Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Reconstructie Gebouwen aan de Mereveldseweg

in Bunnik, Houten en Utrecht

Op deze pagina worden de diverse (bijzondere) gebouwen beschreven die ooit aan de (Oude) Mereveldseweg stonden of nog steeds staan. De pagina onder de noemer Bosch van Drakestein heeft met de meeste gebouwen niets te maken met de familie. De stichting vind dat de Reconstructie Gebouwen Mereveldseweg pagina onder deze familienaam gebracht kan worden. Omdat de familie vele decennia veel zeggenschap en vast- en onroerend goed hadden in de omgeving van de hieronder beschreven gebouwen.

Boerderij Het Blauwe Huis aan de (Oude) Mereveldseweg 8 en 8a (heden Nieuwe Houtenseweg 55)

In oorsprong wellicht 17e-eeuwse T-BOERDERIJ - genaamd het Blauwe Huis - onder (vernieuwde) rieten wolfdaken, met latere aanbouw.


De gevels van het voormalige woonhuisgedeelte zijn witgepleisterd, rechts bevindt zich de onderkelderde opkamer, met een rechtafgesloten en een getoogd keldervenster, en twee schuifvensters met kleine roedenverdeling (vernieuwd) en luiken te weerszijden daarboven, en vier dito vensters in het linkergevelgedeelte, waarboven een vijftal, deels gekoppelde lage vensters is aangebracht. 

De linkerzijgevel bevat links een deur en rechts een schuifvenster met (vernieuwde) roedenverdeling en luiken en in de top een laag venster.

 

De dwars op dit voormalige woonhuis staande schuur bevat lage zijgevels met halfronde stalvensters en een achtergevel met getoogde inrijdeuren in het midden, twee vierruitsvensters terzijde en een hooiluik daarboven en in de uiterste zijden twee mestdeurtjes, alsmede vlechtingen in de afgeschuinde bovenzijde.

 

Aan de NW-zijde van deze schuur is over de hele lengte een tweede, wellicht uit de 19e eeuw daterende schuur geplaatst, en met de eerste door middel van een tussenlid verbonden, onder pannen zadeldak en met witgepleisterde gevels met zwartgeteerde plint, waarbij de lange NW-zijgevel is voorzien van halfronde stalvensters en de korte NO-puntgevel van twee mestdeuren terzijden en in het midden een deur en een hooiluik,en waarbij de korte ZW-puntgevel slechts een mestluik en een tondo bevat.

 

Voormalig boerderijcomplex van eenvoudige doch harmonische architectuur met als kern de voor het Utrechtse weidegebied kenmerkende T-boerderij, met dwars voorhuis, met onderkelderde opkamer, en driebeukige schuur, onder rieten wolfdaken.

 

Bron: Rijksmonumenten Register, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort. 

De gevels van het voormalige woonhuisgedeelte zijn witgepleisterd, rechts bevindt zich de onderkelderde opkamer, met een rechtafgesloten en een getoogd keldervenster, en twee schuifvensters met kleine roedenverdeling (vernieuwd) en luiken te weerszijden daarboven, en vier dito vensters in het linkergevelgedeelte, waarboven een vijftal, deels gekoppelde lage vensters is aangebracht. 

De linkerzijgevel bevat links een deur en rechts een schuifvenster met (vernieuwde) roedenverdeling en luiken en in de top een laag venster.

 

De dwars op dit voormalige woonhuis staande schuur bevat lage zijgevels met halfronde stalvensters en een achtergevel met getoogde inrijdeuren in het midden, twee vierruitsvensters terzijde en een hooiluik daarboven en in de uiterste zijden twee mestdeurtjes, alsmede vlechtingen in de afgeschuinde bovenzijde. 

 

Aan de NW-zijde van deze schuur is over de hele lengte een tweede, wellicht uit de 19e eeuw daterende schuur geplaatst, en met de eerste door middel van een tussenlid verbonden, onder pannen zadeldak en met witgepleisterde gevels met zwartgeteerde plint, waarbij de lange NW-zijgevel is voorzien van halfronde stalvensters en de korte NO-puntgevel van twee mestdeuren terzijden en in het midden een deur en een hooiluik,en waarbij de korte ZW-puntgevel slechts een mestluik en een tondo bevat.

 

Voormalig boerderijcomplex van eenvoudige doch harmonische architectuur met als kern de voor het Utrechtse weidegebied kenmerkende T-boerderij, met dwars voorhuis, met onderkelderde opkamer, en driebeukige schuur, onder rieten wolfdaken.

 Bron: Rijksmonumenten Register, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.



 Voor 1980 was de boerderij geadresseerd aan de (Oude) Mereveldseweg 8 en 8a. Het woordje Oude komt van omwonende doordat bij de aanleg van de rijksweg A12 in 1938 de spoorwegovergangen in de Marsdijk en de Mereveldseweg bij Het Blauwe Huis werd opgeheven. Werd de weg een semi doodlopende stuk. Maar met wel een aansluiting op een parallelweggetje van Rijkswaterstaat (inspectiepad) richting het westen al aansluitend op het Houtensepad.

Sinds 1980 hebben diverse hulpinstanties in de Geestelijke Gezondheidzorg (GGZ) in de boerderij gehuisvest gezeten. Veelal voor mensen met zware psychische problemen of verslavingszorg. In de jaren tachtig werd was Stichting De Rode Brug er gehuisvest. In de jaren negentig Centrum Maliebaan. In de eerste 10 jaar van de 21ste eeuw was zorginstantie Altrecht er gehuisvest.

In de laatste jaren anno 2020 wordt door zorgorganisatie Lister de boerderij gebruikt om voor dezelfde doelgroep zoals hierboven werd zorg en dagbesteding te bieden. Voor de naam van de zorglocatie wordt door Lister het De Boerderij genoemd.


 

De oorspronkelijke naam van de boerderij is Het Blauwe Huis. In de achttiende eeuw ook wel hofstede De Blauwe Kamer genoemd. Vermoedelijk komt de naam van de boerderij naar de vele blauwe klei die hier inde omgeving van het stedelijk zuidoostelijke Utrecht te vinden is. 

 

De laatste bewoner van Het Blauwe Huis was in 1978 de familie Van Leeuwen. In de eerste helft van de negentiende eeuw woonde veehouder Dorrestein op de boerderij. Begin twintigste eeuw zat veehouder Van Zijl op de boerderij. 

 

De boerderij was in de eerste helft van de twintigste eeuw het eigendom van verzekerings- maatschappij De Nederlanden van 1845. Wat wij vandaag de dag kennen als verzekeringsmaatschappij Nationaal Nederlanden. De verzekeraar gebruikte de boerderij als onroerend goed investering en verpachten het veehouders.

 

Het viaduct naast de boerderij van waar het eerste gedeelte in de zomer van 1942 werd opgeleverd. Voor de toen nieuw aan te leggen rijksweg A12 van Den Haag, Utrecht, Zevenaar tot de Duitse grens. In de periode 1976 tot 1980 werden aan de noord en zuid zijde van het viaduct over de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch parallelbanen aangelegd. Eind jaren dertig van de twintigste eeuw hield Rijkswaterstaat en de Nederlandse Staat al rekening met dat de spoorlijn ooit verdubbeld zou gaan worden. Want in de ruim 70 jaar die volgde tot 2012 was aan de westkant van de spoorlijn onder het viaduct een open ruimte voor nog eens plaats voor twee sporen.



 Draf- en Renbaan Mereveld (toenmalig) aan de Mereveldseweg 7 

Drafbaan Mereveld bij Utrecht: 1938 - 1971
Tekst, plattegrond en foto's uit het boek: 'Draf- en Renbanen in Nederland' door Durk Minkema. Overname van de website Nationaal Draf- en Rensport Museum/ Archief.

 

Stichting Nederlandse Draf- en Rensport, Waalsdorperlaan 29 te Wassenaar, Zuid-Holland. 


In 1934 wist de gemeente Utrecht de hand te leggen op een terrein van 17 ha. aaneengesloten grasland, dat een onderdeel vormde van de stadsboerderij Mereveld. Het lag in de trechter, waar ten oosten van Utrecht de spoorlijnen uit de richting Arnhem en de richting Den Bosch bij elkaar komen, direct ten oosten van de Mereveldseweg.

 

Mereveld lag toen nog op het grondgebied van de gemeente Bunnik en zou bij de grenswijziging van 1 januari 1954 bij Utrecht gevoegd worden. Het land was in gebruik bij de geziene paardenman Toon van Wijk, de huurder van de hofstede Mereveld. die er tevens een dekstation exploiteerde en veel luxe tuigpaarden fokte. In 1936 begon de gemeente Utrecht in het kader van de werkverschaffing met de aanleg van een draf- en renbaan annex motorbaan op het complex, waarvoor de N.V. tot Exploitatie van het Sportpark Mereveld werd opgericht.  
Daarvoor werd eerst de stugge, zware rivierklei van de Houtense vlakte omgeploegd tot een diepte van 20 cm. Toon van Wijk deed dat met een ploeg, bespannen met vier zware paarden. Geen sinecure, want na iedere ronde van duizend meter moest de ploegschaar in de smederij weer opnieuw scherp gesmeed worden. Het uiteindelijke resultaat was een fraaie, 1000 meter lange grasbaan met opgehoogde bochten, met deels daarbinnen, deels ermee samenvallend, een motorbaan van 650 meter. Aan de zuidkant van de baan verrees een tribune voor negenhonderd personen, met daaronder een groot café, keuken, kleedlokalen, etc. 
Vanaf de tribune liep een talud glooiend af naar de baan, zodat men overal het gebeuren op de baan goed kon overzien. Ten westen van deze tribune bevond zich de tweede rang, eveneens met een kleine tribune, meer een soort regenshelter. En ten oosten van de grote tribune stond eerst de twee verdiepingen hoge rechterstoel ter hoogte van de finish met daarnaast een defileerruimte voor de paarden. Later zou ten oosten hiervan op het zogenaamde eigenarenterrein ook nog een kleine tribune verrijzen.  
Mereveld was bereikbaar vanaf de Koningsweg via de smalle Mereveldseweg, waarbij de spoorlijn Utrecht-Arnhem gekruist moest worden. Hier hebben de spoorwegen zelfs nog enige tijd een speciale halte geopend gehad ten behoeve van de bezoekers aan de drafbaan. Over het spoor, tegenover de westelijke bocht van de baan, stond de boerderij van Van Wijk. Toon van Wijk was tevens belast met het onderhoud en het toezicht op de baan. Hij bood stalling aan voor de deelnemende koerspaarden en had een paar woonvertrekken ingericht tot café.
Mereveld zou ruim dertig jaar lang een belangrijke rol spelen in het Nederlandse drafgebeuren. De openingsmeeting vond plaats op Pinkstermaandag 6 juni 1938. 


Dat gaf aanleiding tot veel commotie, omdat de leidende baan Duindigt op die dag ook een meeting had, welk een groot fiasco werd omdat paarden en bezoekers wegbleven. Duindigt was hierover zo ontstemd, dat het prompt alle resterende meetings van dat jaar annuleerde en pas in augustus 1939 weer open ging. Op Mereveld was bij de opening de toeloop enorm, er waren tussen de vijftien- en zestienduizend betalende bezoekers, waar de nauwe toegangsweg uiteraard niet op berekend was, zodat er grote opstoppingen ontstonden. De toegangskaarten raakten geheel uitverkocht, de lokettisten konden het niet meer aan, zodat de bestuursleden de entreegelden maar incasseerden. Ook de programma's raakten geheel uitverkocht.

 

Mereveld was zo volgepakt dat het publiek zich zelfs in groten getale op het middenveld installeerde. De grasbaan was in uitstekende conditie, zodat er die openingsdag gelijk een nieuw Nederlands grasbaanrecord werd gelopen. Mereveld koerste door tot diep in de herfst, maar bij nat weer werd de kleibaan glad en glibberig en in feite ongeschikt om erop te koersen. Daarom werd al in het najaar van 1938 aan de binnenzijde van de baan een koolaspad aangebracht, dal het jaar erop al verbreed werd tot 17 meter.

De buitenkant bleef gras, mede met het oog op de rennen die er enkele keren werden gehouden, de laatste in 1952. In het voorjaar van 1954 werd de gehele baan gerenoveerd. Uiteraard trokken de meetings op den duur lang niet zo veel bezoekers als bij de opening. Om het bezoek te stimuleren werden er op de meeting van 23 juli 1939 na de koersen zelfs bokswedstrijden gehouden, waarvoor een speciale ring voor de tribune was opgetrokken. 

Na de Tweede Wereldoorlog werden de draverijen op Mereveld gehouden onder auspiciën van in 1945 opgerichte Utrechtse Paardensport Vereniging. De UPV Mereveld organiseerde belangrijke draverijen. zoals Merevelds Mijlrecord. Ook de Sweepstakes voor driejarige dravers zijn er verscheidene jaren gehouden. In 1955 werd de draverij om de Gouden Zweep, die na 1884 niet meer verreden was, in ere hersteld. Prins Bernhard reikte de zweep op Mereveld uit aan trainer/pikeur Piet Strooper, die met Roland had gewonnen.



Peerdenpieten

En vanaf 1958 vond er jaarlijks de Peerdepietenprijs plaats, een draverij voor veterinaire studenten. Na de sluiting van Mereveld verhuisde deze prijs naar Hilversum en tegenwoordig wordt die op Duindigt verreden. Deze gebeurtenis is ieder jaar een groots studentenfestijn. Vanaf 1956 was de trainer-pikeur Nico Bloemsaat mei zijn entrainement aan de baan verbonden. Toen hij in 1959 bij een noodlottig auto-ongeluk om het leven kwam, werd het entrainement voortgezet door zijn assistent Piet Smit, die later zijn intrek zou nemen in een bungalow op het stalterrein bij de baan.



Sluiting
Al vanaf het begin van de jaren zestig stond het voortbestaan van Mereveld op het spel in verband met de geplande aanleg van de rijksweg A27 ten oosten van Utrecht. Aanvankelijk was deze weg pal ten oosten van Mereveld gepland, maar na de ontdekking van een Romeins castellum daar werd de weg dwars over Mereveld geprojecteerd. Een geheel Nieuw-Mereveld zat er niet in omdat het leidende orgaan, de NDR, koos voor modernisering van de dichtbij gelegen baan van Hilversum. De laatste meeting werd gehouden op zondag 24 oktober 1971.

 

 

De ironie van het lot wilde dat nog diezelfde maand de gemeenteraad van Utrecht besloot, na hevige acties van milieu-zijde om het bos van Amelisweerd zoveel mogelijk te sparen, het tracé van de A27 meer naar het westen te verleggen, zodat Mereveld behouden kon blijven (op een deel van de noordwestelijke bocht na). Maar toen was de beslissing om Mereveld te sluiten al definitief! Wel bleef het nog jaren trainingsgelegenheid van trainer Piet Smit.



Maar op 1 januari 1992 gingen de poorten definitief dicht. Ruim een jaar later werden de restanten van de tribune en het stalterrein gesloopt en thans is de drafbaan met de omliggende landerijen herschapen tot de golfbaan Amelisweerd.



Bronnen: Het Stadsblad; Utrechts Nieuwsblad. 
Huisje (toenmalig) aan de Mereveldseweg 6




  In het jaar 1904 bouwt Frederikus Beemer echtgenoot van Elisabeth Bosman een huisje op de plek van de Mereveldseweg 6. In 1924 komt het huisje na een boedelscheiding toe aan zijn zoon Frederikus Anthonius Beemer van beroep arbeider. Na 1 januari 1954 komt het huisje op het grondgebied van Utrecht te staan na grond annexatie met de gemeente Bunnik. In 1968 verkoopt Frederik met zijn broers het huisje aan de gemeente Utrecht voor een bedrag van f. 28.000,- gulden. Bij gemeenteraadsbesluit goedgekeurd door de gemeente Utrecht op donderdag 19 september 1968. Akte gepasseerd bij de notaris op vrijdag 1 november 1968. Wanneer het huisje gesloopt is of niet meer gebruik was is bij kadasteronderzoek niet meer gevonden.


Huisje (toenmalig) aan de Mereveldseweg 4 van Lien Bijl






 In het jaar 1904 werd door Adriana van Wijk, wonende aan de Koningslaan 7 te Bunnik een huisje gesticht op voormalig bouwland aan de Mereveldseweg. Adriana was de weduwe van Gerrit van de Vecht. In een jaar later in 1905 verkoopt Adriana het huisje aan Jan van der Lee die conducteur was bij de Staatsspoorwegen. In 1923 verkoopt Jan zijn huis aan Wouter van der Lee is van beroep spoorwegbeambte is. Wouter verkoopt het goed in 1926 aan Jan Jansen van beroep tuinder, hij woonde aan de Hoogenweg 155 te Amersfoort. In 1952 gaat het huisje over in verkoop naar Gerrit Anthonie Joseph van de Vecht, landbouwer wonende te Bunnik aan de Mereveldseweg 9 op boerderij De Nieuwe Knapschinkel (het latere restaurant Mereveld). 

Per 1 januari 1954 komt het huisje te staan op het grondgebied van de gemeente Utrecht na grond annexatie door die gemeente van het grondgebied van buurgemeente Bunnik.


 In het jaar 1959 verkoopt Van de Vecht en splitst hij de grond in twee stukken. Waarvan een perceel met 'terrein met loods'. Het huisje komt in handen van Grietje Hendrika Verheijen en haar kinderen, zij is de weduwe van Anthonius Petrus Carolus Gerritsen van der Hoop. Na haar overlijden in 1970 wordt het huisje bij veiling verkocht. Zijn zoon Fransiscus Antonius Petrus Gerritsen van de Hoop koopt het huis van de familie.  

Frans Gerritsen van der Hoop verkoopt het huisje Mereveldseweg 4 ten overstaan van de Utrechtse notaris Mr. J.F. Welle Donker aan de gemeente Utrecht op vrijdag 22 januari 1993 voor f. 291.400,- gulden met goedkeuring van de gemeenteraad bij raadsbesluit genomen van donderdag 10 december 1992. Het perceel werd ondergebracht in het gemeentelijk Grondbedrijf van de gemeente Utrecht. Kort hierna is het huisje aan de Mereveldseweg 4 gesloopt. 

 

De gemeente Utrecht kocht het huisje aan voor de toen toekomstige realisatie van Golfbaan Mereveld (Golfbaan Amelsiweerd).


 Spoorwachterswoning (toenmalig) Mereveldseweg 3 en 5




 De spoorwachterswoning aan de Mereveldseweg 3 en 5 die tot de jaren zeventig aan deze weg stond was bedoeld om de spoorwegovergang in de Mereveldseweg te bewaken. Van 1900 tot midden jaren dertig van de twintigste eeuw was erbij deze spoorwegovergang een Stopplaats Meerveldsche Weg de naam die de Rhijnspoorweg Maatschappij gebruik te voor de stopplaats waar de stoomtreinen van- en naar Utrecht en Arnhem stopten. Voor 1900 werd de weg Oud Wulvensche Weg of Waaijensche Weg genoemd op gemeentelijk kaarten. Naam van de weg is voor het noordelijke gedeelte in de gemeente Houten door diezelfde gemeente op woensdag 13 maart 1929 vastgesteld als straatnaam. 

Midden jaren zeventig van de twintigste eeuw werd de spoorwachterswoning gesloopt om plaats te maken voor de Mereveldseweg verlegging richting het oosten in het kader voor de aanleg van de rijksweg A27 in de periode 1978-1986.


 Boerderij (toenmalig) De Uithof aan de Mereveldseweg 1 (en 1B)




Al in het jaar 1245 is er een land wat tussen het zuiden van de Koningsweg en ten oosten van de Mereveldseweg lag genaamd De Uithof was. Het land behoorde bij de St. Laurensabdij wat gelegen was op landgoed Oostbroek bij De Bilt. De Uithof moet niet verward worden met boerderij De Uithof wat in De Bilt lag aan de Hoofddijk (heden Toulouselaan 45 te Utrecht). De naam van boerderij aan de toenmalige Mereveldseweg 1 (en 1b) verwijst naar zijn functie als vijftiende- en zestiende eeuwse nevenvestiging van de abdij. Op het boerderijtje woonde boeren die voor de abdij het onderhoud van de boerderij het land en omgeving deden.



In het jaar 1580 na de Beeldenstorm en de Reformatie werden alle oude katholieke goederen geconfisqueerd  en overgeheveld aan het eigendom van de Utrechtse Staten. In het jaar 1680 verkopen de kanunnik van de St. Laurens abdij (kanunnik) die in dienst was van de Staten van Utrecht het boerderijtje De Uithof in het gebied Slagmaat aan Hendrik van Utenhove. Hij was op dat moment Heer van Amelisweerd. In de 16de eeuw werd De Uithof bij het gerecht Slagmaat bij Bunnik en Vechten gevoegd. 

Op de foto's hierboven zoals te zien is moet het boerderijtje minstens uit het midden van zeventiende eeuw komen. Tot ongeveer 1980 stond het ten oosten van de Mereveldseweg en ten zuiden van villa Groenewoude. In de periode 1840-1844 werd ten zuiden van De Uithof de Rhijnspoorweg geopend.

 

Ruim 400 jaar heeft het boerderijtje bij landgoed Nieuw-Amelisweerd behoord. Van de familie Van Utenhove tot Bosch van Drakestein. In de laatste decennia bleef het boerderijtje een pachtgoed van familie Bosch wat bij het landgoed behoorde. In 1943 is een deel van het gebouw herbouwd. Vermoedelijk na een beschadiging in de Tweede Wereldoorlog. In dit artikel schrijven we over de huisnummers 1 (en 1b). Huisnummer 1 heeft het boerderijtje daadwerkelijk gehad na het jaar 1954. In kadasteronderzoek bleek dat het boerderijtje in een groot deel van de twintigste eeuw 2 wooneenheden heeft gehad met een Bunnikse wijknummerindeling. 

 

Na 1954 toen het boerderijtje bij de gemeente Utrecht ging behoren bestond het weer uit één wooneenheid. Voor de compleetheid schrijf ik dan ook graag met het huisnummer 1b. Dit huisnummer heeft het op gemeentelijk grondgebied Utrecht nooit gehad. Huisnummer Mereveldseweg 1A was voor villa Groenewoude op de hoek van die weg met de Koningsweg.

Twee voorbeelden van huur- en pachtovereenkomst van hofstede De Uithof die te vinden zijn in de notariële aktebank van Het Utrechts Archief.

 

1.   Op dinsdag 12 november 1686 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Engelbert van Rhee. Door Johan van Utenhove in het dagelijksleven capiteyn was gemachtigde voor Hendrik van Utenhove. Hendrik was in het dagelijksleven lid van het Ridderschap van Utrecht, kolonel en majoor commandant van 's-Hertogenbosch. Verhuurde Johan aan Arien Claess Vermeulen met partner Piternelleken Hendrickx hofstede, bongaert, landeryen, groot 51 morgen en 173 roeden landts, genaamd Den Uythoff. Met daarbij 11 morgen en 134 roeden landts, belendingen, ene zyde: Cromme Ryn, andere zyde: Heerwegh ofte Stadtweg in het gerecht vsn Vechten. Hierbij 30 morgen en 245 roeden landts, ene zyde: Kerckweg en andere zyde: Meersloot in de gerechten van Vechten en Meerveld (Mereveld is op zich nooit een zelfstandig gerecht geweest). Als laatste werd nog 9 morgen en 136 roeden weylandts in de polder Wulverenbroeck verhuurd.

 

Bij de hofstede Den Uythoff werd (Mereveldseweg 1) met toestemming Hendrik van Utenhove vanuit 's-Hertogenbosch zou een duifhuis worden gebouwd met zijn goedkeuring van de datum 16 november 1686. 

 

Bron: Het Utrechts Archief 34-4, U059a005, 12-11-1686, aktn.: 36.

 


2.   Op zaterdag 23 april 1763 werd ten overstaan van de Utrechtse notaris Jan Kol verhuurd door Hendrik van Utenhove, Heer van Amelisweerd, aan Gerrit van Hertog uit Bunnik en zijn echtgenote Mechteld van Sweseryn, ene hofstede, boomgaard en landeryen, groot 51 morgen, genaamd Den Uythoff, met daarbij 18 morgen soo bouw als weyland verhuurd in de gerechten Bunnik, Vechten en Slagmaat. 

Bron: Het Utrechts Archief 34-4, U219a011, 23-04-1763, aktn.: 34.

Boerderijtje De Uithof kwam eind jaren zeventig van de twintigste eeuw onder de slopershamer van Rijkswaterstaat terecht. Net net als de spoorwachterswoning aan de Mereveldseweg 3 en 5 dit mede voor de aanleg van de rijksweg A27 die dwars met zijn tracé op de vroegere gronden van de Nederlandse Spoorwegen en van familie Bosch van Drakestein kwamen te liggen.

Land de Colenberg in De Bilt aan de Steenweg (Utrechtseweg)






Van oorsprong had het landgoed Amelisweerd nog een stuk grond ten noorden van zich liggen in gemeente De Bilt aan vanouds genaamd de Steenweg was en heden de Utrechtseweg is. In de ontginning Buurveld had de Utrechtse bisschop het land de Colenberg in bezit. De Steenweg was de eerste verharde weg van Utrecht om naar Keulen reizen zodat de Utrechtse bisschop voor zaken in de twaalfde en dertiende eeuw gemakkelijk daar het oosten kon reizen voor kerkelijke zaken. De huidige plaats van de diverse percelen lagen ten oosten van de huidgie Veldzichtstraat en ten westen van de buitenplaats Sandwijck.



De Colenberg grond met vijf percelen reikte in 1832 vanaf de Utrechtseweg in De Bilt richting het zuidwesten tot aan knooppunt Rijnsweerd bij de oude bekende 'Varkensbocht,  van de rijksweg A28 naar de rijksweg A27. Voor het metrieke stelsel in Nederland was de Colenberg ruim 12.65 morgen groot wat in onze huidige maatstaven komt op 3,2 hectare. In de tweede helft van de zestiende eeuw is het klooster in het naburige klooster van Oostbroek de bezitter van de Colenberg.

In het jaar 1650 is Anthonis Carel Parmentier, heer van Heeswijk de eignaar van de Colenberg. Vanaf het jaar 1720 komt de Coleberg in het onroerend goed bezit van landgoed Amelisweerd. Reinier van Utenhove weet in dat jaar het land met de 5 percelen te verwerven. In augustus van het jaar 1811 als Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein landgoed Oud- en Nieuw-Amelisweerd weet aan te kopen. Komt de Coleberg ook in het bezit van Paul Bosch. Na zijn overlijden in april 1834 komen de landerijen toe aan zijn weduwe Henriette Hofmann. In het de januari dagen van 1840 als de boedelscheiding door Baron de Bieberstein (schoonzoon van Paul) wordt bekrachtigd. Wordt de Colenberg verkocht aan Pauls zoon Jhr. Carolus Theodorus Johannes Bosch van Drakestein, Heer van Sterrenberg en Reijerscop-Creuningen die deze enige jaren later doorverkocht aan andere particulieren in de omgeving van De Bilt. Na een kleine 400 jaar behoorde het land de Colenberg niet meer bij het onroerend goed van Nieuw-Amelisweerd. Begin jaren twintig van de twintigste eeuw werd ten westen van de Colenberg huizen gebouwd aan de Veldzichtstraat.