstelling (artikel 15 lid 1 letter i van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer). Dit was gebaseerd op het feit dat de koper voor eigen rekening een ligboxenstal met bijbehorende opstallen had laten bouwen, waarvan de waarde niet in de koopprijs was begrepen. 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐉𝐚𝐜𝐡𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 De levering geschiedde onder de volgende strikte bepalingen: • 𝐋𝐚𝐬𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧: De koop was inclusief alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden, evenals alle bekende en onbekende gebreken. • 𝐀𝐟𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭: Partijen deden afstand van het recht om ontbinding van de overeenkomst te vorderen op grond van de artikelen 1302 en 1303 van het Burgerlijk Wetboek. • 𝐀𝐚𝐧𝐯𝐚𝐚𝐫𝐝𝐢𝐧𝐠: De koper aanvaardde het object op de dag van het transport voor eigen gebruik en genot, waarbij alle eigenaarslasten vanaf dat moment voor zijn rekening kwamen. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini
📜 𝗗𝗲 𝗔𝗸𝘁𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗦𝗰𝗵𝗲𝗶𝗱𝗶𝗻𝗴 𝗲𝗻 𝗗𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴 Op 𝗱𝗶𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟮 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟴𝟭 verscheen voor 𝗠𝗿 𝗝𝗮𝗻 𝗧𝗮𝗲𝗸𝗲𝗹𝗲 𝗔𝗻𝗲𝗺𝗮, 𝗻𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀 𝘁𝗲𝗿 𝘀𝘁𝗮𝗻𝗱𝗽𝗹𝗮𝗮𝘁𝘀 𝗨𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁, een gezelschap van gemachtigden om de (partiële) scheiding en deling van de nalatenschap van 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗠𝗮𝗿𝗴𝗮𝗿𝗲𝘁𝗵𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗝𝗼𝘀𝗲𝗽𝗵𝗶𝗻𝗮 𝗖𝗮𝗿𝗼𝗹𝗶𝗻𝗮 𝗘𝘂𝘀𝗲𝗯𝗶𝗮 𝘃𝗮𝗻 𝗡𝗶𝘀𝗽𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗦𝗲𝘃𝗲𝗻𝗮𝗲𝗿 te regelen. De erflaatster, die op 𝘃𝗿𝗶𝗷𝗱𝗮𝗴 𝟮 𝗳𝗲𝗯𝗿𝘂𝗮𝗿𝗶 𝟭𝟵𝟳𝟯 te Wageningen was overleden, was de weduwe van 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗠𝗿 𝗟𝗼𝗱𝗲𝘄𝗶𝗷𝗸 𝗘𝗿𝗻𝗲𝘀𝘁 𝗘𝗴𝗼𝗻 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝘂𝘀 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲. 👥 𝗢𝘃𝗲𝗿𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗕𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗣𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 De volgende personen waren betrokken bij de rechtshandeling, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd door een gevolmachtigde: • 𝗠𝗿 𝗞𝗼𝗿𝗻𝗲𝗹𝗶𝘀 𝗛𝗮𝗻𝘀 𝗣𝗲𝗻𝘁𝗶𝗻𝗴𝗮, notaris ter standplaats Utrecht, wonende te Zeist, optredend voor 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗖𝗲𝗰𝗶𝗹𝗶𝗮 𝗚𝗶𝘀𝗲𝗹𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗴𝗮𝗿𝗲𝘁𝗵𝗮 𝗟𝗼𝘂𝗶𝘀𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, geboren te Arnhem op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟲 𝗺𝗲𝗶 𝟭𝟵𝟮𝟰, wonende te Constantia, Kaapstad (Zuid-Afrika), gescheiden van 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝗲 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗻𝘂𝘀 𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀𝗲. • 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝗲 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗻𝘂𝘀 𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀𝗲, arts, geboren te Kruiningen op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟮 𝗼𝗸𝘁𝗼𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟮𝟱, wonende te Constantia, Kaapstad (Zuid-Afrika), in zijn hoedanigheid van toeziend voogd over zijn minderjarige kinderen. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗝𝘂𝗹𝗶𝘂𝘀 𝗣𝗶𝘂𝘀 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, project-engineer, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Capelle aan den IJssel aan de Frederik van Eedenplaats 115, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗚𝗶𝘀𝗲𝗹𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗴𝗮𝗿𝗲𝘁𝗵𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, secretaresse, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Arnhem aan de Kamphuisenlaan 79-II, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗖𝗮𝘁𝗵𝗮𝗿𝗶𝗻𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, theaterspeelster, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Nijmegen aan de Sint Annastraat 292 A, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗜𝗺𝗺𝗮𝗰𝘂𝗹𝗮𝘁𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, stafmedewerkster, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Soest aan de Noorderweg 81B, gehuwd met de heer 𝗥.𝗚.𝗠. 𝗦𝗰𝗵𝗼𝘁𝗵𝘂𝗶𝘀. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗠𝗶𝗰𝗵𝗮𝗲𝗹 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, student, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Utrecht aan de Mauritsstraat 60, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗧𝗶𝘁𝘂𝘀 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, juridisch student, geboren te Nijmegen op ... , wonende te Utrecht, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗧𝗲𝗿𝗲𝘀𝗮 𝗚𝗮𝗯𝗿𝗶𝗲𝗹𝗹𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, trainster, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Baarn aan de Merelhof 30, ongehuwd. • 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗘𝗺𝗮𝗻𝘂𝗲𝗹 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗲 𝘃𝗼𝗻 𝗕𝗼̈𝗻𝗻𝗶𝗻𝗴𝗵𝗮𝘂𝘀𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗛𝗲𝗿𝗶𝗻𝗸𝗵𝗮𝘃𝗲, student, geboren te Soestdijk op ... , wonende te Utrecht aan de Croeselaan 216, ongehuwd. • 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝘂𝘀 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗟𝗼𝗱𝗲𝘄𝗶jk 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀𝗲, zonder beroep, geboren op ... , wonende te Constantia, Kaapstad (Zuid-Afrika). • 𝗠𝗲𝗷𝘂𝗳𝗳𝗿𝗼𝘂𝘄 𝗖𝗲𝗰𝗶𝗹𝗶𝗮 𝗔𝗱𝗿𝗶𝗮𝗻𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗴𝗮𝗿𝗲𝘁𝗵𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗕𝗲𝗿𝗻𝗮𝗱𝗲𝘁𝘁𝗲 𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀𝗲, telefoniste, geboren op ... , wonende te Leiden, ongehuwd. • 𝗠𝗲𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄 𝗖𝗮𝗿𝗼𝗹𝗶𝗻𝗮 𝗚𝗶𝘀𝗲𝗹𝗮 𝗚𝗲𝗲𝗿𝘁𝗿𝘂𝗶𝗱𝗮 𝗔𝗽𝗼𝗹𝗼𝗻𝗶𝗮 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝗞𝗼𝘀𝘁𝗲𝗻𝘀𝗲, zonder beroep, geboren op ... , wonende te Lazise, Italië, gehuwd met de heer 𝗚𝗮𝗲𝘁𝗮𝗻𝗼 𝗟𝗶𝗻𝗼 𝗕𝗲𝗿𝘁𝗮𝘀𝗶. • 𝗠𝗿 𝗔𝗹𝗯𝗲𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗝𝗼𝗵𝗮𝗻𝗻𝗲𝘀 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝘂𝘀 𝘃𝗮𝗻 𝗢𝗿𝘀𝗼𝘂𝘄, kandidaat-notaris te Zeist, optredend voor 𝗣𝗲𝘁𝗲𝗿 𝗧𝗵𝗼𝗺𝗮𝘀 𝗧𝗷𝗮𝗯𝗯𝗲𝘀 (oud-notaris) en 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗠𝗿 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗖𝗮𝗿𝗼𝗹𝘂𝘀 𝗜𝗴𝗻𝗮𝘁𝗶𝘂𝘀 𝗚𝗲𝗿𝗮𝗿𝗱𝘂𝘀 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗮 𝘃𝗮𝗻 𝗡𝗶𝘀𝗽𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗦𝗲𝘃𝗲𝗻𝗮𝗲𝗿, bedrijfsjuridisch adviseur, geboren te 's-Hertogenbosch op ... 𝟭𝟵𝟯𝟱, wonende te 's-Gravenhage. 💰 𝗜𝗻𝗵𝗼𝘂𝗱 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗡𝗮𝗹𝗮𝘁𝗲𝗻𝘀𝗰𝗵𝗮𝗽 𝗲𝗻 𝗟𝗲𝗴𝗮𝘁𝗲𝗻 De akte geeft uitvoering aan het testament van de erflaatster. Een belangrijk onderdeel van de verdeling was een vordering van 𝟱𝟱.𝟬𝟬𝟬 gulden op haar schoonzoon, de heer Kostense, die als legaat werd toegewezen aan haar dochter 𝗝𝗼𝗻𝗸𝘃𝗿𝗼𝘂𝘄𝗲 𝗖𝗲𝗰𝗶𝗹𝗲. Verder werden diverse lijfrenten vastgesteld, waaronder een jaarlijkse uitkering van 𝟯.𝟲𝟬𝟬 gulden aan 𝗝𝗲𝗮𝗻𝗻𝗲 𝗧𝗵𝗶𝗷𝗲𝗻 en een geïndexeerde lijfrente van 𝟭.𝟮𝟬𝟬 gulden aan de heer 𝗛𝗲𝗿𝗺𝗮𝗻 𝗘𝗿𝗻𝗲𝘀𝘁 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗛𝗲𝗲𝘀𝘄𝗶𝗷𝗰𝗸. 📑 𝗞𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗔𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿𝗴𝗿𝗼𝗻𝗱 𝗲𝗻 𝗕𝗲𝗵𝗲𝗲𝗿 Hoewel de akte hoofdzakelijk de verdeling van roerende zaken en vorderingen (zoals effecten) betreft, wordt verwezen naar de eerdere verkrijging via de nalatenschap van haar echtgenoot. Die boedel was in 𝟭𝟵𝟰𝟴 gescheiden door notaris 𝗣.𝗛. 𝗥𝗼𝗲𝘀 te Arnhem. De huidige akte werd door de hypotheekbewaarder te Utrecht ingeschreven op 𝘄𝗼𝗲𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟯 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟴𝟭 onder dagregisternummer 𝟭𝟰𝟯𝟰𝟮. 🛡️ 𝗕𝗲𝘄𝗶𝗻𝗱 𝗲𝗻 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘄𝗮𝗮𝗿𝗱𝗲𝗻 De erfdelen van de kleinkinderen werden onder bewind gesteld tot hun 𝘃𝗶𝗷𝗳𝗲𝗻𝘁𝘄𝗶𝗻𝘁𝗶𝗴𝘀𝘁𝗲 levensjaar. De heren 𝗩𝗮𝗻 𝗡𝗶𝘀𝗽𝗲𝗻 𝘁𝗼𝘁 𝗦𝗲𝘃𝗲𝗻𝗮𝗲𝗿 en 𝗧𝗷𝗮𝗯𝗯𝗲𝘀 werden aangewezen als bewindvoerders, belast met het beheer van de kapitalen en de effectenportefeuille bij een bankinstelling naar keuze. De bewindvoerders kregen de volmacht om beheersdaden in de ruimste zin te verrichten ten behoeve van de erfgenamen. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Kadaster (NL) ----------------------------------------------------------------------------- 📜 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐁𝐨𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐢𝐣 𝐚𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐬𝐬𝐞𝐧𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 vond de officiële eigendomsoverdracht (transport) plaats van een historisch agrarisch object in de provincie Utrecht. Voor de heer 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐓𝐚𝐞𝐤𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, werden de juridische afspraken vastgelegd die de verkoop van de boerderij bezegelden. De transactie werd gesloten voor een koopprijs van ƒ 𝟏𝟓𝟎.𝟎𝟎𝟎 (honderdvijftig duizend gulden). 👥 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • De heer 𝐦𝐫. 𝐇𝐚𝐧𝐬 𝐑𝐨𝐧𝐚𝐥𝐝 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐝𝐮𝐲𝐧, kandidaat-notaris, wonende te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦, die bij deze akte optrad als de schriftelijk gevolmachtigde van de verkoopster. • De Hoogwelgeboren Vrouwe 𝐂𝐞𝐜𝐢𝐥𝐢𝐚 𝐆𝐢𝐬𝐞𝐥𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐇𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤𝐡𝐚𝐯𝐞, particuliere, geboren te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦 op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟐𝟒. Zij is gescheiden van de heer 𝐀𝐧𝐭onie 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐊𝐨𝐬𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 en woonde destijde in "𝐁𝐫𝐞𝐦𝐞𝐧", 𝐆𝐚𝐧𝐭𝐨𝐮𝐰 𝐂𝐫𝐞𝐬𝐜𝐞𝐧𝐭 𝐂𝐨𝐧𝐬𝐭𝐚𝐧𝐭𝐢𝐚, 𝟕𝟖𝟎𝟎 𝐊𝐚𝐚𝐩𝐬𝐭𝐚𝐝 te 𝐙𝐮𝐢𝐝-𝐀𝐟𝐫𝐢𝐤𝐚. • De heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢с 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐧, veehouder, wonende te 𝐂𝐨𝐭𝐡𝐞𝐧 aan de 𝐎𝐬𝐬𝐞𝐧𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 𝟏𝟗. Hij is geboren te 𝐂𝐨𝐭𝐡𝐞𝐧 op ... en was ten tijde van de aankoop ongehuwd. 🏠 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 🚜 Het verkochte object betreft een 𝐛𝐨𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐢𝐣 𝐦𝐞𝐭 𝐬𝐜𝐡𝐮𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐞𝐫𝐟, gelegen aan de 𝐎𝐬𝐬𝐞𝐧𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝 𝟏𝟗 in de gemeente 𝐂𝐨𝐭𝐡𝐞𝐧. Het perceel staat kadastraal geregistreerd onder de gemeente 𝐂𝐨𝐭𝐡𝐞𝐧, 𝐬𝐞𝐤𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟔𝟔𝟑. De totale omvang van het terrein bedraagt 𝐯𝐢𝐞𝐫 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞 𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐞𝐫𝐭𝐢𝐠 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞 (4.48.40 ha). De geschiedenis van het eigendom is nauw verbonden met de familie van de verkoopster; zij verkreeg het onroerend goed krachtens 𝐞𝐫𝐟𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Deze verkrijging werd bekrachtigd in een akte van scheiding en deling die op dezelfde dag, 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏, voor notaris 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚 werd verleden. Hiermee werd de weg vrijgemaakt voor de directe levering aan de heer 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐧. 📝 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 De koper was reeds nauw verbonden met het perceel, aangezien de boerderij tot op de dag van de overdracht aan hem was 𝐯𝐞𝐫𝐩𝐚𝐜𝐡𝐭. Bij de levering aanvaardde hij het object in de huidige staat, inclusief alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden. Tevens werd vermeld dat het 𝐣𝐚𝐜𝐡𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op de voor partijen bekende wijze was verhuurd. Een cruciaal detail voor de overdrachtsbelasting was dat de heer 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐧 reeds voor eigen rekening een 𝐥𝐢𝐠𝐛𝐨𝐱𝐞𝐧𝐬𝐭𝐚𝐥 𝐦𝐞𝐭 𝐛𝐢𝐣𝐛𝐞𝐡𝐨𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐨𝐩𝐬𝐭𝐚𝐥𝐥𝐞𝐧 had laten bouwen op het terrein. Omdat de waarde van deze opstallen niet in de koopprijs van ƒ 𝟏𝟓𝟎.𝟎𝟎𝟎 was inbegrepen, kon de koper een beroep doen op een specifieke belastingvrijstelling. De kosten voor de opmaak van de akte en de levering kwamen volledig voor zijn rekening. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐃𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐚𝐥𝐚𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐕𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 📜 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 verscheen een aanzienlijk gezelschap, deels in persoon en deels vertegenwoordigd door lasthebbers, voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Het doel van deze bijeenkomst was het vastleggen van een partiële scheiding en deling van diverse onroerende goederen die tot de onverdeelde boedel behoorden van wijlen 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, de weduwe van 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐯𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐇𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤𝐡𝐚𝐯𝐞. De kern van de overeenkomst was het beëindigen van de onverdeeldheid tussen de 𝐄𝐫𝐯𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 en de 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣 𝐕𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧, waarbij de eigendommen werden toegedeeld aan 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫 🏛️. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 • 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐤𝐨𝐛 𝐁𝐨𝐨𝐫, handelend als lasthebber. • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐯𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐇𝐞𝐫𝐢𝐧𝐤𝐡𝐚𝐯𝐞. • 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, tevens handelend voor zich in privé als de verkrijgende partij. • 𝐦𝐫. 𝐇𝐚𝐧𝐬 𝐃𝐨𝐨𝐫𝐝𝐮𝐲𝐧, handelend als lasthebber. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐆𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 🏡 De verdeling betrof historische percelen gelegen onder 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 (gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤). De belangrijkste objecten in deze akte zijn: • De hofstede genaamd "De Klomp", gelegen aan de 𝐎𝐮𝐝 𝐌𝐞𝐫𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝𝐬𝐞𝐰𝐞𝐠 𝟐. Dit object omvat een boerderij met opstallen en boomgaard, kadastraal bekend gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, sectie 𝐃 nummer 𝟔𝟖𝟏, groot 𝟏 hectare, 𝟗𝟓 are en 𝟐𝟎 centiare. • Diverse percelen weiland aan de 𝐎𝐮𝐝 𝐌𝐞𝐫𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝𝐬𝐞𝐰𝐞𝐠 en 𝐎𝐮𝐝-𝐖𝐮𝐥𝐟𝐬𝐞𝐰𝐞𝐠, kadastraal bekend gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, sectie 𝐃 nummers 𝟖𝟓𝟏 (𝟐 hectare, 𝟒 are, 𝟔𝟎 centiare), 𝟖𝟓𝟑 (𝟏 hectare, 𝟕𝟑 are, 𝟓 centiare), en de nummers 𝟐𝟐𝟓, 𝟐𝟐𝟔 en 𝟑𝟏𝟗 (tezamen 𝟕 hectare, 𝟖𝟎 are en 𝟗𝟓 centiare). • Percelen weiland te 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 tussen de 𝐌𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 en de autoweg, gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐁 nummers 𝟕𝟑 en 𝟕𝟒 (tezamen 𝟐 hectare, 𝟑𝟏 are, 𝟑𝟎 centiare), alsmede een gedeelte van nummer 𝟖𝟖𝟎. • De boomgaard genaamd "De Nieuwe Burgt", gelegen ten westen van het fort 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧, uitmakende het resterend gedeelte van sectie 𝐁 nummer 𝟖𝟖𝟎. • Een perceeltje grasland aan de 𝐏𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐚𝐥𝐞 𝐰𝐞𝐠 onder 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐃 nummer 𝟑𝟔, groot 𝟏𝟗 are en 𝟖𝟓 centiare. Het totale oppervlak van de hofstede en omliggende landerijen (exclusief de specifieke boomgaard) bedroeg circa 𝟑𝟖 hectare, 𝟐𝟎 are en 𝟏𝟎 centiare. Bijzonder is dat een deel van deze gronden (sectie 𝐁, nummers 𝟕𝟑, 𝟕𝟒 en 𝟖𝟖𝟎) is aangewezen als beschermd monument vanwege de aanwezigheid van overblijfselen van een Romeinse nederzetting 🛡️. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐛𝐞𝐝𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 ⚖️ De eigendomstitel van deze goederen voert terug naar een eerdere akte van scheiding van 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟒𝟕, verleden voor 𝐦𝐫. 𝐏. 𝐑𝐨𝐞𝐬. Destijds verkreeg 𝐌𝐚𝐫𝐠𝐚𝐫𝐞𝐭𝐡𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫 de onverdeelde helft. Na haar overlijden op 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟕𝟑 gingen haar rechten over op haar kleinkinderen (de families 𝐕𝐨𝐧 𝐁𝐨̈𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐡𝐚𝐮𝐬𝐞𝐧 en 𝐊𝐨𝐬𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞), terwijl haar kinderen een beroep deden op hun legitieme portie. De andere onverdeelde helft was eigendom van 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, die dit bij testament van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟏 naliet aan zijn zoon 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫. Door de huidige toedeling aan 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫 ontstond er een situatie van overbedeling. Hij is daarom verplicht om aan de overige erfgenamen een vergoeding uit te keren, welke is voldaan via de boedelrekening. Hoewel de exacte cijfermatige totalen in dit uittreksel deels zijn aangeduid met "enzovoort", staat vast dat de pachten vanaf 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 volledig toekomen aan de verkrijger. De zakelijke lasten zijn per 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟖𝟐 voor zijn rekening 📝. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 "𝐝𝐞 𝐊𝐋𝐎𝐌𝐏" 𝐢𝐧 𝟏𝟗𝟖𝟏 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 kwam een bijzondere vastgoedtransactie tot stand ten overstaan van 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐉𝐚𝐧 𝐓𝐚𝐞𝐤𝐞𝐥𝐞 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. In de laatste dagen van het jaar werd de eigendom van een historisch agrarisch object officieel overgedragen aan een nieuwe eigenaar, waarbij de geschiedenis van de grond nauwgezet werd vastgelegd. 📜 • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐈𝐠𝐧𝐚𝐭𝐢𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, bedrijfsjuridisch adviseur, geboren te 's-Hertogenbosch op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟓 en wonende te 's-Gravenhage. • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐑𝐞𝐢𝐧𝐢𝐞𝐫 𝐊𝐥𝐞𝐯𝐞𝐫, veehouder, wonende te Houten aan de Oude Mereveldseweg 2, geboren te Harmelen op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟓, gehuwd zonder het maken van huwelijksvoorwaarden met mevrouw Johanna Maria van Velzen. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞𝐯𝐞 𝐛𝐞𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 De transactie betrof de hofstede genaamd "𝐝𝐞 𝐊𝐋𝐎𝐌𝐏", gelegen onder 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 en 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. Dit omvangrijke object omvat een boerderij met bijbehorende opstallen en een boomgaard, plaatselijk bekend aan de 𝐎𝐮𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐫𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝𝐬𝐞𝐰𝐞𝐠 𝟐. De onroerende zaken staan kadastraal geregistreerd in de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, sectie 𝐃, onder de nummers 𝟔𝟖𝟏 met een grootte van 𝟏.𝟗𝟓.𝟐𝟎 𝐡𝐚, 𝟖𝟓𝟏 ter grootte van 𝟐.𝟎𝟒.𝟔𝟎 𝐡𝐚 en 𝟖𝟓𝟑 ter grootte van 𝟏.𝟕𝟑.𝟎𝟓 𝐡𝐚. Tevens maakte een perceel weiland deel uit van de koop, met een geschatte grootte van circa 𝟏.𝟎𝟎.𝟎𝟎 𝐡𝐚, afkomstig uit de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐁, nummer 𝟖𝟖𝟎. 🏠 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐛𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐛𝐞𝐬𝐭𝐞𝐦𝐦𝐢𝐧𝐠 De verkoper had de eigendom van deze percelen diezelfde dag, 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏, verkregen via een akte van scheiding die eveneens voor notaris 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚 was verleden. Een opmerkelijk detail in de historie van het terrein is de status van een deel van het perceel (voortgekomen uit oud nummer 650) als 𝐛𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐝 𝐦𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭 in de zin van de Monumentenwet. Sinds 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟗 staat officieel aangetekend dat dit terrein overblijfselen bevat van een 𝐑𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐬𝐞 𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐞𝐧 𝐦𝐢𝐥𝐢𝐭𝐚𝐢𝐫𝐞 𝐧𝐞𝐝𝐞𝐫𝐳𝐞𝐭𝐭𝐢𝐧𝐠. 🏛️ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐚𝐚𝐧𝐯𝐚𝐚𝐫𝐝𝐢𝐧𝐠 Voor de overname van de hofstede en de omliggende landerijen werd een koopprijs overeengekomen van 𝐟. 𝟐𝟑𝟎.𝟎𝟎𝟎. De koper aanvaardde het object op de dag van het passeren van de akte, waarbij hij de lopende pachtovereenkomst diende te respecteren. Alle lasten die verbonden zijn aan het eigenaarschap kwamen vanaf 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟖𝟐 volledig voor rekening van de nieuwe eigenaar, de heer Klever. 💰 Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 📜 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡 𝐒𝐭𝐮𝐤 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐢𝐧 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟐 vond er een belangrijke juridische gebeurtenis plaats in 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. Voor 𝐦𝐫. 𝐑𝐮𝐭𝐠𝐞𝐫 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐣 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐭𝐭𝐞𝐫𝐥𝐨𝐨, die optrad als plaatsvervanger voor de met verlof zijnde notaris 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐭𝐭𝐞𝐫𝐥𝐨𝐨, verschenen twee heren om een eigendomsoverdracht te bekrachtigen ✍️. De transactie markeerde de overgang van een waardevol perceel grond binnen de familie Klever, waarbij de agrarische bestemming van het land centraal stond. 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 • 𝐝𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐑𝐞𝐢𝐧𝐢𝐞𝐫 𝐊𝐥𝐞𝐯𝐞𝐫, veehouder van beroep, wonende aan de 𝐎𝐮𝐝𝐞 𝐌𝐞𝐫𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝𝐬𝐞𝐰𝐞𝐠 𝟐 𝐭𝐞 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧. Hij is volgens eigen verklaring geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟓 en is in eerste echt in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met 𝐦𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐕𝐞𝐥𝐳𝐞𝐧. 𝐇𝐞𝐭 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝 𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐤𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 Het object van deze akte betreft een specifiek stuk grond gelegen aan de 𝐌𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 𝐭𝐞 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 🌾. Dit perceel maakt deel uit van het grotere geheel dat kadastraal bekendstaat als gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, 𝐬𝐞𝐤𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟖𝟖𝟎. De grootte van het overgedragen deel wordt geschat op ongeveer 𝐞𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞. Voor de verkrijging van dit terrein is een koopsom overeengekomen van 𝟒𝟑.𝟓𝟎𝟎 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧. Een bijzonder detail is dat de koper ten tijde van de levering reeds was begonnen met de bouw van een 𝐥𝐢𝐠𝐛𝐨𝐱𝐞𝐧𝐬𝐭𝐚𝐥 op het perceel, waarvoor hij een beroep deed op vrijstelling van overdrachtsbelasting 🐄. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐚𝐫𝐜𝐡𝐞𝐨𝐥𝐨𝐠𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐫𝐢𝐣𝐤𝐝𝐨𝐦 De verkoper had dit bewuste terrein zelf verkregen op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 door de overschrijving van een transportakte die op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏 was verleden voor 𝐦𝐫. 𝐉.𝐅. 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Echter, de diepere historie van de grond is nog veel indrukwekkender. Een deel van het perceel, afkomstig uit het oude nummer 650, is namelijk aangemerkt als een 𝐦𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭 in de zin van de Monumentenwet 🏛️. De bodem herbergt de zeldzame overblijfselen van een 𝐑𝐨𝐦𝐞𝐢𝐧𝐬𝐞 𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐞𝐧 𝐦𝐢𝐥𝐢𝐭𝐚𝐢𝐫𝐞 𝐧𝐞𝐝𝐞𝐫𝐳𝐞𝐭𝐭𝐢𝐧𝐠, een gegeven dat reeds op 𝟗 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟔𝟗 officieel werd vastgelegd in de openbare registers. Zo verbindt deze akte de moderne agrarische bedrijfsvoering direct met het verre verleden van de regio. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- Verkoop Fectioterrein aan de Marsdijk te Bunnik 𝐃𝐞 𝐎𝐟𝐟𝐢𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐋𝐞𝐯𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐠𝐫𝐚𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐢𝐧 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 📜 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟐𝟎𝟎𝟗 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐆𝐞𝐳𝐢𝐞𝐧𝐮𝐬 𝐁𝐚𝐫𝐭𝐬𝐭𝐫𝐚, die als waarnemer optrad voor 𝐦𝐫. 𝐔𝐧𝐞𝐤𝐨 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐧𝐤𝐞𝐧, notaris te 𝐃𝐨𝐞𝐬𝐛𝐮𝐫𝐠. De bijeenkomst markeerde de juridische overdracht van een aanzienlijk areaal landbouwgrond, waarbij de afspraken uit de eerdere koopovereenkomst van 20 januari 2009 werden bekrachtigd. De akte werd ondertekend om 10:45 uur, waarna de feitelijke levering direct plaatsvond. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 • 𝐃𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐈𝐠𝐧𝐚𝐭𝐢𝐮𝐬 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐬𝐩𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐭 𝐒𝐞𝐯𝐞𝐧𝐚𝐞𝐫, geboren te 's-Hertogenbosch op ... , wonende aan de ... te 's-Gravenhage, de 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐫 in deze transactie. • 𝐌𝐞𝐯𝐫𝐨𝐮𝐰 𝐖𝐞𝐧𝐝𝐲 𝐁𝐨𝐝𝐝𝐞, per adres ... te ..., geboren te ... op ..., handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de koper. • 𝐃𝐞 𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐏𝐚𝐭𝐫𝐢𝐜𝐢𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐕𝐫𝐢𝐞𝐬, geboren te ... op ..., per adres Graadt van Roggenweg 400 te Utrecht, handelend als hoofd Grondzaken van de Dienst Landelijk Gebied voor het 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐛𝐨𝐮𝐰𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧. • 𝐇𝐞𝐭 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐛𝐨𝐮𝐰𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧, gevestigd te 's-Gravenhage en kantoorhoudende aan de Graadt van Roggenweg 400 te Utrecht, de 𝐤𝐨𝐩𝐞𝐫 in deze transactie. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 🚜 De transactie betreft een perceel landbouwgrond gelegen nabij de 𝐌𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 𝐭𝐞 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. Het registergoed staat kadastraal bekend als 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟕𝟑, 𝟗𝟒𝟗 𝐞𝐧 𝟗𝟓𝟎. De totale oppervlakte van deze percelen bedraagt 𝐯𝐞𝐞𝐫𝐭𝐢𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝐞𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐧𝐞𝐠𝐞𝐧𝐭𝐢𝐠 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝐳𝐞𝐬𝐭𝐢𝐠 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞 (𝟏𝟒.𝟗𝟏.𝟔𝟎 𝐡𝐚). De grond is bestemd voor agrarische doeleinden. 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 𝐞𝐧 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 💰 De totale koopsom voor het onroerend goed bedraagt 𝟏.𝟎𝟖𝟐.𝟓𝟎𝟎,𝟎𝟎 𝐞𝐮𝐫𝐨. De koper heeft een beroep gedaan op vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 15 lid 1 letter m van de Wet op Belastingen van Rechtsverkeer. Opmerkelijk is dat de grond door de Staat is aangewezen als 𝐛𝐞𝐬𝐜𝐡𝐞𝐫𝐦𝐝 𝐦𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭 in de zin van de Monumentenwet 1988. In het bestemmingsplan wordt melding gemaakt van de historische waarden van het gebied, waaronder de aanwezigheid van 𝐅𝐨𝐫𝐭 𝐕𝐞𝐜𝐡𝐭𝐞𝐧 als onderdeel van de 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐞 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐥𝐢𝐧𝐢𝐞 en archeologische resten van 𝐅𝐞𝐜𝐭𝐢𝐨. Vanwege deze status is voor activiteiten zoals diepploegen (dieper dan 0,5 meter) een aanlegvergunning van de gemeente Bunnik vereist. Ten slotte was een betonplaat op het terrein in gebruik bij de heer R. van der Tol, die deze uiterlijk 30 april 2009 ontruimd moest opleveren. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐁𝐨𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐢𝐣 𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 🚜 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟔 vond een belangrijke vastgoedtransactie plaats in het Utrechtse landschap. Voor notaris 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐲𝐧𝐞𝐧, gevestigd met standplaats te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, verschenen twee heren om de eigendomsoverdracht van een historisch perceel officieel te bezegelen. De akte werd enkele dagen later, op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟔, formeel in bewaring genomen door de hypotheekbewaarder te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐋𝐚 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐞𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, particulier, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 aan de 𝐃𝐫𝐢𝐞𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧𝐥𝐚𝐚𝐧, geboren op 𝐳𝐨𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟎 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟗𝟑𝟎, optredend als verkoper. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🏠 De transactie betrof de verkoop van een complete boerderij, bestaande uit een woonhuis met stalling, schuren en verdere aanbehoren, inclusief erf, moestuin, boomgaard en grasland. Het object is gelegen aan de 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠 𝟑𝟗 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Kadastraal staat het perceel bekend als gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, sectie 𝐀, nummer 𝟐𝟔𝟖𝟒. Het verkochte deel betreft een specifiek afgebakend gedeelte van dit perceel, met een lengte aan de Vuurschesteeg van ongeveer 𝟏𝟖𝟖,𝟓 𝐦𝐞𝐭𝐞𝐫 en een breedte aan de zuidgrens van ongeveer 𝟕𝟓 𝐦𝐞𝐭𝐞𝐫. De koper was op het moment van de transactie reeds als pachter gebruikmaker van het onroerend goed. De totale koopsom bedroeg 𝟖𝟓.𝟎𝟎𝟎 gulden. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 📜 De historische wortels van dit eigendom bij de familie Bosch van Drakestein blijken uit de eerdere verkrijging door de verkoper. Hij verkreeg de eigendom krachtens erfrecht via een akte van scheiding en deling, verleden op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟔 voor notaris P.A.A.H. Graafland te Amsterdam. In de huidige akte zijn diverse specifieke voorwaarden opgenomen. Zo behoudt de verkoper zich het recht van de jacht voor op het verkochte terrein. Tevens werd er een recht van overpad gevestigd ten laste van het overgedragen deel, ten nutte van het gedeelte van perceel nummer 𝟐𝟔𝟖𝟒 dat eigendom blijft van de verkoper. Ook zijn er afspraken gemaakt over de pacht van de overige gronden die de koper van de verkoper in gebruik houdt. Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 📜 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟔 verschenen de betrokken partijen voor Meester 𝐁𝐚𝐬𝐭𝐢𝐚𝐚𝐧 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐝𝐞 𝐇𝐚𝐚𝐬, kandidaat-notaris te 𝐄𝐞𝐦𝐧𝐞𝐬, die als plaatsvervanger waarnam op het kantoor van notaris Cornelis Stolp te 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. Tijdens deze bijeenkomst vond de juridische levering plaats van percelen grond gelegen in de prachtige omgeving van de Lage Vuursche. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢jk 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐥𝐚 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐞𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente Baarn, in Huize "Nieuw Drakestein", optredend als verkoper.
𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 📍 De transactie betrof een perceel grond gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente Baarn, gesitueerd ten oosten van het woonhuis aan de 𝐊𝐨𝐮𝐝𝐞𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟓. Het verkochte omvatte: • Het gehele kadastrale perceel gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, sectie 𝐀, nummer 𝟐𝟐𝟖𝟑, met een grootte van 𝟑 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟖𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. • Een gedeelte ter grootte van ongeveer 𝟖 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟐𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞 van het kadastrale perceel gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, sectie 𝐀, nummer 𝟐𝟐𝟖𝟒. Het totaal aan overgedragen grond beslaat hiermee circa twaalf are, zoals nader aangeduid op de bij de akte behorende situatietekening. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 🏛️ De verkoper had de eigendom van deze gronden eerder verkregen via een legaat. Dit werd vastgelegd in een akte van scheiding en afgifte legaten op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟔 ten overstaan van notaris Jonkheer P.A.A.H. Graafland te Amsterdam. De huidige verkoop werd gesloten voor een bedrag van 𝐟 𝟐𝟎.𝟎𝟎𝟎 (twintigduizend gulden). 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐬𝐭𝐫𝐚𝐭𝐢𝐞 📑 De akte werd na beperkte voorlezing ondertekend in Hilversum. Het afschrift van deze akte is vervolgens op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟔 in bewaring genomen door de hypotheekbewaarder te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, de heer Mr. T.K. Tan, en ingeschreven in het dagregister onder nummer 3687. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Kadaster (NL) Hyp. no. 4
𝗗𝗲 𝗶𝗻𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝘃𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗺𝗼𝗻𝘂𝗺𝗲𝗻𝘁 🏰 Op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟱 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟳𝟲 werd een officiële verklaring in bewaring genomen door de Hypotheekbewaarder te Utrecht, mr. T.K. Tan. Deze verklaring dient als een essentiële toevoeging aan de inschrijving in het monumentenregister die eerder, op 𝗱𝗶𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟯𝟭 𝗼𝗸𝘁𝗼𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟲𝟳, was voltooid. De procedure vond plaats ter uitvoering van artikel 10, lid 3 van de Monumentenwet, met als doel de historische waarde van het betreffende object juridisch te verankeren. Het document heeft betrekking op een zeer markant historisch object in de provincie Utrecht: De kern van deze specifieke akte is de uitbreiding van de monumentale omschrijving. Naast het landhuis zelf, wordt nu expliciet een bijzonder bouwwerk op het terrein benoemd dat dateert uit het midden van de 19e eeuw. Het betreft een 𝘃𝗶𝗲𝗿𝗸𝗮𝗻𝘁𝗲 𝗴𝗲𝗺𝗲𝘁𝘀𝗲𝗹𝗱𝗲 𝗱𝘂𝗶𝘃𝗲𝗻𝘁𝗼𝗿𝗲𝗻 uitgevoerd in neogotische trant. De architectonische details worden nauwkeurig beschreven: de toren beschikt over een 𝘀𝗽𝗶𝘁𝘀𝗯𝗼𝗴𝗶𝗴𝗲 𝗱𝗲𝘂𝗿 𝗲𝗻 𝗻𝗶𝘀𝘀𝗲𝗻, is voorzien van 𝗯𝗼𝘀𝘀𝗮𝗴𝗲𝘄𝗲𝗿𝗸 𝗶𝗻 𝗯𝗮𝗸𝘀𝘁𝗲𝗲𝗻 op de hoeken en wordt bekroond met 𝗸𝗮𝗻𝘁𝗲𝗹𝗲𝗻. De verklaring is opgesteld in opdracht van de Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en namens de Monumentenraad. De volgende personen waren direct betrokken bij de totstandkoming en verificatie van dit stuk: De verklaring zelf werd gedateerd te Zeist op 𝘇𝗮𝘁𝗲𝗿𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟯 𝗱𝗲𝗰𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟳𝟲. Hoewel dit document geen reguliere koopakte is met een koopsom in guldens, dient het als een cruciaal juridisch bewijsstuk voor de status van het onroerend goed. Bron: Kadaster (NL) Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐙𝐚𝐤𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝racht 𝐞𝐧 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟕𝟕 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐒𝐭𝐨𝐥𝐩, notaris met als standplaats 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. De akte bezegelt de officiële eigendomsoverdracht van een perceel grond, waarbij de verkoper verklaart het object te hebben verkocht en in eigendom over te dragen aan de koper. De feitelijke aanbieding bij het hypotheekkantoor te Utrecht vond plaats op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟕𝟕. ✍️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen waren bij deze overeenkomst betrokken: • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐥𝐚 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐞𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, zonder beroep, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente Baarn, aan 𝐇𝐮𝐢𝐳𝐞 "𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧" (de verkoper). • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐙𝐰𝐨𝐥, directie-assistent, wonende te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente De Bilt, aan de 𝐊𝐨𝐮𝐝𝐞𝐥𝐚𝐚𝐧 𝟓, geboren op ... , gehuwd in algehele gemeenschap van goederen met mevrouw 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫𝐧𝐞𝐥𝐥𝐚 𝐌𝐚𝐠𝐝𝐚𝐥𝐞𝐧𝐚 𝐝𝐞 𝐊𝐢𝐯𝐢𝐞𝐭 (de koper). 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐯𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐞𝐫 Het voorwerp van deze transactie betreft 𝐡𝐞𝐭 𝐩𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭. Het gaat om een gedeelte met een oppervlakte van ongeveer 𝟏 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟏 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟕𝟐 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. Kadastraal staat dit bekend als een deel van de gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐀, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟐𝟖𝟒. De exacte grenzen van dit perceelsgedeelte werden op een bijbehorende situatietekening met kruisarcering aangegeven. 🗺️ 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De verkoper had dit onroerend goed eerder in eigendom verkregen door middel van een 𝐥𝐞𝐠𝐚𝐚𝐭. Dit werd destijds vastgelegd in een akte van scheiding en afgifte legaten op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟓𝟔, verleden voor notaris Jonkheer P.A.A.H. Graafland te Amsterdam. Dat bewijs van eigendom werd op diezelfde dag ingeschreven in de openbare registers te Utrecht in deel 1564, nummer 56. ⏳ 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐂𝐨𝐧𝐝𝐢𝐭𝐢𝐞𝐬 𝐞𝐧 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 De koopovereenkomst werd gesloten voor een bedrag van 𝟕𝟓.𝟎𝟎𝟎 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧 (ƒ 𝟕𝟓.𝟎𝟎𝟎,--). De verkoper verleende bij het passeren van de akte direct kwijting voor de ontvangst van deze koopsom. Het perceel werd overgedragen in de staat waarin het zich op dat moment bevond, vrij van hypotheken en beslagen. Een bijzonder detail is dat door deze overdracht een eerder gevestigde erfdienstbaarheid (uit 1975) door 𝐯𝐞𝐫𝐦𝐞𝐧𝐠𝐢𝐧𝐠 teniet is gegaan. De kosten voor de levering en de overdrachtsbelasting kwamen volledig voor rekening van de koper. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Kadaster (NL) Hyp. no. 4 |
Fotogalerij van foto's, kaarten, portretten en plattegronden afkomstig van de andere Bosch van Drakesteins-pagina's
𝐃𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐯𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐝𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐚𝐤𝐭𝐞 Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟔 werd ten Stadhuize van Utrecht de officiële akte verleden ten overstaan van de Utrechtse notaris 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐨𝐬𝐭 𝐇𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞. Tijdens deze bijeenkomst vond de eigendomsoverdracht plaats van verschillende belangrijke weggedeelten en aangrenzende gronden. De gemeente Utrecht trad hierbij op als koper om diverse percelen in eigendom te verkrijgen van de provincie Utrecht. Voor de gehele transactie, die meerdere locaties omvatte, werd een symbolische koopsom overeengekomen van in totaal ƒ. 𝟑,𝟎𝟎 (drie gulden). 🤝 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐦𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠𝐝𝐞𝐧 De volgende personen verschenen voor de notaris om de verkoop en koop formeel te bekrachtigen: 𝐆𝐞𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐥𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞 𝐨𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐨𝐧𝐫𝐨𝐞𝐫𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞𝐫𝐞𝐧 De overdracht had betrekking op drie specifieke locaties binnen de kadastrale gemeente Utrecht, die als volgt worden gespecificeerd: • 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝: Een gedeelte van het pad, kadastraal bekend als gemeente 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐔, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟏𝟔 𝐞𝐧 𝟑𝟒 (geheel) en 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐎, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟐𝟔 (gedeeltelijk). Dit perceel heeft een totale oppervlakte van circa één hectare, veertien aren en dertig centiaren (± 𝟏𝟏.𝟒𝟑𝟎 𝐦𝟐). 🛤️ 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐝𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐩𝐫𝐨𝐯𝐢𝐧𝐜𝐢𝐞 De geschiedenis van deze percelen gaat ver terug. De provincie Utrecht had de gronden aan de 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐰𝐞𝐠 reeds verkregen tussen 𝟏𝟗𝟎𝟕 𝐞𝐧 𝟏𝟗𝟑𝟒 via diverse titels van aankomst, waaronder overschrijvingen van akten verleden voor de notarissen 𝐦𝐫. 𝐇.𝐉. 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐢𝐣𝐬𝐭 en 𝐦𝐫. 𝐀. 𝐭𝐞𝐧 𝐍𝐨𝐞𝐯𝐞𝐫 𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐚𝐮𝐰 te Wijk bij Duurstede. De gronden aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 werden in 𝟏𝟗𝟎𝟕 en 𝟏𝟗𝟎𝟖 verworven via akten verleden voor notaris 𝐓𝐡.𝐖.𝐇. 𝐁𝐫𝐞𝐦𝐦𝐞𝐫 te Utrecht. De gedeelten van de 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐞𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭𝐰𝐞𝐠 waren in 𝟏𝟗𝟒𝟖 in eigendom gekomen na een akte verleden voor notaris 𝐦𝐫. 𝐀.𝐀. 𝐌𝐮𝐥𝐝𝐞𝐫 te Utrecht. 📜 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐛𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭𝐯𝐨𝐫𝐦𝐢𝐧𝐠 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1007-3. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐞𝐭 vestigen 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐳𝐚𝐤𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐝𝐞 𝐚𝐚𝐧𝐥𝐞𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐫𝐢𝐨𝐨𝐥 𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 🏗️ Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟔 verschenen diverse partijen voor 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐉𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐲𝐧𝐞𝐧 te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Het doel van deze bijeenkomst was het sluiten van een overeenkomst waarbij aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 een eeuwigdurend zakelijk recht werd verleend. Dit recht geeft de gemeente de bevoegdheid om een riool aan te leggen en te onderhouden in stroken grond van één meter breed, dwars door verschillende percelen in Baarn en Lage Vuursche. De eigenaren van deze gronden ontvangen hiervoor een eenmalige vergoeding, berekend op vijftien cent per vierkante meter. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐉𝐚𝐧 𝐆𝐨𝐝𝐟𝐫𝐢𝐞𝐝 𝐂𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐣𝐤 𝐯𝐚𝐧 '𝐭 𝐕𝐞𝐥𝐝𝐞, intendant van Soestdijk, wonende te Leusden, handelend als lasthebber voor 𝐇𝐚𝐫𝐞 𝐌𝐚𝐣𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐭 𝐉𝐮𝐥𝐢𝐚𝐧𝐚 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬𝐞 𝐄𝐦𝐦𝐚 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐖𝐢𝐥𝐡𝐞𝐥𝐦𝐢𝐧𝐚, 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠𝐢𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧, residerende te Soestdijk. • 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 "𝐎𝐧𝐳𝐞 𝐋𝐢𝐞𝐯𝐞 𝐕𝐫𝐨𝐮𝐰𝐞 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠", gevestigd te Amersfoort aan de Zuidsingel 38. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐆𝐞𝐫𝐫𝐢𝐭 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐛𝐞𝐞𝐤, houtvester, wonende te Utrecht, vertegenwoordigende de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 (Ministerie van Landbouw en Visserij, Staatsbosbeheer). • 𝐕𝐢𝐫𝐠𝐢𝐧𝐢𝐞 𝐀𝐧𝐧𝐞 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐞 𝐓𝐡é𝐫è𝐬𝐞 𝐝𝐞 𝐕𝐫𝐢𝐞𝐬, particuliere wonende te Hilversum aan de Laan van Vogelenzang 1, weduwe van Jonkheer Herbert Paulus Josephus Bosch van Drakestein, handelend als moeder-voogdes over de minderjarige 𝐕𝐞𝐫𝐨𝐧𝐢𝐜𝐚 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐚 𝐇𝐞𝐥𝐞𝐧𝐚 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (geboren op ... ). • 𝐀𝐥𝐠𝐞𝐦𝐞𝐧𝐞 𝐁𝐚𝐧𝐤 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝 𝐍.𝐕., gevestigd te Amsterdam, optredend als bewindvoerder over het kapitaal van de minderjarige Veronica Paula Helena Bosch van Drakestein. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐌𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐒𝐭𝐨𝐨𝐩, advocaat en procureur te 's-Gravenhage, als lasthebber voor 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (ook wel Peter Herbert Pattridge), wonende te Alexandria, Virginia, Verenigde Staten van Amerika. • 𝐁𝐞𝐫𝐧𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫𝐬, particulier wonende te Lage Vuursche (gemeente Baarn) aan de Kloosterstraat 23. • 𝐍.𝐕. 𝐇𝐨𝐭𝐞𝐥-𝐂𝐚𝐟é-𝐑𝐞𝐬𝐭𝐚𝐮𝐫𝐚𝐧𝐭 "𝐃𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞", gevestigd te Baarn. • 𝐉𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐊𝐫𝐨𝐥, houthandelaar wonende te Maartensdijk aan de Maartendijkseweg 12, handelend als vennoot van de firma 𝐉. 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐊𝐫𝐨𝐥 te De Bilt. • 𝐉𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐎𝐝𝐨 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫, gevolmachtigd minister wonende te Bonn (Duitsland), handelend voor zichzelf en als vader over zijn minderjarige zoon 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐛𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫 (geboren op... ). • 𝐀𝐧𝐧𝐚 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐒𝐨𝐩𝐢𝐞 𝐑𝐞𝐧𝐚𝐭𝐞 𝐈𝐧𝐬𝐢𝐧𝐠𝐞𝐫, particuliere wonende te Wassenaar aan de Prinsenweg 29, gehuwd met Maarten Vink. • 𝐇𝐞𝐭 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 "𝐃𝐞 𝐏𝐢𝐣𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠𝐞𝐫𝐠𝐫𝐢𝐟𝐭", gevestigd te Baarn, vertegenwoordigd door watergraaf Jonkheer Mr. Cornelis Dedel en secretaris-penningmeester Lammert Marten van Harten. • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐋𝐨𝐝𝐞𝐰𝐢𝐣𝐤 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐝𝐞 𝐥𝐚 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐞𝐩𝐭𝐢𝐨𝐧 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, particulier wonende te Lage Vuursche aan de Driehonderdroedenlaan. • 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐉𝐚𝐛𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐞𝐜𝐤 𝐂𝐚𝐥𝐤𝐨𝐞𝐧, Burgemeester van de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelend ter uitvoering van het raadsbesluit van 7 april 1965. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐯𝐞𝐫𝐠𝐨𝐞𝐝𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 📍 De overeenkomst betreft stroken grond op een groot aantal percelen in de 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De belangrijkste vermelde kadastrale secties en nummers zijn: • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐆 (𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐭): nummer 4556. De totale vergoedingen die de Gemeente Baarn aan de eigenaren moet betalen variëren sterk per eigenaar. Zo ontvangt de Koningin een bedrag van ƒ 𝟕𝟗,𝟎𝟓 (negen en zeventig gulden en vijf cent), terwijl andere eigenaren bedragen ontvangen zoals ƒ 𝟏𝟓,𝟏𝟓, ƒ 𝟐𝟓𝟕,𝟖𝟓 of zelfs een symbolische ƒ 𝟏,𝟎𝟎. De hoogste vergoeding in dit document is voor de minderjarige erfgenamen van Bosch van Drakestein, ten bedrage van ƒ 𝟐𝟓𝟕,𝟖𝟓. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐜𝐨𝐧𝐭𝐞𝐱𝐭 𝐞𝐧 𝐚𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 📜 Bijzonder aan deze akte is de vermelding van 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, die op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟓 te Lage Vuursche was overleden. Omdat hij ten tijde van zijn overlijden nog niet formeel toestemming had gegeven, werd de akte bekrachtigd door zijn erfgenamen en de bewindvoerder. De akte werd uiteindelijk op 𝟏𝟐 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟔 aangeboden ter overschrijving in de openbare registers van de hypotheekbewaarder te Utrecht (Deel 945, nummer 653). De getuigen bij het verlijden van de minuut-akte in Baarn waren de heren Wopke Klaas de Boer en Jan Gerhard Hendrik Eerligh. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 ✍️ Op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟑 verscheen de heer 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐮𝐫𝐞𝐧, notarisklerk, voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐚𝐧 𝐄𝐥𝐝𝐞𝐫𝐢𝐧𝐠, notaris met als standplaats Zeist. De heer 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐮𝐫𝐞𝐧 trad hierbij op als gemachtigde voor de verkopende partij. Aan de andere zijde verscheen de koper in eigen persoon om de overdracht van het onroerend goed te bekrachtigen. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 In deze akte worden de volgende personen genoemd als verkopers (vertegenwoordigd door hun lasthebber) en koper: • 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥is 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐮𝐫𝐞𝐧, handelend als lasthebber. • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝, particuliere en weduwe van wijlen 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. (Geboortedatum 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟏𝟑). • 𝐏𝐚𝐮𝐥 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, bosbouwkundig ingenieur. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐈𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 🏠 Het verkochte object is een woonhuis met alle toebehoren, gelegen in de gemeente Zeist te Huis ter Heide. De details van het perceel zijn als volgt: 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 📜 De verkopers hebben het eigendom verkregen uit de nalatenschap van de hoogwelgeboren heer 𝐋𝐨𝐮𝐢𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, die op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟖𝟐 is overleden. Hij was in eerste echt gehuwd met 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐚 𝐄𝐯𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝. De erfgenamen waren zijn echtgenote (voor het vruchtgebruik) en zijn twee zonen. De erflater zelf had het onroerend goed in eigendom verkregen via een akte van scheiding op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟎 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟕𝟎, verleden voor 𝐦𝐫. 𝐉. 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐚𝐝𝐞 te Amsterdam. Deze eerdere verkrijging werd destijds ingeschreven in de openbare registers van het hypotheekkantoor te Utrecht. 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠en 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 ⚠️ De akte maakt melding van diverse historische beperkingen en rechten die op het perceel rusten: Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: HUA, 1294.
𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐢𝐧 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧 📜 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟐𝟎𝟎𝟔 vond een belangrijke juridische gebeurtenis plaats in Amsterdam. Voor 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐚𝐫𝐨𝐥𝐮𝐬 𝐀𝐚𝐫𝐭𝐬, notaris te Amsterdam, verschenen diverse afgevaardigden om de eigendomsoverdracht van een perceel grond te bekrachtigen. De transactie markeert een stap in de realisatie van het project Vleugel, waarbij de grond een bestemming krijgt voor spoorwegdoeleinden zoals een tracé en werkterrein. 𝐍𝐲𝐧𝐤𝐞 𝐁𝐨𝐨𝐦𝐬𝐦𝐚, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de verkoper. Het object van deze levering betreft een perceel grond gelegen te Houten, gesitueerd nabij de Oude Mereveldseweg. In de kadastrale registers staat het perceel bekend als gemeente Houten, sectie D, nummer 853. De totale oppervlakte van het terrein bedraagt één hectare drieënzeventig are en vijf centiare. Voor de overdracht van dit perceel is een koopprijs overeengekomen van ƒ 95.000,-. In dit bedrag zijn tevens alle schaden begrepen die een gevolg zijn van het verlies van het goed op grond van de Onteigeningswet. De verkoper, 𝐌𝐚𝐫𝐭𝐢𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐊𝐥𝐞𝐯𝐞𝐫, had het perceel eerder in eigendom verkregen op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟗𝟑. Destijds werd de akte verleden voor 𝐦𝐫. 𝐉.𝐆. 𝐝𝐞 𝐁𝐨𝐞𝐫, destijds notaris te Houten. Bij de huidige verkoop is een bijzonder beding gemaakt: de koper verbindt zich ertoe het terrein nooit te gebruiken als rangeerterrein voor treinen of als overslagterrein. Dit is vastgelegd als een kwalitatieve verplichting die ook overgaat op toekomstige eigenaren. Daarnaast is er een regeling voor voortgezet gebruik, waarbij de verkoper bepaalde delen van de grond nog om niet mag gebruiken tot uiterlijk 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟐𝟎𝟎𝟔. Direct aansluitend op de juridische levering verklaarde 𝐑𝐚𝐢𝐥𝐢𝐧𝐟𝐫𝐚𝐭𝐫𝐮𝐬𝐭 𝐁.𝐕. het registergoed in economische zin door te leveren aan 𝐏𝐫𝐨𝐑𝐚𝐢𝐥 𝐁.𝐕.. Deze overdracht geschiedt onder de Algemene Voorwaarden voor verwerving van Infra-registergoederen. Hoewel de economische eigendom hiermee overgaat naar 𝐏𝐫𝐨𝐑𝐚𝐢𝐥 𝐁.𝐕., blijft de juridische eigendom uitdrukkelijk bij 𝐑𝐚𝐢𝐥𝐢𝐧𝐟𝐫𝐚𝐭𝐫𝐮𝐬𝐭 𝐁.𝐕.. De akte werd uiteindelijk om 15:10 uur ondertekend door de comparanten en de notaris. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Kadaster (NL)_
|
Bestemmingsplankaarten Groenraven. |
Een afgietsel van een haardsteen met een afbeelding van het verhaal van Judith van Holofernes, gelijk aan die van de haardsteen van Hof ter Weyde. |
Luchtfoto gezien vanuit het zuiden met op de voorgrond de rivier de Vecht in de periode rond 1975. |
Foto: Sander van Scherpenzeel |
Luchtfoto van het weidegebied aan de noordoever van de Vecht te Utrecht, uit het zuiden. Links de Vecht en een gedeelte van de Daalseweg. Op de achtergrond de 2e Polderweg met links het Slot Zuylen te Oud-Zuilen en rechts een deel van het Bedrijventerrein Overvecht. Foto genomen op 7 mei 2001. |
Luchtfoto van het kasteel Slot Zuylen (Tournooiveld 1) met bijgebouwen en omringend park te Oud-Zuilen (gemeente Stichtse Vecht). Foto genomen op 29 mei 2009. |
Luchtfoto van het kasteel Slot Zuylen met bijgebouwen en omringend park te Oud-Zuilen. Foto genomen op 29 mei 2009. |
Luchtfoto van het kasteel Slot Zuylen met bijgebouwen en omringend park te Oud-Zuilen. Foto genomen op 29 mei 2009. |
Luchtfoto van het kasteel Slot Zuylen met bijgebouwen en omringend park te Oud-Zuilen. Foto genomen op 29 mei 2009. |
Luchtfoto van Oud -Zuilen uit het zuidoosten; met in het midden de Vecht en rechts op de voorgrond het Slot Zuylen. |
In diagonaal gestreept het huis, voorheen herberg De Klop aan de Klopdijk 2 te Utrecht Overvecht die in 2002 werd verkocht door de gemeente Utrecht aan de heer S.A. Voorwinden. |
"Akte van scheiding der nalatenschap van den Hoogwelgeboren heer Dr. J. B. l> C. Ch. baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn, ten overstaande van de Delftse notaris Dr. Ph. B. Libourel". Kopie van akte uit 1939. |
Fragment uit de notulen van de Gedeputeerden Staten van Utrecht uit 1830. Waarin de de heer Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein afstand doet van het beheer, onderhoud en eigendom van de Koningsweg aan de Provincie Utrecht. |
Fragment van verkoopakte door familieleden van Bosch van Drakestein van Nieuw Amelisweerd. Waarbij de bermen van de Koningsweg werden verkocht aan de Provinciale Waterstaat van Utrecht. Dit voor de verbreding van de Koningsweg. |
Fragment van verkoopakte door familieleden van Bosch van Drakestein van Nieuw Amelisweerd. Waarbij de bermen van de Koningsweg werden verkocht aan de Provinciale Waterstaat van Utrecht. Dit voor de verbreding van de Koningsweg. Machtiging van familieleden Bosch van Drakestein voor de verkoop van de bermen. |
Jonkheer Jacob van Eyck (Den Haag?, 1589/90 - Utrecht, 26 maart 1657) was een Nederlands musicus, campanoloog en componist. Beiaardier en klokkendeskundige Jonkheer Jacob van Eyck werd blind geboren als kind van adellijke ouders, waarschijnlijk in Den Haag. Hij groeide op in Bergen op Zoom, waar hij vertrouwd raakte met de techniek van het carillon. Omstreeks 1617 verhuisde hij naar Heusden, waar hij zich verder ontwikkelde als campanoloog (klokkendeskundige) en beiaardier. Heusden had één klein carillon, dat zich in de toren van het stadhuis bevond. Van Eycks kennis is van cruciale betekenis geweest voor de ontwikkeling van het klokkenspel. Hij heeft ontdekt hoe de boventoonstructuur van klokken is samengesteld en hoe door de vorm het profiel van de klok kan worden beïnvloed. Deze kennis werd in praktijk gebracht door zijn samenwerking met de klokkengieters Pieter en François Hemony, die hij in Zutphen ontmoette. Samen goten zij in 1644 het eerste perfect gestemde carillon voor de Wijnhuistoren in Zutphen. Dit klokkenspel is bij een brand verloren gegaan, op één klokje na, dat nu te bewonderen is in Museum Klok & Peel. Het carillon van Deventer, dat ze enkele jaren later goten voor de Grote of Lebuïnuskerk, bestaat nog wel. In 1623 reisde Van Eyck voor het eerst naar Utrecht om advies uit te brengen voor de verbetering van het carillon in de Domtoren en in 1625 werd hij benoemd tot beiaardier van de Dom. Later bekleedde hij dezelfde functie aan de Janskerk, de Jacobikerk en het stadhuis. In 1628 werd hij "directeur van de klokwerken" in Utrecht. Als zodanig wist hij vele verbeteringen door te voeren in het klokkenbestand in Utrecht. Hij bezocht ook andere steden om te adviseren over de verbetering van het carillon. Dankzij de inspanningen van Van Eyck kregen de Jacobikerk en de Nicolaïkerk in Utrecht een nieuw Hemony-klokkenspel. De Dom volgde pas enkele jaren na Van Eycks dood. Overgenomen van Wikipedia - Jacob van Eyk |
📜 𝐄𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐒𝐭𝐞𝐝𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐎𝐧𝐭𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐛𝐞𝐥𝐚𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟐 richtte de 𝐍.𝐕. 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 „𝐒𝐭𝐚𝐝𝐡𝐨𝐮𝐝𝐞𝐫𝐬𝐥𝐚𝐚𝐧” zich samen met de 𝐍.𝐕𝐞𝐧. „𝐃𝐞𝐬𝐤𝐚 𝐗𝐕𝐈𝐈”, 𝐗𝐗𝐈 𝐞𝐧 𝐗𝐗𝐈𝐈𝐈 tot het college van Burgemeester en Wethouders van Utrecht. Als eigenaresse van maar liefst 𝟐𝟔𝟑 woningen in de Albatros-, Lepelaar-, Snip-, Duiker- en Pelikaanstraat en de Laan van Soesbergen, uitte de maatschappij haar zorgen over de leefbaarheid in de wijk. Er werd met klem verzocht om het open terrein aan de 𝐋𝐚𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐞𝐬𝐛𝐞𝐫𝐠𝐞𝐧, grenzend aan de begraafplaats, te beplanten of te bestraten. De reden hiervoor was de „verregaande bandeloosheid” van de jeugd, die de omgeving verwaarloosde. Daarnaast werd er gevraagd om een betere straatreiniging, aangezien twee beurten per week onvoldoende bleken, en werd de politie bedankt voor het toegenomen toezicht in de wijk. 👮♂️ 𝐃𝐞 𝐔𝐢𝐭𝐛𝐫𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫 𝐛𝐢𝐣 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞𝐩𝐚𝐝 🚂 Enkele jaren later, op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟔, kwam er een belangrijk advies van de 𝐃𝐢𝐫𝐞𝐜𝐭𝐞𝐮𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞𝐰𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧 aan het licht. De 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 (𝐍𝐒) hadden een verzoek ingediend bij Gedeputeerde Staten om een extra spoor aan te leggen in de overweg van het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞𝐩𝐚𝐝. Dit was noodzakelijk om een nieuw te bouwen onderstation, nodig voor de elektrificatie van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch, per spoor bereikbaar te maken. De NS gaf aan dat de verkeershinder beperkt zou blijven, aangezien er hoofdzakelijk materialen voor de exploitatie van het onderstation vervoerd zouden worden. ⚡ 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐄𝐢𝐠𝐞𝐧𝐝𝐨𝐦𝐬𝐤𝐰𝐞𝐬𝐭𝐢𝐞𝐬 📜 Bij het onderzoek naar dit verzoek stuitte men op een complexe eigendomshistorie van het perceel, kadastraal bekend als 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟒𝟎𝟑. Hoewel de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 het beheer en onderhoud voerde sinds een overeenkomst van 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟑 en 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟐 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟏𝟒, bleek het eigendom formeel nog bij de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭 (𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧) te liggen. Dit was in strijd met een nog oudere afspraak van 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟑, waarbij was toegezegd dat dit weggedeelte — dat oorspronkelijk ter vervanging van een ander deel van het Houtenschepad diende — aan de wegbeheerders zou worden overgedragen. Het perceel had een omvang van 𝟑 𝐫𝐨𝐞𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟗𝟎 𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧 en was reeds op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟐 door de Provincie aangekocht voor de aanleg van de Rijnspoorweg. 🗺️ 𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐠𝐮𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 ✍️ Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟔 besloot het college van Burgemeester en Wethouders, onder leiding van burgemeester 𝐦𝐫. 𝐝𝐫. 𝐆.𝐀.𝐖. 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 te Utrecht, dat de gevraagde vergunning door de gemeente verleend moest worden. Hieraan werden echter strikte voorwaarden verbonden. De belangrijkste eis was dat de 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 het betreffende weggedeelte van de 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟒𝟎𝟑, nu eindelijk 𝐤𝐨𝐬𝐭𝐞𝐥𝐨𝐨𝐬 (voor een bedrag van 𝟎 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧) in vollen en vrijen eigendom aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 zouden overdragen. De NS stemde hier op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟕 in principe mee in, hoewel zij opmerkten dat het bewuste perceel groter was dan eerder in de akten van 1873 was omschreven. 🤝 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐍.𝐕. 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 „𝐒𝐭𝐚𝐝𝐡𝐨𝐮𝐝𝐞𝐫𝐬𝐥𝐚𝐚𝐧”, gevestigd aan de Statenlaan 38 te 's-Gravenhage, vertegenwoordigd door directeur de heer 𝐅. 𝐉. 𝐯. 𝐝. 𝐕𝐥𝐮𝐠𝐭. • 𝐃𝐞 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, vertegenwoordigd door Burgemeester 𝐦𝐫. 𝐝𝐫. 𝐆.𝐀.𝐖. 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤 en Secretaris 𝐦𝐫. 𝐉. 𝐝𝐞 𝐋𝐚𝐧𝐠𝐞. • 𝐃𝐞 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 (𝐍.𝐕. 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 𝐭𝐨𝐭 𝐄𝐱𝐩𝐥𝐨𝐢𝐭𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 en 𝐍.𝐕. 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐈𝐉𝐳𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠-𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣), gevestigd te Utrecht. • 𝐃𝐞 𝐃𝐢𝐫𝐞𝐜𝐭𝐞𝐮𝐫 𝐝𝐞𝐫 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞𝐰𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, verantwoordelijk voor de technische adviezen en toezicht op de uitvoering van de werken aan het Houtenschepad. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1007-3. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐞𝐭 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐩𝐨𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐜𝐞𝐞𝐥 𝐆𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐭𝐞 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟑 verscheen een gezelschap voor 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫, notaris met als standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De bijeenkomst vond plaats om de juridische eigendomsoverdracht te regelen van een specifiek perceel grond, gelegen in de 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, aan de weg die destijds werd aangeduid als de 𝐁𝐢𝐧𝐧𝐞𝐧𝐰𝐞𝐠 richting 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. Deze transactie is van groot belang voor de historische verkaveling van dit bosrijke gebied. 🖋️ 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 Bij deze rechtshandeling waren de volgende personen betrokken, waarbij de verkoper werd vertegenwoordigd door een gemachtigde: • 𝐉𝐨𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, gezantschapssecretaris, wonende te 𝐏𝐞𝐤𝐨𝐧𝐠 (gedomicilieerd te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞). Hij werd bij deze akte rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐢𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝, kandidaat-notaris wonende te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, handelende als gevolmachtigde krachtens een onderhandse akte van volmacht. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 Het verkochte betreft een perceel grond gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. Het object staat kadastraal bekend als een gedeelte van het perceel 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟓. De exacte grootte van het overgedragen terrein bedraagt 𝟔𝟏,𝟔𝟓 𝐚𝐫𝐞 (éé𝐧𝐞𝐧𝐳𝐞𝐬𝐭𝐢𝐠 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝐯𝐢𝐣𝐟𝐞𝐧𝐳𝐞𝐬𝐭𝐢𝐠 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞). Het perceel is ter plaatse afgepaald en maakt deel uit van de gronden grenzend aan de weg van de 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 naar 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. 🌳 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐠𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De verkoper had de eigendom van dit perceel (als onderdeel van een groter geheel) verkregen door middel van een akte van transport, verleden op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟑 ten overstaan van de notaris 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫. Deze eerdere aankomsttitel werd geregistreerd bij de hypotheekbewaarder te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭 op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟑 in deel 𝟕𝟓𝟒, nummer 𝟑. Hiermee was de historische keten van eigendom volledig gedocumenteerd. 📖 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐒𝐞𝐫𝐯𝐢𝐭𝐮𝐭𝐞𝐧 De overeengekomen koopsom voor dit perceel bedroeg 𝟓.𝟔𝟓𝟎 gulden (𝐯𝐢𝐣𝐟𝐝𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧𝐝 𝐳𝐞𝐬𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐯𝐢𝐣𝐟𝐭𝐢𝐠 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧). De koper heeft dit bedrag voldaan, waarvoor de verkoper volledige kwijting heeft verleend. De akte bevat zeer gedetailleerde bepalingen over wat er op de grond gebouwd mag worden. Er is onder meer vastgelegd dat er slechts één of twee dubbele landhuizen gebouwd mogen worden met een minimale waarde van 𝟏𝟎.𝟎𝟎𝟎 gulden per stuk. Ook zijn er strikte erfdienstbaarheden gevestigd aangaande de afscheidingen, het gebruik van de wegen en het verbod op hinderlijke inrichtingen (zoals fabrieken of cafe's) om het rustieke karakter van de 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 te waarborgen. 💰 𝐒𝐥𝐨𝐭 𝐞𝐧 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 De akte werd na voorlezing ondertekend door de gemachtigde van de verkoper, de koper, en de getuigen 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐨𝐧𝐬𝐮𝐬 𝐁𝐞𝐮𝐤𝐞𝐫𝐬 en 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐥𝐝𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐚𝐫𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝, beiden klerk te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De notaris 𝐦𝐫. 𝐌.𝐂.𝐀.𝐀.𝐇. 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫 bekrachtigde het geheel met zijn handtekening. De uiteindelijke inschrijving in de openbare registers vond plaats op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟑. 🏛️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1007-3.
𝐃𝐞 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 🖋️ Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟑 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞́ 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫, notaris ter standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. In de akte, die geregistreerd staat onder nummer 𝟒𝟑𝟒, werd de officiële eigendomsoverdracht vastgelegd van een perceel grond onder zeer specifieke en beperkende voorwaarden. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞́ 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫, de notaris te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, voor wie de akte is verleden. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐃𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 🏡 Het verkochte object betreft een perceel grond gelegen te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞, gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, gesitueerd aan de 𝐁𝐢𝐧𝐧𝐞𝐧𝐰𝐞𝐠 naar 𝐇𝐢𝐥𝐯𝐞𝐫𝐬𝐮𝐦. Kadastraal gezien maakt dit terrein deel uit van de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummer 𝟓. De grootte van het perceel is vastgesteld op ongeveer 𝟔𝟏 𝐚𝐫𝐞𝐧 en 𝟔𝟓 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. De verkoper had dit terrein eerder verkregen bij een akte van transport op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟑, eveneens verleden voor 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞́ 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫 en overgeschreven ten hypotheekkantore te 𝐀𝐦𝐞𝐫𝐬𝐟𝐨𝐨𝐫𝐭. Het perceel is ter plaatse nauwkeurig afgepaald volgens een bijbehorende tekening. 🗺️ 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 𝐞𝐧 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 💰 De verkoop is geschied voor de som van ƒ 𝟓.𝟔𝟓𝟎,-. Dit bedrag is door de koper voldaan, waarvoor de verkoper volledige kwijting heeft verleend. De akte bevat een uitgebreide lijst met 𝐞𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 en gebruiksbeperkingen ter bescherming van de omliggende percelen van de verkoper (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummers 𝟖𝟑 t/m 𝟗𝟐). Belangrijke punten uit deze lijst zijn: • Er mogen maximaal één villa en één of twee dubbele landhuisjes worden gebouwd. • Ter overbrugging van aangrenzende percelen (𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummers 𝟒 en 𝟒𝟗𝟐) zijn rechten van weg gevestigd van maximaal drie meter breed, te realiseren via twee overgangen. 𝐒𝐥𝐨𝐭 𝐞𝐧 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐬𝐭𝐞𝐥𝐥𝐢𝐧𝐠 ✍️ Nadat de akte en de vele kanttekeningen (waarin onder andere maten en bedragen werden gecorrigeerd) waren voorgelezen, is het document in minuut verleden te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧. De akte is direct daarop ondertekend door de comparanten, de getuigen 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐀𝐥𝐩𝐡𝐨𝐧𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐁𝐞𝐮𝐤𝐞𝐧 en 𝐓𝐡𝐞𝐨𝐝𝐨𝐫𝐮𝐬 𝐀𝐫𝐧𝐨𝐥𝐝𝐮𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐚𝐦𝐞𝐫𝐬𝐯𝐞𝐥𝐝, en de notaris. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Archief Eemland.
𝐃𝐞 𝐜𝐨𝐫𝐫𝐞𝐬𝐩𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐯𝐨𝐨𝐫𝐬𝐭𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞𝐰𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧 ✉️ Op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟔 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟕 bracht de Directeur der Gemeentewerken van Utrecht een belangrijk advies uit aan de Heeren Burgemeester en Wethouders. Dit schrijven was een reactie op een brief van de Directie der 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 (NS). De kern van de zaak betrof het leggen van een hulpspoor en het verplaatsen van de afsluitboom bij de overweg aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞𝐩𝐚𝐝. Dit was noodzakelijk voor de bouw van een onderstation ten behoeve van de elektrificatie van de spoorweg Utrecht - 's-Hertogenbosch. 🚂 Hoewel de NS bereid was mee te werken aan de overdracht van bepaalde weggedeelten, wilden zij de eigendomsoverdracht van het geel gekleurde gedeelte op de situatieteekening 𝐍𝐫. 𝐀 𝟑𝟗𝟕𝟖 voorlopig uitstellen. Dit specifieke deel, gelegen bij de overweg, zou pas overgedragen worden zodra definitief vaststond dat het niet meer nodig was voor spoorwegdoeleinden. De directeur van Gemeentewerken stemde hiermee in, mede omdat de overweg op termijn zou kunnen vervallen zodra de tunnel in de 𝐀𝐥𝐛𝐚𝐭𝐫𝐨𝐬𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 en de nieuwe weg parallel aan de 𝐋𝐚𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 gereed zouden zijn. 🛣️ 𝐇𝐞𝐭 𝐁𝐞𝐬𝐥𝐮𝐢𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞𝐫𝐚𝐚𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 ⚖️ Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟕 werd door de Gemeenteraad van Utrecht een formeel besluit genomen (Gedrukte Verzameling 1937, Nr. 215). In dit besluit werd de vergunning verleend aan de 𝐍𝐚𝐚𝐦𝐥𝐨𝐨𝐳𝐞 𝐕𝐞𝐧𝐧𝐨𝐨𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣 𝐭𝐨𝐭 𝐄𝐱𝐩𝐥𝐨𝐢𝐭𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭𝐬𝐬𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 (onderdeel van de NS) voor de aanleg van het hulpspoor. 📝 Tegelijkertijd werd besloten dat de Gemeente Utrecht diverse percelen en weggedeelten kosteloos in eigendom zou aanvaarden van de Staat (Spoorwegen). Dit omvatte niet alleen delen van het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞𝐩𝐚𝐝, maar ook de 𝐋𝐚𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 en aangrenzende stroken grond die toegang gaven tot de gronden van de 𝐅𝐮𝐧𝐝𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐚𝐥𝐥𝐚𝐞𝐬. 🏛️ 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐡𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐚𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 🔍 De betrokken gronden maakten deel uit van een complexe historische regeling die terugging tot 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟑 (en 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐣𝐮𝐧𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟑). Destijds was er een overeenkomst gesloten tussen de Commissarissen van den weg Utrecht-Schalkwijk en de 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐈𝐉𝐳𝐞𝐫𝐞𝐧 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐦𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣, maar de feitelijke eigendomsoverdracht was nooit voltooid. Het betrof de volgende kadastrale percelen: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐍𝐫. 𝟒𝟎𝟑 (een gedeelte hiervan). In een later document van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟑𝟖 wordt tevens melding gemaakt van een grenscorrectie bij de percelen: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐓𝐨𝐥𝐬𝐭𝐞𝐞𝐠, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐍𝐫. 𝟏𝟑𝟏𝟎 (voorheen nummer 949), behorende aan de NS. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende instanties en functionarissen waren betrokken bij deze transacties en besluitvorming: • 𝐅𝐮𝐧𝐝𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐚𝐥𝐥𝐚𝐞𝐬, eigenaar van de aangrenzende gronden waarvoor de toegang via de verharde weg (verlengde Lamstraat) gewaarborgd moest blijven. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1007-3.
𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐥𝐚𝐧𝐝𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 🏰 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟖 verscheen voor de weledelgestrenge heer 𝐦𝐫. 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐂𝐚𝐫𝐥 𝐀𝐧𝐝𝐫𝐞 𝐀𝐫𝐭𝐡𝐮𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐦𝐚𝐧𝐧 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫, notaris ter standplaats 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, een gemachtigde die de overdracht van een omvangrijk bezit in goede banen leidde. Het betreft hier een historisch transport waarbij gronden en opstallen van eigenaar wisselden, gelegen onder de rook van Baarn, in de provincie Utrecht. 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen en instanties waren betrokken bij deze transactie: • De Hoogwelgeboren Heer 𝐌𝐨𝐧𝐬𝐢𝐠𝐧𝐞𝐮𝐫 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐞𝐥𝐦𝐚𝐧𝐬 (ook vermeld als Bosch van Drakestein), geheim kamerheer van de Paus en wonende te Den Haag, die optrad als 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐫. • De heer 𝐀𝐝𝐫𝐢𝐚𝐧𝐮𝐬 𝐂𝐨𝐫𝐧𝐞𝐥𝐢𝐬 𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐮𝐢𝐣𝐧, lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, wonende te Utrecht, optredend als koper (voorzitter). • De heer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧𝐧𝐞𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐒𝐜𝐡𝐮𝐭𝐭𝐞 𝐕𝐚𝐤, verenigingsbestuurder wonende te Utrecht, optredend als koper (secretaris-penningmeester). • De vereniging 𝐑𝐨𝐨𝐦𝐬𝐜𝐡 𝐊𝐚𝐭𝐡𝐨𝐥𝐢𝐞𝐤 𝐖𝐞𝐫𝐤𝐥𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐯𝐞𝐫𝐛𝐚𝐧𝐝 𝐢𝐧 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝, gevestigd te Utrecht, als de uiteindelijke 𝐤𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣 die de eigendom aanvaardt. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐢𝐧𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐝𝐞𝐭𝐚𝐢𝐥𝐬 🌳 De transactie betreft een aanzienlijk areaal aan onroerende goederen, bestaande uit bouwland, weiland, bosch, wegen en eenige hakhout- en boschpercelen met de daarop staande opstallen. De goederen staan lokaal bekend onder de namen "𝐖𝐚𝐚𝐫𝐝 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝" en "𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠". Gezamenlijk beslaan deze percelen een oppervlakte van 𝟓𝟒 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟗𝟒 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟔𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧. Daarnaast zijn er nog diverse percelen zoals 𝟏𝟔𝟗𝟔, 𝟏𝟕𝟏𝟕, 𝟏𝟕𝟏𝟖, 𝟐𝟏𝟑𝟏, 𝟐𝟏𝟑𝟐, 𝟐𝟏𝟑𝟕, 𝟐𝟏𝟒𝟎, 𝟐𝟏𝟒𝟐, 𝟐𝟏𝟒𝟒, 𝟐𝟏𝟒𝟔, 𝟐𝟏𝟓𝟎, 𝟐𝟏𝟓𝟐, 𝟐𝟏𝟓𝟔, 𝟐𝟏𝟓𝟖, 𝟐𝟏𝟔𝟎, 𝟐𝟏𝟔𝟓, 𝟐𝟏𝟔𝟖, 𝟐𝟏𝟕𝟐, 𝟐𝟏𝟕𝟑, 𝟐𝟏𝟒𝟗, 𝟐𝟏𝟔𝟒, 𝟐𝟏𝟔𝟕 𝐞𝐧 𝟐𝟏𝟑𝟓, welke samen 𝟖 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞𝐧, 𝟖 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟕𝟗 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞𝐧 beslaan. Tevens wordt vermeld de 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭𝐰𝐞𝐠 naar Drakenburg, kadastraal bekend als 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐂, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟗𝟕𝟗 (ged.), groot 𝟐𝟓 𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝟐𝟓 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫en. 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐤𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 💰 De verkoper had de eigendom van deze goederen verkregen door de scheiding van een nalatenschap, vastgelegd in een akte verleden voor notaris Frans Paul Eijma te Baarn op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟎, welke nadien werd overgeschreven in de hypothecaire registers te Amersfoort. 𝐆𝐞𝐭𝐮𝐢𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠 ✍️ De akte werd verleden in tegenwoordigheid van twee getuigen: Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐭𝐫𝐚𝐧𝐬𝐟𝐨𝐫𝐦𝐚𝐭𝐨𝐫𝐳𝐮𝐢𝐥 𝐢𝐧 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 Op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟑𝟖 verscheen men voor de notaris om een bijzondere verkoop te bezegelen. Het betreft de overdracht van een specifiek perceel grond dat bestemd was voor de bouw van een transformatorhuisje. Dit kleine maar essentiële stukje infrastructuur was nodig voor de verdere elektrificatie van de regio rondom de Hollandsche Rading. De transactie werd officieel ingeschreven in de registers op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟑𝟗𝟖. ⚡ 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐩𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen en instanties waren betrokken bij deze overdracht: • 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐞𝐧, kantoorbediende wonende te Baarn, getuige bij de akte. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐠𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐥𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 Het verkochte object betreft een perceel grond gelegen op de 𝐑𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐞𝐧𝐧𝐞𝐧 nabij het rijwielpad naar de 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐑𝐚𝐝𝐢𝐧𝐠. Het gaat om een gedeelte van de kadastrale percelen in de gemeente 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, nummers 𝟓𝟐𝟓 en 𝟓𝟎. De totale grootte van het overgedragen deel bedraagt ongeveer veertien centiare (𝟏𝟒 𝐦²). Op de bijgevoegde situatietekening is duidelijk te zien dat het perceel grenst aan de weg naar Hilversum en gesitueerd is nabij een hotel en het "Dorpszicht". 📍 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐯𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐩𝐫𝐢𝐣𝐬 De verkoop van dit perceel vond plaats voor een bedrag van 𝐟 𝟕𝟓 (vijfenzeventig gulden). De koper, de P.U.E.M., verklaarde het terrein te aanvaarden in de staat waarin het zich bevond, met alle daaraan verbonden lusten en lasten. Een interessante voorwaarde in de akte is dat de koper de kosten voor de overdracht en de bouw van de transformatorinstallatie volledig voor eigen rekening nam. De machtiging voor deze aankoop was reeds eerder verleend door de Provinciale Staten van Utrecht op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟔 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟗 en door de Raad van Commissarissen van de P.U.E.M. op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟕 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟑𝟗. 💰 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐁𝐨𝐬 🌲 𝐎𝐩 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟖 verscheen voor 𝐦𝐫. 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐢𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝, notaris ter standplaats 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦, een bijzonder gezelschap voor de overdracht van een omvangrijk natuurgebied. De transactie markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van het landgoedbeheer in de regio, waarbij een indrukwekkende hoeveelheid bos- en heidegrond overging naar de Nederlandse Staat. De akte werd verleden in tegenwoordigheid van getuigen en gemachtigden die de belangen van de adel en de overheid vertegenwoordigden. De juridische levering vond plaats op basis van een koopovereenkomst die de basis legde voor de bescherming van dit natuurlijke erfgoed. 📜 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 • 𝐉𝐮𝐧𝐤𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐇𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡𝐮𝐬 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧, gezantschapssecretaris, wonende te 𝐏𝐫𝐚𝐚𝐠 (𝐓𝐬𝐣𝐞𝐜𝐡𝐨𝐬𝐥𝐨𝐰𝐚𝐤𝐢𝐣𝐞) en gedomicilieerd te 𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞. Hij trad op als verkoper, vertegenwoordigd door de notaris zelf krachtens een algemene volmacht verleden op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟑 voor 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐃𝐞𝐥𝐚 𝐁.𝐉.𝐅. 𝐒𝐭𝐞𝐢𝐧𝐦𝐞𝐭𝐳 te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 📍 Het verkochte betreft een enorme verzameling percelen, voornamelijk bestaande uit hakhout, dennenbos, heide, wegen en enkele woningen, gelegen in de 𝐤𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐠𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, secties 𝐄 en 𝐅, nabij 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. De totale grootte van het overgedragen gebied bedraagt circa 𝟐𝟒𝟗 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟗𝟐 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟒𝟔 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. De lijst met percelen is indrukwekkend en omvat onder andere: • 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅: De nummers 1 bis (weg), 60 (bosch), 61 (idem), 62 (hakhout), 63, 64 (dennenbosch), 65 (dennenbosch, hakhout), 66 (hakhout), 67 (tuin en dennenbosch), 68 (bosch), 69 (hakhout), 70 (bosch), 71 (erf als asrest), 72 (huis, plaats), 73, 74 (hakhout), 76 (asrest, dennenbosch en laar), 77 (hakhout), 78 (dennenbosch), 79 (bouwland), 80 (weg), 84 (hakhout), 104, 105 (tuin), 107 (bosch), 108 (hakhout), 110 (idem), 112 (idem), 113 (dennenbosch), 114 (hakhout), 116, 117 (idem), 309 (weg), 394, 395 (bosch), 412 (dennenbosch), 492 (bosch), 526 (hakhout, huis), 530 (weg), 531, 532, 533 (hakhout), 534 (bouwland), 535 (hakhout), 536 (idem), 585 (huis of tuin) en 608 (bosch). l𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐖𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 💰 De totale koopsom voor dit omvangrijke areaal bedroeg 𝐟. 𝟐𝟏𝟎.𝟎𝟎𝟎 (𝐭𝐰𝐞𝐞𝐡𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐭𝐢𝐞𝐧𝐝𝐮𝐢𝐳𝐞𝐧𝐝 𝐠𝐮𝐥𝐝𝐞𝐧). De verkoper verklaarde de koopsom reeds volledig te hebben ontvangen. Wat betreft de geschiedenis van het object wordt in de akte verwezen naar een eerdere verkrijging door de verkoper op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟐 voor 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐓.𝐏.𝐄. 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐢𝐭𝐳𝐡𝐮𝐢𝐣𝐳𝐞𝐧 te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧 (overgeschreven ten hypotheekkantore te Amersfoort in deel 738 nummer 135). Ook wordt melding gemaakt van een akte van depot van 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟕 voor 𝐧𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 𝐦𝐫. 𝐄.𝐀.𝐀.𝐇. 𝐑𝐨̈𝐦𝐞𝐫 te 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, betreffende de overdracht van bezittingen door de 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐥𝐞𝐢𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩𝐩𝐢𝐣. 🏛️ 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 ⚖️ De verkoop vond plaats onder diverse voorwaarden. Zo zijn alle risico's, schaden en reparaties vanaf de dag van levering voor rekening van de koper. De lopende huren en het genot van de jacht werden overgedragen, met uitzondering van specifieke afspraken met huurders zoals 𝐅. 𝐝𝐞 𝐕𝐞𝐧𝐭𝐞𝐫 (huur ƒ 24,50 per drie maanden) en 𝐁. 𝐌𝐨𝐞𝐬𝐯𝐞𝐥𝐝 (huur ƒ 6,00 per week). De verkoper garandeerde dat de eigendommen vrij waren van hypothecaire schulden of beslagen, met uitzondering van de in de akte genoemde servituten en zakelijke rechten. De overdracht onderstreept de transitie van privaat bezit naar een publieke natuurbestemming onder het beheer van de Staat. 🌿 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐞𝐞𝐧𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 Op de datum die in het document wordt aangeduid als heden, maar nader gespecificeerd door de bekrachtiging op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟑𝟖, verschenen de partijen voor de weledele heer 𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐓𝐡𝐨𝐦𝐚𝐬 𝐒𝐧𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. De kern van deze akte betreft een vernieuwd concept voor de afstand van grond gelegen aan het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐏𝐚𝐝 en de 𝐋𝐚𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 door de 𝐍.𝐕. 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧 aan de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Deze overdracht geschiedt kosteloos, met de specifieke bestemming dat de percelen zullen dienen als openbare straat. 🏛️ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐆𝐞𝐦𝐚𝐜𝐡𝐭𝐢𝐠𝐝𝐞𝐧 De volgende personen en instanties waren betrokken bij de juridische afhandeling van deze grondoverdracht: • De heer 𝐉𝐚𝐧 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐁𝐨𝐫𝐠𝐞𝐫𝐬, handelende als lasthebber van de naamlooze vennootschap: 𝐍.𝐕. 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. • De heer 𝐃𝐨𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐋𝐚𝐧𝐠𝐞, Secretaris der 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredende als gemachtigde van de Burgemeester van Utrecht. • De heer 𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐃𝐨𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐆𝐞𝐫𝐡𝐚𝐫𝐝 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐭𝐞𝐫 𝐏𝐞𝐥𝐤𝐰𝐢𝐣𝐤, Burgemeester van de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, die de gemeente vertegenwoordigt bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen. • De weledele heer 𝐦𝐞𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫 𝐅𝐫𝐚𝐧𝐬 𝐀𝐝𝐨𝐥𝐟 𝐆𝐮𝐭𝐭𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠, destijds candidaat-notaris en wonende te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, optredende als plaatsvervanger. • De heer 𝐒𝐜𝐡𝐚𝐫𝐫𝐨𝐨, Commandant van het 𝐈𝐈𝐞 𝐁𝐚𝐭𝐚𝐥𝐣𝐨𝐧, 𝐑𝐞𝐠𝐢𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐆𝐞𝐧𝐢𝐞𝐭𝐫𝐨𝐞𝐩𝐞𝐧, namens het Departement van Defensie. 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐆𝐞𝐠𝐞𝐯𝐞𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭𝐨𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 • 𝐋𝐨𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞: Gelegen nabij het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐏𝐚𝐝 en de 𝐋𝐚𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚𝐚𝐭 in de gemeente Utrecht. 📍 • 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐛𝐞𝐝𝐫𝐚𝐠: De overdracht vindt plaats voor een bedrag van ƒ 𝟎, aangezien het een kosteloze afstand betreft voor het algemeen nut (openbare straat). 💸 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐄𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐫𝐢𝐣𝐠𝐢𝐧𝐠 De overdragende partij, de 𝐍.𝐕. 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐒𝐩𝐨𝐨𝐫𝐰𝐞𝐠𝐞𝐧, had deze gronden eerder in eigendom verkregen blijkens een onderhandse akte gedateerd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟕. Deze akte werd vervolgens geregistreerd te Utrecht op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟖 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟕 en overgeschreven ten hypotheekkantore op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟕 in deel 𝟏𝟏𝟗𝟗 nummer 𝟏𝟐𝟐. 📑 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐠𝐮𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 In de documenten zijn diverse aanvullende overeenkomsten opgenomen. Zo is er sprake van een vergunning aan de 𝐅𝐮𝐧𝐝𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐏𝐚𝐥𝐥𝐚𝐞𝐬, gevestigd te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, voor het gebruik van een gedeelte van het spoorwegterrein als uitweg. Deze vergunning werd bekrachtigd op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚g 𝟐𝟗 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟎. Daarnaast is er een vergunning verleend aan de 𝐒𝐭𝐚𝐚𝐭 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐞𝐧 (𝐃𝐞𝐩𝐚𝐫𝐭𝐞𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐞𝐟𝐞𝐧𝐬𝐢𝐞) voor het leggen en onderhouden van telefoonkabels op spoorwegterrein, hetgeen werd ondertekend op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟒 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟗𝟑𝟕. 📞 Getranscribeerd met Google AI Gemini ----------------------------------------------------------------------------- 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐀𝐜𝐭𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐞𝐜𝐭𝐢𝐟𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟓 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟒𝟎 verschenen de betrokken partijen voor de afwikkeling van een bijzondere administratieve correctie. De aanleiding hiervoor was een eerdere transportakte die was verleden op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟑𝟖. Bij die oorspronkelijke transactie had de Staat der Nederlanden diverse percelen grond aangekocht. Echter, na een nauwkeurige kadastrale opmeting bleek dat de grenzen van de verkochte delen niet geheel juist waren weergegeven op de destijds gebruikte kaart. Om de eigendomsverhoudingen tussen de aangrenzende eigenaren zuiver te krijgen, werd deze akte van rectificatie opgesteld ten overstaan van de 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦𝐬𝐞 notaris 𝐦𝐫. 𝐁𝐚𝐫𝐨𝐧 𝐏𝐚𝐮𝐥𝐮𝐬 𝐀𝐥𝐨𝐢𝐬𝐢𝐮𝐬 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐮𝐬 𝐇𝐮𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟𝐥𝐚𝐧𝐝. 🖊️ 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐧roerend 𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐚𝐝𝐚𝐬𝐭𝐫𝐚𝐥𝐞 𝐒𝐢𝐭𝐮𝐚𝐭𝐢𝐞 De correctie heeft betrekking op percelen gelegen in de 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, specifiek onder de 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Het betreft percelen en perceelsgedeelten, deels met en deels zonder opstallen. Door de nieuwe opmeting is vastgesteld dat de grenzen tussen de private eigendommen en de staatseigendommen nauwkeuriger gedefinieerd moesten worden. De betrokken kadastrale gegevens zijn: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟔𝟓𝟔 (nieuw gevormd perceel). • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐚𝐚𝐫𝐧, 𝐬𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐅, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫𝐬 𝟔𝟓𝟓, 𝟔𝟓𝟕 𝐞𝐧 𝟔𝟓𝟖. De bedoeling van de partijen was om het perceel nummer 𝟔𝟓𝟔 in mede-eigendom te laten verblijven bij de familie Van Boetzelaer (Bosch van Drakestein), terwijl de nummers 𝟔𝟓𝟓, 𝟔𝟓𝟕 𝐞𝐧 𝟔𝟓𝟖 zonder mede-eigendom toekomen aan de Staat der Nederlanden (ten behoeve van het Staatsboschbeheer). 🌲 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 De volgende personen en gemachtigden waren bij deze rechtshandeling betrokken: • 𝐝𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫 𝐃𝐨𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐉𝐨𝐚𝐧 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐭𝐞𝐢𝐣𝐧, directeur van het Staatsboschbeheer, wonende te Zeist; in deze handelend namens de Staat der Nederlanden (Economische Zaken). 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐠𝐚𝐚𝐧𝐝𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 In de oorspronkelijke koopovereenkomst van 𝟏𝟗𝟑𝟖 was een bedrag gemoeid van ƒ. 𝟑.𝟓𝟎𝟎 (drieduizend vijfhonderd gulden), welk bedrag destijds reeds was voldaan en waarvoor kwijting was verleend. Deze huidige akte dient enkel om de "onjuistheden" in de omschrijving van de grenzen te herstellen, zodat de kadastrale registratie weer in overeenstemming is met de werkelijke bedoeling van de koop. De comparanten verklaarden dat hiermee alle eventuele geschillen over de perceelsgrenzen zijn opgelost. ⚖️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐮𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐓𝐮𝐢𝐧 "𝐃𝐨𝐫𝐩𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭" 🏠 Op woensdag 10 september 1947 werd voor de Amsterdamsche notaris mr. Paulus Aloisius Antonius Hubertus Graafland een transportakte verleden. In deze akte werd de eigendom overgedragen van een markant pand met bijbehorende gronden in de Lage Vuursche. De transactie vond plaats onder toeziend oog van getuigen en met goedkeuring van de relevante instanties uit die tijd. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 In deze akte treden de volgende personen op als verkoper, koper of gemachtigde: • De Heer Jan van Oosterom, hotelhouder, wonende te Lage Vuursche, Nummer 47 (Koper). 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🌳 De verkoop betreft diverse percelen gelegen in de Kadastrale Gemeente Baarn, Sectie F, te weten: • Een tuin te Lage Vuursche, kadastraal bekend als Sectie F, nummer 663, met een grootte van 31 aren en 49 centiaren. • Een huis met erf te Lage Vuursche, genummerd 47a, kadastraal bekend als Sectie F, nummer 524, met een grootte van 1 are en 50 centiaren. • Een zodanig gedeelte van het perceel te Lage Vuursche, kadastraal bekend als Sectie F, nummer 523 (oorspronkelijk groot 19 aren en 38 centiaren), zoals door partijen ter plaatse is afgepaald, ter grootte van ongeveer 7 aren en 50 centiaren. 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐨𝐩𝐯𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 📜 De verkoper had deze onroerende goederen verkregen via een akte van scheiding en deling, verleden op maandag 21 september 1931 ten overstaan van de notaris F.P.E. van Ditshuijzen te Baarn. De huidige verkoop aan de heer Van Oosterom is overeengekomen voor een bedrag van ƒ 27.000 (zeven en twintig duizend gulden). De koper aanvaardt het verkochte in de staat waarin het zich bevindt, inclusief alle lopende huren, baten en lasten vanaf de dag van de overdracht. Er werd expliciet vermeld dat er geen bezwaar bestond vanuit het "Prijsbureau voor Onroerende Zaken" te Amersfoort, wat noodzakelijk was gezien de regelgeving uit 1942. De definitieve inschrijving in de openbare registers vond plaats op donderdag 11 september 1947. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝗗𝗲 𝗧𝗿𝗮𝗻𝘀𝗮𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗲𝗻 𝗱𝗲 𝗡𝗼𝘁𝗮𝗿𝗶𝘀 📜 Op 𝘄𝗼𝗲𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟱 𝗻𝗼𝘃𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟰𝟳 verschenen de betrokken partijen voor de overdracht van diverse onroerende goederen. De akte werd verleden ten overstaan van 𝗺𝗿. 𝗔𝗹𝗯𝗲𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗔𝗹𝗯𝗲𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗠𝗮𝗿𝗶𝗻𝘂𝘀 𝗕𝗲𝗻𝗱𝗲𝗿𝘀, notaris met als standplaats 𝗔𝗺𝘀𝘁𝗲𝗿𝗱𝗮𝗺. De comparanten verklaarden een koopovereenkomst te hebben gesloten die reeds op 𝗺𝗮𝗮𝗻𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟳 𝗼𝗸𝘁𝗼𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟰𝟳 was goedgekeurd door het Rijksbureau voor Onroerende Zaken te Amersfoort. 🖋️ 𝗗𝗲 𝗕𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗣𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 👥 In deze akte treden de volgende personen op: • 𝗱𝗲 𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗝𝗮𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗢𝗼𝘀𝘁𝗿𝗼𝗺, restaurateur, wonende te 𝗟𝗮𝗮𝗴 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, volgens zijn verklaring gehuwd met zijn echtgenote in eerste echt (verkoper). 𝗢𝗯𝗷𝗲𝗰𝘁𝗴𝗲𝗴𝗲𝘃𝗲𝗻𝘀 𝗲𝗻 𝗞𝗮𝗱𝗮𝘀𝘁𝗿𝗮𝗹𝗲 𝗗𝗲𝘁𝗮𝗶𝗹𝘀 🏡 De verkoop betreft de onverdeelde helft in de navolgende onroerende goederen, allen gelegen in de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻: 𝟭. Het huis met tuin en erf, genaamd "𝗗𝗼𝗿𝗽𝘀𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁", staande en gelegen te 𝗟𝗮𝗮𝗴 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, kadastraal bekend gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝘀𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟱𝟭, groot 𝟭𝟮 𝗮𝗿𝗲. 🌳 𝟮. Een perceel tuingrond te 𝗟𝗮𝗮𝗴 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, kadastraal bekend gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝘀𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟲𝟲𝟯 (voorheen een gedeelte van 521), groot 𝟯𝟭 𝗮𝗿𝗲 𝗲𝗻 𝟮𝟵 𝗰𝗲𝗻𝘁𝗶𝗮𝗿𝗲. 🌱 𝟯. Het huis met ondergrond en erf, staande en gelegen te 𝗟𝗮𝗮𝗴 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, plaatselijk genummerd 𝟰𝟳𝗮, kadastraal bekend gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝘀𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟱𝟮𝟰, groot 𝟭 𝗮𝗿𝗲 𝗲𝗻 𝟱𝟬 𝗰𝗲𝗻𝘁𝗶𝗮𝗿𝗲. 🏠 𝟰. Een zodanig gedeelte van het perceel gelegen te 𝗟𝗮𝗮𝗴 𝗩𝘂𝘂𝗿𝘀𝗰𝗵𝗲, kadastraal bekend gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝘀𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗙, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟱𝟮𝟯, van het geheel groot 𝟭𝟵 𝗮𝗿𝗲 𝗲𝗻 𝟴𝟯 𝗰𝗲𝗻𝘁𝗶𝗮𝗿𝗲. 𝗛𝗶𝘀𝘁𝗼𝗿𝗶𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝗩𝗲𝗿𝗸𝗿𝗶𝗷𝗴𝗶𝗻𝗴 ⏳ De verkopers hebben de eigendom van de genoemde goederen verkregen door overschrijving ten hypotheekkantore te Amersfoort op 𝗱𝗶𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟭 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟮𝟴 (deel 987, nummer 17), zijnde het afschrift van een akte van verkoop en koop, houdende kwijting voor de koopsom. Deze eerdere akte werd op 𝘃𝗿𝗶𝗷𝗱𝗮𝗴 𝟳 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟮𝟴 verleden voor notaris 𝗷𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗢𝗽𝗿𝗮𝗮𝗱𝗹𝗮𝗻𝗱 te Amsterdam. 📜 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝗗𝗲 𝗼𝗳𝗳𝗶𝗰𝗶𝗲̈𝗹𝗲 𝘃𝗲𝗿𝗸𝗼𝗼𝗽 𝗲𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗱𝗿𝗮𝗰𝗵t Op 𝘄𝗼𝗲𝗻𝘀𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟴 𝗮𝘂𝗴𝘂𝘀𝘁𝘂𝘀 𝟭𝟵𝟰𝟵 verzamelden de betrokken partijen zich voor het verlijden van een belangrijke transportakte. Ten overstaan van de Amsterdamse notaris 𝗺𝗿. 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗔𝗹𝗼𝗶𝘀𝗶𝘂𝘀 𝗔𝗻𝘁𝗼𝗻𝗶𝘂𝘀 𝗛𝘂𝗶𝗯𝗲𝗿𝘁𝘂𝘀 𝗚𝗿𝗮𝗮𝗳𝗹𝗮𝗮𝗻 werd de juridische overdracht bekrachtigd. Het betreft hier een transactie waarbij een waardevol stuk land nabij Baarn van eigenaar wisselde voor de som van ƒ 𝟮𝟬.𝟬𝟬𝟬 (twintigduizend gulden). 🏛️ 𝗗𝗲 𝗯𝗲𝘁𝗿𝗼𝗸𝗸𝗲𝗻 𝗽𝗮𝗿𝘁𝗶𝗷𝗲𝗻 De transactie werd uitgevoerd door gemachtigden die de belangen van de feitelijke verkoper en koper behartigden: • 𝗗𝗲 𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗛𝗲𝗻𝗱𝗿𝗶𝗸 𝗖𝗼𝗿𝗻𝗲𝗹𝗶𝘀 𝗨𝗯𝗯𝗶𝗻𝗮𝘁, kantoorbediende, wonende te Amsterdam, optredend als gevolmachtigde van de verkoper: 𝗝𝗼𝗻𝗸𝗵𝗲𝗲er 𝗛𝗲𝗿𝗯𝗲𝗿𝘁 𝗣𝗮𝘂𝗹𝘂𝘀 𝗝𝗼𝘀𝗲𝗽𝗵𝘂𝘀 𝗕𝗼𝘀𝗰𝗵 𝘃𝗮𝗻 𝗗𝗿𝗮𝗸𝗲𝘀𝘁𝗲𝗶𝗻, laatstelijk Hare Majesteits Gezant te Athene, gedomicilieerd te ’s-Gravenhage en thans tijdelijk verblijvende te Lage Vuursche, gemeente Baarn. • 𝗗𝗲 𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗖𝗼𝗿𝗻𝗲𝗹𝗶𝘀 𝗔𝗱𝗿𝗶𝗮𝗮𝗻𝘀𝗲, makelaar, wonende te Baarn, optredend als gevolmachtigde van de koper: 𝗱𝗲 𝗵𝗲𝗲𝗿 𝗔𝗹𝗹𝗮𝗿𝗱 𝗣𝗶𝗲𝗿𝘀𝗼𝗻, bankier, wonende aan de Ferdinand Huycklaan 9 te Baarn. 𝗕𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝘃𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝗼𝗻𝗿𝗼𝗲𝗿𝗲𝗻𝗱 𝗴𝗼𝗲𝗱 Het object van deze verkoop is een prachtig perceel 𝗴𝗿𝗼𝗲𝗻𝗹𝗮𝗻𝗱, dat zeer gunstig gelegen is onder de gemeente 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻. Het land bevindt zich aan de 𝗦𝘁𝗿𝗮𝗮𝘁𝘄𝗲𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻 𝗻𝗮𝗮𝗿 𝗕𝘂𝗻𝘀𝗰𝗵𝗼𝘁𝗲𝗻. 🌿 • 𝗚𝗲𝗺𝗲𝗲𝗻𝘁𝗲 𝗕𝗮𝗮𝗿𝗻, 𝗦𝗲𝗰𝘁𝗶𝗲 𝗕, 𝗻𝘂𝗺𝗺𝗲𝗿 𝟮𝟵𝟵. Het perceel heeft een aanzienlijke omvang van 𝟭 𝗵𝗲𝗰𝘁𝗮𝗿𝗲, 𝟮 𝗮𝗿𝗲 𝗲𝗻 𝟵𝟮 𝗰𝗲𝗻𝘁𝗶𝗮𝗿𝗲. In de akte wordt benadrukt dat het verkochte wordt aanvaard in de staat waarin het zich op de dag van de verkoop bevindt, inclusief alle heersende en dienende erfdienstbaarheden. 📍 𝗛𝗶𝘀𝘁𝗼𝗿𝗶𝘀𝗰𝗵𝗲 𝗰𝗼𝗻𝘁𝗲𝘅𝘁 𝗲𝗻 𝗲𝗲𝗿𝗱𝗲𝗿𝗲 𝘃𝗲𝗿𝗸𝗿𝗶𝗷𝗴𝗶𝗻𝗴 Om de eigendomstitel te bevestigen, wordt in het document verwezen naar de geschiedenis van het perceel. De verkoper, Jonkheer Bosch van Drakestein, had dit eigendom verkregen via een 𝗮𝗸𝘁𝗲 𝘃𝗮𝗻 𝘀𝗰𝗵𝗲𝗶𝗱𝗶𝗻𝗴. Deze eerdere rechtshandeling vond plaats op 𝘇𝗮𝘁𝗲𝗿𝗱𝗮𝗴 𝟮𝟰 𝘀𝗲𝗽𝘁𝗲𝗺𝗯𝗲𝗿 𝟭𝟵𝟯𝟮 ten overstaan van de destijds te Baarn gevestigde notaris F.P.E. van Ditshuyzen. De overschrijving hiervan in de openbare registers vond destijds plaats op 23 september van datzelfde jaar in deel 738, nummer 135. 📜 𝗩𝗼𝗼𝗿𝘄𝗮𝗮𝗿𝗱𝗲𝗻 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗸𝗼𝗼𝗽 De koper, de heer Pierson, aanvaardt het perceel met alle bijbehorende baten en lasten vanaf de dag van de levering. Er is vastgelegd dat er geen verdere vrijwaring wordt verleend voor verborgen gebreken en dat het verschil tussen de werkelijke maat en de opgegeven maat geen aanleiding kan geven tot enige actie of wijziging van de koopprijs. De zakelijke overdracht werd voltooid met de inschrijving in de registers van het hypotheekkantoor te Amersfoort op 𝗱𝗼𝗻𝗱𝗲𝗿𝗱𝗮𝗴 𝟭𝟵 𝗮𝘂𝗴𝘂𝘀𝘁𝘂𝘀 𝟭𝟵𝟰𝟵. 🖊️ Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1294.
𝐄𝐞𝐧 𝐝𝐫𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧𝐝 𝐯𝐞𝐫𝐳𝐨𝐞𝐤 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐛𝐞𝐰𝐨𝐧𝐞𝐫𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝 📄 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟓 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟔𝟏 kwam er bij de gemeente Utrecht een dwingend verzoekschrift binnen, ondertekend door diverse bewoners van het 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞𝐩𝐚𝐝. In dit schrijven uitten zij hun ernstige bezorgdheid over de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid op het weggedeelte tussen de derde algemene begraafplaats en de gemeentegrens met Houten. De bewoners schetsten een somber beeld van een weg die, hoewel eigendom van de gemeente Utrecht, door een gebrek aan straatverlichting als een „achtergebleven gebied” werd ervaren. 🔦 𝐃𝐞 𝐠𝐫𝐢𝐞𝐯𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐠𝐞𝐯𝐚𝐫𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐞𝐞𝐧 𝐝𝐨𝐧𝐤𝐞𝐫𝐞 𝐮𝐢𝐭𝐯𝐚𝐥𝐬𝐰𝐞𝐠 ⚠️ De bewoners somden vijf specifieke grieven op die de onhoudbare situatie ter plaatse illustreerden: • Er was sprake van ernstige zedeloze overlast; vrouwen en meisjes werden lastiggevallen door mannen die „oneerbare handelingen” verrichtten, waarbij de daders door het gebrek aan licht gemakkelijk in het duister konden verdwijnen. 👮 𝐃𝐞 𝐛𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐛𝐞𝐰𝐨𝐧𝐞𝐫𝐬 (𝐚𝐝𝐫𝐞𝐬𝐬𝐚𝐧𝐭𝐞𝐧) ✍️ De volgende personen ondertekenden het verzoekschrift om hun ongenoegen kenbaar te maken aan het College van Burgemeester en Wethouders: • 𝐖. 𝐑𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐛𝐞𝐞𝐤, wonende aan het Houtensepad no. 67 te Utrecht. • 𝐇. 𝐉𝐚𝐧𝐠𝐞𝐫𝐬, wonende aan het Houtensepad no. 57 te Utrecht. • 𝐆. 𝐏. 𝐙𝐚𝐧𝐝𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭, wonende aan het Houtensepad no. 55 te Utrecht. • 𝐀. 𝐌. 𝐀. 𝐑𝐚𝐩𝐚𝐬𝐯𝐞𝐯𝐞𝐫 (of vergelijkbaar handschrift), wonende aan het Houtensepad no. 63 te Utrecht. • 𝐉. 𝐖. 𝐏𝐨𝐮𝐰, wonende aan het Houtensepad no. 65 te Utrecht. • 𝐌. 𝐏𝐥𝐚𝐬𝐦𝐞𝐢𝐣𝐞𝐫, wonende aan het Houtensepad no. 220 te Utrecht. • 𝐂. 𝐝𝐞 𝐁𝐫𝐞𝐞, wonende aan het Houtensepad no. 222 te Utrecht. • 𝐌. 𝐂. 𝐀𝐠𝐭𝐞𝐫𝐛𝐞𝐫𝐠, wonende aan het Houtensepad no. 200 te Utrecht. • 𝐉. 𝐃. 𝐌𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐲𝐬𝐞𝐧, wonende aan het Houtensepad no. 51 te Utrecht. 𝐀𝐦𝐛𝐭𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐞 𝐫𝐞𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐭𝐨𝐞𝐤𝐨𝐦𝐬𝐭𝐩𝐥𝐚𝐧𝐧𝐞𝐧 🏗️ In de daaropvolgende ambtelijke correspondentie werd erkend dat het Houtensepad niet meer voldeed aan de eisen van het moderne verkeer. De rijbaan werd als te smal beoordeeld en de breedte van het wegperceel (8 tot 9 meter) liet geen verbreding toe zonder de aankoop van extra grond. Er werd verwezen naar een ontwerp-uitbreidingsplan „𝐇𝐨𝐨𝐟𝐝𝐳𝐚𝐚𝐤 𝐋𝐮𝐧𝐞𝐭𝐭𝐞𝐧”, waarin een wijziging van het tracé van het Houtensepad was opgenomen, inclusief een aansluiting op de 𝐎𝐩𝐚𝐚𝐥𝐰𝐞𝐠. 🗺️ 🏗️ 𝐌𝐚𝐚𝐭𝐫𝐞𝐠𝐞𝐥𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐤𝐨𝐬𝐭𝐞𝐧𝐫𝐚𝐦𝐢𝐧𝐠 💰 Naar aanleiding van de klachten werden de volgende acties ondernomen of voorgesteld: Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA, 1007-3. ----------------------------------------------------------------------------- 𝐇𝐞𝐭 𝐕𝐞𝐫𝐡𝐚𝐚𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐮𝐝𝐞𝐥𝐚𝐚𝐧 𝐢𝐧 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞 🏡 Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐦𝐚𝐚𝐫𝐭 𝟏𝟗𝟕𝟕 werd bij het hypotheekkantoor te Utrecht een bijzondere akte ingeschreven die de overdracht van een perceel grond aan de 𝐊𝐨𝐮𝐝𝐞𝐥𝐚𝐚𝐧 markeerde. De feitelijke verkoop en levering vonden echter enkele dagen eerder plaats, toen de betrokken partijen bijeenkwamen om de juridische eigendomsoverdracht te bekrachtigen. 🖋️ 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 🌳 Het betreft een perceel grond gelegen aan de 𝐊𝐨𝐮𝐝𝐞𝐥𝐚𝐚𝐧 te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Dit stuk land staat kadastraal bekend als Gemeente 𝐃𝐞 𝐁𝐢𝐥𝐭, sectie 𝐀, nummer 𝟐𝟖𝟏. Het perceel heeft een aanzienlijke omvang van 𝟐𝟒 are en 𝟖 centiare. 📏 𝐃𝐞 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐚𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐰𝐚𝐚𝐫𝐝𝐞𝐧 💰 De verkoop van het perceel werd gesloten voor een bedrag van ƒ 𝟐𝟕.𝟓𝟎𝟎,-. De koper aanvaardde het onroerend goed in de staat waarin het zich op de dag van de levering bevond, inclusief alle bijbehorende rechten, verplichtingen en erfdienstbaarheden. De overdracht werd hiermee definitief bezegeld onder het toeziend oog van de kandidaat-notaris. ✅ 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 • 𝐅𝐫𝐞𝐝𝐞𝐫𝐢𝐤 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧 (Verkoper), particulier woonachtig te 𝐋𝐚𝐠𝐞 𝐕𝐮𝐮𝐫𝐬𝐜𝐡𝐞. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Kadaster (NL).
𝐃𝐞 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐝𝐫𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 ✍️ Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟔 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟐𝟎𝟎𝟗 vond de officiële levering plaats van een omvangrijk perceel landbouwgrond. Deze akte werd verleden in de gemeente 𝐃𝐨𝐞𝐬𝐛𝐮𝐫𝐠 ten overstaan van 𝐦𝐫. 𝐏𝐢𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐁𝐚𝐫𝐭𝐬𝐭𝐫𝐚, die op dat moment optrad als waarnemer voor 𝐦𝐫. 𝐔𝐧𝐞𝐤𝐨 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐧𝐤𝐞𝐧, notaris te 𝐃𝐨𝐞𝐬𝐛𝐮𝐫𝐠. Tijdens deze bijeenkomst werden de juridische formaliteiten afgehandeld om de eigendom van de grond officieel over te dragen aan de nieuwe eigenaar. 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👤 De volgende personen en instanties waren betrokken bij deze transactie: • 𝐏𝐚𝐭𝐫𝐢𝐜𝐢𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐕𝐫𝐢𝐞𝐬, die de volmacht verstrekte in zijn hoedanigheid van hoofd Grondzaken van de 𝐃𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤 𝐆𝐞𝐛𝐢𝐞𝐝. • 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐛𝐨𝐮𝐰𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧, de feitelijke koper van de landerijen, gevestigd te '𝐬-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐎𝐛𝐣𝐞𝐜𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐨𝐩𝐬𝐨𝐦 🌾 Het verkochte object betreft een aanzienlijk perceel landbouwgrond gelegen nabij de 𝐌𝐚𝐫𝐬𝐝𝐢𝐣𝐤 te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. In de openbare registers staat dit vastgoed bekend onder de kadastrale gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐁, met de nummers 𝟕𝟑, 𝟗𝟒𝟗 en 𝟗𝟓𝟎. De totale oppervlakte van de percelen bedraagt 𝟏𝟒 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟗𝟏 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟔𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. De koper heeft de intentie om deze gronden te gebruiken als landerijen voor agrarische doeleinden. De partijen zijn voor deze overdracht een koopsom overeengekomen van ƒ 𝟏.𝟎𝟖𝟐.𝟓𝟎𝟎,-. Dit bedrag is door de koper voldaan via een kwaliteitsrekening van het notariskantoor. 𝐆𝐞𝐬𝐜𝐡𝐢𝐞𝐝𝐞𝐧𝐢𝐬 𝐞𝐧 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 📜 De verkoper had de eigendom van deze percelen verkregen op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟖𝟏. Destijds werd de akte van verdeling verleden voor 𝐦𝐫. 𝐉.𝐓. 𝐀𝐧𝐞𝐦𝐚, die op dat moment notaris was in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Een opvallend aspect aan deze grond is dat het door de Staat is aangewezen als beschermd monument in de zin van de 𝐌𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧𝐰𝐞𝐭 𝟏𝟗𝟖𝟖. Bovendien maakt de locatie deel uit van de 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞 𝐇𝐨𝐥𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐞 𝐖𝐚𝐭𝐞𝐫𝐥𝐢𝐧𝐢𝐞, een 𝐍𝐚𝐭𝐢𝐨𝐧𝐚𝐚𝐥 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐬𝐜𝐡𝐚𝐩. Vanwege de vermoedelijke aanwezigheid van archeologische resten in het gebied, zoals die van 𝐅𝐞𝐜𝐭𝐢𝐨 en 𝐅𝐨𝐫𝐭 𝐕𝐞𝐜𝐭𝐡𝐭𝐞𝐧, gelden er strikte regels. Zo is er voor activiteiten zoals diepploegen (dieper dan 0,5 meter) een speciale aanlegvergunning van de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 vereist. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Kadaster (NL). |
Plattegrond van de landgoederen Nieuw-Amelisweerd, Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen, met in geel, roze, oranje en groen ingekleurd de toenmalige gebieden jachtgebieden van de gemeente Utrecht die waarbij de het jachtrecht werd gegund aan o.a de broers Bosch van Drakestein. |
Besluit van de gemeente Utrecht van 21 juli van het jaar 1961 om 40 hectare op landgoed Oud-Amelisweerd voor f. 120,- het jachtrecht te verpachten aan jhr. René Bosch van Drakestein. |
Onderhandse verhuring van het jachtrecht aan jhr. René Bosch van Drakestein (1901-1974). |
Plattegrond van Maarschalkerweerd in groen de aan te kopen gronden van landgoed Nieuw-Amelisweerd door de gemeente Utrecht van de familie Bosch van Drakestein. |
Plattegrond van Maarschalkerweerd met in gestreept grijs gearceerd de gronden van landgoed Nieuw-Amelisweerd van familie Bosch van Drakestein. |
Plattegrond van Maarschalkerweerd in groen de aan te kopen gronden van landgoed Nieuw-Amelisweerd door de gemeente Utrecht van de familie Bosch van Drakestein. |
Plattegrond van Maarschalkerweerd in groen de aan te kopen gronden van landgoed Nieuw-Amelisweerd door de gemeente Utrecht van de familie Bosch van Drakestein. |
Brief van de gouverneur van de Provincie Utrecht aan de gemeente Bunnik van 20 mei 1825 over de slechte staat van de Koningsweg. |
Aankondiging van de schouw van binnenwegen en zandpaden in de gemeente Bunnik op 13 juni 1838. |
Afschrift van het Provinciaal Bestuur van Utrecht aan de heer jhr. Henri Bosch van Drakestein, zoon van jhr. Johan Bosch van Drakestein met goed keuring om diverse bomen te rooijen, staande langs de Koningsweg. Datum van afschrift 15 april 1930. |
Afschrift van het Provinciaal Bestuur van Utrecht aan van 24 maart van het jaar 1919 aan jhr. Jan Willem Marie Bosch van Oud-Amelisweerd. Met het toestemming om diverse bomen langs de Koningsweg en mogen rooijen. |
Afschrift van besluit van het Provinciaal Bestuur van Utrecht van 27 januari 1919 om aan jhr. Johan Bosch van Drakestein toestemming te geven om diverse bomen te mogen kappen, staande langs de Koningsweg. |
Brief van jhr. Johan Bosch van Drakestein aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik om diverse bomen aan de Koningslaan en de Koningsweg te mogen rooijen. |
Lijst van aanwezigen Ingelanden die rond 1840 aanwezig waren bij de schouw van de Koningsweg. |
Kadastrale hypotheken no. 4 akte van aankoop van diverse landerijen langs de Rhijnspoorweg Amsterdam, Utrecht, Arnhem en landerijen van het Vechten Fectioterrein door de Staat der Nederlanden van de familie Van Nispen tot Sevenaer uit Arnhem. Dit in het kader van de voorgenomen aanleg van de rijksweg A12 van Den Haag, Utrecht naar Arnhem. |
Kadastrale hypotheken no. 4 akte van aankoop van diverse landerijen langs de Rhijnspoorweg Amsterdam, Utrecht, Arnhem en landerijen van het Vechten Fectioterrein door de Staat der Nederlanden van de familie Van Nispen tot Sevenaer uit Arnhem. Dit in het kader van de voorgenomen aanleg van de rijksweg A12 van Den Haag, Utrecht naar Arnhem. Bijbehorende plattegrond. |
Kadastrale hypotheken no. 4 akte van aankoop van diverse landerijen langs de Rhijnspoorweg Amsterdam, Utrecht, Arnhem en landerijen van het Vechten Fectioterrein door de Staat der Nederlanden van de familie Van Nispen tot Sevenaer uit Arnhem. Dit in het kader van de voorgenomen aanleg van de rijksweg A12 van Den Haag, Utrecht naar Arnhem. Met twee aankoopbedrage waaronder f. 28.556,24 en f. 5.296,23,-. |
Fragment van taxatierapport van het landgoed Nieuw-Amelisweerd uit 1961. |
Fragment van taxatierapport van het landgoed Nieuw-Amelisweerd uit 1961. |
Kadastrale gegevens van landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Kadastrale gegevens van landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Kadastrale gegevens van landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Taxatierapport (fragment) van landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Brief van 28 januari van het jaar 1964 van de broers Maurice, Louis en René Bosch van Drakestein aan de gemeente Utrecht met vermelding van de diverse verkoopvoorwaarden die de familie Bosch stelt tot de verkoop van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Brief van 28 januari van het jaar 1964 van de broers Maurice, Louis en René Bosch van Drakestein aan de gemeente Utrecht met vermelding van de diverse verkoopvoorwaarden die de familie Bosch stelt tot de verkoop van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Brief van 28 januari van het jaar 1964 van de broers Maurice, Louis en René Bosch van Drakestein aan de gemeente Utrecht met vermelding van de diverse verkoopvoorwaarden die de familie Bosch stelt tot de verkoop van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Brief van 28 januari van het jaar 1964 van de broers Maurice, Louis en René Bosch van Drakestein aan de gemeente Utrecht met vermelding van de diverse verkoopvoorwaarden die de familie Bosch stelt tot de verkoop van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Benoeming van de te verkopen oppervlakte van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Het officiële publicatiebesluit van de gemeente Utrecht om het landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964 aan te kopen van de familie Bosch van Drakestein. |
Het officiële publicatiebesluit van de gemeente Utrecht om het landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964 aan te kopen van de familie Bosch van Drakestein. |
Het officiële publicatiebesluit van de gemeente Utrecht om het landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964 aan te kopen van de familie Bosch van Drakestein. |



































.jpg/picture-200?_=16e8e6c8920)
.jpg/picture-200?_=16e8e6c71b0)
.jpg/picture-200?_=16e8e6c6210)
.jpg/picture-200?_=16e8e6c7598)















.jpg/picture-200?_=17e76ce23d1)




























.jpg/picture-200?_=178841c7200)
.jpg/picture-200?_=178841c4708)



























































