Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Bosch van Drakestein - Boerderijen

Boerderij Welgelegen aan de Lagedijk 32 (in 1899 Henriëtte's Hoeve genaamd) gezien vanaf de Jhr Ramweg op dinsdag 27 augustus 1985. Met de boomgaard en sloot aan de voorkant gelegen. In die tijd werd de boerderij bewoond door C.J.J. Sturkenboom. Was vanaf het voorjaar van 1851 van Jan Hendrik Willem Bosch geweest kort daarop overleed Jan Willem Hendrik Bosch in dat jaar. Van 1851 tot 1883 van Jkvr. Elisabeth Bosch van Drakestein in bezit geweest. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 033, 90. Boerderij Welgelegen aan de Lagedijk 32 (in 1899 Henriëtte's Hoeve genaamd) gezien vanaf de Jhr Ramweg op dinsdag 27 augustus 1985. Met de boomgaard en sloot aan de voorkant gelegen. In die tijd werd de boerderij bewoond door C.J.J. Sturkenboom. Was vanaf het voorjaar van 1851 van Jan Hendrik Willem Bosch geweest kort daarop overleed Jan Willem Hendrik Bosch in dat jaar. Van 1851 tot 1883 van Jkvr. Elisabeth Bosch van Drakestein in bezit geweest. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 033, 90.



Al enige tijd houd ik mij bezig met het onderzoeken van boerderijen in de gemeente Houten. Deze stonden ooit binnen de grenzen of buiten de vroegere gemeente grenzen van de gemeente Houten en waren ooit in het bezit van familie Bosch van Drakestein.

Een korte uitleg van deze desbetreffende boerderijen lees u hieronder:


Vroegere hooiberg/hooimeid behorend bij boerderij Welgelegen aan de Lagedijk 32 gezien op dinsdag 27 augustus 1985. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 033, 90. Vroegere hooiberg/hooimeid behorend bij boerderij Welgelegen aan de Lagedijk 32 gezien op dinsdag 27 augustus 1985. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 033, 90.


 

Boerderij De Koppel aan de Koppeldijk

Ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd

Gemeenten Oud-Wulven/Houten en Utrecht

Boerderij De Koppel omstreeks 1930-1940. Reconstructie tekening Peter Koch. Boerderij De Koppel omstreeks 1930-1940. Reconstructie tekening Peter Koch.



Boerderij De Koppel ooit gelegen aan het einde van de Koppeldijk O88/O89 en aan het begin van het Rijndijkje. Was gelegen tegen de grens van het Utrechtse Tolsteeg aan. Boerderij De Koppel was eeuwenlang het eigendom van het Utrechtse kapittel ten DOM.

Op woensdag 15 december 1819 kocht Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op een veiling te Utrecht de boerderij aan van de Nederlandse Domeinen van het Rijksdomeinen kantoor te Amerongen.


Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment de Covelaarsbrug, Koppeldijk, het Houtensepad en de Koningsweg/Koningslaan ingetekend. Met helemaal recht boerderij De Koppel in de zeventiende eeuw in het bezit van het Utreechtse kapittel ten DOM en vanaf december 1819 in het bezit van Jhr. Paul Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden kwam De Koppel bij het onroerend goed van landgoed Nieuw-Amelisweerd te behoren, dus bij oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein die de boerderij rond 1840 verkocht aan zijn jongere broer Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, Heer van Heeckeren. Een landgoed in de Overijsselse gemeente Hof van Twente. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130. Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment de Covelaarsbrug, Koppeldijk, het Houtensepad en de Koningsweg/Koningslaan ingetekend. Met helemaal recht boerderij De Koppel in de zeventiende eeuw in het bezit van het Utreechtse kapittel ten DOM en vanaf december 1819 in het bezit van Jhr. Paul Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden kwam De Koppel bij het onroerend goed van landgoed Nieuw-Amelisweerd te behoren, dus bij oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein die de boerderij rond 1840 verkocht aan zijn jongere broer Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, Heer van Heeckeren. Een landgoed in de Overijsselse gemeente Hof van Twente. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Begin beschrijving van hypotheek4 akte. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Begin beschrijving van hypotheek4 akte. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in De Koppel in verkoopprerceel Nr. 18. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in De Koppel in verkoopprerceel Nr. 18. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in de Groote Koppel. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in de Groote Koppel. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in de Kleine Koppel. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen van de landerijen in de Kleine Koppel. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen en biedingsprijzen. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met benoeming van verkoop percelen en biedingsprijzen. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.


''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met eindafrekening van de veiling. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug. ''S Lands-Domeinen, Ter Voldoening aan de Wet van 9 Februarij 1818, en overeenkomstig zijn er Majesteits Besluit van 9 Mei 1818 Nr. 63, In den Jare een duizend acht honderd een en twintig den 10 September des moregsn ten tien uren, in het lokaal van Oudmunster, op de Nieuwegracht bij den Trans Lett. F. N. 249, Compareerde voor ons Burgemeester der Stad Utrecht ...' Dit is het begin van een lange trasnportakten waarbij een groot deel van de de oude kapittel goederen van Oyudmunster en Ten DOM werden geveild. Hierbij werd boerderij de Koppel voor ƒ. 78.086,77,- of een andere bron die vermeld voor ƒ. 74.920,63,- verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Beschrijving van hypotheek4 akte met eindafrekening van de veiling. Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.

f. 78.086,77 andere bron vermeld f. 74.920,63,- Bron: HUA, 22 311 (4) 1817 sep. 12-1820 aug.

Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Begin beschrijving van akte. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821. Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Begin beschrijving van akte. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821.


Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Beschrijving van vastgoed. De huurcedulen werd ruim uitgeschreven omdat het de eerste keer was dat Paul Bosch de hofstede ging verhuren omdat hij ze net had aangekocht van de Nederlandse domeinen. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821. Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Beschrijving van vastgoed. De huurcedulen werd ruim uitgeschreven omdat het de eerste keer was dat Paul Bosch de hofstede ging verhuren omdat hij ze net had aangekocht van de Nederlandse domeinen. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821.


Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Beschrijving van vastgoed. De huurcedulen werd ruim uitgeschreven omdat het de eerste keer was dat Paul Bosch de hofstede ging verhuren omdat hij ze net had aangekocht van de Nederlandse domeinen. Handtekening. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821. Op vrijdag 21 december van het jaar 1821 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een huurovereenkomst plaats tussen P.W. Bosch van Drakestein en Mathijs van Nes, gehuwd met Helena van Bennekom. Het betrof de verhuur en verpachting van de hofstede De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten met 50 morgen land een ongeveer 49 hectare. Beschrijving van vastgoed. De huurcedulen werd ruim uitgeschreven omdat het de eerste keer was dat Paul Bosch de hofstede ging verhuren omdat hij ze net had aangekocht van de Nederlandse domeinen. Handtekening. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 3252 3680 22-12-1821.



Na het overlijden van Paulus in 1834 erft zijn zoon jongste zoon Gerard Willem Bosch van Drakestein boerderij De Koppel en boerderij De Grote Geer. Bij de vererfbepaling in januari 1835 was boerderij De Koppel al toegewezen aan Gerard Willem Bosch. Toch wordt De Koppel in het kadaster ingeschreven op het bezit van zijn oudste broer Willem Bosch van Drakestein. Willem bezit het verderop gelegen landgoed Nieuw-Amelisweerd. Pas rond 1845 gaat De Koppel definitief over op het bezit van Gerard Willem Bosch van Drakestein.

De zonen van Gerard Willem, Jhr. Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein en Jhr. Henri Balthasar Rudolf Aloysius Josef Marie Bosch van Drakestein die gemachtigde was voor zijn broer Paul Titus verkochten de boerderij in 1896 na de veiling aan veehouder Michiel de Zijl die er al geruime tijd de pachter op De Koppel was.


Het Houtensepad in noordwestelijke richting gezien in 1784. Vermoedelijk ter hoogte bij boerderij De Koppel met de grens van de heerlijkheden De Koppel en Maarschalkerweerd (Houten/Oud-Wulven) met Utrecht Tolsteeg. Naar een tekening van Jan van Hiltrop. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36236. Het Houtensepad in noordwestelijke richting gezien in 1784. Vermoedelijk ter hoogte bij boerderij De Koppel met de grens van de heerlijkheden De Koppel en Maarschalkerweerd (Houten/Oud-Wulven) met Utrecht Tolsteeg. Naar een tekening van Jan van Hiltrop. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36236.



In 1964 verkochte de broers Willem en Johan van Zijl de boerderij aan gemeente Utrecht voor de toenmalige stadsuitbreiding van Utrecht Lunetten. Kort daarna is de boerderij afgebroken.


Toewijzing in januari 1835 ten overstaan van de Utrechtse notaris G.H. Stevens in artikel 10 van boerderij De Koppel (Utrecht Lunetten) uit de erfenis van Paulus Willem Bosch van Drakestein aan zijn jongste zoon Gerard Willem Bosch van Drakestein, later de heer van Heeckeren. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4. Toewijzing in januari 1835 ten overstaan van de Utrechtse notaris G.H. Stevens in artikel 10 van boerderij De Koppel (Utrecht Lunetten) uit de erfenis van Paulus Willem Bosch van Drakestein aan zijn jongste zoon Gerard Willem Bosch van Drakestein, later de heer van Heeckeren. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.


    

  • Boerderij De Koppel in ca. 1960 aan de Koppeldijk (l) O89 en (r) O88 in Utrecht Lunetten. Voor 1 januari 1954 gelegen in Houten/Oud-Wulven. Foto: familiearchief De Bree/Vernooy.Boerderij De Koppel in ca. 1960 aan de Koppeldijk (l) O89 en (r) O88 in U
  • Luchtfoto van de wijk Lunetten te Utrecht met op de voorgrond de A12 in de zomer van 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 118518.
  • Boerderij De Koppel in ca. 1960 aan de Koppeldijk O88 in Utrecht Lunetten. Voor 1 januari 1954 gelegen in Houten/Oud-Wulven. Foto: familiearchief De Bree/Vernooy.
  • Fragment van de voorgaande foto van het noordelijke uiteinde van de Koppeldijk in de zomer van 1981 waar tot 1965 boerderij De Koppel gestaan had aan de Tirol en Lombardije. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 118518.


        

Tekening door Chris Schut uit september 1966 van boerderij De Koppel met zicht op de achtergrond van de nieuw te bouwen wijk Utrecht Lunetten. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall. Tekening door Chris Schut uit september 1966 van boerderij De Koppel met zicht op de achtergrond van de nieuw te bouwen wijk Utrecht Lunetten. Bron: Huisarchief Wickenburgh, Wttewaall.


Omslag van het Lekdijksgeld onder gemeente De Groote Koppel in 1836, waaronder de vele landerijen van jhr. G. W. Bosch van Drakestein met een grootte van ruim 78 hectare. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Omslag van het Lekdijksgeld onder gemeente De Groote Koppel in 1836, waaronder de vele landerijen van jhr. G. W. Bosch van Drakestein met een grootte van ruim 78 hectare. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard.


Opgraving in de zomer van 1974 van de archeologische jongeren zomerkamp in Utrecht Lunetten van de opgraving van boerderij De Koppel. Onder de dagelijkse leiding van Otto Wttewaall en de gemeente archeoloog van de gemeente Utrecht. Foto in zwart-wit is digitaal ingekleurd. Bron: Gemeentelijke fotodienst Utrecht. Opgraving in de zomer van 1974 van de archeologische jongeren zomerkamp in Utrecht Lunetten van de opgraving van boerderij De Koppel. Onder de dagelijkse leiding van Otto Wttewaall en de gemeente archeoloog van de gemeente Utrecht. Foto in zwart-wit is digitaal ingekleurd. Bron: Gemeentelijke fotodienst Utrecht.


  

De aankoop van de percelen in de vroegere gerechten De kleine Koppel en De Grote Koppel met de daarbij behorende hofstede De Koppel tot 1811 van het kapittel Ten Dom geweest. Paul Bosch kocht de Kleine Koppel voor f. 15.000-, gulden en de de Grote Koppel ook voor f. 15.000-, gulden. Bron: Nationaal Archief. De aankoop van de percelen in de vroegere gerechten De kleine Koppel en De Grote Koppel met de daarbij behorende hofstede De Koppel tot 1811 van het kapittel Ten Dom geweest. Paul Bosch kocht de Kleine Koppel voor f. 15.000-, gulden en de de Grote Koppel ook voor f. 15.000-, gulden. Bron: Nationaal Archief.



Boerderij De Koppel werd na het overlijden van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) toebedeeld aan zijn zoon jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein. de boedelscheiding vond plaats ten overstaan van de Goorse notaris Coenraad Michiel Wijnen op maandag 9 mei 1864. Gemachtigde en aanwezige bij de boedelscheiding van Gerard Willem Bosch van Drakestein zijn neef jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein (1825-1894), commissaris van de koning(in) in Noord-Brabant.

Bron: Collectie Overijssel, 0122, 1456, aktenummer: 1628 (niet beschikbaar).

Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6642 (142), 1861 nov. 26-1862 febr. 18 142 75.


In de jaren zestig van de twintigste eeuw kocht de gemeente Utrecht diverse gronden in Toolsteeg en het vroegere Houtense Oud-Wulven voor de toen geplande stadsuitbreiding Utrecht Luntten. Zoals ook in de geel geraceerde gronden, die ten noorden van boerderij De Koppel lagen aan de Oud-Wulverbroekwetering. Bron: RAZU, 1007-3. In de jaren zestig van de twintigste eeuw kocht de gemeente Utrecht diverse gronden in Toolsteeg en het vroegere Houtense Oud-Wulven voor de toen geplande stadsuitbreiding Utrecht Luntten. Zoals ook in de geel geraceerde gronden, die ten noorden van boerderij De Koppel lagen aan de Oud-Wulverbroekwetering. Bron: RAZU, 1007-3.


  

Krantenadvertentie voor de verkoop Eiken-, Beuken-, Essen-, Linden-, Populieren en andere BOMEN, geschikt tot werkhout en enige percelen zwaar Eiken-, Essen en Elzen HAKHOUT, mitsgaders droge TAKKENBOSSEN; alsmede 100 gave Willige BOMEN, staande op de hofstede DE Koppel, bewoond door J. Dorrestein, onder Oud-Wulven. Hout tot verkoop was ook afkomstig van het landgoed Oud-Amelisweerd. Advertentie geplaatst in 1852 door de broers jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd en jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak). Bron: Delpher.nl. Krantenadvertentie voor de verkoop Eiken-, Beuken-, Essen-, Linden-, Populieren en andere BOMEN, geschikt tot werkhout en enige percelen zwaar Eiken-, Essen en Elzen HAKHOUT, mitsgaders droge TAKKENBOSSEN; alsmede 100 gave Willige BOMEN, staande op de hofstede DE Koppel, bewoond door J. Dorrestein, onder Oud-Wulven. Hout tot verkoop was ook afkomstig van het landgoed Oud-Amelisweerd. Advertentie geplaatst in 1852 door de broers jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd en jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak). Bron: Delpher.nl.


Het plaatsen van een gemaal in de Waijensewetering - aansluitend op de Ravenseweterin gin de jaren veertig van de vorige eeuw. Kaart van de Koppeldijk (verticaal) en de Waijensedijk. Bron: HUA, 1201. Het plaatsen van een gemaal in de Waijensewetering - aansluitend op de Ravenseweterin gin de jaren veertig van de vorige eeuw. Kaart van de Koppeldijk (verticaal) en de Waijensedijk. Bron: HUA, 1201.


Toewijzing uit de boedelscheiding van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) in 1864 aan zijn zoon jhr. Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein. De broer van Paul verkocht per veiling boerderij De Koppel in 1896 aan veehouder Michiel van Zijl. Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein was bij zijn geboorte al gehandicapt en later in de jaren 80 van de negentiende eeuw door de rechter in Arnhem Beoordeeld dat hij onhandelingsbekwaam was. Bron: Het Utrechts Archief, 1294. Toewijzing uit de boedelscheiding van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) in 1864 aan zijn zoon jhr. Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein. De broer van Paul verkocht per veiling boerderij De Koppel in 1896 aan veehouder Michiel van Zijl. Paulus Titus Marie Jozef Bosch van Drakestein was bij zijn geboorte al gehandicapt en later in de jaren 80 van de negentiende eeuw door de rechter in Arnhem Beoordeeld dat hij onhandelingsbekwaam was. Bron: Het Utrechts Archief, 1294.


Advertentie in de krant in het jaar 1896 voor de verjuur van boerderij De Koppel in Utrecht Lunetten (Houten-Oud-Wulven) waarbij familie Bosch van Drakestein de noordelijke als het zuidelijke gedeelte van de boerderij verhuurde. In 1896 in verhuur bij Piet van Rossum en C.W. van Riet waarbij ook nog 6 en 9 hectaren weiland verpacht zou worden ten overstaan van de Utrechtse notaris Dubois waarbij voor 15 september 1896 gereageerd moest worden. Akte is helaas niet meer aanwezig. Bron: Delpher.nl. Advertentie in de krant in het jaar 1896 voor de verjuur van boerderij De Koppel in Utrecht Lunetten (Houten-Oud-Wulven) waarbij familie Bosch van Drakestein de noordelijke als het zuidelijke gedeelte van de boerderij verhuurde. In 1896 in verhuur bij Piet van Rossum en C.W. van Riet waarbij ook nog 6 en 9 hectaren weiland verpacht zou worden ten overstaan van de Utrechtse notaris Dubois waarbij voor 15 september 1896 gereageerd moest worden. Akte is helaas niet meer aanwezig. Bron: Delpher.nl.


De tot nu toe enige bekendste foto van boerderij De Koppel in de periode 1930-1940. Foto: Collectie Peter Sneltjes. Historische Kring Lunetten Utrecht. De tot nu toe enige bekendste foto van boerderij De Koppel in de periode 1930-1940. Foto: Collectie Peter Sneltjes. Historische Kring Lunetten Utrecht.


       


Na het jaar 1897 bewoonde de familie Van Zijl boerderij De Koppel (O89) nog ruim 65 jaar tot dat deze door de gemeente Utrecht werd opgekocht en de boerderij gesloopt zou worden. Voor de ontwikkeling van de nieuwe te bouwen stadsuitbreidingen Utrecht Lunetten.

Hieronder volgen alle hypotheek4 akte en notariële akte die tussen 1917 en 1965 in de kadasterboeken bekend zijn. Die heeft de stichting opgezocht en hieronder op een rij gezet.


  

Ingetekend het boerderijterrein van De Koppel in de voormalige gemeente Oud-Wulven op de grens met de gemeente Utrecht -Tolsteeg. Bron: onbekend. Ingetekend het boerderijterrein van De Koppel in de voormalige gemeente Oud-Wulven op de grens met de gemeente Utrecht -Tolsteeg. Bron: onbekend.


Ingetekend het boerderijterrein van De Koppel in de voormalige gemeente Oud-Wulven op de grens met de gemeente Utrecht -Tolsteeg. Bron: onbekend. Ingetekend het boerderijterrein van De Koppel in de voormalige gemeente Oud-Wulven op de grens met de gemeente Utrecht -Tolsteeg. Bron: onbekend.


Aankoop door de gemeente Utrecht van een boerderij ten westen van de Koppeldijk in de jaren 60. Boerderij De Koppel ten noordoosten gronden in rood gearceerd waren al in het bezit van de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3. Aankoop door de gemeente Utrecht van een boerderij ten westen van de Koppeldijk in de jaren 60. Boerderij De Koppel ten noordoosten gronden in rood gearceerd waren al in het bezit van de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.


Bouw van diverse kleine arbeiderswoningen aan het Houtensepad voor de ontwikkeling van Steenfabriek De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten voor 1954 de gemeente Houten/Oud-Wulven. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht. Bouw van diverse kleine arbeiderswoningen aan het Houtensepad voor de ontwikkeling van Steenfabriek De Koppel in het huidige Utrecht Lunetten voor 1954 de gemeente Houten/Oud-Wulven. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht.


Het gebied van Utrecht Lunetten. In 1935 in kaart gebracht van het gebied van Houten-Oud-Wulven voor de aanleg van de rijksweg A12 in omgeving van de Koppeldijk/Houtensepad en boerderij De Koppel (1). Bron: onbekend. Het gebied van Utrecht Lunetten. In 1935 in kaart gebracht van het gebied van Houten-Oud-Wulven voor de aanleg van de rijksweg A12 in omgeving van de Koppeldijk/Houtensepad en boerderij De Koppel (1). Bron: onbekend.


Het gebied van Utrecht Lunetten. In 1935 in kaart gebracht van het gebied van Houten-Oud-Wulven voor de aanleg van de rijksweg A12 in omgeving van de Koppeldijk/Houtensepad en boerderij De Koppel (2). Bron: onbekend. Het gebied van Utrecht Lunetten. In 1935 in kaart gebracht van het gebied van Houten-Oud-Wulven voor de aanleg van de rijksweg A12 in omgeving van de Koppeldijk/Houtensepad en boerderij De Koppel (2). Bron: onbekend.


     

Op vrijdag 13 juli 1917 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Theodorus Olivierus Maria Josephus Baron van Wijnbergen in de tegenwoordigheid van jhr. Rijnhard de Beaufort Rechter van het kanton Wijk bij Duurstede. Als mede getuigen Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten, A voor zich zelf, B in zijne qualiteit van vader- voogd over Hermina Johanna en Johannes Wilhelmus van Zijl, C in zijne hoedanigheid, blijkens onderhandse akte van volmacht, welke, na vanaf door den lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de getuigen te zijn voor echt- erkend en ten blijke daarvan door allen te zijn getekend, aan deze akte is vastgehecht van lasthebber van : Mejuffrouw Geertruida Maria van Zijl, mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl, mejuffrouw Antonia Wilhelmina van Zijl allen zonder beroep en wonende te Houten ... en 2/de Heer Wilhelmus Antonius van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, zo voor zich zelf al in zijne hoedanigheid van toeziend- voogd over de sub 1 B genoemde minderjarige. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201. Op vrijdag 13 juli 1917 vond ten overstaan van de Utrechtse notaris Theodorus Olivierus Maria Josephus Baron van Wijnbergen in de tegenwoordigheid van jhr. Rijnhard de Beaufort Rechter van het kanton Wijk bij Duurstede. Als mede getuigen Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten, A voor zich zelf, B in zijne qualiteit van vader- voogd over Hermina Johanna en Johannes Wilhelmus van Zijl, C in zijne hoedanigheid, blijkens onderhandse akte van volmacht, welke, na vanaf door den lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de getuigen te zijn voor echt- erkend en ten blijke daarvan door allen te zijn getekend, aan deze akte is vastgehecht van lasthebber van : Mejuffrouw Geertruida Maria van Zijl, mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl, mejuffrouw Antonia Wilhelmina van Zijl allen zonder beroep en wonende te Houten ... en 2/de Heer Wilhelmus Antonius van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, zo voor zich zelf al in zijne hoedanigheid van toeziend- voogd over de sub 1 B genoemde minderjarige. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


In de jaren zestig kocht de gemeente Utrecht alle landerijen en boerderijen op in de omgeving van het Houtensepad voor de toenmalige toekomstige uitbreiding van de Utrechtse wijk Lunetten. Bron: 1007-3. In de jaren zestig kocht de gemeente Utrecht alle landerijen en boerderijen op in de omgeving van het Houtensepad voor de toenmalige toekomstige uitbreiding van de Utrechtse wijk Lunetten. Bron: 1007-3.


'Ter ondergetekend: 1/ Geertruida Maria van Zijl, 2/ Maria Geertruida van Zijl, 3/ Cornelia Antonia van Zijl, 4/ Antonia Wilhelmina van Zijl, 5/ Gerarda Hermina van Zijl, allen zonder beroep en wonende te Houten verklaren te machtigen hunnen vader de heer Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten. Om haar te vertegenwoordige in en hare belangen waar te name bij de algeheele gemeenschap van goederen bestaan hebbende tusschen de Heer Michiel va Zijl, veehouder, wonende te Houten naar wijlen dien echtgenoote Mejuffrouw Gerritje de Groot, alsmede in en bij de naltenschap van laatst genoemde die den 27 November 1916 te Houten is overleden. Meer speciaal van over te gaan boedelscheiding en indeling der zaken tot die gemeenschap en nalatenschap behoorende; de te verdelen daarna en iederegerechtigheids daarin vast te stellen ; de waard te bepalen tegen welke de maker zullen wordt in deling gebracht; het een en ander deelgerechtigde toebesteed aan deze af te geven en het aan haar, ondergtekende, toebedeelde aan haar is ontvangst te geven. Alle voorgeschreven zalle noodige akten en stukken te tekenen, envoor is het algehele te dier halve al datgene te doen wat hem, lasthebben zal nutig of noodig voorkomen. Alles met de macht van substitutie. Houten juni 1917, Geertruida Maria van Zijl, Maria Geertruida van Zijl, Cornelia Antonia van Zijl, Antonia Wilhelmina van Zijl, Gerarda Hermina van Zijl.' Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


In de jaren zestig kocht de gemeente Utrecht alle landerijen en boerderijen op in de omgeving van het Houtensepad voor de toenmalige toekomstige uitbreiding van de Utrechtse wijk Lunetten. Bron: 1007-3. In de jaren zestig kocht de gemeente Utrecht alle landerijen en boerderijen op in de omgeving van het Houtensepad voor de toenmalige toekomstige uitbreiding van de Utrechtse wijk Lunetten. Bron: 1007-3.


'Hr. ondergetekende 1/ Wilhelmina Jacobus Jongerius, 2/ Michiel de Groot en 3/ Cornelis van Zijl de sub1 genoemde veehouder, wonende te Maartensdijk , de sub2 genoemde, veehouder, wonende te Utrecht en de sub3 genoemde houder beroep wonende te Utrecht. Als deskundige de waardering van de onroerend goed maken behorende tot de algehele gemeenschap van goederen gehuwd hebbende tuinder de heer Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten en van wijlen dien de 27 november 1916 te Houten overleden echtgenote Mejuffrouw Gerritje de Groot, alsmede tot de nalatenschap op en laastgenoemde. Als zoodanig door belanghebbende benoemd en door de edelachtbare heerkantonrechter te Wijk bij Duurstede beëdigd op 2 februari 1917 rn door den Edelachtbare Heer Kantonrechter te Utrecht de 24 Februari 1917. Verklaren naar hem kennis en weten te schatten, 1/ eene hofstede, bestaande uit huis en verdere getimmerde en landerijen kadastrale bekend als gemeente Houten (Oud-Wulven), sectie D nummer: 83, 86, 87 88, 91, 387, 341, 452, en 450, samen groot tien hectaren zeven en veertig Aren en acht centiaren op zes en twintig duizend gulden (f. 26.000,-); 2/ eenige percelen weiland en weg, kadastraal bekend als gemeente Tolsteeg, Sectie A nummers: 531, 532, en 1042, samen groot zes hectaren drie en dertig aren en twintig centiaren op negentien duizend gulden (f. 19.000-,); en 3/ het een/ zevende onderverdeeld in eene voormalige het een inrichting en erf, ' Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


'kadastraal bekend als gemeente Abstede, Sectie D, nummer: 122 en 2574 samen vijf en dertig Aren vijf en zestig centiaren, op duizend gulden (f. 1.000,-) Utrecht Februari 1917. W.J. Jongerius M. de Groot C. van Zijl. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201. 'kadastraal bekend als gemeente Abstede, Sectie D, nummer: 122 en 2574 samen vijf en dertig Aren vijf en zestig centiaren, op duizend gulden (f. 1.000,-) Utrecht Februari 1917. W.J. Jongerius M. de Groot C. van Zijl. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


'Handtekening van C.A. van Zijl, H.J. van Bentum G.B. v/d. Ham, Hermina Johanna van den Hurk-Van Zijl, W.A. V. Zijl, J.W. v. Zijl.' Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201. 'Handtekening van C.A. van Zijl, H.J. van Bentum G.B. v/d. Ham, Hermina Johanna van den Hurk-Van Zijl, W.A. V. Zijl, J.W. v. Zijl.' Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


Handtekeningen van: 'H. van Zijl, W. van Zijl, R. de Brankert, H.H. van Dam, E. v. Bekkum, Not. Van Wijnbergen'. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201. Handtekeningen van: 'H. van Zijl, W. van Zijl, R. de Brankert, H.H. van Dam, E. v. Bekkum, Not. Van Wijnbergen'. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


'Voor echt erkend: H. van Zijl, H.H. van dam, E. v. Bekkum Th, van Wijnbergen, notaris'. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201. 'Voor echt erkend: H. van Zijl, H.H. van dam, E. v. Bekkum Th, van Wijnbergen, notaris'. Bron: Het Utrechts Archief, 1300, 1518, aktenummer: 201.


'Op heden den twee en twintigsten Februari negentienhonderd vier en dertig compareerden voor mij Alexander Johannes Petrus Mermans, notairs ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen: 1. de Heer Wilhelmus Antoines van Zij, landbouwer, wonende te Houten, ten dezer volgens zijne verklaring handelende a voorzich b als uitvoerder der interste wilbeschkking met de macht van bezit der nalatenschap van te noemen erflater: en c. als lastehebber van Mejuffrouw Maria Geertruida en Gerarda Hermina van Zijl, beiden zonder beroep en wonende te Houten (van de lastgeving op den comparant sub a blijkt int eene onderhandsche acte aan lastgeving, welke na vooraf door den lastehebber in tegenwoordigheid der getuigen en van mij notaris, is voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen getekend is, aan deze akte is vasthecht 2. de Heer Johannes Wilhelmus van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, deze lees: ten deze volgens zijne verklaring handelende naar getekend:.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7285 (785), 1934 jan. 30-1934 mei 16 785 37 D388 D448 D450 De Koppel Bosch. 'Op heden den twee en twintigsten Februari negentienhonderd vier en dertig compareerden voor mij Alexander Johannes Petrus Mermans, notairs ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen: 1. de Heer Wilhelmus Antoines van Zij, landbouwer, wonende te Houten, ten dezer volgens zijne verklaring handelende a voorzich b als uitvoerder der interste wilbeschkking met de macht van bezit der nalatenschap van te noemen erflater: en c. als lastehebber van Mejuffrouw Maria Geertruida en Gerarda Hermina van Zijl, beiden zonder beroep en wonende te Houten (van de lastgeving op den comparant sub a blijkt int eene onderhandsche acte aan lastgeving, welke na vooraf door den lastehebber in tegenwoordigheid der getuigen en van mij notaris, is voor echt erkend en ten blijke daarvan door allen getekend is, aan deze akte is vasthecht 2. de Heer Johannes Wilhelmus van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, deze lees: ten deze volgens zijne verklaring handelende naar getekend:.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7285 (785), 1934 jan. 30-1934 mei 16 785 37 D388 D448 D450 De Koppel Bosch.


Uitreksel 'Op heden der dertiende juli negentien honderd zeventien Verschenen voor mij Theodorus Aliorus Maria Josephus baron van Wijnbergen, notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid van der edelachterbare Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Meester Rijnhard de Beaufort Rechter van het kanton Wijk bij Duurstede, en wonende te Doorn, onder na te noemen getuigen: 1. de Heer Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten. A. voor zich zelf b. in zijne qualiteit van vader, voogd over Hermina Johanna en Johannes Wilhelmus van Zijl/ c. in zijne hoedanigheid blijkens onder handseakte van volmacht welke na vooraf door den lasthebber en tegenwoordigheid voor mij notaris en de getuigen te zijn voor, echt erkend en ten blijke daarvan door allen te zijn geteekend, aan deze akte is vastgehecht van lasthebber van: a. Mejuffrouw Geertruida Maria van Zijl, b. Mejuffrouw Maria Geertruida van Zijl, c. Mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl d. Mejuffrouw Antonia Wilhelmina van Zijl.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7001 (501), 1917 april 13-1917 juni 4 501 90 D388 D448 D450 De Koppel Bosch. Uitreksel 'Op heden der dertiende juli negentien honderd zeventien Verschenen voor mij Theodorus Aliorus Maria Josephus baron van Wijnbergen, notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid van der edelachterbare Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Meester Rijnhard de Beaufort Rechter van het kanton Wijk bij Duurstede, en wonende te Doorn, onder na te noemen getuigen: 1. de Heer Michiel van Zijl, veehouder, wonende te Houten. A. voor zich zelf b. in zijne qualiteit van vader, voogd over Hermina Johanna en Johannes Wilhelmus van Zijl/ c. in zijne hoedanigheid blijkens onder handseakte van volmacht welke na vooraf door den lasthebber en tegenwoordigheid voor mij notaris en de getuigen te zijn voor, echt erkend en ten blijke daarvan door allen te zijn geteekend, aan deze akte is vastgehecht van lasthebber van: a. Mejuffrouw Geertruida Maria van Zijl, b. Mejuffrouw Maria Geertruida van Zijl, c. Mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl d. Mejuffrouw Antonia Wilhelmina van Zijl.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7001 (501), 1917 april 13-1917 juni 4 501 90 D388 D448 D450 De Koppel Bosch.


' eene hofstede met landerijen, kadastraal bekend als gemente Houten (Oud-Wulven), sectie D nummers: 83, 86, 87, 88, 91, 387, 341, 452, en 450 samen groot tien hectaren zeven en veeertig aren, acht centiaren door enzovoort. Den comparant sub. toebedeeld bij akte van scheiding en verdeling den vierden Februari achttien honderd zeven en negentig, verleden voor voornoemde notaris Jonkheer Bosch van Oud-Amelisweerd, overgeschreven ten hypotheekkantore ten Amersfoort vijfden Februari achttien honderd zeven en genetig.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7001 (501), 1917 april 13-1917 juni 4 501 90 D388 D448 D450 De Koppel Bosch. ' eene hofstede met landerijen, kadastraal bekend als gemente Houten (Oud-Wulven), sectie D nummers: 83, 86, 87, 88, 91, 387, 341, 452, en 450 samen groot tien hectaren zeven en veeertig aren, acht centiaren door enzovoort. Den comparant sub. toebedeeld bij akte van scheiding en verdeling den vierden Februari achttien honderd zeven en negentig, verleden voor voornoemde notaris Jonkheer Bosch van Oud-Amelisweerd, overgeschreven ten hypotheekkantore ten Amersfoort vijfden Februari achttien honderd zeven en genetig.' Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7001 (501), 1917 april 13-1917 juni 4 501 90 D388 D448 D450 De Koppel Bosch.


Baten '1. Onroerende Goederen, 1. de hofstede ,,De Koppel'' met landerijen onder Houten, Oud-Wulven, sectie D, nummers: 83, 86, 87, 88, 91, 387, 341, 452, 450 samen groot tien hectaren zeven en veertig aren en acht centiaren 2. een perceel weiland en weg voor het huis kadastraal bekend als gemeente Houten Oud-Wulven, sectie D, nummer: 506, 453 en 502, groot een hectaren veertien aren twee en negentig een centiaren 3. een perceel weiland en weg, genaamd ,,De Doornenhaag'' onder de gemeente Tolsteeg, sectie A nummers: 531, 532 en 1042 samen groot een hectaren drie en dertig aren twintig centiaren en 4. een perceel weiland en weg, genaamd ,,De IJzeren Hek'', onder de gemeente Utrecht kadastraal bekend als gemeente Tolsteeg, sectei A, nummer: 517, 518, 1037, 1038, 541 en 1472 samen groot vier hectaren veertig aren zeventig centiaren geschat op enzovoort. Alsnu tot scheiding en verdeeling overgaande verklaarden de comparanten to te deelen aan'. Bron: Het Utrechts Archief 1294 7285 (785), 1934 jan. 30-1934 mei 16 785 37 D388 D448 D450 De Koppel Bosch. Baten '1. Onroerende Goederen, 1. de hofstede ,,De Koppel'' met landerijen onder Houten, Oud-Wulven, sectie D, nummers: 83, 86, 87, 88, 91, 387, 341, 452, 450 samen groot tien hectaren zeven en veertig aren en acht centiaren 2. een perceel weiland en weg voor het huis kadastraal bekend als gemeente Houten Oud-Wulven, sectie D, nummer: 506, 453 en 502, groot een hectaren veertien aren twee en negentig een centiaren 3. een perceel weiland en weg, genaamd ,,De Doornenhaag'' onder de gemeente Tolsteeg, sectie A nummers: 531, 532 en 1042 samen groot een hectaren drie en dertig aren twintig centiaren en 4. een perceel weiland en weg, genaamd ,,De IJzeren Hek'', onder de gemeente Utrecht kadastraal bekend als gemeente Tolsteeg, sectei A, nummer: 517, 518, 1037, 1038, 541 en 1472 samen groot vier hectaren veertig aren zeventig centiaren geschat op enzovoort. Alsnu tot scheiding en verdeeling overgaande verklaarden de comparanten to te deelen aan'. Bron: Het Utrechts Archief 1294 7285 (785), 1934 jan. 30-1934 mei 16 785 37 D388 D448 D450 De Koppel Bosch.


'Op heden den twee en twintgsten Februari negentienhonderd vier en dertig. - Comnpareerden voor mij Adrianus Johannes Petrus Mermans notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen: 1/ de Heer Wilhelmus Antonius van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, ten deze volgens zijne verklaring handelende: a. voor zich'b. als uitvoerder der uiterste wilsbeschikkingen met de macht van bezit der nalatenschap van na te noemen erflater en c. als lasthebber van Mejuffrouw Maria Geertruida en Gerarda Hermina van Zijl, beiden zonder beroep en wonende te Houten, (van de lastgeving op den comporant sub 1 blijkt uit eene onderhandsche acte van lastgeving op den comparant, welke na vooraf door den lasthebber in tegenwoordigheid der getuigen en van mij, notaris, is voorscht-erkend en ten blijke daarvan door allen geteekend is, aam deze akte is vastgehecht); 2/ de Heer Johannes Wilhelmus van Zijl, landbouwer, wonende te Houten, ten deze volgens zijne verklaring handelende: a. voor zich; en b. als uitvoerder der uiterste wilsbeschikking met de macht van bezit der nalatenschap van na te noemen erflater, 3/ de Heer Hendrikus Johannes van Bentum, veehouder, wonende te Bunnik volgens zijne verklaring handelende; a/ voor zooveel noodig voor zich zelf; ' Bron: Het Utrechts Archief, 1340, 1079.


'Baten: 1/Onroerende Goederen: 1. de hofstede ''De Koppel'' met landerijen onder Houten, Oud-Wulven, Sectie D nummers: 83, 86, 87, 88, 81, 387, 341, 452, 450 samen groot tien Hectaren zeven en veertig aren en acht centiaren, 2. een perceel weiland en weg voor het huis, kadastraal bekend als gemeente Houten, Oud-Wulven Sectie D nummers 500, 453, en 502, groot een hectare veertien Aren twee en negentig centiaren 3. een perceel weiland en weg, genaamd ''De Doornenhaag'' kadastraal bekend als gemeente Tolsteeg Sectie A nummers 531 532 en 1042, samen groot zes Hectaren drie en dertig aren Twintig centiaren en 4. een perceel weiland en weg , genaamd '' De IJzeren Hek'', kadastraal bekend als Gemeente Tolsteeg Sectie A nummers: 517,'518, 1037, 1038, 541 en 1472, samen groot vier hectaren veertig aren zeventig centiaren door voornoemde drie deskundige geschat op vijf en veertig duizende vijf en twintig gulden f. 45.025-,.' Bron: Het Utrechts Archief, 1340, 1079. 'Baten: 1/Onroerende Goederen: 1. de hofstede ''De Koppel'' met landerijen onder Houten, Oud-Wulven, Sectie D nummers: 83, 86, 87, 88, 81, 387, 341, 452, 450 samen groot tien Hectaren zeven en veertig aren en acht centiaren, 2. een perceel weiland en weg voor het huis, kadastraal bekend als gemeente Houten, Oud-Wulven Sectie D nummers 500, 453, en 502, groot een hectare veertien Aren twee en negentig centiaren 3. een perceel weiland en weg, genaamd ''De Doornenhaag'' kadastraal bekend als gemeente Tolsteeg Sectie A nummers 531 532 en 1042, samen groot zes Hectaren drie en dertig aren Twintig centiaren en 4. een perceel weiland en weg , genaamd '' De IJzeren Hek'', kadastraal bekend als Gemeente Tolsteeg Sectie A nummers: 517,'518, 1037, 1038, 541 en 1472, samen groot vier hectaren veertig aren zeventig centiaren door voornoemde drie deskundige geschat op vijf en veertig duizende vijf en twintig gulden f. 45.025-,.' Bron: Het Utrechts Archief, 1340, 1079.


In 1941 werd een gedeelte van het grondgebied behorend bij de hofstede De Koppel verkocht door de familie Van Zijl voor de aanleg van de rijksweg A12 van 's-Gravenhage, Utrecht, Arnhem, Zevenaar, Duitse grens. Fragment van hypotheek4 overschrijvingen. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7401 (901), 1940 dec. 6-1941 april 11 901 112 D585 De Koppel Bosch In 1941 werd een gedeelte van het grondgebied behorend bij de hofstede De Koppel verkocht door de familie Van Zijl voor de aanleg van de rijksweg A12 van 's-Gravenhage, Utrecht, Arnhem, Zevenaar, Duitse grens. Fragment van hypotheek4 overschrijvingen. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7401 (901), 1940 dec. 6-1941 april 11 901 112 D585 De Koppel Bosch


In 1941 werd een gedeelte van het grondgebied behorend bij de hofstede De Koppel verkocht door de familie Van Zijl voor de aanleg van de rijksweg A12 van 's-Gravenhage, Utrecht, Arnhem, Zevenaar, Duitse grens. Fragment van hypotheek4 overschrijvingen met in rood gearceerd de grond waar het over gaat. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7401 (901), 1940 dec. 6-1941 april 11 901 112 D585 De Koppel Bosch In 1941 werd een gedeelte van het grondgebied behorend bij de hofstede De Koppel verkocht door de familie Van Zijl voor de aanleg van de rijksweg A12 van 's-Gravenhage, Utrecht, Arnhem, Zevenaar, Duitse grens. Fragment van hypotheek4 overschrijvingen met in rood gearceerd de grond waar het over gaat. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7401 (901), 1940 dec. 6-1941 april 11 901 112 D585 De Koppel Bosch


"Staat van het te verdelene I. Conparanten: enzovoorts; II. De onverdeelde helft in de hofstede "De Koppel" aan de Koppeldijk O 89 onder Utrecht, kadastraal bekend als gemeente Utrecht, Sectie O, nummers 105, 93, 94 , 106, 222, 223, 221, samen groot elf Hectaren negen en twintig Aren twintig centiaren en gemeente Tolsteeg, Sectie A, nummers: 517, 518, 1038, 531, 532, 1042. 541, en 1472, samen groot tien Hectaren drie en zeventig Aren negentig centiaren: welke onroerende goederen voor het geheel werden toebedeeld aan de erflater en de deelgenoot Jphannes Wilhelmus van Zijl, te tezamen en voor gelijke delen, blijkens op twee en twintig Februari negentienhonderd vier en dertig voor mij notaris, verleden akte van boedelscheiding, overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht op zes eb twintig Februari negentiendhonderd vier en dertig, in deel 1124 onder nummer 64; voor enzovoorts; Alsnu overgaande scheiding en verdeling verklaarden partijen en toe te delen: A. Aan de Heer Johannes Wilhelmus van Zijl De volgende baten, welke toebehoorden aan de laatsgenoemde en erflaten, ieder voor de onverdeelde helft: 1/ De hofstede "De Koppel" aan de Koppeldijk O 89 onder Utrecht, kadastraal bekend als gemeente Utrecht, Sectie O nummers 105, 93, 94, 106, 222, 223, 221, en 211, samen groot elf Hectaren negen en twintig Aren twintig centiaren en gemeente Tolsteeg, Sextie A, nummers 517, 518, 1037, 1038, 531, 532, 1042, 541 en 1472, samen groot tien Hectaren drie en zeventig Aren negentig centiaren: waard: enzovoorts:". Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7701 (1501), 1954 juli 1-1954 juli 16 O211 Koppel Bosch 1501 121 De Koppel Bosch.


'Op heden de eerste juli negentiendhonderd vier en vijftig. Verschenen voor mij notaris Adrianus Johannes Petrus Mermans, Notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen: 1/ de heer Johannes Wilhelus van Zijl, veehouder, wonende te Utrecht, Koppeldijk O89; 2/ Mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl, zonder beroep, wonende te Utrecht, Koppeldij O89'3/ de Heer Hedricus Johanneiis van Bentum, veehouder, en Mevrouw Antonia Wilhelmina van Zijl, zonder beroep, onder huwelijkse voorwaarden gehuwde echtgenoten, beiden wonende te Bunnik, de man handelende tott bijstand zijner echtgenote; 4/ Mejuffrouw Maria Geertruida van Zijl, zonder beroep, wonende te Utrecht, Eendstraat 11, handelende zowel voor zich-zelf, als in haar hoedanigheid - blijkens een onderhandse akte van volmacht, welke, na vooraf Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7701 (1501), 1954 juli 1-1954 juli 16 O211 1501 121. 'Op heden de eerste juli negentiendhonderd vier en vijftig. Verschenen voor mij notaris Adrianus Johannes Petrus Mermans, Notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigen: 1/ de heer Johannes Wilhelus van Zijl, veehouder, wonende te Utrecht, Koppeldijk O89; 2/ Mejuffrouw Cornelia Antonia van Zijl, zonder beroep, wonende te Utrecht, Koppeldij O89'3/ de Heer Hedricus Johanneiis van Bentum, veehouder, en Mevrouw Antonia Wilhelmina van Zijl, zonder beroep, onder huwelijkse voorwaarden gehuwde echtgenoten, beiden wonende te Bunnik, de man handelende tott bijstand zijner echtgenote; 4/ Mejuffrouw Maria Geertruida van Zijl, zonder beroep, wonende te Utrecht, Eendstraat 11, handelende zowel voor zich-zelf, als in haar hoedanigheid - blijkens een onderhandse akte van volmacht, welke, na vooraf Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7701 (1501), 1954 juli 1-1954 juli 16 O211 1501 121.


'A. Een akte van scheiding op vier februari achttienhonderd zeven en negentig verleden voor Jonkheer W.E. Bosch van Oud-Amelsiweerd, notaris te Utrecht, overschreven ten hypotheekkantore te Amersfoort op vijf februari achttienhonderd zeven en negentig, in deel334 nummer 46 bij welke akte de navolgende erfdienstbaarheden werden gevestigd: "dat ten behoeve en ten laste van het perceel kadaster/ Oud Wulven/Sectie D, nummer 89 en 90 en ten lasten van het perceel kadaster Houten/ Oud Wulven/Sectie D nommer 450 (thans deel uitmakende van gemeld perceel Gemeente Utrecht, Sectie O, nummer 315) hierbij niet wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van weg van en naar de Koppeldijk over voormeld nommer 450, tussen de heggen welke door de comparanten voor gemeenschappelijke rekening zullen worden aangelegd en daargesteld langs de hofstede en bergen, van en naar de brug, gelegen over het water, scheidende gemelde nommers 450 en 89, en zulks onder verplichting van de tegenwoordige eigenaars dier heersende en lijdende erven en hunne opvolgers in de eiegendom, om voor gemeenschappelijke rekening te voorzien in het onderhoud en de eventuele vernieuwing van bovenbedoelde weg en heggen. Dat ten behoeve en ten nutte van de percelen kadaster Houten/Oud Wulven/Sectie D, nommer 83 en 341 (beide percelen thans bekend als gemeld perceel Gemeente Utrecht, Sectie O, nommer 290 en Sectie U nummer 43) en ten laste van het perceel kadaster Houten/Oud Wulven/Sectie D, nommer 89, hierbij om niet wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van weg over voormeld nommer 89, van en naar de brug, gelegen over de grensscheiding tussen gemelde nommer 450 en 89. Dat de brug gelegen over het water scheidende de percelen kadaster Gemeente Houten/Oud Wulven/Sectie D, nommer 450 en 89 en die gelegen over de sloot scheidende de percelen kadaster Gemeente Houten/Oud Wulven/Sectie D, nommers 83 en 89, gemeenschappelijk eigendom blijven van de comparanten en hunne opvolgers in het eigendom dier percelen, die daarvan, derhalve ten alle tijde het vrije gebruik zullen hebben, onder verplichting om voor gemeenschappelijke rekening te voorzien in derzelver onderhoud en eventuele verniewing. Dat ten behoeve en ten nutte van de percelen kadaster Houten/Oud Wulven Sectie D, nommer 451, 89, 90 en ten laste van de percelen kadaster Houten/Oud Wulven Sectie D, nommer 450 en 91 (beide percelen thasn deel uitmakende van gemeld perceel Gemeente Utrecht, Sectie O, nummer 315) hierbij om niet wordt gevestigd de erfdienstbaarheid van te mogen varen door de sloot, gelegen tussen voormelde nommer 91 en 450, onder verplichting van de tegenwoordige eigenaars dier kadastrale nommer 451, 89, 90, 450, en 91 en hunne opvolgers in de eigendom om voor gemeenschappelijke rekening die sloot op een behoorlijke diepte en breedte te houden, zondanig dat die ten alle tijde bevaarbaar blijf". B. Een onderhandse akte houdende vestiging ener erfdienstbaarheid geregistreerd te Utrecht op veertien december negentiendhonderd drie, overgeschreven ten hypotheekkantore te Amersfoort op drie en twintig februari negentienhonderd vier, in deel 389 nummer 78, bij welke akte werd gevestigd de navolgende erfdienstbaarheid "de ondergetekende ter eenre dat hij ten laste van het hem toebehorend perceel kadastraal bekend Gemeente Houten, Sectie D, nommer 83 (thans deel uitmakende van gemelde percelen Gemeente Utrecht, Sectie O, nommer 290 en Sectie U, nummer 43) tot gebruik en ten nutte van de navolgende aan de ondergetekende ter andere zijde toebehorende onroerende goederen kadastraal bekend gemeente Bunnik, Sectie B"'. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7701 (1501), 1954 juli 1-1954 juli 16 O211 1501 121.


'nommers 31b, 32, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 55, 424, 432, 474. 475. en 516 te hebben verleend en te bevestigen de erfdienstbaarheid van doorvaart, uit te oefenen door de nieuw gegraven sloot, aangelegd, daars door genoemd kadastraal perceel nommer 83, naar de vaart genaamd Oudwulvensche Wetering en gelegen teb oosten van het perceel kadastraal bekend Gemeente Houten, Sectie D, nommer 87. 'nommers 31b, 32, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 55, 424, 432, 474. 475. en 516 te hebben verleend en te bevestigen de erfdienstbaarheid van doorvaart, uit te oefenen door de nieuw gegraven sloot, aangelegd, daars door genoemd kadastraal perceel nommer 83, naar de vaart genaamd Oudwulvensche Wetering en gelegen teb oosten van het perceel kadastraal bekend Gemeente Houten, Sectie D, nommer 87. "Tot alle gevlogen dezer verkozen de comparanten domicilie, en wat betreft de comparant sub 2 voor de Gemeente Utrecht, ten stadhuize der Gemeente Utrecht. De comparanten zijn mij notaris bekend. Waarvan akte, in minuut is verleden te Utrecht, ten dage in het hoofd dezer akte gemeld. in tegenwoordigheid van de heren: Johannes van den Ham, gemeentebode en Cornelis Hendricus Evertzen, notarisklerk, beiden wonende te Utrecht, als getuigen. Mij, notaris ondertekend. (Getekend) J.S.v.Zijl; A. Swaan; J. v.d. Ham; H. Evertzen; A. Festen; VOOR AFSCHRIFT getekend: A. Festen. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7701 (1501), 1954 juli 1-1954 juli 16 O211 1501 121.


Heden de negen en twintigste juni negentienhonderd vijf en zestig, verschenen mij Arnold Paul Marie Festen, notaris ter standplaats Utrecht, in tegenwoordigheid der na te noemen getuigeb: 1. de Heer Johannes Wilhelmus van Zijl, zonder beroep, wonende te Bunnik, A. van den Heuvelstraat 27, geboren te Houten op vijftien april negentienhonderd, ongehuwd. 2. de Heer Andries Swaan, Hoofdambtenaar in algemen dienst ter Gemeente-Secretaris van Utrecht, wonende te Utrecht, volgens zijn verklaring als zodanig ten deze optredende als gemachtigde overeenkomstig artikel 78 der Gemeentewet van de Burgemeester der Gemeente Utrecht, krachtens dienst besluit van vijf september negentienhonderd vijf en veertig (Gemeenteblad van Utrecht van negentiendhonderd vijf en veeertig, nummer 35), zoals, besluit nader is is gewijzigd, de Gemeente Utrecht vertegenwoordigende en voorts handelende ter uitvoering van het besluit van de Raad der Gemeente Utrecht van achttien februari negentiendhonderd vijf en zestig, nummer 763 O.W., goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht bij hun beschikking van zeven april negentiendhonder vijf en zestig , der afdeling, nummer 543 B/995. De comparanten sub 1 verklaarde te hebben verkocht en mitsdien in eigendom over over te dragen aan de Gemeente Utrecht, namens welke Gemeente de comparante sub 2 in zijn gemelde hoedanigheid verklaarde voor die Gemeente, ter uitvoering van het uitbreidingsplan Lunetten, derhalve in het belang der volkshuisvesting, in koop en eigendomsoverdracht aan te nemen: "De hofstede "De Koppel, met opstallen en landerijen aan de Koppeldijk O 89 en aan het Houtensepad onder Utrecht, kadastraal bekend Gemeente Utrecht , Sectie O nummer 290, 315 en 319 en Sectie U, nummer 20, 30 en 41 en 43 tezamen groot twee en twintig hectaren zeven aren vijf en zestig Centiaren;" Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8041 (1841), 1965 juni 28-1965 juli 1 1841 47 O315 Koppeldijk O89 Bosch De Koppel gem. Utrecht.


   

Op donderdag 18 februari 1965 wordt bij besluit van de gemeenteraad van Utrecht besloten om boerderij De Koppel (hoofdgebouw) van het boerderijen complex te kopen van J.W. van Zijl, wonende te Bunnik voor een bedrag van f. 551.530,- gulden. Akte gepasseerd ten overstaan van de Utrechtse notaris A.P.M. Festen op dinsdag 29 juni 1965. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665, 000155. Op donderdag 18 februari 1965 wordt bij besluit van de gemeenteraad van Utrecht besloten om boerderij De Koppel (hoofdgebouw) van het boerderijen complex te kopen van J.W. van Zijl, wonende te Bunnik voor een bedrag van f. 551.530,- gulden. Akte gepasseerd ten overstaan van de Utrechtse notaris A.P.M. Festen op dinsdag 29 juni 1965. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665, 000155.


Kaart met ingetekende eigendomsverhoudingen rondom de rijksweg A12, Koppeldijk en het Houtensepad. Bron: onbekend. Kaart met ingetekende eigendomsverhoudingen rondom de rijksweg A12, Koppeldijk en het Houtensepad. Bron: onbekend.


Op donderdag 18 februari 1965 wordt bij besluit van de gemeenteraad van Utrecht besloten om boerderij De Koppel (bakhuis) van het boerderijen complex te kopen van M. de Bree Jr. voor een bedrag van f. 510.000,- gulden. Akte gepasseerd ten overstaan van de Utrechtse notaris A.J.J.M van Iersel op woensdag 23 juni 1965. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665, 000156. Op donderdag 18 februari 1965 wordt bij besluit van de gemeenteraad van Utrecht besloten om boerderij De Koppel (bakhuis) van het boerderijen complex te kopen van M. de Bree Jr. voor een bedrag van f. 510.000,- gulden. Akte gepasseerd ten overstaan van de Utrechtse notaris A.J.J.M van Iersel op woensdag 23 juni 1965. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665, 000156.


   

Verkoop (stukje) Koppeldijk door gem. Houten

De verkoop door gemeente Houten van een stukje Rijndijk/Koppeldijk aan landbouwer Van Zijl, wonende op boerderij De Koppel. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. De verkoop door gemeente Houten van een stukje Rijndijk/Koppeldijk aan landbouwer Van Zijl, wonende op boerderij De Koppel. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.

 

Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Begin beschrijving van het raadsbesluit. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476. Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Begin beschrijving van het raadsbesluit. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476.


Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Beschrijving de koopsom opgenoemd in het raadsbesluit. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476. Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Beschrijving de koopsom opgenoemd in het raadsbesluit. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476.


Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Einde van beschrijving van het raadsbesluit met handtekening van gemeente secretaris De Ruijter. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476. Kopie uit de notariële akte van verkoop van het raadsbesluit van dinsdag 29 maart 1921 waarbij de gemeente Houten een stukje koppeldijk, kadastrale gemeente Oud-Wulven, sectie D, perceelnummer: 95 verkoopt voor ƒ. 500,- gulden aan bewoner, eigenaar en veehouder Michiel van Zijl. Einde van beschrijving van het raadsbesluit met handtekening van gemeente secretaris De Ruijter. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 476.


De vroegere ambachtsheerlijkheid De Grote Koppel in het huidige gebied van Utrecht Lunetten. Voor 1 januari 1954 nog gemeente Houten. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht. De vroegere ambachtsheerlijkheid De Grote Koppel in het huidige gebied van Utrecht Lunetten. Voor 1 januari 1954 nog gemeente Houten. Bron: Het Utrechts Archief, Provinciale Waterstaat van Utrecht.


Op woensdag 20 april 1921 ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Arnold Margareeth Immink verkocht de gemeente Houten een stukje van de Koppeldijk aan veehouder en bewoner van boerderij De Koppel Michiel van Zijl. Begin van originele verkoopakte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 476. Op woensdag 20 april 1921 ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Arnold Margareeth Immink verkocht de gemeente Houten een stukje van de Koppeldijk aan veehouder en bewoner van boerderij De Koppel Michiel van Zijl. Begin van originele verkoopakte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 476.


Op woensdag 20 april 1921 ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Arnold Margareeth Immink verkocht de gemeente Houten een stukje van de Koppeldijk aan veehouder en bewoner van boerderij De Koppel Michiel van Zijl. Beschrijving van akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 476. Op woensdag 20 april 1921 ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Arnold Margareeth Immink verkocht de gemeente Houten een stukje van de Koppeldijk aan veehouder en bewoner van boerderij De Koppel Michiel van Zijl. Beschrijving van akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 476.


  

 Fotogalerij boerderij De Koppel


  

Ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel

en Maarschalkerweerd

Uitbreidingsplan van de gemeente Houten ingediend in de jaren 30 van de 20ste eeuw bij de Provincie Utrecht in het vroegere gerecht van de Grote en de Kleine Koppel in het huisige Utrecht Lunetten voor 1 januari 1954 was dit gedeelte behorend bij de gemeente Houten, Ingetekend de rijksweg A12 ('s-Gravenhage-Utrecht-Arnhem-Zevenaar-Duitse grens), de Koppeldijk met het Houtensepad. De snelweg afslag voor Utrecht zuid en de gemeente Houten. Bron: Het Utrechts Archief, 1201. Uitbreidingsplan van de gemeente Houten ingediend in de jaren 30 van de 20ste eeuw bij de Provincie Utrecht in het vroegere gerecht van de Grote en de Kleine Koppel in het huisige Utrecht Lunetten voor 1 januari 1954 was dit gedeelte behorend bij de gemeente Houten, Ingetekend de rijksweg A12 ('s-Gravenhage-Utrecht-Arnhem-Zevenaar-Duitse grens), de Koppeldijk met het Houtensepad. De snelweg afslag voor Utrecht zuid en de gemeente Houten. Bron: Het Utrechts Archief, 1201.



Op zaterdag 28 november 1896 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Henri Francois Wouter Dubois en Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd hofstede De Koppel en de ambachtsheerlijkheid de Grote en De Kleine Koppel en Maarschalkerweerd per opbod verkocht. Diverse landerijen in Houten, Oud-Wulven en het Utrechtse Tolsteeg werden hierbij geveild.


Zicht op het Houtensepad in de jaren 1960-1974 met links het witte gebouwtje wat bij de afslag langs de rijksweg A12 het ANWB hulppost was. De huisjes links waren ooit onderdeel van de Steenfabriek de Koppel en werd ook wel de Steenoverbuurt in Houten genoemd. Situatie is in 1973 verdwenen met de aanleg, bouw en ontwikkeling van de wijk Lunetten en uitbreiding van de rijksweg A12 en A27. Bron: ANWB Den Haag met dank aan Frank Magdelyns. Zicht op het Houtensepad in de jaren 1960-1974 met links het witte gebouwtje wat bij de afslag langs de rijksweg A12 het ANWB hulppost was. De huisjes links waren ooit onderdeel van de Steenfabriek de Koppel en werd ook wel de Steenoverbuurt in Houten genoemd. Situatie is in 1973 verdwenen met de aanleg, bouw en ontwikkeling van de wijk Lunetten en uitbreiding van de rijksweg A12 en A27. Bron: ANWB Den Haag met dank aan Frank Magdelyns.


  

Portret van mr. H.F.W. Dubois in 1883-1884, geboren 1844, notaris en lid van de gemeenteraad van Utrecht (1891-1911), overleden 1932. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 221525. Portret van mr. H.F.W. Dubois in 1883-1884, geboren 1844, notaris en lid van de gemeenteraad van Utrecht (1891-1911), overleden 1932. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 221525.


Portret van Jhr. mr. W.E. Bosch van Oud-Amelisweerd in 1934-1935, geboren 1864, notaris te Utrecht, lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht (1906-1927), overleden 1935. Borstbeeld links. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 104126. Portret van Jhr. mr. W.E. Bosch van Oud-Amelisweerd in 1934-1935, geboren 1864, notaris te Utrecht, lid van Gedeputeerde Staten van Utrecht (1906-1927), overleden 1935. Borstbeeld links. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 104126.


  

Grafmonument van Meester Henri Francois Wouter Dubois Notaris te Utrecht (1844-1882) op begraafplaats Soestbergen. Foto: Sander van Scherpenzeel. Grafmonument van Meester Henri Francois Wouter Dubois Notaris te Utrecht (1844-1882) op begraafplaats Soestbergen. Foto: Sander van Scherpenzeel.



De vast- en onroerende goederen werden aangeboden door curator Jhr.  (Heeckeren tak) als gemachtigde voor zijn onder curatele gestelde broer jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak).

Paul Titus was bij zijn geboorte op 6 augustus 1854 te Markelo als verstandelijke gehandicapt geboren. Paul Titus overleed op 72 jarige leeftijd op 6 september 1926 op Kasteel Baelen in het Belgische Hendrik-Kapelle.


Handtekeningen o.a. Jhr. H. Bosch van Drakestein en Jhr. C.R.P. Bosch van Drakestein en andere lieden die in 1896 hun handtekening onder de verkoopakte zetten voor de verkoop van de landerijen van/en hofstede De Koppel. Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949. Handtekeningen o.a. Jhr. H. Bosch van Drakestein en Jhr. C.R.P. Bosch van Drakestein en andere lieden die in 1896 hun handtekening onder de verkoopakte zetten voor de verkoop van de landerijen van/en hofstede De Koppel. Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949.


Handtekeningen van o.a. Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd notaris uit Utrecht en andere lieden die in 1896 hun handtekening onder de verkoopakte zetten voor de verkoop van de landerijen van/en hofstede De Koppel. Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949. Handtekeningen van o.a. Jhr. Willem Eugene Bosch van Oud-Amelisweerd notaris uit Utrecht en andere lieden die in 1896 hun handtekening onder de verkoopakte zetten voor de verkoop van de landerijen van/en hofstede De Koppel. Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949.



Onder een gerechtelijke uitspraak van de rechtbank van Zutphen in 1890 was Paul Titus onder curatele gesteld bij zijn broers.

Bij de veiling werd de ambachtsheerlijkheid gemijnd op f. 1.000,- gulden. Maar kopers zagen op het laatste moment van de aankoop af (opgehouden). Waardoor na de veiling Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein met zijn ambachtsheerlijkheid bleef bezitten tot aan zijn overlijden in 1926 en hij dus Heer van de heerlijkheid bleef.

Boerderij De Koppel werd voor gemijnd opbod verkocht aan de toenmalige pachter die er al jaren op boerde Michiel de Groot kocht de boerderij van f. 24.500,- gulden.



Handtekening gezet door curator Jhr. Willem Hendrik Frederik Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) op zaterdag 28 november 1896 voor de verkoop van het vast- en onroerend goed en de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd die tot die tijd het eigendom was van zijn broer Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak). Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949. Handtekening gezet door curator Jhr. Willem Hendrik Frederik Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) op zaterdag 28 november 1896 voor de verkoop van het vast- en onroerend goed en de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd die tot die tijd het eigendom was van zijn broer Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak). Bon: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949.



Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4. Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4.



Op vrijdag 1 mei 1874 werd de ambachtsheerlijkheid die in het bezit was geweest van de erfgenamen (link) Munnicks van Cleeff / Ridder van Rappard verkocht aan familie Bosch van Drakestein.

De erfgename verkochten de ambachtsheerlijkheid aan de Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein, wonende te 's-Hertogenbosch en commissaris van de koning in Noord-Brabant. Hij was voogd over zijn neven Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein en zijn broer Jhr. Henri Balthasar Rudolf Aloysius Josef Marie Bosch van Drakestein uit Goor (Prov. Overijssel) (Heeckeren tak).

Vader Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein de oom van Paulus Jan was al in 1862 op veel te vroege leeftijd overleden. In de verkoop betrof ook nog het verhandelen van diverse percelen grond in Utrecht Tolsteeg door oom Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd. Hij was tevens gemachtigde voor zijn neven voor het aankopen van de ambachtsheerlijkheid.

In akte werd vastgelegd dat hij de ambachtsheerlijkheid aan zijn neef Paulus Jan zou doorgeven zonder enige recht van privileges. Paulus Jan zou de ambachtsheerlijkheid beheren voor zijn neven Paul Titus en Henri Balthasar totdat zij oud genoeg zouden zijn voor het beheren van onroerende goederen. Paul Titus was pas 20 jaar en zijn jongere broer Henri Balthasar was nog maar 17 jaar.

Het verhandelen van percelen en de ambachtsheerlijkheid gebeurden ten overstaan van de Utrechtse notaris Jacob Hendrik van Schermbeek voor een bedrag van in totaal f. 4.000,- gulden.

Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein had de vele landerijen en de hofstede van zijn diverse ouderlijke familieleden vererft.


Handtekening onder akte van aan- en verkoop van onder andere de ambachtsheerlijkheid door Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd op vrijdag 1 mei 1874. Foto: Sander van Scherpenzeel. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4. Handtekening onder akte van aan- en verkoop van onder andere de ambachtsheerlijkheid door Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud-Amelisweerd op vrijdag 1 mei 1874. Foto: Sander van Scherpenzeel. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4.


  

Jacob Hendrik van Schermbeek. Geboren op 27 mei 1855 te Utrecht en overleden op 1 juni 1926 te Utrecht. Hij werd 71 jaar oud. Jacob Hendrik van Schermbeek. Geboren op 27 mei 1855 te Utrecht en overleden op 1 juni 1926 te Utrecht. Hij werd 71 jaar oud.




Krantenknipsel uit het Utrechtsch Nieuwsblad van zaterdag 15 september 1928 met daarin een korte geschiedkundige uitleg over ambachtsheerlijkheid de Grote en Kleine Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Het Utrechts Archief, krantenbank. Krantenknipsel uit het Utrechtsch Nieuwsblad van zaterdag 15 september 1928 met daarin een korte geschiedkundige uitleg over ambachtsheerlijkheid de Grote en Kleine Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Het Utrechts Archief, krantenbank.


  


Tussen 1874 tot aan zijn overlijden in 1926 was Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein, Heer van de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd. Zijn broer Jhr. Henri Balthasar Rudolf Aloysius Josef Marie Bosch van Drakestein was op 1 mei 1874 ook Heer van beide ambachtsheerlijkheden maar wordt in de veiling van 1896 niet meer genoemd als tweede titelhouder van de heerlijkheden. Paul Titus bleef de titel behouden na de veiling van november 1896 omdat een bieder op de ambachtsheerlijkheid op het laatste moment afzag tot de aankoop van de ambachtsheerlijkheid.

Familie Munnicks van Cleeff verkocht de ambachtsheerlijkheid in mei 1874 omdat zij (vermoedelijk) meer zagen in de titel bij de familie Bosch omdat zij fysiek ook de landerijen in eigendom hadden. Hierbij zal ook mee gespeeld hebben dat de twee zusters Anthonia Elisabeth Munnicks van Cleeff (1829 - 1857) en Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff (1832 - 1866) vroegtijdig waren overleden.

Zij waren beide gehuwd met Carel Casimir Alexander, ridder van Rappard die ook op te vroegtijdige leeftijd in 1871 in Duitsland overleed. Hierdoor hadden de diverse kinderen uit zijn twee huwelijken van beide zusters geen ouders en weinig vermogen meer. De enigste zoon Alexander, ridder van Rappard was respectievelijk 4 jaar toen zijn moeder overleed en ruim 9 jaar toen zijn vader Casimir overleed. 

De voogd over hun kinderen hebben toen vermoedelijk besloten om eerste maar de titel van de ambachtsheerlijkheid van vader Casimir, ridder van Rappard en opa Gerard Munnicks van Cleeff te verkopen in 1874 om voor de kinderen nog een aardig bedrag eruit te halen voor hun latere toekomst.

Bronnen: Het Utrechts Archief, 34-4, U330p028, aktenummer: 3949, 1896 en 34-4, U321e150 aktenummer: 21057, 1874 mei - 1874 aug..


Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van de te verkopen ambachtsheerlijkheid. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247. Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van de te verkopen ambachtsheerlijkheid. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247.


Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van de ambachtsheerlijkheid. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247. Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van de ambachtsheerlijkheid. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247.


Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van akte. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247. Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Beschrijving van akte. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247.


Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Eind beschrijving van akte met handtekeningen. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247. Op zaterdag 25 mei van het jaar 1861 ten overstaande van de Utrechtse notaris Gerrit Hondius van den Broek waarbij Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, echtgenoot van jhr. Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard de ambachtsheerlijkheid De Grote en De Kleine Koppel verkocht aan Hendrik Willem Bosch van Drakestein van Oud Amelisweerd voor f. 3.300,- waarbij de ambachtsheerlijkheid later aan zijn neef jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) zou toekomen. Eind beschrijving van akte met handtekeningen. Bron: HUA, 34-4, 3724, aktenummer: 247.


Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4. Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4.


   

   Steenfabriek De Koppel aan het Houtensepad   

Plattegrond van de ligging van Steenfabriek De Koppel aan het Houtensepad vanaf het jaar 1898. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. Plattegrond van de ligging van Steenfabriek De Koppel aan het Houtensepad vanaf het jaar 1898. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.


Plattegrond van Steenfabriek De Koppel aan het Houtensepad vanaf het jaar 1898. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. Plattegrond van Steenfabriek De Koppel aan het Houtensepad vanaf het jaar 1898. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.


  

Gemeente Oud-Wulven

Boerderij aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve)

Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Gronden in geel gearceerd behorend bij de boerderij van familie Van den Berg aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) die op 17 oktober 1829 werd aangekocht door Paul Bosch van Drakestein. Waarop niet duidelijk werd of de boerderij na 1832 nog van Paul Bosch was geweest. Kadasterkaart van 1 oktober 1832 met eronder de Top10Vector kadasterlijnen, anno heden. Bron: HISGIS Utrecht. Gronden in geel gearceerd behorend bij de boerderij van familie Van den Berg aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) die op 17 oktober 1829 werd aangekocht door Paul Bosch van Drakestein. Waarop niet duidelijk werd of de boerderij na 1832 nog van Paul Bosch was geweest. Kadasterkaart van 1 oktober 1832 met eronder de Top10Vector kadasterlijnen, anno heden. Bron: HISGIS Utrecht.



Op zaterdag 17 oktober 1829 werd om 12:00 uur ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren een boerderij aan de Waijensedijk genummerd te gemeente Oud-Wulven nr. 6 verkocht door de heren Dirk van den Berg, Cornelis van den Berg en Gerrit van den Berg een boerderij 'met wagenschuur, bakhuis en duivenhok met acht bunders, Een en vijftig roeden allebei Zes boomgaard Bouw als Weilanden'.

De boerderij werd gekocht door jhr. Paulus Willem Bosch van Drakestein voor f. 5.300-, gulden van de familie Van den Berg. Hierop is niet meer duidelijk wat er met het eigendom van Paul is gebeurd. In het kadaster van 1 oktober 1832 staat de boerderij weer op naam van familie Van den Berg.


Krantenadvertentie voor de verkoop van de boerderij aan de Waijensedijk 13 (Zilvia's Hoeve) van de familie Van den Berg. Waarop Paul Bosch van Drakestein op de boerderij bood. Achteraf hield de familie Van den Berg de boerderij in eigen bezit. Bron: Delpher.nl. Krantenadvertentie voor de verkoop van de boerderij aan de Waijensedijk 13 (Zilvia's Hoeve) van de familie Van den Berg. Waarop Paul Bosch van Drakestein op de boerderij bood. Achteraf hield de familie Van den Berg de boerderij in eigen bezit. Bron: Delpher.nl.



In het jaar 1830 laat de familie Van den Berg ten overstaan van notaris H.J. van Mariënhoff te Wijk bij Duurstede de boedel van een overleden Van den Berg familielid opmaken. De familie heeft blijkens het bod van Paul Bosch van f. 5.300,- gulden afgeslagen en de boerderij toch zelf in de familie behouden tot ver in de jaren 80 van de negentiende eeuw.

Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063.

De boerderij stond op de plek wat heden de manege de Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a gevestigd is. In de oksel van de rijksweg A27 naar de A12.

Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U320b049 1829 juli-1829 dec. aktenummers: 6311 en nr. 6347.


Akte waar uit op te maken is dat Paul Bosch van Drakestein in oktober 1829 een boerderij aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) aankocht. Alleen is in 1832 tot 1840 niet af te lezen in het kadaster of de boerderij nog van de familie Bosch was. Bron: Het Utrechts Archief, Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U320b049 1829 juli-1829 dec. aktenummers: 6311 en nr. 6347. Akte waar uit op te maken is dat Paul Bosch van Drakestein in oktober 1829 een boerderij aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) aankocht. Alleen is in 1832 tot 1840 niet af te lezen in het kadaster of de boerderij nog van de familie Bosch was. Bron: Het Utrechts Archief, Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U320b049 1829 juli-1829 dec. aktenummers: 6311 en nr. 6347.


Gronden in geel gearceerd behorend bij de boerderij van familie Van den Berg aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) die op 17 oktober 1829 werd aangekocht door Paul Bosch van Drakestein. Waarop niet duidelijk werd of de boerderij na 1832 nog van Paul Bosch was geweest. Topografische Militaire kaart 1870-1900. Bron: HISGIS Utrecht. Gronden in geel gearceerd behorend bij de boerderij van familie Van den Berg aan de Waijensedijk (Fortweg 13 en 13a) die op 17 oktober 1829 werd aangekocht door Paul Bosch van Drakestein. Waarop niet duidelijk werd of de boerderij na 1832 nog van Paul Bosch was geweest. Topografische Militaire kaart 1870-1900. Bron: HISGIS Utrecht.


Boedelscheiding van een familielid Van den Berg van 1 april 1830 ten overstaan van notaris H.J. van Mariënhoff te Wijk bij Duurstede. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 1808, aktenummer: 1789. Boedelscheiding van een familielid Van den Berg van 1 april 1830 ten overstaan van notaris H.J. van Mariënhoff te Wijk bij Duurstede. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 1808, aktenummer: 1789.


Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Boedelscheiding (handtekeningen) van een familielid Van den Berg van 1 april 1830 ten overstaan van notaris H.J. van Mariënhoff te Wijk bij Duurstede. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 1808, aktenummer: 1789. Boedelscheiding (handtekeningen) van een familielid Van den Berg van 1 april 1830 ten overstaan van notaris H.J. van Mariënhoff te Wijk bij Duurstede. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 1808, aktenummer: 1789.


Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


          

Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Begin beschrijving uit de veiling akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885. Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Begin beschrijving uit de veiling akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885.


Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Twee fragmenten uit de bieding van de veiling van familie Van den Berg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885. Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Twee fragmenten uit de bieding van de veiling van familie Van den Berg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885.


Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Volmacht van een famililid Van den Berg tot verkoop van de Zilfia's Hoeve. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885. Op dinsdag 31 maart van het jaar 1885 werd bij de veiling in logement De Engel te Houten ten overstaan van notaris Hanzo Lemstra van Buma de boerderi aan de Fortweg 13 (Zilfia's Hoeve), toen aan de Waijensedijk gelegen verkocht door de familie Van den Berg aan Johannes Damen, van beroep koopman en wonende te Cothen voor de koopsom van f. 12.825-, gulden. Volmacht van een famililid Van den Berg tot verkoop van de Zilfia's Hoeve. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063 431 Lemstra 31-03-1885.


  

Kaart van de boerderij aan de Fortweg 13 - 13a in 1664. Kwaliteit van de foto laat de wensen over. Naar de hand van B. de Roij. Rechts het Heyzeedijkje. Uit het kaartenboek van de heren van Roon en Pendrecht. Foto: Ad van Ooststroom. Bron: Het Utrechts Archief, 8001, 2147. Kaart van de boerderij aan de Fortweg 13 - 13a in 1664. Kwaliteit van de foto laat de wensen over. Naar de hand van B. de Roij. Rechts het Heyzeedijkje. Uit het kaartenboek van de heren van Roon en Pendrecht. Foto: Ad van Ooststroom. Bron: Het Utrechts Archief, 8001, 2147.


In geel gearceerd de gronden die nodig zijn voor de bouw van het Fort bij 't Hemeltje in 1877 ten oosten van het Utrechtseweg en ten zuiden van de Waijensedijk. Bron: Nationaal Archief. In geel gearceerd de gronden die nodig zijn voor de bouw van het Fort bij 't Hemeltje in 1877 ten oosten van het Utrechtseweg en ten zuiden van de Waijensedijk. Bron: Nationaal Archief.


   

Luchtfoto gezien vanuit het noorden met middenonder de rijksweg de A27 met in het midden Manege en Hengstenhouderij Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a in 2019. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.. Luchtfoto gezien vanuit het noorden met middenonder de rijksweg de A27 met in het midden Manege en Hengstenhouderij Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a in 2019. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V..


Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Luchtfoto gezien vanuit het zuidwesten met middenonder het Nieuwe Hollandse Waterlinie fort bij 't Hemeltje in 1999. Links de rijksweg A27 met op de achtergrond de Fortweg, Oud Wulfseweg boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4) en Fort bij Vechten. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol. Luchtfoto gezien vanuit het zuidwesten met middenonder het Nieuwe Hollandse Waterlinie fort bij 't Hemeltje in 1999. Links de rijksweg A27 met op de achtergrond de Fortweg, Oud Wulfseweg boerderij De Klomp (Oude Mereveldseweg 2-4) en Fort bij Vechten. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol.


Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij de Zilfia's Hoeve aan de Fort in 1970, toendertijd gelegen aan de Waijensedijk. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


In blauw gearceerd het water (gracht) rondom het te bouwen fort bij 't Hemeltje in 1877 ten oosten van het Utrechtseweg en ten zuiden van de Waijensedijk. Bron: Nationaal Archief. In blauw gearceerd het water (gracht) rondom het te bouwen fort bij 't Hemeltje in 1877 ten oosten van het Utrechtseweg en ten zuiden van de Waijensedijk. Bron: Nationaal Archief.


Luchtfoto gezien vanuit het zuidwesten met links de Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a met recht s een deel van het Nieuwe Hollandse Waterlinie fort bij 't Hemeltje. Gezien 2019. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.. Luchtfoto gezien vanuit het zuidwesten met links de Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a met recht s een deel van het Nieuwe Hollandse Waterlinie fort bij 't Hemeltje. Gezien 2019. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V..


Kaart met daarin ingetekend hoe Fort bij 't Hemeltje in 1877 aangelegd diende te worden. Bron: Nationaal Archief. Kaart met daarin ingetekend hoe Fort bij 't Hemeltje in 1877 aangelegd diende te worden. Bron: Nationaal Archief.


Luchtfoto gezien vanuit het zuidoosten met Manege en Hengstenhouderij Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a in 2019 met links de rijksweg A27. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V.. Luchtfoto gezien vanuit het zuidoosten met Manege en Hengstenhouderij Zilfia's Hoeve aan de Fortweg 13 en 13a in 2019 met links de rijksweg A27. Foto: Slagboom en Peeters Luchtfotografie B.V..


Kaart waarop ingetekend staat hoe de Verboden Kringen lopen ten noorden van Fort bij 't Hemeltje in 1880. Bron: Nationaal Archief. Kaart waarop ingetekend staat hoe de Verboden Kringen lopen ten noorden van Fort bij 't Hemeltje in 1880. Bron: Nationaal Archief.


   

Gemeente Houten

Boerderij De Grote Geer

Boerderij De Grote Geer, Snoeksloot 54, 56 en 58. Foto: Peter Koch. Boerderij De Grote Geer, Snoeksloot 54, 56 en 58. Foto: Peter Koch.



Boerderij De Grote Geer ooit gelegen aan de Binnenweg kwam in 1985 te liggen aan de Snoeksloot 62 en 64 nadat om de boerderij in die periode de wijk De Sloten werd gebouwd.

Anno 2020 is de boerderij gelegen aan de Snoeksloot 54, 56 en 58. 

Tot 1798 was de boerderij eigendom van Jan van Vianen. In dat jaar overlijd hij en laat een vrouw en dochtertje achter. Zijn vrouw Engeltje Smit krijgt enkele jaren later een relatie met Jan Nagel.


Cornelia van Bijleveld. Geboren donderdag 10 maart 1746 te Vleuten en overleden maandag 18 augustus 1823 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Zij werd 77 jaar oud. Zij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802). Zij was toen 17 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit. Cornelia van Bijleveld. Geboren donderdag 10 maart 1746 te Vleuten en overleden maandag 18 augustus 1823 te Utrecht. Portret uit ca. 1765. Zij werd 77 jaar oud. Zij huwde pop zondag 29 januari 1764 te Vleuten met Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802). Zij was toen 17 jaar oud. Uit dit huwelijk voortgekomen: Paulus Willem Bosch (van Drakestein) (1771-1834) en Cornelia Jacoba Bosch (1773-1839). Portret bevindt zich in particulier bezit.



Hij trouwt met haar waardoor hij De Grote Geer in eigendom verkrijgt. In de verpondingslijst uit 1806 (belasting) staat geschreven dat Jan Nagel in dat jaar een compagnon heeft een zekere J. de Munnik. De heer Nagel en De Munnik verkopen boerderij De Grote Geer op zaterdag 2 september 1815 ten overstaan van notaris Theodorus Koppen te Utrecht.


Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht). Origineel portret van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (1771-1834) in 1800-1810. Portret bevindt zich in particulier bezit in De Lage Vuursche (Prov. Utrecht).



Koper is Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein samen met zijn moeder Cornelia van Bijleveld die De Grote Geer voor f. 16.000-, gulden. De voltooiing van de koop vind plaats ten overstaan van Utrechtse notaris Theodorus Koppen op maandag 18 september 1815.


Handtekeningen van P.W. Bosch van Drakestein, moeder Cornelia van Bijleveld en de notaris Theodorus Koppen op zaterdag 2 september 1815 onder koopakte van boerderij De Grote Geer wat door Paul en Cornelia voor f. 16.000-, gulden wordt aangekocht. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U270a035 1814-1815 Notaris Theodorus Koppen, aktenummer: 794, blz 401 Handtekeningen van P.W. Bosch van Drakestein, moeder Cornelia van Bijleveld en de notaris Theodorus Koppen op zaterdag 2 september 1815 onder koopakte van boerderij De Grote Geer wat door Paul en Cornelia voor f. 16.000-, gulden wordt aangekocht. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U270a035 1814-1815 Notaris Theodorus Koppen, aktenummer: 794, blz 401



Paul Bosch geeft De Grote Geer met het bijbehorende land gelijk door aan zijn moeder Cornelia van Bijleveld. Zodat zij uit de pachtopbrengsten die zij later sluit met de landbouwer Abraham van Rossum in haar oude dag kan voorzien.


Kadastertekening naar dato van dinsdag 12 april 1927 van boerderij De Grote Geer (links) en omgeving. De oprijlaan van De Grote Geer vanaf het midden van de kaart lopend naar links (westen) is nog oorspronkelijk opgenomen in de wijk wegen van de buurt De Sloten en het Kooikerspark. Bron: Gemeente Houten, Kadaster NL. Kadastertekening naar dato van dinsdag 12 april 1927 van boerderij De Grote Geer (links) en omgeving. De oprijlaan van De Grote Geer vanaf het midden van de kaart lopend naar links (westen) is nog oorspronkelijk opgenomen in de wijk wegen van de buurt De Sloten en het Kooikerspark. Bron: Gemeente Houten, Kadaster NL.



Bron: Het Utrechts Archief 34-4 Notarissen in de stad Utrecht U270a035 1814-1815 Blz. 401 Aktenummer: 794 .


Fragment van een kaart waarop boerderij De Grote Geer staat ingetekend omstreeks 1650. Linksonder de Binnenweg/Rijsbruggerweg en het andere boerderijtje De Geer wat midden jaren tachtig van de twintigste eeuw is afgebroken. Rechtsboven polder De Geer. Bron: Het Utrechts Archief. Archief Hof van Utrecht 239-1 252-166-18. Fragment van een kaart waarop boerderij De Grote Geer staat ingetekend omstreeks 1650. Linksonder de Binnenweg/Rijsbruggerweg en het andere boerderijtje De Geer wat midden jaren tachtig van de twintigste eeuw is afgebroken. Rechtsboven polder De Geer. Bron: Het Utrechts Archief. Archief Hof van Utrecht 239-1 252-166-18.



De man van Cornelia is Theodorus Gerardus Bosch die in 1802 al overlijd had voor die tijd al wat gronden in eigendom in het Houtense 't Goy. Na het overlijden van Cornelia in 1823 erft haar zoon Paulus de boerderij weer terug.


Boerderij De Grote Geer linksboven ingetekend in het kadaster van Houten in 1982. De rode lijnen zijn de contouren van de nieuw aan te leggen oostelijke Rondweg in die tijd. De laan naar de boerderij is nog deels bestaand in de huidige infrastructuur alszijnde fietspad en rondwegtunnel aansluitend op de Binnenweg in het oosten. Boerderij De Grote Geer linksboven ingetekend in het kadaster van Houten in 1982. De rode lijnen zijn de contouren van de nieuw aan te leggen oostelijke Rondweg in die tijd. De laan naar de boerderij is nog deels bestaand in de huidige infrastructuur alszijnde fietspad en rondwegtunnel aansluitend op de Binnenweg in het oosten.



Na zijn overlijden op 17 april 1834 komt de boerderij in handen van zijn jongste zoon jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein. Tot 1927 zou de boerderij in het bezit blijven van familie Bosch van Drakestein. Via de nazaten van Van Nispen tot Pannerden en Helmich verkoopt deze laatste familie de boerderij in 1973 aan de familie Van Wijk die er al reeds tiental jaren erop pachten.


Portret van Herman van Sonsbeek (1796-1865), huwde op donderdag 20 september 1821 met Jkvr. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (1803-1838). Paulina liet door oudste broer Jhr. Willem Bosch van Drakestein het perceel wei- of bouwland wat tot 1835 bij boerderij De Grote Geer behoorde en gelegen in de gemeente Odijk. Foto: Wikimedia Commons. Portret van Herman van Sonsbeek (1796-1865), huwde op donderdag 20 september 1821 met Jkvr. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (1803-1838). Paulina liet door oudste broer Jhr. Willem Bosch van Drakestein het perceel wei- of bouwland wat tot 1835 bij boerderij De Grote Geer behoorde en gelegen in de gemeente Odijk. Foto: Wikimedia Commons.



In hetzelfde jaar laat de familie Van Wijk de boerderij bij openbare veiling veilen en koopt de gemeente Houten boerderij De Grote Geer met de bijbehorende landerijen.


Foto met rechts het toenmalige Sociaal Cultureel Centrum De Grote Geer in de periode 1995-2000. Links restaurant De Kleine Geer in het bakhuis. Anno 2021 is op het terrein een nieuwbouwwijkje gerealiseerd en is in het hoofdgebouw een gezinsvervangend tehuis gevestigd aan de Snoeksloot. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Foto met rechts het toenmalige Sociaal Cultureel Centrum De Grote Geer in de periode 1995-2000. Links restaurant De Kleine Geer in het bakhuis. Anno 2021 is op het terrein een nieuwbouwwijkje gerealiseerd en is in het hoofdgebouw een gezinsvervangend tehuis gevestigd aan de Snoeksloot. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Portret van Herman van Sonsbeek (1796-1865), huwde op donderdag 20 september 1821 met Jkvr. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (1803-1838). Paulina liet door oudste broer Jhr. Willem Bosch van Drakestein het perceel wei- of bouwland wat tot 1835 bij boerderij De Grote Geer behoorde en gelegen in de gemeente Odijk. Bron: RKD. Portret van Herman van Sonsbeek (1796-1865), huwde op donderdag 20 september 1821 met Jkvr. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (1803-1838). Paulina liet door oudste broer Jhr. Willem Bosch van Drakestein het perceel wei- of bouwland wat tot 1835 bij boerderij De Grote Geer behoorde en gelegen in de gemeente Odijk. Bron: RKD.


Boerderij De Grote Geer. Haardsteen gevonden achter het pleisterwerk in de zuidwand van de opkamer in 1985-1986. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Boerderij De Grote Geer. Haardsteen gevonden achter het pleisterwerk in de zuidwand van de opkamer in 1985-1986. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Zicht op boerderij De Geer, ooit gelegen aan de oostkant van de Binnenweg. Deze boerderij is niet te verwarren met De Grote Geer. Gelegen aan de Snoeksloot. Boerderij De Geer werd in 1983 gesloopt. Foto genomen in de periode 1970-1980. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Zicht op boerderij De Geer, ooit gelegen aan de oostkant van de Binnenweg. Deze boerderij is niet te verwarren met De Grote Geer. Gelegen aan de Snoeksloot. Boerderij De Geer werd in 1983 gesloopt. Foto genomen in de periode 1970-1980. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Handtekeningen van Cornelia van Bijleveld, wed. van T. G. Bosch en landbouwer Abraham van Rossum op boerderij De Grote Geer. Tezamen ondertekenend met de Utrechtse notaris Theodorus Koppen. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U270a035 1814-1815 Not. Theodorus Koppen, aktenummer: 801, blz 409. Handtekeningen van Cornelia van Bijleveld, wed. van T. G. Bosch en landbouwer Abraham van Rossum op boerderij De Grote Geer. Tezamen ondertekenend met de Utrechtse notaris Theodorus Koppen. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4 U270a035 1814-1815 Not. Theodorus Koppen, aktenummer: 801, blz 409.


Gezicht op een daghuurderswining waarvan uit de archieven bekend is dat er een gestaan heeft bij boerderij De Grote Geer in de achttiende eeuw. Deze daghuurderswoning staat in het Openluchtmuseum te Arnhem. Foto: Sander van Scherpenzeel, september 2023. Gezicht op een daghuurderswining waarvan uit de archieven bekend is dat er een gestaan heeft bij boerderij De Grote Geer in de achttiende eeuw. Deze daghuurderswoning staat in het Openluchtmuseum te Arnhem. Foto: Sander van Scherpenzeel, september 2023.


Zicht op de Rijsbruggerweg (Bunnik) met in de verte de Binnenweg (Houten). Met links boerderij Rijsbrugge. Rechts van de weg de grond die eens bij boerderij De Grote Geer behoorde en het bezit was van familie Bosch van Drakestein. Foto uit de periode 1940-1950. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Zicht op de Rijsbruggerweg (Bunnik) met in de verte de Binnenweg (Houten). Met links boerderij Rijsbrugge. Rechts van de weg de grond die eens bij boerderij De Grote Geer behoorde en het bezit was van familie Bosch van Drakestein. Foto uit de periode 1940-1950. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaan van de Houtense notaris Aaldrik Lambertus Buurma door Arnoldus Michaël Helmich, grondeigenaar wonende te Hengelo in Huize Meenik diverse stukken grond in de gemeente Bunnik verkocht die eerder bij het onroerend goed van boerderij De Grote Geer te Houten behoord. De heer Helmich was een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) uit Goor. Diverse percelen gingen onder de hamer. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063. Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaan van de Houtense notaris Aaldrik Lambertus Buurma door Arnoldus Michaël Helmich, grondeigenaar wonende te Hengelo in Huize Meenik diverse stukken grond in de gemeente Bunnik verkocht die eerder bij het onroerend goed van boerderij De Grote Geer te Houten behoord. De heer Helmich was een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) uit Goor. Diverse percelen gingen onder de hamer. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063.


Foto met links restaurant De Kleine Geer en rechts het toenmalige Sociaal Cultureel Centrum De Grote Geer in de periode 1995-2000. Anno 2021 is op het terrein een nieuwbouwwijkje gerealiseerd en is in het hoofdgebouw een gezinsvervangend tehuis gevestigd aan de Snoeksloot. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Foto met links restaurant De Kleine Geer en rechts het toenmalige Sociaal Cultureel Centrum De Grote Geer in de periode 1995-2000. Anno 2021 is op het terrein een nieuwbouwwijkje gerealiseerd en is in het hoofdgebouw een gezinsvervangend tehuis gevestigd aan de Snoeksloot. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaan van de Houtense notaris Aaldrik Lambertus Buurma door Arnoldus Michaël Helmich, grondeigenaar wonende te Hengelo in Huize Meenik diverse stukken grond in de gemeente Bunnik verkocht die eerder bij het onroerend goed van boerderij De Grote Geer te Houten behoord. De heer Helmich was een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) uit Goor. Diverse percelen gingen onder de hamer. Handtekening van A.M. Helmich, de heren Van Bentum, Van Rijn Th. van Scherpenzeel, de heer Van Rijnsoever en V. d. Maat. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063. Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaan van de Houtense notaris Aaldrik Lambertus Buurma door Arnoldus Michaël Helmich, grondeigenaar wonende te Hengelo in Huize Meenik diverse stukken grond in de gemeente Bunnik verkocht die eerder bij het onroerend goed van boerderij De Grote Geer te Houten behoord. De heer Helmich was een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) uit Goor. Diverse percelen gingen onder de hamer. Handtekening van A.M. Helmich, de heren Van Bentum, Van Rijn Th. van Scherpenzeel, de heer Van Rijnsoever en V. d. Maat. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063.


Zicht vanaf het terrein van boerderij De Grote Geer (Binnenweg/Snoeksloot) met op de voorgrond de Geersloot en op de achtergrond de Staatslijn H Utrecht - 's-Hertogenbosch en de twee kerktoren van Houten dorp in 1976. Uit het fotoalbum van Gerrit Brak. Foto: Regionaal Archief Zuid Utrecht (RAZU), 353. Zicht vanaf het terrein van boerderij De Grote Geer (Binnenweg/Snoeksloot) met op de voorgrond de Geersloot en op de achtergrond de Staatslijn H Utrecht - 's-Hertogenbosch en de twee kerktoren van Houten dorp in 1976. Uit het fotoalbum van Gerrit Brak. Foto: Regionaal Archief Zuid Utrecht (RAZU), 353.


Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaande van de Houtense notaris Buurma de landerijen van boerderij De Grote Geer, gelegen in Houten en Bunnik. Door de heer Helmich uit Hengelo, een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) verkocht. Bron: Delpher.nl. Op donderdag 9 april 1931 werd ten overstaande van de Houtense notaris Buurma de landerijen van boerderij De Grote Geer, gelegen in Houten en Bunnik. Door de heer Helmich uit Hengelo, een nazaat van jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (Heeckeren tak) verkocht. Bron: Delpher.nl.


Zicht op de Binnenweg richting het zuiden rond 1950 gezien. Met links boerderij De Geer, die niet te verwarren is met boerderij De Grote Geer. Boerderij De Geer lag aan de oostkant van de Binnenweg en is in 1983 afgebroken. De bovenleidingsportalen voor telefoon en elektra zijn nog zichtbaar. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Zicht op de Binnenweg richting het zuiden rond 1950 gezien. Met links boerderij De Geer, die niet te verwarren is met boerderij De Grote Geer. Boerderij De Geer lag aan de oostkant van de Binnenweg en is in 1983 afgebroken. De bovenleidingsportalen voor telefoon en elektra zijn nog zichtbaar. Foto: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Te Huur 'De kapitale HOFSTEDE ,,De GROOTE GEER'', verhuurd door dhr. Helmich, jhr. Bosch van Drakestein en jkvr. Van Nispen tot Pannerden uit Hengelo. Bron: Delpher, RAZU, 063. Te Huur 'De kapitale HOFSTEDE ,,De GROOTE GEER'', verhuurd door dhr. Helmich, jhr. Bosch van Drakestein en jkvr. Van Nispen tot Pannerden uit Hengelo. Bron: Delpher, RAZU, 063.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Voorkant van aankoopakte van boerderij De Grote Geer. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Voorkant van aankoopakte van boerderij De Grote Geer. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Rechtsboven in rechts gearceerd de 43 ha. aan grond die de gemeente Houten verwierf. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Rechtsboven in rechts gearceerd de 43 ha. aan grond die de gemeente Houten verwierf. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.


In 1983 bood een sloopbedrijf de gemeente Houten aan om de schuren op het terrein van boerderij De Grote Geer af te breken. Lijnen in rood gearceerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. In 1983 bood een sloopbedrijf de gemeente Houten aan om de schuren op het terrein van boerderij De Grote Geer af te breken. Lijnen in rood gearceerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Rechtsboven in rood gearceerd de 43 ha. aan grond die de gemeente Houten verwierf. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Rechtsboven in rood gearceerd de 43 ha. aan grond die de gemeente Houten verwierf. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.


Op woensdag 23 augustus 1973 vanuit het ambtsbericht van de afdeling Algemene Zaken werd positief geadviseerd over de verhuur van het jachtrecht op de 43 ha. van de landerijen van boerderij De Grote Geer aan jhr. L.I.C.G.M. Bosch van Drakestein (Van Nieuw-Amelisweerd) voor de duur van zes jaren tot 1979. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005. Op woensdag 23 augustus 1973 vanuit het ambtsbericht van de afdeling Algemene Zaken werd positief geadviseerd over de verhuur van het jachtrecht op de 43 ha. van de landerijen van boerderij De Grote Geer aan jhr. L.I.C.G.M. Bosch van Drakestein (Van Nieuw-Amelisweerd) voor de duur van zes jaren tot 1979. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 005.


Boerderij De Grote Geer aan de oprijlaan lopend vanaf de Binnenweg, anno 2020 aan de Snoeksloot nr. 52 en 54. Getekend door O.J. Wttewaall in 1981. Boerderij De Grote Geer aan de oprijlaan lopend vanaf de Binnenweg, anno 2020 aan de Snoeksloot nr. 52 en 54. Getekend door O.J. Wttewaall in 1981.


Brief met een verklaring van mevrouw Jet van Wijk-Veldhuizen van 14 augustus 1973, wonende aan de Odijkseweg 20b waarbij zij verklaard dat jhr. Louis J.C.G.M. Bosch van Drakestein van 1946 tot 1973 het terrein van boerderij De Grote Geer van ruim 43 hectare gebruikte voor de jacht. Bron: RAZU, 005. Brief met een verklaring van mevrouw Jet van Wijk-Veldhuizen van 14 augustus 1973, wonende aan de Odijkseweg 20b waarbij zij verklaard dat jhr. Louis J.C.G.M. Bosch van Drakestein van 1946 tot 1973 het terrein van boerderij De Grote Geer van ruim 43 hectare gebruikte voor de jacht. Bron: RAZU, 005.


Verkoop affiche met de aankondiging van verkoop - veiling van boerderij De Grote Geer op woensdag 3 mei 1972 in restaurant - hotel De Engel, Burg. Wallerweg ten overstaan van de Houtense notaris Van Otterloo. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54363, 127. Verkoop affiche met de aankondiging van verkoop - veiling van boerderij De Grote Geer op woensdag 3 mei 1972 in restaurant - hotel De Engel, Burg. Wallerweg ten overstaan van de Houtense notaris Van Otterloo. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54363, 127.


Verkoop affiche met de aankondiging van verkoop - veiling van boerderij De Grote Geer op woensdag 3 mei 1972 in restaurant - hotel De Engel, Burg. Wallerweg ten overstaan van de Houtense notaris Van Otterloo. Kadasterkaart van het betreffende vast- en onroerend goed wat verkocht zou gaan worden. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54363, 127. Verkoop affiche met de aankondiging van verkoop - veiling van boerderij De Grote Geer op woensdag 3 mei 1972 in restaurant - hotel De Engel, Burg. Wallerweg ten overstaan van de Houtense notaris Van Otterloo. Kadasterkaart van het betreffende vast- en onroerend goed wat verkocht zou gaan worden. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54363, 127.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Van 1979 tot 2012 waren de buurten De Sloten en De Velden een buurt van de wijk De Geer. Hierna zouden de Sloten en De Velden onderdeel worden van de wijk Houten Noordoost. Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Beschrijving het vast- en onroerend goed (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Beschrijving het vast- en onroerend goed (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86.


Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Beschrijving het vast- en onroerend goed (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86. Op woensdag 3 mei 1972 vond in hotel De Engel te Houten ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de complete verkoop plaats van boerderij De Grote Geer met landerijen doormiddel aangeboden van een plaatselijk veiling door de eigenaren van de boerderij Johannes van Wijk als gemachtigde van Joannes Gijsbertus van Wijk. Op de veiling kocht de gemeente Houten de boerderij aan de Binnenweg, later Snoeksloot aan voor f. 968.300-, gulden. Ruim 10 jaar later zou Groeikern Houten in de omgeving van de boerderij worden aangelegd. Beschrijving het vast- en onroerend goed (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8651 (2451), 1972 juni 7-1972 juni 12 2451 86.


Op maandag 17 april 1972 vond ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de verkoop plaats van de boerderij De Grote Geer, gelegen aan de Binnenweg 8, later aan de Snoeksloot. De heer Henricus Arnoldus Maria van Sonsbeeck, fruitteler, wonende te Duiven, gehuwd, met Henriëtte Engelbertha Anna Maria Helmich, wonende te Heino aan de Zwolseweg 50. Kopers waren de pachters die al geruime tijd op de Grote Geer zaten Johannes Gijsbertus van Wijk en Petrus Johannes van Wijk. De Grote Geer werd aan ze verkocht voor f. 485.000-, gulden met bijbehorende landerijen (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8632 (2432), 1972 april 17-1972 april 19 2432 81. Op maandag 17 april 1972 vond ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de verkoop plaats van de boerderij De Grote Geer, gelegen aan de Binnenweg 8, later aan de Snoeksloot. De heer Henricus Arnoldus Maria van Sonsbeeck, fruitteler, wonende te Duiven, gehuwd, met Henriëtte Engelbertha Anna Maria Helmich, wonende te Heino aan de Zwolseweg 50. Kopers waren de pachters die al geruime tijd op de Grote Geer zaten Johannes Gijsbertus van Wijk en Petrus Johannes van Wijk. De Grote Geer werd aan ze verkocht voor f. 485.000-, gulden met bijbehorende landerijen (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8632 (2432), 1972 april 17-1972 april 19 2432 81.


Op maandag 17 april 1972 vond ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de verkoop plaats van de boerderij De Grote Geer, gelegen aan de Binnenweg 8, later aan de Snoeksloot. De heer Henricus Arnoldus Maria van Sonsbeeck, fruitteler, wonende te Duiven, gehuwd, met Henriëtte Engelbertha Anna Maria Helmich, wonende te Heino aan de Zwolseweg 50. Kopers waren de pachters die al geruime tijd op de Grote Geer zaten Johannes Gijsbertus van Wijk en Petrus Johannes van Wijk. De Grote Geer werd aan ze verkocht voor f. 485.000-, gulden met bijbehorende landerijen (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8632 (2432), 1972 april 17-1972 april 19 2432 81. Op maandag 17 april 1972 vond ten overstaan van de Houtense notaris Hendrik Gerrit van Otterloo de verkoop plaats van de boerderij De Grote Geer, gelegen aan de Binnenweg 8, later aan de Snoeksloot. De heer Henricus Arnoldus Maria van Sonsbeeck, fruitteler, wonende te Duiven, gehuwd, met Henriëtte Engelbertha Anna Maria Helmich, wonende te Heino aan de Zwolseweg 50. Kopers waren de pachters die al geruime tijd op de Grote Geer zaten Johannes Gijsbertus van Wijk en Petrus Johannes van Wijk. De Grote Geer werd aan ze verkocht voor f. 485.000-, gulden met bijbehorende landerijen (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8632 (2432), 1972 april 17-1972 april 19 2432 81.


Op maandag 23 augustus 1965 vond ten overstaan van de Amersfoortse notaris Henri Frederik Keetell een overeenkomst plaats met de N.V. Nederlandse Gasunie, gevestigd te Groningen en de eigenaren van boerderij De Grote Geer voor de aanleg en aansluiting van een gasleiding naar de boerderij toe. Zakelijkrecht werd hierbij vastgelegd. Zakelijke rechten werden er ook afgesproken met diverse andere grondeigenaren in de omgeving zoals jhr. Carel Hendrik Joseph Ignatius Maria van Nispen tot Sevenaer, oud burgemeester van Mill, jkvr. Marguérite Joséphine Caroline Eusebie van Nispen tot Sevenaer, particulier wonende te Wassenaar en jhr. Lodewijk Ernest Egon Antonius Maria von Bönninghausen tot Herinckhave. (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8050 (1850), 1965 aug. 19-1965 aug. 26 1850 83 . Op maandag 23 augustus 1965 vond ten overstaan van de Amersfoortse notaris Henri Frederik Keetell een overeenkomst plaats met de N.V. Nederlandse Gasunie, gevestigd te Groningen en de eigenaren van boerderij De Grote Geer voor de aanleg en aansluiting van een gasleiding naar de boerderij toe. Zakelijkrecht werd hierbij vastgelegd. Zakelijke rechten werden er ook afgesproken met diverse andere grondeigenaren in de omgeving zoals jhr. Carel Hendrik Joseph Ignatius Maria van Nispen tot Sevenaer, oud burgemeester van Mill, jkvr. Marguérite Joséphine Caroline Eusebie van Nispen tot Sevenaer, particulier wonende te Wassenaar en jhr. Lodewijk Ernest Egon Antonius Maria von Bönninghausen tot Herinckhave. (1/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8050 (1850), 1965 aug. 19-1965 aug. 26 1850 83 .


Op maandag 23 augustus 1965 vond ten overstaan van de Amersfoortse notaris Henri Frederik Keetell een overeenkomst plaats met de N.V. Nederlandse Gasunie, gevestigd te Groningen en de eigenaren van boerderij De Grote Geer voor de aanleg en aansluiting van een gasleiding naar de boerderij toe. Zakelijkrecht werd hierbij vastgelegd. Zakelijke rechten werden er ook afgesproken met diverse andere grondeigenaren in de omgeving zoals jhr. Carel Hendrik Joseph Ignatius Maria van Nispen tot Sevenaer, oud burgemeester van Mill, jkvr. Marguérite Joséphine Caroline Eusebie van Nispen tot Sevenaer, particulier wonende te Wassenaar en jhr. Lodewijk Ernest Egon Antonius Maria von Bönninghausen tot Herinckhave. (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8050 (1850), 1965 aug. 19-1965 aug. 26 1850 83 . Op maandag 23 augustus 1965 vond ten overstaan van de Amersfoortse notaris Henri Frederik Keetell een overeenkomst plaats met de N.V. Nederlandse Gasunie, gevestigd te Groningen en de eigenaren van boerderij De Grote Geer voor de aanleg en aansluiting van een gasleiding naar de boerderij toe. Zakelijkrecht werd hierbij vastgelegd. Zakelijke rechten werden er ook afgesproken met diverse andere grondeigenaren in de omgeving zoals jhr. Carel Hendrik Joseph Ignatius Maria van Nispen tot Sevenaer, oud burgemeester van Mill, jkvr. Marguérite Joséphine Caroline Eusebie van Nispen tot Sevenaer, particulier wonende te Wassenaar en jhr. Lodewijk Ernest Egon Antonius Maria von Bönninghausen tot Herinckhave. (2/2). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 8050 (1850), 1965 aug. 19-1965 aug. 26 1850 83 .


Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Anrhem. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95, Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Anrhem. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95,


Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Arnhem. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95, Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Arnhem. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95,


Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Arnhem. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95, Bij het overlijden van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), zou bij haar boedelscheiding op maandag 17 februari 1930 de boerderij die in haar bezit was verder gaan onder het eigendom van haar echtgenote Arnoldus Michaël Helmich (1860-1946), na zijn overlijden in 1946 zou De Grote Geer overgaan op zijn dochter qua bezit Henriette Engelbertha Anna Maria Helmich (1894-1981). Boedelscheiding vond plaats ten overstaan van notaris Augustus Nië te Hunderen in het arrondissement van Arnhem. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7215 (715), 1930 febr. 7-1930 april 25 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 715 95,


Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (1/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74. Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (1/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74.


Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (2/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74. Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (2/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74.


Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (3/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74. Op vrijdag 22 april 1927 ten overstaan van de Haalremse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik van Doesburgh verscheen Arnoldus Michaël Helmich als lastehbber van zijn echtgenote jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden wonende te Hengelo. Om hierbij het verschil met mevrouw Van Nispen tot Pannerden en jkvr. Caroline Martine Josphine Bosch van Drakestein, de zus van jhr. Carel Baldewijn Henri Bosch van Drakestein die eerder boerderij De Grote Geer te Houten aan mevouw Van Nispen tot Pannderen en meneer Helmich had toebedeeld uit zijn erfenis. Gelijk te trekken als waarde waar de dames Bosch en Van Nispen het niet eens over waren. (3/3) Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7166 (666), 1927 april 8-1927 juni 21 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 666 74.


Portret van vermoedelijk van jkvr. Carolina Christina Gerttuida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Het Geldersarchief, 3027. Portret van vermoedelijk van jkvr. Carolina Christina Gerttuida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Het Geldersarchief, 3027.


Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71 Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71


Bidprentje van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Gelders Archief, 3027. Bidprentje van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1929), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Gelders Archief, 3027.


Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71 Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71


Bidprentje van Arnoldus Michael Helmich (1860-1946), weduwnaar van jkvr. Carolina van Nispen tot Pannerden. Bron: Het Gelders Archief, 3027. Bidprentje van Arnoldus Michael Helmich (1860-1946), weduwnaar van jkvr. Carolina van Nispen tot Pannerden. Bron: Het Gelders Archief, 3027.


Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71 Fragment uit de een akte van hypotheek4 overschrijving in 1926 ten overstaan van de Haarlemse notaris Hendricus Jacobus Laurentius Diderik von Doesburgh, verscheen voor hem notaris Reinier Chritiaa Alphonsus van Cranenburgh, wonende te Haarlem, als handelende van de uitvoerder van uiterste wilsbeschikking voor jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein van zijn broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein die boerderij De Grote Geer naliet aan zijn schoonzus jkvr. Caroline Christine Geertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden, echtgenoot van Arnoldus Michaël Helmich. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 7157 (657), 1926 sept. 21-1926 nov. 24 De Grote Geer A105 Bosch en Nispen 657 71


Bidprentje van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1946), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Het Gelders Archief, 3027. Bidprentje van jkvr. Carolina Christina Gertruida Wilhelmina van Nispen tot Pannerden (1871-1946), echtgenote van Arnold Michael Helmich. Bron: Het Gelders Archief, 3027.


Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30. Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30.


Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten (2). Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30. Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten (2). Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30.


Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten. Akte van volmacht jkvr. Caroline Martine Josephine Bosch van Drakestein, wonende te 's-Gravenhage aan haar broer jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein, van beroep wielrenner. Om de nalatenschap van overleden broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein, overleden te Boxmeer te regelen bij notaris Braber te Vierlingsbeek. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30. Fragment van de boedelscheidingsakte van jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein (1850-1926) ten overstaan van notaris Petrus Johannes Brabers te Vierlingsbeek op dinsdag 26 januari 1926 met het vast- en onroerend goed van boerderij De Grote Geer in Houten. Akte van volmacht jkvr. Caroline Martine Josephine Bosch van Drakestein, wonende te 's-Gravenhage aan haar broer jhr. Gerard Dagobert Henri Bosch van Drakestein, van beroep wielrenner. Om de nalatenschap van overleden broer jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein, overleden te Boxmeer te regelen bij notaris Braber te Vierlingsbeek. Bron: Brabants Historisch Informatie Centrum, 7130, 168, aktenummer: 30.


Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19 Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (1/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19


Portret van Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905). Heer van Pannerden, den Berenclauw en Rijswijk (gem. Duiven). Lid gemeenteraad en wethouder van Zevenaar, lid Provinciale Staten van Gelderland. [RNL]. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag. Portret van Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905). Heer van Pannerden, den Berenclauw en Rijswijk (gem. Duiven). Lid gemeenteraad en wethouder van Zevenaar, lid Provinciale Staten van Gelderland. [RNL]. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19 Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (2/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19


Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19 Fragment uit de boedelscheidingsakte in 1903 van jhr. Otto Carel Jan Christiaan Lodewijk Marie van Nispen tot Pannerden (1844-1905), echtgenoot van jkvr. Henriette Johanna Louise Cecilia Marie Bosch van Drakestein (1851-1871). Zij kreeg in 1863 van vader jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (1813-1862) boerderij De Grote Geer uit zijn erfenis. Boerderij De Grote Geer liet Otto Carel van Nispen tot Pannerden na aan zijn zwager jhr. Carel Baldewijn Joseph Bosch van Drakestein. (3/3). Bron: Het Utrechts Archief, 1294 6888 (388), 1903 dec. 17-1904 mrt. 18 De Grote Geer A105 A958 A959 Bosch en Nispen 388 19


Op maandag 21 mei 1917 vond ten overstaan van de Houtense notaris Immink de verkoop plaats van twee percelen behorend e bij boerderij De Grote Geer aan koopman Gerrit van der Schouw die de percelen van familie Bosch van Drakestein/Van Nispen tot Pannerden/Helmich aankocht. Begin beschrijving van akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063. Op maandag 21 mei 1917 vond ten overstaan van de Houtense notaris Immink de verkoop plaats van twee percelen behorend e bij boerderij De Grote Geer aan koopman Gerrit van der Schouw die de percelen van familie Bosch van Drakestein/Van Nispen tot Pannerden/Helmich aankocht. Begin beschrijving van akte. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063.


Op maandag 21 mei 1917 vond ten overstaan van de Houtense notaris Immink de verkoop plaats van twee percelen behorend e bij boerderij De Grote Geer aan koopman Gerrit van der Schouw die de percelen van familie Bosch van Drakestein/Van Nispen tot Pannerden/Helmich aankocht. Einde van akte met handtekeningen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063. Op maandag 21 mei 1917 vond ten overstaan van de Houtense notaris Immink de verkoop plaats van twee percelen behorend e bij boerderij De Grote Geer aan koopman Gerrit van der Schouw die de percelen van familie Bosch van Drakestein/Van Nispen tot Pannerden/Helmich aankocht. Einde van akte met handtekeningen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063.


          

Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50131. Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50131.


Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50132. Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50132.


Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50133. Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50133.


Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Links onderaan boerderij De Grote Geer. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50134. Luchtfoto van het gebied ten noordoosten van Houten, uit het zuiden, tijdens het bouwrijp maken van het terrein voor de toekomstige wijken Schonenburg en De Geer. Na 13 maart 1202 de buurt De Hagen, De Weiden, De Velden en De Sloten. Op de achtergrond de Polder Vechter- en Oudwulverbroek op 15 april 1981. Links onderaan boerderij De Grote Geer. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50134.


   

   Rechtszaak over erfdienstbaarheid percelen De Grote Geer en Rijsbrug in 1912

Familie's Bosch van Drakestein, Van Nispen tot Pannderden en Helmich 

Uit de Utrechtsche Provinciale- en Stadscourant

Origineel fragment artikel

ARROND.-RECHTBANK TE UTRECHT. Burgerlijke Kamer. Zitting van den 3 Januari 1912. Voorzitter, Jhr. Mr. J. W. M. Boech van Oud-Amelisweerd. Rechters, Mrs. c. j. h. Schepel en a. S. de Blécourt. Vit den inhoud der in dit geding overgelegde akte van 1780 blijkt, dat partijen bij die akte de bedoeling hadden een recht van erfdienstbaarheid van weg te vestigen.


Uitgeschreven tekst


ARROND.-RECHTBANK TE UTRECHT.
Burgerlijke Kamer.

Zitting van den 3 Januari 1912.

Voorzitter, Jhr. Mr. J. W. M. Boech van Oud-Amelisweerd.

Rechters, Mrs. c. j. h. Schepel en a. S. de Blécourt.

Vit den inhoud der in dit geding overgelegde akte van 1780 blijkt, dat partijen bij die akte de bedoeling hadden een recht van erfdienstbaarheid van weg te vestigen.

Door vermoedens is bewezen, dat de in de akte van 1786 omschreven overeenkomst, waarbij het recht van weg is gevestigd, is aangegaan tusschen de rechtsvoorgangers van beide partijen in dit geding, en dat de bij die akte als lieerschende en lijdende erven aangeduide pereeelen, deselfde zijn als die, welke eischers thans nog als zoodanig beschouwd wenshen te zien. Bij de samenstelling van dat bewijs is ook gebruik gemaakt van afschriften van notarieele akten, afgegeven, niet door een notaris, maar door den bewaarder van liet kadaster. In de provincie Utrecht moest, evenals in de aangrenzende


gewesten, . zeker reeds sinds het begin der 16e eeuio overdracht en hypothecatie van onroerend goed plaats hebben ten overstaan van het gerecht, waar het goed was gelegen. Het gerecht van het ambacht Houten en 't Gooi (in 't Overkwartier van Utrecht) bestond sinds 1530 uit schout en schepenen. De akte van 1786, waarbij het recht van we


Uitgeschreven tekst


gewesten, . zeker reeds sinds het begin der 16e eeuio overdracht en hypothecatie van onroerend goed plaats hebben ten overstaan van het gerecht, waar het goed was gelegen. Het gerecht van het ambacht Houten en 't Gooi (in 't Overkwartier van Utrecht) bestond sinds 1530 uit schout en schepenen. De akte van 1786, waarbij het recht van weg betreffende landen in Houten is gevestigd, is niet verleden voor sóhout en schepenen aldaar, maar opgemaakt en geteekend door den- secretaris van liet kapittel ten Dom, optredende namens dat kapittel eener- en Jan van Vianen anderzijds.

Zelfs al ware de ambachtsheerlijkheid van Houten en 't Gooi in 1786 bij het kapittel ten Dom geweest, dan nog kwam niet den ambachtsheer maar schout en schepenen ter plaatse de volontaire rechtsmacht, waaronder begrepen het verlijden van akten van transport en hypothecatie van vast goed, toe. Erfdienstbaarheden konden in 1786 in Utrecht en omliggende. gewesten rechtsgeldig gevestigd worden ook bij niet-gerechtelijke akte.

Er is geen voorschrift van wet of regel van gewoonterecht bekend, krachtens ivelke dergelijke vestiging slechts bij opdracht voor het gerecht zou kunnen geschieden, en dat terwijl er wel tal van voorschriften bekend zijn betreffende de noodzakelijkheid, om transport en hypothecatie van onroerend goed voor het gerecht te doen plaats hebben. Ook zonder aanwijsbare bepaling van keur, verordening, placcaat of gewoonterecht, mag worden aangenomen, dat de eigenaar van het dienstbaar erf volgens het recht, dat in 1786 in Houten gold, niet de feitelijkheden mocht doen, thans in art. 739 B. W. aangeduid.

Dit vloeit uit de natuur van het recht van erfdienstbaarheid voort; bovendien kan een beroep gedaan worden op het Romeinsch recht, dat als aanvullend recht gold. Heeft gedaagde dergelijke feitelijkheid gepleegd, dan kwam hij daardoor zijn verbintenis, om de uitoefening van het recht van erfdienstbaarheid over zijn pereeelen te dulden, niet na. (Op dit punt dus het hedendaagsch recht toepasselijk).


1°. Jhr. Mr. C. B. J. Bosch van Drakestein, zonder beroep, wonende te Boxmeer, 2°. Jonkvrouwe C. C. G. W. van Nispen tot Pannerden, zonder beroep, wonende te Hengelo, echtgenoote van en ten deze bijgestaan door A. M. Helmich, zonder beroep, wonende te Hengelo, met wien zij in gemeenschap van winst en verlies is gehuwd, eiscliers, procureur aanvankelijk Mr. A. P. J. M. VAN GILS, later Mr. A. A. PIT,


Uitgeschreven tekst


1°. Jhr. Mr. C. B. J. Bosch van Drakestein, zonder beroep,
wonende te Boxmeer,

2°. Jonkvrouwe C. C. G. W. van Nispen tot Pannerden, zonder beroep, wonende te Hengelo, echtgenoote van en ten deze bijgestaan door A. M. Helmich, zonder beroep, wonende te Hengelo, met wien zij in gemeenschap van winst en verlies is gehuwd, eiscliers, procureur aanvankelijk Mr. A. P. J. M. VAN GILS, later Mr. A. A. PIT, tegen
T. Legemaat, landbouwer, wonende te Houten, gedaagde, procureur Ml'. B. VAN IJIEB.

De Rechtbank;

In rechte:
Overwegende dat luit het hierboven ten aanzien der feiten overwogene volgt, dat de dagvaarding moet worden gelezen in verband imet den inhoud eener akte van 1786, die bij een sommatie, aan de dagvaarding voorafgegaan, is beteekend, en naar welke akte de dagvaarding dan ook verwijst;

O. dat eiscliers bij dagvaarding stellen eigenaars te zijn van de pereeelen, kadastraal bekend in de gemeente Houten, sectie A nos. 116 en 118;

O. dat deze pereeelen, blijkens bij conclusie van repliek in het geding gebracht uittreksel uit het kadastrale plan dier gemeente, van elkander gescheiden worden door het perceel A 117, dat zo!owel tusschen 116 en 118 loopt, -als in de richting NoordOost/Zuid-West voor deze beide pereeelen langs;

O. dat voorts de stelling der dagvaarding is, dat ten behoeve van eisohers als eigenaren van nos. 116 en 118 en ten laste van gedaagde, als eigenaar v-an de nos. 114, 115, 117 en 1024 (oud 119) een erfdienstbaarheid van weg 'bestaat en dat dit recht van erfdienstbaarheid ongestoord uitgeoefend is -tot ongèveer drie jaren voor den dag der dagvaarding toe, toen gedaagde een hek, -dat op de grens van zijn pereeelen en den openbaren weg stond en waardoor de gebruiker der heerscbende erven placht te rijden, niet alleen verplaatste, en reeds daardoor de uitoefening der erfdienstbaarheid 'bezwaarde, maar het vervolgens afsloot en bovendien de uitoefening geheel onmogelijk maakte door elders prikkeldraadafsluiting langs de lijdende erven aan -te brengen;


O. dat op grond van deze feitelijkheden bij dagvaarding wordt gevorderd : 1°. erkenning van het bestaan der erfdienstbaarheid; 2°. veroordeeling van gedaagde, om de feitelijkheden te staken, kosten, schaden en interessen te betalen en de kosten van het geding te dragen;


Uitgeschreven tekst


O. dat op grond van deze feitelijkheden bij dagvaarding wordt gevorderd : 

1°. erkenning van het bestaan der erfdienstbaarheid;

2°. veroordeeling van gedaagde, om de feitelijkheden te staken, kosten, schaden en interessen te betalen en de kosten van het geding te dragen;

O. dat bij de -pleidooien aan den procureur van eiscliers er akte van verleend is, dat hij zijn eisch wijzigt (vermindert) in dier Voege dat alleen de -pereeelen 117 en 1024 (oud 119) als dienende erven worden aangemerkt;

O. dat de procureur van gedaagde ten onrechte in -deze wijziging van eisch een ongeoorloofde wijziging in plaats van een vermindering ziet;

O. toch dat, waar eerst gesteld was, dat de pereeelen 117 en 1024 '(oud 119) benevens andere waren 'bezwaard met de erfdienstbaarheid, en later enkel 117 en 1024 als bezwaarde erven door eischers worden -aangemerkt, er een vermindering van heeft plaats gehad, waarbij het onderwerp van den eisch onveranderd is gebleven;

O. dat ook overigens geen gronden aanwezig zijn, om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren;

O. dat tiusschen partijen vaststaat, dat eischers zijn eigenaren van de kadastrale pereeelen, gemeente Houten, sectie A nos. 116 en 118 en dat gedaagde eigenaar is van de pereeelen, kadastraal bekend in dezelfde gemeente, sectie A nos. 117 en 1024 (oud 119) ;


O. dat toch bij de pleidooien partijen het er over eens zijn geworden, dat het nieuw nummer .1024 is oud 119; O. dat voor het eerste gedeelte der vordering (de erkenning van het bestaande reelit) noodig is te onderzoeken, of deze erfdienstbaarheid ten tijde der dagvaarding bestond op de wijze en in den -omvang, als door eischers, (hierbij rekening gehouden met hun vermindering van eisch) wordt beweerd;


Uitgeschreven tekst


O. dat toch bij de pleidooien partijen het er over eens zijn geworden, dat het nieuw nummer .1024 is oud 119;

O. dat voor het eerste gedeelte der vordering (de erkenning van het bestaande reelit) noodig is te onderzoeken, of deze erfdienstbaarheid ten tijde der dagvaarding bestond op de wijze en in den -omvang, als door eischers, (hierbij rekening gehouden met hun vermindering van eisch) wordt beweerd;

O. dat thans allereerst kennis moet worden -genomen van de reeds vermelde akte van 1786, waarbij naar de stelling van eischers het recht van -erfdienstbaarheid, waarover dit geding handelt, zou zijn gevestigd;

O. dat, aangenomen dat deze akte 'bewijskracht heeft in dit geding en dat er bij is gevestigd een zakelijk reeht van erfdienstbaarheid van weg en niet een persoonlijk -recht, dan nog voor tóewijzing der vordering van -eischers behoort vast te staan:

1°. dat de in de akte omschreven overeenkomst, waarbij die erfdienstbaarheid is gevestigd, is  aangegaan tusschen de rechtsvoorgan-gers van heide partijen in dit geding, en

2°. dat de bij die overeenkomst als lieerschende en lijdende erven aangeduide -pereeelen zijn dezelfde als die, welke eisohers, na hun vermindering van -eisch, thans nog als zoodanig wenschen beschouwd te zien ;


O. dat de inhoud der akte van 17S6 hierop neerkomt, da „different


Uitgeschreven tekst


O. dat de inhoud der akte van 17S6 hierop neerkomt, da„different" was ontstaan tusschen den „bruiker" van „1- mel' gen land, gelegen onder -den gerechte van Houten", en toebeiioorende aan het Kapittel ten Dom te Utrecht, ten 'behoeve van den „possesseur van 't lot no. 3 indertijd" en den ..bruikei van „zekere twee mergen land", mede aldaar gelegen, behoorend-e aan J. van Vianen; dat dit „different" liep over de vraag, of „de bruiker van den heer van Vianen altoos zoiudehebben gehad den vrijen overweg over de landen van het capitte naar de voornoemde twee mergen, zoo met wagen, ploegen, eggen en paarden, als te voet" ; dat nu partijen, het zwevend different willende assosieeren, waren overeengekomen, dat de „voornoemde twee mergen" van -den heer van Vianen „bij continuatie" zouden hebben en „blijven behouden eenen overweg over de landen van het eapittel", om die „zoo met wagen, paarden, ploegen en eggen te gebruiken", en dat, om dien overweg zoo min mogelijk nadeelig te doen zijn voor den bruiker van het kapittel, er in plaats van het spoor (sc. wagenspoor), dat tot dusver gebruikt was, zou komen een overweg van 8 voet breed, „regt opgaande van dezelve 2 morgen door het land van het capitule voornoemd" ; dat contractanten hun 'bruikers met deze schikking in kennis zouden stellen;

O. dat, daargelaten de vraag of naar het recht, dat in het ambacht Houten ten jare 1786 gold, bij dergelijke akte een erfdienstbaarheid kon worden gevestigd, waarover straks nader, zooveel zeker is, dat uit den inhoud der akte duidelijk blijkt, dat partijen 'bedoelden een recht van erfdienstbaarheid te vestigen; dat toch het kapittel ten Dom, als eigenaar van 12 morgen land, onder Houten gelegen, en J. van Vianen, als eigenaar van twee morgen land, mede aldaar gelegen, overeenkwamen, dat bet recht van weg niet alleen ten behoeve van hiun toenmalige huurders (bruikers) maar voor altijd (bij continuatie) zou worden gevestigd: ten bate van de twee morgen en ten laste van de twaalf imorgen lands;

O. -dat ,in de akte wordt vermeld, dat de twaalf morgen van het kapittel strekken ten behoeve van „den possesseur van het lot no. 3 indertijd" ;


O. dat, aangezien ten tijde van het aangaan dezer akte de opbrengst van de kapittelgoederen werd verdeeld onder de kapittelheeren, aan voormelde -mededeeling der akte geen andere be teekerais is te hechten dan deze, -dat de opbrengst van deze twaalf morgen te Houten viel in de portie, het aandeel, dat als derde lot werd aangeduid, en dus kwam ten bate van den kapittelheer, aan wien -dit aandeel of lot, no. 3, toebehoorde; O. dat niettemin het land, de 12 morgen, niet aan de elkaar opvolgende kapittelheeren, possesseurs van het derde lot (de possesseurs indertijd) maar aan de rechtspersoon, het kapittel, toebehoorde;


Uitgeschreven tekst


O. dat, aangezien ten tijde van het aangaan dezer akte de opbrengst van de kapittelgoederen werd verdeeld onder de kapittelheeren, aan voormelde -mededeeling der akte geen andere be teekerais is te hechten dan deze, -dat de opbrengst van deze twaalf morgen te Houten viel in de portie, het aandeel, dat als derde lot werd aangeduid, en dus kwam ten bate van den kapittelheer, aan wien -dit aandeel of lot, no. 3, toebehoorde;

O. dat niettemin het land, de 12 morgen, niet aan de elkaar opvolgende kapittelheeren, possesseurs van het derde lot (de possesseurs indertijd) maar aan de rechtspersoon, het kapittel, toebehoorde;

O. dat dit van belang is met liet oog op de vaststelling van de lijst van personen, die elkander in den -eigendom dier lande rijen zijn opgevolgd, en die hun recht van eigendom dus niet van een kapittelheer maar van het kapittel ten Dom afleiden;

O. dat blijkens proces-verhaal van verkoop van domeingoe deren, gehouden den 10 Sept. 1821 te Utrecht ten overstaan van den burgemeester dier gemeente door den ontvanger der domeinen te Amerongen twaalf morgen lands, in de gemeente Houten gelegen en afkomstig van het kapittel ten Dom, zij» gekocht door II. Kamperdijk ;

O. dat in het proces-verbaal van veiling nog wordt gemeld, dat de Rijsbruggenweg door dit land gaat;

O. dat bij akte van scheiding, den 3 Juni 1840 opgemaakt voor notaris van Ommen te Utrecht, de boedel van H. Kamperdijk is gescheiden, -en daarbij o. a. de hofsteden Rijsbrug en de Geer, -de eerste hofstede 'bestaande luit de kadastrale pereeelen, gemeente Houten, sectie A nos. 114 en 115; de tweede uit de kadastrale pereeelen, gemeente Houten, sectie A, nos. 112, 117, 119, 120, 121;

O. dat bij -die scheiding aan H. Kamperdijk is toebedeeld de hofstede de Rijsbrug -en aan mej. de weduwe Voorsteegh, geboren Den Hengst de hofstede de Geer;


O. dat ten overstaan van notaris Dwars te Utrecht op 7 Aug. 1847 W. Voorsteegh verkocht -de hofstede De Geer, nos. 112, 117, 119, 120, 121, waarbij koopster werd Mevr. Grothe, geboren Boten van Doelen; O. -dat ten overstaan van notaris Vosmaer te Utrecht voor noemde Mevr. Grothe op 31 Aug. 1850 deze hofstede de Geer, nos. 112, 117, 119, 120, 121, verkocht; O. dat in het overgelegd uittreksel der akte van veiling de naam van de koopster niet is vermeld;


Uitgeschreven tekst


O. dat ten overstaan van notaris Dwars te Utrecht op 7 Aug. 1847 W. Voorsteegh verkocht -de hofstede De Geer, nos. 112, 117, 119, 120, 121, waarbij koopster werd Mevr. Grothe, geboren Boten van Doelen;

O. -dat ten overstaan van notaris Vosmaer te Utrecht voor noemde Mevr. Grothe op 31 Aug. 1850 deze hofstede de Geer, nos. 112, 117, 119, 120, 121, verkocht;

O. dat in het overgelegd uittreksel der akte van veiling de naam van de koopster niet is vermeld;

O. -dat straks zal blijken, dat Mevr. van Boetzelaer—Both koopster is geweest;

O. dat den 23 Eebr. 1S56 ten overstaan van notaris van Schermbeek te Utrecht zijn verkocht eenige -pereeelen land, waaronder de hofstede Rijsbrug, kadastraal bekend gemeente Houten nos. 114 en 115 en eenige andere nummers;

O. dat in -deze akte van veiling wordt verwezen naar den vroegeren titel van aankomst (de voormelde akte van scheiding van 3 Juni 1840 en het proces-verbaal van verkoop van 10 Sept. 1821) ;

O. dat blijkens liet overgelegd uittreksel van evengemelde akte van den op 23 Eebr. 1856 gehouden verkoop C. J. W-baron van Boetzelaer van Dubbeldam* eigenaar werd van eenige pereeelen;

O. dat dit uittreksel onvolledig is, wijl er niet uit blijkt, of mu juist de pereeelen, waarop het aankomt, aan van Boetzelaer zijn verkocht;


O. dat echter zal blijken, dat het die pereeelen waren, die hem toen zijn verkocht; O. toch dat ten overstaan van notaris van Schermbeek te Utrecht op 28 Jan. 1873 is opgemaakt de akte van scheiding en deeling der huwelijksgemeenschap, bestaan hebbende tusschen E. C. P. Both Hendriksen en wijlen voornoemden van Boetzelaer en van de scheiding en deeling der nalatenschap van laatst-gemelden, terwijl hierbij aan eerstgenoemde is toebedeeld de hofstede Rijsbrug, kadastraal bekend gemeente Houten, sectie A, nos. 100, 101, 113, 114, 115 en andere nos.;


Uitgeschreven tekst


O. dat echter zal blijken, dat het die pereeelen waren, die hem toen zijn verkocht;

O. toch dat ten overstaan van notaris van Schermbeek te Utrecht op 28 Jan. 1873 is opgemaakt de akte van scheiding en deeling der huwelijksgemeenschap, bestaan hebbende tusschen E. C. P. Both Hendriksen en wijlen voornoemden van Boetzelaer en van de scheiding en deeling der nalatenschap van laatst-gemelden, terwijl hierbij aan eerstgenoemde is toebedeeld de hofstede Rijsbrug, kadastraal bekend gemeente Houten, sectie A, nos. 100, 101, 113, 114, 115 en andere nos.;

O. dat den 17 Jan. 1881 ten overstaan van voornoemde notaris van Schermbeek de nalatenschap van Mevr. van Boetzelaer—Both Hendriksen is gescheiden en daarbij zoowel de Geer (nos. 112, 117, 119, 120 en 121) als de Rijsbrug (nos. 100, 101 •113, 114 en 115 zijn toegescheiden aan jonkvrouw C. C. T. de Pesters;

O. nu dat in deze naar vroegere aankoimsttitels wordt verwezen en -o. a. wordt vermeld, -dat de erflaatster in Aug. 'bij de hierboven reeds vermelde akte koopster was geworden van de hofstede de 'Geer ;

O. dat jonkvrouw de Pesters, later gehuwd met baron van Hardenbroeck, op 26 Sept. 1906 ten overstaan van notaris Du'bois te Utrecht de -hofstede de Geer, kadastraal bekend een meente Houten, sectie A nos. 120, 121, 115, 119, 117, heeft verkocht aan T. I.egemaat, landbouwer te Houten, daagde in dit geding;


O. dat ten overstaan van den notaris Immink te Houten is opgemaakt op 1 Nov. 1907 de akte van scheiding en deeling der huwelijksgemeenschap tusschen gedaagde en wijlen zijne echt genoote en van de nalatenschap van deze echtgenoote; O. dat in het overgelegd uittreksel dezer akte niet is vermeld welke haten van den boedel aan T. Legemaat zijn toegescheiden, -maar dit van geen belang is, omdat tusschen partijen vast staat, dat de kadastrale perceelen waarop liet hier aankomt, te weten de nulmmers 117 en 119 in eigendom toebehooren aan gedaagde, terwijl luit de


Uitgeschreven tekst


O. dat ten overstaan van den notaris Immink te Houten is opgemaakt op 1 Nov. 1907 de akte van scheiding en deeling der huwelijksgemeenschap tusschen gedaagde en wijlen zijne echt genoote en van de nalatenschap van deze echtgenoote;

O. dat in het overgelegd uittreksel dezer akte niet is vermeld welke haten van den boedel aan T. Legemaat zijn toegescheiden, -maar dit van geen belang is, omdat tusschen partijen vast staat, dat de kadastrale perceelen waarop liet hier aankomt, te weten de nulmmers 117 en 119 in eigendom toebehooren aan gedaagde, terwijl luit de voorafgaande overwegingen voortvloeit, fat deze kadastrale perceelen beloeren tot de hofstede de Geer, die in 1821 als afkomstig van het kapittel ten Dom in veiling Zlin gebracht, terwijl in de akte van veiling van 1821 er bij wordt vermeld, dat de grootte dezer 'hofstede was 12 morgen;

O. dat straks zal beantwoord worden de vraag of deze nos. 117 en 119 zijn de perceelen of eenige van de perceelen, die in de akte van 1786 als lijdende erven zijn aangeduid, en of bij die akte van 1786 door de rechtsvoorgangers van beide partijen ai dit ge-ding de overeenkomst is aangegaan, waarvan die akte gewaagt;

O. toch dat eerst nog moet worden nagegaan de lijst van rechtsvoorgangers van eischers in dit geding;

O. dat ten overstaan van den ,,notaris 's Hoovs van Utrecht" Th. Koppen op 12 April 1798 hij scheiding van de nalatenschap van J. van Vianen, aan diens dochter S. E. van Vianen werd toebedeeld zekere liofstede, groot 56 morgen, waarvan ihet huis met 23 morgen onder „den geregte van Houten en 't Gooi" waren gelegen;

O. dat S. E. van Vianen den 26 Aug. en 2 Sept. 1815 ten overstaan van de notarissen Koppen en Rother voormelde hof stede verkocht aan mr. P. W. Bosch van Drakestein;

O. dat in die akte wordt gezegd, dat de kooper van bedoelde hofstede „wegens de twee morgen, waarvoor en ten wederzijden 'iet voormalig kapittel van den Dom imet hunne landen gelegen zijn, hebben eenen overweg met wagen, paarden, ploegen en eggen, ter breedte van acht voeten, regt opgaande van dezelve twee morgen door het land van hetzelve voormalig kapittel ten Dom, ingevolge het accoord tusschen den heer Mr. J. L. Kien, secretaris bij het gemelde kapittel en wijlen den heer J. van Vianen, den 16 Juni 1786 geteekend (waaronder staat) geregistreerd enz." ;


O. dat blijkens akte, verleden den 31 Oct. 1863 voor d'en notaris Wijnen te Goor, is gescheiden de nalatenschap van Jhr. G. W. Bosch van Drakestein, waarbij voormelde hofstede, onder de benaming Rijsbrug, werd toebedeeld aan Jbr. O. B. J. en aan Jonkvr. H. J. L. C. M. Bosch van Drakestein; O. dat onder de kadastrale nummers niet zijn opgenomen de Perceelen 116 en 118;


Uitgeschreven tekst


O. dat blijkens akte, verleden den 31 Oct. 1863 voor d'en notaris Wijnen te Goor, is gescheiden de nalatenschap van Jhr. G. W. Bosch van Drakestein, waarbij voormelde hofstede, onder de benaming Rijsbrug, werd toebedeeld aan Jbr. O. B. J. en aan Jonkvr. H. J. L. C. M. Bosch van Drakestein;

O. dat onder de kadastrale nummers niet zijn opgenomen de Perceelen 116 en 118;

O. dat bij onderhandsohe akte, geregistreerd enz., de erven G. W. Bosch van Drakestein den hypotheekbewaarder te Amersfoort hebben verzocht een verzuim in de voormelde akte van scheiding van 81 Oct. 1863 begaan, te herstellen, door die beide nummers, die bij de hofstede Rijsbrug behooren, te brengen van den naam van wijlen G. W. Bosch van Drakestein op voornoemde twee personen (C. B. J. en II. J. L. G. M. Bosch van Drakestein) ;

O. dat ten overstaan van notaris De Both te Zevenaar den 2 Sept. 1871 van de nalatenschap van voornoemde Jonkvr. 11- Bosch van Drakestein, gehuwd geweest met Jhr. O. van Nispen, een boedelbeschrijving is opgemaakt, waarin o. a. de onverdeelde helft in het erf Rijsbrug te Houten wordt vermeld, terwijl andermaal vergeten zijn de nos. 116 en 118, waarschijn lijk omdat de voormelde onderhandsebe akte van herstel van Verzuim niet is geraadpleegd ;

O. dat bij onderhandsehe akte, geregistreerd enz., Jhr. O. van Nispen te Zevenaar verklaart, dat hij met zijn eerste echtgenoote, wijlen Jonkvr. H. Bosch van Drakestein voornoemd, was gehuwd in gemeenschap van winst en verlies; dat uit hun huwelijk een kind is geboren, n.1. Jonkvr. C. C. G. W. van Nispen tot Pannerden, dat hij en zijn echtgenoote elkaar vruchtgebruik van de helft der nalatenschap maakten tot hertrouwen toe; dat hij thans hertrouwd is e:n de nalatenschap van zijn eerste echtgenoote dus toebehoort aan zijn voornoemde dochter, gehuwd met A. M. Helmich, wonende op het Menink bij Hengelo (G.) ; dat Ook de vaste goederen van wijlen zijn echtgenoote ten name van zijn dochter moeten worden gesteld, waaronder de onverdeelde helft in een boerenplaats c. a. te Houten :en in andere gemeenten gelegen, en kadastraal bekend, voor zoover
de gemeente Houten betreft, in sectie A, onder de nos. 75, 80, enz. enz., 116, 118, enz. enz.;


O. dat door de voorafgaande akten, in onderling verband be schouwd, bewezen is, dat deze eischers, die zooals in dit geding vaststaat tusschen partijen, eigenaren zijn van de meergemelde Perceelen 116 en 118, deze perceelen door Tererving hebben verkregen van bovengenoemden P. Bosch van Drakestein, al ontbreekt een schakel, aangezien immers de vererving van dezen P. op G. W. Bosch van Drakestein niet blijkt;


Uitgeschreven tekst


O. dat door de voorafgaande akten, in onderling verband beschouwd, bewezen is, dat deze eischers, die zooals in dit geding vaststaat tusschen partijen, eigenaren zijn van de meergemelde Perceelen 116 en 118, deze perceelen door Tererving hebben verkregen van bovengenoemden P. Bosch van Drakestein, al ontbreekt een schakel, aangezien immers de vererving van dezen P. op G. W. Bosch van Drakestein niet blijkt;

O. dat dit geen bezwaar oplevert, waar het goed toch in de tamilie Bosch van Drakestein is gebleven, en erkend is, dat thans nog de eischers er eigenaren van zijn ;

O. dat om deze zelfde redenen ook geen bezwaar is in te brengen tegen de onderhandsohe akte, waarbij een verzuim is hersteld en de bewaarder gemachtigd de overschrijving op het kadaster overeenkomstig die verbetering te bewerken;

O. dat van meer gewicht is, dat deze perceelen 116 en 118, d'e erkend worden voor het eigendom der eischers, door hun 'fechtsvoorganger P. Bosch van Drakestein hij notarieele akte Van 1815 zijn aangekocht van de dochter van J. van Vianen en dat in die akte wordt verwezen naar die van 1786, waarbij van Vianen de overeenkomst betreffende de erfdienstbaar heid aanging ten bate van zich zelf, als eigenaar der landerijen, in de akte omschreven;


O dat dus bewezen is, dat tot de gronden van eischers, onder Houten gelegen, behooren de twee morgen, ten behoeve waarvan in 1786 het recht van weg is gevestigd op een wijze, * eiker rechtsgeldigheid nog behoort te worden onderzocht; O. dat wijders vaststaat, dat de landerijen van gedaagde, en n het bijzonder de nos. 117 en 1024 (oud 119) zijn afkomstig aan het kapittel ten Dom; dat ze in 1821 behoorden tot een complex van 12 morgen; dat in 1786 het recht van overweg is gevestigd ten laste van 12 morgen land, toebehoorende aan het kapittel (daargelaten voor het oogenblik of dit op rechtsgeldige wijze. 's geschied) ; dat


Uitgeschreven tekst


O dat dus bewezen is, dat tot de gronden van eischers, onder Houten gelegen, behooren de twee morgen, ten behoeve waarvan in 1786 het recht van weg is gevestigd op een wijze, * eiker rechtsgeldigheid nog behoort te worden onderzocht;

O. dat wijders vaststaat, dat de landerijen van gedaagde, en n het bijzonder de nos. 117 en 1024 (oud 119) zijn afkomstig aan het kapittel ten Dom; dat ze in 1821 behoorden tot een complex van 12 morgen; dat in 1786 het recht van overweg is gevestigd ten laste van 12 morgen land, toebehoorende aan het kapittel (daargelaten voor het oogenblik of dit op rechtsgeldige wijze. 's geschied) ; dat bovendien door het meergemeld uittrekksel kadastrale plan der gemeente Houten vaststaat, dat Perceelen van eischers, waarvoor erkenning van het recht van overweg wordt gevraagd, in de nabuurschap van de percelen 117 en 1024 (oud 119) zijn gelegen en wel op zulk een wijze dat indien er recht van overweg zal bestaan ten bate p 'eerstgemelde perceelen, dit wel moet zijn over laatstgemelde percelen dat eindelijk vaststaat, dat de bedoelde perceelen eisscher met andere te zamen als een hofstede bij de akte voor 1815 zijn verkocht en dat in deze akte ten bate van twee morgen het recht van overweg der akte van 1786 ngeroepen, terwijl de perceelen 116 en 118 bovendien blij


kens overgelegd uittreksel van den kadastralen legger der gemeente Houten, groot zijn respectievelijk 36 aren en 70 centiaren en 1 Hectare, 7 aren en 60 centiaren, d. i. tezamen ongeveer twee morgen ; O. dat dus naar eisch van rechte genoegzaam, bewezen is: 1°. dat de in de akte van 1786 omschreven overeenkomst, waarbij het recht van weg is gevestigd, is aangegaan tusschen de rechtsvoorgangers van beide partijen in dit geding; 2°. dat de bij die overeenkomst als heerschende en lijdende erven aangeduide perceelen zijn dezelfde als die, welke eischers, na hun vermindering van eisch, thans nog als zoodanig beschouwd wensehen te zien ;


Uitgeschreven tekst


kens overgelegd uittreksel van den kadastralen legger der gemeente Houten, groot zijn respectievelijk 36 aren en 70 centiaren en 1 Hectare, 7 aren en 60 centiaren, d. i. tezamen ongeveer twee morgen ;

O. dat dus naar eisch van rechte genoegzaam, bewezen is:

1°. dat de in de akte van 1786 omschreven overeenkomst, waarbij het recht van weg is gevestigd, is aangegaan tusschen de rechtsvoorgangers van beide partijen in dit geding;

2°. dat de bij die overeenkomst als heerschende en lijdende erven aangeduide perceelen zijn dezelfde als die, welke eischers, na hun vermindering van eisch, thans nog als zoodanig beschouwd wensehen te zien ;

O. dat bij de samenstelling van dit bewijs gebruik is gemaakt van afschriften en uittreksels van notarieele akten, afgegeven niet door een notaris, maar door den bewaarder van het kadaster, te wiens kantore die akten in afschrift of ïuittreksel waren overgeschreven;

O. dat de procureur van gedaagde bezwaren tegen de bewijskracht dezer akten, in den vorm waarin ze zijn overgelegd, te berde heeft gebracht, bewerende dat in onze wetgeving het positieve stelsel van bewijs van het kadaster niet is gehuldigd;

O. dat hoe juist deze bewering ook is, ze hier niet van pas komt, omdat die akten niet zijn overgelegd om, in den geest van het positieve stelsel, door die overschrijving alleen den
eigendom der 'betrokken perceelen te bewijzen ;

O. dat de afschriften van den 'bewaarder gevraagd zijn, voornamelijk om den inhoud der akten, en niet zoozeer om de overschrijving ; voorts om door dien inhoud in verband met de overschrijving, vast te stellen wie de rechtsvoorgangers waren van partijen, terwijl partijen het er over eens zijn, dat zij zelf zijn eigenaren van de perceelen, waarover dit geding loopt, de eigendom dus niet meer behoefde bewezen te worden en eischers dit mag veilig worden aangenomen — niet van zins zijn
geweest om dit overtollig bewijs te leveren door een ondeugdelijk middel;


O. dat ongetwijfeld, afgescheiden van de vraag, welke bewijskracht aan die afschriften is toe te kennen, de bewaarder bevoegd is afschriften af te geven van de notarieele en andere akten, voor zoover ze te zijnen kantore zijn overgeschreven; O. dat ingevolge art. 1927 B. W. de overschrijving eener akte alleenlijk tot begin van bewijs door geschrifte kan verstrekken; O. dat waar de bedoelde in dit geding zijnde afschriften dus een begin van bewijs door geschrifte opleveren, ze zoowel in verband met de erkentenis van gedaagde, dat eischers zijn eigenaren van de perceelen 116 en 118 en; dat hij eigenaar is van 117 en 1024 (oud 119) als in verband met de andere akten het volledig bewijs opleveren van hetgeen zooeven als bewezen is aangemerkt;


Uitgeschreven tekst


O. dat ongetwijfeld, afgescheiden van de vraag, welke bewijskracht aan die afschriften is toe te kennen, de bewaarder bevoegd is afschriften af te geven van de notarieele en andere
akten, voor zoover ze te zijnen kantore zijn overgeschreven;

O. dat ingevolge art. 1927 B. W. de overschrijving eener akte alleenlijk tot begin van bewijs door geschrifte kan verstrekken;

O. dat waar de bedoelde in dit geding zijnde afschriften dus een begin van bewijs door geschrifte opleveren, ze zoowel in verband met de erkentenis van gedaagde, dat eischers zijn
eigenaren van de perceelen 116 en 118 en; dat hij eigenaar is van 117 en 1024 (oud 119) als in verband met de andere akten het volledig bewijs opleveren van hetgeen zooeven als bewezen
is aangemerkt;

O. dat ook de akte van 17S6 daarbij als 'bewijsmiddel heeft gediend, doch enkel voor hetgeen tot dusver bewezen is verklaard, niet voor het bestaan der erfdienstbaarheid ;

O. dat deze akte afkomstig is van het kapittel ten Dom, dus van den rechtsvoorganger van gedaagde in dit geding, d. w. /. afkomstig van hem, die bij die akte heeft erkend, dat het recht van overweg werd gevestigd;

O. dat er geen bezwaar kan worden ingebracht tegen de bewijskracht van deze akte, nu tusschen partijen vaststaat, dat ze afkomstig is van den rechtsvoorganger van de partij zelf, tegenover en ten nadeele van wie men zich op den, inhoud ervan beroept, die immers in die akte heeft erkend, dat het recht te zijnen laste is gevestigd, terwijl ten overvloede de juistheid van het door dien rechtsvoorganger (het kapittel) gemaakt afschrift nog iwordt bevestigd door de hierboven vermelde notarieele akte eener op 26 Aug. en 2 Sept. 1815 gehouden veilingvan de gronden, ten bate waarvan het recht van erfdienstbaarheid wordt ingeroepen, en waarin, onder verwijzing naar de akte van 1786, wordt gesproken over het recht van weg in dezelfde bewoordingen als in het voormeld afschrift, door het kapittel vervaardigd;


O. dat thans moet worden onderzocht of de rechtsvoorgangers van partijen bij die akte van 1786 op rechtsgeldige wijze een recht van erfdienstbaarheid hebben gevestigd, terwijl indien dit onderzoek ten gunste van eischers uitvalt, nog te beslissen is of het recht bestond ten dage der dagvaarding in den omvang als gesteld is en of gedaagde dit recht schond en deswege overeenkomstig den eisch behoort veroordeeld te worden; O. dat bij dagvaarding niet de erkenning wordt gevorderd van een persoonlijk recht, om over gronden van gedaagde te gaan, maar van de erfdienstbaarheid van weg, van een zakelijk recht;


Uitgeschreven tekst


O. dat thans moet worden onderzocht of de rechtsvoorgangers van partijen bij die akte van 1786 op rechtsgeldige wijze een recht van erfdienstbaarheid hebben gevestigd, terwijl indien dit
onderzoek ten gunste van eischers uitvalt, nog te beslissen is of het recht bestond ten dage der dagvaarding in den omvang als gesteld is en of gedaagde dit recht schond en deswege overeenkomstig den eisch behoort veroordeeld te worden;

O. dat bij dagvaarding niet de erkenning wordt gevorderd van een persoonlijk recht, om over gronden van gedaagde te gaan, maar van de erfdienstbaarheid van weg, van een zakelijk
recht;

O. dat de landen, waarop dit geding betrekking heeft, gelegen zijn in de provincie Utrecht, waar evenzeer als in de aangrenzende gewesten zeker reeds sinds het midden der 16e eeuw
overdracht en hypothecatie van onroerend goed moest plaats hebben ten overstaan van het gerecht, waar het goed was gelegen; (Vgl. Wessels Boer, Bijdrage tot de kennis van de ontwikkeling der eigendomsoverdracht in Nederland, blz. 147/324) ;

O. dat Houten en 't Gooi was een ambachtsheerlijkheid in het 'Overkwartier van Utrecht en in dit ambacht sinds 1530 het gerecht 'bestond uit schout en schepenen (vgl. van de Water,
Groot Placcaatboek van Utrecht, II, blz. 1187/1188 en Teg! Staat van Utrecht II, blz. 390) ;

O. dat de akte van 1786, waarhij tiusschen der partijen rechtsvoorgangers het recht van weg, waarover dit geding handelt, werd gevestigd, niet is verleden voor schout en schepenen,
imaar is opgemaakt en geteekend door den secretaris van het
kapittel, nam


O. dat al was de secretaris van het kapittel een openbaar ambtenaar en deze akte een authentieke akte, ze niet is opgemaakt door het gerecht, zelfs niet wanneer in 1786 het kapittel ten Dom de ambachtsheerlijkheid Houten mocht gehad hebben, omdat aan schout en schepenen en niet aan den ambachtsheer toekwam de uitoefening der voluntaire rechtsmacht, waaronder was begrepen het verlijden van akten van transport en hypothecaire van vast goed (vgl. de opgegeven bladzijden van Wessels Boer, a. w., en in liet bijzonder de placcaten opgenomen in Van de Water's aangehaald Placcaatboek, I, blz. 478/479 en blz. 433, art. 41 en II, blz. 1185) ; O. dat die voorschriften betreffende transport en hypothecatie zijn gegeven, om de rechtszekerheid te bevorderen;


Uitgeschreven tekst


O. dat al was de secretaris van het kapittel een openbaar ambtenaar en deze akte een authentieke akte, ze niet is opgemaakt door het gerecht, zelfs niet wanneer in 1786 het kapittel ten Dom de ambachtsheerlijkheid Houten mocht gehad hebben, omdat aan schout en schepenen en niet aan den ambachtsheer toekwam de uitoefening der voluntaire rechtsmacht, waaronder was begrepen het verlijden van akten van transport en hypothecaire van vast goed (vgl. de opgegeven bladzijden van Wessels Boer, a. w., en in liet bijzonder de placcaten opgenomen in Van de Water's aangehaald Placcaatboek, I, blz. 478/479 en blz. 433, art. 41 en II, blz. 1185) ;

O. dat die voorschriften betreffende transport en hypothecatie zijn gegeven, om de rechtszekerheid te bevorderen;

O. dat om dezelfde reden ook de vestiging van erfdienstbaarheden bij akte voor het gerecht nut kon hebben;

O. echter dat het wel van belang is te weten of die wijze van vestiging noodig niet of ze nuttig was;

O. dat de rechtbank geen enkele bepaling van keur, verordening of placcaat heeft aangetroffen, krachtens welke de vestiging van erfdienstbaarheden, hetzij in de provincie Utrecht zelf
hetzij in de omgelegen gewesten, niet anders imocht plaats hebben dan bij akte, ten overstaan van het gerecht opgemaakt;

O. dat ook bij het ontbreken van voorschriften, van den wetgever uitgegaan, een akte, door het gerecht opgemaakt, voor de rechtsgeldigheid der vestiging eener erfdienstbaarheid noodig
zon kunnen zijn krachtens gewoonterecht;


O. dat niet is gebleken, dat in het Overkwartier van Utrecht en zelfs niet dat in het gewest Utrecht of in de omgelegen gewesten de gewoonte dergelijken bindenden regel heeft doen ontstaan ; O. dat prof. Fockema Andreae in zijn Oud-Nederl. Burg. Recht (I, blz. 270) betoogt, dat aangezien erfdienstbaarheden waren onlichamelijke onroerende goederen, de vestiging er van moest plaats hebben zooals de overdracht van onroerend goed in het algemeen, n.1. door opdracht voor het gerecht;


Uitgeschreven tekst


O. dat niet is gebleken, dat in het Overkwartier van Utrecht en zelfs niet dat in het gewest Utrecht of in de omgelegen gewesten de gewoonte dergelijken bindenden regel heeft doen ontstaan ;

O. dat prof. Fockema Andreae in zijn Oud-Nederl. Burg. Recht (I, blz. 270) betoogt, dat aangezien erfdienstbaarheden waren onlichamelijke onroerende goederen, de vestiging er van moest plaats hebben zooals de overdracht van onroerend goed in het algemeen, n.1. door opdracht voor het gerecht;

O. dat deze schrijver zich in dit verband beroept op een beslissing van 1627 van liet Hof van 'Holland, vermeld bij Groenenwegen op de Groot; Inleidinge II, 36, 2, en bü welke beslissing zou zijn uitgemaakt, dat de vestiging op die wijze behoorde te geschieden;
O. dat volgens de mededeelingen van Van Leeuwen (Roomsch-Holl. Recht, II, 20, 2) en van Groenewegen t. a. p. liet Hof enkel heeft beslist, dat een vestiging, anders dan bij akte voor liet gerecht, niet ten nadeele van derden (sohuldeischers) kon strekken;

O. dat dus niet is beslist, dat dergelijke vestiging volstrekt nietig zoiu zijn ;

O. dat de omstandigheid dat de erfdienstbaarheid op onroerend goed drukt, wel leidt tot het besluit, dat het zeer nuttigware zoo de vestiging slechts door opdracht voor het gerecht kon geschieden, niet daartoe dat dergelijke wijze van vestiging door wet of gewoonte was geboden, terwijl in dit verband zeer opmerkelijk is, dat hoe talrijk de bepalingen ook zijn, waarbij gerechtelijke opdracht van eigendom, of gerechtelijke hypothecatie van onroerend goed, veelal op straffe van nietigheid, was voorgeschreven, en hoe verschillend de formuleeringen ook mogen zijn dier bepalingen, er geen wordt aangetroffen die zoodanige opdracht ook voor de vestiging van erfdienstbaarheden noodig acht, en die formuleeringen niet toelaten, om vestiging van erfdienstbaarheden er onder te begrijpen;

O. dat de bepalingen van oude keuren, verordeningen en placcaten veelal niet anders zijn dan een belichaming van oude goede gewoonten of wel een verbod inhouden van het volgen van kwade gewoonten;

O. dat menigmaal bij keur, verordening en. placcaat de goede gewoonte, om transporten en hypotheken voor het gerecht te verlijden als een gebod is gehandhaafd, en ook herhaaldelijk de
kwade gewoonte, om ze niet voor het gerecht op te maken, is verboden;


O. dat het zeer opmerkelijk zou zijn, dat trots liet ontbreken van dergelijke keuren, verordeningen en placcaten ten opzichte van liet vestigen van erfdienstbaarheden, ook hiervoor hetzelfde recht zou gelden, enkel krachtens gewoonte, in die mate opmerkelijk, dat het onaannemelijk is ; Ö. dat dus, zoolang van dergelijk voorschrift ten opzichte van liet vestigen van erfdienstbaarheden niet blijkt, moet worden aangenomen, dat ze konden gevestigd worden ook bij nietgerechtelijke akte;


Uitgeschreven tekst


O. dat het zeer opmerkelijk zou zijn, dat trots liet ontbreken van dergelijke keuren, verordeningen en placcaten ten opzichte van liet vestigen van erfdienstbaarheden, ook hiervoor hetzelfde
recht zou gelden, enkel krachtens gewoonte, in die mate opmerkelijk, dat het onaannemelijk is ;

Ö. dat dus, zoolang van dergelijk voorschrift ten opzichte van liet vestigen van erfdienstbaarheden niet blijkt, moet worden aangenomen, dat ze konden gevestigd worden ook bij nietgerechtelijke akte;

O. dat uit het voorafgaande voortvloeit, dat ten jare 1786 door de rechtsvoorgangers van partijen in dit geding op rechtsgeldige wijze een recht van erfdienstbaarheid van weg is gevestigd ten bate van de perceelen 116 en 118 en ten laste van 117 en 1024 (oud 119) ; en dat van dat recht kon worden gebruik gemaakt, zooals ter dagvaarding is gesteld, met wagens, paarden, ploegen, eggen, en de weg een breedte had van 21 Meter, rechtopgaande, zoowel tusschen perceelen 116 en 118
als van uit perceel 118 over 117 en 1024 (oud 119) tot aan den openbaren weg (Rijsbruggenweg) ;

O. dat uit de eigen stellingen van gedaagde, in zijn conclusie van antwoord voorkomende eenigszins zou zijn af te leiden, dat eischers dit recht van erfdienstbaarheid door hun pachter hebben doen uitoefenen en trouwens door gedaagde niet beweerd is, dat het recht door verjaring -zou zijn te niet gegaan, maar niettemin de eischers behooren te bewijzen, dat zij het recht hebben
uitgeoefend in den .omvang als ter dagvaarding gesteld;

O. dat gedaagde in diezelfde conclusie er over klaagt, dat die pachter op willekeurige wijze zijn (gedaagde's) land doorkruiste ;


O. dat gedaagde op dien grond hetzij een vordering tegen dezen pachter in een ander geding, hetzij misschien tegen de eischers in dit geding een reconventioneele vordering had kunnen instellen ter zake, dat de erfdienstbaarheid zou zijn uitgeoefend op :te bezwarende en ongeoorloofde wijze; O. dat ook naar het recht, dat in Houten gold ten dage van de vestiging dezer erfdienstbaarheid, de eigenaar van het dienstbaar erf niets mocht verrichten hetgeen strekken kon, om het gebruik der erfdienstbaarheid te verminderen of ongemakkelijker te maken, en hij ook niet de gesteldheid der plaats mocht veranderen of de uitoefening der erfdienstbaarheid verleggen naar een plaats, verschillende van die, waarop de erfdienstbaarheid oorspronkelijk gevestigd is;


Uitgeschreven tekst


O. dat gedaagde op dien grond hetzij een vordering tegen dezen pachter in een ander geding, hetzij misschien tegen de eischers in dit geding een reconventioneele vordering had kunnen instellen ter zake, dat de erfdienstbaarheid zou zijn uitgeoefend op :te bezwarende en ongeoorloofde wijze;

O. dat ook naar het recht, dat in Houten gold ten dage van de vestiging dezer erfdienstbaarheid, de eigenaar van het dienstbaar erf niets mocht verrichten hetgeen strekken kon, om het
gebruik der erfdienstbaarheid te verminderen of ongemakkelijker te maken, en hij ook niet de gesteldheid der plaats mocht veranderen of de uitoefening der erfdienstbaarheid verleggen
naar een plaats, verschillende van die, waarop de erfdienstbaarheid oorspronkelijk gevestigd is;

O. dat dit zoodanig luit de natuur van het recht van erfdienstbaarheid voortvloeit, dat, ook zonder aanwijsbare bepaling van keur, verordening, placcaat of gewoonterecht, imag worden aangenomen, dat de eigenaar van het dienstbaar erf dergelijke feitelijkheden niet mocht doen, terwijl bovendien, aangezien het Romeinsch recht als aanvullend recht gold. een hemen Van worden gedaan op 1. 4 § 5 D. Si. serv. vind. VIII. 5 en op 1. 9 eod.;

O. dat indien gedaagde de uitoefening van het recht van erfdienstbaarheid heeft verlegd en de uitoefening dusdanig heeft belemmerd, dat eischers niet of niet behoorlijk gebruik hebben
kunnen maken van hun recht, hij door die daden zijn verbintenis, om de uitoefening van het recht van erfdienstbaarheid van weg over zijn perceelen te dulden, op de wijze waarop het
is gevestigd, niet is nagekomen, en gehouden is tot vergoeding van kosten, schaden en interessen deswege, en eischers dan gemachtigd moeten .worden, om de belemmeringen op te ruimen, in een woord: al de andere vorderingen dan evenzeer zullen imoeten worden toegewezen;


O. dat aangezien is gesteld, dat de erfdienstbaarheid bestaat in een recht van weg, gaande tot den Rijsbruggenweg, het dus van geen belang is te weten welke gemakken of hindernissen degene ondervindt, die met paard en wagen op dien Rijsbruggenweg is aangekomen, na van de erfdienstbaarheid van weg over het land van gedaagde gebruik gemaakt te hebben; O. dat de feiten, waardoor eischers de uitoefening der erfdienstbaarheid belemmerd achten, en waaromtrent zij hebben aangeboden bewijs door getuigen te leveren, zijn:


Uitgeschreven tekst


O. dat aangezien is gesteld, dat de erfdienstbaarheid bestaat in een recht van weg, gaande tot den Rijsbruggenweg, het dus van geen belang is te weten welke gemakken of hindernissen
degene ondervindt, die met paard en wagen op dien Rijsbruggenweg is aangekomen, na van de erfdienstbaarheid van weg over het land van gedaagde gebruik gemaakt te hebben;

O. dat de feiten, waardoor eischers de uitoefening der erfdienstbaarheid belemmerd achten, en waaromtrent zij hebben aangeboden bewijs door getuigen te leveren, zijn:

1°. dat gedaagde drie jaar voor den dag der dagvaarding op de grens van zijn perceel 1024 (oud 119) en den Rijsbruggenweg over de geheele breedte (behalve daar waar ten dage der dagvaarding het hek stond) heeft afgesloten of doen afsluiten met prikkeldraad, zoodat de gebruikers van dat land van eischers het recht van overweg niet meer kunnen uitoefenen gelijk voorheen;

2 . dat in SepL 1909 gedaagde het hek geheel heeft afgesloten of doen afsluiten door een hangslot en hij het afgesloten heeft gehouden, althans tot op den dag der dagvaarding toe, en de grens tusschen perceelen 116 en 118 en 117 en 1024 (oud


119) door prikkeldraad geheel heeft afgesloten en doen af- sluiten; 3°. dat van begin Sept. 1909 af de grond van eischers geheel afgesloten is, dientengevolge er niet kon bebouwd worden ; 4


Uitgeschreven tekst


119) door prikkeldraad geheel heeft afgesloten en doen af- sluiten;

3°. dat van begin Sept. 1909 af de grond van eischers geheel afgesloten is, dientengevolge er niet kon bebouwd worden ;

4". dat tengevolge van de handelingen van gedaagde eischers en hun pachter schade hebben geleden en nog lijden;

O. dat gedaagde omtrent deze punten heeft opgemerkt, dat hij de prikkeldraadafsluiting heeft aangebracht om eigen vee te keeren ;

O. dat dit niet wegneemt, dat hij mogelijkerwijze daardoor tevens den pachter van eiscliers van het dienstbaar erf heeft geweerd, wat hij evenwel ontkent gedaan te hebben, daar hij verzekert, dat eischers even gemakkelijk als voorheen door het hek, al heeft hij het verplaatst, kunnen rijden, iets, waaromtrent de bewijslast op gedaagde rust;

O. dat gedaagde voorts aanvoert, dat hij twee dagen na ontvangen sommatie van 24 Maart 1910 het hangslot van het hek heeft verwijderd ;

O. dat hij dus eigenlijk niet tegenspreekt, dat hij het van Sept. tot Maart afgesloten heeft gehouden, maar dit op zich zelf misschien geen belemmering in de uitoefening der erfdienstbaarheid en geen schade heeft opgeleverd, omdat immers na Sept. de 'boer .weinig op zijn land te maken heeft;

O. echter dat dit in begin Sept. anders is, maar dat, hoe dit zij, indien eischers aantoonen, dat hun pachter gedurende voormeld tijdvak wel op het land te maken had, in de handelingen van gedaagde een belemmering is te zien ;

O. dat zoowel omtrent dit als omtrent de andere punten alles ervan afhangt of hetgeen gedaagde heeft verricht of doen verrichten al dan niet de uitoefening der erfdienstbaarheid heeft
belemmerd en schade veroorzaakt;

O. dat bewijs door getiuigen hierover zoomede over het verleggen der erfdienstbaarheid en over de uitoefening van het
recht door eischers of hun pachter toelaatbaar is;


Recht doende: Alvorens eindvonnis te geven; Beveelt de eischers door getuigen te (bewijzen: 1°. dat op de grens van den openbaren weg (den Rijsbruggenweg) en van de perceelen van gedaagde, kadastraal bekend in de gemeente Houten sectie A, nos. 117 en 1024 (oud 119) een hek stond, dat nimmer was afgesloten, dat tusschen de palen van dat hek een ruimte van 2| mieter vrij was, zoodat eischers of hun pachter regelrecht vanaf de perceelen van eischers kadastraal bekend aldaar sectie A, nos. 116 en 118 over de perceelen van gedaagde en door dat hek konden rijden en ook steeds gereden hebben naar den Rijsbruggenweg ; 2°. dat gedaagde ongeveer drie jaren voor den dag der dagvaarding dat hek heeft weggenomen of doen wegnemen en het heeft geplaatst of doen plaatsen 7 meter verder westelijk, (gerekend vanaf het land' van eischers) op de grens van gedaagde'ü perceel 1024 (oud 119) en den Rijsbruggenweg, zoo echter dat het stond op dezelfde lijn als voorheen, doch 7 meter verder;


Uitgeschreven tekst


Recht doende:

Alvorens eindvonnis te geven;

Beveelt de eischers door g