Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Van Brienen van de Groote Lindt,
Stad aan 't Haringvliet, Dortsmond en Tiengemeten

Naambetekenis

In Nederland waren twee adellijke takken Van Brienen. Een Wageningse tak en Haagse/Wassenaarse tak. Het tot nu nooit bewezen dat deze twee familie takken gerelateerd waren aan elkaar.

Van Brienen

De familienaam is afkomstig van het Duitse stadje Brienen gelegen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen in het westen van Duitsland. Bij de grens met Nederland, gelegen ten zuidoosten van de Nederlandse dorpen Lobith en Spijk en ten noorden van de Duitse stad Kleef.

De plaatsnaambetekenis van de naam Brienen of zoals in vakjargon gezegd de toponymische betekenis van Brienen is vermoedelijk het oud Duits voor: vestigingsplaats bij de nieuw gegraven haven.

Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt kocht op dinsdag 4 december 1781 ten overstaan van Haagse notaris Johannes Ebbe de ambachtsheerlijkheid De Groote Lindt aan, gelegen in Zwijndrecht vlakbij Rotterdam en Dordrecht. Vanaf toen ging Willem Joseph als Heer van De Groote Lindt zich noemen als zijnde Van Brienen van de Groote Lindt.



De Groote Lindt

In de regio van Zwijndrecht zijn de kleine ambachtsheerlijkheden De Kleine-, en De Grote Lindt gelegen.

De bedijking van de Zwijndrechtse Waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen.

Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heer Oudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd. Waar het wapen vandaan komt is niet duidelijk.

De drie kruisjes zouden duiden op een relatie met Strijen. Al voor de bedijking was er sprake van een heerlijkheid ter plaatse. Deze was in bezit van Daniel van de Merwede (een afstammeling van Van Strijen), rond 1200. Zijn afstammelingen noemden zich Van de Lindt en bleven in bezit van de heerlijkheid tot in de 16e eeuw. Het wapen wordt in ieder geval in de loop der 17e en 18e eeuw gevoerd als heerlijkheidswapen.

In 1632 stonden er 34 huizen in Groote Lindt. Een eeuw later zijn dat er 52 en een steenplaats, aan de Veersedijk. Bron: swaen.org

De gemeente werd ook wel 'Groote Lindt en Dortmond' genoemd. Die laatste naam is ook als Dortmondt gespeld geweest.

Oudere vermeldingen

1329 den goede in die Linde, 1330 in die Linde, 1475-1476 Duvelkerck et dicitur esse die Lijnde submerse sunt, 1480-1481 Die Lijnde alias Duvelkerck, 1573 Lijnde, 1639 Lynde, 1846 "de Groote Lindt, ook wel de Groote Lind gespeld en oudtijds Lindekerke geheeten".

Naamsverklaring

De nederzetting is genoemd naar de ligging in de polder Groote Lindt, die op zijn beurt is genoemd naar het middeleeuwse riviereiland Linde. Misschien oorspronkelijk een waternaam Linde, ontstaan uit het Germaanse linþja-* 'langzaam, zachtjes stromend', verwant met het Nieuwnederlandse lenig en het Middelnederlandse linde 'kalm, zacht, week', vergelijk Linschoten. Een andere verklaring gaat uit van linde 'aanlegplaats', vergelijk het Oudhoogduitse lentî 'landingsplaats' en zie Lent.

Slechts anecdotische waarde heeft Van der Aa die meent dat de polders hier in het jaar 1331 werden bedijkt en genoemd naar een zekere Van der Linden, de stichter van de kerk in het dorp dat toen Lindekerke werd genoemd. Later werd het ambacht gesplitst in Groote Lindt en Kleine Lindt. 1481 Duvelkerck bevat de waternaam Devel, waarvoor zie Dubbeldam.



Dat geldt dan kennelijk ook voor deze verklaring op: "Groote Lindt is vernoemd naar N. van de Lindt, een van de acht mensen die na een oproep door Hendrik van Brederode in 1331 een deel van de inpoldering van de Zwijndrechtse waard financierden. Ieder die minimaal 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, zou de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard krijgen. De acht personen die daarop reageerden waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N. van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heer Oudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen-Ambacht verkreeg en ten slotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd." Bron: plaatsengids.nl/groote-lindt

De namen van de ambachtsheerlijkheden De Groote Lindt en De Kleine Lindt stammen af van de oorspronkelijke grote van beide ambachtsheerlijkheden.

De letterlijk betekenis van de achternaam Van Brienen van de Groote Lindt is:

Van Vestingsplaats bij de nieuw gegraven watergang van De Groote Ambachtsheerlijkheid/zachtjes stromend water?



Adelverheffing

De stamreeks begint met de uit Amersfoort afkomstige Antonie van Brienen die in 1656 apotheker was in Rotterdam. Diens zoon vestigde zich als geneesheer in Leiden en zijn kleinzoon Wilhelmus (1697-1770) werd in 1732 poorter van Amsterdam en de stichter van de handelsfirma Willem van Brienen & Zoon.

Een zoon van de laatste, Willem Joseph (1760-1839) werd op 23 oktober 1811 verheven tot baron de l'Empire door keizer Napoleon, en werd op 9 december 1814 benoemd in de ridderschap van Holland. Op 12 januari 1825 volgde een verlening van de titel van baron bij eerstgeboorte en op 26 oktober 1835 erkenning van de titel van baron op allen. Bron: Wikipedia Van Brienen (I)

Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt

Arnoud Willem baron van Brienen van Groote Lindt (Amsterdam, gedoopt 5 april 1783 - Den Haag, 26 oktober 1854), heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wezenstein, was een Nederlandse, rooms-katholieke notabele, koopman en politicus. Hij speelde een grote maatschappelijke rol gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw.

Zijn vader was de politicus Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt, zijn moeder Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk. Hij huwde op 5 maart 1813 met Angelica Louise van Wijckerslooth van Grevenmachern (1795-1816), lid van de familie De Wijkerslooth, met wie hij een zoon en een dochter kreeg. Zij overleed echter in 1816. Hij hertrouwde op 18 mei 1825 met Carolina Francisca Josephina van Brouckhoven van Bergeyck (1802-1846), uit dit huwelijk werden drie zoons en een dochter geboren. De oudste zoon Willem Thierrij Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt, ook genoemd Willem Diederik Arnoud Maria, is van alle kinderen het meest bekend geworden.

Politieke Loopbaan

Twintig jaar lang, van 1820 tot 1840, was Arnoud Willem baron van Brienen kamerheer van koning Willem I, en daarna nog eens negen jaar voor diens zoon koning Willem II. Daarnaast was hij van 20 oktober 1840 tot 13 februari 1849 lid van de Eerste Kamer, lid van de stedelijke raad van Amsterdam van 1822 tot 1851 en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland van 1849 tot 1850.

Hij speelde een belangrijke rol bij de stemming over de liberale grondwet van Thorbecke in 1848. Toen de stemmen staakten, werd Van Brienen op het laatste moment door koning Willem II overgehaald om toch voor de grondwetswijziging te stemmen, waarna de nieuwe grondwet aangenomen kon worden.

Handen en Wandel

De baron, als koopman van de firma Van Brienen & Zoon in Amsterdam woonachtig aan de Keizersgracht en later als politicus in Den Haag wonende te Huize Clingendael op het landgoed Clingendael, kocht in 1839 de buitenplaats Oosterbeek, gelegen ten oosten van Clingendael. In zijn opdracht voltooiden de zoon en kleinzoon van de beroemde landschapsarchitect Zocher de transformatie van het gebied naar een weelderige landschapsarchitectuur.

Als heer van Dortsmond beschikte reeds zijn vader over de visprivileges in de omgeving van Dordrecht. De rechten werden verpacht aan verschillende partijen. In 1847 verwierf Van Brienen voor zijn bedrijf een concessie van diepvisserij op steur en zalm in de Nieuwe Maas ten oosten van Rotterdam. Bij de koop inbegrepen was het oord dat sindsdien zijn naam draagt, het Eiland van Brienenoord. Hier werd in 1965 de Van Brienenoordbrug gebouw.

Bron: Wikipedia.


Familie relaties

Jhr. Eduard (Alard) Pieter Ram van Schalkwijk, gedoopt te Utrecht (RK) (Witte Vrouwen Parochie), 10 mei 1730, volgt zijn vader op als Heer van Weerdesteyn en huurt voor 200 gulden per jaar van baron De Milan Visconti de ridderhofstad Hindersteyn (in 1769). Eduard overlijd te Utrecht op 6 april 1775.

Eduard huwt te Haarlem op 2 augustus 1758 met Jkvr. Agatha Margaretha Oem, zij is gedoopt te Haarlem op 12 augustus 1738. Zij is Vrouwe van Sandelingen Ambacht. Agatha werd begraven te Haarlem op 16 december 1804. Zij was de dochter van Cornelis Alardus van Oem (Van Moesenbroeck), heer van Sandelingen Ambacht, en Anna de Kies van Wissen.

Uit dit huwelijk komen drie dochters voort A B C:

A.   Jkvr. Anna Maria Catharina Ram van Schalkwijk. Gedoopt 13 februari 1760 te Haarlem, Noord-Holland -. Erft van haar vader de ridderhofstad Weerdesteyn. Anna Maria overleed op 19 oktober 1828 te Haarlem, Noord-Holland. Zij werd 68 jaar. Zij huwt op 19 april 1785 met Hendrik Jacob van Wijkerslooth (1752-1808). Hendrik Jacob noemde zich vanaf 1785 De Wijkerslooth de Weerdesteyn.



Uit dit huwelijk komen twee zonen voort AA AB:

AA.   Cornelius Ludovicus baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn (1786-1851)

AB.   Franciscus Joannes baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn (1792-1864)

B.   Jkvr. Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk. Gedoopt 10 februari 1761 te Haarlem Noord-Holland. Erft van haar vader het bezit Rhodesteyn in Nederlangbroek en de hofdstede De Melkweg in Wijk bij Duurstede. Margaretha overleed op 14 december 1802 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij was toen 41 jaar. Zij huwt op 26 mei 1782 te Haarlem, Noord-Holland met Jhr. Willem Joseph van Brienen van de Groote Lindt (1760-1839). In 1812 wordt Willem Joseph verheven tot baron.

Uit dit huwelijk komt een zoon voort:

BA.   Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854)

C.   Jkvr. Timothea Maria Ram van Schalkwijk, Vrouwe van Schalkwijk. Zij werd gedoopt op 11 janauri 1764.  Zij overleed te Haarlem, Noord-Hiolland op 17 juni 1825. Ze werd 61 jaar.

Bron: Genealogieonline.nl en Het Kromme Rijngebied 2010 nr. 2 en 3.

 


Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt huwt in het jaar 1813 met Angelica Louisa van Wijkerslooth van Grevenmachern. Zij werd geboren op 24 februari 1795 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij overleed op 29 augustus 1816. Zij was toen 21 jaar oud.

Uit dit huwelijk kwam een zoon en dochter voort BAA en BAB:


BAA.   Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Willem werd geboren 5 maart 1814 te Amsterdam, Noord-Holland. Hij overleed op 9 april 1873. Hij werd 59 jaar oud. Willem huwt op 19 oktober 1836 met Ida Charlotta Nicoletta Friin Selby. Zij werd geboren op 25 november 1809 te Kopenhagen, Denemarken. Zij overleed op 16 februari 1845. Zij werd 35 jaar oud.

Uit dit huwelijk komt een zoon voort BAAB:

BAAB.  Arnoud Nicolaas Justinus Marie baron van Brienen van de Groote Lindt. Hij werd geboren op 18 juli 1839 te Wassenaar, Zuid-Holland. Hij is overleden op 4 januari 1903 in Op De Middellandse Zee Tussen Italie en Egypte. Hij werd 63 jaar oud.

Arnoud Nicolaas huwt voor de eerste keer in 1862 voor de eerste keer met Justina Wilhelmina Adriana barones Rengers. Zij werd geboren op 28 janauri 1841 te Den Haag, Zuid-Holland en zij is overleden op 10 juli 1863 te Den Haag, Zuid-Holland.

Uit dit huwelijk komt een dochter voort BAABA:

BAABA.   Ida Cornelia Maria Adriana barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 20 juni 1862 te Den Haag, Zuid-Holland en ze is overleden op 8 juni 1913 te Den Haag, Zuid-Holland.




Arnoud Nicolaas huwt voor de tweede keer in 1865 met Marie Louise Ottoline Niagara barones van Tuyll Van Serooskerke. Zij werd geboren op 25 juli 1848 in Niagara te Canada. Marie Louise overleed op 18 augustus 1903 te Wassenaar, Zuid-Holland. Zij werd 55 jaar oud.

Uit dit huwelijk komen vier dochters voort BAABB BAABC BAABD BAABE:



BAABB.   Charlotte Marie Louise barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 14 december 1866 te Den Haag, Zuid-Holland en overleed op 18 juni 1948 te Knebworth, Herts, Engeland. Zij werd 81 jaar oud.

BAABC.   Eleonora Helena Louisa barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 28 janauri 1868 te Den Haag, Zuid-Holland en ze overleed op 25 maart 1931 te Parijs, 75000, Ile-de-France,  Frankrijk. Zij werd 63 jaar oud.



BAABD.   Marguérite Mary barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 11 maart 1871 te Den Haag, Zuid-Holland en ze overleed op 22 november 1939 te Den Haag, Zuid-Holland. Zij werd 68 jaar oud.



BAABE.   Blanche Nicolette barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 5 november 1883 te London, Engeland. Titel: Vrouwe van Stad aan het Haringvliet. Zij overleed op 21 april 1974 te Tetbury, Clouc, Engeland. Zij werd 90 jaar oud.

Na het overlijden van Blanche Nicolette in 1974 kwam er een einde aan de familielijn van familie Brienen van de Groote Lindt.

Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt huwt na het overlijden van Ida voor een tweede keer met Adriana Maria barones van Zuylen Van Nyevelt. Zij werd geboren op 18 februari 1819 te Haarlem, Noord-Holland. Adriana overleed op 13 februari 1892. Zij werd toen 72 jaar oud.

BAB.  Adelaïde Henriette Angélique barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 22 februari 1815 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij overleed op 4 mei 1871 te Luik (België). Adelaïde huwt op 17 september 1835 te Amsterdam, Noord-Holland met Charles Joseph Francois Comte de Mercy d' Argenteau. Charles werd geboren op 16 december 1808 te Parijs, Frankrijk. Hij overleed op 14 mei 1886 te Parijs, Frankrijk. Hij werd 77 jaar oud.

In het familiearchief de Mercy d' Argenteau zijn nog vele archiefstukken te vinden over het Kromme-Rijngebied zoals kastelen en oud onroerend goed van de plaatsen, Driebergen-Rijsenburg, Cothen, Wijk bij Duurstede en Langbroek. Zie de website van het Rijksarchief België. Studiezaal Luik: https://search.arch.be/nl/

Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt huwt voor een tweede keer op 18 mei 1825 te Beveren, Oostvlaanderen, België met Carolina Francisca Josephina van Brouckhoven Van Bergeyck. Zij werd geboren op 12 augustus 1802 te Brussel, België. Carolina overleed op 13 juni 1846 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij werd 43 jaar oud.

Uit dit huwelijk komt een zoon en een dochter voort BAC en BAD:

BAC.   Hendri baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren in 1826 en overleden in 1854. Hij huwt op 20 april 1852 te Brussel, België met Philippine Mathilde Eugénie Marie Ghislaine van der Linden barones d' Hooghvorst. Zij werd geboren in 1833 en overleed in 1903.

Uit dit huwelijk kwam een dochter voort BACA:

BACA.   Marie Caroline barones van Brienen van de Groote Lindt. Geboren en overleden in 1882.

BAD.   Angélique barones van Brienen van de Groote Lindt. Geboren in 1833 en overleden in 1921. Zij werd 88 jaar oud. Zij huwt met Simon Gérard Louis Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Simon werd geboren werd geboren in 1832 en overleed in 1891. Hij werd 59 jaar oud.

Uit dit huwelijk komen twee zoons en twee dochters voort BADA BADB BADC BADD:

BADA.   Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Geboren in 1853 en overleden in 1934.

Na het overlijden van zijn vader Simon erft Thierry in 1891 alle gronden in de gemeenten Houten, Schalkwijk en Tull en 't Waal van zijn vader. Simon op zijn beurt verkreeg de gronden van zijn schoonvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt in de gemeenten Houten, Schalkwijk, Schonauwen en Tull en 't Waal nadat hij trouwde met Angélique in 1853.

Na het overlijden van Thierry in 1934 vererven alle gronden in de gemeenten Houten, Schalkwijk en Tull en 't Waal op de dochter Marguerite Gravin d'Alsace, van zijn broer Philippe Graaf d' Alsace.

Vanaf 1853 werd de huidige Warinenpoort in de wijk Houten Noordwest buurt De Poorten van boerderij De Steenen Poort tot het Plein in het Oude Dorp door de Houtense bevolking de Prinsenweg genoemd. Naar vader en zoon Simon en Thierry, Prins de Hénin-Liétard. De woningen aan de Prins Bernhardweg naast de Albert Heijn Steenman werden ook vanaf 1853 de Prinsenbuurt genoemd. Vanaf 13 maart 1929 tot en met 27 mei 1937 was de naam Prinsenweg ook een officiële straatnaam in het Oude Dorp. Op 28 mei 1937 werd de naam Prins Bernhardweg aangenomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten. Dit in het kader van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard. Destijds waren er grote feesten in het land ter gelegenheid hiervan. Zo ook in Houten en werd er door het Oranje Comité per brief aan de gemeente Houten gevraagd om de naam van deze straat te wijzigen.



BADB.   Philippe Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Geboren in 1855 en overleden in 1914. Philippe huwt met Hélène Marie Eléonore barones van Brienen van de Groote Lindt.

Uit dit huwelijk komen drie dochters voort BADBA BADBB BADBC:

BADBA.   Hedwige Gravin d' Alasce, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1889 en overleden in 1960. Zij huwt op 9 juli 1914 te St-Pierre-de-Chaillot, Paris XVI° (75) met Hubert de Montaigu

BADBB.   Nicole Hélène Gravin d'Alsace, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1892 en overleden in 1958.  Zij huwt op 27 november 1917 met Jacques de Rohan-Chabot. Geboren in 1889 en overleden in 1958.

Uit dit huwelijk komt een dochter en twee zoons voort BABBA BABBB BABBC:

BABBA.   Hélène Anne Marie Léonce de Rohan-Chabot huwt met Marie Amédée Thierry Jean Obert de Clermont-Tonnerre.

    Uit dit huwelijk kom een zoon voort BABBAA:

    BABBAA.   Antoine Louis Guy de Clermont-Tonnerre

BABBB.   Guy Aldonce de Rohan-Chabot huwt met Alix Louise Marguerite de Luppé

    Uit dit huwelijk komt een zoon en twee dochters voort BABBBA BABBBB BABBBC:

    BABBBA.   Pierre Jacques de Rohan-Chabot

    BABBBB.   Jacqueline Nicole de Rohan-Chabot

    BABBBC.   Véronique Louise de Rohan-Chabot

BABBC.   Charles de Rohan-Chabot huwt met Paola Maria Claude Sanjust di Teulada

     Uit dut huwelijk komt een dochter voort BABBCA:

     BABBCA.   Delphine Paola Nicole de Rohan-Chabot

De familie Rohan-Chabot heeft voornamelijk gronden in de voormalige gemeente Cothen vererft van hun vroegere voorvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt.

Ossenwaard 13 ‘Brienenshof’


De gedeeltelijk witgepleisterde T-huisboerderij dateert in oorsprong uit de zeventiende eeuw. In 1891 is de boerderij gedeeltelijk herbouwd. Na de verbouwing in 1987 is de boerderij als kaasmakerij in gebruik genomen. Het oudste deel van de boerderij is het witgepleisterde woonhuis met rieten zadeldak en kloostermoppen in de fundering. Opvallend is dat de plattegrond van het woonhuisgedeelte niet rechthoekig, maar enigszins scheluw is. Links in het woonhuis is een opkamer, waaronder een kelder met stenen tongewelf. 

Hiernaast bevinden zich de woonkamer en een kaaskamer. Aan de voorzijde zien we links twee hoger in de gevel geplaatste opkamervensters, daaronder een kelderlicht met luik en drie grotere schuifvensters, alle met een negentiende eeuwse
zesruits roedenverdeling en luiken. Vlak onder de dakrand is een klein zoldervenster aangebracht. De ingang, een paneeldeur met bovenlicht, bevindt zich in de linkerzijgevel. Het achterhuis heeft een afgewolfd pannen zadeldak, waarvan de nok hoger is dan die van het woonhuis. Aan de linkerzijde is in het achterhuis een tweede deur en negenruits schuifvenster onder
een opgelicht dak aangebracht. 

Voor de boerderij staan twee leilinden. Het erf wordt afgesloten door een spijlenhekwerk. Links staat het voormalige zomer/bakhuis van de boerderij, dat thans als apart woonhuis in gebruik is. De naam van de boerderij is afgeleid van de naam van de familie Van Brienen, die in ieder geval al voor 1832 de boerderij in bezit had. Bron: Cothen Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

BADBC.   Marguerite Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1890 en overleden in 1963. Zij huwt op 2 mei 1918 met Maurice Graaf de Leusse. Geboren op 17 mei 1890 te Parijs, Frankrijk en overleden in 24 december 1921.

Uit dit huwelijk komt een dochter voort BADBCA:

BADBCA.   Laurette Marie Anne Hedwige Gravin de Leusse zij is geboren 17 februari 1921. Laurette huwt met Charles Francois Xavier de Yturbe. Hij werd geboren 22 maart 1914 en is overleden op 1 augustus 1998. Hij werd 84 jaar oud. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw woonde het echtpaar in Mexico-City.

Uit dit huwelijk komt een dochter en twee zoons voort  BADBCAA BADBCAB BADBCAC:

BADBCAA.   Isabelle de Yturbe Gravin de Leusse. Zij werd geboren op 8 mei 1943.

BADBCAB.   Phillipe de Yturbe Graaf de Leusse

BADBCAC.   Jean Hans de Yturbe Graaf de Leusse

Isabelle, Phillipe en Jean Hans hadden tot midden jaren tachtig van de twintigste eeuw diverse gronden in de gemeente Houten in eigendom. Deze hebben ze allemaal verkocht. Waardoor er een einde kwam aan de ooit al verworven gronden die door hun voorvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt waren aangekocht van de diverse boeren die in de negentiende eeuw in Houten woonde en leefde.

BADC.   Caroline Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin-Liétard. Geboren in 1856 en overleden in 1903.

BADD.   Marguerite Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin-Liétard. Geboren in 1858 en overleden in 1931. Bronnen: Genealogieonline.nl en https://gw.geneanet.org.

Leemkolkweg 15 Elzashoeve

De Elzashoeve aan de Leemkolkweg 15 te Werkhoven, Bunnik genoemd naar vader en zoon Simon en Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Foto: Sander van Scherpenzeel.


De monumentale langhuisboerderij met afgewolfd pannen zadeldak is in oktober 1940 herbouwd na brand veroorzaakt door hooibroei in de rieten kap. De boerderij is gebouwd als veehouderij en kaasmakerij in opdracht van een Franse graaf T. A. L. B. d’Alsace (Elzashoeve), naar ontwerp van de architect H. A. Pothoven. Het werk is uitgevoerd door aannemer Van de Wielen uit Cothen. 

De eerste steen is gelegd door Anthonius Spithoven op 21 oktober 1940, toen 7 jaar oud. Aanvankelijk was de familie Spithoven pachtboer, thans is zij eigenaar van de boerderij. In 1961 is de boerderij geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Hiertoe is rechts een tweede uitbouw onder een zadeldak aangebracht, waarin een portaal en keuken.

Bij de boerderij staan een schuur met varkenshok, gebouwd in dezelfde tijd als de boerderij, en een nieuwe ligboxstal. Ten behoeve van de kaasmakerij is in de boerderij een grote kaaskelder en wringhuis gemaakt.

Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij.

Het eiland Tiengemeten









Tiengemeten is een eiland in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het werd bij de gemeentelijke herindeling in 1984 deel van de gemeente Korendijk, maar was voor die tijd gesplitst tussen Goudswaard en Zuid-Beijerland. Sinds de herindeling van 2019 is het onderdeel van de gemeente Hoeksche Waard. 



De naam duidt op de grootte: een gemet is een oude landmaat van ruim 0,4 hectare. Tiengemeten is 7 km lang en 2 km breed. De maat van het eiland en de naam zijn nu dus niet meer met elkaar in overeenstemming: 10 gemeten is ongeveer 4 hectare, wat wil zeggen: een stuk van 100 bij 400 meter. 

Het eiland was oorspronkelijk grotendeels verpacht aan boeren. Sinds 1997 wordt het door Natuurmonumenten beheerd als nat natuurgebied.






Geschiedenis

Tiengemeten is ontstaan als zandplaat in het Haringvliet en is in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot een eiland. In 1668 werd door de staten van Holland en West-Friesland het eiland in erfpacht gegeven aan twee heren uit Den Haag en werd het eerste gedeelte ingepolderd. Hierna wisselde het eiland nog een aantal keer van eigenaar. Lange tijd was het eiland in bezit van de familie van Brienen van de Groote Lindt.



Het Haringvliet was van oudsher de toegangspoort vanaf de Noordzee naar de havenplaatsen Dordrecht, Rotterdam en Delft. Van 1805 tot 1939 lagen schepen, die naar De Oost waren geweest, soms tot enkele maanden in quarantaine voor anker bij het eiland Tiengemeten. Hiervoor was een deel van het eiland afgesloten van de rest.

Het eiland was oorspronkelijk geheel in gebruik voor akkerbouw en telde maximaal zo'n 180 bewoners, maar dit nam vanaf de jaren vijftig snel af. Het bezit ging over van baggeraar en bouwbedrijf Volker Stevin (1967-1987) naar pensioenverzekeraar AMEV, die het eiland in 1987 voor 54 miljoen gulden overnam.



Planvorming

Van 1956 tot 1990 lagen er diverse voorstellen om het eiland in gebruik te nemen als recreatiepark, dumpplaats voor verontreinigd slib, vliegveld of kerncentrale. De opbrengsten van de landbouw namen jaar na jaar af, waardoor voortzetting van deze activiteit niet langer lucratief was. In 1990 is echter besloten van het eiland een nieuw natuurgebied te maken en werd het opgenomen in de Ecologische hoofdstructuur.



In 1994 is het eiland door de provincie officieel aangewezen als natuurontwikkelingsgebied, werd het gekocht door de Dienst Landelijk Gebied en overgedragen aan Natuurmonumenten, dat al eerder de Blanken Slikken in bezit kreeg. Het eiland telde toentertijd vijftig inwoners. In de jaren negentig zijn alle boeren uitgekocht, waardoor zij elders in Nederland een nieuw akkerbouwbedrijf konden beginnen.



In 1997 is gestart met het omzetten van de 700 hectare akkerbouwgrond in natuurgebied. Sinds 1997 vormt de Vereniging Natuurmonumenten geheel Tiengemeten om tot natuurgebied. Daarmee werd Tiengemeten het grootste natuurontwikkelingsproject van Nederland.

De vaak al generaties lang op Tiengemeten woonachtige boerengezinnen werden hierbij gedwongen hun boerderij op te geven. Omdat Natuurmonumenten in eerste instantie beweerde dat het eiland volledig aan de natuur teruggegeven zou worden en ook afgesloten zou worden voor bezoekers, gingen de meeste boerengezinnen hier uiteindelijk mee akkoord. In mei 2007 verliet de laatste boer het eiland. De overige tien bewoners zijn gebleven.



Geografie

Tot 2007 lag er op het eiland de buurtschap Tiengemeten. De buurtschap bestond een kleine kern van enkele boerderijen, een smederij en wat arbeiderswoningen met daaromheen de uitgestrekte akkerlanden met hier en daar een boerderij. Een verharde weg bediende het hele eiland. Landbouw was samen met de smederij, de veerdienst en het rattenvangen de bron van inkomsten.



Recreatie

Op het eiland mag overal worden gewandeld. Er zijn drie verschillende wandelroutes uitgezet. Het informatiecentrum van Natuurmonumenten is gevestigd in de schuur Marguarithehoeve, nabij de aanlegplaats van de veerpont.

Op de westpunt zijn een boerderij en twee woonhuizen gerestaureerd. Deze panden worden nu door Staatsbosbeheer verhuurd als recreatiewoning. Ook zijn er enkele tweede woningen. Op de oostpunt van het eiland in de zogenoemde Oude Polder is een herberg met hotelkamers en een camping gevestigd. In de wintermaanden zijn in deze voormalige boerderij theater- en cabaretvoortstellingen.



Deze herberg brandde 30 juni 2011 bijna tot de grond toe af maar is daarna herbouwd. Natuurmonumenten opende in 2012 bij de veerhaven een natuurspeelplaats van 4,5 hectare voor kinderen van twee tot twaalf jaar. Naast de speeltuin is het woonhuis van de 'Helenehoeve' in 2013 in gebruik genomen als pannenkoekenrestaurant. In de schuur van de Helenehoeve is het Landbouwmuseum gevestigd. Daarnaast is in 2009 een museum geopend met werk van Rien Poortvliet.

De populariteit van Tiengemeten als natuur- en recreatiegebied groeit. In 2008 trok het eiland 20.000 bezoekers, in 2010 waren het er ruim 30.000 en in 2013 bijna 50.000.



Bereikbaarheid

In opdracht van Natuurmonumenten voert de Veerdienst Tiengemeten VOF het gehele jaar door een veerpontverbinding tussen Tiengemeten en Nieuwendijk, ten westen van Zuid-Beijerland. Hierbij wordt gevaren over het Vuile Gat (onderdeel van het Haringvliet). Voor de veerpontverbinding zijn drie boten beschikbaar, die alle de thuishaven hebben in Nieuwendijk. Welke boot wordt ingezet, is afhankelijk van de drukte.


Naam

Bouwjaar

Werf

Capaciteit

Opmerkingen

Afbeelding

Eendracht 1

1956

Gebr. v.d. Werf, Puttershoek

15 zitplaatsen



Heicondias

1984

 GHJ Koopman B.V.

80 zit- en staanplaatsen

Aangeschaft door Rijkswaterstaat als 'Nieuwe Waterweg'. Later overgenomen door een waterschap onder de naam 'Anna Lyse II'. Op een later moment ingezet door Connexxion op de veerdienst naar Pampus.


St. Antonius

1964

Fred Clausen, Oberwinter

200 zit- en staanplaatsen

Voer tot 1979 als pont tussen Himmelgeist en Uedesheim, totdat noordelijk een brug van Bundesautobahn 46 over de Rijn in gebruik kwam. Deed vervolgens tijdelijk dienst bij de bouw van de Orwellbrug in Ipswich. Verving in 1983 de 'Eendracht', een gierpont. De St. Antonius vervoert op drukke dagen tot 200 personen per overtocht. De capaciteit van de boot is in 2013 naar dit aantal verdubbeld om ruimte te bieden aan het steeds groeiend aantal reizigers. Hiervoor is onder meer het aantal reddingsvesten uitgebreid. Daarnaast worden met deze veerpont geautoriseerde motorvoertuigen overgezet.



In de zomermaanden doen daarnaast diverse bootdiensten het eiland aan vanuit Willemstad, Nieuwendijk, Stad aan het Haringvliet, Middelharnis en Hellevoetsluis. Het eiland heeft geen jachthaven. Pleziervaartuigen mogen sinds 2017 in de zomermaanden juni, juli, augustus, september niet meer aanmeren in de veerhaven. Deze haven is dan in gebruik voor chartervaart, zoals de Waterbus.

Afbeeldingen






Trivia

o   Het eiland was tot 2001 privébezit. De regels voor de openbare weg, zoals rijbevoegdheid en autoregistratie voor voertuigen die op het eiland bleven, waren hier niet van toepassing. Doordat geen wegenbelasting betaald hoefde te worden en reparatie op locatie duur was, werden veel nog net rijvaardige auto's naar het eiland gebracht om daar zonder kenteken rond te rijden. Bij schade werd dan weer een vervangend voertuig gekocht. Dit resulteerde tot 2001 in veel autowrakken op het eiland.

o   In februari 1986 en januari 1987 was het Vuile Gat niet bevaarbaar. Het essentiële vervoer van en naar het eiland, waaronder het vervoer van schoolkinderen, vond plaats per politiehelikopter.

Overgenomen van: Wikipedia Tiengemeten 

Landgoed Clingendael te Wassenaar 

Clingendael, een landgoed met een 17e-eeuws huis gelegen op het grondgebied van de gemeente Wassenaar tegen de Haagse wijk Benoordenhout, is eigendom van de gemeente Den Haag. Sinds 1982 is het Huys Clingendael in gebruik bij het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael.


Geschiedenis

In de 16de eeuw stond er een boerderij in de clinge (duinvallei) waar nu Clingendael ligt. In 1591 kocht Philips Doubleth de landerijen. Zijn kleinzoon Philips Doubleth III brak de boerderij af, bouwde er een landhuis en legde onder invloed van de Franse classicistische tuinarchitectuur een tuin in barokstijl aan met veel buxushagen en symmetrische patronen. Het huis werd een centrum van kunst en cultuur. Philips Doubleth III moeder Geertruid en zijn oom en schoonvader Constantijn Huygens speelden daarbij een belangrijke rol.

In 1804 kwam het landgoed Clingendael in handen van W.J. baron van Brienen van de Groote Lindt. In 1839 kocht diens zoon Arnoud het naastgelegen Landgoed Oosterbeek, dat slechts door een bochtige gracht van Clingendael is gescheiden.

Hij huurde Jan David Zocher in om de tuinaanleg voor beide landgoederen aan te passen aan de eisen van zijn tijd. Arnoud van Brienens achterkleindochter, Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy (Den Haag 1871-aldaar 1939), woonde er tot haar overlijden. Na een bezoek aan Japan liet zij op het landgoed een Japanse tuin aanleggen. In 1914 werd het huis verbouwd door de architect Johan Mutters en in 1915 uitgebreid door Co Brandes en J.Th. Wouters.



Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen. Tevens werden er meerdere bunkers gebouwd.

Na de oorlog trok Edgar baron Michiels van Verduynen, een neef van Marguérite van Brienen, er in met zijn echtgenote, Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels van Verduynen-Jochems, alsook de Duitse baron Johann von Ripperda.

In 1953, een jaar na het overlijden van Michiels van Verduynen, werden de tuinen en het park van Clingendael-Oosterbeek verkocht aan de gemeente en voor het publiek opengesteld. Tot haar overlijden in 1968 mocht de barones op Clingendael-Oosterbeek blijven wonen. De zoon van de Duitse baron woonde tot zijn overlijden in het koetshuis.


Huys Clingendael werd in 1982 grondig verbouwd. Sindsdien is Instituut Clingendael er gehuisvest.

Marguérite Mary (Daisy) barones van Brienen van de Groote Lindt (1871-1939)




 


Bijgebouwen

Het koetshuis

Tegenover het grote huis staat een oud koetshuis. Een deel ervan wordt bewoond, het overige is atelierruimte voor kunstenaars.

Omdat Instituut Clingendael dringend opslagruimte nodig heeft, werd begin 2008 beslist dat vrijgekomen ruimte in het koetshuis niet meer aan kunstenaars zal worden gegeven. Ook is er al een deel van de theeschenkerij in gebruik als opslag.

Tuinmanswoningen

Bij de ingang van het park staan twee kleine huizen met rieten dak en luiken, die beschilderd zijn in de kleuren van het familiewapen, rood-wit. Links van de oprijlaan staat nog enkele personeelswoningen. Aan de Van Alkemadelaan staan nog twee 'Noorse' houten woningen uit 1931.

Logeerhuis

Voor de Tweede Wereldoorlog stond het logeerhuis dichter bij het grote huis. In de oorlog heeft Seyss-Inquart het laten verplaatsen, zodat zijn zuster er kon wonen. Na de oorlog werd het een theeschenkerij.

De ijskelder

Landgoederen hebben vaak een ijskelder. In de winter worden ijsblokken uit de gracht gebikt, en opgeslagen in een ijskelder in het bos. Er werd ook zaagsel in de kelder gebruikt om te voorkomen dat de blokken aan elkaar vroren. De ijskelder lag in de buurt van de oud-Hollandse tuin.

De tuin

Baron van Brienen liet de tuin door Zocher aanpassen aan de Engelse landschapsstijl. Na Zocher werkten de tuinarchitecten Springer en Petzold op het landgoed.

Japanse tuin

Het beroemdste deel van de tuin is ongetwijfeld de Japanse tuin, die slechts acht weken per jaar voor het publiek geopend is, omdat hij zo kwetsbaar is. Freule Daisy reisde veel en nam uit Japan lantaarns, een watervat en enkele bruggetjes mee die gebruikt werden in haar Japanse tuin. De tuin werd ontworpen en aangelegd met steun van haar tuinarchitect Theodoor Dinn. Het is nu de grootste Japanse tuin in Nederland met een oppervlakte van 6800 m². Sinds 2001 is de tuin een rijksmonument.

In 2008 is het paviljoen opgeknapt. De schuifpanelen, de 'shojis', waren in de oorlog verloren gegaan en zijn nu in Japan bijgemaakt. Ook is het rieten dak opgeknapt en zijn de twee bruggetjes vervangen door de zgn. aardbrug of 'dobashi'. Tuinarchitect Saburō Sone is door de gemeente uitgenodigd om te snoeien.

In 2013 werd op 27 april het 100-jarig bestaan van de tuin gevierd met een Japans festival van 10:30 uur - 20:00 uur. Op het programma stonden onder meer een Japanse fluitist, Japanse trommelaars, Japans zwaardvechten (Kendo), sushi maken en oosterse stoelmassage.

Beelden van de Japanse tuin









Sterrenbos

Ook het dichte Sterrenbos is uit de tijd van freule Daisy. Er is een onderbegroeiing van azalea's en rododendrons.

Slingermuur

De slingermuur is rond 1727-1733 gebouwd door Wigbold Slicher, en gerestaureerd in 1985. Deze dient om luwte te scheppen voor bomen 
met zachte vruchten zoals abrikozen, peren, perziken en pruimen. Hij wordt ten onrechte vaak de slangenmuur genoemd, maar de 
constructie daarvan is anders. Een slangenmuur houdt zichzelf staande, en heeft geen verdikkingen of steunen. 
Een verklaring voor het experimentele karakter van de muur kan zijn dat Slicher een familielid was van Pieter de la Court van der Voort, die een handboek over de tuinkunst schreef (1737).

Oud-Hollandse tuin

Vroeger lag hier een kaatsbaan met theehuis. Het huisje bestaat nog, en de Frans aandoende stenen trappen van Springer (1887) 
en het bordes maken van de tuin een afgerond geheel. In het begin van de 20ste eeuw is er een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken. 
Er staat een bronzen beeld van het 'Dansende Meisje' gemaakt door kunstenaarsechtpaar Jean en Marianne Bremers uit Helvoirt.

Hondenbegraafplaats

Freule Daisy heeft altijd honden gehad. Ze liet ze begraven onder een linde, die solitair in de tuin staat en vanuit het huis goed te zien is.
De grafstenen stonden rechtop, maar Seyss-Inquart heeft ze plat laten leggen, uit angst dat scherpschutters zich erachter zouden verschuilen.



De oorlogsjaren

Het landgoed was onderdeel van de Atlantikwall, waarvoor vrij schootsveld nodig was.
Bomen werden gekapt, bunkers aangelegd, en in het Benoordenhout werden huizen afgebroken. 
Maar huize Clingendael mocht blijven staan omdat het de woning van rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart was.

Op 14 maart 1942 werden Han Jordaan en Pim Boellaard onder anderen door Seyss-Inquart buiten ondervraagd. Op een voormalig koetshuis tegenover het grote huis is een plaquette die hieraan herinnert.

Verkoop van het landgoed

In 1999 probeerde de gemeente Clingendael te verkopen aan de hoogst biedende, maar daar was veel protest tegen. Mogelijk zou er een hotel of conferentieoord komen. Om het protest te ondersteunen liet de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) een film maken door het duo Jan van den Ende en Monique van den Broek.

In 2006 stond het landgoed Clingendael in belangstelling toen de gemeente Den Haag overwoog een tot het landgoed behorend stuk grond ter beschikking te stellen voor de bouw van een nieuwe ambassade voor de Verenigde Staten van Amerika. 

Eind 2006 werd overeenstemming bereikt over de definitieve locatie voor de ambassade: de plek waar destijds een voetbalvereniging (VV JAC) 
en een hondenrenbaan gevestigd waren, aan de Waalsdorperlaan en de Benoordenhoutseweg, niet ver van Paleis Huis ten Bosch.

Dit gebied behoort tot de gemeente Wassenaar, maar de grond is in 2010 verkocht door de gemeente Den Haag.



In 2018 is de ambassade vertrokken van het Lange Voorhout in Den Haag, waar de beveiligingsmaatregelen te veel problemen gaven. De verhuizing naar landgoed Clingendael stuit op veel weerstand van de inwoners van de wijk Benoordenhout en van milieugroepen, vanwege de ligging midden in een kwetsbaar natuurgebied. Volgens de planning is echter in 2013 met de bouw begonnen en heeft de verhuizing en opening plaats gevonden.

Brand

In de nacht van 29 op 30 augustus 2013 brandde een deel van de boerderij af.
Er waren geen slachtoffers. Toen de Japanse tuin in oktober twee weken open was, stond er een melkbus bij de ingang van de tuin om geld te verzamelen voor de gedupeerde boer. Wethouder Boudewijn Revis ondersteunde deze buurtactie en verdubbelde het opgehaalde bedrag.

Prent uit een serie van 71 prenten met Rijnlandschappen, gezichten op vorstelijke paleizen en stadsgezichten uit Den Haag en Amsterdam. Dit is prent 44 uit de serie. Het landhuis Clingendael wordt in het onderschrift Huis van St. Annen-land genoemd omdat het destijds in bezit was van de Heer van St. Annaland. 

 Overgenomen van: Wikipedia Landgoed Clingendael

Stad aan 't Haringvliet




Stad aan 't Haringvliet is een dorpje dat deel uitmaakt van de gemeente en het eiland Goeree-Overflakkee in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp telde 1.365 inwoners op 1 januari 2019. De ligging aan het Haringvliet maakt het dorp tot een trekpleister voor watersportliefhebbers. Naast de oude haven in het centrum van het dorp is er daarom ook een grote jachthaven.



De dorpscultuur komt onder meer tot uiting door een dorpskring en de jaarlijkse culturele dag, de Stadse dag genaamd.





Geschiedenis
Stad aan 't Haringvliet was in het kader van de gemeentevorming na de annexatie van het Koninkrijk Holland door het Eerste Franse Keizerrijk op 1 januari 1812 toegevoegd aan de gemeente Den Bommel. Op 1 april 1817 werd het een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1966 werd deze gemeente bij een gemeentelijke herindeling toegevoegd aan de gemeente Middelharnis.

Bezienswaardig
o   De Hervormde Kerk in de Nieuwstraat met daarnaast de pastorie. Verder is er ook nog een gereformeerde kerk te vinden. De gereformeerde gemeente heeft haar deuren moeten sluiten vanwege lage bezoekersaantallen tijdens de diensten. De overige gemeenteleden zijn vertrokken naar de nabijgelegen gereformeerde gemeente te Middelharnis. De kerk is inmiddels verbouwd tot een woonhuis.
o   In de Voorstraat is het oude gemeentehuis te zien en een spuithuisje uit 1926. Deze Voorstraat werd ooit geschilderd door de bekende kunstenaar Rien Poortvliet voor zijn boek Langs het tuinpad van mijn vaderen.
o   De oude kapperszaak van "Piet de kapper" aan de Voorstraat voert de bezoeker terug in de tijd.
o   Het voormalige doktershuis aan de Molendijk stamt uit 1876. De dokterswoning wordt beschreven in het boekje "Stad aan 't Haringvliet zoals het was" van J.L Braber.
o   Verderop op de Molendijk staat de korenmolen De Korenaar uit 1746. Deze molen werkt nog en is (op zaterdag) ook open voor bezoekers.

Overgenomen van Wikipedia: Stad aan 't Haringvliet

Geografie Stad aan 't Haringvliet





Wapen van Stad aan 't Haringvliet

Het wapen van Stad aan 't Haringvliet werd op 24 december 1817 bij besluit van de Hoge Raad van Adel aan de gemeente Stad aan 't Haringvliet in gebruik bevestigd. Vanaf 1 januari 1966 tot 1 januari 2013 maakte Stad aan 't Haringvliet deel uit van de gemeente Middelharnis. Het wapen van Stad aan 't Haringvliet is daardoor komen te vervallen. Sinds 1 januari 2013 valt Stad aan 't Haringvliet onder de gemeente Goeree-Overflakkee. In het wapen van Goeree-Overflakkee zijn geen elementen uit het wapen van Stad aan 't Haringvliet overgenomen.

Blazoenering

De blazoenering van het wapen luidde als volgt:

"Van goud, beladen met 2 fascen van keel."
De heraldische kleuren in het wapen zijn goud (geel) en keel (rood).



Geschiedenis

Het wapen is dat van Van Wittenhorst. In 1700 werd Willem van Wittenhorst heer van De Stad, maar het wapen werd enkele jaren eerder al vermeld in de Cronyk van Zeeland (1696). Het is niet bekend of de stad reeds in bezit van de familie was toen Willem van Wittenhorst de heerlijkheid in bezit kreeg.



Overgenomen van: Wapen van Stad aan 't Haringvliet


 

 

 

 

Fotogalerij Stad aan 't Haringvliet

Op maandag ochtend 10 juni 2019 werd door Sander van Scherpenzeel op de foto vastgelegd hoe de infrastructuur van Stad aan 't Haringvliet eruit ziet?

 Van Brienenoordbrug


De Van Brienenoordbrug is een brug over de Nieuwe Maas aan de oostkant van Rotterdam, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De brug bestaat uit twee naast elkaar gelegen boogbruggen met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. De weg over de brug is de rijksweg A16, en met zes rijstroken per richting en dagelijks meer dan een kwart miljoen voertuigen een van de breedste en drukste autosnelwegen van Nederland. Buiten de boog aan de oostzijde loopt ook een tweerichtingsfietspad. De totale lengte van de Van Brienenoordbrug bedraagt 1320 meter en de doorvaarthoogte is ongeveer 24 meter.


Locatie: Rotterdam, Coördinaten: 51° 54′ NB, 4° 33′ OL, Overspant: de Nieuwe Maas
Lengte totaal: 1320 m, Breedte: 2 x 28 m, Doorvaarthoogte boog: 25,04 m, bascule: 22,50 m
Doorvaartbreedte boog: 280,00 m, bascule: 50,00 m, Langste overspanning boog: 300 m,
bascule: 60 m, Beheerder: Rijkswaterstaat, Bouwperiode 1961 - 1965 (I), 1986 - 1990 (II),
Opening: 1965 (I), 1990 (II), Gebruik: Huidig gebruik fiets-, voetgangers- en autoverkeer
Weg: A16, Verkeersintensiteit: +250.000 per dag, Architectuur: Type boogbrug + basculebrug
Architect(en) ir. W.J. van der Eb, ir. W.P. Goedhart, Materiaal: staal, Bijzonderheden Langste overspanning verkeersbrug van Nederland.

Geschiedenis

De eerste brug

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen.

De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm.

Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade, die in dienst van Rijkswaterstaat onder andere ook het ontwerp van het Emmaviaduct in Groningen op tekening heeft uitgewerkt.

De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig.

De brug vormt de derde vaste oeververbinding na de opening van de Willemsbrug in het centrum van de stad in 1878 en de nog westelijker gelegen Maastunnel in 1942. In het zuiden sloot de nieuwe weg door middel van een groot verkeersplein bij IJsselmonde aan op de bestaande rijksweg 16 van de oude Stadionweg naar Dordrecht. Aan de noordkant hield het traject eerst op bij het Kralingseplein (bij het tegenwoordige Rivium), maar spoedig volgde de verlenging naar de Bosdreef en de Hoofdweg en in 1973 de aansluiting op de A20 op het Terbregseplein.

Verdubbeling

Al snel bleek de capaciteit van de brug ontoereikend. In 1986 werd dan ook begonnen met een grootschalig project dat voorzag in een verdubbeling van de Van Brienenoordbrug en de toeleidende wegen. Om het scheepvaartverkeer zo min mogelijk te hinderen werd deze tweede boog niet ter plaatse gebouwd, maar in Zwijndrecht. In 1989 is de nieuwe boog, met een overspanning van 287,5 meter, naar zijn definitieve plaats gevaren, op slechts 15 centimeter ten westen (stroomafwaarts) van de oude brug. Deze operatie trok enorm veel publiciteit, onder meer doordat het gevaarte alleen via de Oude Maas en de Nieuwe Waterweg de Nieuwe Maas kon bereiken. Er moest daarnaast de Spijkenisserbrug, Botlekbrug en de Koninginnebrug worden gepasseerd. De overige scheepvaart is voor die gelegenheid stilgelegd. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen.

De tweede (westelijke) boog is iets breder dan de oude. Vol trots meldde men dat het nieuwe wegdek van het beweegbare deel veel dunner was dan dat van de oude brug. In de zomer van 1997 bleek echter het nieuwe wegdek te dun en ontstonden vermoeiingsscheuren, waardoor de val (het bewegende gedeelte) tegen hoge kosten vervangen moest worden. Deze ontdekking vormde de aanleiding voor de oprichting van het meerjarige onderzoeksproject Problematiek Stalen Rijvloeren van Rijkswaterstaat.

Toekomst

Op 2 april 2008 werd bekendgemaakt dat de Van Brienenoordbrug in zo'n slechte staat verkeert dat ze binnen 10 jaar moet worden gerenoveerd. Op 17 januari 2018 presenteerde minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in Rotterdam een plan voor de vernieuwing van de Nederlandse weginfrastructuur, waarin ook groot onderhoud aan de Van Brienenoordbrug werd aangekondigd, dat in 2020 zou kunnen beginnen.

Brugopening

Jaarlijks varen zo'n 140.000 schepen onder de brug door. Voor circa 500 daarvan moet de brug worden geopend, een proces dat 18 minuten duurt: de brug omhoog bewegen duurt 4 minuten, in 10 minuten vaart het schip onder de brug door, en het naar beneden gaan van de brug duurt wederom 4 minuten. Gedurende deze tijd wordt het wegverkeer stilgezet met slagbomen. Sedert november 2005 wordt de brug volledig op afstand bediend vanuit Rhoon in plaats van in het bedieningscentrum naast de brug.

Brugopening moet ten minste 3 uur van tevoren worden aangevraagd bij het Haven-Coördinatiecentrum. De verdere afhandeling wordt gedaan vanuit de Verkeersmanagementcentrale van Rijkswaterstaat.


Door een elektro-mechanische storing op 17 maart 2006 heeft de brug midden op de dag ongeveer een uur opengestaan. Er ontstonden files tot 7 kilometer lang. Als eerste sloot de westbrug (rijrichting Breda) en rond 13.00 uur de oostbrug (rijrichting Utrecht/Den Haag). Op 5 november 2006 wilde de brug weer niet sluiten door een elektrische storing en moesten technici de brug handmatig laten zakken.


Op 14 januari 2015 gingen rond het middaguur de slagbomen door een technische storing niet meer open. Dit zorgde voor files tot 8 kilometer lang. Na drie kwartier werden de slagbomen handmatig geopend, eerst de brug in de rijrichting van zuid naar noord.

Verkeer





Elk van de twee bruggen is in tweeën verdeeld. Zo is er aan beide zijden een hoofdrijbaan voor doorgaand verkeer en een parallelrijbaan voor lokaal verkeer. Dit is gedaan voor de doorstroming en verkeersveiligheid. Elk van deze vier banen bestaat uit drie rijstroken.

Sinds 1993 is op de hoofdrijbaan richting het Terbregseplein een vrachtwagenstrook waar vrachtverkeer en bussen zwaarder dan 3500 kg gebruik van mogen maken.

In 2001 was circa 13% van het verkeer dat over de brug reed vrachtverkeer.

De brug is toegankelijk voor fietsers, bromfietsers en overig langzaam verkeer. Voorheen werden bromfietsers wel, maar fietsers niet toegelaten, maar dat werd door fietsers veelvuldig overtreden.

Trivia

o   Op afspraak geeft Rijkswaterstaat rondleidingen op de brug aan groepen tot tien personen.
o   In 1996 werd de Van Brienenoordbrug in Madurodam onthuld. De (enkele) boog overspant een lengte van 24 meter. Deze brug is op schaal 1:12, dus eigenlijk te groot, want Madurodam is op schaal 1:25.
o   Op 1 februari 2015 vierde de Van Brienenoordbrug haar 50-jarig bestaan.

Overgenomen van: Wikipedia Van Brienenoordbrug

Eiland Van Brienenoord


Het eiland Van Brienenoord is een eiland in een buitenbocht van de Nieuwe Maas bij Oud-IJsselmonde. Het eiland is aan het begin van de 19e eeuw door verslibbing van een zandplaat ontstaan en is 21 hectare groot. Het dankt zijn naam aan baron Van Brienen van de Groote Lindt, die het eiland in 1847 kocht. Tevens verwierf Van Brienen het recht op diepvisserij op steur en zalm tussen Bolnes en de Leuvehaven. Destijds had het tegenover IJsselmonde gelegen Kralingseveer de grootste zalmafslag van Nederland. In 1880 alleen al werden er 100.000 zalmen gevangen.



In 1904 werd het Eiland van Brienenoord Rotterdams grondgebied. In de jaren dertig kwamen hier de clubhuizen Arend en Zeemeeuw voor de jeugd van Rotterdam-Zuid. Het eiland was tot de Tweede Wereldoorlog bebost. De Duitse bezetter rooide dit bos echter om de boomstammen te gebruiken als 'asperges' (in de grond geplaatste palen tegen het landen van vliegtuigen). De restanten van het bos verdwenen in de hongerwinter in Rotterdamse kachels. Sinds 1943 zijn er volkstuinen op het eiland. Op het westelijk deel van het eiland zijn in de jaren zestig de tunnelelementen voor de riviertunnel van de Rotterdamse metro gebouwd. Het speciaal gebouwde dok ligt er nog. Op de oostpunt van het eiland staan sinds 1965 drie pijlers van de Van Brienenoordbrug. In 1990 werd de brug naar het westen toe verbreed.



Na 1945 werd er op het eiland en in de omgeving naar aardolie geboord, (wat aan de Stadionweg zelfs een heuse spuiter veroorzaakte). De met Jaknikkers opgepompte olie werd opgeslagen in tanks op de oostelijke punt en daarvandaan vervoerd naar de raffinaderijen in Pernis.



Sinds juni 2000 grazen er Schotse Hooglanders op het eiland ter bevordering van een natuurlijke landschapsontwikkeling. Dit was een gemeenschappelijk project van de gemeente en het Wereld Natuur Fonds Nederland. Sinds 2003 wordt het Eiland van Brienenoord beheerd door het Zuid-Hollands Landschap. Sinds 1999 bestaan er plannen voor een conferentieoord met een hotel van 70 meter hoog op de westpunt (met een parkeergarage in het voormalige bouwdok), maar een besluit hierover is wegens grote weerstand onder de bevolking van met name IJsselmonde al diverse malen uitgesteld.



Elk voorjaar, van februari tot april, is het zeventien hectare grote eiland in de ban van de paddentrek. Als forensen in de spits trekken de amfibieën massaal naar de westpunt van het eiland. Daar is jaren geleden een poel aangelegd. De voortplantingstijd is voor de gewone pad het enige moment in het jaar dat hij zich in het water waagt. Rotterdammers verbazen zich er telkens weer over.

Sinds 2011 is het eiland ook een podium voor theater. Elk jaar komen zo'n 2000 kinderen op bezoek bij het natuurbelevingstheater van Stichting 'n Bries.


Overgenomen van: Wikipedia eiland Van Brienenoord 

Willem Thierry Arnold Maria van Brienen van de Groote Lindt

Willem Thierry Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt (Amsterdam, 5 maart 1814 – Den Haag, 9 april 1863), lid van de adellijke familie Van Brienen, was een politicus, kamerheer en kunstverzamelaar, die vooral bekend is geworden als de bouwheer van een stadspaleis aan het Lange Voorhout in Den Haag, het latere Hotel Des Indes.

Biografie

Thierry van Brienen werd geboren als zoon van Arnoud Willem baron van Brienen (1783-1854) en diens eerste echtgenote Angelica Louise van Wijkerslooth van Grevenmachern (1795-1816), lid van de familie Van Wijkerslooth. Hij groeide op aan de Keizersgracht in Amsterdam, waar zijn vader werkzaam was als koopman van de firma Van Brienen & Zoon.

Zijn vader was daarnaast onder meer kamerheer van de koningen Willem I en Willem II en lid van de Eerste Kamer. Ook baron Thierry zou later de functie van kamerheer bekleden en hij was een persoonlijk adviseur van koning Willem III. In 1843 werd hij lid van de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, volgde daar een kunstopleiding en werd in 1859 lid van de Raad van Bestuur.

Thierry van Brienen werd geboren als ongetitelde adel, maar verkreeg op 26 oktober 1835 per Koninklijk Besluit erkenning van de titel van baron. Van 1858 tot 1863 zou hij lid zijn van Provinciale Staten van Zuid-Holland.

Kunstverzamelaar

Grootvader Willem Joseph baron van Brienen (1760-1839) was een bekend kunstverzamelaar geweest. Thierry van Brienen was net als zijn grootvader erg geïnteresseerd in kunst. Via zijn vader zou Thierry van Brienen diens verzameling erven en deze aanzienlijk uitbreiden. In zijn Haagse stadspaleis kon Van Brienen een aanzienlijk deel van zijn verzameling van 419 schilderijen vertonen. 

Het grootste deel van zijn verzameling bestond uit werken van Hollandse en Vlaamse oude meesters. Aan de verzameling voegde hij werken toe van onder meer Ary Scheffer, Andreas Schelfhout, Barend Cornelis Koekkoek en Johannes Christianus Schotel. In Amsterdam bezat Van Brienen een huis uit 1772 aan de Herengracht 182, waar hij een deel van de kunstverzameling bewaarde. 

Stadspaleis
Van Brienen erfde in 1854 van zijn vader het Landgoed Clingendael en het ernaast gelegen Landgoed Oosterbeek in Wassenaar, beiden gesitueerd aan de gemeentegrens met Den Haag. In 1858 kocht Thierry van Brienen een drietal huizen aan het Lange Voorhout en de aangrenzende de Vos in Tuinstraat in Den Haag en liet op die plek door architect Arend Roodenburg een stadspaleis bouwen om feesten te kunnen organiseren. 

 

Het gebouw bezat een een uitbundig gedecoreerde balzaal, privé- en gastenverblijven, een binnenhof en stallen. Van Brienen was niet belast met bescheidenheid en liet zelfs op alle vergulde deurknoppen zijn initiaal B aanbrengen. Enkele exemplaren daarvan zijn nog aanwezig in het huidige Hotel Des Indes. Ook hangen er nog steeds twee van zijn kroonluchters en de schouw in de “Van Brienen Zaal” wordt gesierd met een gepersonaliseerd wapen met zijn initialen.

Huwelijken
Thierry van Brienen trouwde in 1836 met Ida Charlotte Nicolette barones Selby (1809-1845), dochter van Charles Borre baron Selby, Deens ambassadeur in Den Haag van 1820-1842 en geheimraad van koning Frederik VI van Denemarken, en Christiana Georgine Louise Falbe. Eén van zijn huwelijksgetuigen was Johan Gijsbert baron Verstolk, heer van Soelen, minister van Buitenlandse Zaken onder koning Willem I.




Na het overlijden van Ida de Selby in 1845, hertrouwde Thierry van Brienen in 1847 met Adriana Maria barones van Zuylen van Nyevelt (1819-1892), dochter van Jan Adriaan baron van Zuylen van Nyevelt en Quirina Catharina Petronella Teding van Berkhout. Adriana van Zuylen was een hofdame van prinses Louise van Pruisen. Na het overlijden van Thierry van Brienen in 1863 hertrouwde zij op haar beurt in 1870 met Philip Jacob baron van Pallandt (1814-1892), lid van de familie Van Pallandt en eigenaar en bewoner van Duinrell. 

Nalatenschap
Uit zijn huwelijken had Thierry van Brienen twee dochters en drie zonen. Erfgenaam van de nalatenschap van baron Thierry in 1863, was diens zoon Arnoud Nicolaas Justinus Maria baron van Brienen van de Groote Lindt (1839-1903), die al in 1867 het stadspaleis van de hand deed aan hotelier François Paulez. Deze schonk het pand aan zijn dochter Alegonda en haar man Friedrich Wirtz, die er het beroemde Hotel Des Indes in vestigden. Zoon Arnoud erfde eveneens de grote kunstcollectie van zijn vader, waarvan later door vererving het bezit over de familie verspreid zou raken. 

Overgenomen van: Wikipedia Willem Thierry Arnold Maria van Brienen van de Groote Lindt. 

Willem Joseph van Brienen van de Groote Lindt

Willem Joseph baron van Brienen, (Amsterdam, gedoopt 31 december 1760 – Wassenaar, 10 oktober 1839), Heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wassenaar, was een Nederlands koopman, politicus en bestuurder. 

Familie

Van Brienen was lid van de familie Van Brienen en was een zoon van Arnoldus Johannes van Brienen, heer van de Groote Lindt en Dortsmond (1735-1804) en Sophia Maria Half-Wassenaar, vrouwe van Stad aan het Haringvliet (1727-1802). Van Brienen was een telg uit een koopmansgeslacht in Amsterdam. Zowel zijn vader als zijn grootvader waren actief in de hennep- en teerhandel en assurantie; ze dreven het handelshuis "Willem van Brienen en zoon".

Op 28 mei 1782 trouwde hij in Haarlem met Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk (1761-1802). Zij kregen vijf kinderen, onder wie Arnoud Willem van Brienen van de Groote Lindt die later ook de politiek in zou gaan. Hij was regent van het rooms-katholieke Maagdenhuis en vertegenwoordigde de minderjarige wezen in erfeniskwesties.

Politieke carrière

Franse tijd

In de tijd van de Bataafse Republiek en het koninkrijk Holland was Van Brienen tussen 1803 en 1813 bestuurlijk actief in Amsterdam. Hij begon van 1803 tot 1807 als lid van het stedelijk bestuur, van 1806 tot 1808 was hij adjunct-burgemeester, vervolgens van 1808 tot 1811 wethouder en ten slotte was hij van 1811 tot 1813 maire (burgemeester). Daarnaast was hij ook in de landelijke politiek actief: in 1807 en 1808 was hij staatsraad. In 1810 was hij lid van de Raad voor de Zaken van Holland in Parijs. Ook was hij lid van de Commissie van Inlijving (van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk, een adviescommissie voor Napoleon). Toen het koninkrijk Holland werd opgeheven en Nederland bij Frankrijk werd gevoegd werd hij in 1812 lid van de algemene raad van het Zuiderzeedepartement.

Koninkrijk der Nederlanden

Na het einde van de Franse heerschappij in de Nederlanden bleef hij actief in de politiek. Van 1814 tot september 1815 was hij lid van de Provinciale Staten van Holland voor de stad (Amsterdam). In 1815 werd hij buitengewoon lid van de dubbele Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden (8 - 19 augustus 1815) voor de goedkeuring van de grondwet van 1815, daarna was hij van 21 september 1815 tot zijn dood op 10 oktober 1839 lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. In 1829 was hij het enige noordelijke lid dat de talrijke petities uit het Zuiden over de rechtspraak en het onderwijs onder de aandacht van de koning wilde brengen.

Nevenfuncties

Behalve in de politiek was Van Brienen van de Groote Lindt ook op andere terreinen actief. Zo was hij lid van het dijkbestuur en hoogheemraadschap Beemster en stichtte hij een verblijf voor bejaarden in Halfweg.

Onderscheidingen en eerbewijzen

Van zowel de Franse als de Nederlandse machthebbers ontving Van Brienen de nodige eerbewijzen voor zijn werk. Op 15 november 1807 werd hij benoemd tot honorair kamerheer van koning Lodewijk Napoleon. Op 23 april 1808 werd hij benoemd tot Commandeur in de Orde van de Unie. Door Napoleon werd hij op 30 juni 1811 benoemd tot ridder in het Legioen van Eer, kort daarna in 1812 werd hij al bevorderd tot commandeur in diezelfde orde. Ook benoemde Napoleon hem op 23 oktober 1811 tot "baron de l'Empire". Van Brienen werd op 9 december 1814 benoemd in de Ridderschap van Holland en kreeg zo het predicaat jonkheer. Op 12 januari 1825 werd Van Brienen de titel baron verleend, omgezet in een erkenning in 1835.

Overgenomen van: Wikipedia Willem Joseph van Brienen van de Groote Lindt.

Familiegrafkelder Van Brienen van de Groote Lindt


Familieleden van Van Brienen zijn bijgezet in het familiegrafkelder in:

Wassenaar op de R.K. Begraafplaats van de St. Willibrordes parochie kerk te Wassenaar,

Kerkstraat 77, 2242 HE, Wassenaar, Zuid-Holland.

1.   Mr. Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt. Begraven op donderdag 10 oktober 1839. Heer van De Groote Lindt, Stad aan 't Haringvliet, Dortsmond en Wassenaar.

2.   Mevr. Henrietta Alexandrina Wilhelmina Josephina Maria barones van Brienen van De Groote Lindt, geboren Den Haag 18 januari 1841 en overleden Den Haag 19 mei 1844. Dochter van Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt en Ida Charlotte Nicolette Selby.





3.   Mevr. Ida Charlotte Nicolette Selby, geboren Kopenhagen 25 november 1809, overleden Den Haag 16 februari 1845. Dochter van Charles Joseph Borre Selby (till Oerupgaard) en Christiane Louise Georgine Falbe.

4.   Mevr. Caroline Francesca Josephine van Brouchoven de Bergeyck Zij is geboren op 12 augustus 1802 in Brussel en overleden op 13 juni 1846 in Amsterdam, zij was toen 43 jaar oud. Echtgenote van Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854).

5.  Mr. Jacob baron van Brienen van de Groote Lindt, begraven donderdag 3 november 1853. 

6.   Mr. Hendricus baron van Brienen van de Groote Lindt, begraven woensdag 15 februari 1854.

7.   Mr. Arnoud Willem baron van Brienen van Groote Lindt (Amsterdam, gedoopt 5 april 1783 - Den Haag, 26 oktober 1854), heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wezenstein.





8.   Mr. Willem Thierry Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren 5 maart 1814 te Amsterdam en overleden op 9 april 1863 te Den Haag. 

9.   Mr. Frederik Lodewijk Johan Adriaan Quirijn Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Hij is geboren op 12 maart 1849 te 's Gravenhage en overleden op 22 februari 1873 in Parijs, hij was toen 23 jaar oud.

10.   Mr. Willem Lodewijk Carel Maria baron van Brienen van de Groote Lindt, geboren Den Haag 15 november 1843, overleden Den Haag 4 maart 1873, zoon van Willem Diederik Arnoud Maria van Brienen van de Groote Lindt en Ida Charlotte Nicolette Selby.

11.   Mr. Arnold Nicolaas Justinus Marie baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren op 18 juli 1839 en overleden op 4 januari 1903 in op de Middelandse zee tussen Italië en Egypte, hij was toen 63 jaar oud.

12.   Mevr. Ida Cornelia Maria Adriana barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij is geboren op 20 juni 1863 in 's-Gravenhagn en overleden op 8 juni 1913 in 's Gravenhage, zij was toen 49 jaar oud.

Bron: Stichting R.K. Begraafplaatsen te ’s-Gravenhage (PAX).

13.   Mevr. Charlotte Marie Louise barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 14 december 1866 te Den Haag, Zuid-Holland en overleed op 18 juni 1948 te Knebworth, Herts, Engeland. Zij werd 81 jaar oud.

14.   Mr. Jacob Diederik Lodewijk Emanuel baron van Brienen van de Groote Lindt, Heer van Stad aan 't Haringvliet, geboren te Amsterdam op 25 februari 1830, overleden te Brussel op 3 november 1858, grondeigenaar en gewoond hebbende op "Eindenhout" te Heemstede.

Familieleden Van Brienen die ook op de begraafplaats zijn bijgezet volgens krantenbronnen van Delpher.nl:

15.   Mr. Edgar Frederik Marie Justin baron Michiels van Verduynen, Heer van de Groote Lindt en van Verduynen ('s-Gravenhage, 2 december 1885 - Londen, 13 mei 1952) was een Nederlands politicus.

16.   Mevr. Marguérite Mary 'freule Daisy' barones van Brienen van de Groote Lindt (1871-1939).

17.   ... baron of barones Brienen van de Groote Lindt. Geboren ... en overleden in 1856

18.   Ch. van baron of barones Brienen van de Groote Lindt Geboren ... en overleden ... .

De huidige eigenaar van de grafkelder te Wassenaar is Jhr. Georges Louis Hubert Anna Marie Michiels van Kessenich.

Bron: Waar gaat de reis naar toe?, Historische Vereniging Oud Wassenaer, Comité Open Monumentendag Wassenaar, 2014.


 


 Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins d'Hénin-Liétard

Thierry-Arno-Baudoin-Philippe de Hénin-Liétard, Prince d'Hénin, Comte d'Alsace (5 augustus 1853 - 24 februari 1934) was een Franse politicus. 

Jeugd
Thierry-Arno-Baudoin-Philippe werd geboren in het Huis van Hénin op 5 augustus 1853 in Den Haag in Nederland. Erfelijk prins van het Heilige Roomse Rijk, hij was een zoon van Simon-Gérard d'Alsace de Hénin-Liétard (1832–1891) en barones Angélique van Brienen de Grootelindt (1833–1921). Zijn jongere broer was Philippe-Charles de Hénin-Liétard (die met Hélène-Marie-Éléonore van Brienen de Groote Lindt huwde).

Zijn grootvader van vaders kant was Pierre-Simon de Hénin-Liétard, een zoon van Jean-François-Joseph de Hénin-Liétard, kamerheer van Joseph II, de Heilige Roomse keizer en aartshertog van Oostenrijk van 1765 tot 1790 (en broer van Marie Antoinette). Zijn overgrootvader was de oom van Prins Charles-Alexandre de Hénin-Liétard d'Alsace, die tijdens de Franse Revolutie door guillotine werd geëxecuteerd.


Carrière
De Comte d'Alsace begon zijn carrière op 20-jarige leeftijd door dienst te nemen bij de cavalerie van het Leger van Afrika, een onderdeel van het Franse leger. Hij bracht tien jaar door in campagnes in het zuiden van Algerije en het zuiden van Tunesië, van 1873 tot 1883. Hij verdiende zijn officiersstrip en werd later opgemerkt door generaal Gaston, markies de Galliffet, en werd gepromoveerd tot geordend officier. Hij nam deel aan de beroemde cavalerie- aanval van de Chasseurs d'Afrique in Sedan. 

Na de dood van zijn vader in 1891, werd hij de 3e Prins van Hénin (1828 gemaakt), 7e Markies van de Elzas (c. 1720 gemaakt ), 4e graaf van de Elzas (1810). Hij nam ontslag uit het leger om voor zijn landgoederen in de Vogezen, Lotharingen te zorgen, inclusief het Château de Bourlémont in Frebécourt. Het kasteel was in 1769 door zijn overgrootvader overgenomen van de familie Bauffremont. In Bourlémont ontving d'Hénin vele notabelen, waaronder premier Georges Clemenceau.

Politieke carrière
Hij diende als burgemeester van Frebécourt van 1894 tot aan zijn dood, evenals algemeen raadslid van de Vogezen in het kanton Neufchâteau van 1892 tot zijn dood. Bij de parlementsverkiezingen van 1893 ontving hij 5.627 stemmen, maar hij werd niet gekozen in de Kamer van Afgevaardigden, de wetgevende vergadering van het Franse parlement tijdens de Franse Derde Republiek. 

Na de verkiezing van Paul Frogier de Ponlevoy in de Senaat, liep hij opnieuw als Republikeinse kandidaat en werd op 20 mei 1894 gekozen met 7.359 stemmen tegen 6009 stemmen voor M. Boussu. Hij liep ongehinderd in 1898en werd herkozen door 10.336 stemmen. In november 1898 werd hij benoemd tot lid van de legercommissie. Op 27 april 1902 werd hij opnieuw herkozen met 10.091 stemmen voor en 116 stemmen voor de radicale Dr. Schneider. Hij werd opnieuw gekozen in 1906 en diende tot 3 januari 1909.


Op 3 januari 1909 werd hij gekozen in de Senaat van Frankrijk. De Senaat bestond uit 300 leden, van wie er 225 werden gekozen door de departementen en kolonies en 75 door de Nationale Vergadering. Tijdens zijn dienst als senator voor de Vogezen, diende hij samen met de voormalige premier Jules Méline, die de Vogezen vertegenwoordigde. Hij werd herkozen op 11 januari 1920 en op 9 januari 1927 en diende tot aan zijn dood op 24 februari 1934. In de Senaat wijdde hij zijn aandacht aan militaire aangelegenheden en keerde terug in de dienst, met de rang van Squadron Chief, toen de Eerste Wereldoorlog begon.


Hij werd benoemd tot Officier de la Légion d'honneur en ontving het Croix de guerre voor zijn inspanningen in de oorlog.

Persoonlijk leven

Op 19 april 1884 was hij in Parijs getrouwd met Charlotte Gabrielle de Ganay (1864–1942). Ze was een dochter van Etienne, markies de Ganay en zijn vrouw, de Amerikaanse erfgename, Emily Ridgway (een kleindochter van koopman Jacob Ridgway ). Haar grootvader van vaders kant was Charles-Alexandre, markies de Ganay.

Haar broer, Jean, markies de Ganay, was getrouwd met salonnière Berthe, gravin de Béhague en hun zoon, graaf Bernard de Ganay, trouwde met Magdeleine Goüin.De Prince d'Hénin gestorven, zonder probleem, bij hem thuis, 20 Rue Washington, Paris op 24 februari 1934. Als hij geen directe erfgenaam had, liet hij het kasteel van Bourlémont aan Jacques de Graaf Rohan-Chabot (1889- 1958), de echtgenoot van zijn nicht, Nicole Hélène de Hénin-Liétard (1892–1958).

Overgenomen van: Wikipedia Thierry, Prince d'Hénin (EN)