Straatnamen Houten Noordwest
(wijzigingen voorbehouden er kunnen geen rechten aan deze lijst ontleend worden)
Gebruik Ctrl + F voor het zoeken naar je straatnaam.
Buurt De Erven
De Erven geportretteerd op donderdag 27 april 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. Het Erf - Het erf is het gebied direct om een huis of in het bijzonder een boerderij. Ook de opstal zelf hoort bij het erf. De naam is aanverwant aan de de Loerikse Meent. Een openbaar gebied tussen de Beusichemseweg en het toenmalige Loerikse Zandpad wat in de tiende- tot de derteinde eeuw werd gebruikt als meent of erf door de aanwonende boeren. |
Het Erf is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Erven in en uit willen via de Rondweg. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
2. Beurtschipperserf - Een Beurtschipper is iemand die een kleine bootdienst op het binnenwater onderhoudt tussen twee of meerdere plaatsen. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
3. Heemraadserf - Een heemraad is een lid van het dagelijks bestuur van een waterschap. Een heemraad heeft een vergelijkbare functie als een wethouder bij een gemeente. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
4. Herbergierserf - Een waard (ook wel herbergier of kastelein) was in vroeger tijden de baas of de gastheer van een herberg of taveerne. Het woord is afkomstig van ward dat beschermen of bewaken betekent. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
5. Koopmanserf - Een handelaar, ook koopman of kooplied genoemd, is iemand die verschillende waren opkoopt en ze vervolgens weer te koop aanbiedt. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
6. Molenaarserf - Een molenaar is iemand die zich bezig houdt met het malen van iets op een molen. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
7. Richterserf - De middeleeuwse richter verschilt hemelsbreed van de huidige rechter. De richter was wel de door de heer benoemde voorzitter van het gericht, maar vonnissen deed hij niet. |
De twee of meer keurgenoten moesten een "oordeel vinden", de richter maakte het bekend en droeg zorg voor de uitvoering. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
8. Schepenerf - Een schepen is een openbaar bestuurder op plaatselijk niveau. In Nederland wordt een schepen wethouder genoemd. De term schepen was in Nederland vóór 1795 wel gebruikelijk als dorps- of stadsbestuurder. |
Schepenbank was het oude woord voor het lokale bestuur, met inbegrip van de plaatselijke rechtspraak. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
9. Schoutserf - De schout, was een lokaal ambtenaar belast met bestuurlijke en gerechtelijke taken en het handhaven van de openbare orde. |
Zijn taken varieerden naar tijd en plaats. Vanaf de zeventiende eeuw tot aan de Franse tijd werd ook wel de naam drossaard gebruikt. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
10. Stationserf - Een spoorwegstation, treinstation of kortweg station is een plaats waar treinen stoppen en vertrekken en de reizigers kunnen in-, uit- en overstappen en/of goederen kunnen worden verladen. |
De vakterm voor dit stoppen is 'stationnement', ter onderscheiding van het stoppen voor een sein of op een rangeerterrein. |
Aan het Stationserf, ligt het oude station van Houten. Deze heeft van 1 november 1868 tot 1935 dienst gedaan als station. In 2007 is het gehele stationsgebouw 150 meter naar het zuiden verplaatst. Dit omdat er plaats gemaakt moest worden voor de spoorverdubbeling Utrecht - Houten. |
Vanaf april 2009 doet de begane grond van het oude station dienst als eetcafé, gerund door verstandelijke gehandicapte. Op de zolder van het oude station zit het archeologisch museum van Houten. Dit is tevens ook de plek waar de Archeologische werkgroep 'Leen de Keijzer' is gehuisvest. |
Het Stationserf heeft voordat hij zijn naam kreeg. Nog twee voorgaande straatnamen gekend. Bij de aanleg van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch in de periode 1868 - 1870 werd de Stationsweg aangelegd. Liggende tussen de Vlierweg en de Loerikseweg. |
Bij raadsbesluit van 4 oktober 1962 werd dit gewijzigd in Stationslaan. Dit werd gedaan nadat de gemeente Houten werd samengevoegd met de gemeenten Schalkwijk en Tull en ' t Waal per 1 januari 1962. Na deze samenvoeging moesten alle straatnamen worden herzien en opnieuw worden vastgesteld. Om dubbele straatnamen in één gemeente te voorkomen. Bij raadsbesluit van 16 december 1986 werd de straatnaam gewijzigd in Stationserf. Dit om de straatnaam aan te laten sluiten bij het wijknaam thema van de toen nieuw te bouwen wijk De Erven. |
11. Tolgaarderserf - Een Tolgaarder is iemand die aan het begin of aan het einde van een tolweg/toltunnel controle houd op het in en uitgaande verkeer. |
Bron: archief familie Waller/Rouffaer. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
12. Veldwachterserf - Een Veldwachter was de benaming van een politioneel ordehandhaver. De tegenwoordige Politie. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 23 augustus 1994. |
13. Vierschaarserf - Een Vierschaar is een vroegere rechtbank. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
Op 26 februari 1985 werd bij raadsvergadering besloten om 'woongebied-C' de naam De Meent te geven. De naam gaat terug op De Loerikse Meent. De ge(meent)e grond werd door de inheemse bevolkingen gebruikt vanaf de achtste- tot omstreeks de dertiende eeuw. Een meent of mient (gemene grond) was een onverdeelde gemeenschappelijke weide zoals die vroeger voorkwam, meest als onderdeel van een gemeynt of marke. Meenten kwamen met name voor op zandgronden. Afhankelijk van de regio en de bodemvruchtbaarheid werd de meent op enig moment in het verleden verdeeld tussen de gerechtigden. |
In de jaren na 1985 die er volgde spraken bewoners van de wijk De Meent vrijwel nooit over dat ze in De Meent wonen. Maar in de wijk De Erven. De Meent was ook een naam voor deel bouwprojecten om de wijk in bouwfases te ontwikkelen tot mei 1996. |
Bij de herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de naam De Meent als wijknaam niet meer gebruikt in de administratie. Na het besluit werd De Erven een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Hoven
De Hoven geportretteerd op zaterdag 18 maart 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. Akkerwindehof - De akkerwinde (Convolvulus arvensis) is een plant uit de windefamilie (Convolvulaceae). |
Hij komt voor op grazige plekken, bouwland, langs wegen en in de duinen. De stengels winden zich tegen de wijzers van de klok in om dingen heen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 september 1981. |
2. Boterbloemhof De boterbloem behoort tot de Ranunculus. Dit is de wetenschappelijke naam voor de groep planten waaronder de boterbloemen en waterranonkels worden gerekend. Deze groep bestaat uit een vierhonderdtal planten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
3. Dovenetelhof - Dovenetel (Lamium) is een geslacht uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het geslacht bevat zowel eenjarige als meerjarige planten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
4. Ereprijshof - Ereprijs (Veronica) is een groot geslacht van planten. In Nederland zijn er 22 wilde soorten bekend. Daarnaast zijn er ook nog een aantal soorten in cultuur. Er zijn overblijvende soorten maar er zijn ook soorten die eenjarig zijn. Wereldwijd zijn meer dan 500 soorten bekend. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
5. Heermoeshof - Heermoes (Equisetum arvense) is een plant uit de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae). De plant wordt ook wel 'roobol', 'akkerpaardenstaart' of 'unjer' genoemd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 14 september 1976. |
6. Helmkruidhof - Helmkruid (Scrophularia) is een geslacht van bloeiende, kruidachtige planten uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). Het geslacht bevat een circa tweehonderd soorten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 14 september 1976. |
7. Herikhof - De herik (Sinapis arvensis) is een eenjarige plant uit de Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De plant wordt tot 80 cm hoog en heeft stijve haartjes aan de voet van de stengel. De plant komt algemeen voor op bouwland, langs wegen en langs dijken. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
8. Hoefbladhof - Hoefblad (Petasites) is een geslacht uit de familie Asteraceae. De botanische naam Petasites is afgeleid van het Oudgriekse woord 'petasos' dat een herdershoed aanduidt. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
9. Kamillehof - Echte kamille (Matricaria recutita, synoniem: Matricaria chamomilla en Chamomilla recutita) kamille (Matricaria discoidea, synoniem: M. matricarioides) Reukeloze kamille (Tripleurospermum inodorum, ook Matricaria maritima) behoorde voorheen ook tot dit geslacht, maar wordt tegenwoordig tot het geslacht klierkamille (Tripleurospermum) gerekend. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
10. Kervelhof - Echte kervel (Anthriscus cerefolium) is een eenjarige plant uit de schermbloemenfamilie (Umbelliferae of Apiaceae). De soort wordt algemeen geteeld en is soms verwilderd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976.
|
11. Klaprooshof - Klaproos of papaver (Papaver) is een geslacht van bloeiende planten. Een bekende soort is de slaapbol (Papaver somniferum), waaruit opium gewonnen wordt. Deze soort wordt ook als sierplant gebruikt. |
In het Vlaams wordt de klaproos soms kollebloem (toverkol of kol = heks) genoemd. In het Albanees noemt men de klaproos lule flanules oftewel bloem met vlagjes. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
12. Klaverhof - Klaver (Trifolium) is een plantengeslacht uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). De meer dan driehonderd soorten groeien hoofdzakelijk in gematigde en subtropische streken van het noordelijk halfrond, maar ook in de bergen in de tropen. |
Gerelateerde geslachten met de naam 'klaver' zijn honingklaver (Melilotus), hoornklaver (Trigonella), rolklaver (Lotus) en rupsklaver (Medicago). Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
13. Speenkruidhof - Het gewoon speenkruid (Ranunculus ficaria subsp. bulbilifer, synoniem: Ficaria verna subsp. bulbifer) is een laagblijvende voorjaarsbloeier die behoort tot de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De soortaanduiding ficaria komt van het Latijnse Ficus, dat vijg betekent. |
Oude namen voor deze plant zijn 'vijgwortel', 'oaneklootjes' en 'katteklootjes'. De naam 'speenkruid' is volgens sommigen afgeleid van de vorm van de knollen, die op kleine speentjes lijken. Volgens anderen is de naam afgeleid van de toepassing tegen aambeien, oftewel speen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
|
14. Weegbreehof - Weegbree (Plantago) is een geslacht uit de weegbreefamilie (Plantaginaceae). Het geslacht bestaat uit windbestuivers en heeft aarvormige bloeiwijzen. De bladeren zijn bij de meeste soorten parallelnervig, wat eerder een kenmerk is voor eenzaadlobbigen. Door deze twee kenmerken doen ze wat aan grassen denken. Bij de meeste in West-Europa voorkomende soorten staan de bladeren in een bladrozet bij elkaar. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
15. Zilverschoonhof - Zilverschoon (Potentilla anserina) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De naam van deze plant komt door het zilverig uiterlijk dat ontstaat door zijdeachtige haartjes waarmee de plant is bedekt. De bladeren vormen een bladrozet. Uitlopers wortelen op de knopen tot op 80 cm van de plant. |
Zilverschoon komt voor op vochtige plekken langs wegen en in het weiland. De plant is giftig voor paarden, vooral na het eten van grote hoeveelheden en langere tijd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 26 november 1991. |
|
16. Zuringhof - Zuring (Rumex) is een geslacht van meest overblijvende, kruidachtige planten uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De ongeveer tweehonderd soorten komen van nature voornamelijk voor in de gematigde streken van het noordelijk halfrond, maar zijn wereldwijd geïntroduceerd. |
Zuring groeit meestal op zure grond. De soorten worden vaak beschouwd als onkruid. Sommige soorten, zoals de veldzuring, hebben echter eetbare bladeren die in salades gebruikt worden. Ook vormt veldzuring het hoofdbestanddeel van paling in 't groen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 maart 1976 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 24 mei 1976. |
Hof - In de vroegste zin was een hof een met bijvoorbeeld grachten, houtwallen of hekken omheinde plek, waar bloemen, kruiden, struiken of bomen konden groeien. Een landgoed (bijvoorbeeld een borg) bestond vaak uit meerdere hoven. |
In de periode 1975 tot 1978 was bij de tweede toenmalige wijkuitbreiding van de gemeente Houten in het bouwproject De Oord II - De Lobben (De Hoven) niet voorzien in een aansluiting op de toen nog aan-te-leggen Rondweg. De straten in de buurt De Hoven kwamen ten noorden van het Oude Dorp te liggen. Met in de planning ook een latere te bouwen aansluiting op het woon- winkelgebied van Het Rond en Het Kant. De hoofd ontsluitingsroute voor de buurt De Lobben is de in 1985 aangelegd Dorpsstraat. Die in het verlengde van de Prins Willem de Zwijgerlaan kwam te liggen. |
nu De Poort, Herenweg en de Lupine-oord. Bron: archiecf familie Waller/Rouffaer. |
De wijknaam De Lobben wat al vanaf 1975 gangbaar was bij de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk is op 22 augustus 1995 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als officiële wijknaam voor de straten in De Hoven. |
De vroegere wijknaam De Lobben komt van de naast gelegen Lobbendijk. De eerste vermelding stamt al uit de vijftiende eeuw. Hiermee is de dijk vermoedelijk op de Binnenweg en Beusichemseweg na (Romeinse Tijd) de oudste weg in de gemeente Houten. Bij de herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die waren vastgesteld in 1979, 1995 en 1996 bij collegebesluit burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de naam De Lobben als wijknaam niet meer gebruikt in de administratie. |
Na het besluit werd De Hoven een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. Onder de wijkbewoners wordt de buurt waar ze wonen ook wel de wijk of buurt De Hofjes genoemd. Iets wat door diverse inwoners van de wijk en in de straatnaam commissie is besproken. Om de buurtnaam aan te duiden als De Hofjes. |
De verklaring dat erin de buurt De Hoven voor het achtervoegsel hof in de straatnamen is gekozen is namelijk als volgt. In 1976 werd destijds door de toenmalige nieuw opgerichte straatnaamcommissie van de gemeente Houten ervoor gekozen om eerst voor de voorvoegsels voor de straatnamen in de nieuw te bouwen wijk Den Oord II - De Lobbendijk te kiezen. Hierin bleek dat het een goede tegenhanger moest zijn van der eerdere straatnamen aan de westkant van de Lobbendijk, van de nieuwbouwwijk Den Oord I (1974-1975). |
Men koos ervoor om inheems kruid en groen wat al op het toekomstig bouwterrein al groeide te verkiezen om als straatnaam te gaan gebruiken als voorvoegsel. Het achtervoegsel hof was hierbij nog niet gekozen. De commissie opperde om het achtervoegsel erf te gaan gebruiken. Maar dat vond met niet zo'n goed idee, vooral niet omdat deze niet goed in de mond lag qua uitspraak met het voorvoegsel van kruiden. Bij de maatschappelijke ontwikkelingen in de tweede helft van de jaren zeventig staat ook in de notulen van de straatnaamcommissie te lezen dat er modern gekozen moest worden in de naamgeving. Hierbij wilde men af van de achtervoegsels als weg, straat en laan. |
De commissie vond het achtervoegsel hof de beste optie. Ook als tegenhanger van de straten in de wijk Den Oord, gelegen aan de westkant van de Lobbendijk. In de notulen staat te lezen dat men uit het woordenboek had overgenomen: 'hof = omheinde ruimte, tuin bv. de bloemen in de hof.'. Hierin sloot dit achtervoegsel goed aan op het bedachten voorvoegsel van kruiden als Zuringhof en Boterbloemhof. |
De straatnamen verwijzen niet op de bouwstijl van de buurt uit die tijd. Dat is wat mensen soms nog wel eens denken. De Hoven heeft wel buurthofjes wat typerend is voor het bouwen en het denken van de jaren zeventig. Maar dat is dus niet het geval. Het bouwproject werd De Lobben genoemd, een naam die gangbaar was tot maart 2012 toen de oude wijknaamgeving werd opgeheven. De naam verwijzend naar de Lobbendijk, heeft in ieder geval niets te maken met een gebied of perceel in de buurt van die naam. Een klavertjevierblad heeft een lobvorm. De naam van de Lobbendijk gaat vermoedelijk terug op het perceel wat ooit lag op de plek waar nu de noordelijk Rondwegtunnel ligt. Onder de Lobbendijk door. De afbuigende vorm in de binnenbocht van de dijk kan men ook zien als een lobvorm. Vermoedelijk dat de Lobbendijk zo aan zijn naam gekomen is. |
Buurt De Oorden
|
De Oord geportretteerd op vrijdag 13 januari 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. Boekweit-oord - Boekweit (Fagopyrum esculentum) is een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). Polen en in mindere mate Frankrijk zijn nog belangrijke Europese productielanden van boekweit als voedselgewas. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
2. Gierst-oord - Gierst is een groep van graangewassen met kleine korrels, die tot de grassenfamilie behoren. Meestal wordt echter met gierst de soort Panicum miliaceum bedoeld. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 20 december 1994. Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 20 december 1994. |
3. Haver-oord - Haver (Avena sativa) is een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae). Troshaver is een oude variëteit met een compacte bloeiwijze. Haver is een graansoort, die reeds sinds 7000 v.Chr. geteeld wordt. Haver komt oorspronkelijk uit Zuidoost-Europa en Zuidwest-Azië en is ontstaan uit de wilde haver (Avena fatua). Tot in de Late Middeleeuwen was haver in Nederland op de zandgronden een belangrijk gewas. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
Arbeidershuisjes op de hoek van de Haver-oord 41 met de Lobbendijk stonden in vroegere tijden achter het huis Bel Respiro (het Italiaans voor Diep Ademhalen) aan de Herenweg 33 en 35. |
DISCLAIMER: Foto's voorzien van een SHH watermerk in de foto zijn uitsluitend bedoeld voor vertoning op deze website. Rechten liggen bij het Huisarchief Wickenburgh. |
4. Hop-oord - De hop (Humulus lupulus) is een plant uit de hennepfamilie (Cannabaceae), die in Nederland en België in het wild voorkomt, en hier vroeger ook veel geteeld werd. De hopbellen (vruchtkegels) worden als conserveer- en smaakmiddel gebruikt bij de bereiding van bier. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
5. Koriander-oord - Koriander (Coriandrum sativum) is een plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). De plant wordt ook wel 'ketoembar', 'coander' of 'wantsenkruid' genoemd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
6. Lavendel-oord - Lavendel (Lavandula) is een struik uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Na het overlijden van de eigenaar verkochten zijn drie kinderen het terrein aan een vastgoed ontwikkelaar. Deze was van plan om een vier-laags gebouw op het perceel te zetten. |
Volgens de visie van de gemeente en de stedenbouwkundige moest dit te grote plan aangepast worden. Iets waar de omwonden blij mee waren. Uiteindelijk werd het plan vier luxe woonhuizen en een woongroep voor een christelijke zorginstelling. De ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer zou via de Boekweit-oord gaan lopen. |
Een aantal omwonende achte het nodig om hun gelijk bij de Raad van State te halen. Maar behaalde hiermee uiteindelijk bakzeil. In januari 2010 werd de straat met woonhuizen en de woongroep feestelijke geopend. |
De toenmalige burgemeester Cor Lamers knoopte twee linten aan elkaar. Als symbolisch teken van verzoening tussen de zorgorganisatie, omwonende en de gemeente Houten. En het ook als een nieuw begin te laten zijn. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 21 oktober 2008. |
7. Lijnzaad-oord - Lijnzaad is het zaad van vlas. Het wordt gebruikt als grondstof voor lijnzaadolie, dat met behulp van een oliemolen uit het zaad wordt geperst. Het restproduct van dit proces noemt men lijnkoek. Lijnkoeken worden gebruikt als veevoer. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
8. Linzen-oord - De linze (Lens culinaris) is een bekende peulvrucht, die al voor onze jaartelling op grote schaal verbouwd werd. Het feit dat de linze wordt genoemd in het Oude Testament, getuigt hiervan. De eigenlijke linze is het zaad van de plant, dat gedroogd wordt verhandeld, in verscheidene kleuren en groottes. Linzen hebben veel warmte nodig, zodat in Nederland dit gewas meestal in de glastuinbouw of onder een tunnel verbouwd wordt. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
9. Lupine-oord - Lupine (Lupinus) is een geslacht uit de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae). Het geslacht telt zo'n 200 Soorten kent vele hybriden en cultivars. In Noordwest-Europa komt alleen de vaste lupine (Lupinus polyphyllus) in het wild voor. |
De Lupine-oord werd in 1976 aangelegd als twee hoofdontsluitingsroute voor de buurt Den Oord. Via een zijweg de Papaver-oord zou het noordelijk deel van de buurt aan de oude Utrechtseweg tijdelijk worden ontsloten. Na het afsluiten van Utrechtseweg en het omvormen ervan tot het Imkerspark werd de Lupine-oord doorgetrokken tot aan De Poort, Herenweg en Romeinenpoort. Vandaar dat de naam van de weg in twee straatnaambesluit is samengesteld. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977 en bij raadsvergadering vastgesteld op 26 februari 1985. |
10. Luzerne-oord - Luzerne (Medicago sativa) is een vaste plant. Afhankelijk van variëteit en klimaat kan de plant vijf tot twaalf jaar oud worden. Met een hoogte tot 1 m en trosjes kleine blauwe bloemen lijkt de plant op klaver. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
11. Mais-oord - Mais of maïs (Zea mays subsp. mays) is een graan afkomstig uit Midden-Amerika en behoort tot de grassen. Mais is een directe domesticatie van de teosinte Zea mays ssp. parviglumis. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
12. Meekrap-oord - De meekrap (Rubia tinctorum), ook wel mee of mede, in het Engels madder genoemd, is een plant die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae). Meekrap werd vroeger gebruikt als grondstof voor de rode kleurstof alizarine. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
13. Papaver-oord - Klaproos of papaver (Papaver) is een geslacht van bloeiende planten. Een bekende soort is de slaapbol (Papaver somniferum), waaruit opium gewonnen wordt. Deze soort wordt ook als sierplant gebruikt. In het Vlaams wordt de klaproos soms kollebloem (toverkol of kol = heks) genoemd. In het Albanees noemt men de klaproos "lule flanules" oftewel "bloem met vlagjes". |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
14. Rapen-oord - Knolraap, ook meiraap, meiknolletje, knol of raap genoemd (Brassica rapa) is een oude groente die in Nederland vrijwel alleen nog door de amateurtuinder en in de biologische landbouw geteeld wordt, maar bijvoorbeeld in België en Frankrijk heel gewoon is. Knolrapen werden al geteeld door de Romeinen en de Oude Grieken. De domesticatie heeft waarschijnlijk plaatsgevonden in Afghanistan, Pakistan en het Middellandse Zeegebied. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
15. Rogge-oord - Rogge (Secale cereale) is een kruisbevruchtende graansoort. Het behoort net als de overige granen tot de grassenfamilie. Rogge groeit in het wild in midden- en oost-Turkije. Als cultuurgewas is de plant er in kleine hoeveelheden aangetroffen in enkele neolithische vindplaatsen, maar verder wordt het vrijwel niet gevonden tot aan de Midden-Europese bronstijd, rond 1800-1500 v. Chr. Mogelijk werd rogge naar het Westen gebracht als |
minder belangrijke variant van tarwe, en werd het gewas pas later apart geteeld. Rogge is aangetroffen in Romeins cultuurgebied langs de Rijn en op de Britse eilanden. In Nederlandse gebieden is rogge gevonden in de laatste fase van de raatakkers, ook wel 'celtic fields' genoemd. Het gewas werd waarschijnlijk omstreeks het begin van de jaartelling ingevoerd. Sinds de middeleeuwen is het ook hier een belangrijke grondstof voor brood. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
16. Spelt-oord - Spelt (Triticum spelta) is een eenjarige plant uit de grassenfamilie (Poaceae) uit het geslacht Tarwe (Tricitum). Het is een graansoort, die reeds vóór 7000 v. Chr. verbouwd werd, en wordt beschouwd als een primitieve tarwesoort. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
17. Tarwe-oord - Tarwe (Triticum-species) is een van de voornaamste granen waar de mensheid zich mee voedt, naast rijst en maïs. Het staat met maïs op een gedeelde eerste plaats. In Nederland werd in 2005 116.000 ha wintertarwe en ruim 20.600 ha zomertarwe geteeld. arwe is ook een van de oudste gedomesticeerde planten. De domesticatie vond waarschijnlijk ongeveer 10.000 jaar geleden plaats in het Midden-Oosten en Afrika van Syrië tot Kasjmir en naar het zuiden tot in Ethiopië. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
18. Vlas-oord - Vlas (Linum usitatissimum) is een plant uit de vlasfamilie (Linaceae). Het is een gewas dat al lang verbouwd wordt. Er zijn blauwbloeiende en witbloeiende rassen. Daarnaast zijn er rassen met bruine zaden en rassen met gele zaden. De zaden zijn ongeveer 5 mm lang. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 april 1977 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 7 juni 1977. |
19. Wikke-oord - Wikke (Vicia) is een plantengeslacht uit de onderfamilie Papilionoideae van de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae). Het geslacht komt met ongeveer 140 soorten voor in gematigde streken van het noordelijk halfrond en in Zuid-Amerika. Wikkes zijn kruidachtige planten, meestal met ranken waarmee ze naburige planten beklimmen. De namen wikke en Vicia zijn etymologisch verwant met viere, Latijn voor wikkelen of binden. De vruchten zijn peulen. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 8 mei 1973 en bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1973. |
Den Oord - Woonplaats (soms ook 'woonkern' of 'oord') is in het algemeen dagelijkse spraakgebruik een relatief dichtbevolkt gebied met bewoning, vergelijkbaar met het begrip nederzetting. Een woonplaats kan zowel een losliggende kern van bij elkaar wonende mensen zijn, als ook een aantal in elkaar overlopende kernen. Dit laatste gebeurt meestal bij de groei van één bepaalde kern die zich naar andere plaatsen uitstrekt, of er is sprake van groei van meerdere kernen. |
In de periode 1971 tot 1978 was bij de eerste en tweede toenmalige wijkuitbreiding van de gemeente Houten in bouwprojecten Den Oord I en De Oord II - De Lobben (De Hoven) niet voorzien in een aansluiting op de toen nog aan-te-leggen Rondweg. De straten in de buurt De Den Oord kwamen ten noorden en westen van het Oude Dorp te liggen. |
De hoofd ontsluitingsroute voor de buurt Den Oord is in 1973 aangelegd via de Lobbendijk. In 1976 toen het tweede gedeelte van het bouwproject gerealiseerd werd kreeg Den Oord een tijdelijke aansluiting op de Utrechtseweg, via de Papaver-oord. Na het sluiten van de Utrechtseweg in 1985 werd de nieuwe tweede ontsluitingsweg, de Lupine-oord. Die via De Poort op de Rondweg aansluit. |
De wijknaam Den Oord wat al vanaf 1971 gangbaar was bij de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk is op 22 augustus 1995 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld als officiële wijknaam voor de straten in Den Oord. |
Bij de herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die waren vastgesteld in 1979, 1995 en 1996 bij collegebesluit burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de naam Den Oord als wijknaam niet meer gebruikt in de administratie. |
Na het besluit werd De Den een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
De naam van de wijk Den Oord, verwijst naar boerderij Den Oord gelegen aan de Tarwe-oord 2 en 4. De naam van de boerderij is al bekend in de zestiende eeuw in het archief van Zutphen en omgeving. Destijds was de hofstede een leen van het Graafschap Zutphen. De Heer van Wulven, was ook Heer van Zutphen en Wilp. Een klein dorp in de buurt van de stad Zutphen. Familie van Renesse had de drie ambachtsheerlijkheden in de zestiende eeuw in eigendom. In het midden van de achttiende eeuw stond hofstede Den Oord al langere tijd in de ambachtsheerlijkheid van Houten en 't Goy. De ontsluiting geschieden via het zandpad, wat tot 1985 de Utrechtseweg was. Aan de overkant van de weg was de ambachtsheerlijkheid Wulven. Ruim een kilometer ernaast was de ambachtsheerlijkheid Heemstede. De heer van Heemstede Essaye Gillot en zijn zoon met dezelfde naam als zijn vader. Hadden tot aan het eind van de achttiende eeuw Den Oord in Houten in bezit. Waarna het in het bezit van familie De Kock kwam. Diverse heren van deze familie waren in een groot deel van de achttiende- en negentiende eeuw grootgrondbezitters in de regio Utrecht. Een van hen was zelfs ook schout van de ambachtsheerlijkheid Jutphaas. In de tweede helft van de negentiende- en eerste deel van de twintigste eeuw was boerderij Den Oord het eigendom van de Utrechtse notarisfamilie Schermbeek. De pachter van de boerderij was landbouwer De Goey. Inwoners uit de buurt De Gaarden en Den Oord verwarren boerderij Den Oord nog wel eens met de in 1891 gebouwde boerderij Nieuwoord. Dit bouwjaar is aan het licht gekomen na uitgebreid kadasteronderzoek. Op de gevel van de boerderij staat dat het bouwjaar 1893 is. Dit is het jaar van oplevering. Op de plek van de boerderij werd eerder nog een ander huis gebouwd in het jaar 1887 door landbouwer Reijer van Woudenberg uit Linschoten. Zijn echtgenote was Jacoba van Schaik. De naam van boerderij Nieuwoord (Notengaarde 3) is de tegenhanger van boerderij Den Oord (Tarwe-oord 2, 2a en 4) |
Buurt Oude Dorp
Het Oude Dorp geportretteerd op zondag 15 januari 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. Burgemeester Haefkensstraat - Burgemeester van Houten tussen 11 november 1946 en 5 december 1958. Officiële naam: Adrianus Bruno Haefkens |
Gestorven: 5 december 1958, te Schalkwijk |
Herstelperiode In de periode dat Haefkens burgemeester was, werd Nederland opgebouwd. Ook in Houten en Schalkwijk was oorlogsschade. Met name de kern van Houten was getroffen door een bombardement. Tijdens zijn bestuur werd het ‘Brinkplein’ aangelegd en werden wegen verbeterd. Burgemeester Haefkens was ook bezig met de ‘Rondweg van Houten’. Dit was een weg direct om de oude kern heen. Haefkens was net als zijn voorgangers voorzitter van het Waterschap Houten. Maar onder zijn periode werd een groot deel van het wegennet overgeheveld naar de gemeente. |
Ook kreeg de kern van Houten riolering. Veel wegen werden opgebroken. Het gemeentehuis van Houten verdween. Voor wat betreft de brandweer kwam er in 1947 een autospuit. Burgemeester Haefkens kreeg te maken met de annexatie van het gebied ten noorden van de A12. Ook werden er grenscorrecties met Bunnik en Jutphaas uitgevoerd. Bron: Oudhouten.nl |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 november 1959. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
2. Burgemeester Wallerweg - Burgemeester Jacob Waller was burgemeester van de gemeente Houten van 1877 tot 1925. Burgemeester van Houten tussen 20 mei 1877 en 18 mei 1925 |
De Grund Waller was eerst burgemeester van Koudekerk aan den Rijn, toen hij in 1877 burgemeester van Houten werd. Bij zijn aantreden liet hij een modern en markant huis bouwen. Het huis kreeg de naam De Grund en stond buiten het dorp langs de doorgaande weg van Utrecht naar Schalkwijk (thans De Poort geheten). Hij blijft hier tot aan zijn dood wonen. Hij stond bekend als een krachtige bestuurder die opkwam voor de gemeentelijke belangen. In zijn periode maakte hij zich sterk voor het verbeteren van de wegen in Houten, die ’s winters niet altijd goed begaanbaar waren. Als voorzitter van het Waterschap Houten kon hij vanaf 1887 hier veel in betekenen. |
Waller stond bekend om zijn daadkracht. Hij hield geen lange toespraken met ingewikkelde woorden, maar handelde op het juiste moment. Hij was zijn hele periode bezig voor de gemeente Houten. In september 1909 werd hij onderscheiden als ridder in de orde van Oranje Nassau. |
Burgemeester Waller startte zomers soms zijn werkzaamheden om 5 uur ’s ochtends. Een keer liet hij de gemeenteraad om 6 uur ’s ochtends aanvangen. 40 jaar lang was hij ook gemeentesecretaris. Pas in 1917 werd er een gemeentesecretaris (L.A.H. de Ruijter) aangesteld. Hiervoor werd het gemeentehuis met één verdieping uitgebreid. Aanleiding was de administratie rond distributiebonnen tijdens de Eerste Wereldoorlog. |
Tijdens zijn ambtsperiode voerde hij het openbare groen in, zodat de gemeente op sommige plaatsen een mooi aanzien kreeg. Ook de kom van het dorp werd aangepakt en sloten en poelen die zich tot in het dorp uitstrekten, werden gedempt. In 1893 regelde hij de huidige torenspits op de kerk aan de Brink. |
Ontslag Bron: Oudhouten.nl Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 2 januari 1926. Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929 en raadsvergadering op 4 oktober 1962. |
|
In de achttiende- en negentiende werd de Burgemeester Wallerweg het Zwaanspad of Zwaansweg genoemd. De weg werd van de kerktoren bij de Lobbendijk tot aan boerderij De Steenen Poort aan het zuidwestelijke uiteinde zo genoemd. Naar de vroegere herberg De Zwaan. Heden het pand waar nu drie woningen in zij gevestigd aan de Burgemeester Wallerweg 3, 3A en 5. In de eerste helft van de achttiende eeuw was een oudere naam van de herberg, De Prins. |
Dat een herberg de naam De Zwaan heet, duid erop dat men er vroeger dames van lichte zeden kon ontmoeten. Eigenlijk had het dorp Houten in de achttiende eeuw een rosse buurt, naast de kerktoren. Het is onbekend wanneer de herberg is gesloten. |
3. De Passage - Een winkelpassage of winkelgalerij is een volledig overdekte straat met aan weerszijden winkels, die alleen toegankelijk is voor voetgangers. Een passage (Frans voor doortocht, verbindingsgang) is vaak onderdeel van een winkelgebied waarin het meerdere (onoverdekte) winkelstraten met elkaar verbindt. Afhankelijk van de grootte kan een passage ook als winkelcentrum of onderdeel van een winkelcentrum worden gezien. |
De overkapping van de passage is vaak van glas zodat optimaal van daglicht kan worden geprofiteerd. Bij besluit van college van Burgemeester en Wethouders vastgesteld op 20 december 1994. |
4. Dorpsstraat - Een vrij recente naam uit 1985. Oude Dorpsstraatnamen verwijzen vaak naar een oude weg door het dorp heen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 februari 1985. |
5. Herenweg - een Herenweg betekend hier een openbare weg of straat. Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929 en raadsvergadering op 4 oktober 1962. |
De weg heeft in de loop van de eeuwen verschillende verandering in de loop van zijn tracé gekend. Op de oudst bekende kaart (kaart 1) van het dorp van Houten uit ca. 1590 afkomstig uit het archief van De Ridderlijke Duitse Orde, Balije van Utrecht staat al een zandpad ingetekend die niet de huidige route volgt van hoe wij de Herenweg vandaag de dag in zijn tracé kennen. Het begin van het zandpad ligt aan de Burgemeester Wallerweg en lijkt meer naar het westen te liggen. Dan zoals wij het vandaag de dag kennen. |
Het pad volgt met een afbuiging de route naar een kavelsloot om vervolgens dwars over het het land van de Duitse Orde heen te lopen richting het zuidwesten tot aan de Geersloot. Dit is heden op het punt waar de Herenweg op de Lupine-oord en De Poort aansluit. Het pad vervolgt zijn weg na de sloot gepasseerd te zijn en sluit in het westen aan op de Wulfsedijk. In latere bekende kaarten is dit stukje laatst beschreven stukje zandpad is deze loop van het pad niet meer bekend. Een opvolger op dit stukje pad is het Bedelaarspad die in het midden van de negentiende eeuw een eerste vermelding maakt. Meer over dit Bedelaarspad verderop in dit artikel. |
Tot de negentiende eeuw hadden de twee Utrechtse kapittels van St. Marie en De Ridderlijke Duitsche Orde Balije van Utrecht diverse grote kavels in bezit rondom de Herenweg. De kapittels lieten in die tijd kaarten van hun bezitting maken. Waarop wij tot op de dag vandaag kunnen herleiden of er een zandpad op of doorheen liep op de gronden van de geloofsinstellingen. |
De Herenweg werd vanaf het midden van de zeventiende eeuw in beheer genomen door de Staten van Utrecht. Zij zorgde erin het begin voor het het zandpad jaarlijks werd voorzien van vers zand en kuilen in het pad werden gedicht. In latere tijd werd het zandpad gecontroleerd door een kameraar (controleur) die bekeek of het zandpad nog in goede staat en of er eventuele beschadigingen waren. De nieuwe bezanding werd later door het gerecht of ambachtsheerlijkheid betaald en uitgevoerd na een jaarlijkse aanbesteding. Een zandpad was vooral in de zeventiende eeuw voor voetgangers bedoeld en niet zozeer voor koetsen. |
De tweede situatie (kaart 2) waarop er iets af-te-leiden is over de staat van het zandpad in de zeventiende eeuw is een kaart van het kapittel van St. Marie uit 1627. We weten al van het bestaan het zandpad van ruim 40 jaar eerder. Tussen 1630 en 1632 wordt door de Staten van Utrecht begonnen nieuwe zandpaden aan te leggen of al bestaande wegen te verbeteren. |
Op de kaart staat verder geen stippellijn aangetekend, waarop duid dat er een pad over het land heen zou lopen. Dit is wel het geval. Maar het staat er niet op ingetekend. Daarom hebben we met potlood er een weg op de kaart gezet van hoe de weg zou lopen. als we deze aantreffen op een volgende kaart van het dorp Houten. Het ingetekende houd ook rekening mee van het pad op de oudste bekende tekening is te zien. |
De derde situatie (kaart 3) is het dorp Houten te zien in het jaar 1640. Op de tiendkaart van St. Marie is wederom geen Herenweg te bekennen. Alleen al de bestaande wegen zijn erop ingetekend. Iets wat erop duid, dat het kleine zandpaadje er al we is. Maar de kaartenmaker uit die tijd er geen belang bij had om dit zandpad in te tekenen. |
Als tweede kan je hier uit opmaken dat de Staten van Utrecht, die ruim 8 jaar eerder in 1632 waren begonnen diverse zandpaden naar ander dorpen en steden buiten de Staat Utrecht aan te leggen. Nog niet concreet het bestaande zandpaadje verbreed, verbeterd aangelegd of bezand hadden. Blijkbaar was het in 1640 nog een goed alternatief om de bestaande wegen te gebruiken. Die ook nog vaak onbegaanbaar waren, vanwege de modder, kuilen en plassen. Geen enkele centrale overheidsorgaan in de zeventiende eeuw onderhield wegen, zoals wij dat vandaag de dag kennen. |
De tiendkaart is een kaart waarop het zeventiende- eeuwse dorp Houten op ingetekend staat is door het kapittel van St. Marie te Utrecht vervaardig in 1640. Dit in het kader om de tiendblokken goed vast te laten leggen. Tienden (belastingen) werden in een zeer lange periode geheven, zelfs tot het begin van de twintigste eeuw. De pachter van een stuk land moest jaarlijks een tiende 1/10 deel dus, van zijn opbrengst aan de tiendhouder of grondeigenaar afstaan. |
In de zeventiende eeuw was dat dus het Utrechts kapittel van St. Marie. In een groot deel van de negentiende eeuw tot begin twintigste eeuw waren de tiendhouders vaan grootgrondbezitters. Tussen 1900 en 1915 werden door de Nederlandse overheid de tiendplicht, dus het afstaan van het tiende deel, in een meerjarige project voor de diverse tiendplichtige afgekocht. |
De vierde situatie (kaart 4) na de hand van Bernard de Roy van zijn hand uit 1696 en als tweede staat uitgeven door Covens en Mortier in 1743. Laat al heel duidelijk zien dat er een zandpad is vanuit Utrecht tot aan de kerktoren van Houten. De weg (hieronder) aan de linkerkant zien we aan weerszijde ingetekend met een stippeltjeslijn. |
Aansluiten parallel ten oosten van de bestaande weg. Wat ook opvallend is, is dat het zandpad nog een knik heeft en nog oorspronkelijk de kavellijn van het perceel volgt. Het perceel in de vorm van een omgekeerde L kan je zien in kaart 2. Aan het stippellijntjes zandpad is duidelijk op te maken dat het pad door de Staten van Utrecht wordt onderhouden. |
Het is zelfs zo dat bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 tot ver in de twintigste eeuw is er een kadastrale grens van de gewone gemeentelijk weg. (links te zien op de kaart hieronder) zoals eerder beschreven in het verschil van een doorgetrokken lijn aanduiding van de weg en de stippijltjeslijn van de Staten van Utrecht. De grens bleef bestaan tot ter hoogte van boerderij Den Oord (Tarwe-oord 2, 2A en 4). Bij de tweede druk van de kaart uit het jaar 1743 blijkt het zandpad nog steedse de knik in zijn tracé te kennen al lopend langs de rand van het omgekeerde L perceel. |
Is er een tijdsperiode aan-te-duiden wanneer de knik uit het zandpad is gehaald en de Herenweg tot een verlegging kwam? En uiteindelijk zijn definitieve tracé is gaan verkrijgen? Op die twee vragen zijn zeker een antwoord te geven! |
Op maandag 19 december 1735 wordt ten overstaan van de Utrechtse notaris Willem van Oudenallen een zekere huysinge met stallinge c.a. met boomgaard, groot 4 mergen 400 roeden, genaamd de Prins verkocht. Elisabeth Heycop en Anna Maria Heycop zijn de verkopende partij. Het goed wordt gekocht Gerrit van Beeck, hij was kameraar voor de Staten van Utrecht en hield de toestand van het Houtensche Zandpad, Beusichemsche Zandpad en Culemborgsche Zandpad in de gaten. In de akte uit 1735 wordt er niet gesproken over een functie van herberg, die de naam De Prins heeft. Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U177a004 aktenummer 54 19-12-1735. |
Elisabeth Heycop en Anna Maria Heycop verkopen het goed wat zij uit de erfenis van hun moeder Sophia Breijer hebben geërfd. Het goed De Prins is een pand wat tot 1898 op de hoek van de Herenweg met de Burgemeester Wallerweg stond. Heden op deze plek is Wagenmakerij Verweij gevestigd op de Burgemeester Wallerweg 7. |
Uit een andere bron uit 1730 wordt gesproken over 'sekere huijsinge, erve, hof of boomgaard met berg en schuur', 'daar den Swaan uijthangt'. (een bord hangend bij de voordeur van de herberg, waarop een Zwaan is opgetekend). Dit gaat om het gebouw van de Burg. Wallerweg 5, 3A en 3. |
Gerrit van Beeck verkoopt zijn huis op zaterdag 8 augustus 1768 ten overstaan van de Utrechtse notaris Johannes Boomhoff Jansz. De beschrijving van de verkoop luidt als volgt: huysinge c.a., stallinge en boomgaard, groot 4 mergen 400 roeden. De locatie: nz (noordzijde) en oz (oostzijde) Heerenweg (afbuigend), de belending: nw (noordwest zijde) en ow (oost- en west zijde) Zandpad, in het gerecht van Houten, naam van het object: voorheen de Prins en nu die Swaan. |
Bron: Het Utrechts Archief 34-4 U254a003 aktenummer 42 06-08-1768. |
De twee namen De Prins en De Zwaan worden allebei gebruikt in de loop der eeuwen voor het land waarop de Herenweg loopt. Alleen waar ze van afkomstig zijn is toch van de twee gebouwen die verder aan de Wallerweg staan. Nog weer andere namen die op dit stuk van toepassing zijn en onder de burger bevolking worden gebruikt. Het Bastaard land en De Hoek. De eerste naam voor een stuk land wat erbij hoort (een bastaard) en de hoek omdat het perceel in een hoek van de weg of het dorp ligt, het is maar hoe je het bekijkt. |
Gerrit van Beeck zal na de verwerving van De Prins de eerste tien jaar een goed oogje in zeil hebben gehouden op zijn zandpad. Ruim 8 jaar later in het najaar van 1743 en het vroege voorjaar van 1744 bouwt de Houtense grootgrondbezitter Abraham (Bram) van IJzendoorn een huis (Herenweg 10-12). Bram bouwt het huis op grond wat tot omstreeks 1690 van het Utrechtse kapittel van St. Marie . Familie IJzendoorn heeft de grond in het tweede kwart van de achttiende eeuw weten verwerven. In het voorjaar van 1744 is erbij de tot nu toe vroegst bekende bron gemeld dat Bram het huis met ruim 4 morgen boomgaard verhuurd. |
De voordeur van het huis Herenweg 10-12 is naar de voorkant gericht. Iets wat erop duidt dat bij de bouw van het huis gerekend is op de hoofduitgang, richting het noordwesten. Vermoedelijk heeft Bram al vorens hij het huis liet bouwen met Gerrit overlegd om de Herenweg in een mooie zuidoostelijke bocht te verleggen. Zodat als florence uit de stad Utrecht kwamen zijn mooi goed aan de rechterkant van de weg konden zien staan. |
Uit de eerder hierboven omschreven bron uit het jaar 1768 is met zekerheid te zeggen dat de weg al in de zuidoostelijk bocht loopt tot aan de Burgemeester Wallerweg. En vrijwel precies weten we het van de verlegging omdat Bram zijn huis aan de weg liet bouwen. |
Als Gerrit van Beek zijn goed verkoopt na 33 jaar in het jaar 1768 wordt er geschreven over De Zwaan, voorheen De Prins. Hieruit kunnen we opmaken dat het pand van De Prins op een gegeven moment bij De Zwaan is getrokken. Maar er wordt hier geen vermelding gemaakt dat wat voorheen De Prins was nu ook een herberg is. Dus was het een nog op een zichzelf staand huis met land. |
Bij latere verhuringen van De Prins is er wel sprake van dat de eigenaar de pachter gebied om het uit te baten als herberg maar dit zal dan maar voor korte perioden zijn geweest. Hier is dan ook vrijwel niks van bekend gebleven. Ook weten we niet hoe het pand er precies heeft uitgezien. Alleen uit de kadasterkaart van het dorp uit 1832 zien we wat de contouren zijn geweest. |
In dit artikel schrijf ik over het zandpad (Herenweg), maar oorspronkelijk is dus te lezen dat de route van het zandpad via De Poort (voorheen voor 1930 de Grundweg geheten en na 1933 de Utrechtseweg geheten) en Burgemeester Wallerweg liep. In een akte spreekt men van Herenweg in plaats van zandpad. Bedoelend de weg gelegen tussen de Burgemeester Wallerweg en De Poort/Lupine-oord. |
Uit schriftelijk bronnen kunnen we dan ook opmaken dat de vroegst bekende vermelding van de weg van 19 december 1735 stamt. Het staat dan beschreven alszijnde Heerweght. De eerste verklaring voor de naambetekenis is: openbare weg. Een tweede aannemelijke naambetekenis is de verklaring dat de weg naar de heren van de Staten van Utrecht is genoemd. Zij de middelen en het budget beheerde om de Herenweg te onderhouden. Uit een bron van 28 januari 1645 wordt de Herenweg 'Cosynsche steghe' genoemd. Onderste kaart is de Herenweg als reconstructie veranderd naar de situatie van voor 1743 aangepast in de kaart van 1832. Je ziet het zandpad 'Kozijne Steeg' liggen in het landschap als de vorm van een raamkozijn. |
Bij de invoering van het kadaster op 1 oktober 1832 behoren De Prins en De Zwaan bij elkaar. Kort na de invoering wordt het familie De Kruijf het waarschijnlijk te heet onder de voeten. Als het gaat om het belastbaar vermogen wat erop rust. Nog geen jaar na de invoering laten zij de gebouwen in twee nieuwe percelen splitsen. Zoals we omschreven weten we niet hoe het gouw De Prins eruit heeft gezien (Burgemeester Wallerweg 7). |
De Prins kende nog diverse eigenaren en werd in 1898 gesloopt. Hierna komt er een ander pand voor in de plaats. Hiervan is wel een foto bekend. (zie hieronder). Van het gebouw van De Zwaan is niet precies bekend van wanneer het gebouwd is. Maar vermoedelijk zal het gebouw al z'n vaste vorm voor 1730 hebben gehad. |
Op het pand Burgmeester Wallerweg 5, 3A en 3 behoorden van oorsprong twee wapenstenen aan de rand van de dakgevel aan weerszijde aan de zuid en noordzijde. Het is niet duidelijk hoe deze twee wapenstenen van oorsprong afkomstig uit Zuid-Holland ooit op het huis terecht zijn gekomen. Aan de afbeelding boven deze alinea is al te zien dat in het jaar 1893 de wapenstenen al aanwezig waren. Aan de kant van de Burgemeester Wallerweg 3 op de hoek van de gevel bij de daklijst is de wapensteen nog altijd aanwezig. Het betreft een wapensteen, gesierd door een kroontje met op de achtergrond een boom, met op de voorgrond een springende hazewindhond. Het wapen is van de van allang uitgestorven familie Swinas. |
Zij waren vooral in Rotterdam en Zuid-Holland actief in hoge bestuurlijke functies in de zeventiende en achttiende eeuw. In de periode is de familie ook uitgestorven. Op het internet hebben we schaarse informatie over de historie van de familie gevonden. Dit betekend ook dat ze vroeg in mannelijke lijn zijn uitgestorven. |
De tweede wapensteen die oorspronkelijke op het huis Burgemeester Wallerweg 5 stond is in 1968 door de toenmalige bewoner bij een grote verbouwing van de zijgevel naast de dakgoot afgehaald. De jaren daarna is de wapensteen ingemetseld geweest in een muurtje bij een particulier in de tuin die destijds aan de Binnenweg (Binnentuin) woonde. Na zijn overlijden en na de sloop van het huis in de tweede helft van de jaren negentig van de twintigste eeuw is de steen bij zijn schoonzoon in Apeldoorn terecht gekomen. Waar tot op heden de steen nog altijd aanwezig is. |
De tweede wapensteen, ook weer voorzien van een kroontje aan de bovenkant is voorzien van drie kraaienpoten in de vorm van een driehoek. Twee poten bovenaan en een onderaan. Het familiewapen van de familie Van Hoogenhouck Tulleken is hierop te zien. Zij waren net als de familie Swinas in de zeventiende tot de negentiende eeuw zeer actieven in de politiek in de omgeving van Rotterdam en Brielle. |
Aan de eigendomssituatie van De Zwaan (Burg. Wallerweg 5, 3A en 3) kunnen we helaas niet aflezen of de wapenstenen misschien destijds door een eigenaar uit Zuid-Holland op De Zwaan zijn geplaatst. Veelal lokale grond en vastgoed eigenaren uit Houten en Utrecht en omgeving hebben De Zwaan in de loop der eeuw in bezit gehad. |
Volgens kenners van de wapenstenen is wel duidelijk op te maken dat de wapenstenen eertijds (misschien voor het jaar 1700 al) op hekpijlers hebben gezeten. Bedoelend bij een groot toegangshek bij een huis of op een muur bij een kasteel of landhuis in de buurt van Rotterdam? |
Een verklaring vanwaar de naam De Prins vandaan zou komen! Is dat de wapenstenen die er vermoedelijk al aan het eind van de zeventiende eeuw op De Zwaan zijn gemetseld een kroontje hebben. Dat dit onder de Houtense bevolking gezien werd als koninklijk (prinselijk). Het gebouw met de wapenstenen werd De Zwaan genoemd, dan zei men de voor het gebouw ernaast De Prins (Burg. Wallerweg 7). Die dan verwees naar de koninklijke (prinselijke) wapensteen sieringen op het gebouw ernaast. |
De vijfde situatie (kaart 5) is een kaart gemaakt voor het jaar 1677 de 'Ultraiectini Dominii tabula / multo aliis'. Naar de hand van Nicolaes Jansz Visscher sr. (1618-1679) en Romeyn de Hooghe (1645-1708). Origineel is vinden als scan op de website Vrije Universiteit van Amsterdam in de Universiteits Bibliotheek. |
Hierop is het noorden te zien naar de linker onderhoek. Hier staat de Herenweg wel op ingetekend zoals we het in zijn tracé in het heden kennen. Het zandpad tussen de Burgemeester Wallerweg en de Utrechtseweg (De Poort en Lupine-oord) was er al in 1590 en in 1743. Maar op die kaart uit die twee jaren loopt zijn tracé wel anders. Op de kaart van voor het jaar 1677 staat het zandpad er al wel op met mooi afbuigende bocht. |
Het probleem wat we met deze kaart kunnen stellen is dat de wegen, dorpen, steden, kastelen en weteringen vrij grof zijn ingetekend. Kaarten uit het midden van de zeventiende eeuw werden naar een andere visie en maatstaf gemaakt. Dan zoals wij dat kennen. En we kunnen stellen dat de kaart voor 75% klopt. Zoals de Herenweg op de kaart staat ingetekend kunnen we vrij aannemen dat de situatie in het jaar rond 1675 niet waarheidsgetrouw is van hoe het tracé van de Herenweg in die tijd bij het opmaken van de kaart gelopen heeft. Omdat de kaart van Romeyn en Visscher globaler is ingetekend dan in vergelijk met die van De Roij uit 1696 en 1743, die dan ook veel verfijningen kent. |
De zesde situatie (kaart 6) is een willekeurige kaart uit het archief van de Provinciale Waterstaat van Utrecht te vinden bij Het Utrechts Archief. Vanaf 1870 werd door de Nederlandse overheid de waterstaat zaken gedecentraliseerd naar de elf provincies. |
In de negentiende eeuw tot aan het begin van de jaren tachtig werd de Utrechtseweg (voorheen het zandpad) bij Houten diverse malen vernieuwd en verbreed. Zoals eerder beschreven was er een duidelijk kadastrale grens te zien tussen de het eigendom van de weg (provincie Utrecht) en de gemeente Houten ter hoogte van boerderij Den Oord (Tarwe-oord 2, 2A en 4). Wat te zien is op de zevende kaart hieronder. |
De Utrechtseweg, komend vanaf Utrecht door Oud-Wulven tezamen met de Herenweg tot aan de Brink van het Oude Dorp hebben vanaf de zeventiende eeuw tot het jaar 1933 onderdeel uit gemaakt van provinciale route van Utrecht naar Houten tot aan het Beusichemse Veer en verder richting Tiel en Nijmegen. En als twee route naar het Culemborgse Veer via de Koningin Julianastraat, via Schonauwen en Schalkwijk tot aan het veer bij Culemborg. |
De splitsing van de twee routes voor koetsen en wandelaar bevond zicht op het Plein. Via de Loerikseweg en Beusichemseweg werd de route voortgezet naar Beusichem. Via de Koningin Julianastraat liep de route naar het Culemborgs Veer. Pas in 1933 toen de provicialeweg om het dorp Houten heen werd gelegd. Kwam er een einde naar bijna drie eeuwen van florence vervoer dwars door het dorp heen. |
In de achttiende eeuw stond het dorpsplein bekend als een plek van 'Veel vertier en doortogt'. Een plek waar veel koetsen en reizigers kwamen om aan het einde van de dag hun koets, paard en/of wagen in de doorrij schuren van de diverse herbergen in het dorp te stallen. Zodat men de volgende dag weer de reis kon voortzetten. De herbergen in die tijd, waren De Roskam (Plein 25), De Engel (Burg. Wallerweg 2) en De Zwaan (Burg. Wallerweg 3, 3A en 5) waar zoals je ook las op deze pagina voor de man even de behoeft in de lichte zeden plaats kon vinden. |
In de negentiende eeuw werden diverse statige huizen gebouwd aan de Herenweg voor de notaris en enkele pastorie gebouwen van de Nederlandse Hervormde Kerk (Plein 27). |
In het midden van de negentiende eeuw werd aan het begin van de Lupine-oord (Utrechtseweg) een tolhuis gebouwd in opdracht van de provincie Utrecht. Zij hadden doorgaande provincialewegen in beheer en onderhoud. Reizigers met paard en wagen of voetgangers moesten tol betalen om door te gaan richting in Utrecht. Bij de Koningsweg in Utrecht Tolsteeg aan het Oude Houtensepad was ook een tolhuis waar men tol moest betalen om verder naar het zuiden te kunnen reizen. |
Veel van deze florence hadden geen zin om voor een doorgang te betalen en gingen via het Bedelaarsdpad of de minder bekende naam van het Dievepad, richting boerderij De Steenen Poort en bij de boerderijen op de Houtensewetering bij boeren om te bedelen voor geld. Om de doorgang naar Utrecht te kunnen betalen. |
Het pad liep vroeger gezien vanaf wat nu de Romeinenpoort is tot aan de kruising van de Wulfsedijk met de Vikingenpoort en Warinenpoort. Eenmaal aangekomen bij De Steenen Poort kon men via de vroegere Wulfsedijk (Kromme Laan) een vrije doorreis garanderen vanaf ter hoogte boerderij 't Groen. |
Thé van der Vegt schrijft in een brief op 13 september 1989 een van zijn familieleden aan met herinneringen van zijn vroegere jeugd aan de Houtensewetering. Thé is een aanverwant familielid van familie Sturkenboom die al ruim 200 jaar aan de Houtensewetering wonen en boeren. In een paragraaf van de brief staat het volgende over het vroegere Bedelaarspad geciteerd. |
"De bedelaars hadden een vaste dag (Donderdags), dat ze naar Houten kwamen. Vanuit Utrecht liepen ze naar Den Oord, van daar naar de Tol en dan via het bedelaarspad naar de Steenen Poort, Ze durfden en mochten niet vóórlangs de woning van Burgemeester Waller naar de Steenen Poort gaan. Na de Steenen Poort liepen ze over de Koedijk (Heemsteedsepad) via het draaibrugje aan de Hoek langs de wetering naar Jan Sturkenboom, overal onderweg om een aalmoes te vragen. Bij Jan Sturkenboom kregen ze warm eten. Je kon ze dan zien eten op de bank, die om de grote boom op het erf stond. Goed gestrekt door tante Jans gingen ze dan verder langs de wetering richting de Poel en Schalkwijk." |
Het is niet helemaal duidelijk van wanneer tot wanneer dit heeft plaatsgevonden. Vermoedelijk ruim 30 tot 50 jaar. Burgemeester Jacob Waller woonde in Huize De Grund aan de Grundweg van af 1877 tot 1925. De Grundweg maakte onderdeel uit van het zandpad tussen Utrecht en Houten. een wel gesteld ambtenaar wilde blijkbaar reizende bedelaars langs zijn huis hebben. Uit het citaat is wel op-te-maken dat Tante Jans en Jan Sturkenboom weldoeners waren aan de Houtensewetering en de armen uit de stad Utrecht graag voorzagen van een warme maaltijd. |
Vanaf 1978 zou het begin van het vroegere Bedelaarspad of Dievepad (thans: Lupine-oord/De Poort) geasfalteerd worden door Provinciale Waterstaat van Utrecht. De langs lopende Utrechtseweg en Schalkwijkseweg zouden hun laatste grote opknapbeurt krijgen voordat deze in 1986 op zouden gaan in de bebouwing van Houten Noordwest. Een midden gedeelte van het pad bleef wel zodanig bestaan als karrespoor of kleiweg die nog altijd eindigde bij de Van Tiellandtweg en de vroegere Wulfsedijk, tegeover boerderij De Steenen Poort. |
Provinciale Waterstaat legende over enkele kilometers nieuwe ontslutingswegen aan die aansloten op de Utrechtseweg. Dit werd gedaan om de al oude zijwegen zoals die van de Burgemeester Wallerweg en de aansluiting op de Houtensewetering en Leedijk bij de Schalkwijkseweg af te sluiten voor het gemotoriseerd verkeer. De nieuwe zijwegen zorgden ervoor dat verkeer gestroomlijnder de weg op en af konden. De weg die over het Bedelaarsdpad werd aangelegd, liep achterlangs huize De Grund om in het zuidoosten weer op de Van Tiellandtweg (Vikingenpoort) aan-te-sluiten. Een zijweg op deze onofficieel genaamd Tiellandtweg-Zuid sloot aan op de parkeerplaats van het gemeentehuis van Houten die van 1957 tot 1981 in de oude ambtswoning van burgemeester Jacob Waller was gevestigd. Voor 1978 kon men het gemeentehuis via de Utrechtseweg bereiken. Na 1978 moest dat dus via de Tiellandtweg-Zuid. |
Bij het ontwikkelen van de nieuwe woonwijk Tiellandt I en II werd ook de Tiellandtweg-Zuid en het laatste resterende deel van het Bedelaarspad opgenomen in de wijk Tiellandt wat na 13 maart 2012 de buurt De Poorten is gaan vormen in het wijkkwadrant Houten Noordwest. Op verzoek van ingenieur van van het Waterschap Houten en tevens wethouder van Houten Gijs Jonkers werd de naast gelegen Geersloot die vermoedelijk al meer dan 1000 noordelijk parallel langs de Tiellandweg lag gedempt. Dit om de huizen in de omgeving van de Warinenpoort en Vikingenpoort te realiseren. |
Via de het Houtlaantje, Groenlaantje of Liefdeslaantje kon men via de Wulfsedijk in noordoostelijke richting weer op de Utrechtseweg uitkomen. De uitgang van de laan was ter hoogte van de Troubadoursborch/Pelgrimsborch in de buurt De Borchen. Tot 1987 liep hier de Utrechtseweg. |
De Laan van Wulven zoals de laan ook wel werd genoemd is vermoedelijk rond 1730-1740 aangelegd in opdracht van de Heer van Heemstede, dwars de ambachtsheerlijkheid Wulven. De laan gaf een kortere verbinding vanaf Heemstede en Wulven naar boerderij Den Oord. De boerderij stond in die tijd aan het Utrechtse Zandpad. De heer van Heemstede bezat vele decennia de boerderij en wil de vermoedelijke een snellere verbinding naar zijn vastgoed hebben. Of voor de pachter van de boerderij een snellere verbinding geven om makkelijk bij zijn bewerkte land te komen. Boerderij Den Oord (Tarwe-oord 2, 2A en 3). |
De Laan van Wulven werd in 1974 aangekocht door de gemeente Houten van familie de Wijkerslooth de Weerdesteyn die de laan en de ambachtsheerlijkheid al sinds 1827 in bezit hadden. De namen Houtlaantje, Groenlaantje of Liefdeslaantje waren namen die onder de bevolking werden gebruikt. |
Houtlaantje kwam vermoedelijk aan zijn oorsprong omdat in de eerste helft van de twintigste eeuw op de laan katholieke fietsers en ruiters stonden te wachten om de nieuwe neomist te verwelkomen. Een neomist was een pas ingewijde nieuwe katholieke priester die aan de slag kon gaan in zijn nieuwe parochie. |
Groenlaantje kwam vermoedelijke van de oude hoge bomen die in een rij aan weerszijde van de laan waren gepoot. |
Liefdeslaantje kwam aan zijn naam omdat verliefde stelletjes er graag een ommetje erlangs heen maakte. De laan was vele jaren tijdens de eerste uitbreiding van Houten een geliefde uitgaansplek onder de nieuwe en oud Houtenaren om een wandeling door het oude Houten west te maken. |
6. Kerksteeg - Genoemd naar de Rooms Katholieke kerk die ernaast staat tussen de Loerikseweg en de Vlierweg. Bij raadsvergadering vastgesteld op 21 november 1989. Op dinsdag 19 juli 1988 ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de Kerksteeg verkocht. Het kerkbestuur van de Rooms Katholieke Kerk Houten verkocht de steeg aan de gemeente Houten. |
In de jaren negentig van de negentiende eeuw werd de vroegere schuilkerk met pastorie naast de Kerksteeg afgebroken. Hierdoor kwam er ruimte vrij om aan het bestaande perceel aan de Loerikseweg 6 even-zijde nieuwbouw te realiseren. In 1899 is het gebouw gesplitst in de huisnummers 6 en 8. Ten oosten van het pand ontstond rond 1900 een pad wat in de volksmond de Kerksteeg werd genoemd. Die naam kreeg het pad omdat het een kortere verbinding was voor de bewoners van de Vlierweg naar de Loerikseweg naar de nieuwe kerk. Met de grond die overbleef met de bouw van de kerk werd de pastorie en kerkhof uitgebreid. |
|
7. Kolenplaats - Het centrale parkeerterrein voor de auto in het Oude Dorp is de Kolenplaats. Eens was het het terrein van de Algemene Openbare bassisschool met een ontsluiting was met de naastgelegen Pr. Bernhardweg. In 1996 werd het noordelijk terrein ingericht als parkeerterrein. Toen De Passage, een kleine winkelstraat met bovengelegen woningen werd gerealiseerd. Op die plek stond tot 1994 de Raiffeisenbank. Het terrein krijgt een doorsteek met de aanleg van de Kolensteeg, zodat er een korte wandelingen verbinding ontstaat naar het Plein. Op de plek van het pand aan het Plein nr. 10 was in de jaren vijftig en zestig van de twintiste eeuw een kolen- en fruithandel van de familie Van Hal. Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op dinsdag 14 november 2023. |
8. Kolensteeg - De steeg is een korte wandelverbinding tussen de Kolenplaats (parkeerterrein) en het Plein. Op het terrein was in de jaren vijftig en zestig in de twintigste een kolen- en fruithandel van de familie Van Hal. Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op dinsdag 14 november 2023. |
9. Koningin Emmaweg - Adelheid Emma Wilhelmina Theresia, geboren als Adelaïde Emma Wilhelmina Therèse zu Waldeck und Pyrmont (Arolsen, 2 augustus 1858 – Den Haag, 20 maart 1934), prinses zu Waldeck und Pyrmont, was de tweede echtgenote van koning Willem III der Nederlanden van 7 januari 1879 tot zijn dood op 23 november 1890 en koningin-regentes der Nederlanden van 1890 tot 1898. Als regentes nam zij het koninklijk gezag waar; eerst enkele dagen voor de dood van haar echtgenoot, de daarop volgende jaren voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, de koningin. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
10. Koningin Julianastraat - Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Den Haag, 30 april 1909 – Baarn, 20 maart 2004) was koningin der Nederlanden van 4 september 1948 tot en met 30 april 1980 (de inhuldiging vond plaats op 6 september 1948). |
Juliana was getrouwd met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004), met wie zij vier dochters kreeg, en was enig kind uit het huwelijk van koningin Wilhelmina der Nederlanden (1880-1962) met prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin (1876-1934). |
De oorspronkelijk naam van de weg was 't Zandpad, Schonauwensen Zandpad of Schalkwijkseweg. |
De weg werd verlegd in opdracht van hoofdingenieur Anton Mussert. In tijd werkzaam bij de Provinciale Waterstaat van Utrecht. In Musserts werkzame periode zorgde hij voor meer infrastructurele aanpassingen en verbouwingen in de provincie Utrecht. Zo is de keuze en uitstippeling van het tracé van het Amsterdam Rijnkanaal van Amsterdam naar Tiel naar de rivier de Waal van zijn hand en idee. |
Er zal voor de naam Julianaweg destijds gekozen zijn om aansluiting te krijgen bij de landelijke steden en dorpen. Gemeenten gaven vooral vanaf de jaren 30 van de twintigste eeuw tot de jaren 60 van die eeuw vele namen naar leden van het Koninklijke Huis aan straten en wegen. |
In 1959 werd na een discussie in de gemeenteraad van Houten de naam als Koningin Julianastraat vastgesteld. Om de naam een frisser uiterlijk voor die tijd te geven. Hierna werd de naam op 4 oktober 1962 nog eens vastgesteld na de fusie met de toenmalige gemeenten Schalkwijk en Tull en 't Waal tot de nieuwe gemeente Houten op 1 januari 1962. Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929, als zijnde Julianaweg. Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 november 1959, als zijnde Koningin Julianastraat. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962, als zijnde Koningin Julianastraat. |
|
11. Koningin Wilhelminaweg - Wilhelmina Helena Pauline Maria (Den Haag, 31 augustus 1880 – Apeldoorn, 28 november 1962), Prinses der Nederlanden (1880-1890, 1948-1962), Prinses van Oranje-Nassau en Hertogin van Mecklenburg (1901-1962), was van 23 november 1890 tot 4 september 1948 koningin der Nederlanden en regeerde onder de naam Wilhelmina. |
Zij trouwde met haar achterneef Hendrik van Mecklenburg-Schwerin. Uit dit huwelijk werd één dochter geboren: Juliana. |
De Koningin Wilhelminaweg is in 1947 aangelegd als één van de nieuwbouw straten van Houten na de Tweede Wereldoorlog. De huizen die er zijn gebouwd zijn op last van het Rijk gebouwd om ze voorzien in de grote woningnood die er toen heerste na deze oorlog. De grond waarop de huizen destijds gebouwd werden waren tijdstijd onteigend van de toenmalige eigenaren. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 december 1947. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
12. Kostersgang - Vernoemd naar de kosterswoning die tegenover de straat stond aan de Vlierweg tot het jaar 1979. Nu is hier een uitvaartcentrum gevestigd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
De woningen en appartementen aan de Kostersgang zijn vanaf 1986 gebouwd. Dit gebeurde op de vroegere plek waar eens de fruitveiling van Houten stond aan de Lobbendijk. In de laatste jaren van de veilinggebouwen werd ze verhuurd aan kleine ondernemers. De naam Kostersgang verwijst naar de kosterswoning die stond aan de Vlierweg 7. Op de huidige plek waar nu een uitvaartcentrum is gevestigd. |
De door(gang) naar de vroegere woning van de koster aan de Vlierweg. De kosterswoning is in 1885 gebouwd, als woning voor de koster en is in 1979 gesloopt. De woning was overbodig geworden omdat een ander deel van de kerkgebouwen aan de Loerikseweg in gebruik waren genomen voor kostersdoeleinden. Voor een beeld van hoe de kosterswoning eruit heeft gezien, zie hieronder. |
|
13. Lobbendijk - In de vijftiende eeuw al geschreven als de Lopiusdijk. Van oudsher de verbinding van het dorp Houten naar Utrecht. Mogelijk een van de oudste wegen van de gemeente Houten uit de vroege middeleeuwen. |
De betekenis van de naam Lobbendijk is mogelijk te verklaren naar de vorm van een lob. Het stuk land in de binnenbocht van de Lobbendijk waar nu de Rondweg Noord het spoortraject Utrecht - 's-Hertogenbosch onderdoor gaat. Had vroeger een lobachtige vorm. Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929 en raadsvergadering op 4 oktober 1962. |
14. Loerikseweg - Weg lopend naar de nederzetting Loerik. Ooit gelegen in de binnebocht van de Binnenweg (Binnentuin). Betekenis van de naam Loerik is "Land van persoon Lorius". |
De Loerikseweg was tezamen met de Beusichemseweg al in de Romeinse tijd en daarvoor in gebruik als doorgaande route voor florence om vanuit Utrecht naar, het dorpje Loerik, Beusichems en Tiel en Nijmegen te reizen. De weg ligt al van oorsprong op een stroomrug. Ontstaan door de vroegere Rijndelta die hier lag. Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929 en raadsvergadering op 4 oktober 1962. |
15. Oranje Nassauweg - Het Huis Oranje-Nassau is een tak van het Huis Nassau, een oud, uit midden-Duitsland afkomstig adelsgeslacht. Het huis heeft een centrale rol gespeeld in de politiek en overheid van Nederland en kortstondig ook in andere delen van Europa. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 10 april 1953 en raadsvergadering op 4 oktober 1962. |
16. Plein - Open, onbebouwde, maar aangelegde plaats, vaak te midden van bouwwerken. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
17. Prins Bernhardweg - Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld, geboren als Bernhard Friedrich Eberhard Leopold Julius Kurt Carl Gottfried Peter Graf von Biesterfeld (Jena, 28 of 29 juni 1911 – Utrecht, 1 december 2004), was de prins-gemaal van koningin Juliana der Nederlanden en de vader van onder anderen Juliana's opvolgster, koningin Beatrix. Voor 1937, Prinsenweg geheten en vanaf 1853 de Prinsenbuurt geheten naar twee generaties Franse prinsen (vader en zoon) Prins Henin of Graaf Alsace. |
Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 28 mei 1937. Vanaf 1942 tot 1945 is de naam Prins Bernhardweg onder bevel van de Duitse bezetter weer veranderd in Prinsenweg. In de jaren van de Tweede Wereldoorlog werden straatnamen in Nederland die verwezen naar leden van het koninklijk huis verboden. Vanaf mei 1945 werd de naam Prins Bernhardweg weer gebruikt. Zoals dat tot op heden nog steeds zo is. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
18. Prins Clausstraat - Claus George Willem Otto Frederik Geert, Prins der Nederlanden, Jonkheer van Amsberg, geboren als Klaus-Georg Wilhelm Otto Friedrich Gerd von Amsberg (Hitzacker, 6 september 1926 – Amsterdam, 6 oktober 2002), was de prins-gemaal van prinses Beatrix der Nederlanden. De Prins Clausstraat in Houten was de eerste in Nederland. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 8 maart 1966. |
19. Prins Hendrikweg - Hendrik Wladimir Albrecht Ernst (Schwerin, 19 april 1876 – Den Haag, 3 juli 1934), Prins der Nederlanden, Hertog van Mecklenburg-Schwerin, geboren als Heinrich Wladimir Albrecht Ernst Herzog zu Mecklenburg, was de echtgenoot van koningin Wilhelmina der Nederlanden. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
20. Prins Willem de Zwijgerlaan - Willem (slot Dillenburg, 24 april 1533 – Delft, 10 juli 1584), prins van Oranje, graaf van Nassau-Dillenburg, beter bekend als Willem van Oranje of onder zijn bijnaam Willem de Zwijger, en in Nederland vaak Vader des vaderlands genoemd, was aanvankelijk stadhouder (plaatsvervanger) voor de regerend heer der Nederlanden. |
Hij begon zijn loopbaan in dienst van de Rooms-Duitse keizer Karel V. Meningsverschillen met Karels opvolger Filips leidden uiteindelijk tot de Tachtigjarige Oorlog. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
|
21. Prins Willem-Alexanderweg - Willem-Alexander Claus George Ferdinand, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Jonkheer van Amsberg (Utrecht, 27 april 1967) is sinds 30 april 2013 Koning der Nederlanden. Hij is het oudste kind van prinses Beatrix der Nederlanden en prins Claus, Prins der Nederlanden, Jonkheer van Amsberg. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 21 november 1968. |
22. Prinses Beatrixweg - Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Baarn, 31 januari 1938) was van 30 april 1980 tot en met 30 april 2013 koningin der Nederlanden. |
Zij is het oudste kind uit het huwelijk van koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en sinds 2002 weduwe van prins Claus der Nederlanden. Bij raadsvergadering vastgesteld op 15 september 1955. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
23. Prinses Ireneweg - Irene Emma Elisabeth, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Baarn, 5 augustus 1939) is het tweede kind van koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Officieel is haar aanspreektitel Hare Koninklijke Hoogheid prinses Irene der Nederlanden. In het dagelijks leven noemt ze zich het liefst prinses Irene van Lippe-Biesterfeld. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
24. Prinses Margrietweg - Margriet Francisca, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Ottawa, 19 januari 1943) is de derde dochter van koningin Juliana en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en de achtste in lijn voor de troonopvolging. |
Zij wordt officieel aangesproken met Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Margriet der Nederlanden, maar in het dagelijks gebruik wordt ze kortweg prinses Margriet genoemd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
|
25. Prinses Marijkeweg - Prinses Marijke (Prinses Christina van Oranje-Nassau), de vierde dochter van koningin Juliana. Maria Christina, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld (Paleis Soestdijk, 18 februari 1947) is het jongste kind van koningin Juliana der Nederlanden en prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld. Haar roepnaam is Christina. De prinses wordt kortweg prinses Christina genoemd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
26. Schildersgang - Op dinsdag 14 mei 2024 werd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten de straatnaam Schildersgang vastgesteld. De straat ligt aan de zijtak van de Kostergang. Diverse woningen komen er aan de Schildersgang te liggen. Hier worden 3 hofwoningen gerealiseerd, in de panden aan de Plein 23-23a komen 5 appartementen en een commerciële ruimte. De naam verwijst naar de vroegere verfwinkel van familie Ossendrijver, die gevestigd was aan het Plein 23a. |
27. Schoolstraat - Naar de Rooms Katholieke basisschool, gelegen aan de Loerikseweg. Voorheen de Heilige Familieschool, thans Van Harte school. Vanaf medio 1900 tot 1983 stond op de plek waar nu deze straat op is aangelegd het oude schoolgebouw, zoals deze hieronder op de foto staat. |
Bij de commissie straatnaamgeving werd in het jaar 1986 bedacht op de naam van de nieuwe straat de Schoolmeesterstraat te laten heten. Maar het werd uiteindelijk Schoolstraat. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
28. Vlierweg - De Vlierweg vormde samen met de Odijkseweg sinds de Middeleeuwen de verbinding tussen het dorp Houten en Odijk. |
Vlier of vlieder en fladder, fledder of vledder betekent hier een moerassig land of weke grond, waaraan later de betekenis van grasland werd toegekend. |
Een andere verklaring voor de naam Vlierweg zou kunnen zijn dat er in vroegere tijden vlierstruiken stonden naast de Vlierweg. In vroegere tijden werd de Vlierweg ook wel Vliersteeg genoemd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 13 maart 1929. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
29. Wethouder van Rooijenweg Naar wethouder Johannes Maria van Rooijen genoemd. Wethouder in de gemeente Houten van 1935 tot 1953. Bij raadsvergadering vastgesteld op 10 april 1953. Bij raadsvergadering vastgesteld op 4 oktober 1962. |
U bent er als inwoner van de gemeente Houten wel eens doorheen gewandeld of gereden. De Wethouder Van Rooijenweg in het Oude Dorp. Maar wie was die wethouder dan wel? Waar woonde hij? En is er meer over hem bekend? De Wethouder Van Rooijenweg is genoemd naar wethouder Johannes Maria van Rooijen, |
Johannes Maria van Rooijen Johannes werd geboren op 24 april 1882 uit het huwelijk van Arie Adrianus van Rooijen en Cornelia Verweij. Hij trouwde in 1908 met Johanna Allegonda Vernooij. In die tijd was hij boer en woonde met zijn gezin op boerderij Rijsbrug, gelegen aan de Binnenweg 19 te Houten. Vanaf 14 december 1917 was hij bestuurslid en vanaf 27 mei 1931 voorzitter van de Coöperatieve Centrale Raiffeisenbank te Utrecht, die met de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven de belangen van boeren en tuinders in ons land dienden. Op 8 juni 1923 richtte hij met anderen de Coöperatieve Veilingvereniging ‘Houten en Omstreken’ op. Hij was voorzitter en bleef dat ook na zijn tijd als wethouder. In zijn periode als voorzitter breidde hij de veiling uit met bewaarplaatsen en koelruimtes. |
Als raadslid en later als wethouder was Johannes van Rooijen betrokken bij de vele veranderingen en vernieuwingen in de Houtense samenleving. Hij was mede betrokken bij: 1. de aankoop van huize De Grund in 1925 na het overlijden van oud- burgemeester Jacob Waller. De Grund, gelegen aan De Poort 42, is vanaf 1945 tot 1981 als gemeentehuis in gebruik geweest. |
|
Ook heeft Johannes jarenlang, tot aan 1953 gestreden tegen de grondannexaties door de gemeente Utrecht. Vanaf 1 januari 1954 werd het Houtense Maarschalkerweerd bij de stad Utrecht gevoegd. Net als Jutphaas (Nieuwegein) toentertijd zijn noordelijke grondgebied ten zuiden van de ‘t Goylaan (Hoograven) aan Utrecht moest afstaan. De gemeente Zuilen werd opgeheven en in die tijd ook bij de stad gevoegd. Al met al een veelzijdig man, die zijn diensten trouw en belang hartig voor de Houtense samenleving ten uitvoer bracht. |
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau |
Straatnaam |
Al enkele maanden voordat Johannes van Rooijen afscheid zou nemen als wethouder kreeg hij al een straat naar zich genoemd, in het Oude Dorp van Houten. |
In de tweede helft van de jaren ‘70 van de twintigste eeuw werd, ten westen van de Lobbendijk, de wijk Den Oord gebouwd. Er werd besloten om alle straten in de wijk te vernoemen naar in Nederland veel voorkomende landbouwgewassen. Het achtervoegsel ‘oord’ gaat terug op boerderij Den Oord die in de wijk gelegen is aan de Tarwe-oord. (Oord betekent plaats of landstreek) Tot 1986 was de boerderij gelegen aan de Utrechtseweg. |
Enkele jaren later, in de vergadering van de gemeenteraad van Houten op 29 september 1981, vond men dat de naam van Rustoordweg moest worden vervangen door Wethouder van Rooijenweg. Wat in principe betekende dat de naam van de weg doorgetrokken zou worden tot aan de Prins Bernhardweg. De reden van het intrekken van deze naam lag in het feit dat de naam Rustoordweg te veel zou lijken op de straatnamen in de wijk Den Oord, wat mogelijk tot onduidelijkheden zou kunnen leiden. Daarom werd besloten dat de weg met ingang van 1 januari 1982 Wethouder van Rooijenweg zou gaan heten. |
Een van de kinderen van Johannes was Arie van Rooijen, die in de jaren ‘70 van de twintigste eeuw ook wethouder was in de gemeente Houten. Arie is, in 1980, op een veel te jonge leeftijd overleden. Hij werd maar 57 jaar (Geboren 18 juli 1923 en overleden 8 november 1980). Arie’s zoon Jos van Rooijen woont nog altijd op boerderij Rijsbrug. Zijn vader en opa waren dus wethouder, tezamen gedurende een groot gedeelte van de twintigste eeuw. |
Bronnen: |
Bij raadsbesluit in het jaar 1979 werd voor de toekomstig wijkindeling van Houten Noord besloten dat het Oude Dorp een wijk op zich zou gaan worden in de nieuwe groeikern. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. |
Na deze dag werd de wijknaam van het Oude Dorp niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd het Oude Dorp een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Poorten
De Poorten geportretteerd op donderdag 12 januari 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Poort - Het woord Poort heeft vele betekenissen waaronder een stadspoort die toegang biedt tot de stad. Een brandgang noemt men ook wel een Poort. In de wijk Tiellandt in het gedeelte De Poorten ligt (voormalig) boerderij De Steenen Poort. |
De Poort is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Poorten in en uit willen via de Rondweg. |
Deze heeft zijn naam ontleend aan het stenen poortgebouw dat dateert uit de zestiende eeuw. (voormalig) Boerderij De Stenen Poort droeg oorspronkelijk de wat vreemde naam 'Bovit' die al in de vijftiende-eeuw wordt vermeld. In de gemeente Houten hebben waarschijnlijk achttien misschien wel meer van dit soort poortgebouwen gestaan. |
Dit soort poortgebouwen was alleen betaalbaar voor de rijkere boeren. Het poortgebouw diende als toegang voor de omgrachte boerderij. Deze omgrachte boerderijen waren bedoeld om ongewenst volk te weren. |
De buurt De Poorten in de wijk Tiellandt heeft zijn naam te danken aan deze (voormalig) boerderij. De vroegere ontsluitingsweg waar De Stenen Poort aan lag heten de Van Tiellandtweg. Na de bouw van deze buurt De Poorten ligt het gelegen aan de Warinenpoort. De vroegere Van Tiellandtweg. Bron: Veel vertier en doortogt, Otto Wttewaall. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
2. Batavenpoort - De Bataven (ook wel Batavi of Batavieren) waren een vermoedelijk West-Germaanse stam die zich afgesplitst had van de Chatten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
3. Chamavenpoort - De Chamaven waren een Germaans volk, dat later tot het stamverband van de Franken werd gerekend. Het gebied dat zij bewoonden lag aan de rechteroever van de Rijn, ten oosten van de Frisii, tegenwoordig de Achterhoek en het district Grafschaft Bentheim in Nedersaksen. |
Hun naam leefde waarschijnlijk voort in de gouw Hamaland, tussen de Neder-Rijn en de IJssel. |
4. Eburonenpoort - De Eburonen waren een volksstam waarvan het grootste deel ten tijde van Caesar woonde "tussen Maas en Rijn", in gedeelten van het huidige Nederland en België (Kempen, Luik (provincie), beide Limburgen) en Duitsland (Roer, zijrivier van de Maas). |
In het westen grensde hun gebied aan dat van de Menapiërs, die aan de monding van Maas en Rijn woonden. Ook de Ambivariti zijn ergens langs hun westelijke grens te situeren. De stam werd door Caesar deels vernietigd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
5. Frankenpoort - De Franken waren een federatie van reeds eerder bekende Germaanse stammen, die rond het midden van de 3e eeuw na Christus tot stand kwam. Wellicht verbonden deze stammen zich onder Saksische druk nabij de limes langs de Rijn van het Romeinse Rijk. |
Vanuit hun oorspronkelijke gebied in het noordoosten van Nederland en het noordwesten van Duitsland, staken ze vanaf de 4e eeuw de Rijngrens over en vestigden zich in de Romeinse provincie Germania Inferior. Later breidden ze hun machtsgebied uit naar het huidige België en Frankrijk. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
6. Friezenpoort - De Friezen vormen een volk dat aan de Noordzeekust van Nederland en Duitsland leeft, waarvan het etnische besef tot het volk der Friezen te behoren in vroegere tijden groter was dan tegenwoordig. In Nederland rekent zich in het algemeen alleen dat deel van de bevolking van de provincie Friesland dat Fries spreekt zich nog tot het Friese volk. |
In mindere mate geldt dat ook voor de bewoners van de regio West-Friesland in de provincie Noord-Holland. In Duitsland gaat dit op voor de bewoners van de streek Oost-Friesland. In beide landen zijn de Friezen als nationale minderheid erkend. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
7. Galliërspoort - De naam Galliërs is een oude term voor de volkeren die voor de inval van de Romeinen Europa ten westen van de Rijn bevolkten. Omdat de meeste van deze stammen grotendeels Kelten waren, werden ze door de Romeinen ook Celtae genoemd. |
Daarvan zijn Gallatus en Gallus afgeleid. Het is echter ook mogelijk dat deze woorden hun stam hadden in het Keltische Galno (kracht of sterkte). In de andere Europese talen heten ze ook wel Gaul (Engels), Gaulois (Frans) en Galo (Spaans). Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 2 juli 2013. |
8. Germanenpoort - Met de Germanen wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die rond het begin van onze jaartelling een Germaanse taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. |
Een Germaan was een spreker van een Germaanse taal. De Germaanse talen behoren tot de Indo-Europese taalfamilie. Destijds woonden zij in Scandinavië en op de Noord-Europese Laagvlakte. ij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 2 juli 2013. |
9. Herulenpoort - De Herulen waren een Oost-Germaans volk, verwant aan de Goten. Waarschijnlijk waren ze oorspronkelijk woonachtig aan de Oostzeekust. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
10. Keltenpoort - Met Kelten wordt een verzameling volkeren en stammen aangeduid die gedurende het millennium vóór het begin van onze jaartelling en de eeuwen daarna een Keltische taal spraken. Het is dus primair een linguïstisch begrip. Een Kelt was een spreker van een Keltische taal. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
11. Romeinenpoort - De Romeinen leefden in het Romeinse Rijk het rijk dat zich vanaf de 6e eeuw v. Chr. uit de stadstaat Rome ontwikkelde en op zijn hoogtepunt in de 2e eeuw alle landen rond de Middellandse Zee en een groot deel van het Midden-Oosten en West-Europa omvatte. |
In West-Europa bleef het rijk bestaan tot 476, toen de 'barbaarse' generaal Odoaker de macht van Rome overnam. Het oostelijk deel van het rijk, ook wel het Byzantijnse Rijk genoemd, bleef nog tot 1453 bestaan. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
12. Saksenpoort - De Saksen (Latijn: Saxones, Oudengels: Seaxe, Oudsaksisch: Sahson, Nederduits: Sassen, Duits Sachsen) waren een confederatie van Germaanse stammen die zich tijdens de late Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen op de Noord-Duitse Laagvlakte bevonden. |
Het overgrote merendeel van de Saksen bleef in het huidige Duitsland en bood weerstand tegen het zich uitbreidende Frankische Rijk door het leiderschap van de semi-legendarische Saksische held Widukind. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
13. Suevenpoort - De Sueben of Sueven (Latijn: Suebi) waren een West-Germaans volk dat rond het begin van de jaartelling tussen de Rijn en de Oostzee (Mare Suebicum in het Latijn) verbleef. |
Door hun militaire overwicht was dit volk in staat om in een groot gebied van 'Germania Magna' andere stammen aan zich te binden als vazalstammen, die schatplichtig aan hen waren; zo was er waarschijnlijk een stamverband met onder andere de Quaden, de Marcomannen, de Alamannen, de Hermunduren, de Longobarden en de Semnonen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
14. Tubantenpoort - De Tubanti (of Tubanten) vormden volgens de Romeinse geschiedschrijver Tacitus rond het begin van de christelijke jaartelling een Germaanse stam. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
15. Vikingenpoort - De Vikingen of Noormannen waren (en hun nakomelingen zijn) Scandinavische bewoners van Zuid-Noorwegen. De Vikingen waren het deel van de Noormannen dat op rooftocht ging. De gewone Noormannen waren boeren in Noorwegen, Zweden, IJsland en Denemarken. In veel gevallen wordt onderscheid gemaakt tussen beide termen, waarbij de term Noormannen staat voor de gehele bevolkingsgroep, terwijl met de term Vikingen slechts het zeevarende deel van die groep wordt bedoeld dat vanuit Scandinavië Europa introk. |
De huidige Denen, Zweden, Noren en IJslanders zijn grotendeels directe nakomelingen van de Noormannen. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
16. Warinenpoort - De Warnen (of Varni) waren een Germaanse stam, verwant aan de Saksen, die oorspronkelijk op het Oostzee-eiland Öland leefden. Tijdens de Grote Volksverhuizing trok het grootste deel vrij snel zuidwaarts naar de gebieden rond de benedenloop van de Oder en daarna langzaam verder naar het latere Neder-Silezië. Ook vestigden ze zich in het huidige Mecklenburg. De Warinenpoort heette voor 1985 de Tiellandtweg en van 1962 tot 1982 de Van Tiellandtweg. Diverse andere namen van de Warinenpoort waren voor 1962 de Burgemeester Wallerweg in de richting van het dorp. Voor 1925 werd het de weg genoemd in de volksmond als het Zwaanspad of Zwaansweg. Naar het café op de hoek van de Lobbendijk tegenover de N.H. Kerktoren in het Oude Dorp. |
De weg Warinenpoort in de richting van de Chamavenpoort en de Suevenpoort heette vanaf 1853 in de volksmond de Prinsenweg en Prinsenbuurt naar de 2 generaties (vader en zoon) Prins Henin of Graaf Alsace. Die er land in bezit hadden langs de weg. Na 1937 werd de weg Prins Bernhardweg genoemd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 mei 1985. |
Voor het achtervoegsel 'poort' in de straatnamen van de buurt De Poorten is in 1985 gekozen omdat hier in de omgeving boerderij De Steenen Poort staat aan de Warinenpoort 90. Vroeger gelegen aan de Burgemeester Wallerweg - Prinsenweg en de Van Tiellandtweg na 1981 Tiellandtweg, na 1985 de Warinenpoort. De boerderij is in particulier bezit van familie Van Rooijen. Maar vele eeuwen het eigendom geweest van de Fundatie van Adriaan Beyer Hendriksz. en Alijdt Jansdr. de Bruyn (Beyers Kameren) te Utrecht. Zij en later de fundatie bezaten vanaf de zestiende eeuw tot de jaren tachtig van de twintigste eeuw vele stukken land en de boerderij. Hierbij was het hoofdbezit diverse (kameren) hofjes en huisjes voor armen der stad in Utrecht aan de Lange Nieuwstraat, Wittevrouwensingel en Gasthuisstraat. De fundatie bestaat vandaag de dag nog als voortlevende stichting Beijers Kameren. In de zestiende eeuw wordt boerderij De Steenen Poort al genoemd als boerderij 'Bovit' wat het Oudnederlandse woord is voor Koeienwachter. Voor de naam Tiellandt werd in 1979 gekozen omdat hier mogelijk tot aan de het begin van de zeventiende eeuw een woontoren of herenboerderij in de buurt van De Steenen Poort stond van die naam. Het betekend mogen 'Het eilland' naar het Oudnederlands ''t iellandt'. Een huis op een eiland. Voor meer informatie hierover kijk op de pagina van de adellijke familie Van Westreenen van Tiellandt (link) |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Slagen en De Poorten werd voor de wijknaam Tiellandt gekozen. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam Tiellandt niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd De Poorten een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Slagen
De Slagen geportretteerd op dinsdag 10 januari 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Slag - Een gedeelte van een stuk grond noemt men een slag. Het slaan (slag) van munten en penning is hier van afgeleid. De Slag is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Slagen in en uit willen via de Rondweg. |
Voor het achtervoegsel slag werd gekozen omdat stukken land in de middeleeuwen werden aangeduid als slag (stuk land van bepaalde grote) een afgeleiden van slag is het slaan van munten. Dit gebeurd onder anderen dicht bij huis bij de Nederlandse Munt aan de Gouden Hoon 1 op voorzieningengebied Meerpaal-Zuid. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
| |
2. Daalderslag - De daalder is een historische munt, die voor het eerst rond 1500 werd geslagen in Joachimsthal in Bohemen van zilver uit de mijnen aldaar. De naam was aan die plaats ontleend: Joachimstaler of kortweg taler. In de meeste Duitse landen werden thalers geslagen. De bekendste, ook in de Nederlanden, werd de Pruisische daalder, die verdeeld was in 30 groschen. Ook het woord dollar is afgeleid van de oorspronkelijke benaming 'taler'. Een daalder was 30 stuivers waard en de eerste werd vanaf 1538 geslagen en bleef in omloop tot 1847. Na de decimalisatie van de Nederlandse munten aan het begin van de 19e eeuw was de daalder één gulden vijftig waard. De daalder was van af dat moment in Nederland geen munt meer, maar nog wel een rekeneenheid. De rijksdaalder was een munt die oorspronkelijk 50 stuivers en vanaf 1807 twee gulden vijftig waard was. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
3. Duitslag - Een duit was een Nederlandse koperen munt van geringe waarde die vooral gebruikt werd in de 17e en 18e eeuw. De duit is afgeschaft met de decimalisatie van het Nederlandse geldsysteem in 1816. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
4. Dukaatslag - De dukaat (van het Italiaans: ducato) is een gouden munt, die oorspronkelijk afkomstig was uit de Republiek Venetië. De dukaat verscheen daar voor het eerst in 1284, ten tijde van de doge Giovanni Dandolo en zou tot in de 18e eeuw in ongewijzigde vorm gebruikt worden. In navolging van de Venetiaanse dukaat werd de munt ook elders in Europa geslagen, waaronder de Duitse en Oostenrijkse staten en Hongarije, waarbij hetzelfde gewicht en goudgehalte werd gebruikt. Ook in de Nederlanden werd de munt geslagen vanaf 1586. De voorzijde van de munt toonde een ridder met een zwaard en pijlenbundel, de achterzijde bevatte een tekst. De waarde was ruim 5 gulden. De dukaten werden in verschillende provincies geslagen tot 1808. Vervolgens bleef hij in gebruik als handelsmunt (negotiepenning), geslagen in 's Rijks Munt te Utrecht en ook in Brussel van 1824 tot 1830. De munt heeft niet de status van wettig betaalmiddel, de overheid garandeert slechts gewicht en goudgehalte van de munt. |
Tot 1982 konden zowel particulieren als de staat zelf opdracht geven aan 's Rijks Munt tot aanmunting van gouden dukaten. De particulier diende ten minste 10 kilo goud te laten vermunten, de minimale oplage bedraagt dus 3.605 stuks (bijvoorbeeld de jaargang 1960). De Nederlanden kenden ook een zilveren dukaat. Deze was in gebruik van 1659 tot 1816. Deze had een waarde van de voormalige rijksdaalder (50 stuivers) en werd ook al snel zo genoemd. In de huidige muntwet is deze zilveren dukaat (weer) opgenomen, maar ook zonder de status van wettig betaalmiddel. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
5. Florijnslag - Het 1-guldenstuk of gulden of florijn genoemd is een Nederlandse munt die van halverwege de 13e eeuw tot 28 januari 2002 heeft gecirculeerd. De eerste gulden (betekent "gouden") werd florijn genoemd, naar de Florentijnse lelie uit het wapen van de stad Florence, waar in 1252 de eerste belangrijke gouden munt sinds de Karolingische tijd werd geslagen. Deze munt had op de ene kant een afbeelding van de stadspatroon Sint-Jan de Doper en op de andere kant de lelie, het wapen van de stad Florence. Deze munt werd in geheel West-Europa nagebootst, in de Nederlanden voor het eerst door Jan III van Brabant. |
Daarmee is ook de herkomst verklaard van het altijd gebruikte ƒ-teken voor de gulden. In 1378 kwam de Hollandse gulden van graaf Willem V in omloop. Daarna voerden verschillende vorsten en heersende edellieden hun eigen gulden in, die in het begin bijna allemaal een afbeelding van St.-Jan droegen. Alle Nederlandse gewesten, met uitzondering van Groningen, slaan aan het einde van de 15e eeuw hun eigen guldens. Groningen heeft het tot de 17e eeuw gedaan met de Emdense gulden uit het naburige Oost-Friesland, om vervolgens alsnog zelf munten te gaan slaan. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
6. Grootslag - De groot (Engels: Groat, Italiaans: Grosso) was oorspronkelijk een Venetiaanse munt (ca. 1200). Door de transcontinentale handel raakte de groot ook in Frankrijk en Vlaanderen in gebruik. De originele Franse groot werd in de 13e eeuw voor het eerst geslagen en had een waarde van 12 zwarte Tournooisen, ook wel Tournooise livre genoemd. Oorspronkelijk grote Tournooise genoemd, kregen deze munten al snel de naam groot. In Duitstalig gebieden werden ze Groschen genoemd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
7. Guldenslag - De gulden was vanaf de middeleeuwen tot januari 2002 een Nederlandse munteenheid en wettig betaalmiddel. |
Op 1 januari 2002 werd de gulden vervangen door de euro, sindsdien de munteenheid van de Economische en Monetaire Unie. Vanaf die datum was de gulden geen wettig betaalmiddel meer. De omwisselverhouding was bepaald op 2,20371 gulden per euro (ongeveer 45 eurocent per gulden). Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
8. Kroonslag - Een Kroon kan als munteenheid betrekking hebben op verschillende munteenheden. |
Estische kroon (EEK) (in 2011 vervangen door de euro)Boheems-Moravische kroonOostenrijkse kroonSlowaakse kroon (SKK) (in 2009 vervangen door de euro)Tsjecho-Slowaakse kroon (CSK). Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
9. Muntslag - Muntslag, het muntproductieproces of de wijze waarop een munt geslagen wordt. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
10 Nikkelslag - Nikkel is een scheikundig element met symbool Ni en atoomnummer 28. Het is een zilverwit/grijs overgangsmetaal. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 9 december 2014. |
11. Nobelslag - De nobel (Engels: Noble) was een (van oorsprong) Engelse gouden munt, die voor het eerst werd geslagen in de veertiende eeuw onder koning Eduard III. Het is de eerste laatmiddeleeuwse Engelse gouden munt die in grote hoeveelheden geproduceerd werd. |
De nobel werd vanaf 1388 ook in de Nederlandse gewesten geslagen en is tot in de zeventiende eeuw in gebruik geweest. De waarde was vijftig stuivers. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
12. Penningslag - Het woord penning wordt gebruikt voor een historische muntsoort, maar ook voor een munt zonder vaste waarde, als herinnerings- of kunstobject vervaardigd of om bepaalde diensten te belonen (medailles). In de geschiedenis zijn er wettelijke betaalmiddelen geweest waarvoor de verzamelnaam penning bestond. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
13. Reaalslag - Een reaal is een historische muntsoort, waarvan het soort metaal en het gewicht van land tot land en periode tot periode kon verschillen. De naam is via het Spaanse real van het Latijn regalis, dat koninklijke betekend.Van de zestiende tot in de achttiende eeuw circuleerden realen in Nederland. Tot 1828 was het de munteenheid van Curaçao. |
Een onder Karel V uitgegeven munt werd ook wel Imperiale of Gouden Reaal genoemd, met een borstbeeld van de keizer. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
14. Rijderslag - De zilveren rijder is een ducaton die uitgegeven werd door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1659 begonnen de provincies van de republiek met het slaan van deze ducaton met daarop de afbeelding van een ridder te paard. Onder de ridder een schild met daarop het wapen van de provincie waar de munt geslagen was. Aan de andere zijde had de munt een afbeelding van de gekroonde wapens van de Verenigde Nederlanden. De zilveren rijder woog 32,779 gram en het zilvergehalte was 941/1000. Zilveren rijders hadden een waarde van 60 stuivers en werden geslagen tot 1798. |
In de periode 1726-1751 werden ook zilveren rijders uitgegeven door de Vereenigde Oostindische Compagnie. De Nederlandse rijder was een handelsmunt die goed kon concurreren met bekende munten als de Spaanse mat. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
15. Schellingslag - Een schelling is een oude zilveren Nederlandse munt die een waarde had van zes stuivers en in Vlaanderen van 12 groten of 1/20 van één livre. |
De schelling is al zeer oud en men gaat er vanuit dat deze afstamt van de Romeinse gouden solidus. De Germaanse volkeren gaven deze munt een eigen naam: Gotisch skilliggs, Oudnoords skillingr, Oudengels Scilling en Oudhoogduits Schilling, gebaseerd op een werkwoord dat “snijden” of “verdelen” betekent, vgl. het Nederlandse woord “schillen”. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
16. Stuiverslag - Een stuiver is een voormalig Nederlands muntstuk met een waarde van 1/20 gulden. Deze waardeverhouding bestaat sinds de invoering van de carolusgulden en de stuiver door Keizer Karel V in 1521. De oudste bekende vermelding van de stuiver als muntstuk dateert echter van 1404. |
Volgens het Meertens Instituut is het woord ouder, er bestaat een vermelding in een geschrift uit 1404: stuversbroet voor 'een brood van een stuiver'. Etymologen leggen daarom een verband met het oude Duitse Stüber, dat oorspronkelijk 'afgeknot stuk' betekende. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Slagen en De Poorten werd voor de wijknaam Tiellandt gekozen. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam Tiellandt niet meer gebruikt in de administratie. |
Buurt De Campen
De Campen geportretteerd op maandag 24 april 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Camp - Genoemd naar diverse stukken land die voor de aanleg van de wijk een camp naam hadden in de late middeleeuwen.De namen hadden als achtervoegsel camp. Zoals Nedercamp, Coppenscamp. Gansecamp of Galgencamp. Camp of kamp betekend veld/land of omsloten stuk land. De Camp is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Campen in en uit willen via de Rondweg. Voor het achtervoegsel camp werd gekozen omdat in dit gebied al diverse stukken land lagen met in hun naam camp erin verwerkt zoals de Gansecamp, Galgecamp of Speetscamp. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
Plattegrond van de Speetscamp (<1000-1986), ooit gelegen tussen de Utrechtseweg en de Wulfsedijk (Krommelaan). Vele eeuwen het eigendom geweest van De Ridderlijke Duitsche, Orde Balije van Utrecht. Het toponiem 'speet' is vermoedelijk verwant met spade en spitten. Het woord verwijst naar de ontginning van woeste gronden. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd aan de oostkant van de Speetscamp een stuk van de grond aangekocht door de Provinciale Waterstaat van Utrecht om de Utrechtseweg richting Houten te verbreden.
|
2. Bovencamp - Land wat boven een ander stuk land ligt (noordelijk). Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
3. Coppenscamp - Genoemd naar koopcontracten die de Utrechtse bisschop sloot in de twaalfde eeuw met onvrije boeren die het land moesten ontginnen. Om van moeras bewerkbaar wei- of bouwland te maken. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
4. Dorscamp - Dorsen is het proces van het verwijderen van de graankorrel uit de rijpe aar. Niet alle graansoorten kunnen echter gedorst worden. Het kan niet als de korrel in het pakje blijft zitten, zoals bij spelt. De korrel kan dan alleen vrij gemaakt worden door te pellen (wrijven). |
Het allereerste hulpmiddel voor het dorsen was de dorsstok. Deze werd al gebruikt rond 4200 v. Chr. in de nederzetting Egolzwil. Ook werd gebruikgemaakt van dieren door die over het te dorsen graan te laten lopen. Een verbetering van de dorsstok was de dorsvlegel. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
5. Dwarscamp - Land wat dwars op een ander stuk land gelegen ligt. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
6. Heemcamp - Land dat bewoond wordt. Heem betekend vestigingsplaats. Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
7. Hoekcamp - Land wat in een hoek of uithoek ligt van een bepaald gebied. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
8. Hooicamp - Hooi bestaat hoofdzakelijk uit gedroogd gras, maar er zitten ook andere planten in die tussen het gras groeien. Ook is er luzernehooi dat uit gedroogde luzerne bestaat. Vroeger werd het veel aan vee op boerderijen gevoerd, maar tegenwoordig veel meer aan de verschillende herbivoren die als huisdier, zoals paarden, schapen en geiten of in dierentuinen worden gehouden. |
Hooi wordt gemaakt door een weide te maaien en het gemaaide gras enige tijd te laten liggen om het te laten drogen in de zon. Wel moet het gras enkele malen geschud worden om het goed droog te krijgen. Het drogestofgehalte van hooi is ongeveer 80%, terwijl gras een drogestofgehalte van 20% heeft. |
9. Hoorncamp - Hoorn (landvorm), een landvorm, meerbepaald een spitse bergtop (ook horn). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
10. Houtcamp - Hout is het voornaamste bestanddeel van houtige planten: (vooral) bomen en struiken. Botanisch gezien is hout het door het cambium geproduceerd secundaire xyleem van zaadplanten. Volgens deze definitie zijn de houtige weefsels van bijvoorbeeld palmen geen hout in de strikte zin. Een kenmerk is verder de afzetting van lignine (houtstof) in de celwanden. In een andere omschrijving wordt hout daarom gezien als verhout plantenweefsel. |
De takken, stammen en wortels van houtige plant (niet-kruidachtige) planten bestaan voor een belangrijk deel uit hout. Hout vormt het binnenste en grootste deel van de stam. Houtige gewassen zijn ofwel bomen, struiken, cactussen of doorlevende klimplanten (zoals druiven). Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
11. Keercamp - Gemotoriseerd verkeer moet hier keren. Voetgangers en fietsers kunnen wel door. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
12. Maatcamp - aangenomen eenheid van meten: inhoudsmaat, lengtemaat grootte, omvang: kledingmaat; iets, iem. de maat nemen beoordelen (vandale.nl). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
13. Meercamp - Een meer is een door land omringde watervlakte. De meeste meren hebben een of meer voedende en afwaterende rivieren. Veel meren, zoals het Bodenmeer in de Rijn, worden beschouwd als onderdeel van een rivier. Zo'n rivier is echter geen criterium voor een meer; de afwatering kan ook gebeuren door verdamping en de watertoevoer kan ook direct afkomstig zijn van neerslag. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
14. Nedercamp - Komt al in de middeleeuwen voor als naam in dit gebied voor diverse percelen. Neder betekend laag dus laag gelegen land. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
15. Oevercamp - De oever is de rand van een kanaal, rivier of meer. Bij een zee spreekt men meestal van de kust. Oevers kunnen natuurlijk of kunstmatig zijn. Kunstmatige oevers treft men aan bij gegraven wateren, zoals kanalen |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
16. Ruitercamp - Een ruiter is een stellage met drie of vier poten en daartussen dwarsliggers voor het op het veld verder drogen van al enige tijd ervoor geoogst gras, vlas, peulvruchten of andere zaadplanten. Sommige producten, zoals hooi, worden op deze stellages ook wel langer bewaard. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
17. Schanscamp - Een schans of verschansing is een oud militair verdedigingswerk, meestal gemaakt van afgegraven aarde. Een verschansing betekent tegenwoordig in het algemeen een (militair) versterkte plek. |
Schansen werden veel gebruikt tijdens de Tachtigjarige Oorlog als verdediging van strategische plaatsen, zoals riviermondingen, belangrijke aanvoerroutes over land of als extra verdediging van een stad. |
18. Schegcamp - Een scheg is een landtong of pier het water of de zee in. Zie bijvoorbeeld ook de plaatsnaam Schagen (Prov. Noord-Holland). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 29 maart 1988. |
19. Schelfcamp - Een hooiberg, steltenberg, roedenberg of paalschuur (Vlaanderen) is een vrijstaand agrarisch bouwwerk dat dient als opslagplaats van graanschoven (zaadberg), stro of hooi. De constructie bestaat ten minste uit een tot zeven palen, roeden genaamd, en een verstelbaar dak dat langs de palen op en neer kan bewegen. Het dak is traditioneel van riet. De hooiberg kwam rond 1500 in een groot deel van Nederland en Noord-Duitsland voor. Hij is nu vooral te vinden in de veeteeltgebieden van Zuid-Holland, Utrecht en Overijssel. In de polders rond Hamburg werd de hooiberg vooral gebruikt voor de opslag van graan. Er zijn meerdere bouwtypes; sommige zijn onderdeel van een opslag- of veeschuur; men spreekt dan van een schuurberg. |
De hooiberg moet onderscheiden worden van de kapberg, die in de regel geen verstelbaar dak heeft. Dit is in feite een open variant van de kapschuur of het hooihuis. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
20. Scherpencamp - Het woord Scherpen kan de volgende betekenissen Scherpencamp een stuk land met verschillende hoeken van minder dan negentig graden. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
21. Strocamp - Stro bestaat uit de droge bloeistengels van graanplanten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
22. Tournooicamp - Een toernooi of tornooi (van het Frans tournoi) is een georganiseerd evenement waarbij een aantal deelnemers of teams onderling verscheidene wedstrijden of partijen spelen. De benaming stamt van de middeleeuwse riddertoernooien met onder andere steekspelen. Dikwijls gaat het om sportwedstrijden, maar het kan ook om culturele manifestaties gaan, zoals een "welsprekendheidstoernooi "of een","brass-bandtoernooi". |
Taalpuristen spreken van een "prijskamp", waar de deelnemers kampen om het behalen van de (hoofd-)prijs. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Campen en De Borchen werd voor de wijknaam Wulven gekozen. De naam verwijst naar het gelijknamige kasteel wat ooit tot 1828 stond naast restaurant Loetje aan de Koedijk tegenover de buurt gelegen. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam Wulven niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd De Campen een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Borchen
De Borchen geportretteerd op dinsdag 9 mei 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Borch - Borch of burcht is een versterkt huis of kasteel. Hier verwijzend in de wijk naar het kasteel Wulven dat ooit tot 1828 naast het Rechthuis van Wulven stond. In het Rechthuis van Wulven is tegenwoordige restaurant heet Loetje gevestigd aan de Koedijk. |
De Borch is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Borchen in en uit willen via de Rondweg. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
2. Admiraalsborch - Admiraal is de hoogste militaire rang in de meeste zeemachten. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 22 december 1992. |
3. Commandeursborch - Een commandeur (vroeger ook als kommandeur geschreven) is een hoge rang in een ridderorde. In de geestelijke ridderorden zoals de Duitse Orde, de Maltezer Orde en de Tempeliers was het bestuur van de bezittingen van de orde toevertrouwd aan commandeurs die een riddergoed, de commanderij of commende, beheerden en de plaatselijke vertegenwoordigers van hun orde waren. De commanderij was vaak een grote herenboerderij waaraan ook pachthoeven waren verbonden. |
In heel Europa vinden we de sporen van deze commanderijen nog terug als gebouwen of als verwijzingen in wapenschilden of namen van hotels. Commandeur is een oorspronkelijk door Nederlanders bedachte rang, die bij de Nederlandse marine al vanaf de zestiende eeuw voorkomt. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
4. Gravenborch - Graaf is een adellijke titel. Het vrouwelijke equivalent is gravin. In rangorde van de Belgische en Nederlandse adel staat de graventitel boven die van burggraaf en onder die van markgraaf (markies). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
5. Hertogenborch - Hertog, vrouwelijk hertogin, is een hoge adellijke titel, maar kan soms ook een (lagere) vorstelijke titel zijn, maar niet noodzakelijk met groot territoriaal belang. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
6. Hofmeiersborch - Hofmeier (Latijn: maior domus (majordomo); mv. maiores domus; ook dux domus regiae, senior domus, praefectus aulae) was oorspronkelijk de titel van het hoofd van de huishouding aan het hof van de Germaanse koninkrijken in de vroege middeleeuwen en zou vooral in de Frankische koninkrijken van de 7e en 8e eeuw aan het hof van de Merovingen aan belang winnen. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
7. Jonkvrouwenborch - Jonkvrouw (de; v; meervoud: jonkvrouwen) predicaat van een adellijke vrouw (vandale.nl). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
8. Maarschalkborch - De maarschalk (Lat. Marscalcus of Marescalcus campi) of veldmaarschalk is in diverse legers de hoogste militaire rang, boven de generaal. |
Het woord maarschalk is vermoedelijk afgeleid van het Oudduitse marah (paard) en scalc (knecht). De naam duidde oorspronkelijk de paardenknecht aan, en later de opperstalmeester die de zorg droeg voor de paarden en, tijdens veldtochten, voor de legertros namens de vorst. Er is ook een Franse, vrijwel identieke, afkomst. Het woord maréchal zou afgeleid zijn van mare (merrie of paard) en scale (bediende of knecht). De herkomst van het woord marechaussee is vergelijkbaar. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
9. Minstreelborch - Een minstreel is een middeleeuwse artiest die is verbonden aan een broodheer. Het woord is verwant met minister (dienaar). Het 'min' van minstreel heeft niets te maken met het 'minne' (liefde) van minnezanger. De minstreel zong liederen, maakte muziek en poëzie, vertelde verhalen, veelal over actuele gebeurtenissen en personen, en voerde ook andere kunsten uit. Onderling vochten de minstrelen soms verbale duels uit. Minstrelen componeerden zelf of brachten composities van anderen of volksliederen. |
Een minstreel had, anders dan een jongleur, een vaste betrekking bij bijvoorbeeld een kasteel. Minnezangers of troubadours zouden verfijnder en poëtischer zijn geweest dan minstrelen, maar de scheidslijn tussen de verschillende speellieden was niet scherp. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
10. Pelgrimsborch - Een pelgrim (meervoud: pelgrims) is een bedevaartganger naar een heilige plaats ergens in de wereld. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
11. Riddersborch - Ridder is een adellijke titel. De ridders hebben de laagste titel in de adel; onder hen staat de ongetitelde adel, baronnen staan hoger in rang. In de middeleeuwen was een ridder een bewapende ruiter, de stand der bewapende ruiters werd al snel een gesloten klasse. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
|
12. Troubadoursborch - Een troubadour is van oorsprong een middeleeuwse kunstenaar, vooral begaafd als muzikant-dichter. Een trouvère is een vergelijkbare artiest. Ze waren actief in het Franse taalgebied. Het woord troubadour is afgeleid van het Occitaanse woord "trobar", dat 'vinden' of 'bedenken' betekent (vr: trobairitz). Het woord trouvèreis afgeleid van het Oudfranse 'trouver', dat eveneens 'vinden' of 'bedenken' betekent. |
In Germaanstalige streken spreekt men over 'minnezangers' (ze zongen over de 'hoofse minne'). Troubadours vertonen ook verwantschap met andere middeleeuwse kunstenaars zoals de jongleur en de minstreel. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
13. Valkeniersborch - Een valkenier is een persoon die valken houdt en traint. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
14. Vedelaarsborch - Vedelaar is een oude benaming voor een Vioolspeler.
|
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Borchen en De Campen werd voor de wijknaam Wulven gekozen. De naam verwijst naar het gelijknamige kasteel wat ooit tot 1828 stond naast restaurant Loetje aan de Koedijk tegenover de buurt gelegen. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam Wulven niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd De Borchen een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Gaarden
De Gaarden geportretteerd op donderdag 11 mei 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Gaarde - Naar de vroegere boomgaarden die de gemeente Houten veelal rijk was. |
Voor het achtervoegsel gaarde werd gekozen omdat in de gemeente Houten maar ook het Kromme Rijngebied al vele eeuwen aan fruitteelt wordt gedaan in boomgaarden. Maar ook voor de bouw van de wijk waren erop deze plek al diverse boomgaarden. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
2. Abrikozengaarde - De abrikoos (Prunus armeniaca) is een struik- of boomvormige plant die veel gekweekt wordt om de vruchten. De vrucht is een steenvrucht. De soort stamt uit Noordoost-China tegen de Russische grens en dus niet uit Armenië, wat uit de soortaanduiding zou kunnen worden afgeleid. |
De abrikoos kwam pas 3000 jaar later in Armenië aan en werd in 70 v.Chr. door de Romeinen via Griekenland over geheel Europa verspreid. Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
3. Appelgaarde - De appel is de vrucht van de plant Malus domestica. De vlezige vrucht bestaat uit drie lagen, maar soms vormen twee of drie lagen één geheel en zijn ze afzonderlijk niet meer te herkennen. Zo zijn bij de appel het exocarp en mesocarp niet meer van elkaar te onderscheiden en vormen gezamenlijk met de opgezwollen bloembodem het vruchtvlees. Het klokhuis is het endocarp met daarin de zaadjes (pitjes) en in het midden de vaatbundel naar het steeltje. |
De appel (Malus domestica) is er in veel smaken, van friszuur tot zoet. Hij wordt vaak rauw genuttigd, maar hij wordt ook veel toegepast in de keuken in bijvoorbeeld appeltaart of als garnering op pannenkoeken. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979. |
4. Bessengaarde - Een bes of besvrucht is een vlezige vrucht. Bessen kunnen verschillend van vorm zijn, van rond tot langwerpig. De vruchtwand (het exocarp) van een bes kan dun (rode bes, druif) of dik (meloen, pompoen) zijn. De zaden zijn ingebed in het vruchtvlees (het mesocarp). De bes kan eenhokkig of meerhokkig zijn. Veel bessen zijn klein en sappig met een heldere kleur waardoor ze goed afsteken en beter gezien worden door vogels en andere dieren. De planten die bessen produceren zijn namelijk voor hun verspreiding afhankelijk van dieren. |
Bij sommige planten kiemen de zaden alleen als ze door een spijsverteringsorgaan gegaan zijn, waardoor de zaadhuid onder invloed van de spijsverteringssappen en microbiële inwerking doordringbaar wordt voor water. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979. |
5. Bramengaarde - De cultuurbraam, die geteeld wordt voor de vruchten, is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende braamsoorten, waardoor er geen soortnaam aan gegeven kan worden. Meestal worden de rassen van de cultuurbraam daarom in Rubus sectie Moriferi gerangschikt. |
Naast verse consumptie worden bramen ook diepgevroren of verwerkt tot sap, tot bramen op lichte siroop en tot jam. De verse bramen zijn maar enkele dagen houdbaar. Bij raadsvergadering vastgesteld op 28 mei 1980. |
6. Druivengaarde - De druif is de besvrucht van de wijnstok (Vitis vinifera) die behoort tot de wijnstokfamilie (Vitaceae). De plant is een klimplant. Naast de wilde wijnstok zijn er veel cultivars, die wordt verbouwd als druivenstok, ook wel wijnstok of wijnrank genaamd. |
Van deze in cultuur gebrachte variëteiten worden druiven voor meerdere doeleinden verbouwd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 28 mei 1980. |
7. Frambozengaarde - De framboos (Rubus idaeus) is een plant uit de rozenfamilie. De soort behoort evenals de gewone braam (Rubus fruticosus) tot het geslacht Rubus. Tot dit geslacht behoren meer dan zeshonderd soorten. De framboos is een in heel Europa van nature voorkomende plant, die op open plaatsen in het bos en langs bosranden voorkomt en is als voedsel al sinds de vroegste tijden in gebruik. De teelt gaat terug tot de Middeleeuwen. |
De plant is een heester waarvan de stengels tot 2 meter lang kunnen worden. Elk jaar worden nieuwe stengels uit wortelopslag gevormd. Bij de zomerframboos dragen alleen de tweejarige stengels vrucht, waarna deze afsterven. Bij de herfstframboos dragen daarentegen de toppen van de eenjarige scheuten de vruchten. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979. |
8. Kersengaarde - De kers is een kleine, bolvormige vrucht die meestal een pit bevat. Technisch is het een steenvrucht. De kriek is een variant, deze is een zoete kers (zie de officiële flora: rozenfamilie (rosaceae)). Alle krieken zijn dus per definitie kersen, maar niet alle kersen zijn ook krieken. Ook is er een witte kers: de witbuik. |
Over de geschiedenis van de kers is vrijwel niets bekend. Ze zijn in het westen bekend geworden nadat ze door de Romein Lucius Licinius Lucullus meegebracht werden vanuit Kerasunta in de Pontus, Noordoost-Anatolië, rond het jaar 70 v. Chr.. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
9. Kriekengaarde - De Kriek ook wel zure kers (Prunus cerasus) genoemd is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). Het is een struik die van nature niet in België en Nederland voorkomt. De soort wordt wel aangeplant in tuinen, of als leverancier van de kers. De struik wordt hier tot 6 m hoog. Andere namen zijn morel of in België kriek (bekend van het kriekenbier: krieklambiek). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en Wwthouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
10. Krozengaarde - De kerspruim of kroos (Prunus cerasifera), kroos of myrobalaan is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De kerspruim komt van nature voor van de Balkan tot Midden-Azië. In Midden-Europa wordt de soort aangeplant vanwege de eetbare vruchten. Mogelijk is de gekweekte pruim (Prunus domestica) een hybride van deze boom en de sleedoorn (Prunus spinosa). Er zijn verschillende, vroegbloeiende cultivars van de kerspruim die gekweekt worden om de sierwaarde. De hoogte is circa 8 m. De kerspruim heeft een open kroon met uitstaande takken, die glad en glanzend groen zijn. De schors is bruinachtig tot zwart. |
De bladeren zijn eirond en hebben stomp getande randen. Ze worden 4-7 cm lang. De bladstelen zijn paarsgroen en circa 1 cm lang. De bladeren zijn aan de bovenzijde glanzend groen en aan de onderzijde bleek en dof. Sommige cultivars hebben roodachtige bladeren, zoals 'Nigra' die in 1916 in Amerika is geselecteerd. De bloemen zijn wit-rozig en hebben een doorsnede van circa 2 cm. Ze hebben vijf kroonblaadjes. Cultivars hebben witte of roze bloemen. De vruchten zijn bolvormig. De kleur verandert van glimmend groen tot geel of rood. Ze zitten aan een korte steel en zijn 2 cm in doorsnede. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
11. Mispelgaarde - De mispel (Mespilus germanica), ook wel "wilde mispel" is een heester uit de rozenfamilie (Rosaceae). De mispel is een archeofyt, een ingeburgerde plant, die omstreeks de zevende eeuw voor Christus in Europa is ingevoerd. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
12. Moerbeigaarde - Moerbei (Morus) is een geslacht van tien tot zestien soorten bladverliezende bomen uit de moerbeifamilie (Moraceae). De planten komen van nature voor in de warm-gematigde streken en subtropische regio's van Azië, Afrika en Noord-Amerika. De meeste soorten komen van nature voor in Azië. Het nauw verwante geslacht Broussonetia staat ook wel bekend als moerbei, met name de papiermoerbei (Broussonetia papyrifera). |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 16 december 1986. |
13. Morellengaarde - Een Morel is een speciaal soort kers, die donkerrood van kleur is. Vanwege de zure smaak worden morellen in Nederland nauwelijks meer verkocht. In België echter worden morellen gebruikt voor een speciaal soort bier, kriek. Morellen worden ook met veel suiker gegeten, bijvoorbeeld in yoghurt. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
|
14. Notengaarde - In de plantkunde is een noot een niet-openspringende, éénzadige, enkelvoudige dopvrucht met verhoute vruchtwand. Dopvruchten behoren tot de droge vruchten en hebben één zaad (zelden twee) waarvan het steenachtige of houtachtige omhulsel (de vruchtwand) of een deel daarvan bij rijpheid zeer hard wordt. |
Vruchten die aan deze definitie voldoen worden ook wel echte noten genoemd om ze te onderscheiden van de "noten" die aan de minder strikte, culinaire definitie voldoen. De strikte definitie leidt ertoe dat de walnoot in het spraakgebruik als typische noot wordt gezien, toch geen echte noot is. Echte noten worden onder andere geproduceerd door planten in de orde Fagales. Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
15. Olijvengaarde - Olijven boomgaarden zijn vooral te vinden in het Middellandse Zeegbied, als Italie, Griekenland en Zuid-Frankrijk. Bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 5 januari 2021. |
16. Perengaarde - Peer, Pyrus, is een plantengeslacht dat de algemeen bekende vruchten produceert. Het geslacht komt voor in veel landen, vooral op het noordelijk halfrond. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
17. Perzikgaarde - De perzik (Prunus persica) is een boomsoort en een vrucht. Ze bevat een harde houtachtige pit, net als de abrikoos, de pruim en de kers. Technisch zijn dit alle steenvruchten. De perzik is zelffertiel, en kan dus zichzelf bevruchten. De perzik wordt voornamelijk gekweekt in Perzië (Iran) en de omgeving van de Middellandse Zee. Het Latijnse woord persicus (-a, -um) betekent Perzisch. Perziken komen oorspronkelijk uit China, maar zijn via Perzië in Europa terechtgekomen. |
De schil van de vrucht voelt een beetje pluizig aan. Een vorm zonder deze pluizige schil heet nectarine. Een nectarine is geen kruising tussen een perzik en een pruim, want, behoudens de schil bestaat er geen wezenlijk verschil tussen perziken en nectarines. Bij raadsvergadering vastgesteld op 28 mei 1980. |
18. Pruimengaarde - De pruim is een boomvrucht, meer bepaald een naam voor bepaalde soorten steenvruchten van het geslacht Prunus, die geteeld worden voor consumptie. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 27 februari 1979 en bij besluit van college van burgemeester en wethouders vastgesteld op 6 maart 1979. |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Gaarden en De Hoeven werd voor de wijknaam De Weerwolf gekozen. De naam het stuk land van die naam wat al vanaf de achttiende eeuw werd gebruikt voor het stuk land op de hoek tussen de Lobbendijk en de Oud-Wulfseweg. De naam gaat waarschijnlijk terug op de omwonende die het land zo noemde om hun kinderen op die manier te waarschuwen niet verder richting het noorden te gaan. Anders zou De Weerwolf er aankomen. In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam De Weerwolf niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd De Gaarden een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |
Buurt De Hoeven
De Hoeven geportretteerd op vrijdag 12 mei 2006, door Sander van Scherpenzeel. |
1. De Hoeve - Naar de boerderij de Dijkhoeve, De Geer of Reumsthofstede die tot 1980 aan de Lobbendijk stond. Sinds 2002 is hier het appartementencomplex de Koningslinde gebouwd. |
De Hoeve is de inprikker voor gemotoriseerd verkeer die de buurt De Hoeven in en uit willen via de Rondweg. |
2. Boterhoeve - Boter of roomboter is de gekarnde room van melk. De productnaam 'boter' is beschermd en mag alleen gebruikt worden als er ten minste 80% melkvet in het product zit. |
Daarom mag bijvoorbeeld het Amerikaanse peanut butter niet worden verkocht als pindaboter, maar als pindakaas. Margarine (vroeger kunstboter genoemd) is dus geen boter, ook al wordt het in dagelijks spraakgebruik ten onrechte vaak zo genoemd. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
3. Dijkhoeve - Naar de boerderij de Dijkhoeve, De Geer of Reumsthofstede die tot 1980 aan de Lobbendijk stond. Sinds 2002 is hier het appartementencomplex de Koningslinde gebouwd. |
Op 29 maart 1988 werd de straatnaam Dijkhoeve op initiatief van omwonende ingetrokken om plaats te maken voor de straatnaam De Imker. Nieuwe bewoners van het toenmalige nieuw te bouwen appartementencomplex aan het water bij het Imkerspark. Wilde dit graag omdat het bouwproject en het complex De Imker heette. Achteraf kwam hierop weerstand en onbegrip op dit besluit en werd de straatnaam Dijkhoeve in ere hersteld. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 26 januari 1982. |
4. Gerechtshoeve - Een gerecht was sinds het einde van de middeleeuwen tot 1818 (ten tijde van de nieuwe gemeentelijke indeling) een gebied met de kleinste bestuurlijke eenheid op het platteland in Nederland. Geografisch kwam een gerecht overeen met het grondgebied van het lichaam of van de persoon die de regeermacht en de rechtsmacht ter plaatse bezat, de ambachts- of gerechtsheer. De gerechtigheid hoorde vaak bij een huis of een bepaald stuk grond. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
5. Graanhoeve - Graan is een verzamelnaam voor de vruchten van eenzaadlobbige cultuurgewassen uit de familie van de grassen die samen wereldwijd de belangrijkste voedingsbron voor de mens vormen. Graan wordt geteeld voor zijn eetbare bestanddelen, samengesteld uit meellichaam, zemel, kiem en aleuronlaag. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
6. Griendhoeve - Een griend of ham is een vochtige akker waarop wilgenhout |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 24 september 1985. |
7. Hoenderhoeve - Hoendervogels (Galliformes) zijn een orde van vogels. Over het algemeen zijn het typische grondvogels. Het zijn plompe vogels die niet ver en hoog vliegen. Ze verbergen zich bij gevaar in het struikgewas en broeden op de grond. Alle hoendervogels zijn nestvlieders. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
8. Jachthoeve - Van oorsprong is de jacht het opsporen en bemachtigen van wilde dieren met als doel ze te benutten als voedsel of voor gebruik van andere delen van het dier. Tegenwoordig wordt ook gejaagd ter bestrijding van schade aan veldgewas of jong houtgewas of ter bescherming van natuurwaarden. De verkeersveiligheid is gebaat bij niet te hoge dichtheden van grote grazers, waartoe afschot nodig kan zijn. Ook kan door jacht overlast van wilde dieren worden beperkt. Jacht is in beginsel een eigendomsrecht van de grondeigenaar. |
Die kan het jachtrecht verhuren of zelf uitoefenen. Jachtrechten zijn zeer oud. Eeuwenlang was de jacht vooral voorbehouden aan vorsten, de adel en andere grootgrondbezitters. Nu kan iedereen in principe een jachtgebied huren of jagen als genodigde van een jachtgerechtigde. Daarvoor gelden wel strenge voorwaarden en regels; jagers moeten een jachtexamen hebben afgelegd. Nederland telt ongeveer 27.000 jagers met een jachtakte. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
9. Kaashoeve - Kaas is een zuivelproduct met een vaste structuur. Door het toevoegen van stremsel en zuursel worden de vaste stoffen in de melk (eiwitten, vetten en mineralen) gescheiden van het vocht (de wei). |
Voorts wordt zout en eventueel schimmels toegevoegd tijdens de bereiding van kaas. Het Nederlandse woord voor kaas stamt van het Latijnse caseus, dat dezelfde betekenis heeft. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
10. Kalverhoeve - Een kalf is het jong van een koe, maar bij andere grote zoogdieren wordt de aanduiding ook gebruikt. Het baren noemen we kalven of afkalven, en het pasgeboren kalf heet een nuchter kalf, afgekort nuka. Een vrouwelijk kalf wordt ook vaarskalf of kuis genoemd, een mannelijk kalf is een stierkalf of bul. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
11. Kleihoeve - Klei is een klastisch sedimentair gesteente, dat voornamelijk bestaat uit lutum, gronddeeltjes kleiner dan 2 µm.Het verschil met zand is dat zand bestaat uit kleine rotsblokjes (als gevolg van erosie door water, wind en/of temperatuurverschillen) en klei bestaat uit (kleine) kleiplaatjes. Kleiplaatjes zijn chemisch gevormd en bestaan uit silicium en aluminium. |
Als gevolg van de plaatjesvorm en chemische samenstelling heeft een kleiplaatje een positieve en een negatieve kant waardoor water en mineralen beter worden vastgehouden. Samen met het humusgehalte (voor zowel zand- al kleigrond) bepaalt dat een groot deel van de vruchtbaarheid van de grond. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
12. Leenhoeve - Een leen was een gift van een leenheer aan een leenman. Aanvankelijk werd dit beneficium genoemd, vanaf de tiende eeuw feodum. Dit kon land zijn, maar ook een ambt of geldelijke inkomsten. |
In de ruileconomie ten tijde van het Frankische Rijk konden leenmannen echter vrijwel alleen beloond worden door hen gronden en het vruchtgebruik daarvan te geven. Bij raadsvergadering vastgesteld op 30 september 1980. |
13. Melkhoeve - Melk is een vloeistof (een emulsie van vetdruppels in water) die door vrouwelijke zoogdieren wordt geproduceerd, die net een nakomeling hebben gebaard en als voedsel dient voor die nakomeling. Melk bestaat uit water, vetten, eiwitten, lactose en zouten. De melk die mensen produceren heet moedermelk. Voor de productie van melk voor de voedingsmiddelenindustrie wordt meestal koemelk of geitenmelk gebruikt. Op veel kleinere schaal worden schapenmelk, buffelmelk en kamelenmelk gebruikt. In Europa, Turkije en Rusland wordt ook paardenmelk geproduceerd. Buffelmelk wordt vrijwel uitsluitend voor de productie van kaas gebruikt. Vroeger werd, omdat het qua samenstelling sterk overeenkomt, ezelinnenmelk gebruikt als vervanger voor moedermelk. |
In het noorden van Scandinavië en Rusland wordt ook rendiermelk gebruikt, in Rusland zelfs elandenmelk. In Centraal-Azië en Tibet wordt de melk van jaks gebruikt. Het woord melk is afkomstig uit het Middelnederlands, in circa 1253 gesignaleerd. In het Oudnederlands komt het woord mlechan voor. Andere varianten hierop zijn: milch, mælk en mlec. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
14. Paardenhoeve - Het paard (Equus ferus caballus) is een gedomesticeerd hoefdier uit de orde der onevenhoevigen, en de familie der paardachtigen (Equidae). De wetenschappelijke naam van het gedomesticeerde paard werd als Equus caballus in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. Het gedomesticeerde paard wordt voornamelijk gehouden als rij- en trekdier. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
|
15. Randhoeve - De Randhoeve ligt aan de rand van de wijk De Hoeven tegen de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch aan. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
|
|
16. Schapenhoeve - Het schaap (Ovis orientalis aries) is een evenhoevig zoogdier, dat door de mens is gedomesticeerd uit de moeflon (Ovis orientalis) om onder andere wol te leveren. De wetenschappelijke naam van dit taxon werd als Ovis aries in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. Het is een herkauwer. |
Het mannetje wordt ram genoemd, het vrouwtje ooi en het jong een lam. Een gecastreerde ram heet een hamel; een leidinggevende hamel bij een kudde schapen of hamels draagt een bel en heet daarom belhamel. Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
17. Schuilhoeve - Schuilen (schuilde of school, heeft geschuild of gescholen) 1. zich verbergen 2. verborgen zijn 3. zich beschutten tegen regen enz. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
18. Tiendhoeve - Een tiende (tiendrecht en tiendenrecht) is een vorm van winstbelasting, waarbij men een deel van de opbrengst dient te betalen. Oorspronkelijk bedroeg dit een tiende deel; uit de middeleeuwen zijn echter ook andere fracties bekend. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
19. Wagenhoeve - Een wagen is een vervoermiddel op meer dan twee wielen. Dit in tegenstelling tot een kar, die slechts twee wielen heeft. Een wagen kan lopend geduwd of getrokken worden (kinderwagen), door een motor aangedreven worden (vooral in Vlaanderen wordt een auto vaak 'wagen' genoemd) of door een of meer trekdieren getrokken worden. Verder bestaan er spoorwagens of wagons. |
Bij raadsvergadering vastgesteld op 25 september 1979. |
20. Wildhoeve - Wild of jachtwild is een verzamelbegrip voor dieren, veelal zoogdieren en vogels, waarop gejaagd wordt. Ook het vlees dat afkomstig is van deze wilde, niet-gecultiveerde dieren, noemt men wild. Het is iets anders dan wilde dieren, dieren die niet gecultiveerd worden maar 'in het wild' leven. Bij raadsvergadering vastgesteld op 24 september 1985. |
In 1979 werden voor het noordwestelijke kwadrant van Houten diverse wijknamen vastgesteld. Voor bouwprojecten in de buurt De Gaarden en De Hoeven werd voor de wijknaam De Weerwolf gekozen. De naam het stuk land van die naam wat al vanaf de achttiende eeuw werd gebruikt voor het stuk land op de hoek tussen de Lobbendijk en de Oud-Wulfseweg. De naam gaat waarschijnlijk terug op de omwonende die het land zo noemde om hun kinderen op die manier te waarschuwen niet verder richting het noorden te gaan. Anders zou De Weerwolf er aankomen. |
In 1995 werd bij besluit dit nog eens bekrachtigd. Bij herziening van de wijkindelingen en buurten in 2011 in opdracht van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft de gemeente Houten de wijknamen die eerder waren vastgesteld bij collegebesluit van burgemeester en wethouders op dinsdag 13 maart 2012 ingetrokken. Na deze dag werd de wijknaam De Weerwolf niet meer gebruikt in de administratie. Na dit besluit werd De Hoeven een buurt in het kwadrant van de wijk Houten Noordwest. |