Boerderij De Prins aan de Achterdijk 1 te Bunnik - Vechten
Het bezit geweest van familie's Van Tuyll van Serooskerken van Zuylen, De Heus, Obreen, Bonnike, Van Rijckevorsel van Kessel en Van Oostrom
De monumentale witgepleisterde dwarshuisboerderij met een rieten kap is omstreeks 1674 gebouwd op de plaats van een oudere voorganger, die in 1672 door de Franse troepen werd verwoest. Tot 1735 heeft de boerderij ook dienst gedaan als herberg. De naam ‘De Prins’ herinnert aan een bezoek dat de Prins van Oranje aan de herberg zou hebben gebracht. De voorgevel heeft zes 19de eeuwse zesruitsschuifvensters met luiken. Uit deze tijd dateert mogelijk ook het dakhuis met zadeldakje. De opkamer links beschikt nog over 18de eeuwse vensters met luiken. |
Een andere kleur baksteen en soort dakbedekking wijzen op een verbreding van het achterhuis. Omstreeks 1955 zijn de stalvensters vernieuwd. In 1964 is in verband met dubbele bewoning de kaaskamer rechts in het woonhuis gewijzigd in een woonkamer met keuken. In de rechter zijgevel zijn een raam en een deur geplaatst. Bij de boerderij staan twee 19de eeuwse veeschuren, waartussen een mestkuil. |
De hooischuur is in 1964 gebouwd ter vervanging van een drietal hooibergen. De boerderij is markant gelegen aan de T-kruising Achterdijk-Provincialeweg en vormt samen met de boerderij Provincialeweg 116 een belangrijk restant van de laat-17de eeuwse bebouwing van het gehucht Vechten. Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij. |
Na jaren van achteruitgang werd de boerderij in 2014 en 2015 opgeknapt en vestigde restaurant VROEG er zich. In 2018 branden de keuken in de vroegere schuur af. Eind 2019 was het restaurant na renovatie en opknappen weer in gebruik genomen. In 1987 is nog bekend dat de boerderij met omliggende landerijen van familie Van Rijckevorsel van Kessel in was. |
Geschiedenis Herberg De Prins aan de Achterdijk 1
Restaurant Vroeg, op de hoek van de Achterdijk met de Provincialeweg in het buurtschap Vechten, was vroeger een boerderij met de intrigerende naam De Prins. Het is een monumentale dwarshuisboerderij uit de 17e eeuw. Samen met Hofstede Wiltenburg, gelegen aan de overkant aan de Provincialeweg, is de boerderij een belangrijk restant van de laat- 17e eeuwse bebouwing van het buurtschap Vechten. De naam de Prins herinnert aan een bezoek van Prins Willem III van Oranje aan de herberg met de naam De Prins. |
De oudste gegevens over deze van oorsprong herberg boerderij beginnen bij de naam Rijsoort. De naam Rijsoort komt al voor op de lijst van het Oudschildgeld uit 1599, een belasting van Karel V. De bewoner was toen Willem Janse Raeymaeker, van wie het een en ander bekend is. Zijn grafsteen ligt in de Hervormde Kerk, Kerkpad 1 te Bunnik en voor degenen die daar ’s zondags kerken: in het gangpad rechts ter hoogte van de deur naar de consistoriekamer. |
Op de grafsteen staat dat hij is overleden op Sinte Nicolaes 1717 (6 december). Maar we weten nog wat meer van hem omdat er in 1601 voor schout en schepenen een familiecontract werd gesloten. Zijn echtgenote Marrichgen was toen overleden. Van zijn kinderen waren de oudste twee meerderjarig. We weten hun naam omdat zoon Cornelis Raymaecker die met Agatha getrouwd was, zijn zus Grietgen Raymaecker, gehuwd met Gijsbert Dirksz., uitkocht uit de erfenis van hun beider moeder. Het kan zijn dat Cornelis na 1616 de boerderij had overgenomen, maar zeker weten we dit niet. |
Franse inval
Van het midden van de zeventiende eeuw dateren een paar losse vermeldingen. Zo had Hendrik Geerkens uit kampen in 1649 de helft van het huis in eigendom. Hij maakte in 1649 voor schout en schepenen van Bunnik zijn testament omdat hij op dat moment ‘sieckelijk van lijf en leden’ was. Hij legateerde daarin de helft van De Prins aan het Pestgasthuis te Utrecht met een vruchtgebruik voor zijn zuster Catharina. De andere helft ging in 1663 een aantal malen van de hand tot het in bezit kwam van Dirk Hermansz. Kip die ‘aan de Ganssteegh’ woonde, de Gansstraat te Utrecht. |
Of er een familierelatie tussen Kip en Geerkens is, is onbekend. Kip moet rond 1670 zijn overleden. Uit zijn huwelijk met Petertjen Duyffhuis waren geen kinderen geboren of ze waren allemaal al voor de ouders overleden. De erfenis was nog niet verdeeld toen een ramp ons gebied overspoelde. De Fransen trokken in 1672 het land binnen. Omdat noch de stad, noch de provincie Utrecht te verdedigen waren, gaf de stad zich al snel over. Al het platteland om de stad heen werd door de soldaten geplunderd en heel veel huizen gingen in vlammen op. Zo ook Rijsoort. Bij de restauratie van kort geleden werd het stucwerk afgebikt en kwamen er in de onderste lagen stenen tevoorschijn van vóór 1672 die zwart geblakerd waren. Ook Rijsoort werd dus in 1672 in brand gestoken. |
We weten dat ook uit de archieven. Weliswaar staat er niet met zoveel woorden dat er een brand is geweest, maar in 1672, 1673 en 1674 krijgt er niemand een belastingaanslag als bewoner. Dat is een teken dat het huis toen niet bewoond was. Pas in 1675 komen we weer een bewoner tegen in 1675 was de herbergier Thonis Dirkse van Doorn in het huis getrokken. Blijkbaar waren de erfgenamen van Dirck Kip er in geslaagd om voldoende bouwmaterialen en geld bijeen te brengen om het huis weer bewoonbaar te maken zodat het verhuurd kon worden. Inmiddels hadden de Fransen alles geroofd wat er te roven viel en kon de burgerbevolking terugkeren. |
Herbergier THONIS DIRKSZ. VAN DOORN (... - 1710?) en het Utrechtse Pesthuis In 1677 werd het Utrechtse Pesthuis eigenaar van de herberg. Vanaf dat moment is er een sluitende lijst met bewoners, terwijl het eigendom in grote lijnen te volgen is . De naam De Prins herinnert nog aan de Herberg De Prins, aan de tijd dat Prins Willem III (1650-1702) hier had gelogeerd. Wanneer Zijne Hoogheid er precies geslapen heeft weten we niet, maar het moet geweest zijn tussen 1677, toen de naam Rijsoort nog in gebruik was en 1702, toen de Prins is overleden en er een uithangbord aan de gevel hing met daarop een afbeelding van de Prins. |
Na zijn huwelijk met Mary (II) Stuart, in 1677, vertrok Willem evenwel naar Engeland waar hij tot haar overlijden in 1695 bijna steeds vertoefde. Na 1695 was hij weer af en toe in ons land. |
De overnachting, waarvan in de overlevering sprake is, zal dus wel tussen 1695 en 1702 plaats hebben gehad. In 1675 was de herbergier Thonis Dirksz. Van Doorn in het huis getrokken. Uit een toevallige vermelding uit 1692 weten we dat Thonis toen ziek in bed lag, maar weer opkrabbelde. |
Echt geweldig zal de herberg op dat moment niet gelopen hebben want anders had hij vast zijn vrouw in 1696 niet met het ‘slegte kleet’ laten begraven. Als het even kon huurde je daarvoor het ‘middelkleet’ of nog liever het ‘beste kleet’. Hij was enkele malen schepen van Bunnik en ook al kon hij De Prins niet kopen, hij had wel ander land op Vechten in eigendom. Thonis is waarschijnlijk in 1710 overleden. Zijn zoon Gerrit nam de herberg over. |
Op zaterdag 4 november 1702 transporteerd Coenraad van Velthuijsen als rentmeester van het Pestgasthuis te Utrecht aan Tibben Harmense van Schaijk een huijsinge en op stal daar de Prins uithangt met een boomgaardjen groot tezamen 1 hont te Vechten. Bron: RAZU, 054, 53. |
Op woensdag 14 oktober 1713 sluit Henrik Gerritse van Segvelt, wonende te Vechten, een lening af bij Michiel van der Wepel van ƒ. 400 gulden,-. Hij stelt als hypotheek herberg de Prins etc.. Bron: RAZU, 064, 54. Op zaterdag 14 oktober 1713 transporteert Ribben Hermanssen van Schaijck wonende te Utrecht, aan Henrik Gerritsen van Segvelt, wonende te Vechten, een huis en erve, vanouds genaamd de Prins, met drie bergen, schuur en verdere bepotinge met het erve en boomgaardje te Vechten, speciaal op last dat in dit huis niet meer zal worden getapt of herbergiersnering gedaan zal worden voor 35 jaren. Bron: RAZU, 064, 54. Op dinsdag 2 november 1706 voor het Gerecht van Bunnik en Vechten estimeert (bepaald de waarde) op verzoek van de erfgenamen van Maria Teunis Stultingh 1/3 in een huis zijnde een herberg en verder getimmer met een boomgaardje te Vechten, en een boomgaardje genaamd het Hofje aldaar groot 5 hont, zijnde tijnsgoed van de domeinen, op 2100 gulden, en dus 1/3 op 700 gulden. En 1/6 van 10 morgen bouw- en weiland, leenroerig aan Zuilen, belast met een kapitaal van 1200 gulden, op 1500 gulden en dus 1/6 op 250 gulden. En 1/6 van 17 morgen bouwland aldaar, zijnde hofgoed van de domeinen, op 1620 gulden en 1/6 dus op 270 gulden. En 1/6 van een boomgaardje groot een half hond, tijnsgoed van de domeinen, op 120 gulden en dus voor 1/6 20 gulden. En 1/6 van een huis genaamd de Prins met de grond en annexe boomgaard, wezende allodiaal goed op 1200 gulden en 1/6 dus op 200 gulden. En 1/6 van 3 morgen aldaar als utsupra op 360 gulden en 1/6 dus op 60 gulden. Bron: RAZU, 064, 54. |
Op woensdag 6 juli 1718 geeft Hendrick Gerritsz. van Segveld, wonende te Vechten, moet terugbetalen (lening) aan Rijnoud Gerard van Tuyll van Serooskerken, heer van Zuijlen wegens het gebruik van een boomgaard, bouw- en weiland tezamen groot 44 morgen 511 roeden te Vechten en Vechterbroek en nog wegens een huijse met het boomgaartje in de buurt van Vechten. Hij kon de schuld niet meer opbrengen en geeft al zijn goederen over aan Rijnoud van Tuyll van Serooskerken waaronder herberg De Prins. Bron: RAZU, 064, 54, 1703-1734 |
Op woensdag 30 juli 1614 transporteert Johan vande Westrenen van beroep raad en rentmeester vande Domein's lands van Utrecht aan Adriaen van Lockhorst zeeckere hoeve landts genaemt de Berchhoeve gelegen te Vechten. Adriaan van Lockhorst is gehuwd met Swana van Lednberch, uit hun huwelijk kwam een dochter die Anna Elisabeth van Lockhorst werd genoemd. Anna Elisabeth van Lockhorst, huwde met Gerard van Reede van Nederhorst. Zij kregen een dochter die Anna Elisabeth van Reede tot Lockhorst heette. Zij huwnde met Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken. Door dit huwelijk kwam het Slot Zuylen in het bezit van familie Tuyll van Serooskerken. Door vererving op de kleindochter van Adam van Lockhorst met huwelijk met Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken. Kwamen ook de diverse gronden in Bunnik en Vechten bij het vast-, en onrorend goed behorend bij het Slot Zuylen. Bron: RAZU, 064, 51. Op woensdag 12 juli 1634 transpoteerde Gerrit Obijn, van beroep Schout en Huijbert Jansz. en Anthonis Jacobsz, beide schepen van het gerecht Bunnik en Vechten en Jacob van Wijck, van berope huismeester van het Leeuwenberggasthuis binnen Utrecht aan Adam van Lockhorst, heer van van Zuylen, Sweserenge, Westbroek en Lockhorst gerechte een campgen weijlandt genaemt het rietkampgen, groot 1 morgen. Bron: RAZU, 064, 51. Op woensdag 27 februari 1636 transpoorteerde Mr. Johannes Heurnius aan Adam van Lockhorst seeckere perceel bouwlandt groot twee mergen, drie hondt 53 roeden genaamd de Cleijne Berchoff. Bron: RAZU, 064, 52. |
Op zaterdag 11 april 1767 vond ten overstaan van de Utrechtse noitaris Hendrik van Dam een opnenbare verkoop plaats van 59 morgen land in het Vechterbroek van Bunnik en Vechten. Het vast- en onroerend goed Hendrik Jacob van Tuyll van Serooskerken, van beroep geweest Generaal Majoor en Generaal Adjudant van de Efstadhouder en zijn echtgenote en erven Anna Elisabeth van Tuyll van Serooskerken. Verkopers van het vast- en onroerend goed in Bunnik waren de kinderen Diderik Jacob Tuyll van Serooskerken en zijn zuster Isabella Agneta van Tuyll van Serooskerken. Als Executeur Testamentair trad Jan Kol op en als dagelijks beroep rentmeester van het ridderschap van Utrecht. Koper van het vast- en onroerend goed was Diderik Jacob Tuyll van Serooskerken. Landeryen maken deel uit van 75 morgen 414 roeden gelegen onder Bunnik Vechten en Vechterbroek die onder meer hofstede en huis, bouwland het Schouwertje, de Kleynen Berkhoff, de Groten Berckhoff of Willenburg bevatten, door de aankoop van de 59 mergen verkrygt de koper het geheel in zyn bezit. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, 1395, aktenummer: 31. |
Op zaterdag 14 oktober 1780 vergunde Jan Floris grave van Nassau la Leca territorium aan de schout van het gerecht van Bunnik en Vechten om te transporteren een hofstede c.a. met 76 morgen land en 2 kampen weiland in het Vechterbroek groot 8 morgen 471 roeden bij Jan Kol in de rol ter bevordering aan Vincent Maximiliaen van Tuyl van Serooskerken. Bron: RAZU, 064, 65. Op donderdag 14 oktober 1779 transporteert Jan Kol, als rentmeester van de ridderschap van Utrecht, als gemachtigde van Charles Emanuel de Charriere gehuwd, Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken aan Vincent Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, luitenant-kolonel van het regiment cavalerie van luitenant-generaal van Tuyll van Serooskerken, heer van Vleuten, een hofstede bestaande in een huijs bergen schuur etc met 76 morgen, in huur gebruikt door Arien van Miltenburg, en twee kampen weiland in Vechterbroek in huur gebruikt door Johannes van de Vegt. Bron: RAZU, 064, 56. |
Op woensdag 20 oktober 1779 transporteerde rentmeester Jan Kol, als gemachtigde van Charles Emanuel de Charriere, gehuwd met Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken (Belle van Zuylen), aan Vincent Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken: een hofstede met huis, bergen, schuur en verder getimmer te Vechten met een boomgaard te Vechten aan het Sandpad en Dijk lopende naar Bunnik tegenover de hofstede, 1 morgen 401 roeden, een stuk tiendvrij bouwland aan de oostzijde van die boomgaard, genaamd het Schouwetje, groot 1 morgen 194 roeden, een stuk bouwland achter de smid te Vechten en langs de Wijkseweg groot 2 morgen 345 roeden genaamd den Klijnen Berkhoff, een stuk weiland genaamd den Grooten Berkhof of Wiltenburg, groot 18 morgen 499 roeden langs de Marsdijk tegenover het voorgaande perceel, 16 morgen 475 roeden weiland in vijf kampen in het Vechterbroek, een huisje of bakhuis met een boomgaardje in de buurt van Vechten, een perceel van 1 morgen zijnde de ene helft bouwland en de andere boomgaard, 3 morgen bouwland te Vechten in drie partijen, 17 morgen bouw- en weiland weleer (naast geland) gekomen van de heer van Weerdesteyn liggende langs de Wijkseweg en ook aan de Bunnikseweg, en 10 morgen land aan de Wijkseweg te Vechten. Bron: RAZU, 064, 58. |
Na de overdracht van herberg De Prins in 1779 aan Vincent Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken, Heer van Coelhorst (1744-1794) bleef het in zijn bezit tot aan zijn overlijden. Vincent's zoon Karel Lodewijk baron van Tuyll van Serooskerken (1784-1835) vererfde de herberg. |
In roze gearceerd de gronden die zijn aangewezen als beschermd archeologisch monument in en rondom het fort bij Vechten en het vroegere castellum Fectio. |
In 1883 worden het vast- en onroerend goed bij veiling aangeboden door de familie Obreen-De Heus boerderij De Prins. Hier worden de landerijen aangekocht Aloysia Maria Bonnike (1854-1949), echtgenote van jhr. Victor Maria van Rijckevorsel van Kessel (1854-1927) de landerijen kocht in het buurschap Vechten. Een direct familierelatie is niet te vinden in de genealogische lijn bij de families Strick van Linschoten van Rhijnauwen, Bosch van Oud-Amelisweerd en Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd. Wel is het aannemelijk te houden dat de oud oom van jhr. Victor Marie van Rijckevorsel van Kessel, de heer Jacobus Josephus van Rijckevorsel (1785-1862), broer van Augustinus Theodorus van Rijckevorsel (1783-1846), zoon van Franciscus Johannes Josephus van Rijckevorsel (1818-1894), vader van Victor Marie van Rijckevorsel van Kessel. Waarvan Jacobus Josephus van Rijckevorsel voor de 2e keer huwelijk trad met Hendrica Petronella van Oosthuijse (1793-1829), dochter van Petrus Judocus van Oosthuijse (1783-1816), heer van de ambachtsheerlijkheid Rijsenburg. Waarvan Petrus veel grond en landgoederen bezat in de regio Driebergen-Rijsenburg. Waarvan Victor Marie van Rijckekvorsel net als zijn oud oom in grond wilde investeren in de Provincie Utrecht. Wat ook nog een mogelijkheid is, is dat Aloysia Maria Bonnike in land wilde investeren als belegging |
Lijst van bijgezette personen in het graf. Zij die eerder de gronden in Vechten en Bunnik in bezit hadden in de negentiende en twintigste eeuw:\ Jhr. Victor M. van Rijckevorstel van Kessel Geboren 16 januari 1854 en overleden op 12 december 1927 op 73 jarige leeftijd. Maria C.H.J. barones van Rijckevorsel van Kessel Geboren 30 oktober 1883 en overleden 12- juni 1941 op 57 jarige leeftijd. Jkvr. Antoinette M.J.E. van Rijckevorsel van Kessel. Geboren 25 december 1927 en overleden 07 oktober 1944 op 16 jarige leeftijd. Aloysia M. Bonnike geboren 18 augstus 1854 en overleden op 28 november 1949 op 95 jarige leeftijd. Hubertine A.M barones Vandalon geboren op 26 augustus 1886 en overleden 19 september 1966 op 80 jarige leeftijd. Eugène T.V.M. baron van Rijckevorsel van Kessel Geboren op 15 september 1885 en overleden 29 december 1973 op 88 jarige leeftijd. Jhr. Victor M.A. van Rijckevorsel van Kessel. Geboren op 09-september 1924 en overleden op 11 september 2005 op 81 jarige leeftijd. Jkvr. Aloysia M. van Rijckevorsel van Kessel geboren op 11 september 1920 en overleden op 4 september 2007 op 86 jarige leeftijd. Eugène Maire baron van Rijckevorsel van Kessel geboren 24 november 1922 en overleden op 8 oktober 2011 op 88 jarige leeftijd. Huberta Maria Koster Geboren 21 september 1919 en overleden op 9 februari 2016 op 96 jarige leeftijd. Bron: Online-begraafplaatsen.nl. |
Toestemming van de Provinciale Staten van Utrecht aan de heer A. van Oostrom, als gemachtide van de heer Van Rijckevorsel tot Kessel om ene boom te mogen rooijen, staande aan de Koningsweg, 25 oktober 1906. |
Boerderij De Prins te Vechten gezien vanaf de Provincialeweg in de periode 1998-2000. |
Boerderij De Prins te Vechten gezien vanaf de Provincialeweg in de periode 1998-2000. |
Het buitenterrein met de vervallen schuren van boerderij De Prins aan de Achterdijk nr. 1 te Bunnik - Vechten in de periode 1998-2000. |
Zover de kadastrale leggers van de gemeente Bunnik gaan in de Kadasterarchiefviewer tot 1987 bleef boerderij De Prins in Bunnik aan de Achterdijk 1 ook na 1987 in het bezit van de familie Van Rijckevorsel van Kessel. Vermoedelijk in de loop van de jaren negentig is de boerderij met het bijbehorende land in het bezit van de toenmalige pachters gekomen. |
Gezicht vanaf de Achterdijk op boerderij De Prins met links de Provincialeweg in de periode 1998-2000. |
Het echtpaar Ria en Anton van Oostrom voor hun boerderij De Prins aan de Achterdijk 1 in het jaar 1998. In een krantenartikel uit het Bunniks Nieuws. |
𝐃𝐢𝐬𝐜𝐥𝐚𝐢𝐦𝐞𝐫: 𝐏𝐮𝐛𝐥𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐬𝐜𝐡𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞𝐧 𝐒𝐭𝐢𝐜𝐡𝐭𝐢𝐧𝐠 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧𝐬𝐞 𝐇𝐨𝐝𝐨𝐧𝐢𝐞𝐦𝐞𝐧 stelt zich ten doel om historisch onderzoek naar de herkomst van (veld)namen en onroerend goed in Houten te bevorderen en te delen. Bij de publicatie van deze gegevens hanteert de stichting de volgende uitgangspunten:
𝐌𝐞𝐥𝐝𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐟𝐨𝐮𝐭𝐞𝐧: Mocht u een fout in een transcriptie ontdekken of bezwaar hebben tegen een specifieke publicatie, dan verzoeken wij u vriendelijk dit aan ons te melden zodat wij dit kunnen corrigeren. |
Download (175) de kadatrale hypotheken no. 4 akte van de verkoop van boerderij De Prins, gelegen aan de Achterdijk nr. 1 te Vechten (gemeente Bunnik). Hierbij verscheen op vrijdag 29 januari 1988, ten overstaan van notaris mr. Hendrik Heijnen, de heer (1) mr. Petrus Cornelis Smetsers, chef de bureau, wonende te Beek, gemeente Ubbergen. Hij verklaarde te handelen als schriftelijk gevolmachtigde van de heer Eugène Marie baron van Rijckevorsel van Kessel, als lasthebber en bewindvoerder over het vermogen van jhr. Victor Marie Antonius van Rijckevorsel van Kessel, en jkvr. Aloysia Maria van Rijckevorsel van Kessel. Daarnaast verscheen (2) als tweede comparant voor de verkoop van boerderij De Prins de heer Anthonie van Oostrom. De boerderij werd verkocht van partij (1) aan partij (2) voor ƒ 106.825,-. Download (175) (link) 1-3.pdf Download (175) (link) 2-3.pdf Download (175) (link) 3-3.pdf |
Download (176) de kadastrale hypotheken no. 4 akte van de verkoop van boerderij De Prins, gelegen aan de Achterdijk nr. 1 te Vechten (gemeente Bunnik). Op dinsdag 16 december 2008 werd de boerderij via een ABC-verkoop verkocht. Ten overstaan van notaris de heer Willem Brantjes verkocht de verkopende partij A, de heer Antonie van Oostrom, de boerderij aan partij B, de heer Hendrik van de Boom, voor € 765.000,-. Vervolgens verkocht partij B de boerderij aan partij C, Boerderij De Prins B.V., voor € 935.000,-. Per 13 oktober 2015 werd De Prins B.V. opgeheven en samengevoegd met H. Kempers Beheer B.V. uit Maurik. Download (176) (link) 1-2.pdf Download (176) (link) 2-2.pdf |
𝐃𝐞 𝐀𝐤𝐭𝐞 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐍𝐨𝐭𝐚𝐫𝐢𝐬 Op 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟖𝟖 verscheen de gevolmachtigde van de verkopers voor 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐫𝐢𝐜𝐮𝐬 𝐇𝐞𝐢𝐣𝐧𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧. De akte werd enkele dagen later, op 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟖𝟖, officieel aangeboden bij het hypotheekkantoor in 𝐔𝐭𝐫𝐞𝐜𝐡𝐭 voor overschrijving in de openbare registers. In deze akte treden de volgende personen op als verkopers (vertegenwoordigd door een gemachtigde), koper en overige functionarissen: De transactie betreft een historisch waardevol object dat voorkomt op de lijst van beschermde monumenten 🏛️. Het gaat om de hoeve genaamd "𝐝𝐞 𝐏𝐫𝐢𝐧𝐬", inclusief verdere opstallen, erf en tuin. Het geheel is gelegen aan de 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫𝐝𝐢𝐣𝐤 𝟏 te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. Het perceel is voor een gedeelte belast met een zakelijk recht ten behoeve van de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, gevestigd in 𝟏𝟗𝟖𝟑. De koper verklaarde bovendien bekend te zijn met de voorwaarden voor rijkssubsidies voor het instandhouden van monumenten. De verkoop en koop zijn geschied voor de getaxeerde grondkamerprijs van ƒ 𝟏𝟎𝟔.𝟖𝟐𝟓,-. De verkoper verklaarde dit bedrag te hebben ontvangen en verleende daarvoor kwijting. Ter zake van de verkrijging was de koper een bedrag aan overdrachtsbelasting verschuldigd van ƒ 𝟔.𝟒𝟎𝟖,-. Alle kosten en belastingen die op de overdracht vielen, kwamen voor rekening van de koper. Getranscribeerd met Google AI Gemini. Bron: Kadaster (NL) |
Een van de vervallen schuren behorend bij boerderij De Prins aan oostzijde van het borenterrein van de familie Van Oostrom in de periode 1998-2000. |
Gezicht op de zuidgevel van boerderij De Prins aan de Achterdijk 1 te Vechten in de periode 1998-2000. |
Een van de buitenschuren op het terrein van boerderij De Prins aan de Achterdijk in 1998-2000. |
Een van de buitenschuren op het terrein van boerderij De Prins aan de Achterdijk in 1998-2000. |
gronden aan het Bureau Beheer Landbouwgronden voor f. 728.300,00,-. De percelen gelegen in de polder Vechter- en Oudwulverbroek (gem. Houten en Bunnik) die bestaande uit weiland, werd vanaf 2007 Het Nieuw Wulven Bos op aangelegd. Bron: Kadaster (NL). |
Download (170) de kadastrale hypotheken no. 4 akte van verkoop van diverse percelen weiland in de Polder Vechter- en Oudwulverbroek in de gemeente Bunnik. Hierbij verscheen op maandag 9 november 1992, ten overstaan van de Nijmeegse notaris mr. Joseph Willem Aloysius Marie Janssen, de comparant (1AA) de heer Eugene Marie baron van Rijckevorsel van Kessel, (1b) als lasthebber en bewindvoerder van jhr. Victor Marie Antonius van Rijckevorsel van Kessel, en (1c) als bewindvoerder over het vermogen van jkvr. Aloysia Maria van Rijckevorsel van Kessel. Ook verscheen comparant (1b) de heer mr. Hendrik de Jager, ten deze handelende voor jkvr. Aloysia Maria van Rijckevorsel, (1c) jhr. Octave Jean Hubert Marie Michiels van Kessenich, (2) de heer Antonie Hendrik van Oostrom, en (3) mevrouw Carla Atte Elisabeth Heemstra, handelende als schriftelijk gemachtigde van ing. Izak Anthonie Risseeuw, handelende als directeur van het Bureau Beheer Landbouwgronden. Hierbij verkocht partij (1) aan partij (2), en die vervolgens weer aan partij (3), de landbouwgronden in de Polder Vechter- en Oudwulverbroek voor een bedrag van ƒ 1.728.300,-. Download (170) (link) 1-4.pdf Download (170) (link) 2-4.pdf Download (170) (link) 3-4.pdf Download (170) (link) 4-4.pdf |
Op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟗𝟐 verschenen de betrokken partijen voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐬𝐞𝐧, notaris te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧, voor het verlijden van een bijzondere vastgoedtransactie. De akte beschrijft een gelaagde verkoop waarbij een omvangrijk areaal aan landbouwgrond in 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤 van eigenaar wisselde. 📜 𝐃𝐞 𝐕𝐞𝐫𝐤𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣 👤 De verkopende partij bestond uit een samenstel van familieleden en gemachtigden die gezamenlijk optraden om de onverdeelde aandelen in de landerijen over te dragen: • 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, wonende te 𝐖𝐚𝐬𝐬𝐞𝐧𝐚𝐚𝐫, geboren op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟐𝟐. Hij trad op voor zichzelf, als lasthebber voor zijn broer en als bewindvoerder voor zijn zus. • 𝐦𝐫. 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐚𝐠𝐞𝐫, wonende te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧, geboren op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐬𝐞𝐩𝐭𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟏𝟕, optredend als lasthebber voor 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥. • 𝐎𝐜𝐭𝐚𝐯𝐞 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, wonende te 𝐎𝐞𝐠𝐬𝐭𝐠𝐞𝐞𝐬𝐭, handelend als lasthebber voor zijn moeder, 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬ia 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡-𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, wonende te 𝐑𝐨𝐞𝐫𝐦𝐨𝐧𝐝, geboren te 𝐇𝐞𝐞𝐬 op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟑𝟏 𝐣𝐚𝐧𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟎𝟎. 𝐃𝐞 𝐊𝐨𝐩𝐞𝐧𝐝𝐞 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 🤝 De transactie kende een doorschuifconstructie waarbij de pachter de grond kocht en direct doorleverde aan een overheidsinstantie: • 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐨𝐦, veehouder te 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🚜 De verkoop betrof een indrukwekkend geheel aan percelen, gelegen in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, sectie 𝐁. De percelen werden door 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐨𝐦 gebruikt voor zijn veehouderij. De totale oppervlakte van het verkochte bedroeg 𝟑𝟒 𝐡𝐞𝐜𝐭𝐚𝐫𝐞, 𝟓𝟔 𝐚𝐫𝐞 𝐞𝐧 𝟔𝟎 𝐜𝐞𝐧𝐭𝐢𝐚𝐫𝐞. Het gaat om de volgende kadastrale nummers: • Sectie 𝐁, nummers 𝟐𝟕𝟑, 𝟐𝟕𝟒, 𝟐𝟕𝟓, 𝟐𝟕𝟔, 𝟐𝟕𝟕, 𝟐𝟕𝟗, 𝟐𝟖𝟎, 𝟐𝟖𝟐, 𝟐𝟖𝟒, 𝟐𝟗𝟎, 𝟔𝟕𝟔, 𝟕𝟗𝟑 en 𝟕𝟗𝟗 (uitweg). 𝐇𝐢𝐬𝐭𝐨𝐫𝐢𝐞 𝐞𝐧 𝐕𝐨𝐫𝐢𝐠𝐞 𝐓𝐢𝐭𝐞𝐥 ⏳ De geschiedenis van dit familiebezit voert terug naar 𝐝𝐢𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟏 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞 r 𝟏𝟗𝟑𝟏, toen het goed via een schenking werd verkregen door 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥 en haar inmiddels overleden zus 𝐌𝐚𝐫𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥. De akte was destijds verleden voor 𝐦𝐫. 𝐇.𝐀.𝐌. 𝐇𝐞𝐤𝐤𝐢𝐧𝐠. Na diverse verdelingen en het overlijden van 𝐦𝐫. 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥 op 𝐳𝐚𝐭𝐞𝐫𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟗 𝐝𝐞𝐜𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟕𝟑, kwam het eigendom in handen van de huidige verkopers. 𝐅𝐢𝐧𝐚𝐧𝐜𝐢𝐞̈𝐥𝐞 𝐀𝐟𝐰𝐢𝐤𝐤𝐞𝐥𝐢𝐧𝐠 💰 De transactie bestond uit twee stappen met de volgende koopsommen: 𝐁𝐢𝐣𝐳𝐨𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐁𝐞𝐩𝐚𝐥𝐢𝐧𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧 𝐄𝐫𝐟𝐝𝐢𝐞𝐧𝐬𝐭𝐛𝐚𝐚𝐫𝐡𝐞𝐝𝐞𝐧 📜 In de akte wordt verwezen naar oude erfdienstbaarheden uit 𝟏𝟗𝟑𝟕, waaronder een recht van weg over de percelen naar het 𝐁𝐫𝐨𝐞𝐫𝐝𝐢𝐣𝐤𝐣𝐞. Een opmerkelijke beperking hierbij is dat hout en teengewas niet over deze weg vervoerd mogen worden, maar via het water moeten worden afgevoerd. Daarnaast zijn er lopende jachtrechten verleend aan onder andere ...
Op 𝐰𝐨𝐞𝐧𝐬𝐝𝐚𝐠 𝟏𝟎 𝐟𝐞𝐛𝐫𝐮𝐚𝐫𝐢 𝟏𝟗𝟗𝟑 verschenen diverse gevolmachtigden voor 𝐦𝐫. 𝐉𝐨𝐬𝐞𝐩𝐡 𝐉𝐚𝐧𝐬𝐬𝐞𝐧, notaris ter standplaats 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧. Deze specifieke akte betreft een rectificatie van een eerdere levering die plaatsvond op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟗𝟐. Het doel van dit document is het herstellen van een foutieve formulering in de oorspronkelijke koopovereenkomst, waarbij abusievelijk werd gesuggereerd dat de pachter de eigendom zou verkrijgen, terwijl de feitelijke levering direct aan het 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐛𝐨𝐮𝐰𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧 diende te geschieden. 𝐃𝐞 𝐁𝐞𝐭𝐫𝐨𝐤𝐤𝐞𝐧 𝐏𝐚𝐫𝐭𝐢𝐣𝐞𝐧 👥 De volgende personen en entiteiten waren bij deze rechtshandeling betrokken, vertegenwoordigd door hun respectievelijke gemachtigden: • 𝐄𝐮𝐠𝐞𝐧𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, oud-bankdirecteur. • 𝐕𝐢𝐜𝐭𝐨𝐫 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, particulier. • 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐚 𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, particuliere. • 𝐇𝐞𝐧𝐝𝐫𝐢𝐤𝐮𝐬 𝐝𝐞 𝐉𝐚𝐠𝐞𝐫, oud-notaris te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧, optredend als lasthebber. • 𝐎𝐜𝐭𝐚𝐯𝐞 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡, oud-gezagvoerder, optredend als lasthebber voor zijn moeder. • 𝐀𝐥𝐨𝐲𝐬𝐢𝐚 𝐌𝐢𝐜𝐡𝐢𝐞𝐥𝐬 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐧𝐢𝐜𝐡-𝐯𝐚𝐧 𝐑𝐢𝐣𝐜𝐤𝐞𝐯𝐨𝐫𝐬𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐊𝐞𝐬𝐬𝐞𝐥, weduwe. • 𝐀𝐥𝐛𝐞𝐫𝐭𝐮𝐬 𝐇𝐨𝐮𝐭𝐳𝐞𝐞𝐥, notarieel medewerker te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧, optredend als gevolmachtigde voor de pachter. • 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐨𝐦, veehouder en pachter. • 𝐦𝐫. 𝐂𝐚𝐫𝐥𝐚 𝐇𝐞𝐞𝐦𝐬𝐭𝐫𝐚, kandidaat-notaris te 𝐍𝐢𝐣𝐦𝐞𝐠𝐞𝐧, optredend als gevolmachtigde voor de koper. 𝐎𝐦𝐬𝐜𝐡𝐫𝐢𝐣𝐯𝐢𝐧𝐠 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐕𝐚𝐬𝐭𝐠𝐨𝐞𝐝 🏡 De rectificatie heeft betrekking op een omvangrijk areaal aan landbouwgronden gelegen in de gemeente 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, met een totale oppervlakte van vier en dertig hectare, zes en vijftig are en zestig centiare (34.56.60 ha). De betreffende percelen zijn kadastraal bekend als: • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟐𝟕𝟑 (4.22.00 ha). • 𝐆𝐞𝐦𝐞𝐞𝐧𝐭𝐞 𝐁𝐮𝐧𝐧𝐢𝐤, 𝐒𝐞𝐜𝐭𝐢𝐞 𝐁, 𝐧𝐮𝐦𝐦𝐞𝐫 𝟕𝟗𝟗 (0.40.30 ha), welk perceel is aangemerkt als uitweg en is opgenomen in de 𝐌𝐨𝐧𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭𝐞𝐧𝐰𝐞𝐭. 𝐀𝐜𝐡𝐭𝐞𝐫𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝 𝐞𝐧 𝐑𝐞𝐜𝐭𝐢𝐟𝐢𝐜𝐚𝐭𝐢𝐞 ✍️ In de oorspronkelijke akte van 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟗 𝐧𝐨𝐯𝐞𝐦𝐛𝐞𝐫 𝟏𝟗𝟗𝟐 was abusievelijk opgenomen dat de verkoper de goederen aan de pachter (koper 1) verkocht en leverde. De partijen verklaren nu uitdrukkelijk dat het nimmer de bedoeling is geweest dat 𝐀𝐧𝐭𝐨𝐧𝐢𝐞 𝐯𝐚𝐧 𝐎𝐨𝐬𝐭𝐫𝐨𝐦 eigenaar zou worden. De koopovereenkomst met de pachter was weliswaar gesloten op 𝐦𝐚𝐚𝐧𝐝𝐚𝐠 𝟐𝟒 𝐚𝐮𝐠𝐮𝐬𝐭𝐮𝐬 𝟏𝟗𝟗𝟐, maar de uiteindelijke levering diende rechtstreeks aan het 𝐁𝐮𝐫𝐞𝐚𝐮 𝐁𝐞𝐡𝐞𝐞𝐫 𝐋𝐚𝐧𝐝𝐛𝐨𝐮𝐰𝐠𝐫𝐨𝐧𝐝𝐞𝐧 (koper 2) plaats te vinden. Met deze akte is de eerdere inschrijving in het register hypotheken 4 deel 7305 nummer 46 officieel gecorrigeerd. Getranscribeerd met Google AI Gemini Bron: Kadaster (NL). |












_-_portrait_painting.jpg/picture-200?_=180e368a416)

.jpg/picture-200?_=17fcb0ff900)








































.jpg/picture-200?_=1850fc58149)











.jpg/picture-200?_=1856004a057)
_002.jpg/picture-200?_=18560049e06)





















_002.jpg/picture-200?_=185691e4ecd)
.jpg/picture-200?_=185691e4c62)
.jpg/picture-200?_=185691e515b)
.jpg/picture-200?_=185691e47cb)
.jpg/picture-200?_=185691e4a17)



























