Familie Warin
Geschiedenis
Warin is een uit Vlaanderen afkomstig geslacht waarvan leden vanaf 1665 in Amsterdam waren gevestigd en waarvan leden vanaf 1815 tot de Nederlandse adel behoren en dat in 1902 uitstierf. De stamreeks begint met Nicolas Warin (1598-1631), winkelier en ontvanger en schepen van Merville. Zijn zoon Antoine Warin (1619-1691) werd raad en burgemeester van Mannheim en vestigde zich in 1665 in Amsterdam. Een achterkleinzoon van die laatste, Nicolaes Warin, heer van Schonauwen (1744-1815) werd bij Koninklijk Besluit van 16 september 1815 verheven in de Nederlandse adel. Met zijn kleindochter stierf het geslacht in 1902 uit. |
Naambetekenis
De naambetekenis van Warin komt van de Germaanse betekenis voor: hoeder, beschermer, bewaker, bewaken of zorgen. De naam komt ook voor bij de Germaanse volksnaam Warnen. |
Enkele Telgen
Jhr. mr. Nicolaes Warin, heer van Schonauwen (1744-1815), raad in de vroedschap van Amsterdam, lid van de Eerste Kamer. Jhr. mr. Anthonij Warin, heer van Schonauwen (1772-1852), rechter, lid van de Tweede Kamer.Jhr. Mr. Jacob Nicolaas Warin (1787-1833), 1e luitenant. Jkvr. Constantia Jacoba Agnes Warin, vrouwe van Nederhorst den Berg, Horstwaerde, Overmeer en Riethoven (1820-1902), laatste telg van het adellijke geslacht. |
Familie Ortt
Geschiedenis
De stamreeks begint met Hans Ort (Ort, Oort, Oert, Oirt) die een lakenbereider was en na 10 september 1554 overleed. Zijn achterkleinzoon Jean Ortt (1595-1654) vestigde zich in 1616 in Amsterdam. Een kleinzoon van de laatste, mr. Johann Ortt (1685-1740) wordt heer van Nijenrode en Breukelen. |
Naambetekenis
De naambetekenis Ortt is het oud Duits van wat in Nederland Oord betekend. Oord betekend vestigingsplaats. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland heeft het de betekenis van vestigingsplaats op de top (spits) van een berg. |
Adelverheffing
Bij Koninklijk Besluit van 13 november 1818, nr. 6 werd door koning Willem I der Nederlanden Hendrik Jacob Ortt in de adelstand verheven. |
👑 𝐄𝐞𝐧 𝐄𝐞𝐫𝐛𝐢𝐞𝐝𝐢𝐠 𝐕𝐞𝐫𝐳𝐨𝐞𝐤 𝐨𝐦 𝐄𝐫𝐤𝐞𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐢𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐞𝐝𝐞𝐫𝐥𝐚𝐧𝐝𝐬𝐞 𝐀𝐝𝐞𝐥𝐬𝐭𝐚𝐧𝐝 In de periode van 𝟏𝟖𝟏𝟓 tot 𝟏𝟖𝟏𝟖 richtte kapitein-ter-zee 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 zich herhaaldelijk tot Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden 🇳🇱 met het verzoek om officieel te worden erkend als behorende tot de Nederlandse adelstand 🎖️. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 onderbouwde zijn aanvraag door te wijzen op een historische wapenbrief die in het jaar 𝟏𝟓𝟑𝟗 door Keizer 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞 werd verleend aan zijn voorouders 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 📜. Daarnaast verwees hij naar documenten uit Heilbronn 🇩🇪 die aantoonden dat het geslacht 𝐎𝐫𝐭𝐭 in het Heilige Roomse Rijk tot de adel behoorde, alsmede naar het bezit van een riddermatig goed en huis in de provincie Utrecht 🏰. • 𝐒𝐮𝐩𝐩𝐥𝐢𝐚𝐧𝐭 / 𝐕𝐞𝐫𝐳𝐨𝐞𝐤𝐞𝐫: 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 (Kapitein-ter-zee) ⚓ • 𝐎𝐧𝐝𝐞𝐫𝐳𝐨𝐞𝐤𝐞𝐧𝐝 𝐎𝐫𝐠𝐚𝐚𝐧: Hoge Raad van Adel 🏛️ • 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐕𝐨𝐨𝐫𝐨𝐮𝐝𝐞𝐫𝐬: 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 📜 • 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐌𝐨𝐧𝐚𝐫𝐜𝐡: Keizer 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞 👑 Aller-eerst betreft de objectomschrijving in deze akten en stukken een 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐦𝐚𝐭𝐢𝐠 𝐠𝐨𝐞𝐝 𝐞𝐧 𝐡𝐮𝐢𝐬 🏰, gelegen in de provincie 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. Er zijn in deze specifieke adelsaanvragen en adviezen van de Hoge Raad van Adel geen kadastrale perceelnummers, secties of exacte oppervlakten vermeld 📐. Wat betreft de titel van herkomst beroept de verzoeker zich op de historische afstamming van de tak 𝐎𝐫𝐭𝐭 te Heilbronn 🇩🇪 en een wapenbrief van keizer 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞 uit het jaar 𝟏𝟓𝟑𝟗 📜. 📜 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐀𝐝𝐯𝐢𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐠𝐞 𝐑𝐚𝐚𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐝𝐞𝐥 (𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟏𝟔) Het behaagde Uwe Majesteit bij appointement van den 𝟐 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟏𝟔 N° 39, in onze handen, om consideration en advies te stellen het verzoek van 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭, kapitein ter zee, wonende te Amsterdam, daarby aan Hoogstdezelve herinnerende, zyne in den Jare 𝟏𝟖𝟏𝟓 en 𝟏𝟖𝟏𝟔, zoo wel schriftelyke als mondelinge gedane verzoeken om in den Adelstand dezer Lande te worden erkend 🎖️, en dat het Uwe Majesteit noch niet behaagd heeft, op dezelve eenige dispositie te nemen, waarom hy zich andermaal tot Hoogstdezelve wend, met bede, dat het Uwe Majesteit mogen behagen om hem Suppliant ex plenitudine potestatis als van Adel te erkennen 👑. Wy nemen eerbiedig de vryheid Uwe Majesteit insgelyks te herinneren, dat, het eerste verzoek om rede als boven ons by appointement marginaal van den 𝟐𝟕 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟓 N° 103 wierd toegezonden, en dat wy de eer hadden onder dagtekening van den 𝟐𝟕 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟓, aan Hoogstdezelve te rapporteren; dat de Wapenbrief welke 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞 in 𝟏𝟓𝟑𝟗 aan 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 heeft geschonken, en op dewelke men zich toen, zoo als ook nu weder, om als op een bewys van verkregen Adeldom beroept, geen brief van Adeldom is, en wy hebben breder by dat rapport aangetoond, dat, de rechtsgeleerden Doctores in Duitschland leeren, dat er, een aanmerkelijk onderscheid is, tusschen Adel- en Wapenbrieven, en dat de laatste wel en door brieven van Adeldom gevolgd kunnen worden. — Verders van oordeel zulk Uwe Majesteit, dat, al behieldzulk een Wapenbrief een bewys van Adeldom, dat de rekwestrant als dan nog zoude moeten bewijzen aftestammen van 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 of 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 de bovenvermeld, en wy Hoogstdezelve niet anders konde adviseren, dat er geene termines habiles gevonden wierden om het verzoek te accorderen ⚖️. Voor zoo verre nu het onderhavige verzoek, op de eygene gronden als het te voren gedane steund — Vermenen wy by ons opgemeld advies te moeten blijven persisteren. — Dan de Suppliant nu stellende, dat er eenige twijfeling omtrent zyn ingediende bewijzen mogten ontstaan, verlangd als dan, dat het Uwe Majesteit mogen behagen, ex plenitudine potestatis, hem voor Adel te erkennen. — Doch het komt ons voor, dat, dit verlangen vry onbedacht is daargesteld, daar toch nimmer de possessie van eenige titel 🎖️. 📜 𝐓𝐫𝐚𝐧𝐬𝐜𝐫𝐢𝐩𝐭𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐞𝐫𝐳𝐨𝐞𝐤𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐟𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 (𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟏𝟖 / 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟏𝟔) Aan Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Prins van Orange-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz. 👑 Geeft met alle verschuldigde eerbied te kennen 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭, Capiteyn ter Zee ten dienste Uwer Majesteit, wonende te Amsterdam ⚓. Dat hij in den jare 𝟏𝟖𝟏𝟓 zich tot Uwe Majesteit bij requeste onderdanigst heeft gewend en verzocht op grond van de daarbij copielijk en geregistreerde overgelegde wapenbrief door Keijzer 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞𝐧 in den jaare 𝟏𝟓𝟑𝟗 aan zijne voorouders uitgegeven 📜, mitsgaders op grond van de verdere daaromtrent overgelegde bewijzen — Dat de Familie 𝐎𝐫𝐭𝐭 als van Adel hier te lande mogte worden erkent zoo als de Branche in Duitschland in het Heilige Roomsch Rijk nog steeds als van Adel erkent wordt 🦅. Dat hij deze zijne bewijzen te rug ontvangen hebbende, het geluk niet heeft genoten van de dispositie van Uwe Majesteit op dit zijn verzoek eenige information te bekomen, en zich dierhalve verstond heeft in January 𝟏𝟖𝟏𝟔 Uwe Majesteit mondelings en met inzending teffens van schriftelijke bede om een gunstige dispositie op dit zijn verzoek lastig te vallen, doch hetwelk mede zonder dispositie gebleven is. Daar hij suppliant niet kan verwagten dat de Hoge Raad van Adel anders dan gunstig zoude hebben geadviseerd 🏛️, maar misschien eenige aanmerking kan gemaakt hebben op eene duisterheid in de filiatie veroorzaakt door in de tijd der reformatie exteerende onlusten en daardoor in het ongereden raaken of verplaatsen der publicke registers; Doch welke duisterheid den suppliant zich vlijt volkomen weggenomen te zyn door de bij het request overgelegde brieven van de Branche 𝐎𝐫𝐭𝐭 te Heilbronn die overtuigd is, en volmondig erkent dat de naar hier verplaatste Branche mede afstammeling zyn der Gebroeders 𝐎𝐫𝐭𝐭 aan wien het wapen door Keyzer 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐣𝐟𝐝𝐞 in voege voorgeschreven oud tijds afgegeven is 📜. Nademaal de suppliant op deze Gunst van Uwe Majesteit de grootste prijs stelt, daar het Hoogst Dezelve goedgunstig behaagd heeft, agt zijner Zwagers en voorts het grootste gedeelte zijner aanverwanten tot den adelstand te verheffen of als adel te erkennen 🎖️, en hij suppliant zelfs zedert een aantal jaren eigenaar is van een Riddermatig goed en huis in de Provincie Utrecht gelegen 🏰, Waarby eindelyk nog komt dat vele Adel in dit Uwer Majesteits Rijk eveneens hun diploma van opgemelde Vorst en omtrent dien tijd hebben ontvangen. So keert de suppliant zich andermaal tot Uwe Majesteit eerbiedig verzoekende, dat het Hoogst Dezelve moge behagen met voorbijziening van hetgeen misschien zoude kunnen geacht worden te ontbreken den suppliant en zijne familie ex plenitudine potestatis als van adel te Erkennen 👑. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 🖋️ Het analysereapport en de samenvattende transcriptie zijn succesvol verwerkt en opgemaakt in het gevraagde document. 📜 𝐀𝐝𝐞𝐥𝐬𝐞𝐫𝐤𝐞𝐧𝐧𝐢𝐧𝐠 𝐞𝐧 𝐀𝐟𝐬𝐭𝐚𝐦𝐦𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐆𝐞𝐬𝐥𝐚𝐜𝐡𝐭 𝐎𝐫𝐭𝐭 👑 In 𝐒'-𝐆𝐫𝐚𝐯𝐞𝐧𝐡𝐚𝐠𝐞 op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟓 heeft 𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐞 𝐑𝐚𝐚𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐝𝐞𝐥 een officieel rapport uitgebracht aan 𝐙𝐢𝐣𝐧 𝐌𝐚𝐣𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐭 𝐝𝐞 𝐊𝐨𝐧𝐢𝐧𝐠. Dit geschiedde naar aanleiding van het verzoekschrift ingediend op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟕 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟓 door 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭, 𝐜𝐚𝐩𝐢𝐭𝐞𝐢𝐧-𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐚𝐧𝐭-𝐭𝐞-𝐳𝐞𝐞 ⚓. Hij verzocht om formele erkenning van de adeldom van zijn familie en de afgifte van een bewijs van adeldom. 📄 Ter ondersteuning van zijn aanvraag heeft de verzoeker de volgende bewijsstukken overgelegd: 🏰 Uit onderzoek naar het keizerlijke diploma bleek dat het een op perkament in het Hoogduitsch geschreven en geauthenticeerd document betreft. Hierin schonk 𝐊𝐞𝐢𝐳𝐞𝐫 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐞𝐫𝐝𝐞 aan 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 en hun wettige nakomelingen een familiewapen 🛡️ en het recht om alle eer, waardigheden, leen- en rijksrechten te genieten. 🔍 Bij het onderzoek naar de genealogische bewijzen en doop- en trouwboeken stuitte de Raad echter op een onzekerheid. De verzoeker stamt af van 𝐒𝐭𝐞𝐟𝐟𝐚𝐞𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 (vader van 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐎𝐫𝐭𝐭). Een overgelegd bewijsstuk op los papier met een watermerk van een posthoorn 📯 noemt 𝐒𝐭𝐞𝐟𝐟𝐚𝐞𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 als zoon van 𝐉𝐨𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐚𝐥𝐝𝐞. De Raad oordeelde dat hierdoor de rechtstreekse afstamming van 𝐒𝐭𝐞𝐟𝐟𝐚𝐞𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 uit de in 𝟏𝟓𝟑𝟗 begenadigde gebroeders 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 en 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 onvoldoende wettig is aangetoond. ⚖️ Om die reden concludeerde 𝐝𝐞 𝐇𝐨𝐨𝐠𝐞 𝐑𝐚𝐚𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐀𝐝𝐞𝐥 dat er op dat moment geen wettige termen aanwezig waren om het verzoek om adelserkenning van 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 in te willigen. 📋 𝐎𝐯𝐞𝐫𝐳𝐢𝐜𝐡𝐭 𝐯𝐚𝐧 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐞𝐫𝐬𝐨𝐧𝐞𝐧 • 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 (𝐜𝐚𝐩𝐢𝐭𝐞𝐢𝐧-𝐥𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐚𝐧𝐭-𝐭𝐞-𝐳𝐞𝐞, verzoeker) • 𝐏𝐡𝐢𝐥𝐢𝐩 𝐎𝐫𝐭𝐭 (gebroeder, begunstigde van het diploma uit 𝟏𝟓𝟑𝟗) • 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐎𝐫𝐭𝐭 (gebroeder, begunstigde van het diploma uit 𝟏𝟓𝟑𝟗) • 𝐊𝐚𝐫𝐞𝐥 𝐝𝐞 𝐕𝐢𝐞𝐫𝐝𝐞 (Keizer van het Heilige Roomse Rijk) • 𝐒𝐭𝐞𝐟𝐟𝐚𝐞𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 (voorvader uit het geslacht Ortt) • 𝐉𝐨𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐭𝐭 (vader van Steffaen Ortt) • 𝐋𝐮𝐜𝐫𝐞𝐭𝐢𝐚 𝐁𝐨𝐮𝐝𝐚𝐞𝐧 (echtgenote van Joan Ortt in 𝟏𝟔𝟑𝟓) • 𝐄𝐥𝐢𝐬𝐚𝐛𝐞𝐭𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐖𝐚𝐥𝐝𝐞 (echtgenote van Joan Ortt) • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐎𝐫𝐭𝐭 (zoon van Steffaen Ortt) 📜 Verzoekschriften en Koninklijke Besluiten omtrent de Nederlandse Adelstand (1815–1818) In de opbouwperiode van het Koninkrijk der Nederlanden richtte 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨 𝐎𝐫𝐭𝐭 ⚓, kapitein-kolonel ter zee en eigenaar van de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝𝐚𝐚𝐧 🏰 gelegen aan de Vecht bij Breukelen, zich op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟓 met een verzoekschrift tot Zijne Koninklijke Hoogheid de Souvereine Vorst der Verenigde Nederlanden 👑. Hij verzocht formeel om erkenning van de adeldom voor de familie Ortt 📜. Hierbij een beroep doende op een adelsdiploma/wapenbrief uit het jaar 1542 verleend door Keizer Karel V ⚔️ voor bewezen krijgsdiensten, alsmede het historische bezit en bestuur van de 𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐣𝐞𝐧𝐫𝐨𝐝𝐞 𝐞𝐧 𝐁𝐫𝐞𝐮𝐤𝐞𝐥𝐞𝐧 🏰 vanaf 1675 tot 1795. Het verzoekschrift werd op 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟓 voor inhoudelijke toetsing overgedragen aan de Hooge Raad van Adel ⚖️. De Hooge Raad van Adel, onder leiding van onder meer 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐲𝐧𝐝𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐦𝐦𝐞𝐧 ⚖️ en 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐀𝐧𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐩𝐚𝐞𝐧 𝐥𝐚 𝐋𝐞𝐜𝐪 ⚖️, oordeelde na onderzoek van de bewijsstukken dat de geleverde argumenten niet voldoende bewijskracht boden om een wettig recht op de adelstand af te dwingen. Hun advies luidde derhalve dat op het voorliggende verzoek geen acht kon worden geslagen ❌. In de daaropvolgende jaren werden besluiten genomen inzake adellijke verheffingen en erkenningen. Bij Koninklijk Besluit No. 6 van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟖, bekrachtigd door Koning 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐈 👑 te 's-Gravenhage, werden de volgende beslissingen vastgelegd 📜: • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰: Verheven tot de Nederlandse adelstand. 📑 Transcriptie van de Archiefdocumenten Rekwest van Hendrik Jacob Ortt aan de Souvereine Vorst Nº 12. br. 23 feb. 1815. Exhibit: 27 feb. 1815 nº 103. Aan Zyne Koninglyke Hoogheid den Heere Prince van Oranje Nassau Souverein Vorst der vereenigde Nederlanden! 👑 Geeft eerbiediglyk te kennen 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭, kapitein Colonel ter Zee, eigenaar van de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝𝐚𝐚𝐧 gelegen aan de Vecht by Breukelen 🏰. Dat hy gezien hebbende dat het uwe Koninglyke Hoogheid behaagd heeft, zommige edellieden, die zedert lang in dit Land zyn gezeten, doch welke niet in de Ridderschap beschreven waren als Edellieden aante merken 📜. Weshalven hy zich reverentlyk tot uwe Koninglyke Hoogheid wendt met onderdanig verzoek dat het hoogst dezelve moge behagen, ook de adel van de familie Ortt te erkennen en daar van behoorlyk bewys in forma te doen afgeeven 📜. 't Welk doende etc. • 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐥𝐚𝐧𝐭 ⚖️ • 𝐕𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐨𝐨𝐫𝐭 ⚖️ Requete 𝐇. 𝐉. 𝐎𝐫𝐭𝐭, Kapitein Koll. ter Zee, Eigenaar van de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐎𝐮𝐝𝐚𝐚𝐧, gelegen aan de Vecht bij Breukelen 🏰. Om te obtineeren dat de Adel van de familie Ortt erkend worde 📜. 𝐝𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟑 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟓 • 𝐏𝐞𝐭𝐞𝐫 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐥𝐚𝐧𝐭 ⚖️ • 𝐕𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐍𝐨𝐨𝐫𝐭 ⚖️ Advies van de Hooge Raad van Adel dewelke men op grond van een verkregen regt eischt, zal kunnen toegekend worden, voor en aleer door klare bewyzen geconstateerd wordt, dat zoo danige titel met regt kan geëischt worden. — Daar wy nu vermeenen aan Uwe Majesteit te hebben aangetoond, dat die bewyzen niet duidelyk genoeg dat regt aantonen; Zoo zoude ons advies zyn, dat, op het verzoek zoo als het is leggende geen regard kan geslagen worden ⚖️. De Hooge Raad van Adel 🏛️ • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐋𝐲𝐧𝐝𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐇𝐞𝐦𝐦𝐞𝐧 ⚖️, Præs. • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐀𝐧𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐩𝐚𝐞𝐧 𝐥𝐚 𝐋𝐞𝐜𝐪 ⚖️ Koninklijk Besluit No. 6 (21 juli 1818) 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟖 Nº 6 Wij 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐈 👑, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz. Hebben goedgevonden en verstaan: 1º. Aan onzen gevolmachtigden Minister te Koppenhagen, 𝐉𝐚𝐧 𝐅𝐫𝐚𝐧ç𝐨𝐢𝐬 𝐂𝐨𝐦𝐛𝐫𝐮𝐠𝐠𝐡𝐞 🎖️, te verlenen den titel van Baron, erfelijk in zijne wettige mannelyke nakomelingen bij regt van eerstgeboorte; en aan hem en aan zijne wettige mannelyke nakomelingen toe te staan om den naam van Loringhe bij hunnen geslachtsnaam te voeren, zoo lang zij eigenaars van het goed van dien naam zullen zijn 🏰. 2º. Midsgaders te erkennen als tot den nederlandschen adel te behooren 📜: • 𝐌𝐨𝐬𝐞𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐉𝐞𝐫𝐨𝐧𝐢𝐦𝐨 𝐋𝐨𝐩𝐞𝐬 𝐒𝐮𝐚𝐬𝐬𝐨 📜 3º. En eindelijk tot den nederlandschen adelstand te verheffen 📜: • 𝐌𝐞𝐧𝐧𝐨 𝐂𝐨𝐞𝐡𝐨𝐨𝐫𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐜𝐡𝐞𝐥𝐭𝐢𝐧𝐠𝐚 🎖️ • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐎𝐫𝐭𝐭 ⚓, Kapitein ter Zee • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰 • 𝐉𝐚𝐜𝐨𝐛 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰 • 𝐀𝐝𝐚 𝐆𝐞𝐫𝐚𝐫𝐝𝐮𝐬 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰 • 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐏𝐞𝐭𝐫𝐮𝐬 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰 • 𝐀𝐛𝐫𝐚𝐡𝐚𝐦 𝐏𝐨𝐦𝐩𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐌𝐞𝐞𝐫𝐝𝐞𝐫𝐯𝐨𝐨𝐫𝐭 🏰 met vergunning zoo voor hun als voor alle hunne wettige nakomelingen, zoo mannelyke als vrouwelyke reeds geprocreëerd of nog te procreëeren, van de regten tot dien stand behorende of nog aan denzelven te verbinden 📜. Aan de adresfanten kennis zal worden gegeven ✉️. 's-Hage den 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐣𝐮𝐥𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟖 • 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐈 👑 Bron: Nationaal Archief, Koninklijke Besluiten. Samengesteld met Google Gemini AI. |
Heerlijkheid Schonauwen
Het gerecht Schonauwen, groot ca. 771 morgen, omvatte de ontginningseenheid Vuylcop. Kort na de ontginning schonk de bisschop in 1134 in eerste instantie het tiendrecht aan de abdij van Mariënweerd, en later, in 1139 ook nog de tijns en de rechtsmacht als een allodium, wat wil zeggen als volle eigendom en niet in leen. In 1271 gaven abt en convent de rechtsmacht over het gebied, met uitzondering van de uithof die de abdij er had, in leen aan Hubert van Beusichem, heer van Culemborg, die haar wellicht al kort daarna in achterleen gaf aan zijn broer Dirk Splinter van Beusichem. |
Gedurende eeuwen bleef het gerecht bezit van de de eigenaren van het kasteel. In 1727 werden op verzoek van de toenmalige eigenaar, Nicolaas van Bronkhorst, de heerlijkheid en het huis gescheiden in twee afzonderlijke lenen. |
In datzelfde jaar verkocht Van Bronkhorst de ambachtsheerlijkheid aan de familie Lestevenon, die haar bezat tot 1785, toen zij overging op de Familie Warin. In 1846 schonk Jhr. Antoni Warin haar aan zijn neef Jhr. Joan Ortt, wiens familie de heerlijkheid nu nog bezit. Bron: Houten; Ontstaan en Groei, O.J. Wttewaall en J.A.M. Smits. |
De 3 heren Van Schonauwen, Warin en Ortt
In 1720 werd, door de toenmalige eigenaar van het kasteel en de ambachtsheerlijkheid, aan Justus van Broekhuizen opdracht gegeven de ambachtsheerlijkheid in te meten en er een kaart van te vervaardigen. Op deze kaart werden tevens alle eigenaren van de grond vermeld. Bron: Rondom de Leedijk, 2003 O.J. Wttewaall. |
Bekende telgen
mr. Johann Ortt, heer van Nijenrode en Breukelen (1685-1740), schepen van Amsterdam |
Jhr. Nicolaas Warin, Heer van Schonauwen
Jhr. Nicolaes Warin, heer van Schonauwen (Amsterdam, 21 augustus 1744 - Gorinchem, 11 oktober 1815) was Nederlandse bestuurder. |
Familie
Warin, lid van de familie Warin, was een zoon van mr. Antoine Warin en Johanna Maria van der Waeyen. Hij trouwde met Susanna Sophia Dedel en na haar overlijden met Constantia Jacoba Ortt. Uit het eerste huwelijk werd onder anderen jhr. mr. Antoine Warin geboren. |
Loopbaan
Warin studeerde Romeins en hedendaags recht aan de Leidse Hogeschool en promoveerde in 1769 op de dissertatie De amore erga patriam. Vanaf 1770 was hij commissaris, drossaart en kastelein van Muiden. Later werd hij baljuw van Naarden en Gooiland en hoogbaljuw en dijkgraaf van Weesp, Weesperkarspel en Hoog-Bijlmer. Vanaf 1775 was hij bewindhebber bij de West-Indische Compagnie, hij werd directeur van de Sociëteit van Suriname (1782). In oktober 1787 werd hij in de vroedschap benoemd. Hij werd, net als zijn schoonzoon jhr. A.C.W. Munter, door het departement Zuiderzee afgevaardigd naar de Vergadering van Notabelen op 29 en 30 maart 1814. Hij werd lid van de raad van Amsterdam (1814-1815) en van de Provinciale Staten van Holland (1815). Op 21 september 1815 werd hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, hij overleed echter binnen een maand. |
Politieke functies
1775 - Bewindhebber bij de West-Indische Compagnie Overgenomen van Wikipedia. |
Jhr. Antoine Warin, Heer van Schonauwen
Jhr. Antoine Warin (Amsterdam, 1 december 1772 - aldaar, 23 november 1852) was een Nederlands rechter en politicus. Warin was een van de meest oppositionele Tweede Kamerleden uit de tijd van Willem I. Hij was rechter in Amsterdam en de zoon van een prinsgezinde Amsterdamse regent Nicolaes Warin. Als voorstander van ministeriële verantwoordelijkheid, openbaarheid van financiën en vrijhandel een politiek medestander van Van Hogendorp, met wiens dochter hij was getrouwd. Hij werd in 1820 tot Kamerlid gekozen. Stemde samen met de Zuid-Nederlanders tegen heffing van accijns op meel. Werd daarna niet herkozen, maar keerde drie jaar later terug. Speelde enkele keren een belangrijke rol bij parlementaire nederlagen van de regering. |
Politieke functies
1820 - 1822 lid Tweede Kamer der Staten-Generaal Overgenomen van Wikipedia. |
Algemene Begraafplaats Onder de Bomen
In de negentiende- en begin twintigste eeuw werden diverse familieleden Ortt van Schonauwen begraven op de Algemene Begraafplaats, Onder de Linden te Renkum, Gelderland. Hieronder volgt een galerie met foto's van graven en portretten van desbetreffende personen. |
Graf van Jhr. Hendrik Jacob Ortt van Schonauwen. Echtgenoot van Vrouwe A.M. Backer Ridder v/d Leopoldsorde Geb: te Utrecht 20 oktober 1857 Overl. te Velp 25 april 1923 en Jkvr. Agnes Maria Backer douairiere Jhr. H.J. Ortt van Schonauwen Geb. te Amsterdam 24 mei 1859 en overl. te Arnhem 10 oktober 1940. |
Begraafplaats Gedenckt te Sterven,
Oude Torenstraat 1 te Hilversum
Geschiedenis
Gedenkt te Sterven is de oudste nog bestaande begraafplaats in Hilversum. Een van de drie ingangen is bij de Oude Torenstraat achter de Grote Kerk. De begraafplaats werd in 1792 gesticht en op 1 januari 1793 geopend, net voordat het in 1795 verboden werd om in de kerk te begraven. De Grote Kerk stond toen aan de rand van het dorp Hilversum, en de begraafplaats bestond uit een rechthoekig, ommuurd stuk grond. Aan iedere kant was een ingang. De westelijke ingang is dichtgemetseld en tegen die muur staat nu het monument van Het Nieuwe Lyceum. |
In het begin van de 19de eeuw werden platliggende zerken gebruikt, pas in het midden van de 19de eeuw begon men graven te versieren met hekwerken en ornamenten. De noordelijke kant was de deftige kant, aan de zuidelijke kant lagen de goedkopere graven. In 1887 waren er op de begraafplaats alleen nog 42 armengraven, de rest van het terrein was vol. Op de Bosdrift werd de Nieuwe begraafplaats ingericht. De oude begraafplaats werd alleen nog door mensen gebruikt die een eigen graf hadden. |
Albertus Jansz Perk, notaris en wethouder van Hilversum; Overgenomen van Wikipedia. |
Jhr. Nicolaas Warin, Heer van Schonauwen. Geboren op 21 juli 1744 en overleden op 11 oktober 1815 op 71 jarige leeftijd. Oom van Jhr. Johan Ortt van Schonauwen. Jhr. Johan Ortt van Schonauwen. Geboren op 30 juni 1810 en overleden op 16 oktober 1898 op 88 jarige leeftijd. Echtgenoot van Cornelia Henriette Alewijn. Cornelia Henriette Alewijn. Geboren op 8 juli 1829 en overleden op 7 januari 1881 op 51 jarige leeftijd. Echtgenote van Johan Ortt van Schonauwen. |
Jhr. Jacob Nicolaas Warin. Geboren op 24 maart 1787 en overleden op 11 december 1833 op 46 jarige leeftijd. Jkvr. Maria Cornelia Witsen Elias. Geboren op 16 september 1791 en overleden op 1 oktober 1859 op 68 jarige leeftijd. Jkvr. Clara Wilhelma Elizabeth Warin. Geboren op 8 april 1819 en overleden op 15 januari 1899 op 79 jarige leeftijd. Jkvr. Constantia Jacoba Agnes Warin. Geboren op 18 november 1820 en overleden op 18 november 1902 op 82 jarige leeftijd. |
Jhr. Joan Reinout Jacob Ortt. Geboren op 23 maart 1811 en overleden op 11 januari 1812 op 0 jarige leeftijd. Jhr. Hendrik Jacob Ortt van Oudaan. Geboren op 26 december 1754 en overleden op 13 november 1826 op 71 jarige leeftijd. Jkvr. Henriette Constance Ortt. Geboren op 3 juni 1808 en overleden op 1 januari 1830 op 21 jarige leeftijd. Jkvr. Agnes Maria Warin. Geboren op 29 november 1771 en overleden op 30 april 1845 op 73 jarige leeftijd. Jkvr. Jacoba Constance Ortt. Geboren op 3 oktober 1855 en overleden op 18 augustus 1857 op 1 jarige leeftijd. Jhr. Willem Johan Ortt. Geboren op 13 oktober 1809 en overleden op 5 maart 1865 op 55 jarige leeftijd. Jkvr. Jacoba Elizabeth Ortt. Geboren op 30 maart 1868 en overleden op ... jarige leeftijd. Jkvr. Agnes Jacoba Ortt. Geboren op 30 april 1848 en overleden op 2 november 1877 op 29 jarige leeftijd. Jkvr. Olowine Margaretha Helena Ortt. Geboren in 1842 en overleden op 15 december 1889 op 47 jarige leeftijd. Jkvr. Agnes Maria Ortt. Geboren op 12 augustus 1815 en overleden op 1 maart 1899 op 83 jarige leeftijd. |
Begraafplaats Westerveld,
Duin en Kruidbergerweg 2-6, te Driehuis
Westerveld (Begraafplaats & Crematorium Westerveld), gelegen aan de Duin en Kruidbergerweg in Driehuis, is een van de oudste particuliere begraafplaatsen in Nederland. Op het terrein van de begraafplaats bevindt zich tevens een crematorium, het eerste van Nederland. Op 23 juli 1888 werd Koninklijke toestemming verkregen voor het inrichten van landgoed Westerveld tot begraafplaats. Op 1 mei 1890 werd de begraafplaats officieel geopend. Westerveld was vanaf het begin een begraafplaats voor "alle gezindten" – wat destijds nog iets bijzonders was – en legde aldus de grondslag voor de huidige algemene begraafplaatsen. Overgenomen van Wikipedia. |
Jkvr. Johanna Maria Warin. Gerboren 29 november 1778 en overleden op 1 juni 1874 op 95 jarig leeftijd. Samuel Johan Graaf van Limburg Stirum. Geboren op 2 mei 1798 en overleden op 30 augustus 1875 op 77 jarige leeftijd. |
Verhuring van het Jachtrecht van Schonauwen
𝐃𝐞 𝐎𝐨𝐫𝐬𝐩𝐫𝐨𝐧𝐤 𝐞𝐧 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 🏰 Eerder in de registers, op nummer 55, wordt vermeld hoe de 𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 via 𝐂𝐮𝐥𝐞𝐦𝐛𝐨𝐫𝐠𝐡 aan 𝐋𝐞𝐲𝐞𝐧𝐛𝐞𝐫𝐠𝐡 was gekomen. Via vererving en huwelijk met 𝐆. 𝐒𝐥𝐨𝐲𝐞𝐧𝐬 kwam het aan een dochter, wiens moeder tevens verbonden was met het geslacht van 𝐁𝐚𝐞𝐫𝐞𝐧 en 𝐖𝐢𝐥𝐥𝐞𝐦 𝐯𝐚𝐧 Z𝐗𝐮𝐲𝐥𝐞𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐍𝐢𝐞𝐯𝐞𝐥𝐭, de maarschalk. Deze hield 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 lange tijd in bezit. Omdat hij kinderloos stierf, werd het bezit toebedeeld aan de 𝐁𝐚𝐞𝐱𝐞𝐧𝐬. Later ging het over op de prinsen uit het land van Keulen en Gulik. Onlangs is het goed bij openbare koop overgegaan op jonkheer 𝐉𝐨𝐡𝐚𝐧 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐞𝐧𝐞𝐬𝐬𝐞, de voormalige proost van Mijdrecht. Deze heeft het niet lang daarna, met het nodige consent en op aandringen van zijn Excellentie, overgedragen aan de 𝐆𝐫𝐚𝐚𝐟 𝐯𝐚𝐧 𝐒𝐨𝐥𝐦𝐬, waarbij de 𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐯𝐚𝐧 𝐗𝐮𝐲𝐥𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐣𝐧 is overgedragen aan de 𝐏𝐫𝐢𝐧𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐫𝐚𝐧𝐣𝐞, die nu titelvoerder is van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en het bijbehorende dorp. 𝐉𝐚𝐠𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 Utrecht, 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟕. De weledelgeboren heer 𝐖. 𝐉. 𝐌. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, lid van de Provinciale Staten en de gemeenteraad van Utrecht, richt een schrijven ✉️ aan een nader te noemen correspondent betreffende een kwestie over het 𝐣𝐚𝐠𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 op de gronden van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧. In 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟏𝟐 hebben de erven van de douairière van de heer 𝐕𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐂𝐚𝐩𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧, heer van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 (geboren 𝐈𝐯𝐨𝐲), onder meerdere publiek verkocht de 𝐛𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en de 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝. De 𝐛𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 werd aangekocht door de heer 𝐑𝐚𝐯𝐞𝐞 en behoort thans toe aan de heer 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬. De 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 werd indertijd aangekocht voor de overgrootmoeder van de schrijver, de weduwe 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 (geboren 𝐁𝐢𝐣level𝐝), en behoort thans aan zijn moeder, mevrouw de douairière 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 (geboren 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧). Nu doet zich het geval voor dat de heer 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬 dit jaar zijn jagt heeft verhuurd aan de heer 𝐊𝐥𝐢𝐧𝐤𝐡𝐚𝐦𝐞𝐫. Daaronder vallen verscheidene hectaren van andere eigenaars, strekkende ook over een groot gedeelte van de 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝. In de afpaling heeft hij palen doen plaatsen met het opschrift "Vrije jagt van Schonauwen". De schrijver stelt nadrukkelijk dat het hun vaste voornemen is om dit gepretendeerde jagtveld niet te dulden. Er is reeds een paal die op hun gronden stond verwijderd op advies van hun advocaat ⚖️. In de eigendomsbewijzen van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 wordt met geen woord van heerlijk jagt gerept. De heer 𝐑𝐚𝐯𝐞𝐞 heeft indertijd wel de 𝐛𝐮𝐢𝐭𝐞𝐧𝐩𝐥𝐚𝐚𝐭𝐬 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 gekocht, maar niet de 𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧, omdat destijds die rechten niet bestonden. Heerlijk jagtrecht heeft de heer 𝐑𝐚𝐯𝐞𝐞 dus niet gekocht. Om de zaak helder te krijgen verzoekt de schrijver om inlichtingen over de toestand van de heerlijkheid vóór 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟕𝟓𝟎 en de titels na 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟖𝟏𝟐, inclusief de naam van de 𝐦𝐫. notaris die de akten heeft opgemaakt. • Pro memorie. • Onvolledig biljet van de verkoop van de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 (in het jaar 𝟏𝟓𝟑𝟔 als zodanig door de Staten erkend) in het jaar 𝟏𝟕𝟓𝟖. In 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟔 is de ambachtsheerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 overgegaan bij akte gepasseerd voor de 𝐦𝐫. notaris 𝐁𝐢𝐞𝐬𝐦𝐚𝐧, 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧𝐬 𝐞𝐧 𝐋𝐨𝐮𝐰𝐞𝐧𝐬𝐳 te Amsterdam. De staat maakt alleen melding van de ambachtsheerlijke rechten tot benoeming en voordracht van schout, schepenen, ontvanger enzovoorts, en spreekt van geen jagt of visserij. Daar deze overdracht plaatsvond na de samensmelting van de gemeenten ’𝐭 𝐆𝐨𝐨𝐲, 𝐎𝐮𝐝-𝐖𝐮𝐥𝐯𝐞𝐧 en 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 tot de gemeente 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧, zijn er geen nadere voordrachten meer gedaan. Van schout, schepenen noch ontvanger van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 worden door de ambachtsheer recognities geheven. De heer 𝐖𝐚𝐫𝐢𝐧 heeft bij het openen van de jagt weleens een haas of een konijn bezorgd aan de schrijver, maar dit was een vriendendienst en staat in geen verband met heerlijke jagtrechten 🐇. De toegezonden stukken tonen aan dat in de papieren nergens rechtstreeks van een jagtrecht van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 wordt gesproken. Alleen rust op de 𝐯𝐢𝐬𝐬𝐞𝐫𝐢𝐣, in een gedeelte van de Schalkwijksche wetering, een specifiek recht 🐟. Tevens wordt gevraagd waar de 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 exact gelegen is; wordt daarmee bedoeld de boerderij onmiddellijk ten oosten tegen de grachten van het kasteel gelegen? Het antwoord hierop luidt dat de 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 gelegen is aan de overzijde van de weg Utrecht–Culemborg, tegenover het goed 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧, zoals een bijgaand schetsje 🗺️ aanwijst. Utrecht, 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟓 𝐚𝐩𝐫𝐢𝐥 𝟏𝟖𝟕𝟖. De correspondentie wordt voortgezet met het bericht dat de heer 𝐊𝐫𝐨𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠, die met permissie de 𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 bejaagd heeft, op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟐 𝐨𝐤𝐭𝐨𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟕𝟕 is gecalangeerd (begaat een overtreding) wegens het jagen zonder vergunning van de rechthebbende op de heerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧, de heer 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬. Dit gebeurde door een onbezoldigde jachtopziener van de heer 𝐊link𝐡𝐚𝐦𝐞𝐫. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt en naar het Openbaar Ministerie gezonden ⚖️. De heer 𝐊𝐫𝐨𝐧𝐞𝐧𝐛𝐮𝐫𝐠 is daarop door de burgemeester van 𝐋𝐚𝐧𝐠𝐛𝐫𝐨𝐞𝐤 opgeroepen, die hem enkele vragen stelde en dit ondertekend terugzond. Er volgde een dagvaarding voor het kantongerecht te Wijk bij Duurstede tegen 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟕 𝐦𝐞𝐢 𝟏𝟖𝟕𝟖. De beklaagde zal worden bijgestaan door de advocaat 𝐕𝐚𝐧 𝐄𝐞𝐝𝐞𝐧. Men is ervan overtuigd dat hij zal worden vrijgesproken, of dat de vervolging zal worden geschorst totdat door de burgerlijke rechter is uitgemaakt wie daadwerkelijk het recht op de jacht heeft. Om de zaak voor de rechter in Wijk te versterken, is het tonen van de transportakte van 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟖𝟒𝟔 van de 𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 van groot belang. Er wordt verzocht deze akte voor enkele dagen toe te vertrouwen of een notarieel uittreksel te verstrekken via de opvolger van de overleden 𝐦𝐫. notaris 𝐑𝐢𝐞𝐬𝐦𝐚𝐧, zijnde de 𝐦𝐫. notaris 𝐉. 𝐀. 𝐒𝐦𝐢𝐭𝐬 te Amsterdam 📑. Dit zal dienen om aan te tonen dat de jachtrechten destijds niet zijn overgedragen. 𝐉𝐚𝐠𝐭𝐫𝐞𝐠𝐭𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐇𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 🪶 De kwestie over de ridderstatus en de uitoefening van het jachtrecht rondom de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en de hofstede 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 heeft geleid tot een uitgebreide briefwisseling tussen betrokken heren en onderzoekers. In 𝟏𝟖𝟏𝟐 hebben de erven van de douairière den heer 𝐕𝐚𝐧 𝐝𝐞𝐫 𝐂𝐚𝐩𝐞𝐥𝐥𝐞𝐧, heer van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 (geboren 𝐈𝐯𝐨𝐲), onder meerdere publieke verkopen de buitenplaats 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en de hofstede 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 overgedragen. De buitenplaats werd destijds aangekocht door de heer 𝐑𝐚𝐯𝐞𝐞 en behoort later toe aan de heer 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬. De hofstede 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐨𝐧𝐞𝐯𝐞𝐥𝐝 werd aangekocht voor de overgrootmoeder de weduwe 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, geboren 𝐕𝐚𝐧 𝐁𝐲𝐥𝐞𝐯𝐞𝐥𝐭, en is nadien overgegaan op haar dochter, mevrouw de douairière 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, geboren 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡 𝐯𝐚𝐧 𝐃𝐫𝐚𝐤𝐞𝐬𝐭𝐞𝐢𝐧. 🌳 Uit het historisch onderzoek en de inventarisatie komen verschillende oude stukken en registers naar voren die licht werpen op de overdracht van de 𝐚𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧: • Een oude kaart uit het jaar 𝟏𝟕𝟐𝟎 van de gronden behorende tot de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 en van de 𝐚𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 van die naam. 🗺️ • Lijsten van charters en papieren concernerende de heerlijkheid 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 lopende van de 𝟏𝟒𝐞 𝐞𝐞𝐮𝐰 tot het jaar 𝟏𝟔𝟗𝟔 en 𝟏𝟕𝟓𝟔. 📑 • Een verslag of billet van de verkoop van de 𝐫𝐢𝐝𝐝𝐞𝐫𝐡𝐨𝐟𝐬𝐭𝐚𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧 (in 𝟏𝟓𝟑𝟔 als zodanig door de Staten erkend) in het jaar 𝟏𝟕𝟗𝟖. 🏛️ In 𝟏𝟖𝟕𝟖 intensiveert de zoektocht naar de officiële documenten van deze overdracht uit 𝟏𝟖𝟒𝟔. Er wordt contact gezocht met 𝐦𝐫. 𝐉.𝐀. 𝐒𝐦𝐢𝐭𝐬, notaris te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦, als opvolger van 𝐦𝐫. 𝐑𝐢𝐞𝐬𝐦𝐚𝐧 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧𝐬, om een afschrift of grosse te verkrijgen van de akte van overdracht van de 𝐚𝐦𝐛𝐚𝐜𝐡𝐭𝐬𝐡𝐞𝐞𝐫𝐥𝐢𝐣𝐤𝐡𝐞𝐢𝐝 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧. De notaris in 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦 laat na grondig onderzoek in zijn registers echter weten dat hij geen registratie of kopie van een dergelijk overgangsstuk heeft kunnen vinden. Het vermoeden rijst dat het document destijds enkel privé is opgesteld door 𝐦𝐫. 𝐑𝐢𝐞𝐬𝐦a𝐧 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧𝐬 en nooit officieel is ingeschreven in de openbare registers van de hypotheken te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 🔍 Uiteindelijk worden de originele perkamenten stukken en de oude kaart na lang zoeken in het archief teruggevonden tussen andere portefeuille-documenten. De stukken worden per expeditie via 𝐆𝐞𝐧𝐝 & 𝐋𝐨𝐨𝐬 verzonden naar het adres aan de Rijnkade te 𝐀𝐫𝐧𝐡𝐞𝐦. Hoewel de stukken wegens een eerdere rechterlijke uitspraak bij het kantongerecht te 𝐖𝐢𝐣𝐤 𝐛𝐢𝐣 𝐃𝐮𝐮𝐫𝐬𝐭𝐞𝐝𝐞 — waarbij het jachtrecht nadelig werd beslist — niet direct meer als rechtsmiddel in een hoger beroep (appel) kunnen dienen, beëindigt de overdracht van de stukken een slepend historisch conflict. Het jachtrecht op de gronden wordt uiteindelijk definitief geregeld door de jachtrechten op de eigen landen af te kopen van de eigenaar van 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧. 🕊️ • 𝐖.𝐉.𝐇. 𝐁𝐨𝐬𝐜𝐡, lid van de Provinciale Staten en de gemeenteraad van 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭, onderzoeker en correspondent in deze kwestie. ✒️ • 𝐍𝐢𝐞𝐮𝐰𝐞𝐧𝐡𝐮𝐢𝐬, eigenaar van de buitenplaats 𝐒𝐜𝐡𝐨𝐧𝐚𝐮𝐰𝐞𝐧, die de jachtpalen liet plaatsen. 🏹 • 𝐊link𝐡𝐚𝐦𝐞𝐫, de huurder van het jachtveld. 🐕 • 𝐦𝐫. 𝐉.𝐀. 𝐒𝐦𝐢𝐭𝐬, notaris te 𝐀𝐦𝐬𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐦. ⚖️ • 𝐦𝐫. 𝐑𝐢𝐞𝐬𝐦𝐚𝐧 𝐒𝐢𝐦𝐨𝐧𝐬, voormalig notaris te 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭. 📜 Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: HUA. |
DISCLAIMER
Foto's voorzien van een SHH watermerk in de foto zijn uitsluitend bedoeld voor vertoning op deze website. Rechten liggen bij het Huisarchief Wickenburgh. |

















.jpg/picture-200?_=17a0b7f5888)









.jpg/picture-200?_=17a0b6855e8)
%20en%20Christiaan%20Reynier%20Schuller%20tot%20Peursum%20(1854-1903)%2018811890002.jpg/picture-200?_=17a0b721600)
.jpg/picture-200?_=17a0b6803e0)
.jpg/picture-200?_=171ffb7b228)
.jpg/picture-200?_=17a0b6e8008)
.jpg/picture-200?_=17a0b6e2a18)
.jpg/picture-200?_=17a0b70aea0)
%2018791884002.jpg/picture-200?_=17a0b7006a8)
.jpg/picture-200?_=17a0b714310)
.jpg/picture-200?_=17a0b753ab0)
.jpg/picture-200?_=17a0b74e8a8)
.jpg/picture-200?_=17a0b742170)


















