Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen
Bunnik en Vechten, Abstede en Wittevrouwen,
Nieuw-Helvoet - De Quack, Vlooswijk, Hekendorp, Snelrewaard, Mastwijk, Polanen, Schagen, Den Engh, Kattenbroek, Lange Linschoten en IJsselvere
Familiewapen Strick van Linschoten van Rhijnauwen Bunnik en Vechten, Abstede en Wittevrouwen, Nieuw-Helvoet - De Quack, Vlooswijk, Hekendorp, Snelrewaard, Mastwijk, Polanen, Schagen, Den Engh, Kattenbroek, Lange Linschoten en IJsselvere. Bron: Wikipedia.Familiewapen Strick van Linschoten van Rhijnauwen Bunnik en Vechten, Abstede en Wittevrouwen, Nieuw-Helvoet - De Quack, Vlooswijk, Hekendorp, Snelrewaard, Mastwijk, Polanen, Schagen, Den Engh, Kattenbroek, Lange Linschoten en IJsselvere. Bron: Wikipedia.

 

 

Naambetekenis

Strick: Familienaam uit de algemene plaatsnaam, van Germaanse striki; streep, (land)streek; 'streek'. Plaatsnaam in Elene, Velzeke, Scheldewindeke, Meerbeke, Michelbeke
(Oost-Vlaanderen). Streek in Vissenaken (Vlaams-Brabant), Strikken in Merksplas (Antwerpen).

2. Familienaam uit Stricht: Maastricht (Nederlands-Limburg) of,Beroepsbijnaam, beroepsnaam van de strijker, de beambte belast met het (glad)strijken van het laken (lakenmeter) of van de korenmaat (korenmeter).

2. Bijnaam van een strikker, die strikt, knoopt. Vergelijk Duits stricken ‘breien’. Bron: Volkoomen.nl Familienamen

Wapen van de Nederlandse heerlijkheid van Rhijnauwen 1698. Bron: Wikipedia Wapen van Bunnik.Wapen van de Nederlandse heerlijkheid van Rhijnauwen 1698. Bron: Wikipedia Wapen van Bunnik.



Het wapen van de gemeente Bunnik. Bron: Wikipedia Wapen van Bunnik.Het wapen van de gemeente Bunnik. Bron: Wikipedia Wapen van Bunnik.



Strik kan ook de betekenis hebben een 'strik/valstrik' om een dier te vangen. Of een knoop/strik die men maakt met een schoenveter bij het strikken van de schoenen. Het knopen van een vlinder das in misschien wel de bekendste betekenis: een vlinderdas of vlinderstrik is een type das die door heren op de boord van een overhemd wordt gedragen.

Dit type das dankt zijn naam aan zijn vorm, die enigszins op die van een vlinder lijkt. In de volksmond spreekt men doorgaans van een strikje wanneer men de vlinderdas bedoelt. Bron: Wikipedia.nl (Vlinderdas).


Het grondgebied van de vroegere gemeenten Rhijnauwen en Bunnik en Vechten zoals deze na de fusie op 1 januari 1858 is ontstaan tot 31 december 1963. Hierop werd de gemeente Bunnik samengevoegd met de gemeenten Odijk en Werkhoven. Kaart behorend bij de wegenlegger uit de periode uit ca. 1860. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciaal Archief.Het grondgebied van de vroegere gemeenten Rhijnauwen en Bunnik en Vechten zoals deze na de fusie op 1 januari 1858 is ontstaan tot 31 december 1963. Hierop werd de gemeente Bunnik samengevoegd met de gemeenten Odijk en Werkhoven. Kaart behorend bij de wegenlegger uit de periode uit ca. 1860. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciaal Archief.



Linschoten: is een dorp dat onderdeel is van de gemeente Montfoort in de Nederlandse provincie Utrecht. Linschoten is gelegen aan de N204 tussen Woerden en Montfoort. In het dorp gaat het riviertje de Lange Linschoten over in de Korte Linschoten.




DISCLAIMER: Foto's voorzien van een SHH watermerk in de foto zijn uitsluitend bedoeld voor vertoning op deze website. Rechten liggen bij het Huisarchief Wickenburgh.

Voor foto's met SHH watermerk geldt dat deze absoluut niet voor andere doeleinde gebruikt mogen worden. Voor gebruik of bezichtige van de familiefoto's neem contact op met Otto Wttewaall via, info@landgoedwickenburgh.nl Gastheer Otto Wttewaall.



Landhuis Rhijnauwen in maart 1903 vanuit het zuiden gezien met op de voorgrond de Kromme Rijn. Links zittend een dame. Vermoedelijk mevr. Strick van Linschoten - Geertsema. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Landhuis Rhijnauwen in maart 1903 vanuit het zuiden gezien met op de voorgrond de Kromme Rijn. Links zittend een dame. Vermoedelijk mevr. Strick van Linschoten - Geertsema. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).


Landhuis Rhijnauwen gezien vanaf de voorkant richting het noordoosten in maart 1903 ten tijde nog van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Voor het labdhuis twee dames vermoedelijk van famlie Wttewaall en/of Strick van Linschoten. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Landhuis Rhijnauwen gezien vanaf de voorkant richting het noordoosten in maart 1903 ten tijde nog van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Voor het labdhuis twee dames vermoedelijk van famlie Wttewaall en/of Strick van Linschoten. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).




Linschoten wordt voor het eerst genoemd in 1172 als Lindescote, een samenvoegsel van Linde (de naam van een riviertje) en scote (een stuk land dat uitkomt boven het laagland). Hoewel er in 1270 pas voor het eerst een vermelding is van een versterkt Huis te Linschoten, was dit er waarschijnlijk ook al in 1172. Bron: Wikipedia.nl Linschoten (Dorp)

Germaans lindo: linde, skauta: beboste hoek land uitspringend in het laagland, of een waternaam Linde: de zachtjes stromende. Bron: Volkoomen.nl Familienamen

Rhijnauwen: natte weidegrond (uiterwaarden) langs de (Kromme) Rijn.


  

Landhuis Rhijnauwen vanuit het zuiden gezien, naast gelegen de Kromme Rijn in maart 1903 ten tijde van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Landhuis Rhijnauwen vanuit het zuiden gezien, naast gelegen de Kromme Rijn in maart 1903 ten tijde van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).


Foto met op de achtergrond het koetshuis van Rhijnauwen gezien vanuit het zuiden vanaf de Rhijnauwenselaan in maart 1903 ten tijde van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Toender tijd liep de weg et een boog richting de poort in het koetshuis. Heden loopt de laan haaks op de poort in zijn tracé. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Foto met op de achtergrond het koetshuis van Rhijnauwen gezien vanuit het zuiden vanaf de Rhijnauwenselaan in maart 1903 ten tijde van bewoning van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Toender tijd liep de weg et een boog richting de poort in het koetshuis. Heden loopt de laan haaks op de poort in zijn tracé. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).


  

Huis en landgoed Rhijnauwen in 1726-1728. Bron: Het Gelders Archief, 1551, 1625.Huis en landgoed Rhijnauwen in 1726-1728. Bron: Het Gelders Archief, 1551, 1625.


    

Adriaan Strick van Linschoten

Portret van Adriaan Strick van Linschoten (1650-1724). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Adriaan Strick van Linschoten (1650-1724). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Adriaan Strick van Linschoten (1650-1724), Heer van Linschoten raad in de vroedschap, schepen en burgemeester van Utrecht.

Bewoner geweest van Huize Nieuw-Linschoten. Hij is de grootvader van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen.


 Johan Hendrik Strick van Linschoten

Portret van Johan Hendrik Strick van Linschoten (1687-1759). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Johan Hendrik Strick van Linschoten (1687-1759). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Johan Hendrik Strick van Linschoten (1687-1759), schilderij uit 1736. Johan Hendrik is de zoon van Adriaan Strick van Linschoten en de vader van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen.


Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Portret van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten (1734-1820), met rechts op de achtergrond het huis Rhijnauwen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten (1734-1820), met rechts op de achtergrond het huis Rhijnauwen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Charlotta Martha van Utenhove (1743-1788), echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Charlotta Martha van Utenhove (1743-1788), echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Handtekening van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen onder een van zijn bekenden testamenten. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.Handtekening van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwen onder een van zijn bekenden testamenten. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.



Op 2 oktober 1772 kocht Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed Rhijnauwen van de Amsterdamse edelman David ten Hove, Heer van Sleeburg, Den Bosch en Den Breur.

Advocaat van het Hof van Utrecht Jacob Smit trad op als gemachtigde voor Ten Hove.

De rest van het vast-, en onroerend goed van Rhijnauwen kocht Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten aan van Ten Hove op 4 januari 1773. Waaronder ook boerderij De Uithof.


De gronden in geel gearceerd met rode lijnen in eigendom van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten op 1 oktober 1832 tijdens de invoering van het kadaster in Nederland. Bron: HISGIS Utrecht.De gronden in geel gearceerd met rode lijnen in eigendom van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten op 1 oktober 1832 tijdens de invoering van het kadaster in Nederland. Bron: HISGIS Utrecht.



Jhr. Jan Balthazar was van beroep Deken van het kaipittel van St. Pieter.

Bij Koninklijk Besluit, 's-Gravenhage 8 juli 1816, nr. 57. werd Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed Rhijnauwen verheven tot jonkheer en zijn nazaten tot jonkheer en jonkvrouw.

Bron: Wapenregister van de Nederlandse Adel, W BOOKS.


Een 17de eeuwse tekening van het huis Rhijnauwen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureael Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 61.188.Een 17de eeuwse tekening van het huis Rhijnauwen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureael Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 61.188.



Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Portret van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten (1790-1850). Vervaardigd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis, ca. 1820-1825. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten (1790-1850). Vervaardigd door de Utrechtse portretschilder Jan Lodewijk Jonxis, ca. 1820-1825. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Petronella Johanna Godin (1753-1791), geschilderd door Pierre Frédéric de la Croix in 1782. Petronella Johanna Godin was tweede echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten en moeder van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Petronella Johanna Godin (1753-1791), geschilderd door Pierre Frédéric de la Croix in 1782. Petronella Johanna Godin was tweede echtgenote van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten en moeder van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Opmeting, in opdracht van de Staten van Utrecht, van percelen land (totaal 10 morgen 544 roeden) van het Convent van Oostbroek bij het huis Rhijnauwen te Bunnik in gebruik door de heer van Rhijnauwen (manuscriptkaart). Getekend op maandag 13 april 1648 door Baltus Lobe. Rechts is de Kromme-Rijn ingetekend, horizontaal is de Rhijnauwenselaan, dwars erop de Strick van Linschotenlaan. Rechtsonder op de hoek is heden het Pannenkoekenhuis Rhijnauwen gevestigd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57598, 61.Opmeting, in opdracht van de Staten van Utrecht, van percelen land (totaal 10 morgen 544 roeden) van het Convent van Oostbroek bij het huis Rhijnauwen te Bunnik in gebruik door de heer van Rhijnauwen (manuscriptkaart). Getekend op maandag 13 april 1648 door Baltus Lobe. Rechts is de Kromme-Rijn ingetekend, horizontaal is de Rhijnauwenselaan, dwars erop de Strick van Linschotenlaan. Rechtsonder op de hoek is heden het Pannenkoekenhuis Rhijnauwen gevestigd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57598, 61.



Portret van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1790-1850). De zoon van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten geboren uit zijn tweede huwelijk.

Heer van Rhijnauwen, garde d'honneur van keizer Napoleon 1813, hoogheemraad van Bijleveld, den Meerndijk en Zuid-IJsseldijk.

Huwde te Bunnik op 7 augustus 1822 met
Paulina Gerardina Sibilla Poelman.


De gronden in geel gearceerd met rode lijnen in eigendom van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten op een Militaire Topografisch Historische achtergrondkaart geprojecteerd. Gronden bekend bij het kadaster op 1 oktober 1832. Bron: HISGIS Utrecht.De gronden in geel gearceerd met rode lijnen in eigendom van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten op een Militaire Topografisch Historische achtergrondkaart geprojecteerd. Gronden bekend bij het kadaster op 1 oktober 1832. Bron: HISGIS Utrecht.


   

Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) in ca. 1960. Bron: Collectie Nederland, Erfgoedcentrum Zutphen.Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) in ca. 1960. Bron: Collectie Nederland, Erfgoedcentrum Zutphen.


Grafzerk van Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) in maart 2021 op begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.Grafzerk van Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) in maart 2021 op begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.


      

Graf van Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) (dochter van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten (1825-1899 en kleindochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1790-1850) en haar echtgenoot (huwelijk 1890) Cornelis Johan Doude van Troostwijk (1863-1921) op begraafplaats Bosrust te Zeist. Uit dit huwelijk kwam 1 zoon en 2 dochters. Cornelis Johan Balthasar Doude van Troostwijk (1892-1972), Sara Louise Doude van Troostwijk (1894-1982) en Ottoline Maria Doude van Troostwijk (1898-1966). Foto uit maart 2021 door Sander van Scherpenzeel.Graf van Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten (1867-1961) (dochter van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten (1825-1899 en kleindochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1790-1850) en haar echtgenoot (huwelijk 1890) Cornelis Johan Doude van Troostwijk (1863-1921) op begraafplaats Bosrust te Zeist. Uit dit huwelijk kwam 1 zoon en 2 dochters. Cornelis Johan Balthasar Doude van Troostwijk (1892-1972), Sara Louise Doude van Troostwijk (1894-1982) en Ottoline Maria Doude van Troostwijk (1898-1966). Foto uit maart 2021 door Sander van Scherpenzeel.


  

Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1827-1889). Bron: Het Utrechts Archief 29-33 83.Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1827-1889). Bron: Het Utrechts Archief 29-33 83.


Portret van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1827-1889). Zoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

Echtgenoot van Agatha Henrietta van Notten. Vader van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Jkvr. Agatha Johanna Elisabeth Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

 

Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910) Foto: nmm.nlJhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910) Foto: nmm.nl


Dit is Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910). Hij is de kleinzoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten.

Carel Johan was de laatste in mannelijke lijn die Landgoed Rhijnauwen in eigendom had. Na zijn overlijden verkocht zijn echtgenote J.H.A. Geertsema het landgoed in 1919 aan gemeente Utrecht.

Tot haar overlijden in 1933 zou zij er blijven wonen.


 Gezin Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Portret van drie kinderen midden in 1888 middenin Jkvr. Arendina Strick van Linschoten (1887-1971) Jongetje links en meisje rechts onbekend. In het interieur van het landhuis Rhijnauwen. Bron: Catawiki.nl.Portret van drie kinderen midden in 1888 middenin Jkvr. Arendina Strick van Linschoten (1887-1971) Jongetje links en meisje rechts onbekend. In het interieur van het landhuis Rhijnauwen. Bron: Catawiki.nl.


Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en zijn echtgenote J.H.A. Geertsema staande op de brug over de Kromme-Rijn voor het landgoed omstreeks 1910. Staande links vermoedelijk hun dochter Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Catawiki.nlJhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en zijn echtgenote J.H.A. Geertsema staande op de brug over de Kromme-Rijn voor het landgoed omstreeks 1910. Staande links vermoedelijk hun dochter Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Catawiki.nl



Jkvr. Arendina Strick van Linschoten

Jkvr. Arendina Strick van Linschoten (1887-1971) in 1912 met haar hond Sascha de Barrio. Dochter van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en J.H.A. Geertsema. Bron: Catawiki.nlJkvr. Arendina Strick van Linschoten (1887-1971) in 1912 met haar hond Sascha de Barrio. Dochter van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en J.H.A. Geertsema. Bron: Catawiki.nl


Jkvr. Arendina Strick van Linschoten geboren dinsdag 19 juli 1887. Gefotografeerd op dit portret van op donderdag 28 juni 1888, Bron: Catawiki.nl.Jkvr. Arendina Strick van Linschoten geboren dinsdag 19 juli 1887. Gefotografeerd op dit portret van op donderdag 28 juni 1888, Bron: Catawiki.nl.


        

Landhuis Rhijnauwen omstreeks 1888 met vermoedelijk Mevr. Strick van Linschoten - Geertsema met haar dochter Jkvr, Arendina Strick van Linschoten bij de zij-gevel van het landhuis naast de Kromme-Rijn. Bron: Catawiki.nl.Landhuis Rhijnauwen omstreeks 1888 met vermoedelijk Mevr. Strick van Linschoten - Geertsema met haar dochter Jkvr, Arendina Strick van Linschoten bij de zij-gevel van het landhuis naast de Kromme-Rijn. Bron: Catawiki.nl.



Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe in 1916, gehuwd te Bunnik op donderdag 16 oktober 1913 met Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe in 1916, gehuwd te Bunnik op donderdag 16 oktober 1913 met Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Johan Herman Bijl de Vroe in 1986, geboren op woensdag 21 september 1921. Zoon van Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe en Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Johan Herman Bijl de Vroe in 1986, geboren op woensdag 21 september 1921. Zoon van Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe en Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


 

Portret van Jhr. Johan Herman Strick van Linschoten (*03-01-1880), als jonge man in juni 1907 als luitenant generaal der jagers. Johan was de broer van Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Zoon van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten en mvr. J.H.A. Geertsema.Portret van Jhr. Johan Herman Strick van Linschoten (*03-01-1880), als jonge man in juni 1907 als luitenant generaal der jagers. Johan was de broer van Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Zoon van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten en mvr. J.H.A. Geertsema.


Gezicht vanuit het zuiden op kasteel Rhijnauwen, met gracht en brug, te Bunnik (licht ingekleurd) in de periode 1697 - 1702. Naar een tekening van Cornelis Specht en Jan Vianen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57408, 55.Gezicht vanuit het zuiden op kasteel Rhijnauwen, met gracht en brug, te Bunnik (licht ingekleurd) in de periode 1697 - 1702. Naar een tekening van Cornelis Specht en Jan Vianen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57408, 55.


Portret van Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten. Geboren 16 maart 1859 en overleden op 7 maart 1899. Hij werd maar 39 jaar. Unico was de zoon van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Agatha Henrietta van Notten. Op het portret is Unico Hendrik ca. 20 jaar oud rond het jaar 1880.Portret van Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten. Geboren 16 maart 1859 en overleden op 7 maart 1899. Hij werd maar 39 jaar. Unico was de zoon van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Agatha Henrietta van Notten. Op het portret is Unico Hendrik ca. 20 jaar oud rond het jaar 1880.


  

Ambachtsheerlijkheden in bezit

van familie Strick van Linschoten

Rhijnauwen (1818-1858)

De kadastrale gemeente Rhijnauwen tot 1 januari 1858 met de landgoederen (L) Nieuw-Amelisweerd, (M) Oud-Amelisweerd en (R) Rhijnauwen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 06062A01.De kadastrale gemeente Rhijnauwen tot 1 januari 1858 met de landgoederen (L) Nieuw-Amelisweerd, (M) Oud-Amelisweerd en (R) Rhijnauwen. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort, beeldbank, documentnummer: 06062A01.



Bunnik en Vechten

Wapen van de gemeente Bunnik (1913-1969) wat door de Hoge Raad van Adel werd toegewezen op dinsdag 11 februari 1913 aan de gemeente Bunnik. Aan het wapen werd het volgende blazoen toegewezen: Wapen van de gemeente Bunnik (1913-1969) wat door de Hoge Raad van Adel werd toegewezen op dinsdag 11 februari 1913 aan de gemeente Bunnik. Aan het wapen werd het volgende blazoen toegewezen: "In goud een stappende haan van keel en een uitgetande zoom van sabel." Bron: Wikipedia Wapen van Bunnik.


Topografische kaart en plattegrond van de gemeente Bunnik ui 1867. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57375, 55.Topografische kaart en plattegrond van de gemeente Bunnik ui 1867. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 084, 57375, 55.


  

Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (geboren 29 januari 1805 te Utrecht en overleden 3 maart 1881 te Benschop). Hij werd 76 jaar. Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Zoon van Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (1766 - 1837), Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (geboren 29 januari 1805 te Utrecht en overleden 3 maart 1881 te Benschop). Hij werd 76 jaar. Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Zoon van Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (1766 - 1837), Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (geboren 19 september 1847 te Benschop en overleden op 1 mei 1904) Hij werd 56 jaar. Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Zoon van Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (1805-1881). Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (geboren 19 september 1847 te Benschop en overleden op 1 mei 1904) Hij werd 56 jaar. Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Zoon van Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (1805-1881). Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Jkvr. Maria Anthonia Strick van Linschoten (geboren op 16 november 1852 te Utrecht en overleden op 31 januari 1892). Zij werd 39 jaar. Maria Antonia was de nicht van Johan Lodewijk. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jkvr. Maria Anthonia Strick van Linschoten (geboren op 16 november 1852 te Utrecht en overleden op 31 januari 1892). Zij werd 39 jaar. Maria Antonia was de nicht van Johan Lodewijk. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


  

Graf van J.L.M.J. van Diemen (*25-04-1811 - +12-02-1875), Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (*29-01-1805 - +03-03-1881) en Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (*19-09-1847 - +01-05-1904). Beide Heren, Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden op de Algemene Begraafplaats in het dorp Benschop. Bron: Online-begraafplaatsen.nl Graf id-nummer: 430482.Graf van J.L.M.J. van Diemen (*25-04-1811 - +12-02-1875), Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten (*29-01-1805 - +03-03-1881) en Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (*19-09-1847 - +01-05-1904). Beide Heren, Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden op de Algemene Begraafplaats in het dorp Benschop. Bron: Online-begraafplaatsen.nl Graf id-nummer: 430482.


    

Grafmonument van Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (1851-1941) de laatste heer van de ambachtsheerlijkheden Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden aan de Woudenbergseweg 46 begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.Grafmonument van Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (1851-1941) de laatste heer van de ambachtsheerlijkheden Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden aan de Woudenbergseweg 46 begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (geboren 15 september 1851 te Benschop en overleden 18 oktober 1941) Hij werd 90 jaar. Hij was de laatste Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten na zijn overlijden was na 1941 de familie tak Strick van Linschoten van Bunnik en Vechten uitgestorven. Johan Lodewijk huwde in 1890 Jkvr. Maria Anthonia Strick van Linschoten (geboren op 16 november 1852 te Utrecht en overleden op 31 januari 1892). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (geboren 15 september 1851 te Benschop en overleden 18 oktober 1941) Hij werd 90 jaar. Hij was de laatste Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten na zijn overlijden was na 1941 de familie tak Strick van Linschoten van Bunnik en Vechten uitgestorven. Johan Lodewijk huwde in 1890 Jkvr. Maria Anthonia Strick van Linschoten (geboren op 16 november 1852 te Utrecht en overleden op 31 januari 1892). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Grafmonument van Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (1851-1941) de laatste heer van de ambachtsheerlijkheden Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden aan de Woudenbergseweg 46 begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.Grafmonument van Jhr. Johan Lodewijk Strick van Linschoten (1851-1941) de laatste heer van de ambachtsheerlijkheden Vlooswijk, Bunnik en Vechten. Grafmonument te vinden aan de Woudenbergseweg 46 begraafplaats Bosrust te Zeist. Foto: Sander van Scherpenzeel.


  

Abstede en Wittevrouwen

Gezicht op een weg in Abstede te Utrecht in de periode 1785-1835. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38595.Gezicht op een weg in Abstede te Utrecht in de periode 1785-1835. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38595.



Heerlijkheden en buurtschappen

Abstede en Wittevrouwen waren buurtschappen en ambachtsheerlijkheden in de stadsheerlijkheid van Utrecht ten oosten van de oude stad, die samen ook wel Groot-Covelswade werden genoemd. Bij Abstede hoorde ook het gebied Galgenwaard. Omdat Wittevrouwen buiten de Wittevrouwenpoort lag, werd ook wel gesproken over het gerecht Buiten Wittevrouwen­(poort). Het gebied heette oorspronkelijk Oudwijk. Wittevrouwen is tegenwoordig een buurt in de wijk Noordoost. Abstede, Buiten Wittevrouwen en Oudwijk zijn nu buurten in de wijk Oost.

Van 1818 tot 1823 was het gebied een zelfstandige gemeente, waar ook de heerlijkheid Blijenburg bij hoorde. In 1840 had het gebied met een oppervlakte van ongeveer 280 ha 2.460 inwoners. In Utrecht bevinden zich de Abstederbrug, -dijk en –hof en de Wittevrouwenkade, - singel en –straat en de Laan van Kovelswade.


Kadastraal uittreksel van de gemeente Abstede, sectie A, tweede blad, het terrein tussen de Minstroom en Kromme Rijn te Utrecht; met weergave van wegen, watergangen, percelen (ged.) en bebouwing, met vermelding van eigenaren in de periode 1825-1830. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216099.Kadastraal uittreksel van de gemeente Abstede, sectie A, tweede blad, het terrein tussen de Minstroom en Kromme Rijn te Utrecht; met weergave van wegen, watergangen, percelen (ged.) en bebouwing, met vermelding van eigenaren in de periode 1825-1830. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216099.



In 1715 verkochten de Staten van Utrecht de heerlijkheden Abstede en Wittevrouwen, alsmede Bunnik en Vechten, aan Jacob de Witte te Vlissingen. In 1724 werden deze heerlijkheden verkocht aan Joseph Loten (1680-1730), die Abstede en Wittevrouwen naliet aan zijn weduwe Christina Clara Strick van Linschoten (1688-1780) en Bunnik en Vechten aan zijn dochter Constantia Johanna Loten (1725-1763). Na haar dood in 1763 werd haar moeder ook vrouwe van Bunnik en Vechten. Zij werd in Abstede en Wittevrouwen opgevolgd door haar neef Johan Balthazar Strick van Linschoten, een zoon van haar broer Jan Hendrik Strick van Linschoten (1687-1759).


Kadastrale kaart van de buitengerechten Wittevrouwen en Blijenburg te Utrecht, het terrein tussen de Biltsche Grift / Nicolaasweg / Minstroom / Stadsbuitengracht, met weergave van percelen met bebouwing en vermelding van kadastrale nummers, wegen en watergangen in 1811. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216128.Kadastrale kaart van de buitengerechten Wittevrouwen en Blijenburg te Utrecht, het terrein tussen de Biltsche Grift / Nicolaasweg / Minstroom / Stadsbuitengracht, met weergave van percelen met bebouwing en vermelding van kadastrale nummers, wegen en watergangen in 1811. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216128.



Heren en vrouwen van Abstede en Wittevrouwen

Johan Balthazar Strick van Linschoten, jhr. mr. (1734-1820) 1759-1820

Geb. en ov. Utrecht. Ook heer van Rhijnauwen en van Nieuw Helvoet en De Quack op Voorne-Putten. Hij werd in 1816 ingelijfd in de Nederland­se adel. Kanunnik en deken van St. Pieter in Utrecht, ontvanger van de Staten van Utrecht, raad in de Admira­li­teit van Friesland, lid van de Raad van Utrecht, hoogheemraad van de Lekdijk Bovendams. Tr.(1) Utrecht 1768 Charlotta Martha van Utenhove tot Bottesteyn (1743-1788), tr.(2) Utrecht 1790 Petronella Johanna Godin (1753-1791).


Gezicht op een boerderij in Abstede te Utrecht in 1829. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38025.Gezicht op een boerderij in Abstede te Utrecht in 1829. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38025.



Volgens zijn memorie van successie bestond zijn onroerend goed uit een huis aan de Nieuwegracht in Utrecht, nog vier huizen in Utrecht, huis Rhijnauwen met boerderijen en 32 morgen, de Bisschopshoef met 25 morgen in Zeist, de boerderijen Ten Rijn met 51 morgen in Bunnik, Fortuin met 39 morgen, Rijnswaard met 31 morgen, Bremerlust met 6 morgen, De Uithof met 37 morgen, een boerderij met 12 morgen in De Bilt, met 16 morgen in Abcoude, met 66 morgen in Zuilen, met 81 morgen in Schalkwijk, met 11 morgen in Linschoten, nog vier boerderijen met totaal 108 morgen, een warmoeziershofstede in Abstede en nog bijna 300 morgen land in verschillende andere plaatsen.


Gezicht over de stadsbuitengracht bij de Wittevrouwenbrug te Utrecht op de voor- en zijgevel van het hotel van Ballangée op de hoek van de Biltstraat en de Wittevrouwensingel, uit het noordwesten in 1896 naar een tekening van A.E. Grolman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 31707.Gezicht over de stadsbuitengracht bij de Wittevrouwenbrug te Utrecht op de voor- en zijgevel van het hotel van Ballangée op de hoek van de Biltstraat en de Wittevrouwensingel, uit het noordwesten in 1896 naar een tekening van A.E. Grolman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 31707.



Diederik Willem Jacob Strick van Linschoten, jhr. (1776-1854) 1820-1854

Zoon van de vorige, geb. Utrecht, ov. De Bilt, huis Arenberg. Ook heer van Nieuw-Helvoet en De Quack. In 1832 kocht hij landgoed Arenberg in De Bilt. Lid Provinciale Staten van Utrecht, heemraad Lekdijk Bovendams. Tr. Kortenhoef 1801 Sibilla Antoinette van Renesse van Wilp (1777-1830).


Gezicht op de Abstederdijk te Utrecht met aan weerszijden enkele boerderijen en op de achtergrond de molen op de Bijlhouwerstoren in 1826. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30003.Gezicht op de Abstederdijk te Utrecht met aan weerszijden enkele boerderijen en op de achtergrond de molen op de Bijlhouwerstoren in 1826. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30003.



Volgens zijn memorie van successie bestonden zijn onroerende goederen uit een herenhuis in Utrecht, een boerderij met 67 ha en nog een met 22 ha in Schalkwijk, een boerderij met 35 ha in Linschoten en buitenplaats Arenberg met 10,5 ha in De Bilt.


Gezicht op een weg in Abstede te Utrecht naar een tekening van Herman Saftleven uit 1650-1675. Bron: Het Utrechts Archief catalogusnummer: 35129.Gezicht op een weg in Abstede te Utrecht naar een tekening van Herman Saftleven uit 1650-1675. Bron: Het Utrechts Archief catalogusnummer: 35129.




Noot. In het Nederland’s Adelsboek van 1917 wordt hij niet, maar wel zijn zoon Jhr. Jan Hendrik Carel Strick van Linschoten (1802-1829) vermeld als heer van Abstede en Wittevrouwen. Uit andere bronnen blijkt dat hij wel degelijk heer was en daar hij veel langer heeft geleefd, is het erg onwaarschijnlijk dat zijn zoon heer is geweest.


Kadastraal uittreksel van de gemeente Abstede, sectie A te Utrecht, het terrein rondom de einden van de Biltstraat en de Maliebaan; met weergave van wegen en watergangen, percelen en bebouwing met vermelding van kadastrale nummers in 1830. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214156.Kadastraal uittreksel van de gemeente Abstede, sectie A te Utrecht, het terrein rondom de einden van de Biltstraat en de Maliebaan; met weergave van wegen en watergangen, percelen en bebouwing met vermelding van kadastrale nummers in 1830. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214156.



Cornelia Sara Wilhelmina Antoinetta Strick van Linschoten, jkvr. (1806-1855) 1854-1855

Dochter van de vorige, geb. Utrecht, ov. De Bilt, huize Arenberg. Ook vrouwe van Nieuw-Helvoet en De Quack. Tr. Utrecht 1827 (gescheiden van tafel en bed) Mr. Arnoud Gerard Joost baron Taets van Amerongen (1806-1886), geb. Amsterdam, ov. Utrecht. Kolonel, inspecteur jacht en visserij, rechter-plaatsvervanger te Utrecht, kamerheer i.b.d., Ridder in de Militaire Willemsorde.


Gezicht op enige huizen langs een weg in Abstede buiten de Wittevrouwenpoort te Utrecht uit 1729 naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer:	 35004.Gezicht op enige huizen langs een weg in Abstede buiten de Wittevrouwenpoort te Utrecht uit 1729 naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 35004.



Arnoud Gerard Joost baron Taets van Amerongen (1838-1893) 1855-1893

Zoon van de vorige, geb. De Bilt, huize Arenberg, ov. Brussel. Nieuw-Helvoet ging naar zijn broer Joost. Tr. Brussel 1864 Jeanne Philomène Laroze (1840-1890) Godert Hendrik baron Taets van Amerongen (1835-1907) 1893-1907


Kaart van het terrein met het gebouwencomplex van de Veeartsenijkundige Hoogeschool langs de Biltsche Vaart in de wijk Wittevrouwen te Utrecht; met vermelding van de bestemming van de gebouwen. Met waargave van aangrenzende straten met bebouwing in 1920-1930. De naam Biltsche Vaart is later gewijzigd in Biltsche Grift. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214718.Kaart van het terrein met het gebouwencomplex van de Veeartsenijkundige Hoogeschool langs de Biltsche Vaart in de wijk Wittevrouwen te Utrecht; met vermelding van de bestemming van de gebouwen. Met waargave van aangrenzende straten met bebouwing in 1920-1930. De naam Biltsche Vaart is later gewijzigd in Biltsche Grift. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214718.



Broer van de vorige, geb. De Bilt, huis Arenberg, ov. Brussel. Ritmeester cavalerie. Tr. Oosterbeek 1870 (scheiding van tafel en bed 1894) Maria Catharina Eleonora Riesz (1832-1908). Woonden in 1888 in Luik. Zij was eerder getrouwd met Willem Schuurman. Huis Arenberg is in 1928 afgebroken. Het is niet gelukt nog opvolgers van hem te vinden.


Gezicht vanaf de singel op de stadsbuitengracht en de stadswal te Utrecht uit het zuiden, met links de Wittevrouwenpoort en -brug en in het midden het wachthuisje met daarachter links de toren De Hond. Links achter de stadsmuur enkele gebouwen van het voormalige Wittevrouwenklooster; rechts op de achtergrond het bolwerk Wolvenburg met het gebouw van de lakmoesfabriek in 1780. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30863.Gezicht vanaf de singel op de stadsbuitengracht en de stadswal te Utrecht uit het zuiden, met links de Wittevrouwenpoort en -brug en in het midden het wachthuisje met daarachter links de toren De Hond. Links achter de stadsmuur enkele gebouwen van het voormalige Wittevrouwenklooster; rechts op de achtergrond het bolwerk Wolvenburg met het gebouw van de lakmoesfabriek in 1780. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30863.



Tekst en onderzoek: Peter de Jong, Schipluiden.

Schrijver van het boek:  van macht naar folklore, heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd.


Kadastraal uittreksel van de gemeente De Bilt, sectie C en de gemeente Abstede, sectie A, met daarop aangegeven in verschillende kleuren de percelen in het gebied tussen de Vossegatsedijk in het zuiden (thans Vossegatselaan) en de Johannapolder / Oostbroekselaan in het noordoosten, met in het midden de Minstroom uit 1880-1900. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 28465.Kadastraal uittreksel van de gemeente De Bilt, sectie C en de gemeente Abstede, sectie A, met daarop aangegeven in verschillende kleuren de percelen in het gebied tussen de Vossegatsedijk in het zuiden (thans Vossegatselaan) en de Johannapolder / Oostbroekselaan in het noordoosten, met in het midden de Minstroom uit 1880-1900. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 28465.


 

 Nieuw-Helvoet

Wapen van Nieuw-Helvoet. Eigen werk - Hoge Raad van Adel. Bron: Wikipedia.Wapen van Nieuw-Helvoet. Eigen werk - Hoge Raad van Adel. Bron: Wikipedia.



Heerlijkheid en dorp

Dorp op Voorne-Putten bij Hellevoetsluis, ambachtsheerlijkheid. Bij Nieuw-Helvoet behoorde de oorspronkelijk zelfstandige heerlijkheid en polder De Quack. In 1724 kocht Daniel Bernard de heerlijkheid voor ƒ 8.200 van de Staten van Holland; kwam via zijn kleinzoon in de familie Strick van Linschoten. Van de heerlijke rechten is weinig gevonden.

In 1826 wordt het zogenaamde mei- en bamischot vermeld; het bracht toen netto ƒ 648 op. 
De gemeente was 1.140 ha groot, had 730 inwoners rond 1840, bijna 2.100 in 1940 en 6.600 in 2004. In 1855 werd Struiten aan de gemeente toegevoegd. Nieuw-Helvoet ging in 1960 op in de gemeente Hellevoetsluis.


Jhr. Johan Balthazar Strick van LinschotenaJhr. Johan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwnen (1734-1820) door Jacobus Luberti Augustini. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.van Rhijnauwnen (1734-1820). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Jhr. Johan Balthazar Strick van Linschoten van Rhijnauwnen (1734-1820) door Jacobus Luberti Augustini. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Heren en vrouwen van Nieuw-Helvoet

Johan Balthazar Strick van Linschoten, jhr. mr. (1734-1820) 1761-1820
Geb. en ov. Utrecht, kasteel Rhijnauwen. Erfde de heerlijkheid van zijn grootvader Daniël Bernard (1676-1761). Ook heer van Rhijnauwen, een buitenplaats bij Bunnik, van Heeswijk en Achthoven, buurtschappen bij Linschoten en van Wittevrouwen en Abstede, buurtschappen bij Utrecht. Hij werd in 1816 ingelijfd in de Nederlandse adel. Kanunnik en deken van St. Pieter in Utrecht, raad in de Admiraliteit van Friesland, lid van de raad van Utrecht, hoogheemraad Lekdijk Bovendams, ontvanger van de Staten van Utrecht. Tr.(1) Utrecht 1768 Charlotta Martha van Utenhove tot Bottesteyn (1743-1788), tr.(2) Utrecht 1790 Petronella Johanna Godin (1753-1791).


Plattegrond van het huis Arenberg bij De Bilt, met weergave van een plan voor de aanleg van riolering en waterleiding in 1894. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 1190-7.Plattegrond van het huis Arenberg bij De Bilt, met weergave van een plan voor de aanleg van riolering en waterleiding in 1894. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 1190-7.



Diederik Willem Jacob Strick van Linschoten, jhr. (1776-1854) 1820-1854
Zoon van de vorige, geb. Utrecht, ov. De Bilt, huize Arenberg. Lid Provinciale Staten van Utrecht, heemraad Lekdijk Bovendams. Hij bezat geen onroerend goed in Nieuw-Helvoet. Tr. Kortenhoef 1801 Sibilla Antoinette van Renesse van Wilp (1777-1830).


Jkvr. Cornelia Sara Wilhelmina Antoinette Strick van Linschoten (1806-1855). Naar een origineel portret dat zich in kasteel Renswoude bevindt. Naar een foto van Peter de Jong, Schipluiden.Jkvr. Cornelia Sara Wilhelmina Antoinette Strick van Linschoten (1806-1855). Naar een origineel portret dat zich in kasteel Renswoude bevindt. Naar een foto van Peter de Jong, Schipluiden.



Jkvr. Cornelia Sara Wilhelmina Antoinette Strick van Linschoten.

Cornelia Sara Wilhelmina Antoinette Strick van Linschoten, jkvr. (1806-1855)      1854-1855
Dochter van de vorige, geb. Utrecht, ov. De Bilt, huize Arenberg. Tr. Utrecht 1827 Mr. Arnoud Gerard Joost baron Taets van Amerongen (1806-1886), geb. Amsterdam, ov. Utrecht. Majoor schutterij Utrecht, inspecteur jacht en visserij, kamerheer i.b.d. van Willem III, Ridder in de Militaire Willemsorde, Commandeur in de Orde van de Eikenkroon.


Joost baron Taets van Amerongen (1832-1871). Foto: Peter de Jong, Schipluiden.Joost baron Taets van Amerongen (1832-1871). Foto: Peter de Jong, Schipluiden.



Joost baron Taets van Amerongen (1832-1871) 1856-1871
Zoon van de vorige, geb. De Bilt, huize Arenberg, ov. Deventer. Tr. Utrecht 1855 Jkvr. Hortense Cathérine Marie van de Poll. Woonden onder meer op huis Zwanenburg in Gendringen.


Raadhuis aan de Smitsweg, bouw afgerond in 1903 te Nieuw-Helvoet. Bron: Wikipedia Hellevoetfotoshoot - Eigen werk.Raadhuis aan de Smitsweg, bouw afgerond in 1903 te Nieuw-Helvoet. Bron: Wikipedia Hellevoetfotoshoot - Eigen werk.



Hortense Cathérine Marie van de Poll, jkvr. (1831-1915) 1871-1915
Weduwe van de vorige, geb. Amsterdam, ov. Den Haag. In 1865 had ze bemoeienis met het beroepen van een predikant namens haar man. 

Joost Herman baron Taets van Amerongen (1857-1932) 1915-1932
Zoon van de vorige, geb. Utrecht, ov. Malang, ongehuwd. Administrateur onderneming Satak, ambtenaar opiumbestrijding Semarang. In 1917 verleende hij als erfgenaam van zijn moeder goedkeuring aan de benoeming van een nieuwe predikant.

William Marie Eugène baron Taets van Amerongen (1860-1936) 1932-1936
Broer van de vorige, geb. Gendringen, huis Zwanenburg, dat in 1901 werd gesloopt, ov. Den Haag. Tr. Den Haag 1892 Jkvr. Gustavine Marie Verspyck (1861-1935). Het echtpaar liet geen kinderen na. Waarschijnlijk was hij de laatste heer.


Achterzijde van kasteel Renswoude. Bron: Wikipedia: Bas - Eigen werk.Achterzijde van kasteel Renswoude. Bron: Wikipedia: Bas - Eigen werk.



Tekst en onderzoek: Peter de Jong, Schipluiden.Schrijver van het boek:  van macht naar folklore, heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd.


Kerk van Nieuw-Helvoet. Bron: Wikipedia Chris06 - Eigen werk.Kerk van Nieuw-Helvoet. Bron: Wikipedia Chris06 - Eigen werk.



Hervormde kerk van Nieuw-Helvoet. Foto auteur.
Jhr. mr. Johan Balthazar Strick van Linschoten, door Jacobus Luberti Augustini. RKD.

De Quack

Wapen van het De Quack. Bron: Wikipedia.Wapen van het De Quack. Bron: Wikipedia.



De polder De Quack was een polder en waterschap in de gemeente Hellevoetsluis (voorheen Nieuw Helvoet) in de Nederlandse provincie Zuid-Holland.


Kaart van de polder Nieuw-Hellevoet in 1697. Caartboeck van Voorne. Bron: Wikipedia.Kaart van de polder Nieuw-Hellevoet in 1697. Caartboeck van Voorne. Bron: Wikipedia.



Het waterschap was in 1811 ontstaan als de (gedeeltelijke) rechtsopvolger van het gelijknamige Ambacht.

Het waterschap was verantwoordelijk voor de waterhuishouding in de polder.



Vlooswijk

Gezicht op de boerderij op het terrein van de heerlijkheid Vlooswijk bij Montfoort in 1729 naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201985.Gezicht op de boerderij op het terrein van de heerlijkheid Vlooswijk bij Montfoort in 1729 naar een tekening van L.P. Serrurier. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201985.



Vlooswijk is een polder in de Nederlandse provincie Utrecht die deels in de gemeente Montfoort en deels in de gemeente Woerden ligt.

Vlooswijk wordt in het noordoosten begrensd door de Kromwijker wetering. In het zuidoosten grenst het aan de polder Kromwijk, daarvan gescheiden door de Haarmolenvliet, in het zuidwesten aan Diemerbroek en in het noordwesten scheidt de Broekermolenvliet het van (Woerdens) Kromwijk.


Gezicht op het omgrachte kasteel Linschoten te Linschoten in de periode 1660-1680. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107390.Gezicht op het omgrachte kasteel Linschoten te Linschoten in de periode 1660-1680. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107390.



De rechtspraak was in de Middeleeuwen eigendom van het Kapittel van Oudmunster in Utrecht. Het kapittel gaf deze heerlijke rechten in verschillende delen te leen. Vlooswijk bestond uit 6 hoeven, waarvan de twee noordwestelijke later Westenrijk werden genoemd en de zuidoostelijke 4 Oostenrijk of Oosterwijk in Kromwijk. De grond van Oostenrijk was ook eigendom van Oudmunster en werd in leen gegeven, die van Westenrijk niet. De benaming van de heerlijkheid luidt ook wel Vlooswijk en Vlooswijk in Kromrijk.


Portret van Jhr. Paulus Hubert Adriaan Jan Strick van Linschoten (1769-1819), heer van Linschoten, Schagen en Den Engh, Polanen, Kattenbroek, Lange Linschoten en Snelrewaard, Hekendorp en IJsselvere, geb. te Utrecht 21 Nov. 1769, overl. te Bologna 25 Juli 1819. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jhr. Paulus Hubert Adriaan Jan Strick van Linschoten (1769-1819), heer van Linschoten, Schagen en Den Engh, Polanen, Kattenbroek, Lange Linschoten en Snelrewaard, Hekendorp en IJsselvere, geb. te Utrecht 21 Nov. 1769, overl. te Bologna 25 Juli 1819. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



In de Franse tijd werd Vlooswijk samen met Wulverhorst, Kromwijk en Linschoter Haar tot de gemeente Wulverhorst samengevoegd. Op 1 januari 1812 werd de gemeente Wulverhorst met Vlooswijk bij Linschoten gevoegd, waarna het op 1 januari 1818 weer zelfstandig werd. Op 8 september 1857 werd het geheel weer bij Linschoten gevoegd.Linschoten ging in 1989 op in de gemeente Montfoort. Het deel ten noorden van de A12 werd bij Woerden gevoegd.


Kaart van het waterschap Bijleveld, gelegen in de gemeenten Vleuten, Harmelen, Veldhuizen, Linschoten en Achthoven; met weergave van de belangrijkste watergangen, dijken, wegen, molens, bruggen en verspreide bebouwing in 1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214253.Kaart van het waterschap Bijleveld, gelegen in de gemeenten Vleuten, Harmelen, Veldhuizen, Linschoten en Achthoven; met weergave van de belangrijkste watergangen, dijken, wegen, molens, bruggen en verspreide bebouwing in 1836. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214253.



Tekst en onderzoek: Peter de Jong, Schipluiden. Schrijver van het boek:  van macht naar folklore, heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd heerlijkheden in Zuid-Holland na de Franse Tijd.


Gezicht op een boerderij in Abstede te Utrecht. Op de achterzijde een boomstudie. Naar een tekening van L.C. Hora Siccama van maandag 28 augustus 1871. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 35124.Gezicht op een boerderij in Abstede te Utrecht. Op de achterzijde een boomstudie. Naar een tekening van L.C. Hora Siccama van maandag 28 augustus 1871. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 35124.


 

Geschiedenis Landgoed Rhijnauwen

Gezicht op de voor- en zijgevel van het huis Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, ingericht als jeugdherberg. Periode 1930-1935. Collectie: Het Utrechts Archief; catalogusnummer: 1978.Gezicht op de voor- en zijgevel van het huis Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, ingericht als jeugdherberg. Periode 1930-1935. Collectie: Het Utrechts Archief; catalogusnummer: 1978.

 


Geschiedenis

Evenals Nieuw- en Oud-Amelisweerd is Rhijnauwen in oorsprong een versterkt huis, waarschijnlijk reeds voor 1212 gebouwd op de oeverwal langs de Kromme Rijn, als centrum van een ontginningsheerlijkheid. De oudst bekendebewoner is Jacob van Lichtenberg, schepen van Utrecht.

Zijn dochter Aleyd bracht door haar huwelijk met de Zeeuwse edelman Jan van Renesse het goed in1248 in het bezit van deze familie.In 1449 wordt het huis in opdracht van bisschop Rudolf van Diepholt verwoest, uit wraak voor een vermeende aanslag op de stad Utrecht door de toenmalige eigenaar Frederik van Renesse. Het middeleeuwse kasteel bestond uiteen omgrachte hoofd- en voorburcht.


Landgoed Rhijnauwen aan de Kromme-Rijn vanuit de lucht gezien in 1985. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.Landgoed Rhijnauwen aan de Kromme-Rijn vanuit de lucht gezien in 1985. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.



De hoofdburcht bestond uit woonvleugels van twee verdiepingen op een onderbouw, gegroepeerd rond een binnenplaats, die aan de westzijde was afgesloten met een muur en een poortgebouw. Op de voorburcht stond een boerderij met stallen. 

Na de verwoesting van 1449 werd het kasteel gedeeltelijk herbouwd. Aan de oostzijde twee grote woonblokken met inde hoek van de binnenplaats een traptoren met achtkante bovenbouw en hogespits; aan de zuidzijde, de rivierzijde een tweedelige vleugel, waarvan het tussen lid in 1596 waarschijnlijk vernieuwd of grondig verbouwd werd

(gezien de gevelankers te zien op een gewassen krijttekening door R. Roghman uit ca 1647); aan de westzijde lag de poorttoren, die via een houten ophaalbrug en een stenenboogbrug toegang gaf tot de omgrachte voorburcht; de grootste en waarschijnlijk oudste vleugel aan de noordzijde, bleef nog twee eeuwen liggen als ruïne.


Gezicht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het westen gezien. Links de ruïne van de verwoeste hoofdvleugel, rechts de poorttoren en de brug naar de voorburcht in 1647. Tekening in zwart krijt van Roelant Roghman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37931.Gezicht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het westen gezien. Links de ruïne van de verwoeste hoofdvleugel, rechts de poorttoren en de brug naar de voorburcht in 1647. Tekening in zwart krijt van Roelant Roghman. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37931.



In 1536 kreeg Rhijnauwen heerlijkheidsrechten en werd officieel tot ridderhofstad verklaard.De toegang tot het kasteel liep niet via een brug over de Kromme Rijn, maar via een oprijlaan uit noordelijke richting, thans Rhijnauwenselaan/Vossegatsedijk.

Deze hoofdlaan was niet op het hoofdgebouw gericht. Haaks op deze laan zijn in de loop van de 16de en 17de eeuw een drietal dwarslanen aangelegd, die het landgoed verdeelden in rechthoekige vakken, voornamelijk ingevuld met hakhout, weiland en boomgaard. Dit zou tot ver in de 18de eeuw zo blijven.


Gezicht over de slotgracht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het westen, met rechts de brug naar de voormalige voorburcht en op de achtergrond bomen langs de Kromme Rijn tussen 1730 en 1735. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37942.Gezicht over de slotgracht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het westen, met rechts de brug naar de voormalige voorburcht en op de achtergrond bomen langs de Kromme Rijn tussen 1730 en 1735. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37942.



Na door huwelijk en vererving in handen van verschillende families te zijn geweest, werd in 1717 het landgoed Rhijnauwen eigendom van David ten Hove. Zijn zoon Melchior ging er na zijn huwelijk in 1718 wonen.

Hij liet het nog middeleeuwse huis verbouwen tot een modern 18de eeuws herenhuis. De poorttoren en de traptoren, de zuidvleugel en de ruïne van de noordvleugel verdwijnen daarbij.

De oostvleugel werd gewijzigd en naar het westen toe verdubbeld.


Gezicht over de Kromme Rijn op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het zuidoosten tussen 1723 en 1730. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37935.Gezicht over de Kromme Rijn op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het zuidoosten tussen 1723 en 1730. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37935.



Zo ontstond een min of meer rechthoekig blokvormig huis met een symmetrisch front naar de vroegere voorburcht. De gracht rond de oorspronkelijke hoofdburcht bleef voorlopig gehandhaafd. In de loop van de 18de eeuw werd ook de boerderij op de voorburcht gesloopt, de stallen uitgebreid met poortgebouw en dienstwoningen de vierkante duiventoren gebouwd. Mogelijk is toen de hofstede Rhijnauwen gebouwd ter vervanging van de gesloopte boerderij.


Gezicht over de slotgracht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het noorden, met linksachter bomen langs de Kromme Rijn en rechtsachter een bijgebouw op de voormalige voorburcht in periode 1740 tot 1760. Hendrik de Winter uit ca.1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37939.Gezicht over de slotgracht op de ridderhofstad Rhijnauwen tussen Utrecht en Bunnik, uit het noorden, met linksachter bomen langs de Kromme Rijn en rechtsachter een bijgebouw op de voormalige voorburcht in periode 1740 tot 1760. Hendrik de Winter uit ca.1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 37939.



Over de Kromme Rijn werd een bruggetje gelegd. Tevens werd het ‘Nieuw Bos’ aangelegd, twee vierkante bosketten in geometrische stijl, ten noorden van het hoofdgebouw aan de Rhijnauwenselaan.

Aan de oostzijde van het hoofdgebouw kwam een even eens in geometrische stijl aangelegde tuin. Aan het einde van de 18de eeuw kwamen daar nog twee moderne slinger bosjes bij ten zuiden van de Rhijnauwenselaan.


Grafsteen van Hendrik van Utenhove, Heer van Amelisweerd. Steen gelegen in de Dorpskerk van Bunnik. Foto: Henk Blok.Grafsteen van Hendrik van Utenhove, Heer van Amelisweerd. Steen gelegen in de Dorpskerk van Bunnik. Foto: Henk Blok.



In 1772 werd Rhijnauwen verkocht aan Johan Balthazar Strick van Linschoten, gehuwd met barones van Utenhove, lid van de familie die op Nieuw-Amelisweerd woonde. In 1919 wordt het landgoed Rhijnauwen verkocht aan de gemeente Utrecht, samen met de bijbehorende boerderijen ‘Goed ten Rijn’, ‘Numeri’ (inmiddels afgebroken), de ‘Hofstede Rhijnauwen’, de ‘Hoge Boomgaard’, ‘De Uithof’, de hofstede aan de Hoofddijk, en ‘Boschhoeve’. Kort na de verkoop is aan het einde van de hoofdlaan aan de Kromme Rijn het theehuis gebouwd.


Kaart behorend bij de papieren m.b.t. tot de verkoop van Landgoed Rhijnauwen uit 1919. In dat jaar werd door de gemeente Utrecht het landgoed aangekocht van van de weduwe van Jhr. Carel Jan Strick van Linschoten van Rhijnauwen Mevr. Geerstema. Bron: Het Utrechts Archief.Kaart behorend bij de papieren m.b.t. tot de verkoop van Landgoed Rhijnauwen uit 1919. In dat jaar werd door de gemeente Utrecht het landgoed aangekocht van van de weduwe van Jhr. Carel Jan Strick van Linschoten van Rhijnauwen Mevr. Geerstema. Bron: Het Utrechts Archief.



De brug over de Kromme Rijn is in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Na de oorlog werd een noodbrug gebouwd, die in 1973 is vernieuwd. Het park is sinds 1953 voor het publiek opengesteld. Het hoofdgebouw een blokvormig herenhuis, is sinds 1933 in gebruik als jeugdherberg, waartoe intern enkele aanpassingen hebben plaatsgevonden.

In 1975 is de zolder verbouwd en werd een ijzeren brandtrap geplaatst; in 1981 zijn er kamers op zolder gemaakt; in 1983 is de keuken en in 1986 is het sanitair vernieuwd.


Gezicht over de Kromme Rijn tussen Utrecht en Bunnik op de achtergevel van het kasteel Rhijnauwen, met rechts een gedeelte van het poortgebouw in 1866 door: PJ. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201852.Gezicht over de Kromme Rijn tussen Utrecht en Bunnik op de achtergevel van het kasteel Rhijnauwen, met rechts een gedeelte van het poortgebouw in 1866 door: PJ. Lutgers. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 201852.



Beschrijving

Ondanks deze aanpassingen heeft het gebouw zijn hoofdvorm behouden en is de oorspronkelijke indeling zoveel mogelijk gehandhaafd. Karakteristiek is de symmetrisch ingedeelde voorgevel met nadruk op de ingangspartij.

Een hardstenenbordestrap leidt naar de brede voordeur, waarboven een Empire snijraam. De schuifvensters hebben alle een 19de eeuwse. Empire, roeden verdeling. Aan de voorzijde zijn zij voorzien van Louvre-luiken. In het metselwerk van de zij- en achtergevel zijn nog sporen zichtbaar van oude raam tracéringen.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.



Binnen interieur van het landhuis Rhijnauwen in maart 1903 tijdens een bezoek van familie Wttewaall van Wickenburgh aan de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Binnen interieur van het landhuis Rhijnauwen in maart 1903 tijdens een bezoek van familie Wttewaall van Wickenburgh aan de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).


Diverse familieleden (dames) Wttewaall op bezoek in het huis Rhijnauwen in maart 1903. Rechts zittend Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten met naast hem vermoedelijk zijn echtgenote mevr. Strick van Linschoten - Geertsema. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).Diverse familieleden (dames) Wttewaall op bezoek in het huis Rhijnauwen in maart 1903. Rechts zittend Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten met naast hem vermoedelijk zijn echtgenote mevr. Strick van Linschoten - Geertsema. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall (c).


 

Nalatenschap Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten

Gezicht op de voorgevel van het pand Drift 19 (verenigingsgebouw van de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging (U.V.S.V.) te Utrecht in april 1998. Het huis dat ook in de achttiende en negentiende eeuw ook van Jan Balthazar Strick van Linschoten en zijn oudste zoon Diderik Willeam Jacob Strick van Linschoten was geweest. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 814980.Gezicht op de voorgevel van het pand Drift 19 (verenigingsgebouw van de Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging (U.V.S.V.) te Utrecht in april 1998. Het huis dat ook in de achttiende en negentiende eeuw ook van Jan Balthazar Strick van Linschoten en zijn oudste zoon Diderik Willeam Jacob Strick van Linschoten was geweest. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 814980.



'Compareerde voor Jan Hendrik van Grootveld. Openbaar notaris binnen Utrecht residerende en in tegenwoordigheid van Johannes Christian Fischer, klerk, dog niet van den ondergetekende Notaris wonende in de Heerenstraat, Cornelis Quint, Chirurgijnsgezel, Adrianus van IJsendoorn, kamerbehanger, beide wonende in de Predikheerenstraat en Jan van Wijngaarden Hendrikszoon, Grondeigenaar, wonende aan de Nieuwe Gragt, onder de Linden allen binnen Utrecht Getuigen ingevolge de Wet Vereischt en hiertoe Verzogt. De Hoog Wel Geboren Heer Johan Balthazar Strick van Linschoten, Heer van Rhijnauwen, Rentenier, wonende binnen Utrecht, aan de Nieuwegracht genaamd de Drift, Wijk H. Numero 616, dezelfde Verstand en Uiyspraak volkomen matig, als aan de Vernoemde Notaris en Vier getuigen is gebleeken'.

Zo staat de introductie geschreven in het testament van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten liet opmaken ten overstaande van de Utrecht notaris Jan Hendrik van Grootveld. Waarbij mede vier getuigen aanwezig hij zijn testament liet opmaken voordat hij zou overlijden in datzelfde jaar. Testament werd opgemaakt op vrijdag 28 januari 1820.

Van oudsher is het altijd geweest bij edele of personen met veel vermogen, macht en huizen of kastelen. Dat bij overlijden het belangrijkste goed van kasteel of heerlijkheid naar de oudste zoon zou gaan.

In het geval van Jan Balthazar Strick van Linschoten was dat heel anders. De jongste zoon kreeg het meest de oudste kwam er redelijk bekaaid van af.


Gezicht op de versierde voorgevel van de sociëteit van de U.V.S.V (Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging, Drift 19) te Utrecht ter gelegenheid van de viering van het 59e lustrum van de Utrechtse universiteit (295-jarig bestaan) met als thema Cortez in de zomer van 1931. Het huis dat in de achttiende en negentiende eeuw ook van Jan Balthazar Strick van Linschoten en zijn oudste zoon Diderik Willem Jacob Strick van Linschoten was geweest. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 109496.Gezicht op de versierde voorgevel van de sociëteit van de U.V.S.V (Utrechtse Vrouwelijke Studenten Vereniging, Drift 19) te Utrecht ter gelegenheid van de viering van het 59e lustrum van de Utrechtse universiteit (295-jarig bestaan) met als thema Cortez in de zomer van 1931. Het huis dat in de achttiende en negentiende eeuw ook van Jan Balthazar Strick van Linschoten en zijn oudste zoon Diderik Willem Jacob Strick van Linschoten was geweest. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 109496.



Uit het eerste huwelijk van Jan Balthazar Strick van Linschoten (1734-1820) met Chartlotte van Utenhove tot Bottesteyn (1743-1788) in 1768 (zijn buurvrouw wonende op Amelisweerd) krijgt hij een vier dochters en één zoon. Jhr. Diderik Willem Jacob Strick van Linschoten (1776-1854). In de eerste jaren van het jonge leven van Diderik laat Jan Bathazar Strick diverse testamenten opmaken. Waarin hij een overgroot deel van zijn bezittingen erop voorhand op laat vastleggen dat zoon Diderik het belangrijkste goed, dus dan ook Rhijnauwen zal ontvangen bij erfenis.

 In 1788 overlijd Charlotte op veel te vroegere leeftijd van 35 jaar. Waarop Jan Baltharzar twee jaar na het overlijden van zijn eerste echtgenote in 1790 huwde met Petronella Johanna Godin (1753-1791). Waarschijnlijk huwde hij met haar omdat zij in verwachting van een zoon. En een zoon buiten het huwelijk dat was not-done in het einde van de achttiende eeuw. Nog datzelfde jaar wordt zoon Jan Carel Wendel Strick van Linschoten geboren. Een jaar na de geboorte van Jan Carel Wendel in 1791 overlijd Petronella Godin op 38 jarige leeftijd.

Hierop wil Jan Balthazar Strick van Linschoten extra zekerheid hebben en gaat nog datzelfde jaar aan de slag om diverse testamenten en beschikking te laten registreren bij diverse Utrechtse notarissen. Voor het geval dat hij overlijd en zoon Jan Carel Wendel Strick nog onmondig of minderjarig is. Hierbij worden ook diverse voogden vastgelegd.

Hierin merk je al dat de toon van de Jan Balthazar Strick van Linschoten al anders is dan ruim 20 jaar eerder. In de diverse documenten krijgt in Jan Carel Wendel Strick van Linschoten in meerderheid de goederen en heerlijkheden in het voordeel van zijn oudere halfbroer.


Portret van Antoinette Sibylla Van Renesse van Wilp (1777-1820), echtgenote van Diderik Willem Jacob Strick van Linschoten. Van hem is tot op heden geen portret bekend gebleven. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Antoinette Sibylla Van Renesse van Wilp (1777-1820), echtgenote van Diderik Willem Jacob Strick van Linschoten. Van hem is tot op heden geen portret bekend gebleven. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Het vermoeden bestaat dat er waarschijnlijk iets was geknapt in de relatie tussen vader en zoon Jan Balthazar Strick en Diderik Willem Jacob Strick. In het opgemaakte testament staat ook te lezen van Diderik in een eerdere tijd al f. 40.000 gulden van vader Jan Balthazar Strick als voorerfenis heeft gerkegen. Zou het lening zijn geweest? Dat weten we niet zeker. Er staat wel geschreven dat Ja Balthazar dat enorm bedrag aan Diderik eerder betaald heeft.

Aan Jan Carel Wendel Strick, waaruit waarschijnlijk wel af-te-leiden valt dat Jan Balthazar Strick het zijn oogappeltje was in de diverse zinnen het meest toebedeeld krijgt van vader. Wel krijgt hij nog een keuze op uit te kiezen na vadersoverlijden. Of het aannemen van f. 55.000 gulden als erfenis of het landgoed Rhijnauwen met bijbehorende pachtboerderijen en landerijen in de omgeving van Bunnik, Zeist, De Bilt en Schalkwijk. Jan Carel Wendel Strick wist met deze keuze wel raad en nam het Landgoed Rhijnauwen.

Jan Balthazar Strick vier dochters die hij kreeg met Charlotte van Utenhove te noemen: Johanna Henrietta Antonia Strick van Linschoten (1769-1837), Suse Christina Strick van Linschoten (1772-1823), Christina Charlotta Strick van Linschoten (1775-1846), Charlotta Strick van Linschoten (1778-1850) en schoonzonen kregen in een erfdeel in de meeste gevallen een legaat of een groot geldbedrag op hun erfdeel.

Oudste zoon Diderik Willem Jacob kreeg wel de ambachtsheerlijkheden van de stadsbuitengerechten van Utrecht Abstede en Wittevrouwen van vader toebedeeld gekregen.

Nog een aantal losse hofstede in Abstede en verder in de omgeing met daarbij behorend twee boerderijen in Schalkwijk gelegen aan het Overeind 31 en 39-39a.

Vader Jan Balthazar vroeg wel in zijn testament of zonen Diderik en Jan Carel Wendel er onderling maar uit moesten komen van wie het ouderlijkhuis aan de Drift 19 mocht krijgen. In 1832 is dan ook te zien na de invoering van het kadaster dat Diderik het huis aan de Drift 19 heeft weten te bemachtigen voor zijn halfbroer Jan Carel Wendel.

Het was gelijk ook handig want de buren Diderik waren zijn zuster en zwager die naast hem woonde aan de Drift 21.

Jan Balthazar Strick liet wel zijn zijde kleding en sieraden evenredig in de helft na aan zijn zonen. Zoon Jan Carel Wendel Strick kreeg van vader nog zijn vergulde zilveren inktkoker en verzilverde tafelbestek van lepels, vorken en mesjes zo staat er geschreven. Ook zijn familieportretten, bibliotheek uit het huis aan de Drift 19 en huize Rhijnauwen kwamen toe aan jongste zoo en oogappel Jan Carel Wendel Strick van Linschoten.


Gezicht op de achtergevel van het huis Drift 21 te Utrecht in 1928. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 56328.Gezicht op de achtergevel van het huis Drift 21 te Utrecht in 1928. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 56328.



Buurman en dus zwager Cypriaan Gerard van Hengst (1776-1826) die in 1801 met Charlotte Strick van Linschoten (1778-1850) was gehuwd kregen samen 4 zonen en 1 dochter.

Charlotte was de jongste halfzus van Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Jan Carel Wendel Strick kon goed met zijn neef Carel Joseph van Hengst opschieten.

In diverse archiefstukken is te vinden dat Jan met Carel Joseph handelde in vast- en onroerend goed in Bunnik en omstreken, zoals die van de buitenplaats Bloemerwaard aan de Kromme Rijn, gelegen aan de oostkant van het dorp Bunnik en Vechten.

Na het overlijden van vader Jan Balthazar kocht zijn oudste zoon Diderik Strick het buiten de Arenberg gelegen in De Bilt aan de Utrechtseweg. Gelegen ten noorden van het landgoed Rhijnauwen. Zo kon Diderik zijn twee geliefde ambachtsheerlijkheden aan de oostkant van de stad Utrecht in de gaten houden. Te noemen Abstede en Wiitevrouwen.


Gezicht op de voorgevel van het huis Drift 21 te Utrecht, uit het zuidzuidwesten. in 1988. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 56334.Gezicht op de voorgevel van het huis Drift 21 te Utrecht, uit het zuidzuidwesten. in 1988. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 56334.



Familiegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Gezicht op de kruising Provincialeweg- Van Zijldreef, op de achtergrond de Algemene Begraafplaats met poortgebouw rond 1980. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 55892, 17.Gezicht op de kruising Provincialeweg- Van Zijldreef, op de achtergrond de Algemene Begraafplaats met poortgebouw rond 1980. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 55892, 17.


 

Algemene Begraafplaats Bunnik
Provincialeweg 63
3981 AR Bunnik

 


Het begint allemaal op 12 november 1680 te Amsterdam met Mr. Josephus (Joseph) Loten die geboren wordt. 



Zoon van Joan Loten en Constantia Hoeuft. Hij  werd gedoopt in de Nederlands Hervormde Amstelkerk te Amsterdam op 17 november 1680. Op 16 januari van het jaar 1702 voerde Joseph als 21 jarige Onderkoopman voor de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) voor de Kamer van Zeeland op het schip de Oostersteijn naar Oost Indië. In oktober 1709 voerde Joseph
voor de Heren 17 kamer (VOC) naar Bengalen voor een zakelijke (fiscaal indepent) reis vanuit Amsterdam.



Portret van Constantia Hoeufft (1648-1733). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Constantia Hoeufft (1648-1733). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Portret van Joan Loten (1646-1724). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Joan Loten (1646-1724). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Beeldenlaan Rhijnauwen april 2012. Bron: Wikipedia Victor van Werkhooven - Own work.Beeldenlaan Rhijnauwen april 2012. Bron: Wikipedia Victor van Werkhooven - Own work.



Bengalen is een regio in het noordoosten van het Indisch Subcontinent die is onderverdeeld in de Indiase staat West-Bengalen en het land Bangladesh. Zijn reis hiernaar toe was volgens de beschrijvingen van een ‘aensienlijke en profitabele bedieninge’ geweest. Dus een goede en winstgevende zakenreis moet het zijn geweest.

Als gerepatrieerden commandant van een retourvloot van 21 augustus 1721 werd Joseph bij thuiskomt kanunnik van het kapittel Ten Dom. Een Utrechtse kanunnik beheerde in de 17e en 18e eeuw de onroerende goederen die voor 1580 van de katholiek kerk waren geweest. Na de reformatie en het verbod om het Katholicisme in het openbaar te belijden. Joseph Loten overleed te Utrecht op 27 september 1730.

Hij werd begraven in de Domkerk met 8 kwartieren. Dus 8 stenen rondom z’n eigen grafsteen waarop zijn voorouders beschreven stonden die ook van een hogere elite waren. In de 18e eeuw een soort ‘sociale reclame’ om te laten zien dat je als overleden van hogere komaf was.

Joseph Loten is drie keer getrouwd geweest de eerste keer met Alberta Pierraerd op 30 juli 1713. Alberta was de dochter van dhr. Lucas Pierraerd en Sara Breugel. Alberta overleed op 11 november 1716 te Bengalen.

Voor tweede keer trouwde Joseph in Batavia op 13 juli 1720 met Abigael Tant. Zij was de weduwe van Johan van der Niepoort een oud-secretaris van de hoge Nederlandse regering in Nederlands-Indië. Abigael overleed op 14 januari 1722 te Batavia.


Gezicht op de hofstede Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, vanuit de tuin, uit het oosten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41109.Gezicht op de hofstede Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, vanuit de tuin, uit het oosten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41109.



De derde keer trouwde Joseph Loten op 11 april 1723 met Christina Clara Strick van Linschoten. Zij werd geboren op Huize Linschoten op 14 november 1688 als dochter van Adriaan Strick van Linschoten en Mevr. Cecilia van Gerwen. Christina overleed te Utrecht op 5 mei 1780.

Uit haar huwelijk met Joseph kwamen 2 kinderen voort:
een zoon Adriaan Loten, hij werd geboren op 29 april 1724 te Utrecht maar overleed ruim een maand later te Utrecht op 25 mei 1724.


Dubbelportret van Cypriaan Gerard van Hengst (1776-1826) en Jkvr. Charlotte Strick van Linschoten (1778-1850). Charlotta werd geboren op Rhijnauwen op 4 augustus 1778. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Dubbelportret van Cypriaan Gerard van Hengst (1776-1826) en Jkvr. Charlotte Strick van Linschoten (1778-1850). Charlotta werd geboren op Rhijnauwen op 4 augustus 1778. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Christina haar tweede kind was ze met Joseph kreeg was een dochter Constantia Johanna Loten zij werd geboren te Utrecht op 31 augustus 1725. Constantia trouwde op 2 april 1742 te Utrecht met Mr. François Doubleth jr., heer van Groeneveld, Mijnsheerenland en Moerkerken. Hij was de zoon François Doubleth sr. en Constantia van der Beeck.

François Doubleth jr. werd geboren te Delft op 15 november 1715. François was geëligeerde van de  raad in de vergadering der Staten van Utrecht. Een geëligeerden was een gekozenen die tijdens de Middeleeuwen één van de vertegenwoordigers was van de vijf Utrechtse kapittels Ten Dom, Oudmunster, Sint-Pieter, Sint-Jan of Sint-Marie. Zij vormden het eerste lid van de Staten van Utrecht.


Interieur van Kasteel Rhijnauwen van de Jeugdherberg in ca. 1925.Interieur van Kasteel Rhijnauwen van de Jeugdherberg in ca. 1925.



Na die tijd werd François jr. extraordinaris (ongewoon functionaris) van de raad van het Hof van Utrecht in 1747. In hetzelfde jaar is François jr. super-intendant (opper toezichthouder) van het St. Maria Magdalenaklooster te Wijk bij Duurstede.

Als extra-ordinairis envoyé (diplomatieke vertegenwoordiger buiten de gewone dienst) reist hij af naar het Zweedse Hof in het jaar 1760. In dezelfde functie reist hij ook af naar Madrid waar hij ook in een onbekend jaar overleed. Zijn echtgenote Constantia Johanna Loten overleed op 2 april 1742 te Utrecht. Constantia en François hadden een kinderloos huwelijk.

Toen de vader van Constantia Joseph overleed in 1730 werd zij Vrouwe van de Heerlijkheid Bunnik en Vechten. Haar vader was voor 1730, Heer van Bunnik en Vechten. Constantie overleed op 36 jarige leeftijd. Haar titel Vrouwe van Bunnik en Vechten vererfde op haar nog levende moeder Jkvr. Christina Clara Strick van Linschoten de titel.

Op 22 september 1776 voor het Dorpsgerecht van Bunnik en Vechten ruim 3,5 jaar voor het overlijden van Christina Clara Strick van Linschoten ‘prelegateert (overdracht) zij aan Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten, nagelaten zoon van haar neef Jhr. Daniel Johan Strick van Linschoten, de ambachtsheerlijkheid Bunnik en Vechten’. De zoon (Nicolaas Hendrik) van de neef (Daniel Jan) van Christina krijgt van zijn oudtante de ambachtsheerlijkheid Bunnik en Vechten in 1776.


Gezicht op de Kromme Rijn en op Huize Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, uit het zuidwesten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41110.Gezicht op de Kromme Rijn en op Huize Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik, uit het zuidwesten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41110.


       


Daniel Johan Strick van Linschoten sterft nog datzelfde jaar in 1776 (geboren 1729). Zijn oudste zoon Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten (1766-1837) is dan pas amper 10 jaar oud. Tot 1784 zou zijn moeder Christine Gesina van Hoorn (1739-1805) tijdelijk de titel Vrouwe van Bunnik en Vechten gebruiken totdat haar onmondige zoon mondig werd op zijn achttiende verjaardag.

Vanaf 16 juli 1784 tot aan het overlijden van Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten op 30 december 1837 was hij Heer van Bunnik en Vechten, Vlooswijk en Cromwijk.


Portret van Jhr. Jan Carel Strick van Linschoten (1831-1903). Jan Carel werd geboren op Rhijnauwen op 29 september 1831. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jhr. Jan Carel Strick van Linschoten (1831-1903). Jan Carel werd geboren op Rhijnauwen op 29 september 1831. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Drie jaar eerder in 1772 koopt Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten Landgoed en Huize Rhijnauwen van David ten Hove een edelman uit Amsterdam. De verkoop wordt geleid door Jacob Smit advocaat aan het Hof van Utrecht. Jan Balthazar is de kleinzoon van Adriaan Strick van Linschoten eigenaar van huize Nieuw-Linschoten. Jan Balthazar zijn vader Jhr. Johan Hendrik Strick van Linschoten is de oudere broer van Jkvr. Christina Clara Strick van Linschoten. Zoals je eerder las droeg zij de ambachtsheerlijkheid over aan de zoon (Jhr. Nicolaas Hendrik) van de broer (Jhr. Daniel Jan) van Jhr. Jan Balthazar Strick van Linschoten.

Jhr. Nicolaas Hendrik Strick van Linschoten geboren 16 juli 1766 te Utrecht, overleed op 30 december 1837 op zijn kasteel IJsselstein op 71 jarige leeftijd.


Portret van Jan Pieter Strick van Linschoten (1805-1881). Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten; kantonrechter te IJsselstein; dijkgraaf Lekdijk. Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten, heer van Bunnik en Vechten. Geboren op 29 januari 1805 te Utrecht, Utrecht en overleden op 3 maart 1881 te Benschop, Utrecht op 76 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Johanna Louisa Maria Juliana van Dienen. Bron: Delpher.nl Het Nieuws van den dag 8 maart 1881. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jan Pieter Strick van Linschoten (1805-1881). Heer van Vlooswijk, Bunnik en Vechten; kantonrechter te IJsselstein; dijkgraaf Lekdijk. Jhr. Jan Pieter Strick van Linschoten, heer van Bunnik en Vechten. Geboren op 29 januari 1805 te Utrecht, Utrecht en overleden op 3 maart 1881 te Benschop, Utrecht op 76 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Johanna Louisa Maria Juliana van Dienen. Bron: Delpher.nl Het Nieuws van den dag 8 maart 1881. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Van oorsprong werden de edelen van de landgoederen Amelisweerd en Rhijnauwen bijgezet in de grafkelders van de tegenwoordige Protestantse Gemeente de ‘Oude Dorpskerk’ Kerkpad 2 te Bunnik.

Tot ongeveer 1825 zouden zowel katholieke als protestantse inwoners van Bunnik hier begraven worden. Rond die tijd kreeg de katholieke gemeenschap een eigen parochie met kerk en kerkhof.

In 1830 werd het kerkhof als begraafplaats gehuurd door de burgerlijke gemeente Bunnik voor de periode van 99 jaar, maar deze werd echter in 1890 al gesloten. In de meeste graven konden vier grote kisten of een dubbel aantal kleine kinderkisten, in de twee grote grafkelders dubbel zoveel.

De meeste mensen werden in Bunnik in de kerk begraven, slechts één op de tien vond zijn laatste rustplaats op het kerkhof. Aanvankelijk liep de rusttijd van een graf op tot gemiddeld zeventig jaar, maar rond 1800, toen Bunnik 600 inwoners telden en zo'n 12 doden per jaar in de kerk werden begraven, was de rusttijd teruggelopen naar hooguit twintig jaar.

De meeste families kenden bovendien familiegraven, wat betekende dat de overgebleven graven als huurgraven een snellere opeenvolging hadden. Daarnaast was er een onderscheid tussen katholieke en protestantse graven, wat ook eens de rusttijd verkortte.

De graven in de kerk zijn voor het grootste deel in 1845 geruimd.
De grote grafsteen van Rhijnauwen van eerder bewoners van het gelijknamige landgoed en huis kreeg een plek voor de toren van de Oude Dorpskerk.

Oude grafstenen buiten de kerk, waaronder dat van de familie Strick van Linschoten, werden in die periode verwijderd. De meeste stenen werden kapot geslagen of in enkele gevallen verkocht.


  

Gezicht op een gezin in een roeiboot op de Kromme Rijn met op de achtergrond een gedeelte van de voorgevel van de hofstede Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41111.Gezicht op een gezin in een roeiboot op de Kromme Rijn met op de achtergrond een gedeelte van de voorgevel van de hofstede Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41111.



Uit deze tekst van René ten Dam en Henk Reinders over begraafplaatsen in Bunnik valt dus te lezen dat familie Strick eerder een familiegraf had buiten de kerk van Bunnik.

Vermoedelijk zal het in de eerste plaats een vrij simpele steen zijn geweest wat op het familiegraf lag. Omdat er vanaf 1829 officieel niet meer in de kerk begraven mocht worden werden de meeste bewoners van Bunnik begraven op het kerkhof. 


Gezicht op de tuin langs de Kromme Rijn van - en vanuit huize Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41106.Gezicht op de tuin langs de Kromme Rijn van - en vanuit huize Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41106.


  


In 1889 kocht de burgerlijke gemeente Bunnik een akker op de Bunnikse Engh van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen.
Deze akker lag aan de weg van Bunnik naar Utrecht buiten de bebouwde kom. Hier is sinds die tijd de algemene begraafplaats van de gemeente Bunnik gevestigd.

De jonkheer bedong met de verkoop van de akker de fraaiste plek voor zijn eigen familie. Om het familiegraf Strick van Linschoten op de mooiste plek van de begraafplaats aan te laten leggen. Hendrik overleed in 1889 vermoedelijk 'kort' na de aanleg van de begraafplaats. Hij werd in het familiegraf bijgezet. Hendriks jongere zus Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten die overleed op 19 november 1841 is als eerste bijgezet in het familiegraf.


Gezicht op het feestelijk versierde huis Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik ter gelegenheid van het huwelijk van de bewoners, jkvr. Arendina Strick van Linschoten en Cornelis Luciën Marie Bijl de Vroe, op 16 oktober 1913. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 79861.Gezicht op het feestelijk versierde huis Rhijnauwen (Rhijnauwenselaan 14) te Bunnik ter gelegenheid van het huwelijk van de bewoners, jkvr. Arendina Strick van Linschoten en Cornelis Luciën Marie Bijl de Vroe, op 16 oktober 1913. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 79861.



In 1889 kocht de burgerlijke gemeente Bunnik een akker op de Bunnikse Engh van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen.
Deze akker lag aan de weg van Bunnik naar Utrecht buiten de bebouwde kom. Hier is sinds die tijd de algemene begraafplaats van de gemeente Bunnik gevestigd.

De jonkheer bedong met de verkoop van de akker de fraaiste plek voor zijn eigen familie. Om het familiegraf Strick van Linschoten op de mooiste plek van de begraafplaats aan te laten leggen. Hendrik overleed in 1889 vermoedelijk 'kort' na de aanleg van de begraafplaats. Hij werd in het familiegraf bijgezet. Hendriks jongere zus Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten die overleed op 19 november 1841 is als eerste bijgezet in het familiegraf.


  

Portret van David Johan Martens, geboren 1751, raad in de vroedschap van Utrecht (portret in 1800) (1781-1795), lid van het gemeentebestuur (1803 en 1808-1811), curator van de hogeschool, overleden 1811. Echtgenoot van Jkvr. Johanna Henrietta Antonia Martens - Strick van Linschoten. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 105653.Portret van David Johan Martens, geboren 1751, raad in de vroedschap van Utrecht (portret in 1800) (1781-1795), lid van het gemeentebestuur (1803 en 1808-1811), curator van de hogeschool, overleden 1811. Echtgenoot van Jkvr. Johanna Henrietta Antonia Martens - Strick van Linschoten. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer 105653.


Portret van Johanna Henrietta Antonia Martens - Strick van Linschoten, geboren 1769, echtgenote van David Johan Martens, overleden 1837. (Portret in 1800). Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 105654.Portret van Johanna Henrietta Antonia Martens - Strick van Linschoten, geboren 1769, echtgenote van David Johan Martens, overleden 1837. (Portret in 1800). Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 105654.



Gezicht in de Rhijnauwenselaan te Bunnik, uit het noordoosten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41107.Gezicht in de Rhijnauwenselaan te Bunnik, uit het noordoosten in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41107.



Na het openen van de algemene begraafplaats is vermoedelijk het huidige grafmonument van de familie Strick van Linschoten in 1889 overgeplaatst van het kerkhof naar de huidige begraafplaats.


Gezicht op de oprijlaan naar- en een deel van de voorgevel van de huize Rhijnauwen te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41119.Gezicht op de oprijlaan naar- en een deel van de voorgevel van de huize Rhijnauwen te Bunnik in 1920-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41119.



In het jaar 1890 werd een jaar later na de oplevering van de Algemene Begraafplaats buiten Bunnik het kerkhof bij de Dorpskerk gesloten. Leden van de familie Strick van Linschoten die zijn overleden in de periode 1841 tot 1889 zijn eerder bijgezet in het familiegraf wat eerder stond op het kerkhof bij de Dorpskerk van Bunnik.

Als conclusie kan je dus stellen na dit verhaal dat twee takken van de familie twee heerlijkheden hadden. De heerlijkheid, landgoed en huize Rhijnauwen en de heerlijkheid Bunnik en Vechten. 

Bronnen: Daktari.antenna.nl, Wikipedia.nl, Gravenopinternet.nl, Ensie.nl, Encyclo.nl, Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU) 64 - 469, Dodenakkers.nl, Henk Reinders, De Oude Dorpskerk te Bunnik - uit het het verleden van een gebouw en een gemeente; (Bunnik, 1988),
Gerrit Vermeer, De Sint-Heribert of het Witte kerkje te Odijk; (Zutphen, 1987),
Saskia van Ginkel-Meester, Bunnik, geschiedenis en architectuur; (Zeist, 1989)

Familiegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Foto: Online-begraafplaatsen.nlFamiliegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Foto: Online-begraafplaatsen.nl



Lijst van bijgezette familieleden van

Strick van Linschoten van Rhijnauwen

Gezicht op het graf van de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen in 1988 op de begraafplaats aan de Provincialeweg 63 te Bunnik. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 5543.Gezicht op het graf van de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen in 1988 op de begraafplaats aan de Provincialeweg 63 te Bunnik. Het Utrechts Archief, catalogusnummer 5543.



1.   Jhr. Drs. Carel Johan Strick van Linschoten. Geboren op 27 juli 1916 te Rijswijk, Zuid-Holland en overleden 5 februari 1988 te Enschede, Overijssel op 71 jarige leeftijd. 

2.   Mevr. Johanna Hendrika van der Jagt. Geboren op 28 maart 1919 te Rijswijk, Gelderland en overleden 4 maart 1978 te Zutphen, Gelderland op 59 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Drs. Carel Johan Strick van Linschoten. 

3.   Jkvr. Louise Lilian Maria Strick van Linschoten. Geboren op 1 mei 1975 te Assen, Drenthe en overleden op 11 juni 1976 te Rotterdam, Zuid-Holland op 1 jarige leeftijd. Dochter van  Jhr. Hendrick Franciscus Thomas Maria Strick van Linschoten en Mevr. Elisabeth Dodonea van Hasselt.

4.   Jkvr. Arendina Strick van Linschoten. Geboren 19 juli 1887 te Leiden, Zuid-Holland en overleden op 7 oktober 1971 te Arnhem, Gelderland op 84 jarige leeftijd. Echtgenote van Cornelis Lucien Marie Bijl de Vroe. Dochter van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Johanna Hermanna Geertsema.


Gezicht op de oprijlaan van de hofstede Rhijnauwen te Bunnik; op de achtergrond het toegangshek aan de Rhijnauwenselaan in 1915-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41118.Gezicht op de oprijlaan van de hofstede Rhijnauwen te Bunnik; op de achtergrond het toegangshek aan de Rhijnauwenselaan in 1915-1930. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 41118.



5.   Mevr. Johanna Hermanna Arendina Geertsema. Geboren op  23 september 1854 te Groningen, Groningen en overleden op 6 december 1934 te Den Haag, Zuid-Holland op 80 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen.

6.   Jkvr. Agatha Johanna Elizabeth Strick van Linschoten. Geboren op 24 januari 1856 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 1 februari 1926 te Bunnik, Utrecht op 70 jarige leeftijd. Dochter van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.

7.   Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 9 april 1853 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 juni 1910 te Bunnik, Utrecht op 57 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Johanna Hermanna Arendina Geertsema.

Portret van Agatha Henriette van Notten (1829-1908). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Agatha Henriette van Notten (1829-1908). Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.




8.   Mevr. Agatha Henriëtta van Notten. Geboren op 2 juli 1829 te Amsterdam, Noord-Holland en overleden op 1 oktober 1908 te Utrecht, Utrecht op 79 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen.


     


9.   Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten. Geboren op 16 maart 1859, huize Rijnsoever, Bunnik, Utrecht en overleden op 7 april 1899 te Zeist, Utrecht op 40 jarige leeftijd. Zoon van Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.

10.   Jhr. Hendrik Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 28 juli 1827 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 februari 1889 te Bunnik, Utrecht op 61 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Agatha Henriëtta van Notten.


Portret van Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten (1859-1899) als Heer van Heze. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Jhr. Unico Hendrik Strick van Linschoten (1859-1899) als Heer van Heze. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



11.   Jkvr. Petronella Johanna Strick van Linschoten. Geboren op 24 juli 1823 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 14 juni 1888 te Utrecht, Utrecht op 64 jarige leeftijd. Echtgenote van Willem Theodorus van Griethuysen. Dochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

12.   Jhr. Willem Strick van Linschoten. Geboren op 10 november 1824 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 28 januari 1878 te Veenendaal, Utrecht op 53 jarige leeftijd. Echtgenoot van Dido Cecilia Agatha Delbeek. Zoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.

13.   Jhr. Jan Hendrik Strick van Linschoten. Geboren op 18 november 1829 te Rhijnauwen, Utrecht en overleden op 18 juni 1869 te Utrecht, Utrecht op 39 jarige leeftijd. Zoon van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.14.   Mevr. Pauline Gerardine Sibylle Poelman. Geboren op 12 november 1796 te ‘s Gravenhage, Zuid-Holland en overleden op 17 augustus 1868 te Bunnik, Huize Rhijnauwen, Utrecht op 71 jarige leeftijd. Echtgenote van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen.


Na het overlijden van Jhr. Unico in 1899 verkoopt de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen een deel van het onroerend goed, twee boerderijen in Bunnik en houtgewas in De Bilt aan de Zandlaan. Bron: Delpher.nl Algemeen Dagblad 24-08-1899.Na het overlijden van Jhr. Unico in 1899 verkoopt de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen een deel van het onroerend goed, twee boerderijen in Bunnik en houtgewas in De Bilt aan de Zandlaan. Bron: Delpher.nl Algemeen Dagblad 24-08-1899.



15.   Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Geboren op 24 december 1790 te Utrecht, Utrecht en overleden op 20 februari 1850 te Rhijnauwen, Utrecht op 59 jarige leeftijd. Echtgenoot van Mevr. Pauline Gerardine Sibylle Poelman.

16.   Jkvr. Anna Magdalena Strick van Linschoten. Geboren in 1837, overleden in november 1841 en begraven op 19 november 1841. Dochter van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen en Mevr. Paulina Gerardina Sibilla Poelman.


Het familiegraf van Strick van Linschoten van Rhijnauwen op de Algemene Begraafplaats te Bunnik gelegen aan de Provincialeweg 63 (1). Foto: september 2020, Sander van Scherpenzeel.Het familiegraf van Strick van Linschoten van Rhijnauwen op de Algemene Begraafplaats te Bunnik gelegen aan de Provincialeweg 63 (1). Foto: september 2020, Sander van Scherpenzeel.



Notitie, opmerkingen en bronnen:

1.   Tot 31 januari 1857 was Rhijnauwen een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1858 is Rhijnauwen opgegaan in de nieuwe gemeente Bunnik.
2.   Het familiegraf Strick van Linschoten van Rhijnauwen is aangelegd op 19 november 1841. De laatste bijzetting vond plaats op 9 februari 1988. In totaal zijn er 16 personen bijgezet in dit graf. Bron: Stichting Algemene Begraafplaats Odijk. Deze stichting beheert ook de Algemene Begraafplaats te Bunnik.


    

De Duiventoren van het landgoed Rhijnauwen. Bron: RCE 6te Amersfoort, beeldbank.De Duiventoren van het landgoed Rhijnauwen. Bron: RCE 6te Amersfoort, beeldbank.


Het familiegraf van Strick van Linschoten van Rhijnauwen op de Algemene Begraafplaats te Bunnik gelegen aan de Provincialeweg 63 (2). Foto: september 2020, Sander van Scherpenzeel.Het familiegraf van Strick van Linschoten van Rhijnauwen op de Algemene Begraafplaats te Bunnik gelegen aan de Provincialeweg 63 (2). Foto: september 2020, Sander van Scherpenzeel.


Kersenplukkers rond het jaar 1920 in een kersenboomgaard in Vechten in de buurt van het landgoed Rhijnauwen. De twee man van links staande is de heer H.C. van Scherpenzeel (Hendrik Cornelis van Scherpenzeel (1871-1955)) met het mandje in zijn linkerarm de overgrootvader van Sander van Scherpenzeel. Hij was Bunniks Koopman en pakte alles aan wat ervoor handel te vinden was. Van telegraaf en telefoonlijnen aanleggen in de provincie Noord-Holland tot het kopen van bosjes hout bij de jaarlijkse houtverkoop van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd. En het bezitten van diverse gronden rondom het dorp van Bunnik. Tot het jaar 1890 pachtte Hendrik Cornelis nog diverse kersenboomgaarden van familie Strick van Linschoten en later in het bijzonder van Jhr. Unico Strick van Linschoten. Foto: Bunnik, Odijk, Werkhoven Toen en Nu door Arie van der Gaag, 1993.Kersenplukkers rond het jaar 1920 in een kersenboomgaard in Vechten in de buurt van het landgoed Rhijnauwen. De twee man van links staande is de heer H.C. van Scherpenzeel (Hendrik Cornelis van Scherpenzeel (1871-1955)) met het mandje in zijn linkerarm de overgrootvader van Sander van Scherpenzeel. Hij was Bunniks Koopman en pakte alles aan wat ervoor handel te vinden was. Van telegraaf en telefoonlijnen aanleggen in de provincie Noord-Holland tot het kopen van bosjes hout bij de jaarlijkse houtverkoop van familie Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd. En het bezitten van diverse gronden rondom het dorp van Bunnik. Tot het jaar 1890 pachtte Hendrik Cornelis nog diverse kersenboomgaarden van familie Strick van Linschoten en later in het bijzonder van Jhr. Unico Strick van Linschoten. Foto: Bunnik, Odijk, Werkhoven Toen en Nu door Arie van der Gaag, 1993.



Nazaten

Tot op de dag van vandaag zijn er nog nazaten van de laatste bewoners van het Landgoed Rhijnauwen.

Uit het huwelijk van Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten en Johanna Hendrika van der Jagt. Zij die als laatste twee personen bijgezet in het familiegraf in Bunnik.

Uit het huwelijk van Carel Johan en Johanna kwam een zoon voort Jhr. Hendrick Franciscus Thomas Maria Strick van Linschoten hij werd geboren op 10 februari 1953. Hij trouwt op 19 december 1973 met Elisabeth Dodonea van Hasselt. Geboren 5 februari 1953 te Bloemendaal.

Uit dit huwelijk zijn vier kinderen bekend:

Jkvr. Louise Lillan Maria Strick van Linschoten, geboren op 1 mei 1975 in Assen, overleden op 11 juni 1976 in Rotterdam,
Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten, geboren op 18 januari 1977 in Rotterdam,
Jhr. John Henry Strick van Linschoten, geboren op 29 september 1978 in Chertey (Groot-Brittannie),

Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910) Foto: nmm.nl.Jhr. Carel Johan Strick van Linschoten van Rhijnauwen (1853-1910) Foto: nmm.nl.


Jhr. William Alexander Strick van Linschoten, geboren op 8 november 1983 in Sharjah (Verenigde Arabische Emiraten).

Bron: http://www.kloek-genealogie.nl/Raap2.htm.

 

Kromme Nieuwegracht 6 - Nobelstraat G399 (1) en G400 (3)


Overgenomen en deels aangepast uit het tijdschrift Steengoed van het Utrechtse Monumenten Fonds, Nr 38, augustus 2004. Naar een tekst en onderzoek van J. van der Molen.


Huis aan de Kromme Nieuwegracht 6. Bron: Wikimedia Commons.Huis aan de Kromme Nieuwegracht 6. Bron: Wikimedia Commons.



Het pand aan de Kromme Nieugracht 6 werd in 1697 gebouwd.

In de eerste helft van de achttiende eeuw was Benjamin de Guy eigenaar van het pand aan de Kromme Nieuwegracht 6. De Guy overleed op 12 januari 1755 waarop zijn echtgenote tot 1774 er bleef wonen. Zij verkocht haar huis op 25 febrauri van dat jaar met tuin en koetshuis aan de gezusters Strick van Linschoten:  Elisabeth Christina, Josepha Christina Clara en Johanna Maria Elisabeth.


Utrecht binnenstad sectie B, Den Dom in oktober 1832. Percelen binnen de dikke blauwe lijn was van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Huis en binnenplaats met koetshuis aan de Kromme Nieuwegracht 6 en Nobelstraat 1 en 3. Bron: HISGIS Utrecht.Utrecht binnenstad sectie B, Den Dom in oktober 1832. Percelen binnen de dikke blauwe lijn was van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Huis en binnenplaats met koetshuis aan de Kromme Nieuwegracht 6 en Nobelstraat 1 en 3. Bron: HISGIS Utrecht.



De dames Strick van Linschoten, bewoners-eigenaren.

De dames Strick van Linschoten gebruikten het huis waarschijnlijk vooral als winterhuis. Hun broer Jan Balthasar kocht namelijk in 1733 de ridderhofstad Rhijnauwen. Gezien de sterke familiebanden (in Utrecht woonden de diverse familieleden in de buurt van de Kromme Nieuwegracht en Drift) zullen zij de Utrechtse woning in de zomer vaak hebben verlaten voor een verblijf op deze buitenplaats. Rhijnauwen is tot de verkoop aan de gemeente Utrecht in 1919 in het bezit van de familie Strick van Linschoten gebleven. Elisabeth Christina heeft van de genoemde drie zusters het langst geleefd.

Bij testamentaire beschikking van 22 mei 1803 heeft zij het huis Kromme Nieuwegracht, dat al die jaren door hen drieën (en het nodige personeel)  was bewoond met koetshuis en stal, alsmede de hele inboedel en al haar persoonlijke  bezittingen  gelegateerd  aan  twee  dochters  van  de  eerder genoemde  broer  Jan  Balthasar.  Deze  dochters  waren:  Isabella  Susanna (1770-1818) en Suze Christina Strick van Linschoten (1772-1823).


Interieur van de Crediet- en Effectenbank (Kromme Nieuwegracht 4-12) te Utrecht: de op de begane grond van Kromme Nieuwegracht 6 gelegen directiekamer (de zgn Interieur van de Crediet- en Effectenbank (Kromme Nieuwegracht 4-12) te Utrecht: de op de begane grond van Kromme Nieuwegracht 6 gelegen directiekamer (de zgn "rode kamer"), grenzend met de raamzijde (rechts) aan de Kromme Nieuwegracht in september 1983. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 61013.



De  twee  zusters  Isabella  en  Suze  bewoonden  het  huis  Kromme  Nieuwegracht  6  na  het  overlijden  van  hun tante Elisabeth (1804). In oktober 1808 kochten zij van Arie de Haart een huis met  ‘kameren’,  erf  en  grond  aan  de Nobelstraat.

Deze ‘kameren’ (kleine woningen  van  anderhalve  bouwlaag, die  vaak  niet  veel  meer  bevatten dan één vertrek met stookgelegenheid, een bedstede en mogelijk een halletje bij de voordeur) alsmede  het  vermelde  huis  stonden achter het erf van de weduwe van Jan Willem van der Voort, de buurvrouw op nummer 8.

Het “huis” was het eerder genoemde oostelijk deel van de herberg De Zon.Na  de  aankoop  door  de  twee  zusters is  een  deel  van  de  opstallen verwijderd  en  het  erf  gevoegd  bij  dat  van Kromme Nieuwegracht 6.


Gezicht in de Nobelstraat te Utrecht in de periode 1920-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 1172.Gezicht in de Nobelstraat te Utrecht in de periode 1920-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 1172.



Twee huizen bleven blijkens een verklaring in een akte van 15 oktober 1812 bestaan. Waarschijnlijk is met verwijdering van een deel van de opstallen toen de afbraak van het overblijvende deel van de oorspronkelijke herberg De Zon bedoeld.

Het erf van Kromme Nieuwegracht 6 was met de aankoop ongeveer gebracht op de oorspronkelijke grootte van het erf genoemd Lockhorst. De akte van 15 oktober 1812 was opgemaakt, omdat Suze Christina in verband met haar huwelijk met de hoogleraar Dethmer Huisman het huis aan de Kromme Nieuwegracht verliet en zij haar aandeel, de helft in het huis aan de Kromme Nieuwegracht met tuin, stal en koetshuis en daarnaast in  de  twee  laatstgenoemde  woningen  aan  haar  zuster  Isabella  Suzanna verkocht.


Gezicht op de voorgevel van het huis Kromme Nieuwegracht 6 te Utrecht in de periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 129302.Gezicht op de voorgevel van het huis Kromme Nieuwegracht 6 te Utrecht in de periode 1930-1940. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 129302.



Isabella Susanna was nu alleen eigenaresse. Zij maakte op 14 oktober 1814  haar testament. Daarbij wees zij haar zwager Cyprian Gerard van Hengst aan als executeur-testamentair. Van Hengst was de man van weer een andere zus Strick (Charlotte, 1778-1850). Dit paar woonde aan de Drift ten noorden van de Nobelstraat. Zij benoemde haar vader Jan Balthasar Strick van Linschoten tot haar enige en algemene erfgenaam.

Aan Jan Carel Wendel Strick van Linschoten, haar broer ‘van halve bedde’ - zoon van haar vader en diens tweede vrouw Petronella Johanna Godin (1753-1791) - legateerde zij haar huis aan de Kromme Nieuwegracht met stalling en koetshuis aan de Nobelstraat, genummerd G 399 en G 400.

Jan Carel aanvaardde na haar overlijden op 12 september 1818 het hem toegekende legaat. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten is tot zijn overlijden in februari 1850 eigenaar geweest van Kromme Nieuwegracht 6. Hij woonde met zijn gezin  (zijn  vrouw, vijf  zonen en twee dochters)  het  grootste  deel  van  het jaar op Rhijnauwen.

Daar is hij ook overleden. Aan zijn weduwe, Paulina Gerarda  Sibylla  Poelman is bij  de  daarop  volgende  boedelscheiding  het huis Kromme Nieuwegracht 6 met tuin, stalling en koetshuis toegewezen, alsmede de daarbij behorende woningen met erf in de Nobelstraat. Later, in oktober 1853, heeft zij het huis op de hoek van Drift en Nobelstraat, het meer genoemde Groot Luchtenstein, aangekocht



Julien Wolbers, eigenaar-bewoner.

Wolbers werd in juli 1819 in Heemstede geboren. Hij werkte in het schildersbedrijf van zijn vader en heeft dat bedrijf na diens overlijden in 1843 samen met zijn broer voortgezet. In 1856 verkochten hij en zijn broer het bedrijf. Julien vertrok met zijn vrouw Albertina Stoffels naar Utrecht.

Daar kon  hij  zijn  al  lang  bestaande  wens  vervullen  om  meer  tijd  te  besteden aan studeren en schrijven. Zij woonden eerst aan het begin van de Catharijnesingel waar inmiddels de situatie door de bouw van Hoog-Catharijne totaal gewijzigd is. Julien Wolbers kocht op 1 november 1865 het huis aan de Kromme Nieuwegracht van Paulina Gerarda Sibylla Poelman, weduwe van Jonkheer Jan Carel Wendel Strick van Linschoten.

In de aankoop van het huis waren begrepen de zonneblinden aan de gevels. De  vaste  spiegels  in  het  huis  konden  worden  overgenomen  na  een  door twee deskundigen uitgebrachte schatting. Wolbers kocht niet de stal en het koetshuis met de beide daarboven gelegen woningen aan de Nobelstraat. Deze bleven aan de verkoopster. Hij had aan die stal geen behoefte, want


Afbeelding van de optocht ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in de Nobelstraat te Utrecht, met twee praalwagens van de vereniging Afbeelding van de optocht ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina in de Nobelstraat te Utrecht, met twee praalwagens van de vereniging "Het Oranjepark". Op de achtergrond de huizen Nobelstraat 1 (rechts) -hoger op maandag 3 september 1923. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 220489.



hij bezat geen rijtuig en geen paarden. Wolbers had ook geen buitenhuis, waar hij ’s zomers naartoe ging. Voor zijn studies over de geschiedenis van de overzeese gebieden deed hij onderzoek in archieven buiten Utrecht. Ook ging hij ’s zomers met zijn vrouw voor een aantal weken naar familie in Leeuwarden, naar een van zijn zusters en naar de ouders van zijn vrouw.

Daarvoor nam hij de trein.In een op gemeenschappelijke kosten opgerichte scheidsmuur tussen zijn erf en dat van de woningen en het koetshuis aan de Nobelstraat werd een deur aangebracht. Hierdoor had Wolbers toegang tot de Nobelstraat voor o.a. het aan- en afvoeren van zijn tuinmaterialen.  Wolbers ging inderdaad studeren en schrijven: hij schreef een geschiedenis van het toenmalige Nederlands Oost-Indie en een geschiedenis van Suri-name.

Voor deze geschiedenis van Suriname kreeg hij van Koning Willem III - die tevens Groothertog van Luxemburg was - in 1862 de Luxemburgse onderscheiding Ridder in de Orde van de Eikenkroon. Velerlei initiatieven zijn door hem genomen. In Utrecht heeft hij onder meer in oktober 1864, in navolging van Rotterdam, een werkinrichting voor blinden opgericht (eerst gevestigd aan de Neude, later Achter St.Pieter).

Het was de bedoeling de blinden  het  brailleschrift  te  leren  en  bezigheden  te  verschaffen  door  het vlechten en weven van matten. Door de verkoop daarvan zouden zij minder afhankelijk worden van de bedeling. Hij richtte ook een militair tehuis op. Zo’n tehuis vond hij in een garnizoensstad als Utrecht heel belangrijk. De beter gesitueerde ouders konden de dienstplicht voor hun zoons afkopen door het stellen van een vervanger.

Het waren dus voornamelijk de financieel zwaksten die militair werden. Verveling bracht hen vaak naar de kroeg met alle negatieve gevolgen. Het Militair Tehuis zou een goede vervanging van het ouderlijk huis moeten zijn. Daarnaast was hij oprichter van een weekblad ‘De Werkmansvriend’, bedoeld als een contactorgaan tussen de verenigingen voor werklieden.

In 1876 werd dit blad het orgaan van het mede door hem opgerichte werkliedenverbond Patrimonium. Wolbers had door deze activiteiten zijn contacten niet alleen in Utrecht, maar ook daar-buiten.In januari 1866 verzocht Wolbers toestemming aan burgemeester en wethouders van Utrecht om voor zijn huis een hardstenen stoep aan te leggen, ‘gelijk strekkende’ met het bestaande bordes en daarop een ijzeren hek te plaatsen gelijk aan het bestaande hek op het bordes.

Het college van B en W antwoordde geen bezwaar te hebben tegen het plaatsen van een hardstenen stoep. Wel maakten zij bezwaar tegen het afsluiten van de stoep met een hek. Aangezien de straat niet breed was, kwam hen de versmalling van de straat niet wenselijk voor.

Zij meenden dat voorbijgangers voor zijn woning ruimte moesten hebben om uit te wijken  voor  rijtuigen.  Het  verzoek  tot afsluiting van de stoep kon daarom niet worden ingewilligd.


Afbeelding van de historisch-allegorische optocht ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van H.M. Koningin Wilhelmina, in de Nobelstraat te Utrecht; rechts de huizen Nobelstraat 1 (Dameskapper Maison Louis)- hoger op maandag 3 september 1923. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 300943.Afbeelding van de historisch-allegorische optocht ter gelegenheid van het 25-jarig regeringsjubileum van H.M. Koningin Wilhelmina, in de Nobelstraat te Utrecht; rechts de huizen Nobelstraat 1 (Dameskapper Maison Louis)- hoger op maandag 3 september 1923. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 300943.



In oktober 1875 kocht Wolbers alsnog de stal met erf van Jan Carel Strick van Linschoten , burgemeester van Maarssen, zoon van de vroegere eigenaren van Kromme Nieuwegracht 6: Jan Carel Wendel Strick van Linschoten en Paulina Gerarda Sybilla Poelman. Wolbers liet deze stal afbreken en op die plek twee huizen bouwen met een afzonderlijke opgang naar de bovenwoning. De huizen kregen resp. de nummers G 399 a en b en G 399 c en d.


Zicht op het Hek 'Koe zoekt stier' bij de vroegere oprijlaan naar boerderij Numeri die lang geleden is afgebroken gezien vanaf de Rhijnauwenselaan in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op het Hek 'Koe zoekt stier' bij de vroegere oprijlaan naar boerderij Numeri die lang geleden is afgebroken gezien vanaf de Rhijnauwenselaan in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.



De latere nummering werd Nobelstraat 1 en 3 met bovenwoningen. Deze woningen zijn in 1925 geofferd aan de verbreding van de Nobelstraat.Wolbers viel als rentenier niet uit de toon in vergelijking tot andere bewoners van de grote huizen in die buurt, maar hij sprong er wel uit door zijn talrijke activiteiten ten behoeve van de hulpbehoevende medeburger. Hij overleed 22 september 1889.


Zicht op het Hek 'Koe zoekt stier' (rechts) bij de vroegere oprijlaan naar boerderij Numeri die lang geleden is afgebroken gezien vanaf de Rhijnauwenselaan in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op het Hek 'Koe zoekt stier' (rechts) bij de vroegere oprijlaan naar boerderij Numeri die lang geleden is afgebroken gezien vanaf de Rhijnauwenselaan in juni 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.



Boerderijen van familie Strick van Linschoten
van Rhijnauwen in de gemeente Houten

In geel gearceerd de gronden behorend bij boerderij Dijkhoeve, De Geer en Reumsthofstede, Klein Wulven of het St. Hubertsgerecht. Behorend als pachtboerderij bij het landgoed Rhijnauwen sinds 1840 in het bezit van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Opvallend is het langgerekte perceel aan de oostkant van de Lobbendijk en de Geergrond (met de zuidwestelijke bocht) wat van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen is geweest. Waar heden woon- winkelgebied Het Kant en Het Rond op zijn gebouwd. Bron: HISGIS Utrecht.In geel gearceerd de gronden behorend bij boerderij Dijkhoeve, De Geer en Reumsthofstede, Klein Wulven of het St. Hubertsgerecht. Behorend als pachtboerderij bij het landgoed Rhijnauwen sinds 1840 in het bezit van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten. Opvallend is het langgerekte perceel aan de oostkant van de Lobbendijk en de Geergrond (met de zuidwestelijke bocht) wat van Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen is geweest. Waar heden woon- winkelgebied Het Kant en Het Rond op zijn gebouwd. Bron: HISGIS Utrecht.



Boerderij Dijkhoeve, De Geer of Reumsthofstede, St. Huberts of Klein Wulven aan de Lobbendijk

Boerderij de Dijkhoeve fotogalerij (1946-1998)


 


      

Panoramafoto met zicht vanaf het Imkerseind met links de kruising met de Lobbendijk met daarnaast het appartementengebouw Koningslinde (genoemd naar de voorstaande bomen), op deze plek stond ooit boerderij Dijkhoeve. Rechts het appartementengebouw De Imker met verderop rechts Het Haltna Huis op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Panoramafoto met zicht vanaf het Imkerseind met links de kruising met de Lobbendijk met daarnaast het appartementengebouw Koningslinde (genoemd naar de voorstaande bomen), op deze plek stond ooit boerderij Dijkhoeve. Rechts het appartementengebouw De Imker met verderop rechts Het Haltna Huis op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht vanaf het Imkerspark op de waterpartij van de vroegere Geersloot met midden vooraan een kunstwerk in het water. Op de achtergrond het appartementengebouw Koningslinde waar eens ooit de boerderij Dijkhoeve stond. Foto zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht vanaf het Imkerspark op de waterpartij van de vroegere Geersloot met midden vooraan een kunstwerk in het water. Op de achtergrond het appartementengebouw Koningslinde waar eens ooit de boerderij Dijkhoeve stond. Foto zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht op het Imkerseind richting het westen. Net buiten het gebied waar een ooit de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede (Dijkhoeve) stond. Foto genomen op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op het Imkerseind richting het westen. Net buiten het gebied waar een ooit de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede (Dijkhoeve) stond. Foto genomen op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht vanaf de groenzone Imkerspark met links het appartementengebouw De Imker, midden het Imkerseind en rechts Het Haltna Huis. Foto genomen op zaterdagavond 17 apri 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht vanaf de groenzone Imkerspark met links het appartementengebouw De Imker, midden het Imkerseind en rechts Het Haltna Huis. Foto genomen op zaterdagavond 17 apri 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht vanaf het Imkerseind in noordelijke richting met op de achtergrond appartementengebouw Koningslinde waar eens boerderij Dijkhoeve stond. Foto op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht vanaf het Imkerseind in noordelijke richting met op de achtergrond appartementengebouw Koningslinde waar eens boerderij Dijkhoeve stond. Foto op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Zicht op het Imkerspark met links de voorgevel van het appartementencomplex Koningslinde. Rechts de Koningslinde bomen die ooit onderdeel uitmaakte van het boerderijterrein van Dijkhoeve. Met rechts de Lobbendijk. Foto genomen op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Zicht op het Imkerspark met links de voorgevel van het appartementencomplex Koningslinde. Rechts de Koningslinde bomen die ooit onderdeel uitmaakte van het boerderijterrein van Dijkhoeve. Met rechts de Lobbendijk. Foto genomen op zaterdagavond 17 april 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


   

Het minigerecht De Geer of Reumsthofstede

Op donderdag 16 januari 1840 kocht (handtekening bovenaan) Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen ten overstaan van notaris Strijen te Wijk bij Duurstede de hofstede de Dijkhoeve of De Geer of Reumsthofstede aan voor f. 18.000-, gulden van de familie Van Schaik die er al vele de eigenaar vand e hofstede was geweest. Bron: Regionaal Archef Zuid-Utrecht (RAZU), 353 en 063.Op donderdag 16 januari 1840 kocht (handtekening bovenaan) Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen ten overstaan van notaris Strijen te Wijk bij Duurstede de hofstede de Dijkhoeve of De Geer of Reumsthofstede aan voor f. 18.000-, gulden van de familie Van Schaik die er al vele de eigenaar vand e hofstede was geweest. Bron: Regionaal Archef Zuid-Utrecht (RAZU), 353 en 063.



Cleijn Wulven wordt voor het eerst genoemd in een brief uit 1304 betreffende de waterhuishouding in het Vechter en Oudwulverbroek. Als begrenzing voor het gerechtje werd een kade in het Oudwulverbroek genoemd en de Lobbendijk.

Hoe groot dit minigerecht was vinden we in een acte uit 1382 als Dirk van Wulven in leen heeft: 24 morgen land met het dagelijks gerecht, met de tijns en de tiende gelegen in de Parochie Houten geheten zijnde die Geer De naam Cleijn Wulven wordt dan al niet meer gebruikt.

In 1474 komt het in bezit van Gerrit Aertszoon Kosijns die ook nog als achternaam Van Reumst had.


In 1840 kocht Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen boerderij de Dijkhoeve. Voor 1811 de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede geheten. Op deze kaart worden diverse gronden van familie Strick gekocht door de Staatspoorwegen voor de aanleg van Staatslijn H in de periode 1865-1868. In 1865 waren de diverse gronden nog eigendom van twee van zijn zonen en kleindochter. Een groot gedeelte van de gronden ten oosten van de spoorweg waar nu het centrumgebied Het Rond en Station Houten is gebouwd was tot 1929 van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Het Utrechts Archief 954 112.In 1840 kocht Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen boerderij de Dijkhoeve. Voor 1811 de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede geheten. Op deze kaart worden diverse gronden van familie Strick gekocht door de Staatspoorwegen voor de aanleg van Staatslijn H in de periode 1865-1868. In 1865 waren de diverse gronden nog eigendom van twee van zijn zonen en kleindochter. Een groot gedeelte van de gronden ten oosten van de spoorweg waar nu het centrumgebied Het Rond en Station Houten is gebouwd was tot 1929 van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Bron: Het Utrechts Archief 954 112.



Zijn familie blijft lange tijd de bezitters van het gerechtje en we vinden dan ook in 1575 dat er een naam aan toegevoegd is; vanaf dan wordt het De Geer of Reumsthofstede genoemd. In 1578 komen we nog een andere naam van het gerechtje tegen in de rekeningen van de Lekdijk Bovendams, namelijk Huijberts gerecht van Wulven; dit is de oorspronkelijke naam, ten tijde van de verdeling van het gerecht van Wulven.


Zicht op de Lobbendijk in 1960 met links een boomgaard en d egrond die ooit van familie Strick van Linschoten is geweest. Net als de oostelijke helft van de Lobbendijk zelf. Op de achtergrond het Oude Dorp met de N.H. Kerktoren aan de Lobbendijk 1. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.Zicht op de Lobbendijk in 1960 met links een boomgaard en d egrond die ooit van familie Strick van Linschoten is geweest. Net als de oostelijke helft van de Lobbendijk zelf. Op de achtergrond het Oude Dorp met de N.H. Kerktoren aan de Lobbendijk 1. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.



In de 13e eeuw zal een zekere Huijberts van Wulven deze 24 morgen (is ruim 20 ha.) hebben gekregen. Dat dit kleine gebiedje een zelfstandig gerecht werd, was een bijzonder recht dat vermoedelijk al in de 13e eeuw door de bisschop van Utrecht bij de verdeling van de gronden van Wulven aan de voornoemde Huijbert van Wulven was verleend.


Ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede in het centrumgebied van Houten. Het Kant, Het Rond en Station Houten vallen onder het oude gerecht van voor het jaar 1795. Gebied binnen de rode lijn is het vroegere gerecht wat tot 1921 van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen is geweest. Luchtfoto uit 2018. Bron: Google Maps.Ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede in het centrumgebied van Houten. Het Kant, Het Rond en Station Houten vallen onder het oude gerecht van voor het jaar 1795. Gebied binnen de rode lijn is het vroegere gerecht wat tot 1921 van familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen is geweest. Luchtfoto uit 2018. Bron: Google Maps.



Het hield in dat hij deze 24 morgen land geheel vrij bezat en vrij was van allerlei soorten belasting en zelf de lage rechtsmacht had. Dat deze rechten door de eeuwen heen niets van hun waarde hadden verloren blijkt, als in 1662 Johan van Mansvelt, eigenaar van het minigerecht, procedeert bij het Hof van Utrecht tegen Frans van Linden de schout van Houten, omdat deze laatste het gerechtje had aangeslagen voor de Lek- en dijklasten en de Dorps- en huurlasten.


Zicht op de Lobbedijk richting het noorden in 1960. Met rechts de grond die ooit van familie Strick van Linschoten is geweest. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.Zicht op de Lobbedijk richting het noorden in 1960. Met rechts de grond die ooit van familie Strick van Linschoten is geweest. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.



De schout van Houten voerde aan dat de 24 morgen geen echt gerecht kon zijn temeer daar er maar een huis opstond en er geen bestuur was. Van Mansvelt voert aan dat hij zelf schout is en dat dat niet in strijd is met de wet. Op 4 december 1664 werd de uitspraak gedaan en van Mansvelt in het gelijk gesteld waarmee dus de rechten verbonden aan het minigerecht werden bevestigd.


Detail van een kadasterkaart van Houten Sectie A met daarop het vroegere mini gerecht Klein Wulven, St. Huberts Gerecht, De Geer of Reumsthofstede of Dijkhoeve vanaf 1832. Bron: Regionaal archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 45948.Detail van een kadasterkaart van Houten Sectie A met daarop het vroegere mini gerecht Klein Wulven, St. Huberts Gerecht, De Geer of Reumsthofstede of Dijkhoeve vanaf 1832. Bron: Regionaal archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 45948.



Uiteindelijk werden in 1795 de heerlijke rechten opgeheven, zo ook die van het gerechtje De Geer of Reumsthofstede. Op 13 maart 1840 vindt er een verkoop plaats van een hofstede, bestaande uit een boerenwoning, een bakhuis, een schuur, twee hooibergen, een duivenhok met erve en landerijen en beplantingen zijnde het voormalige Huberts gerecht van Wulven. Sinds die tijd voert de enige boerderij die binnen dit gerechtje stond de naam Dijkhoeve.


Zicht op de Lobbendijk in de periode van 1950-1955 . Rechtsonder de Fruitveiling van Houten daar waar heden de Kostersgang is. In het midden op de achtergrond de Johannes Bogerman school met richting het noorden lopend de Lobbendijk. Grond aan de oostkant van de Lobbendijk behoorde ooit bij het onroerend goed van familie Strick van Linschoten. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.Zicht op de Lobbendijk in de periode van 1950-1955 . Rechtsonder de Fruitveiling van Houten daar waar heden de Kostersgang is. In het midden op de achtergrond de Johannes Bogerman school met richting het noorden lopend de Lobbendijk. Grond aan de oostkant van de Lobbendijk behoorde ooit bij het onroerend goed van familie Strick van Linschoten. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.



De eigenaren van de Dijkhoeve, De Geer of Reumsthofstede,
St. Huberts of Klein Wulven

Thans ligt op de 24 morgen het centrum van Houten.

Lijst van de eigenaars van "XXIIII mergen lands mitgerecht, mit tijns, mit tienden also als sij gelegen
sijn in den kerspel van Houten ende geheten sijn die Gheer’’.

1.   Dyrc van Wulven 1394 - 1396
2.   Wouter van Wulven 1396 - 1397
3.   Braem uter Coernmarct 1397 - 1434
4.   Gouden, Johan van Valkendael’s echtgenote
na de dood van haar vader Braem Uter
Korenmarct 1434 - 1440
5.   Braem uuter Koermarckt 1440 - 1457
6.   Claes Johans van Valkendaell 1457 - 1474
7.   Gerijt Aernt Kosijns. 1474 - 1484
8.   Johan Geryt Aernt Cosijns. 1484 - 1494
9.   Aernt Gerijts. 1494 - 1518
10.   Gerijt Aertsz. 1518 - 1557
11.   Aert Gerrits. 1557 - 1570
12.   Gerrit Aerts van Reumsthoffstede 1570 - 1634
In 1570 luid de omschrijving; ’’Vierende twintich mergen lants mitten gherichte, thins
ende thienden gelegen in den kerspel van Houten die gheheeten sijn die Gheer ofte Ruemst hofstede mitten huysinghe bongaerts ende bepotinge daerop staende”.
13.   Aart van Reumst 1634 - 1642
14.   Johan van Toll 1642 - 1653
15.   Johan van Toll 1653 - 1653
16.   Johan van Mansvelt 1653 - 1674
17.   Hendrick van Mansvelt 1674 - 1733
18.   Maria van Mansvelt 1733 - 1735
19.   Christina van Mansvelt 1735 - 1763
20.   Wouter Rudolph van Senden 1763 - 1763
21.   Catharina Geertruyd van Senden 1763 - 1768
22.   Arien Elisz. van Schaijk 1768 - 1780
23.   Jacobus Ariensz. van Schaijk 1780 - 1787
24.   Jan Aertsz. van Schaik 1787 - 1823
25.   Aletta van Schaik wed. van Jan Aertsz. 1823 - 1840 (11)
26.   Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen 1840 - 1843
27.   Jan Balthazar Strick van Linschoten 1843 - 1890
28.   Ottolina Maria Strick van Linschoten 1890 - 1900
29.   Jan Balthazar de Meester en consorten 1900 - 1921
30.   Willem van Dijk 1921 - 1928
31.   Jochem van Dijk 1928 - 1932
32.   Hendrick Picard 1932 - 1951
33.   Frederik Carel Jan Picard 1951 - 1965
34.   B.V. Nifterik 1965 - 1973
35.   De gemeente Houten 1973 - heden

Enkele pachters: Ariaen van Oostrom en Jan Cornelis Knapschinkel; voor 1694 Jacob Dircks Clock; 1694 Arien Elisse van Schaijck en zijn broer Jan Elisse van Schaijck; 1731.

Krantenbericht over de aankoop door Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen van de Dijkhoeve of De Geer of Reumsthofstede in 1840. Aletta van Schaik wed. van Jan Aertsz. moest de Dijkhoeve in 1840 verkopen door tehoog opgelopen schulden. De deurwaarde en de Amersfoortse rechtbank bedongen de verkoop. Door te klikken op de afbeelding kunt u het artikel downloaden. Bron: Delpher.nl. Utrechtsche Courant 13-03-1840.Krantenbericht over de aankoop door Jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen van de Dijkhoeve of De Geer of Reumsthofstede in 1840. Aletta van Schaik wed. van Jan Aertsz. moest de Dijkhoeve in 1840 verkopen door tehoog opgelopen schulden. De deurwaarde en de Amersfoortse rechtbank bedongen de verkoop. Door te klikken op de afbeelding kunt u het artikel downloaden. Bron: Delpher.nl. Utrechtsche Courant 13-03-1840.



De oorspronkelijke bebouwing


Als het gerecht in het jaar 1304 wordt genoemd, mogen we aannemen dat daar toen ook al een gebouw stond waar de eigenaar of de pachter van de grond op woonde. Van dit gebouw zijn geen afbeeldingen bekend. Het stond vermoedelijk op het omgrachte terreintje dat we op de kadastrale kaart onder nr. 16 nog terug vinden.

Deze gracht is pas in 1967 door de toenmalige eigenaar gedempt. Binnen deze gracht stond de woning en de daarbij behorende gebouwen voor het vee en de opslag van de oogst, oftewel een omgrachte boerderij met als toegang vermoedelijk een poortgebouw die de bewoners veiligheid bood tegen rondtrekkende roversbenden etc. Binnen de gemeente Houten lagen nog meerdere van dergelijke omgrachte boerderijen, enkele voorbeelden zijn: Overdam, Rietdijk 5; Ter Weide, Waalseweg 33 en boerderij De Steenen Poort.


Binnen de oranje lijnen de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede in Houten. Rechts ten oosten van de spoorweg heden het centrumgebied Het Rond en Station Houten. Bron: Fragment van kaart P.27.4 (054577), beeldbank Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), Wijk bij Duurstede.Binnen de oranje lijnen de ambachtsheerlijkheid De Geer of Reumsthofstede in Houten. Rechts ten oosten van de spoorweg heden het centrumgebied Het Rond en Station Houten. Bron: Fragment van kaart P.27.4 (054577), beeldbank Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), Wijk bij Duurstede.



Pas in 1659 krijgen we meer inzicht in de bebouwing op Ruemsthofstede, namelijk uit een bestek voor de bouw van een nieuwe woning; "Bestek en conditie waer naer de heer Johan van Mansvelt scheepen ende raet inde Vroedschap der stad Utrecht wil besteeden het maecken en leeveren en stellen van een huijs op de hofsteede tot Houten van ouds genaemt Rumps hofsteede in vorme alst volcht op sijne kost ende dranck vrachten en al".

Op 1 augustus 1659 moest de boerderij worden opgeleverd. Het werk werd aangenomen door Frans van Reumelaer voor de som van f 588,  met de toevoeging dat de opdrachtgever enkele bouwmaterialen beschikbaar stelde, o.a. oude kruiskozijnen, stijgerdelen, enig ijzerwerk en nog wat afgebrand werk.


Luchtfoto uit 1973 van boerderij Dijkhoeve aan de Lobbendijk (linksonder) en de daarbij behorende landerijen aan weerskanten van de spoorlijn. Bron: 'De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten'.Luchtfoto uit 1973 van boerderij Dijkhoeve aan de Lobbendijk (linksonder) en de daarbij behorende landerijen aan weerskanten van de spoorlijn. Bron: 'De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten'.


 


Reconstructie tekening van de Dijkhoeve in 1659

  


Waarschijnlijk was een brand de aanleiding tot de nieuwbouw. Volgens het bestek kreeg het gebouw een afmeting van 44 x 41 voet (13,81 x 12,87 m.). Het voorhuis 41 x 17,5 voet (12,87 x 5,49 m.) en het achterhuis 41 x 23,5 voet (12,87 x 7,38 m.).

Het voorhuis had een grote woonkamer met een schoorsteen en een bedstede, naast de voorkamer was een kelder en een zijkamer met nog een bedstede. De kelder was 2 voet diep en had een oppervlakte van 9x9 voet. In de woonkamer moest een plavuizen vloer komen, het zijkamertje, de kelder en ook de kamplaats kregen een stenen vloer.

De voorgevel van het woonhuis werd gemetseld in kalkspecie met nieuwe stenen. De zijgevels van het voorhuis en de muur tussen het voorhuis en de koestal werden gemetseld met savereerd (gezuiverde aarde) met gebruikte stenen. De zijmuur en de tussen muur werden aan beide kanten bepleisterd met kalk en de voorgevel werd aan de buitenkant gevoegd.

Verder vermeld het bestek een ingang in de voorgevel met een boven- en onderdeur en boven het deurkozijn twee ramen. In het voorhuis kwamen ook twee kruiskozijnen en een half kruiskozijn die waarschijnlijk in het zijkamertje kwam. Over het gehele voorhuis kwam een balklaag met een planken vloer.

Het achterhuis ofwel de koestal had een fundering die een voet boven het maaiveld uitstak. Daarop kwam een sloof (een balk) met 15 staande palen met daarop de muurplaat. die even hoog kwam als bij het voorhuis. Ook de achtergevel werd in hout uitgevoerd met daarin opgenomen de hoofddeur en de staldeuren.

De buitenwanden werden bekleed met planken, de een over de ander. Het hout voor de palen werd door de aanbesteder beschikbaar gesteld van appelbomen die op de hofstede aanwezig waren. Het gehele dak van de boerderij werd gekapt met goede geschilde sparren en gedekt met riet.


De Lobbendijk en Weegbreehof in 1976-1977, midden op de achtergrond boerderij Dijkhoeve met links daarvan het hoofdhuis. Foto: Jos Schalkwijk.De Lobbendijk en Weegbreehof in 1976-1977, midden op de achtergrond boerderij Dijkhoeve met links daarvan het hoofdhuis. Foto: Jos Schalkwijk.



Het gehele bestek voor de bouw omvatte 34 artikelen waarin de voorwaarden stonden waarnaar het werk moest worden uitgevoerd. De betaling van het werkgeschiede in vijf termijnen:
Ie termijn 16 julij 1659 113 - 0-0
2e termijn 27 julij 1659 300 - 0-0
3e termijn 19 september 1659 45-10-0
4e termijn 2 maart 1660 45-10-0

Bij de laatste termijn betaling wordt vermeld: "Ontvangen uijt handen voorschr. de somme van acht ende tachtich gulden waar mede onder begrepen is het maecken van vijf blieken (overzichts rekeningen) soo dat ick bekennen in alles voldaen te sijn van mijn aengenomen besteck van het maecken van het nieuwe huijs op Huijbrecht Gerecht van Wulven actum den 7e maij 1660". Frans van Reumelaer.



Door middel van dit bestek is het mogelijk om het gebouw op enkele centimeters na nauwkeurig uit te tekenen, alleen over de plaats waar het gestaan heeft wordt niets vermeld, maar het zal vermoedelijk wel op het omgrachte terreintje zijn geweest.

Pas na de opmeting door het kadaster in 1830 is er wat bekend over de plaats van de bebouwing, alsmede de grote en de vorm van het voormalige minigerecht. Maar de afmeting van de boerderij zoals die op de kadasterkaart zijn aangegeven, beantwoorden niet meer aan die van de bouw in 1660, zodat we moeten aannemen dat deze alweer door een nieuw gebouw is opgevolgt.

In 1830 staat de boerderij direct langs de Lobbendijk en op het omgrachte terreintje staan geen gebouwen meer, maar het doet dienst als boomgaard.


 

Op 16 januari 1840 verkoopt Aletta van Schaik de boerderij met de daarbij behorende landerijen aan Jan Carel Wendel Strick van Linschoten voor de som van f 18.100,—
 
De beschrijving van de gebouwen en landerijen luidt alsvolgt: "Een hofstede bestaande in een huizinge of boerenwoning, bakhuis, schuur, twee bergen, een duifhok met erve grond en tuin bepotinge en beplantingen met aanhorige boomgaard bouw en weilanden, alle tiendvrij te samen groot 20 bunders 31 roeden en 40 ellen zijnde het voormalige Huberts Gerecht van Wulven genaamd 'de Geer"'. Vanaf 1840 tot 1929 is de Dijkhoeve in het bezit van de opeenvolgende generaties Strick van Linschoten.

Het Kadaster. Overgenomen uit: De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten.Het Kadaster. Overgenomen uit: De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten.


 


De boerderij en het land was in gebruik bij pachters. In 1866 vind de aanleg plaats van de spoorweglijn Utrecht - 's-Hertogenbosch. Het spoor verdeeld de 24 morgen land in twee complexen, de boerderij met ongeveer de helft van het land aan de westkant van het spoor en de andere helft van het land aan de oostkant.

In de jaren 1884-1886 vermeldt het kadaster een verbouwing: het bouwen van een bijgebouw en het bouwen van een schuur. Dit bijgebouw is waarschijnlijk het in 1986 afgebroken bakzomerhuis. In 1921 wordt door koop, Dijkhoeve eigendom van Willem van Dijk, een veehouder die er zelf op woonde. Als in 1928 Jochem van Dijk eigenaar is geworden, verhuurdt deze de boerderij aan Jan Veen. In 1932 komt er een einde aan het bestaan van de 24 morgen.

Jochem van Dijk verkoopt de boerderij met de grond aan de westkant van het spoor aan H.Picard,
koopman te Utrecht, de grond aan de oostkant van het spoor wordt gekocht door Reyer van Dijk die ze toevoegd aan zijn boerderij aan de Odijkseweg.

H. Picard laat de Dijkhoeve bewonen door een van zijn personeelsleden de heer Steven van Oostrom, die het bakzomerhuis bewoonde. De Dijkhoeve zelf verkeert dan in slechte staat en wordt niet meer bewoond. Picard laat het woongedeelte inrichten als paardenstal en het achterhuis als bergruimte.


Het Kadaster. Overgenomen uit: De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten.Het Kadaster. Overgenomen uit: De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten.



In 1951 werd zijn zoon F.C.J. Picard eigenaar die al vanaf 1941 bakzomerhuis bewoonde. In een gesprek met de heer Picard (dd. 15-7-88), kon deze zich nog goed herinneren dat er naast het bakzomerhuis een terreintje was, dat hoger lag dan zijn omgeving met, zoals de heer Picard het verwoordde, omgeven door een sloot die breder en dieper was dan de andere perceelssloten (dit was het terreintje van de voormalige omgrachte boerderij).

Het duifhok dat in 1840 bij een verkoop werd vermeld is bij zijn komst op de boerderij al verdwenen wel waren er nog drie hooibergen waarvan er al kort daarna twee gesloopt werden.

In 1965 koopt B.V. Nifterik Dijkhoeve. Hij laat in 1967 de oude fruitboomgaard op het omgrachte terreintje rooien, het perceel egaliseren en de grachten dempen Het geheel wordt daarna ingepoot  met een struiken-boomgaard. Tenslotte laat hij in 1969 een nieuwe schuur bouwen, deze schuur werd in 1980 door de gemeente verbouwd tot het sociaal cultureel centrum Dijkhoeve.

Op 29 oktober 1973 verkoopt B.V. Nifterik de Dijkhoeve met de bijgebouwen en de aanliggende gronden aan de gemeente Houten ten behoeve van de uitbreiding van het dorp. In 1980 laat de gemeente de boerderij en de hooiberg slopen en in 1986 ondergaat het bakzomerhuis hetzelfde lot.

En nog in 1988 zal de tot sociaal cultureel centrum verbouwde schuur eveneens worden gesloopt.
Binnen enkele jaren zal het na sloop vrijgekomen oude woonperceel met zijn rijke geschiedenis door de nieuwbouw van Houten zijn bedekt.


Boerderij Dijkhoeve aan de Lobbendijk omstreeks 1975. Bron: fragment foto Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank.Boerderij Dijkhoeve aan de Lobbendijk omstreeks 1975. Bron: fragment foto Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), beeldbank.



Overgenomen uit: 'De Geer of de Reumsthofstede, Leen de Keijzer, Peter Koch, Otto Wttewaall, 1988, Houten'.



Aankoop landbouwgrond van landbouwer Jan van Schaik

Op zaterdag 2 augustus 1834 in het bijzijn van notaris H.J. van Mariënhoff op huize Rhijnauwen verkocht landbouwer Jan van Schaik aan jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Onder de getuigenis van Jan Maatman en Jan Middelman drie percelen landbouw grond kadastrale gemeente Houten sectie A27, A34 en A44 voor een bedrag van f. 1.000- , gulden. Landerijen gelegen tussen de Geersloot en de Vliersteeg, achter de Algemene Begraafplaats van Houten, heden Pr. Ireneweg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.Op zaterdag 2 augustus 1834 in het bijzijn van notaris H.J. van Mariënhoff op huize Rhijnauwen verkocht landbouwer Jan van Schaik aan jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen. Onder de getuigenis van Jan Maatman en Jan Middelman drie percelen landbouw grond kadastrale gemeente Houten sectie A27, A34 en A44 voor een bedrag van f. 1.000- , gulden. Landerijen gelegen tussen de Geersloot en de Vliersteeg, achter de Algemene Begraafplaats van Houten, heden Pr. Ireneweg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.


Kadastrale kaart van de gemeente Houten van 1 oktober 1832 in geel gearceerd met rode rand sectie A, perceelnummer 27 die landbouwer Jan van Schaik tezamen met drie andere percelen verkocht voor f. 1.000- , gulden aan jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen ten overstaan van de Wijk bij Duurstedense notaris H.J. van Mariënhoff op zaterdag 2 augustus 1834 op huizen Rhijnauwen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.Kadastrale kaart van de gemeente Houten van 1 oktober 1832 in geel gearceerd met rode rand sectie A, perceelnummer 27 die landbouwer Jan van Schaik tezamen met drie andere percelen verkocht voor f. 1.000- , gulden aan jhr. Jan Carel Wendel Strick van Linschoten van Rhijnauwen ten overstaan van de Wijk bij Duurstedense notaris H.J. van Mariënhoff op zaterdag 2 augustus 1834 op huizen Rhijnauwen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.


'Gedaan en gepasseerd op den Huizen Rijnauwen voornoemd in tegenwoordigheid van Jan Maatman zonder beroep en Jan Middelman Landbouwer beide wonende in de gemeente Rijnauwen Getuigen ten deze verzocht den tweede Augustus achttien honderd vier en dertig _ En na gedanen voorlezing heeft Jan van Schaik verklaard niet te kunnen schrijven noch zijnen naam teekenen, waarvan de Heer Kooper met ons Notaris en Getuigen de Minute der tegenwoordige hebben geteekend. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.'Gedaan en gepasseerd op den Huizen Rijnauwen voornoemd in tegenwoordigheid van Jan Maatman zonder beroep en Jan Middelman Landbouwer beide wonende in de gemeente Rijnauwen Getuigen ten deze verzocht den tweede Augustus achttien honderd vier en dertig _ En na gedanen voorlezing heeft Jan van Schaik verklaard niet te kunnen schrijven noch zijnen naam teekenen, waarvan de Heer Kooper met ons Notaris en Getuigen de Minute der tegenwoordige hebben geteekend. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 1817 02-08-1834 aktenummer: 2564.