Stichting Houtense Hodoniemen

Onderzoekt straatnamen, boerderijen, onroerend goed en adellijke families in Houten en omgeving

Familie Munnicks van Cleeff 

van de Grote en de Kleine Koppel van Maarschalkerweerd

Familiewapen van Evert van Cleef(f). Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl.Familiewapen van Evert van Cleef(f). Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl.


 

Ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd

Portret van Gerard Munnicks van Cleeff in 1830-1840, geboren 1797, arts te Utrecht, lid van de Provinciale Staten van Utrecht, lid van de gemeenteraad van Utrecht en overleden in 1860. Heer van de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 105801.Portret van Gerard Munnicks van Cleeff in 1830-1840, geboren 1797, arts te Utrecht, lid van de Provinciale Staten van Utrecht, lid van de gemeenteraad van Utrecht en overleden in 1860. Heer van de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 105801.


Handtekening van Gerard Munnicks van Cleeff in 1841. Bron: Het Utrechts Archief, 29-11, 11.Handtekening van Gerard Munnicks van Cleeff in 1841. Bron: Het Utrechts Archief, 29-11, 11.


Handtekening van de weduwe van Gerard Munnicks van Cleeff uit 1862. Bron: Het Utrechts Archief, 29-11, 10.Handtekening van de weduwe van Gerard Munnicks van Cleeff uit 1862. Bron: Het Utrechts Archief, 29-11, 10.



De gronden in geel gearceerd die lagen in de vroegere ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel opgenomen naar de kadasterkaart van 1 oktober 1832. Het huidige Utrecht Lunetten waar heden de rijkswegen A12 en A27 langs lopen. Bron: HISGIS Utrecht.De gronden in geel gearceerd die lagen in de vroegere ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel opgenomen naar de kadasterkaart van 1 oktober 1832. Het huidige Utrecht Lunetten waar heden de rijkswegen A12 en A27 langs lopen. Bron: HISGIS Utrecht.



Op vrijdag 10 november van het jaar 1330 verkocht de Utrechtse bisschop Jan van Diest het goed Maarschalkerweerd aan het Domkapittel.

De heerlijkheden de Grote en de Kleine Koppel waren tot 1675 van het Domkapittel, daarna gingen ze over naar particuliere eigenaars. In 1675 verkocht het kapittel de beide Koppels aan Samuel de Mares (-1691), heer van Maarsbergen.

Hij zal opgevolgd zijn door zijn zoon Johan de Mares (1666-1718), want diens weduwe Elisabeth van Loon (1674-1752) verkocht de heerlijkheden in 1727 aan Jan Volkerts (-1761).


Kaart van enige percelen land van het St. Ursula-convent en van enige percelen van het St. Maria Magdalena-convent op Klein Kovelswade of Tolsteeg, Hoograven en Laagraven in 1643. Getekend door J. van Diepenem. Noorden is links. Midden bovenaan het Houtense Zandpad met daarachter de 'Coppeldijck'. Na 1823 het Rijndijkje genoemd. Rechtsonder de Heilburgerkade, heden de Ravensewetering (weg). Weg van linksbeneden naar het midden, lopend om Hoog- en Laagraven heen is de Ravenseweg. Heden bij Fort Lunet 4 bekend als de Oude Liesboschweg. Bron: Het Utrechts Archief, 708, 1143-x.Kaart van enige percelen land van het St. Ursula-convent en van enige percelen van het St. Maria Magdalena-convent op Klein Kovelswade of Tolsteeg, Hoograven en Laagraven in 1643. Getekend door J. van Diepenem. Noorden is links. Midden bovenaan het Houtense Zandpad met daarachter de 'Coppeldijck'. Na 1823 het Rijndijkje genoemd. Rechtsonder de Heilburgerkade, heden de Ravensewetering (weg). Weg van linksbeneden naar het midden, lopend om Hoog- en Laagraven heen is de Ravenseweg. Heden bij Fort Lunet 4 bekend als de Oude Liesboschweg. Bron: Het Utrechts Archief, 708, 1143-x.


 

In geel gearceerd de gronden van Jan Willem van Cleef op 1 oktober 1832. Zijn broer Nicolaas Cornelis van Cleeff (1751-1818) erft in 1836 na het overlijden van Jan Willem de gronden in Maarschalkerweerd. Van 1805 tot 1818 krijgt Nicolaas ook de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd in eigendom. Tussen 1818-1829 heeft zijn weduwe Anthonia Elizabeth Munniks de ambachtsheerlijkheid in bezit. Na haar overlijden komt de ambachtsheerlijkheid in het bezit van haar zoon Dr. Gerard Munnicks van Cleeff. Hij laat zich vernoemen naar de achternamen van zijn vader (Van Cleeff) en moeder (Munnicks). De grond in Maarschalkerweerd blijft tot 1913 in het bezit van de kleindochter van Gerard Munnicks van Cleeff. Jkvr. Ewoudina Louisa Elisabeth, ridder van Rappard. Bron: Peter de Jong, Schipluiden.In geel gearceerd de gronden van Jan Willem van Cleef op 1 oktober 1832. Zijn broer Nicolaas Cornelis van Cleeff (1751-1818) erft in 1836 na het overlijden van Jan Willem de gronden in Maarschalkerweerd. Van 1805 tot 1818 krijgt Nicolaas ook de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd in eigendom. Tussen 1818-1829 heeft zijn weduwe Anthonia Elizabeth Munniks de ambachtsheerlijkheid in bezit. Na haar overlijden komt de ambachtsheerlijkheid in het bezit van haar zoon Dr. Gerard Munnicks van Cleeff. Hij laat zich vernoemen naar de achternamen van zijn vader (Van Cleeff) en moeder (Munnicks). De grond in Maarschalkerweerd blijft tot 1913 in het bezit van de kleindochter van Gerard Munnicks van Cleeff. Jkvr. Ewoudina Louisa Elisabeth, ridder van Rappard. Bron: Peter de Jong, Schipluiden.


Kaart van 10 percelen land op Oost- en Westraven. Getekend door J. van Diepenem in 1639. Bron: Het Utrechts Archief, 220, 574.Kaart van 10 percelen land op Oost- en Westraven. Getekend door J. van Diepenem in 1639. Bron: Het Utrechts Archief, 220, 574.


Gezicht vanuit het zuidwesten op de voorgevel van huis Heemstede te Houten in 1790-1810. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54097, 125.Gezicht vanuit het zuidwesten op de voorgevel van huis Heemstede te Houten in 1790-1810. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 54097, 125.


Fragment van de kaart van de vroegere gemeente Oud-Wulven uit ca. 1850, opgegaan per 1 januari 1858 tezamen met de gemeente Schonauwen in de nieuwe gemeente Houten. Noordelijk deel is de vroegere ambachtsheerlijkheid Maarschalkerweerd. Het zuidelijke deel is de vroegere ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel. Heden liggen hier nu de rijskwegen A12 en A27. De Utrechtse wijk Utrecht Lunetten en de sportvelden van Sportpark Maarschalkerweerd. Maarschalkerweerd is per 1 januari 1954 opgegaan in de gemeente Utrecht. Kaart: Het Utrechts Archief.Fragment van de kaart van de vroegere gemeente Oud-Wulven uit ca. 1850, opgegaan per 1 januari 1858 tezamen met de gemeente Schonauwen in de nieuwe gemeente Houten. Noordelijk deel is de vroegere ambachtsheerlijkheid Maarschalkerweerd. Het zuidelijke deel is de vroegere ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel. Heden liggen hier nu de rijskwegen A12 en A27. De Utrechtse wijk Utrecht Lunetten en de sportvelden van Sportpark Maarschalkerweerd. Maarschalkerweerd is per 1 januari 1954 opgegaan in de gemeente Utrecht. Kaart: Het Utrechts Archief.



In deze verkoop was ook Maarschalkerweerd begrepen. Hoe die heerlijkheid, die had behoord aan het kapittel van Oud-Munster, in de familie De Mares is gekomen, is niet bekend. Volkerts erfgenaam was zijn zuster Clara Margaretha, die de heerlijkheden in 1762 overdroeg op haar zoon Coenraad Christoffels (-1791).

De eigendomsrechten van Maarschalkerweerd werden betwist door het kapittel van Oudmunster, maar die strijd werd door Christoffers gewonnen. Hij verkocht de heerlijkheden in 1789 aan Gerard Munnicks (-1804), die in 1804 werd opgevolgd door zijn schoonzoon Nicolaas Cornelis van Cleeff.


De oudst bekende kaart uit het jaar 1595 met daarop ingetekend de Koningsweg met Kovelaarsbrug en de Koppeldijk. Met rechtsonder Utrecht stad en midden bovenaan Houten ingetekend. Bron: Het Utrechts Archief, 222 (kaartboek kapittel St. Jan).De oudst bekende kaart uit het jaar 1595 met daarop ingetekend de Koningsweg met Kovelaarsbrug en de Koppeldijk. Met rechtsonder Utrecht stad en midden bovenaan Houten ingetekend. Bron: Het Utrechts Archief, 222 (kaartboek kapittel St. Jan).


Het noordelijke gedeelte van Maarschalkerweerd (Houten) omstreeks 1920 met daaromheen leidend de rivier de Kromme-Rijn. Met rechts boerderij De Kleine Kuil van familie Bosch van Drakestein en links boerderij De Grote Kuil wat in 1920 al van de gemeente Utrecht was. Tot 1911 van familie Munnicks van Cleeff, Rappard en Roëll. Foto: NIMH, beeldbank.Het noordelijke gedeelte van Maarschalkerweerd (Houten) omstreeks 1920 met daaromheen leidend de rivier de Kromme-Rijn. Met rechts boerderij De Kleine Kuil van familie Bosch van Drakestein en links boerderij De Grote Kuil wat in 1920 al van de gemeente Utrecht was. Tot 1911 van familie Munnicks van Cleeff, Rappard en Roëll. Foto: NIMH, beeldbank.


Luchtfoto van het in aanleg zijnde golfterrein Amelisweerd (voormalige renbaan Mereveld) te Utrecht, uit het noordwesten. Links de spoorlijn naar Arnhem; op de voorgrond de A27 en rechts de spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch op vrijdag 25 juni 1999. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842948.Luchtfoto van het in aanleg zijnde golfterrein Amelisweerd (voormalige renbaan Mereveld) te Utrecht, uit het noordwesten. Links de spoorlijn naar Arnhem; op de voorgrond de A27 en rechts de spoorlijn Utrecht-'s-Hertogenbosch op vrijdag 25 juni 1999. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 842948.


In roze/rood gearceerd de officiële ontpoldering van Utrecht Lunetten door de gemeente Utrecht in ca. 1967. Voor 1 januari 1954 nog gemeente Houten/Oud-Wulven (1816-1858). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.In roze/rood gearceerd de officiële ontpoldering van Utrecht Lunetten door de gemeente Utrecht in ca. 1967. Voor 1 januari 1954 nog gemeente Houten/Oud-Wulven (1816-1858). Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.



Vaarwegenkaart in de gemeente Houten in 1930 met hierop ingetekend van Maarschalkerweerd/Oud-Wulven/Houten met rechts de rivier de Kromme-Rijn. Het noorden is rechts. Linksonder de lanen van Nieuw-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.Vaarwegenkaart in de gemeente Houten in 1930 met hierop ingetekend van Maarschalkerweerd/Oud-Wulven/Houten met rechts de rivier de Kromme-Rijn. Het noorden is rechts. Linksonder de lanen van Nieuw-Amelisweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.


Het Houtensepad in noordwestelijke richting gezien in 1784. Naar een tekening van Jan van Hiltrop. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36236.Het Houtensepad in noordwestelijke richting gezien in 1784. Naar een tekening van Jan van Hiltrop. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36236.



Wist je dat: de naam Maarschalkerweerd komt van de Utrechtse Maarschalk (dienaar van de bisschop) Giselberto Marscalco die in het jaar 1155 zich noemde naar zijn functie en het gebied wat hij in bezit had 'Maarschalkerweerd'. 

De echte betekenis van de naam is 'Uiterwaarden aan de rivier de Kromme Rijn van de maarschalk'. De rivier die met een grote noord en daarna zuidwestelijke bocht om de uiterwaarden heen loopt.


De poortwachterswoning/boerderij van kasteel Heemstede met links het inrijhek en rechts het bak- of zomerhuis. Met aan de voorkant staande de (vermoedelijk) familie Heeman, de toenmalige pachters van de boerderij. In de periode 1900-1920. Boerderij staat hier aan het Houtensepad/Utrechtseweg en kwam in 1980 aan de Peppelkade te liggen. Naar een foto van Cees van Eck. Collectie: Cees Verhoef.De poortwachterswoning/boerderij van kasteel Heemstede met links het inrijhek en rechts het bak- of zomerhuis. Met aan de voorkant staande de (vermoedelijk) familie Heeman, de toenmalige pachters van de boerderij. In de periode 1900-1920. Boerderij staat hier aan het Houtensepad/Utrechtseweg en kwam in 1980 aan de Peppelkade te liggen. Naar een foto van Cees van Eck. Collectie: Cees Verhoef.



De namen van de Grote en de Kleine Koppel komen er van dat er vanaf de negende eeuw in dit gebied gezamenlijk ((ge)koppeld) geweid werd door horigen en onvrije boeren die hun vee hier lieten grazen. De ene Koppel is groot de ander is klein.


De 4 Lunetten op de Houtense Vlakte omstreeks 1920 vanuit de lucht gezien loodrecht naar beneden gezien. Met het gebied de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd, recht boerderij De Ketel die ooit van Casimir ridder van Rappard. Foto: NIMH, beeldbank.De 4 Lunetten op de Houtense Vlakte omstreeks 1920 vanuit de lucht gezien loodrecht naar beneden gezien. Met het gebied de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd, recht boerderij De Ketel die ooit van Casimir ridder van Rappard. Foto: NIMH, beeldbank.



Gezicht vanaf de Breudijk en op de verlengde Rijndijk te Haarzuilens (gemeente Vleuten-De Meern).De gemeente Vleuten-De Meern is per 1 jan. 2001 bij de gemeente Utrecht gevoegd. Genomen op maandag 12 oktober 1959. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 89393.Gezicht vanaf de Breudijk en op de verlengde Rijndijk te Haarzuilens (gemeente Vleuten-De Meern).De gemeente Vleuten-De Meern is per 1 jan. 2001 bij de gemeente Utrecht gevoegd. Genomen op maandag 12 oktober 1959. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 89393.


Kaart van de ambachtsheerlijkheden (polders) Gerverscop en Breudijk in 1723. Naar een kaart van ''T Hooghe Heymraedschap vanden Lande van Woerden. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400, 65063, 15, collectie Deys.Kaart van de ambachtsheerlijkheden (polders) Gerverscop en Breudijk in 1723. Naar een kaart van ''T Hooghe Heymraedschap vanden Lande van Woerden. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 400, 65063, 15, collectie Deys.


Breudijk een buurtschap aan de gelijknamige weg Breudijk bij Harmelen. Naar een foto van Jan Dijkstra op 26 maart 2017. Bron: Wikimedia Commons.Breudijk een buurtschap aan de gelijknamige weg Breudijk bij Harmelen. Naar een foto van Jan Dijkstra op 26 maart 2017. Bron: Wikimedia Commons.


Het dorp Geverscop (noord) en Breudijk (gehucht) ten noorden van Harmelen anno 2021. Van links naar rechts de spoorlijn van Gouda naar Utrecht en van links naar rechtsboven de spoorlijn vanaf Woerden naar Breukelen/Amsterdam. Bron: Openstreetmap (NL).Het dorp Geverscop (noord) en Breudijk (gehucht) ten noorden van Harmelen anno 2021. Van links naar rechts de spoorlijn van Gouda naar Utrecht en van links naar rechtsboven de spoorlijn vanaf Woerden naar Breukelen/Amsterdam. Bron: Openstreetmap (NL).


Breudijk een buurtschap aan de gelijknamige weg Breudijk bij Harmelen. Naar een foto van Jan Dijkstra op 26 maart 2017. Bron: Wikimedia Commons.Breudijk een buurtschap aan de gelijknamige weg Breudijk bij Harmelen. Naar een foto van Jan Dijkstra op 26 maart 2017. Bron: Wikimedia Commons.



Nicolaas Cornelis van Cleeff, mr. (1751-1818) 

Geboren en overleden te Utrecht. Eigenaar van de ambachtsheerlijkheid van 1805 tot 1818.

Nicolaas erfde de heerlijkheden van zijn schoonvader Gerard Munnicks. Hetzelfde geldt voor de heerlijkheid Gerverscop en Breudijk.

Na het overlijden van Nicolaas Cornelis kwamen de heerlijkheden in het bezit van zijn echtgenote Anthonia Elizabeth Munnicks (1765-1829). Geboren en overleden te Utrecht. Zij was eigenaresse van 1818 tot 1829 en erfde ook de heerlijkheden Gerverscop en Breudijk van haar man. 

Gerard Munnicks van Cleeff, dr. (1796-1860). Geboren en overleden te Utrecht.

Eigenaar van de heerlijkheden van 1829 tot 1860.


Het dorp Gerverscop anno 2021. Rechts de spoorlijn Woerden naar Breukelen/Amsterdam. Bron: Open Streetmap (NL).Het dorp Gerverscop anno 2021. Rechts de spoorlijn Woerden naar Breukelen/Amsterdam. Bron: Open Streetmap (NL).


Gemaal Gerverscop in het gelijknamige buurtschap. Naar een foto van Jan Dijkstra van op 23 december 2016. Bron: Wikimedia Commons.Gemaal Gerverscop in het gelijknamige buurtschap. Naar een foto van Jan Dijkstra van op 23 december 2016. Bron: Wikimedia Commons.


Het gehucht Breudijk anno 2020, gelegen ten noorden van Harmelen. Bron: Openstreetmap (NL).Het gehucht Breudijk anno 2020, gelegen ten noorden van Harmelen. Bron: Openstreetmap (NL).


Gerverscop buurtschap bij Harmelen naar een foto van Jan Dijkstra van 23 december 2016. Bron: Wikimedia Commons.Gerverscop buurtschap bij Harmelen naar een foto van Jan Dijkstra van 23 december 2016. Bron: Wikimedia Commons.



Schetstekening (voorstudie) van kasteel Heemstede rond 1715-1730 met toegangsbrug. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Schetstekening (voorstudie) van kasteel Heemstede rond 1715-1730 met toegangsbrug. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Luchtfoto van de polder Oudeland en Indijk te Harmelen, uit het noorden, met op de voorgrond de Breudijk en het Vijverbosch. Op de achtergrond de dorpskom van Harmelen. De gemeente Harmelen is op 1 januari 2001 bij de gemeente Woerden gevoegd. Genomen op maandag 27 juli 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50104.Luchtfoto van de polder Oudeland en Indijk te Harmelen, uit het noorden, met op de voorgrond de Breudijk en het Vijverbosch. Op de achtergrond de dorpskom van Harmelen. De gemeente Harmelen is op 1 januari 2001 bij de gemeente Woerden gevoegd. Genomen op maandag 27 juli 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 50104.


Kaart van de verdediging van de stad Utrecht, 1787, Coenradus Henricus Koning uit 1789. Bron: Rijksmuseum.nl.Kaart van de verdediging van de stad Utrecht, 1787, Coenradus Henricus Koning uit 1789. Bron: Rijksmuseum.nl.


Gezicht op de Gerverscopsebrug over de Bijleveld te Gerverscop (gemeente Harmelen) uit het zuiden; met rechts de voorgevel van een boerderij. De gemeente Harmelen is op 1 januari 2001 bij de gemeente Woerden gevoegd. Genomen op zondag 27 juli 1958. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 350132.Gezicht op de Gerverscopsebrug over de Bijleveld te Gerverscop (gemeente Harmelen) uit het zuiden; met rechts de voorgevel van een boerderij. De gemeente Harmelen is op 1 januari 2001 bij de gemeente Woerden gevoegd. Genomen op zondag 27 juli 1958. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 350132.


Schetstekening (voorstudie) van kasteel Heemstede rond 1715-1730. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Schetstekening (voorstudie) van kasteel Heemstede rond 1715-1730. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Kaart van het Waterschap Hoog- en Laagraven en de Kleine Koppel uit de periode 1850-1900. Bron: Het Utrechts Archief, archief Provinciale Waterstaat Utrecht.Kaart van het Waterschap Hoog- en Laagraven en de Kleine Koppel uit de periode 1850-1900. Bron: Het Utrechts Archief, archief Provinciale Waterstaat Utrecht.



Zoon Nicolaas Cornelis en Anthonia van de vorige, Erfde de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd, Gerverscop en Breudijk van zijn moeder.

Bron: Peter de Jong, Schipluiden (ambachtsheerlijkheidsonderzoeker van de provincies Utrecht en Zuid-Holland).

Dr. Gerard Munnicks van Cleeff (1796-1860) huwde op 3 mei 1827 te Amsterdam met Sara Jacoba Cornelia van der Meulen (1803-1856).


Landerijen in de heerlijkheid Gerverscop waarop linksboven staat er geschreven 'Gerverscoop Van Cleeff. Kaart uit de achttiende- eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas.Landerijen in de heerlijkheid Gerverscop waarop linksboven staat er geschreven 'Gerverscoop Van Cleeff. Kaart uit de achttiende- eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas.




Gerard noemde zich in zijn achternamen naar zijn moeder (Munnicks) en vader (Cleeff).

Uit dit huwelijk van Gerard en Sara kwam twee dochters voort:



Portret van Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff (1832-1866) rond 1860. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Portret van Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff (1832-1866) rond 1860. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Anthonia Elisabeth Munnicks van Cleeff, geboren op 29 januari 1829 te Utrecht (overleden 1857), huwde in 1855 met Carel Casimir Alexander, ridder van Rappard.

Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff, geboren op 9 maart 1832 te Utrecht (overleden 1866), huwde in 1859 Carel Casimir Alexander van Rappard.

Gerard Munniks van Cleeff was heer van de ambachtsheerlijkheden: Gerverscop en Breudijk (beide buurtschappen gelegen in de gemeente Woerden en Harmelen) en de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd (beide gelegen vanaf 1 januari 1818 tot 31 december 1857 in de gemeente Oud-Wulven. Maarschalkerweerd lag van 1 januari 1858 tot 31 december 1953 in de gemeente Houten. Waarna deze per 1 januari 1954 bij de gemeente Utrecht werd gevoegd.

Na het overlijden van Gerard kwam een deel van het onroerend goed in Maarschalkerweerd toe aan zijn kleindochter Jkvr. Ewoudina Louisa Elisabeth van Rappard (1857-1915). Zij was de dochter Anthonia Elisabeth Munnicks van Cleeff en Carel Casimir Alexander ridder van Rappard (1824-1871) uit zijn eerste huwelijk.



Gezicht vanaf het Houtensepad buiten Utrecht in de richting van de stad, uit het zuiden. In de periode 1790-1810. Naar een tekening van J.E. van Muyden. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30172.Gezicht vanaf het Houtensepad buiten Utrecht in de richting van de stad, uit het zuiden. In de periode 1790-1810. Naar een tekening van J.E. van Muyden. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 30172.



Jkvr. Ewoudina Louisa Elisabeth van Rappard huwde op 22 maart 1877 met Jhr. Cornelis Fredrik Alexander Röell.

Uit dit huwelijk kwam een zoon en een dochter:
Jhr. Charles Louis Röell (1878-1938) en Jkvr. Caroline Elisabeth Röell (1880-1895).

In 1899 verliet Röell zijn echtgenote onverwacht om zich in Los Angels Californië (Verenigde Staten) te vestigen.


Gezicht op het Houtensepad te Utrecht, met rechts de boerderij Groenlust (Houtenseweg 222) in oktober 1966. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 31379.Gezicht op het Houtensepad te Utrecht, met rechts de boerderij Groenlust (Houtenseweg 222) in oktober 1966. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 31379.



Jkvr. Caroline Elisabeth Röell geboren op 31 december 1880 te Utrecht en overleden op 22 maart 1895 te De Bilt. Zij werd maar 14 jaar oud. Dochter van Jhr. Cornelis Frederik Alexander Röell (1848-1925) en Jkvr. Ewoudina Louise Elisabeth van Rappard (1857-1915). Bron: Delpher.nl.Jkvr. Caroline Elisabeth Röell geboren op 31 december 1880 te Utrecht en overleden op 22 maart 1895 te De Bilt. Zij werd maar 14 jaar oud. Dochter van Jhr. Cornelis Frederik Alexander Röell (1848-1925) en Jkvr. Ewoudina Louise Elisabeth van Rappard (1857-1915). Bron: Delpher.nl.


Aankondiging van huwelijksontbinding van Jkvr. van Rappard en Jhr. Roëll op 12 maart 1899. Bron: Arnhemsche Courant 12-01-1900, Delpher.nl.Aankondiging van huwelijksontbinding van Jkvr. van Rappard en Jhr. Roëll op 12 maart 1899. Bron: Arnhemsche Courant 12-01-1900, Delpher.nl.



Kaart van aan te kopen gronden door de Staat der Nederlanden op vrijdag 29 augustus 1862 voor de aanleg van de Staatsspoorweg Utrecht - 's-Hertogenbosch - Boxtel. Gronden aan te kopen in de kadastrale gemeenten Tolsteeg (Utrecht), Oud-Wulven (Houten) en Bunnik met erop ingetekend het Houtensepad, Rijndijkje, Oudwulverbroekwetering, Rhijnspoorweg, Koningsweg, Oude Koverlaarsdijk en de Kattestaart,(Intratuin/Koningsdal). Bron: Het Utrechts Archief, 954, 1035 .Kaart van aan te kopen gronden door de Staat der Nederlanden op vrijdag 29 augustus 1862 voor de aanleg van de Staatsspoorweg Utrecht - 's-Hertogenbosch - Boxtel. Gronden aan te kopen in de kadastrale gemeenten Tolsteeg (Utrecht), Oud-Wulven (Houten) en Bunnik met erop ingetekend het Houtensepad, Rijndijkje, Oudwulverbroekwetering, Rhijnspoorweg, Koningsweg, Oude Koverlaarsdijk en de Kattestaart,(Intratuin/Koningsdal). Bron: Het Utrechts Archief, 954, 1035 .



Ewoudina liet haar huwelijk ontbinden voor de rechter te Arnhem op 12 december 1899. Ze werd bijgestaan door advocaat L.J. van Gelein Vitringa.


Topografische kaart, met daarop een ontwerp voor een centuurbaan (inundatiegracht) beoosten Utrecht, lopende vanaf fort Blaucapel via de forten Rhijnauwen en Vechten naar de Vaartse Rijn bij Hoograven, 1903. N.B. Hierp de aanduiding 'Zeer gemheim nr. 6'. Het betreft een bijlage bij het rapport van subcommissie C d.d. 25 maart 1903. Hoort w.s. tot het archief van Defensie. Bron: Het Utrechts Archief, 248-2, 247.Topografische kaart, met daarop een ontwerp voor een centuurbaan (inundatiegracht) beoosten Utrecht, lopende vanaf fort Blaucapel via de forten Rhijnauwen en Vechten naar de Vaartse Rijn bij Hoograven, 1903. N.B. Hierp de aanduiding 'Zeer gemheim nr. 6'. Het betreft een bijlage bij het rapport van subcommissie C d.d. 25 maart 1903. Hoort w.s. tot het archief van Defensie. Bron: Het Utrechts Archief, 248-2, 247.



Manuscriptkaart van de toenmalige gemeente Oud-Wulven (1818-1857) in ca. 1855 met de vroegere ambachtsheerlijkheden: Slagmaat, Heemstede, Oud-Wulven en Waijen, De Kleine Koppel, De Grote Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.Manuscriptkaart van de toenmalige gemeente Oud-Wulven (1818-1857) in ca. 1855 met de vroegere ambachtsheerlijkheden: Slagmaat, Heemstede, Oud-Wulven en Waijen, De Kleine Koppel, De Grote Koppel en Maarschalkerweerd. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353.



Wist je dat de achternaam Rappard afkomstig is uit het Oudhoogduits en een afleiding is van de naam Ratbold die weer een variant is op Ratbald of Rappold.

De betekenis van Rappard is rat = counselor (hulp) en und bald (spoedig) = vet

Wat een verkorte Nederlandse betekenis maakt van Goed Advies.



Na het overlijden kwamen de ambachtsheerlijkheden de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd toe aan zijn enige erfgename en schoonzoon Karel Casimir Alexander, ridder van Rappard (1824-1871).


Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4.Pre(kadastralekaart/verpondingskaart) van de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd uit 1806. Bron: Het Utrechts Archief, Topografische Atlas, 136-2, 4.



In de memories van successie is niet meer op te maken in 1860 waar de ambachtsheerlijkheden Gerverscop en Breudijk zijn gebleven en aan wie ze toebehoorde.

Karel Casimir Alexander, ridder van Rappard overlijd op 28 mei 1871 te Hannover in Duitsland op 46 jarige leeftijd.

Het is niet duidelijk of bij het opmaken van de memories van successie de ambachtsheerlijkheden zijn meegenomen naar zijn enigst zoon Alexander Carel Paul George ridder van Rappard (1862-1922) die Karel Casimir uit zijn tweede huwelijk had gekregen met Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff (1832-1859).

De boedelscheiding van dhr. Gerard Munnicks van Cleeff na zijn overlijden op vrijdag 4 mei 1860. Ruim 9 maanden later ten overstaan van de Utrechtse notaris E.C. Balbian van Doorn op zaterdag 16 februari 1861.

Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, U333a027, 1860 nov.-1861 mrt., 16-02-1861, 3309.


 

Huis met op de voorgrond Alexander Carel Paul George ridder van Rappard (1862-1922) in ca. 1900. Bron: Het Utrechts Archief 29-33 121.Huis met op de voorgrond Alexander Carel Paul George ridder van Rappard (1862-1922) in ca. 1900. Bron: Het Utrechts Archief 29-33 121.


In juli 1867 had Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff weinig zin om haar onroerend goed een stuk bouwland en weg in Tolsteeg op-te-geven voor de aanleg van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch - Boxtel. Waardoor de Staatspoorwegen van Utrecht in de naam van de Koning tot onteigening overgingen. Bron: Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad : algemeen advertentie-blad 18 juni 1867, Delpher.nl.In juli 1867 had Alida Johanna Sara Munnicks van Cleeff weinig zin om haar onroerend goed een stuk bouwland en weg in Tolsteeg op-te-geven voor de aanleg van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch - Boxtel. Waardoor de Staatspoorwegen van Utrecht in de naam van de Koning tot onteigening overgingen. Bron: Utrechtsch provinciaal en stedelijk dagblad : algemeen advertentie-blad 18 juni 1867, Delpher.nl.


 

Kaart van de ligging van fort Lunet I op de Houtense Vlakte in Maarschalkerweerd (kadastrale gemeente Houten, sectie D was Oud-Wulven)). Bron: Het Utrechts Archief.Kaart van de ligging van fort Lunet I op de Houtense Vlakte in Maarschalkerweerd (kadastrale gemeente Houten, sectie D was Oud-Wulven)). Bron: Het Utrechts Archief.



Uit dit huwelijk waren ook nog drie dochters voort gekomen.

Karel Casimir huwde voor de derde keer in 1868 nadat zijn tweede echtgenote overleden was in 1859 met Henriqueta Manuela Sophia Josepha Engelke (1846-1923).

Alexander Carel Paul George ridder van Rappard erfde in 1871 na het overlijden van zijn vader Karel Casimir onder andere Steenfabriek Ruimzicht Jutphaas. 

In de memories van successie die destijds opgemaakt werd zal ook zijn opgenomen dat Alexander de ambachtsheerlijkheden de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd zou hebben vererft. Dit moet door de stichting nog nader worden uitgezocht.

Een mooi detail hierin is dat Alexander ruim 20 jaar voorzitter was tot aan zijn overlijden van diverse waterschappen in de omgeving van kasteel Heemstede. 

Zoals het waterschap Overeind, Hoograven, Laagraven met de Kleine Koppel en Westraven van 1893 tot 1922.

Alexander werd geboren op 25 september 1862 te Utrecht en overleed op 14 januari 1922 te Utrecht. Hij werd 59 jaar oud.


Groepsportret van Anna Henriette Petronella Testas van Oud-Wulven (1862-1954) gehuwd met A.C.P.G. ridder van Rappard Op de foto met haar dochters Charlotte Louise van Rappard (1890-1983) en Antoinette Sara Caroline van Rappard (1896-1965). Foto gemaakt in Kasteel Heemstede. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Groepsportret van Anna Henriette Petronella Testas van Oud-Wulven (1862-1954) gehuwd met A.C.P.G. ridder van Rappard Op de foto met haar dochters Charlotte Louise van Rappard (1890-1983) en Antoinette Sara Caroline van Rappard (1896-1965). Foto gemaakt in Kasteel Heemstede. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Alexander huwde op donderdag 21 juni 1888 in Houten met Anna Henriette Petronella Testas (1862-1954). Zij was de dochter van Louis Jan Anne Testas (1869-1922), Heer van Oud-Wulven en Waijen en Charlotte Jenny Jacqueline Constance Heldewier (1828-1905).


Fragment van een kaart met Kastelen Heemstede en Wulven en omgeving en de weg de Doornkade met naast de tuin van Heemstede een onbekend weggetje uit de achttiende eeuw. Caerte van de Leck mette sande, hoofden, middel en uteweerden, kille, dijken etc. strekkende van Amerongen tot den IJsseldam. Kaart van de Lekdijk tussen Amerongen en de IJsseldam. Met ten noorden van de Lek aangeduid: IJsselstein, Huis ten Vliet (bij Lopikerkapel), het Klaphek en Noteboomplje, De Vaart, Vuilkoop, Schalkwijk, Honswijk, Blokhoven, Wijk bij Duurstede, Overlangbroek, Bergestein en Amerongen. Ten zuiden van de rivier is aangegeven: Lexmond, Killestein, Helsdingen, Vianen, Hagestein, Nijestein, Everdingen, Golverdingen, Culemborg, Reeckum, Beusekom, Zoelmond, Ravenswaaij, Rijswijk, Maurik en Werkhovens huis. Bij de kaart zijn de namen en lengten van de particuliere kribben vermeld in de kwartieren Amerongen, Wijk, Schalkwijk, Honswijk en 't Waal. De oorspronkelijke kaart (van G. Reets) dateert van 1696/97, dit betreft een kopie van Wentink uit 1896. Noorden is beneden. Datering: achttiende eeuw. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden, H009, A1039, 2129.Fragment van een kaart met Kastelen Heemstede en Wulven en omgeving en de weg de Doornkade met naast de tuin van Heemstede een onbekend weggetje uit de achttiende eeuw. Caerte van de Leck mette sande, hoofden, middel en uteweerden, kille, dijken etc. strekkende van Amerongen tot den IJsseldam. Kaart van de Lekdijk tussen Amerongen en de IJsseldam. Met ten noorden van de Lek aangeduid: IJsselstein, Huis ten Vliet (bij Lopikerkapel), het Klaphek en Noteboomplje, De Vaart, Vuilkoop, Schalkwijk, Honswijk, Blokhoven, Wijk bij Duurstede, Overlangbroek, Bergestein en Amerongen. Ten zuiden van de rivier is aangegeven: Lexmond, Killestein, Helsdingen, Vianen, Hagestein, Nijestein, Everdingen, Golverdingen, Culemborg, Reeckum, Beusekom, Zoelmond, Ravenswaaij, Rijswijk, Maurik en Werkhovens huis. Bij de kaart zijn de namen en lengten van de particuliere kribben vermeld in de kwartieren Amerongen, Wijk, Schalkwijk, Honswijk en 't Waal. De oorspronkelijke kaart (van G. Reets) dateert van 1696/97, dit betreft een kopie van Wentink uit 1896. Noorden is beneden. Datering: achttiende eeuw. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden, H009, A1039, 2129.



Frans Alexander, ridder van Rappard is de vader van Karel Casimir Alexander, ridder van Rappard (1824-1871) en de opa van Alexander Karel Paul George, ridder van Rappard (1862-1922).

Op 7 april 1922 ging Anna Henriette Petronella Testas-Van Rappard ten overstaan van de Houten notaris Immink over op het laten registreren van de inventaris van haar man Alexander.


Fragment van de kadasterkaart van gemeente Oud-Wulven uit oktober 1832. Met Kasteel Heemstede met daar ten noorden van de Doornkade (weg). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.Fragment van de kadasterkaart van gemeente Oud-Wulven uit oktober 1832. Met Kasteel Heemstede met daar ten noorden van de Doornkade (weg). Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort.



Een dag later op 8 april 1922 liet zij bij Immink een Procesverbaal om niet vast stellen van Alexander zijn onroerend goed ter waarde van f. 46.000,-.

Vanaf 1910 tot aan het overlijden van Alexander tot 1922 verkocht hij divers vastgoed en onroerend goed in de omgeving van Jutphaas, Vreeswijk (Nieuwegein), Oud-Wulven en kasteel Heemstede.

Hij stond bekend als een schuldenaar en moest elke keer een stukje van zijn vermogen verkopen om het ene gat met het andere te dichten.

Wat ooit het trotse familie bezit was in meer dan 50 jaar. Wat van zijn vader Casimir en opa Munnicks van Cleeff was geweest. Werd in rap tempo verkocht.

Diverse landerijen in Maarschalkerweerd (boerderij De Grote Kuil) en Bunnik (boerderij Mereveld) werden door Alexanders nichtje, Ewoudina van Rappard-Roëll aan de gemeente Utrecht verkocht op 11 oktober 1911. Enkele jaren tot aan haar overlijden had zij nog het huurrecht van de landerijen en boerderijen. Het fysieke eigendom was al van de gemeente Utrecht.

Een van haar bezitting was boerderij De Groote Kuil in Maarschalkerweerd, gelegen aan het Jaagpad langs de Kromme-Rijn en boerderij Mereveld aan de Mereveldseweg 2 te Bunnik en Vechten.

Een ander bezit van Jkvr. Ewoudina van Rappard was boerderij Maarschalkerweerd die ze in 1904 liet bouwen ten westen van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Meer over deze boerderij is te lezen op de familiepagina Bosch van Drakestein - Boerderijen


De 4 Lunetten op de Houtense Vlakte in de zomer van 1856 en de net kleine 10 jaar gereed gekomen Rhijnspoorweg van Amsterdam naar Utrecht tot aan Arnhem en de Duitse grens (Rhijnspoorweg). Ingetekend zijn ook het Houtensepad, de Koppeldijk (Rijndijkje), Koningsweg, Kromme Rijn en de Hoogravenseweg. Bron: Het Utrechts archief, Provinciale Waterstaat Utrecht.De 4 Lunetten op de Houtense Vlakte in de zomer van 1856 en de net kleine 10 jaar gereed gekomen Rhijnspoorweg van Amsterdam naar Utrecht tot aan Arnhem en de Duitse grens (Rhijnspoorweg). Ingetekend zijn ook het Houtensepad, de Koppeldijk (Rijndijkje), Koningsweg, Kromme Rijn en de Hoogravenseweg. Bron: Het Utrechts archief, Provinciale Waterstaat Utrecht.



Kasteel Heemstede (Heemsteedseweg 26) in juli 1946 gezien vanuit het oosten. Alexander ridder van Rappard huurde het kasteel rond het jaar 1900. Hij kon het makkelijk betalen omdat hij vele jaren directeur was van Steenfabriek Ruimzicht te Jutphaas. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, beeldbank, Objectnummer: 24.292.Kasteel Heemstede (Heemsteedseweg 26) in juli 1946 gezien vanuit het oosten. Alexander ridder van Rappard huurde het kasteel rond het jaar 1900. Hij kon het makkelijk betalen omdat hij vele jaren directeur was van Steenfabriek Ruimzicht te Jutphaas. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, beeldbank, Objectnummer: 24.292.


In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 15 februari 1922 vraagt Mevr. Testas-Van Rappard of eventuele schuldeisers zich of andere personen die wat met haar overleden man Alexander hebben te vereffenen hebben. Na zijn overlijden op 14 februari 1922. Voordat zij over gaat met de eind afrekening als Executeur Testamentair van haar man. Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15 februari 1922, Delpher.nl.In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 15 februari 1922 vraagt Mevr. Testas-Van Rappard of eventuele schuldeisers zich of andere personen die wat met haar overleden man Alexander hebben te vereffenen hebben. Na zijn overlijden op 14 februari 1922. Voordat zij over gaat met de eind afrekening als Executeur Testamentair van haar man. Bron: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 15 februari 1922, Delpher.nl.


De vroegere tuin van kasteel Heemstede ten westen van de rijksweg A27 in de periode 1995-2000. Links zijn nog duidelijk de rondingen van de zeventiende- eeuwse tuinvijvers waar te nemen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 44327.De vroegere tuin van kasteel Heemstede ten westen van de rijksweg A27 in de periode 1995-2000. Links zijn nog duidelijk de rondingen van de zeventiende- eeuwse tuinvijvers waar te nemen. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 44327.


Waterschapskaart van het Waterschap Wulven uit juli 1863 met de ingetekende percelen met perceelnummer. Met rechtsboven een stuk van de tuin van kasteel Heemstede en onder de Houtensewetering en Hoonwetering. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC), Woerden.Waterschapskaart van het Waterschap Wulven uit juli 1863 met de ingetekende percelen met perceelnummer. Met rechtsboven een stuk van de tuin van kasteel Heemstede en onder de Houtensewetering en Hoonwetering. Bron: RHC Rijnstreek en Lopikerwaard (RHC), Woerden.


Op donderdag 11 januari 1973 verkocht Antonius Hubertus van de Vecht, veehouder en wonende te Bunnik aan de Koningslaan 7 aan de gemeente Utrecht diverse percelen, gelegen in Bunnik (gebied Mereveld), sectie D 41, 42, 43 en 44 ter grootte van 11 ha., 78 ca., en 65 ca. voor f. 530.392,50. De notariële bevestiging vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Peter Thomas Tjabbes te Utrecht op dinsdag 30 januari 1973. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.Op donderdag 11 januari 1973 verkocht Antonius Hubertus van de Vecht, veehouder en wonende te Bunnik aan de Koningslaan 7 aan de gemeente Utrecht diverse percelen, gelegen in Bunnik (gebied Mereveld), sectie D 41, 42, 43 en 44 ter grootte van 11 ha., 78 ca., en 65 ca. voor f. 530.392,50. De notariële bevestiging vond plaats ten overstaan van de Utrechtse notaris Peter Thomas Tjabbes te Utrecht op dinsdag 30 januari 1973. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.


Kasteelterrein en kasteel Heemstede in de periode 1995-2000 net voor de herbouw en restauratie. Luchtfoto uit het noordwesten gezien. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 44326.Kasteelterrein en kasteel Heemstede in de periode 1995-2000 net voor de herbouw en restauratie. Luchtfoto uit het noordwesten gezien. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 353, 44326.


Kadastrale wijziginningen rondom kasteel Heemstede in januari 1957. Bron: onbekend.Kadastrale wijziginningen rondom kasteel Heemstede in januari 1957. Bron: onbekend.


Overlijdensadvertentie van Anna Henriette Petronella Testas. Gepubliceerd op 17 juni 1954 in het Algemeen Handelsblad. Bron: Delpher.nl.Overlijdensadvertentie van Anna Henriette Petronella Testas. Gepubliceerd op 17 juni 1954 in het Algemeen Handelsblad. Bron: Delpher.nl.


Kasteel Heemstede vanuit de lucht gezien in ca. 1920. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.Kasteel Heemstede vanuit de lucht gezien in ca. 1920. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.




Alexander.C.P.G. ridder van Rappard (1862-1922) in ca.1890-1900 (link) en zijn echtgenote met oudste dochter (rechts) Anna Henriette Petronella Testas (1862-1954) en Charlotte Louise van Rappard (1890-1983).



Alexander.C.P.G. ridder van Rappard (1862-1922) in ca.1890-1900.Alexander.C.P.G. ridder van Rappard (1862-1922) in ca.1890-1900.


Van Casimir van Rappard is tot op heden geen portret bekend.


Anna Henriette Petronella Testas (1862-1954) met haar dochter Charlotte Louise van Rappard (1890-1983) in ca. 1910 in Kasteel Heemstede. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Anna Henriette Petronella Testas (1862-1954) met haar dochter Charlotte Louise van Rappard (1890-1983) in ca. 1910 in Kasteel Heemstede. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.




Karel Casimir, ridder van Rappard had de ambachtsheerlijkheid de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd tot aan zijn overlijden in 1871 in eigendom.

Op vrijdag 1 mei 1874 verkochten de erfgename van familie Munnicks van Cleeff de ambachtsheerlijkheid aan Jhr. Paul Titus Marie Joseph Bosch van Drakestein (Heeckeren tak).

De erfgenamen uit de akte en voogden van de kinderen van Rappard waren een ondergetekende waarvan de naam moeilijk te lezen was, L. Seveliergen en A.W. van der Poel.

Zie voor het vervolg de pagina Bosch van Drakestein - Boerderijen.

Alexander Carel Paul George Ridder van Rappard (Utrecht 1862-1922) was eigenaar van steenfabriek Ruimzicht te Jutphaas en lid van de gemeenteraad van Jutphaas.



Portret (fragment) Alexander Carel Paul George ridder van Rappard (1862-1922) in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Portret (fragment) Alexander Carel Paul George ridder van Rappard (1862-1922) in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


De tuiman en het huispersoneel van familie Rappard in ca. 1908. Prentbriefkaart particuliere verzameling.De tuiman en het huispersoneel van familie Rappard in ca. 1908. Prentbriefkaart particuliere verzameling.


Jkvr. Charlotte Louise (Lotty) van Rappard (1890-1983) in 1905. Dochter van Alexander. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Jkvr. Charlotte Louise (Lotty) van Rappard (1890-1983) in 1905. Dochter van Alexander. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


Voorgevel van het huis met openstaande vouwdeur, boven de ingang het marmeren borstbeeld van Diana, godin van de jacht en in de boog op de voorgrond een lantaarn in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Voorgevel van het huis met openstaande vouwdeur, boven de ingang het marmeren borstbeeld van Diana, godin van de jacht en in de boog op de voorgrond een lantaarn in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


De meisjes Van Rappard met de muilezelwagen in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).De meisjes Van Rappard met de muilezelwagen in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


Jkvr. Van Rappard op de bokkenwagen in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Jkvr. Van Rappard op de bokkenwagen in ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).



Voor het huis Heemstede op de brug v.l.n.r. mevrouw Anna van Rappard-Testas (1862-1954), A.C.P.G. ridder van Rappard (1862-1922), jkvr. Charlotte Louise (Lotty) van Rappard (1890-1983), jhr. C.L. Röell, zoon van de fotograaf, mevrouw H.M.S.J. van Rappard-Engelke, jkvr. Antoinette Sara Caroline (Netty) van Rappard (1896-1965) en onbekend ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Voor het huis Heemstede op de brug v.l.n.r. mevrouw Anna van Rappard-Testas (1862-1954), A.C.P.G. ridder van Rappard (1862-1922), jkvr. Charlotte Louise (Lotty) van Rappard (1890-1983), jhr. C.L. Röell, zoon van de fotograaf, mevrouw H.M.S.J. van Rappard-Engelke, jkvr. Antoinette Sara Caroline (Netty) van Rappard (1896-1965) en onbekend ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


Kadaster minuutkaart uit oktober 1832 van Kasteel Heemstede en omgeving van de gemeente Oud-Wulven. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.Kadaster minuutkaart uit oktober 1832 van Kasteel Heemstede en omgeving van de gemeente Oud-Wulven. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort.


Jkvr. Netty van Rappard en het kindermeisje Mina Apeldoorn aan de Heemsteedseweg. Op de achtergrond de vroegere boerderij met links daarvan het inrijhek uit ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).Jkvr. Netty van Rappard en het kindermeisje Mina Apeldoorn aan de Heemsteedseweg. Op de achtergrond de vroegere boerderij met links daarvan het inrijhek uit ca. 1900. Fotocollectie: Ewoudina Louisa Elisabeth (E.L.E.) Röell - van Rappard (1857-1915).


Kaart waarop het oude kasteel Heemstede en het nieuwe kasteel Heemstede aan weerszijde van de Heemsteedseweg/Vuilkop staan ingetekend in het jaar 1695 op de hoge heerlijkheidskaart Vreeswijk. Het noorden ligt onder op deze kaart. Bron: Het Utrechts Archief, 8001, 202.Kaart waarop het oude kasteel Heemstede en het nieuwe kasteel Heemstede aan weerszijde van de Heemsteedseweg/Vuilkop staan ingetekend in het jaar 1695 op de hoge heerlijkheidskaart Vreeswijk. Het noorden ligt onder op deze kaart. Bron: Het Utrechts Archief, 8001, 202.


Gezicht op de secundaire oprijlaan en her inrijhek van het kasteel Heemstede aan de Heemsteedseweg 26 te Houten in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 5826.Gezicht op de secundaire oprijlaan en her inrijhek van het kasteel Heemstede aan de Heemsteedseweg 26 te Houten in de periode 1900-1910. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 5826.


Gezicht op de linker- en voorgevel en de toegangsbrug van het kasteel Heemstede te Houten in maart 1919. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 5820.Gezicht op de linker- en voorgevel en de toegangsbrug van het kasteel Heemstede te Houten in maart 1919. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 5820.


Familiewapen Van Rappard. Wikipedia Van Rappard. Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 - 2014 Auteur: Coen O.A. Schimmelpenninck van der Oije, Egbert Wolleswinkel, Jos van den Borne, Conrad Gietman Uitgave: WBooks, 2014.Familiewapen Van Rappard. Wikipedia Van Rappard. Wapenregister van de Nederlandse adel Hoge Raad van Adel 1814 - 2014 Auteur: Coen O.A. Schimmelpenninck van der Oije, Egbert Wolleswinkel, Jos van den Borne, Conrad Gietman Uitgave: WBooks, 2014.


Portret van Frans Alexander, ridder van Rappard, geboren Utrecht 24 april 1793, secretaris-generaal van het Ministerie van Oorlog, overleden Utrecht 19 februari 1867. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 32033.Portret van Frans Alexander, ridder van Rappard, geboren Utrecht 24 april 1793, secretaris-generaal van het Ministerie van Oorlog, overleden Utrecht 19 februari 1867. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 32033.


Luchtopname van Kasteel Heemstede in 1985 gezien vanuit het noordoosten. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.Luchtopname van Kasteel Heemstede in 1985 gezien vanuit het noordoosten. Bron: Provincie Utrecht, Henk Bol.


Kasteel Heemstede en tuin vanuit het noordoosten gezien in 2003. Links de rijksweg A27 en het Amsterdam Rijnkanaal op de achtergrond te zien. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol.Kasteel Heemstede en tuin vanuit het noordoosten gezien in 2003. Links de rijksweg A27 en het Amsterdam Rijnkanaal op de achtergrond te zien. Foto: Provincie Utrecht, Henk Bol.


Op vrijdag 29 april 1910 werd om 10:00 uur in de ochtend ten overstaan van de Houtense notaris H.A.M. Immink in het Gebouw voor de Kunsten en Wetenschappen te Utrecht de Utrechtsche Stoomsteenfabriek ,,Ruimzicht'' te Jutphaas verkocht van de vroegere firma,,Munnicks van Cleeff'', met daarbij drie hofstede en landerijen bij Kasteel Heemstede. Alexander Carel Paul George ridder van Rappard moest zijn opgebouwden schulden aflossen en was er toe gedwongen om zijn bezitting diverse malen te verkopen. Bron: De Tijd, 23 april 1910, Delpher.nl.Op vrijdag 29 april 1910 werd om 10:00 uur in de ochtend ten overstaan van de Houtense notaris H.A.M. Immink in het Gebouw voor de Kunsten en Wetenschappen te Utrecht de Utrechtsche Stoomsteenfabriek ,,Ruimzicht'' te Jutphaas verkocht van de vroegere firma,,Munnicks van Cleeff'', met daarbij drie hofstede en landerijen bij Kasteel Heemstede. Alexander Carel Paul George ridder van Rappard moest zijn opgebouwden schulden aflossen en was er toe gedwongen om zijn bezitting diverse malen te verkopen. Bron: De Tijd, 23 april 1910, Delpher.nl.


Grondgebruik in de omgeving en op het Landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1965 in Maarschalkerweerd door familie Bosch van Drakestein. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), gem. Bunnik.Grondgebruik in de omgeving en op het Landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1965 in Maarschalkerweerd door familie Bosch van Drakestein. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), gem. Bunnik.


De Utrechtse Science Park tramlijn in 2020 in de richting van het noorden gezien met rechts de Laan van Maarschalkerweerd met op de voorgrond de tramwegovergang in de Koningsweg. Gebied waar de trambaan opgelegd is was van familie Munnicks van Cleeff, Rappard en Roëll en voor het 1 januari 1954 het grondgebied van de gemeente Houten. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.De Utrechtse Science Park tramlijn in 2020 in de richting van het noorden gezien met rechts de Laan van Maarschalkerweerd met op de voorgrond de tramwegovergang in de Koningsweg. Gebied waar de trambaan opgelegd is was van familie Munnicks van Cleeff, Rappard en Roëll en voor het 1 januari 1954 het grondgebied van de gemeente Houten. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


De slotgracht en fort Lunet I, gelegen op de Houtense Vlakte langs de Koningsweg richting het oosten gezien. Foto is zwart-wit-grijs. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.De slotgracht en fort Lunet I, gelegen op de Houtense Vlakte langs de Koningsweg richting het oosten gezien. Foto is zwart-wit-grijs. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Fort Lunet I gelegen op de Houtenvlakte met rechts een oud informatiebord over de werking van De Nieuwe Hollandse Waterlinie of de Utrechtse Waterlinie. Foto: bij de Koningsweg dat ooit bij het grondgebied van Houten behoorde. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.Fort Lunet I gelegen op de Houtenvlakte met rechts een oud informatiebord over de werking van De Nieuwe Hollandse Waterlinie of de Utrechtse Waterlinie. Foto: bij de Koningsweg dat ooit bij het grondgebied van Houten behoorde. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Fort Lunet IV gelegen op de Houtense Vlakte naast het Houtensepad die vele eeuwen dienst deed als provinciale verbindingsweg van Utrecht naar het zuiden. Foto richting het noordoosten gezien. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.Fort Lunet IV gelegen op de Houtense Vlakte naast het Houtensepad die vele eeuwen dienst deed als provinciale verbindingsweg van Utrecht naar het zuiden. Foto richting het noordoosten gezien. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Fort Lunet II gelegen op de Houtense Vlakte gezien vanaf de trambaan/spoorwegkant richting het noord. Dit gedeelte aan de zuidkant van Fort Lunet II behoorde ooit bij de kadastrale gemeente Tolsteeg. De noordelijke kant behoorde bij de gemeente Houten/Oud-Wulven. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.Fort Lunet II gelegen op de Houtense Vlakte gezien vanaf de trambaan/spoorwegkant richting het noord. Dit gedeelte aan de zuidkant van Fort Lunet II behoorde ooit bij de kadastrale gemeente Tolsteeg. De noordelijke kant behoorde bij de gemeente Houten/Oud-Wulven. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Boerderij De Kleine Kuil aan de Mytylweg 100 gezien vanaf de kant van Rijnsweerd over de rivier de Kromme Rijn met op de voorgrond het Jaagpad. Boerderij en Jaagpad waren tot 27 april 1964 in beheer en eigendom van familie Bosch van Drakestein, behorend bij het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Foto in de herfst van 2020, Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.Boerderij De Kleine Kuil aan de Mytylweg 100 gezien vanaf de kant van Rijnsweerd over de rivier de Kromme Rijn met op de voorgrond het Jaagpad. Boerderij en Jaagpad waren tot 27 april 1964 in beheer en eigendom van familie Bosch van Drakestein, behorend bij het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Foto in de herfst van 2020, Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg (2). Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg (2). Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.


De rivier de Kromme Rijn met ernaast het Jaagpad richting het zuidwesten gezien (Utrecht stad) met achter de bomen boerderij De Kleine Kuil aan de Mytylweg 100 in het Utrechtse Maarschalkerweerd. Voor 1 januari 1954 behorend bij het grondgebied van Houten. Tot 27 april 1964 het eigendom geweest van familie Bosch van Drakestein. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.De rivier de Kromme Rijn met ernaast het Jaagpad richting het zuidwesten gezien (Utrecht stad) met achter de bomen boerderij De Kleine Kuil aan de Mytylweg 100 in het Utrechtse Maarschalkerweerd. Voor 1 januari 1954 behorend bij het grondgebied van Houten. Tot 27 april 1964 het eigendom geweest van familie Bosch van Drakestein. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg. Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg. Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.


Boerderij De Grote Kuil aan de Blauwe-Vogelweg 23 (Maarschalkerweerd) gezien vanaf de Rijnsweerd kant van Utrecht met op de voorgrond de rivier de Kromme - Rijn met Jaagpad. Tot het jaar 1911 was dit gebied en de boerderij eigendom geweest van familie Munnicks van Cleef, Rappard en Roëll. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.Boerderij De Grote Kuil aan de Blauwe-Vogelweg 23 (Maarschalkerweerd) gezien vanaf de Rijnsweerd kant van Utrecht met op de voorgrond de rivier de Kromme - Rijn met Jaagpad. Tot het jaar 1911 was dit gebied en de boerderij eigendom geweest van familie Munnicks van Cleef, Rappard en Roëll. Foto: Peter van Wieringen, Natuurenfoto.nl.


Aankoop van een stuk grond tussen de Koningslaan ten de de rivier de Kromme Rijn bij landgoed Oud-Amelisweerd door de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.Aankoop van een stuk grond tussen de Koningslaan ten de de rivier de Kromme Rijn bij landgoed Oud-Amelisweerd door de gemeente Utrecht. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.


De aankoop van gronden door de gemeente Utrecht eind jaren zestig van de twintigste eeuw van gronden in Tolsteeg of Klein Kovelswade. Gelegen ten westen van de Grote Koppel. Hier betrof het land gelegen aan het Houtensepad. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.De aankoop van gronden door de gemeente Utrecht eind jaren zestig van de twintigste eeuw van gronden in Tolsteeg of Klein Kovelswade. Gelegen ten westen van de Grote Koppel. Hier betrof het land gelegen aan het Houtensepad. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-3.


Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel en groen gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg. Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.Aankoop van gronden in de omgeving van de Mereveldseweg 13 in de periode 1969 - 1981. In geel en groen gearceerd de gronden die door de gemeente Utrecht aangekocht ten oosten van de Mereveldseweg. Bron: Het Utrechts Archief, 1338 1331.


Kaart van de stadsvriijheid van Utrecht uit 1541, het gebied van de binnenstad met directe omgeving; met aanduiding van de grenzen van de stadsvrijheid. Met weergave van de bebouwing in de binnenstad en van wegen, watergangen en kastelen, kloosters, hofsteden en huizen in opstand. Een in 1840 door N. van der Monde vervaardigde kopie naar een schilderij van Evert van Schayck uit 1541. Met linksonder erop ingetekend hofstede de 'Sieke Kuijl' (Ter Zieken( (De Grote Kuil - Blauwe-Vogelweg 23) in Maarschalkerweerd, dat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. De ‘Sicke Cuyll’ of ‘Ziecker-Cuil’ (De Grote- en De Klein Kuil) zoals op diverse kaarten werd beschreven daar werden in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214259.Kaart van de stadsvriijheid van Utrecht uit 1541, het gebied van de binnenstad met directe omgeving; met aanduiding van de grenzen van de stadsvrijheid. Met weergave van de bebouwing in de binnenstad en van wegen, watergangen en kastelen, kloosters, hofsteden en huizen in opstand. Een in 1840 door N. van der Monde vervaardigde kopie naar een schilderij van Evert van Schayck uit 1541. Met linksonder erop ingetekend hofstede de 'Sieke Kuijl' (Ter Zieken( (De Grote Kuil - Blauwe-Vogelweg 23) in Maarschalkerweerd, dat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. De ‘Sicke Cuyll’ of ‘Ziecker-Cuil’ (De Grote- en De Klein Kuil) zoals op diverse kaarten werd beschreven daar werden in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214259.


Het aankopen van de stuk grond door de gemeente Utrecht achter een huis aan de Mereveldseweg 15 in geel gearceerd. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.Het aankopen van de stuk grond door de gemeente Utrecht achter een huis aan de Mereveldseweg 15 in geel gearceerd. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.


Kaart (fragment) van de stadsvrijheid van Utrecht uit 1541, het gebied van de binnenstad met directe omgeving; met aanduiding van de grenzen van de stadsvrijheid. Met weergave van de bebouwing in de binnenstad en van wegen, watergangen en kastelen, kloosters, hofsteden en huizen in opstand. Een in 1840 door N. van der Monde vervaardigde kopie naar een schilderij van Evert van Schayck uit 1541. Met erop ingetekend (uitvergroot) hofstede de 'Suiker Kuijl' (De Grote Kuil - Blauwe-Vogelweg 23) in Maarschalkerweerd, wat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. De ‘Sicke Cuyll’ of ‘Ziecker-Cuil’ (De Grote- en De Klein Kuil) zoals op diverse kaarten werd beschreven daar werden in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214259.Kaart (fragment) van de stadsvrijheid van Utrecht uit 1541, het gebied van de binnenstad met directe omgeving; met aanduiding van de grenzen van de stadsvrijheid. Met weergave van de bebouwing in de binnenstad en van wegen, watergangen en kastelen, kloosters, hofsteden en huizen in opstand. Een in 1840 door N. van der Monde vervaardigde kopie naar een schilderij van Evert van Schayck uit 1541. Met erop ingetekend (uitvergroot) hofstede de 'Suiker Kuijl' (De Grote Kuil - Blauwe-Vogelweg 23) in Maarschalkerweerd, wat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. De ‘Sicke Cuyll’ of ‘Ziecker-Cuil’ (De Grote- en De Klein Kuil) zoals op diverse kaarten werd beschreven daar werden in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 214259.


Tekening waarbij de toen toekomstige rijksweg A27 meer naar het oosten gepland stond ten koste van de Draf- en Renbaan Mereveld. Het nnorden is links. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.Tekening waarbij de toen toekomstige rijksweg A27 meer naar het oosten gepland stond ten koste van de Draf- en Renbaan Mereveld. Het nnorden is links. Bron: Het Utrechts Archief, 1338.


Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment ingetekend de zuidoostkant van de stad in Maarschalkerweerd met linksboven boerderij De Grote Kuil (Blauwe-Vogelweg 23) ingetekend met de naam de 'Siecke Kuijl. Het eerste deel van de naam ‘siecke’ of ‘Ter Zieken’ beschreven betekend dat daar in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. dat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130.Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment ingetekend de zuidoostkant van de stad in Maarschalkerweerd met linksboven boerderij De Grote Kuil (Blauwe-Vogelweg 23) ingetekend met de naam de 'Siecke Kuijl. Het eerste deel van de naam ‘siecke’ of ‘Ter Zieken’ beschreven betekend dat daar in de zestiende eeuw melaatsen of lepra patiënten in gehuisvest waar daar zij op de dag op het land van de Abstederweide en Maarschalkerweerd konden werken. Melaats of lepra patiënten kunnen besmettelijk zijn dat wil men als in de zestiende eeuw. En daarom werden dat soort mensen ver buiten de stadmuren gehuistvest. Hofstede Galgenwaard en/ofRijnsweerd hebben ook een rol gehad in het huisveste van de patiënten in de zestiende eeuw. dat erop duidt dat in de grond om de hofstede in het midden van de zestiende eeuw een goede vruchtbare plek was voor het delven van klei voor de stenen- en pottenbakkerijen in de omgeving van Utrecht stad. De klei die werd gedolven aan de oever en uiterwaarden van de Kromme Rijn in het gebied dat in het bezit was van de Utrechtse kapittels Oudmunster en den DOM. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130.


Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment de Covelaarsbrug, Koppeldijk, het Houtensepad en de Koningsweg/Koningslaan ingetekend. Met helemaal recht boerderij De Koppel in de zeventiende eeuw in het bezit van het Utreechtse kapittel ten DOM en vanaf december 1819 in het bezit van Jhr. Paul Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden kwam De Koppel bij het onroerend goed van landgoed Nieuw-Amelisweerd te behoren, dus bij oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein die de boerderij rond 1840 verkocht aan zijn jongeren broer Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, Heer van Heeckeren. Een landgoed in de Overijsslese gemeente Hof van Twente. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130.Kaart van de stad Utrecht (fragment) met wijde omgeving uit 1629; met weergave van wegen, watergangen en bebouwing buiten de binnenstad; met weergave van een verdedigingswal met bastions en gracht tussen de Vecht en Vaartsche Rijn in de eerste linie en vier hoornwerken tussen de Vecht en de Vaartsche Rijn langs de stadsgracht in de tweede linie. Met in dit fragment de Covelaarsbrug, Koppeldijk, het Houtensepad en de Koningsweg/Koningslaan ingetekend. Met helemaal recht boerderij De Koppel in de zeventiende eeuw in het bezit van het Utreechtse kapittel ten DOM en vanaf december 1819 in het bezit van Jhr. Paul Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden kwam De Koppel bij het onroerend goed van landgoed Nieuw-Amelisweerd te behoren, dus bij oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein die de boerderij rond 1840 verkocht aan zijn jongeren broer Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein, Heer van Heeckeren. Een landgoed in de Overijsslese gemeente Hof van Twente. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 216130.



Prenten- en muntenverzameling: Atlas Munnicks van Cleeff


Dr. G. Munnicks van Cleeff volgens het 'Biografisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Tweede Druk (1869) - A.J. van der Aa'.



MUNNICKS VAN CLEEFF (Dr. G.), vroeger practiserend geneesheer te Utrecht, later lid der Provinciale Staten en van den Raad der stad Utrecht, was een groot voorstander der nationale nijverheid, waartoe zijn aanzienlijk vermogen veel heeft bijgedragen. Hij huwde P.J.C. van der Meulen, en overleed den 4 Mei 1860 te Utrecht.

Hij was lid van het Prov. Utr. en het Hist. Gen. Hij was ook zeer bekend door het groote muntkabinet dat hij bezat, zeker een van de voornaamste particuliere muntverzamelingen uit ons land, en dat na zijn dood is verkocht geworden.

Hij bezat o.a. de gouden penning door Willem V na den slag bij Doggersbank aan Zoutman vereerd, afgebeeld inle Francq van Berkhey Zeetriumph, welk stuk 1204 wigtjes aan goud woog, en naar wij meenen, door het koninklijk kabinet is aangekocht geworden. Zie de hoogst belangrijke catalogus van zijne verzameling, door Bom te Amsterdam verkocht.


 

Een halve rijksdaalder uit 1570. Zoals Gerard Munnicks van Cleeff deze tot 1860 in zijn muntenkabinet had. De afgebeelde 1/2 rijksdaalder uit 1570 is een voorbeeld gevonden op internet (1).Een halve rijksdaalder uit 1570. Zoals Gerard Munnicks van Cleeff deze tot 1860 in zijn muntenkabinet had. De afgebeelde 1/2 rijksdaalder uit 1570 is een voorbeeld gevonden op internet (1).


Een halve rijksdaalder uit 1570. Zoals Gerard Munnicks van Cleeff deze tot 1860 in zijn muntenkabinet had. De afgebeelde 1/2 rijksdaalder uit 1570 is een voorbeeld gevonden op internet (2).Een halve rijksdaalder uit 1570. Zoals Gerard Munnicks van Cleeff deze tot 1860 in zijn muntenkabinet had. De afgebeelde 1/2 rijksdaalder uit 1570 is een voorbeeld gevonden op internet (2).




Dokter Gerard Munnicks van Cleeff (1797-1860) was munten- en prentenverzamelaar. Hij bezat daardoor een ruime verzameling munten en penningen en ruim 1200 prenten en tekeningen en schetsen van de stad Utrecht en omgeving uit de achttiende- en negentiende eeuw. De zogeheten 'Atlas van Munnicks van Cleeff'. Na zijn overlijden kwam de verzameling met historische prenten en tekeningen in het bezit van het Koninklijk Huis der Nederlanden. Die deze ruim ander halve eeuw in bezit heeft gehad.



In 2012 werd de zeldzame verzameling prenten (atlas van Munnicks van Cleeff, geheten), 'stilletjes' verkocht door het Koninklijk Huis aan een particuliere verzamelaar van de 'Fentener van Vlissingen Foundation' te Zeist. Het woord stilletjes tussen haakjes beschrijft hoe de Nederlandse media zoals kranten en tv stations in 2016 hier lucht van kregen. Hierin voelde de Nederlandse Musea zich  gepasseerd. Door het niet in de openbaring brengen van de eventuele verkoop van de verzameling en de misschien andere gegadigde museums die hier interesse in gehad zouden hebben.



Gevonden beschrijving van diverse (rijks)daalders die na het overlijden van Gerard de Munnicks van Cleeff in 1861 bij veiling werden verkocht door de erfgenamen Munnicks van Cleeff / Van Rappard.Gevonden beschrijving van diverse (rijks)daalders die na het overlijden van Gerard de Munnicks van Cleeff in 1861 bij veiling werden verkocht door de erfgenamen Munnicks van Cleeff / Van Rappard.



Beschrijving kranten bericht afkomstig van het Algemeen Handelsblad van 11 mei 1861, Delpher.nl. — Onder de belangrijke Utrechtsche munten, door de familie Munnicks van Cleeff aan het koninklijk penningkabinet geschonken, merkt men op een zeer fraaije denarius van bisschop Godefried van Reenen (1156—73), gen obool van Dirk van der Aare (11981212), een onuitgegeven denarius van bisschop Otto, te Deventer geslagen; de eenig bekende obool van Otto van Holland (1236—49), de halve grooten van Jan van Arkel, te Utrecht en te Deventer geslagen; de zeldzame halve groot met de twee schilden van Frederik van Blankenheim (1394—1423); een onuitgegeven half vuurijzer van David van Bourgondie; de Christus gulden van Frederik van Baden, de Dominusgulden van bisschop Philippus van Bourgondie, de eenige ontdekte zilveren munt van den laatsten bisschop Hendrik van Beijeren, en eindelijk de vierdubbele braspenning, door Carel van Egmond van het Utrechtsche kerkzilver geslagen, toen hij in het bezit dier stad was.Beschrijving kranten bericht afkomstig van het Algemeen Handelsblad van 11 mei 1861, Delpher.nl. — Onder de belangrijke Utrechtsche munten, door de familie Munnicks van Cleeff aan het koninklijk penningkabinet geschonken, merkt men op een zeer fraaije denarius van bisschop Godefried van Reenen (1156—73), gen obool van Dirk van der Aare (11981212), een onuitgegeven denarius van bisschop Otto, te Deventer geslagen; de eenig bekende obool van Otto van Holland (1236—49), de halve grooten van Jan van Arkel, te Utrecht en te Deventer geslagen; de zeldzame halve groot met de twee schilden van Frederik van Blankenheim (1394—1423); een onuitgegeven half vuurijzer van David van Bourgondie; de Christus gulden van Frederik van Baden, de Dominusgulden van bisschop Philippus van Bourgondie, de eenige ontdekte zilveren munt van den laatsten bisschop Hendrik van Beijeren, en eindelijk de vierdubbele braspenning, door Carel van Egmond van het Utrechtsche kerkzilver geslagen, toen hij in het bezit dier stad was.



Beschrijving kranten bericht afkomstig van het Opregte Haarlemsche Courant van 23 november 1863, Delpher.nl. - BOEKVERKOOPING. T. DE BRUYN te Utrecht, zal op 25 November enz., verkoopen de BIBLIOTHEKEN van wijlen de Heeren Dr. G. MUNNICKS van CLEEFF, Jhr. C. A. RETHAAN MACARE, Kap. G. F. van LIMBORCH van pen MEERSCH, Dr. J. WTTEWAALL en een aanzienlijk Regtsgeleerde te Utrecht, bevattende eene uitmuntende verzameling BOEKEN over Geschiedenis en Aardrijkskunde, bijzonder Nederlandsche Geschiedenis en Plaatsbeschrijving, Antiquiteiten en Numiematiek , Geschied. der O. en W. Ind. Koloniën enz, Regtsgeleerdheid en Staatswetenschappen , Natuurwetenschappen , waarbij eene uitgebreide collectie over Landbmuw enz., Genees- en Heelkunde, Kunsten en Nieuwere Letterkunde. Voorts Plaat- en Prachtwerken, Platen, Antiquiteiten, Naturuliën en Boekenkasten. De catalogus is op franco aanvrage te bekomen. De catalogus der collectie Handschriften en Autographen, hierbij behoorende, zal weldra te bekomen zijn. Verkooping 10 en 11 December.Beschrijving kranten bericht afkomstig van het Opregte Haarlemsche Courant van 23 november 1863, Delpher.nl. - BOEKVERKOOPING. T. DE BRUYN te Utrecht, zal op 25 November enz., verkoopen de BIBLIOTHEKEN van wijlen de Heeren Dr. G. MUNNICKS van CLEEFF, Jhr. C. A. RETHAAN MACARE, Kap. G. F. van LIMBORCH van pen MEERSCH, Dr. J. WTTEWAALL en een aanzienlijk Regtsgeleerde te Utrecht, bevattende eene uitmuntende verzameling BOEKEN over Geschiedenis en Aardrijkskunde, bijzonder Nederlandsche Geschiedenis en Plaatsbeschrijving, Antiquiteiten en Numiematiek , Geschied. der O. en W. Ind. Koloniën enz, Regtsgeleerdheid en Staatswetenschappen , Natuurwetenschappen , waarbij eene uitgebreide collectie over Landbmuw enz., Genees- en Heelkunde, Kunsten en Nieuwere Letterkunde. Voorts Plaat- en Prachtwerken, Platen, Antiquiteiten, Naturuliën en Boekenkasten. De catalogus is op franco aanvrage te bekomen. De catalogus der collectie Handschriften en Autographen, hierbij behoorende, zal weldra te bekomen zijn. Verkooping 10 en 11 December.


Beschrijving kranten bericht afkomstig van de Rotterdamsche Courant van 8 1864, Delpher.nl. — Gisteren en eergisteren heeft alhier de veiling plaats gehad der schijderijen-verzameling van wijlen dr, G. Munnicks van Cleef te Utrecht, waarbij een groot aantal vreemde liefhebbers tegenwoordig was. De voornaamste prijzen werden besteed voor de volgende stukken. Christus, den storm stillende, door L. Backhuyzen, fr. 14,900. Portret van Back- huyzen, door hem zelf, fr. 1100. Dorpsgezigt, door C. Decker, a° 1653, fr. 2050. Gevogelte, vruchten en bloemen, door J. Fijt, fr. 2550. Boschgezigt, door Hobbema, fr. 8300. Zeemkleurige geit, door Hondekoeter, fr. 7100. Dezelfde, witte hen met kuikens, fr. 4050. De wieg, door P. Hoogh, fr. 9000. Een nest in bloemen, door J. van Huysum, fr. 7050. Eene jonge vrouw die een brief schrijft, door G. Metsu, fr. 5020. Portret van en door denzelfden, fr. 1400. Maneschijn, door van der Veer, fr. 3210. Jong Meisje, door G. Netscher, fr. 4750. De heer des wijngaards, naar de gelijkenis van Jezus, door Rembrandt, geteekend a 1656, fr. 25,300. De waterval, door J. Ruysdael, fr. 8500. De verleiding, door Schalcken, fr. 1520. Kermistooneel, door Jan Steen, fr. 2960. Koorddansers, door Ph. Wouwermans, fr. 3700. Landschap, door Winants, fr. 8570. De geheele opbrengst der verkooping was nagenoeg fr. 171,000.Beschrijving kranten bericht afkomstig van de Rotterdamsche Courant van 8 1864, Delpher.nl. — Gisteren en eergisteren heeft alhier de veiling plaats gehad der schijderijen-verzameling van wijlen dr, G. Munnicks van Cleef te Utrecht, waarbij een groot aantal vreemde liefhebbers tegenwoordig was. De voornaamste prijzen werden besteed voor de volgende stukken. Christus, den storm stillende, door L. Backhuyzen, fr. 14,900. Portret van Back- huyzen, door hem zelf, fr. 1100. Dorpsgezigt, door C. Decker, a° 1653, fr. 2050. Gevogelte, vruchten en bloemen, door J. Fijt, fr. 2550. Boschgezigt, door Hobbema, fr. 8300. Zeemkleurige geit, door Hondekoeter, fr. 7100. Dezelfde, witte hen met kuikens, fr. 4050. De wieg, door P. Hoogh, fr. 9000. Een nest in bloemen, door J. van Huysum, fr. 7050. Eene jonge vrouw die een brief schrijft, door G. Metsu, fr. 5020. Portret van en door denzelfden, fr. 1400. Maneschijn, door van der Veer, fr. 3210. Jong Meisje, door G. Netscher, fr. 4750. De heer des wijngaards, naar de gelijkenis van Jezus, door Rembrandt, geteekend a 1656, fr. 25,300. De waterval, door J. Ruysdael, fr. 8500. De verleiding, door Schalcken, fr. 1520. Kermistooneel, door Jan Steen, fr. 2960. Koorddansers, door Ph. Wouwermans, fr. 3700. Landschap, door Winants, fr. 8570. De geheele opbrengst der verkooping was nagenoeg fr. 171,000.



Selectie van de prenten en tekeningen uit de atlas van Munnicks van Cleeff

Gezicht vanaf de Hillebrandsteeg op het dorp De Bilt, uit het zuiden, met op de voorgrond een brug over de Biltsche Grift op donderdag 27 augustus 1761. Vervaardigd door D. Burg. Gezicht vanaf de Hillebrandsteeg op het dorp De Bilt, uit het zuiden, met op de voorgrond een brug over de Biltsche Grift op donderdag 27 augustus 1761. Vervaardigd door D. Burg. "27 Aug. 1761" vermelding in catalogus Atlas Munnicks van Cleeff verso. De naam Hillebrandsteeg is later gewijzigd in Bunnikseweg. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107538.


Gezicht in de Dorpsstraat te De Bilt uit het zuidoosten, met rechts de herberg 'Staaten Wapen'. Vervaardig door D. Burg in 1750-1770. Gezicht in de Dorpsstraat te De Bilt uit het zuidoosten, met rechts de herberg 'Staaten Wapen'. Vervaardig door D. Burg in 1750-1770. "het Dorp de Bilt noordzijde" vermelding in catalogus Atlas Munnicks van Cleeff. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107543.


Gezicht op het huis Emminkhuizen bij Renswoude in 1750 vervaardig door Jan de Beijer. Gezicht op het huis Emminkhuizen bij Renswoude in 1750 vervaardig door Jan de Beijer. "Emmikhuysen bij Venendaal" vermelding in catalogus Atlas Munnicks van Cleeff verso origineel. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107327.


Gezicht uit het noordwesten op de achtergevel van het kasteel Renswoude te Renswoude met links een van de bouwhuizen aan het voorplein op dinsdag 23 september 1749. Vervaardig door Jan de Beijer. Gezicht uit het noordwesten op de achtergevel van het kasteel Renswoude te Renswoude met links een van de bouwhuizen aan het voorplein op dinsdag 23 september 1749. Vervaardig door Jan de Beijer. "t' Hujs te Renswoude dt: 22 Sept: 1749" vermelding in catalogus Atlas Munnicks van Cleeff verso. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107449.


Gezicht op het kasteel Den Engh bij Vleuten uit het westen, met op de voorgrond de buitenpoort, de toegangspoort tot het kasteelcomplex. In de lucht is het dubbele wapen Van Egmond en Den Engh getekend. De gemeente Vleuten-De Meern is per 1 jan. 2001 bij de gemeente Utrecht gevoegd in 1744. Gezicht op het kasteel Den Engh bij Vleuten uit het westen, met op de voorgrond de buitenpoort, de toegangspoort tot het kasteelcomplex. In de lucht is het dubbele wapen Van Egmond en Den Engh getekend. De gemeente Vleuten-De Meern is per 1 jan. 2001 bij de gemeente Utrecht gevoegd in 1744. "t huys den Eng" vermelding in catalogus Atlas Munnicks van Cleeff verso origineel. Vervaardigd door Jan de Beijer. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107329.


Gezicht op een gedeelte van de ruïne van het kasteel Duurstede te Wijk bij Duurstede, met rechts de Bourgondische toren in 1770-1790. Vervaardigd door M.L.M. d'Yvoy. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107321.Gezicht op een gedeelte van de ruïne van het kasteel Duurstede te Wijk bij Duurstede, met rechts de Bourgondische toren in 1770-1790. Vervaardigd door M.L.M. d'Yvoy. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 107321.


Het Vredenburg in Utrecht in 1736. Vervaardigd door Jan de Beijer. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Het Vredenburg in Utrecht in 1736. Vervaardigd door Jan de Beijer. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Gezicht op Huis Doorn getekend naar een kopie door H. van Malsen uit 1918. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Gezicht op Huis Doorn getekend naar een kopie door H. van Malsen uit 1918. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


De ruïne van het in 1672 verwoeste kasteel Ter Meer te Maarssen in 1715-1725. Vervaardigd door Abraham Rademaker. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.De ruïne van het in 1672 verwoeste kasteel Ter Meer te Maarssen in 1715-1725. Vervaardigd door Abraham Rademaker. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.


Kasteel De Haar bij Haarzuilens van 4 oktober 1744 door Jan de Beijer naar een kopie tekening uit 1918 door H. van Maslen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.Kasteel De Haar bij Haarzuilens van 4 oktober 1744 door Jan de Beijer naar een kopie tekening uit 1918 door H. van Maslen. Bron: Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, Den Haag.



Steenbakkerij Ruimzicht te Jutphaas 

Luchtopname van Steenfabriek Ruimzicht op 9 januari 1928 te Jutphaas vanuit het westen gezien. Heden is hier 't Goylaan en sporthal Hoograven, de Zuiderbrug in de Socrateslaan en het Salamanderpad. Bron: KLM Aero.Luchtopname van Steenfabriek Ruimzicht op 9 januari 1928 te Jutphaas vanuit het westen gezien. Heden is hier 't Goylaan en sporthal Hoograven, de Zuiderbrug in de Socrateslaan en het Salamanderpad. Bron: KLM Aero.



De steenbakkerij Ruimzicht werd voor het eerst vermeld in 1743 maar was dan al vermoedelijk al zo'n vijftien jaar in gebruik. Het was op dat moment in eigendom van Coenraad van Beuningen. Na zijn dood in 1745 kwam de steenbakkerij in bezit van zijn zwager Willem van Cleeff, raad bij het Hof van Utrecht. In 1802 was het in eigendom van Nicolaas Cornelis van Cleef, het dreigde toen met een aantal landerijen te worden geveild. 


Luchtfoto van de wijk Hoograven te Jutphaas met de Prinses Julianaweg en omgeving, uit het zuidoosten; op de achtergrond de Vaartsche Rijn en het Merwedekanaal. Waar ook de restante van steenfabriek Ruimzicht op te zien zijn. Heden op deze plek 't Goylaan, Zuiderbrug en sporthal Hoograven en de Snoekstraat, Zeeltstraat en het Salamanderpad. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 40066.Luchtfoto van de wijk Hoograven te Jutphaas met de Prinses Julianaweg en omgeving, uit het zuidoosten; op de achtergrond de Vaartsche Rijn en het Merwedekanaal. Waar ook de restante van steenfabriek Ruimzicht op te zien zijn. Heden op deze plek 't Goylaan, Zuiderbrug en sporthal Hoograven en de Snoekstraat, Zeeltstraat en het Salamanderpad. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 40066.



Daarbij werd het goed omschreven als 'eene buitenplaats en welbeklante steenbakkerij, genaamd 'Ruijmzicht'. De veiling ging uiteindelijk niet door. Na verkoop van 'een grote partij broeibakken met glaasen en papieren raamen, druiventrekkasten, loden beelden en verdere tuincieraden, mitsgaders allerhande meubelen en huiscieraad' op Ruimzicht,kwamen voldoende middelen vrij om nieuwe investeringen in het bedrijf te doen.

In 1806 - 1807 werd patent verkregen voor steenbakkerij met twee steenovens.


Op woensdag 9 september 1846 legde Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met de inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Salamanderpad 100. Foto: Peter Sprangers, Historische Kring Tolsteeg.Op woensdag 9 september 1846 legde Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met de inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Salamanderpad 100. Foto: Peter Sprangers, Historische Kring Tolsteeg.



Het bedrijf opereerde sinds 1823 onder de naam Munnicks Van Cleeff. Na het overlijden van Gerard Munnicks Van Cleeff kwamen het buitenhuis en de steenbakkerij aan zijn kleinzoon Carel Casimir Alexander van Rappard.


Gezicht op de voorgevels van de huizen aan het Salamanderpad 100 en 102 (voor 1989 de Oude Kerkweg 13A-14-15) gelegen aan de oostzijde van de Vaartse Rijn (voorgrond) te Utrecht, vanaf het noordwesten. Links de linkerzijgevel van het huis nr. 100 in 1976. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68117.Gezicht op de voorgevels van de huizen aan het Salamanderpad 100 en 102 (voor 1989 de Oude Kerkweg 13A-14-15) gelegen aan de oostzijde van de Vaartse Rijn (voorgrond) te Utrecht, vanaf het noordwesten. Links de linkerzijgevel van het huis nr. 100 in 1976. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68117.



Op woensdag 9 september 1846 legde zijn echtgenote Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Salamanderpad 100 (voor 1989 Oude Kerkweg 15).

Later werden er veertien woningen bijgebouwd op hetzelfde terrein. Deze werden bij de aanleg van de brede 't Goylaan in 1964 gesloopt. Na het overlijden van C.C.A. van Rappard kwam Ruimzicht in het bezit van zijn zoon en erfgenaam Alexander van Rappard.

Alexander verkocht in 1910 de steenbakkerij in een openbare veiling aan Van Arkel & Co. die later ook de naastgelegen steenbakkerij Rijnoven aankocht.


Gezicht op de huizen Salamanderpad 100 (links)-102 te Utrecht, vanaf een boot varend op de Vaartsche Rijn op 18 juni 1999. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 123481.Gezicht op de huizen Salamanderpad 100 (links)-102 te Utrecht, vanaf een boot varend op de Vaartsche Rijn op 18 juni 1999. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 123481.



Als sinds 1866 was Van Arkel eigenaar van steenbakkerij Rijn- en Veldzicht.

De drie steenbakkerijen zouden in 1923 tot één groot bedrijf worden samengevoegd, dat tot 1970 werd voortgezet en daarna verplaatst naar Vianen.


Luchtfoto van een deel van de wijk Hoograven te Utrecht met o.a. de Zeeltstraat, Snoekstraat en Brasemstraat.; links het Merwedekanaal en de Vaartsche Rijn in april 1990. Op de plek waar tot de jaren twintig van de twintigste eeuw steenfabriek en de buitenplaats Ruimzicht stond van families Munnicks van Cleeff en Rappard. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 805562.Luchtfoto van een deel van de wijk Hoograven te Utrecht met o.a. de Zeeltstraat, Snoekstraat en Brasemstraat.; links het Merwedekanaal en de Vaartsche Rijn in april 1990. Op de plek waar tot de jaren twintig van de twintigste eeuw steenfabriek en de buitenplaats Ruimzicht stond van families Munnicks van Cleeff en Rappard. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 805562.


Gezicht op de theekoepel, staande naast het huis van de familie Stekelenburg Salamanderpad 100 te Utrecht in juli 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68120.Gezicht op de theekoepel, staande naast het huis van de familie Stekelenburg Salamanderpad 100 te Utrecht in juli 1981. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 68120.



De buitenplaats werd in 1925 gesloopt.
 De uit 1800 daterende houten theekoepel behoorde bij de buitenplaats van de familie Van Rappard en werd in 1925 na het opheffen van de buitenplaats en de bouw van de Julianabrug iets verplaatst naar het zuiden. Het deed dienst als opslagschuur van de familie J. Stekelenburg, Salamanderpad 100 (voor 1989 Oude Kerkweg 15).  


Theekoepel aan het Salamanderpad in 2016 in het Vaartsche Rijngebied behorend vroeger bij de buitenplaats Ruimzicht van de familie Rappard. Foto: Albert Speelman.Theekoepel aan het Salamanderpad in 2016 in het Vaartsche Rijngebied behorend vroeger bij de buitenplaats Ruimzicht van de familie Rappard. Foto: Albert Speelman.



In 1971 werd de verwaarloosde koepel ontdekt door de heer Frans H. Landzaat.

 In 1981 werd de werkgroep theekoepel Oud-Vaartserijngebied opgericht onder leiding van A.M. de Reuver, die ging streven naar restauratie en herplaatsing van de koepel langs de Vaartsche Rijn.


Amateurarcheoloog Frans Landzaat uit Schalkwijk. Foto: Archeologiehouten.nl Archeologische Werkgroep Leen de Keijzer Houten Stationserf 99.Amateurarcheoloog Frans Landzaat uit Schalkwijk. Foto: Archeologiehouten.nl Archeologische Werkgroep Leen de Keijzer Houten Stationserf 99.



Op 12 oktober 1985 werd de koepel gesloopt en in onderdelen naar de sociale werkplaats gebracht voor restauratie. De koepel kwam nu iets ten zuiden van haar vroegere plaats te staan, namelijk bij de woning Oude Kerkweg 12 (nu Salamanderpad).
Op de plaats waar de theekoepel nu staat, stond eerst een molen; daarnaast lag een steenfabriek, die naar de molen 't Oog in 't Zeil heette en deze naam staat nu op koepel. 


Beschrijving van het eerste perceel van de Stoomsteenfabriek Ruimzicht van de forma Munnicks van Cleeff nabij de Vaartsche Rijn. Gelegen in de kadastrale gemeente Jutphaas (Nieuwegein) verkoop door Alexander, ridder van Rappard, hij was de kleinzoon van dhr. Gerard Munnicks van Cleeff. Veiling geschiede ten overstaan van de Houtense notaris H.A.M. Immink. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.Beschrijving van het eerste perceel van de Stoomsteenfabriek Ruimzicht van de forma Munnicks van Cleeff nabij de Vaartsche Rijn. Gelegen in de kadastrale gemeente Jutphaas (Nieuwegein) verkoop door Alexander, ridder van Rappard, hij was de kleinzoon van dhr. Gerard Munnicks van Cleeff. Veiling geschiede ten overstaan van de Houtense notaris H.A.M. Immink. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.



Foto genomen in de richting van het zuiden met links de theekoepel van familie Rappard 'Oog in 't Zeil' met rechts de Vaarsche Rijn met een aangemeerd plezierbootje. Links op de achtergrond de appartementen aan de Zeelstraat 11 t/m 153 (oneven). Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Foto genomen in de richting van het zuiden met links de theekoepel van familie Rappard 'Oog in 't Zeil' met rechts de Vaarsche Rijn met een aangemeerd plezierbootje. Links op de achtergrond de appartementen aan de Zeelstraat 11 t/m 153 (oneven). Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Volmacht afgegeven door Alexander, ridder van Rappard aan notaris Immink. Alexander moest diverse percelen grond in Houten, Oud-Wulven en Jutphaas verkopen om zijn schulden deels te kunnen aflossen (1). Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.Volmacht afgegeven door Alexander, ridder van Rappard aan notaris Immink. Alexander moest diverse percelen grond in Houten, Oud-Wulven en Jutphaas verkopen om zijn schulden deels te kunnen aflossen (1) .Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.


Theekoepel 'Oog in 't Zeil' geweest van familie Rappard aan het Salamanderpad. Met op de voorgrond een bruggetje over een doodlopende watergang. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Theekoepel 'Oog in 't Zeil' geweest van familie Rappard aan het Salamanderpad. Met op de voorgrond een bruggetje over een doodlopende watergang. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Volmacht afgegeven door Alexander, ridder van Rappard aan notaris Immink. Alexander moest diverse percelen grond in Houten, Oud-Wulven en Jutphaas verkopen om zijn schulden deels te kunnen aflossen (2). Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.Volmacht afgegeven door Alexander, ridder van Rappard aan notaris Immink. Alexander moest diverse percelen grond in Houten, Oud-Wulven en Jutphaas verkopen om zijn schulden deels te kunnen aflossen (2). Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.


Het Salamanderpad in noordelijke richting gezien met rechts de groenzone gelegen tussen (links) de Vaartsche Rijn en Brasemstraat en Zeeltstraat (rechts). Op de achtergrond de arbeiderswoningen uit 1846 (Salamanderstraat 100 en 102). Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Het Salamanderpad in noordelijke richting gezien met rechts de groenzone gelegen tussen (links) de Vaartsche Rijn en Brasemstraat en Zeeltstraat (rechts). Op de achtergrond de arbeiderswoningen uit 1846 (Salamanderstraat 100 en 102). Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Op de stoomsteenfabriek Ruimzicht werd geboden voor f. 29.800- , gulden door Johannes Vermeer. Die de steenfabriek in bezit kreeg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.Op de stoomsteenfabriek Ruimzicht werd geboden voor f. 29.800- , gulden door Johannes Vermeer. Die de steenfabriek in bezit kreeg. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.


Arbeiderhuisjes aan de Salamanderpad 102 en 100 ooit onderdeel uitgemaakt van het steenfabriek Ruimzicht. Gezien in noordelijke richting. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Arbeiderhuisjes aan de Salamanderpad 102 en 100 ooit onderdeel uitgemaakt van het steenfabriek Ruimzicht. Gezien in noordelijke richting. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Handtekening van de diverse kopers van de percelen en de stoomsteenfabriek Ruimzicht in Houten, Jutphaas en Oud-Wulven bij de veiling van zaterdag 29 oktober 1910. Waaronder die van notaris H.A.M. Immink en architect E.G. Wentink Jr.. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.Handtekening van de diverse kopers van de percelen en de stoomsteenfabriek Ruimzicht in Houten, Jutphaas en Oud-Wulven bij de veiling van zaterdag 29 oktober 1910. Waaronder die van notaris H.A.M. Immink en architect E.G. Wentink Jr.. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 063, 459, aktenummer: 1360 en 1361.


De Vaartsche Rijn in noordelijke richting gezien met links aan de westelijke kade aan de Jutfaseweg diverse woonboten aangemeerd. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.De Vaartsche Rijn in noordelijke richting gezien met links aan de westelijke kade aan de Jutfaseweg diverse woonboten aangemeerd. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Het Salamanderpad in zuidelijke richting gezien met rechts de Vaartsche Rijn en de (woon)boten. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Het Salamanderpad in zuidelijke richting gezien met rechts de Vaartsche Rijn en de (woon)boten. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Op woensdag 9 september 1846 legde Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met de inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Salamanderpad 100. Foto: Sander van Scherpenzeel.Op woensdag 9 september 1846 legde Alida Johanna Sara van Munnick van Cleeff de eerste steen voor een rijtje arbeiderswoningen; deze steen met de inscriptie A.J.S.M.C. 1846 bevindt zich nog in het arbeidershuis Salamanderpad 100. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Straatnaambord 'Salamanderpad' op het vroegere steenfabriekterrein Ruimzicht. Straatnaam vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van maandag 20 maart 1989. Foto: Sander van Scherpenzeel.Straatnaambord 'Salamanderpad' op het vroegere steenfabriekterrein Ruimzicht. Straatnaam vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Utrecht van maandag 20 maart 1989. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Mozaïekentegeltjes gelegen in het Salamanderpad die de herinnering levend houden van waar eens de Limesgrens van het Romeinse Rijk 2000 jaar geleden lag. Foto uit februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Mozaïekentegeltjes gelegen in het Salamanderpad die de herinnering levend houden van waar eens de Limesgrens van het Romeinse Rijk 2000 jaar geleden lag. Foto uit februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Arbeiderhuisjes aan de Salamanderpad 102 en 100 ooit onderdeel uitgemaakt van het steenfabriek Ruimzicht. Gezien in noordelijke richting. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Arbeiderhuisjes aan de Salamanderpad 102 en 100 ooit onderdeel uitgemaakt van het steenfabriek Ruimzicht. Gezien in noordelijke richting. Links de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Mozaïekentegeltjes gelegen in het Salamanderpad die de herinnering levend houden van waar eens de Limesgrens van het Romeinse Rijk 2000 jaar geleden lag. Foto uit februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Mozaïekentegeltjes gelegen in het Salamanderpad die de herinnering levend houden van waar eens de Limesgrens van het Romeinse Rijk 2000 jaar geleden lag. Foto uit februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Villa aan de Zeelstraat 1 en 3 met rechts de appartementen aan de Zeeltstraat 11 t/m 153 (oneven). Gebouwd in 1904 oiit onderdeel uitmakende van het steenfabriekterrein Ruimzicht te Jutphaas. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Villa aan de Zeelstraat 1 en 3 met rechts de appartementen aan de Zeeltstraat 11 t/m 153 (oneven). Gebouwd in 1904 oiit onderdeel uitmakende van het steenfabriekterrein Ruimzicht te Jutphaas. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Het Salamanderpad in zuidelijke richting gezien met rechts de Vaartsche Rijn met in de verte de Vaartsche Rijn aansluitend op het Merwdekanaal. Terrein aan de overkant van de Vaartsche Rijn was vele decennia eigendom geweest van familie Bosch van Drakestein - Bieberstein op het water kanoënde studenten aan het trainen. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Het Salamanderpad in zuidelijke richting gezien met rechts de Vaartsche Rijn met in de verte de Vaartsche Rijn aansluitend op het Merwdekanaal. Terrein aan de overkant van de Vaartsche Rijn was vele decennia eigendom geweest van familie Bosch van Drakestein - Bieberstein op het water kanoënde studenten aan het trainen. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Villa aan de Zeeltstraat 1 en 3 in 1904 gebouwd ooit onderdeel geweest van het steenfabriekterrein Ruimzicht. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Villa aan de Zeeltstraat 1 en 3 in 1904 gebouwd ooit onderdeel geweest van het steenfabriekterrein Ruimzicht. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Zicht in noordelijke richting op het Salamanderpad met in het midden de theekoepel van familie Rappard 'Oog in 't Zeil' met link (woon)boten aangelegd aan de kada op de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Zicht in noordelijke richting op het Salamanderpad met in het midden de theekoepel van familie Rappard 'Oog in 't Zeil' met link (woon)boten aangelegd aan de kada op de Vaartsche Rijn. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Bordje op het theehuis van familie Rappard 'Oog in 't Zeil'. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Bordje op het theehuis van familie Rappard 'Oog in 't Zeil'. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Het theehuis van familie Rappard met een bordje erop geplaatst 'Oog in 't Zeil'. Met links de Vaartsche Rijn en de aangemeerde woonboten. Foto genomen van de de stoep van de Zeeltstraat. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Het theehuis van familie Rappard met een bordje erop geplaatst 'Oog in 't Zeil'. Met links de Vaartsche Rijn en de aangemeerde woonboten. Foto genomen van de de stoep van de Zeeltstraat. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Het theehuis van familie Rappard aan het Salamanderpad (groenzone) gezien vanaf de Brasemstraat. Met op de achtergrond de Vaartsche Rijn en de aangemeerde woonboten. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Het theehuis van familie Rappard aan het Salamanderpad (groenzone) gezien vanaf de Brasemstraat. Met op de achtergrond de Vaartsche Rijn en de aangemeerde woonboten. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Huis aan de Zeeltstraat 1 en 3, gebouwd in 1904 ooit onderdeel geweest van het steenfabriek Ruimzicht, gelegen in het vroegere Jutphaas (Nieuwegein). Na 1 januari 1954 kwam het noordelijke deel van Jutphaas waar het het steenfabriekterrein ooit deel van uitmaakte bij de gemeente Utrecht ging behoren. Foto gezien vanaf de Brasemstraat. Rechts de theekoepel van familie Rappard. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.Huis aan de Zeeltstraat 1 en 3, gebouwd in 1904 ooit onderdeel geweest van het steenfabriek Ruimzicht, gelegen in het vroegere Jutphaas (Nieuwegein). Na 1 januari 1954 kwam het noordelijke deel van Jutphaas waar het het steenfabriekterrein ooit deel van uitmaakte bij de gemeente Utrecht ging behoren. Foto gezien vanaf de Brasemstraat. Rechts de theekoepel van familie Rappard. Foto genomen in februari 2021, Sander van Scherpenzeel.


Het Salamanderpad gezien ricting het noorden met op de achtergrond de Socratesbrug in de Socrateslaan over de Utrechtse Vaartsche Rijn met links de Utrechtse Rivierenwijk. Foto genomen op de plek waar eens de steenfabriek was van familie Munnicks van Cleeff - Rappard. aangemeerd aan de oostelijke kade een Stroomboot van de Utrechtse Havendienst. Foto uit februari 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.Het Salamanderpad gezien ricting het noorden met op de achtergrond de Socratesbrug in de Socrateslaan over de Utrechtse Vaartsche Rijn met links de Utrechtse Rivierenwijk. Foto genomen op de plek waar eens de steenfabriek was van familie Munnicks van Cleeff - Rappard. aangemeerd aan de oostelijke kade een Stroomboot van de Utrechtse Havendienst. Foto uit februari 2021. Foto: Sander van Scherpenzeel.


Gezicht op een landweg met aan weerszijden bomen bij een water en een houten inrijhek, ergens in de omgeving van Utrecht. In de periode 1800-1830. Naar een tekening van F.J. Pfeiffer Jr. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38634.Gezicht op een landweg met aan weerszijden bomen bij een water en een houten inrijhek, ergens in de omgeving van Utrecht. In de periode 1800-1830. Naar een tekening van F.J. Pfeiffer Jr. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 38634.


Gezicht op de zij- en de voorgevel van het huis Heemstede (gemeente Houten) uit het oosten. Naar een tekening van Jan van Vianen. Tekening uit de periode ca. 1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135370.Gezicht op de zij- en de voorgevel van het huis Heemstede (gemeente Houten) uit het oosten. Naar een tekening van Jan van Vianen. Tekening uit de periode ca. 1750. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 135370.



Eigenaren van Buitenplaats en Steenfabriek Ruimzicht


1745 - Coenraad van Beuningen
1745 - Willem van Cleeff
1802 - Nicolaas Cornelis van Cleeff
1823 - Gerard Munnicks van Cleeff
1860 - Carel Casimir Alexander Ridder van Rappard 
1871 - Alexander C.P.G. Ridder van Rappard
1922 - Van Arkel & Co.


Arbeiders op de steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Arbeiders op de steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.



Overgenomen van: Buiten Plaatsen in Nederland.nl, Albert Speelman.


Fabrieksterrein met arbeiders op steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Fabrieksterrein met arbeiders op steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.


Gezicht op steenfabriek Ruimzicht, Jutphaas in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Gezicht op steenfabriek Ruimzicht, Jutphaas in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.


Fabrieksterrein met arbeiders op steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Fabrieksterrein met arbeiders op steenbakkerij Ruimzicht in 1885. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.


Gezicht over de Vaartsche Rijn te Utrecht uit het zuidwesten vanaf het jaagpad aan de westzijde met rechts de houtzaagmolen Oog in 't Zeil, in het midden (boven de ruiter) het huis Rijnhoven, links daarvan (achter de trekschuit) het huis Rijn en Veldzicht, rechts daarvan het huis Ruimzicht en op de achtergrond de Domtoren en de torens van de Nicolaiker om 1737-1739. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36024.Gezicht over de Vaartsche Rijn te Utrecht uit het zuidwesten vanaf het jaagpad aan de westzijde met rechts de houtzaagmolen Oog in 't Zeil, in het midden (boven de ruiter) het huis Rijnhoven, links daarvan (achter de trekschuit) het huis Rijn en Veldzicht, rechts daarvan het huis Ruimzicht en op de achtergrond de Domtoren en de torens van de Nicolaiker om 1737-1739. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 36024.


Zelfportret van Anthon Gerard Alexander Ridder van Rappard in 1880. Geboren op 14 mei 1858 te Zeist en overleden op 1 maart 1892 te Velsen. Hij werd 33 jaar oud. Anthon was de neef van Alexander C.P.G. Ridder van Rappard, eigenaar van Steenfabriek Ruimzicht. Anthon van Rapprd was goed bevried met Vincent van Gogh. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Zelfportret van Anthon Gerard Alexander Ridder van Rappard in 1880. Geboren op 14 mei 1858 te Zeist en overleden op 1 maart 1892 te Velsen. Hij werd 33 jaar oud. Anthon was de neef van Alexander C.P.G. Ridder van Rappard, eigenaar van Steenfabriek Ruimzicht. Anthon van Rapprd was goed bevried met Vincent van Gogh. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.


Twee arbeidsters bij een fabrieksterrein. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.Twee arbeidsters bij een fabrieksterrein. Door: Anthon Gerard Alexander, Ridder van Rappard, 1858-1892. Bron: Centraal Museum, Utrecht.



 Geboorteakte New York lag 

jarenlang op de zolder van Kasteel Heemstede 


In het jaar 1925 kwam het boek ‘De stichting van New York’ uit. Dit boek is geschreven door Frederik Casparus Wieder, die in 1910 documenten ontdekte over het ontstaan van deze stad. Deze documenten gaven nieuwe inzichten over de oprichting van New York en staan bekend onder de Van Rapparddocumenten.


Lower Manhattan in 1660, toen onderdeel van Nieuw-Amsterdam. John Wolcott Adams (1874–1925) and I.N. Phelps Stokes (1867–1944) - New-York Historical Society Library, Maps Collection. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).Lower Manhattan in 1660, toen onderdeel van Nieuw-Amsterdam. John Wolcott Adams (1874–1925) and I.N. Phelps Stokes (1867–1944) - New-York Historical Society Library, Maps Collection. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).



Jarenlang lagen deze papieren op zolder van kasteel Heemstede.
Tot 1910 was er niet zoveel bekend over de stichting van New York. Er waren veronderstellingen en
bewijzen ervoor ontbraken. In dat jaar kwam er verandering toen de als later bekend staande Van
Rappard-documenten werden aangeboden aan het Amsterdamse veilinghuis Frederik Muller & Co.
Medewerker Wieder van het veilinghuis ontdekte dat er waardevolle informatie in stond. Zo was er te lezen over de ontstaansgeschiedenis van Nieuw-Amsterdam in de kolonie Nieuw-Nederland (Vanaf 1664 bekend onder de naam New York). Ook zat er een document bij, dat we de geboorteakte van New York mogen noemen.


Gezicht op Gezicht op "Nieuw Amsterdam ofte Nue New Iorx opt' t.Eylant Man", omstreeks 1665. Johannes Vingboons - This is an image from the Atlas of Mutual Heritage and the Nationaal Archief, the Dutch National Archives. The metadata of this file is public domain under a Creative Commons Public Domain Dedication (CC-ZERO). This permission has been archived as ticket #2014051410008887. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).



Door deze documenten en door de publicatie van het boek werd duidelijker hoe New York was ontstaan. Kolonisten bouwden een fort en zetten in de 17 eeuw wegen uit die we nu kennen als Broadway en Wallstreet. Diverse veronderstellingen bleken juist of onjuist.

Herkomst Van Rappard-documenten
In het boek ‘De stichting van New York’ gaat de auteur op zoek naar de herkomst van de documenten. Dit was belangrijk om de betrouwbaarheid van de documenten te kunnen onderbouwen. Hij schrijft dat de documenten afkomstig waren van Jhr. A.C.P.G. Ridder van Rappard, die woonachtig was op kasteel Heemstede bij Houten.

Rappard beschikte over een verzameling die zijn grootvader had samengesteld. De grootvader was
verzamelaar in documenten waar handschriften op stonden en had deze in de eerste helft van de 19
eeuw gekocht. In die periode was het verzamelen van dit soort documenten een activiteit bij de elite van Utrecht.


Het stadsdeel Manhattan in 1931. U.S. National Archives Original file: american_cities_047.jpg. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).Het stadsdeel Manhattan in 1931. U.S. National Archives Original file: american_cities_047.jpg. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).



Uit het onderzoek van Frederik Casparus Wieder blijkt dat de documenten oorspronkelijk afkomstig waren van een regeringspersoon die belang had bij de West-Indische en Oost-Indische compagnie. Naast de documenten over New York, waren ook er documenten aanwezig over Guiana (Suriname), Senegal, Japan en Indonesië. Ze hadden geen relatie met het familie-archief van Van Rappard of het huisarchief van Heemstede.


Satellietfoto van New York NASA. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).Satellietfoto van New York NASA. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/New_York_(stad).



Het Algemeen Handelsblad van 25 augustus 1925 beschrijft uitgebreid over de nieuwe bevindingen. Deze Van Rappard-documenten lagen tientallen jaren op de zolder van Kasteel Heemstede. In 1910 werden ze samen met de rest van de verzameling te koop aangeboden.

Overgenomen van Oud Houten.nl, Frank Magdelyns, 8 februari 2018.



Boerderij De Ketel aan Tussen de Rails 1 en 3

(Station Utrecht Lunetten)

  • Boerderij De Ketel aan Tussen de Rails 1 en 3 op het terrein wat sinds 1986 het eigendom is van de gemeente Utrecht gezien vanuit het zuiden in juli 2020. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Hofstede De Ketel in begin jaren dertig van de twintigste eeuw met de twee bijbehorende spoorwegovergangen van het Rijndijkje in Staatslijn H en de Rhijnspoorweg. Maker: Onbekend.
  • Kaart van de gemeente Oud-Wulven uit ca. 1840 met erop ingetekend de toen nieuw aan te leggen Rhijnspoorweg tussen Utrecht en Arnhem langs hofstede De Ketel. Bron: Het Utrechts Archief.
  • De opheffing van de spoorwegovergang in de Staatslijn H (Utrecht - 's-Hertogenbosch) in april/mei 1992 voor de bewoners in De Ketel met een nieuw aangelegde aansluiting op Tussen de Rails. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.
  • Luchtfoto (fragment) vanuit het noorden, eind jaren zeventig van de twintigste eeuw met in de sporendriehoek boerderij De Ketel. Met de nog aanwezige spoorwegovergang in de Staatslijn H. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.
  • Luchtfoto (fragment) vanuit het noorden, eind jaren tachtig van de twintigste eeuw met in de sporendriehoek boerderij De Ketel. Met de nog aanwezige spoorwegovergang in de Staatslijn H. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.
  • Luchtfoto vanuit het noorden, midden jaren tachtig van de twintigste eeuw met in de sporendriehoek boerderij De Ketel. Met de nog aanwezige spoorwegovergang in de Staatslijn H. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.
  • Luchtfoto (fragment) vanuit het oosten, midden jaren negentig van de twintigste eeuw met in de sporendriehoek boerderij De Ketel. Met de niet meer aanwezige spoorwegovergang in de Staatslijn H. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.
  • Station Utrecht Lunetten in de zomer van 2017 in richting van Utrecht Centraal gezien. Met rechts het passeer spoor leidend naar de dive-under voor intercitys en goederentreinen vanuit 's-Hertogenbosch (1). Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Station Utrecht Lunetten in de zomer van 2017 in richting van Utrecht Centraal gezien. Met rechts het passeer spoor leidend naar de dive-under voor intercitys en goederentreinen vanuit 's-Hertogenbosch (2). Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Gezien richting het noorden in de zomer van 2017 met op de voorgrond de sporen richting Utrecht Centraal. Met op de middenachtergrond een ondergespoten keermuur met daarachter hofstede De Ketel. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Station Utrecht Lunetten met links de sporen richting Utrecht Centraal met een blik richting het zuiden naar Houten en 's-Hertogenbosch in de zomer van 2017. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Station Utrecht Centraal met links de sporen naar Utrecht Centraal met daarnaast een ondergespoten keermuur met daarachter hofstede De Ketel in de zomer van 2017. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Gezicht richting het noorden vanaf Station Utrecht Lunetten met op de voorgrond de sporen richting Utrecht Centraal met daarachter een ondergespoten keermuur en hofstede De Ketel in de zomer van 2017. Foto: Sander van Scherpenzeel.
  • Station Utrecht Lunetten met op de achtergrond het terrein van hofstede De Ketel in de sporendriehoek richting het noordwesten gezien in de zomer van 2017. Foto: Sander van Scherpenzeel.


 

Gezicht richting het oosten op een mat 64 treinstel komend uit de richting van Arnhem richting Utrecht Centraal gezien bij de spoorwegovergang in de Mereveldseweg in mei - juni 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 852439.Gezicht richting het oosten op een mat 64 treinstel komend uit de richting van Arnhem richting Utrecht Centraal gezien bij de spoorwegovergang in de Mereveldseweg in mei - juni 1997. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 852439.



De meeste archeologische onderzoekenrapporten van de afgelopen jaren die zijn verschenen met betrekking tot onderzoek naar de vroegere Romeinse Limes grens en Heerbaan. Uit de tijd van het Noord Romeinse Rijk die ruim 2000 jaar geleden in de omgeving van Utrecht liep. Mede ook langs Vechten en en Tolsteeg.

Maakt dat de meeste archeologen vermoeden dat het vroegere Rijndijkje in Utrecht Lunetten vermoedelijk een voortzetting is van de Heerbaan van de Romeinen. Hierin moet gezien worden dat de oostelijk gelegen Oud-Wulverbroekwetering een voortzetting is van de vroegere grotere Rijnstroom af hoofdstroom. Maar al gaande weg in de loop van de honderden jaren de Kromme Rijn de hoofdstroom werd tot het jaar 1122.


Het intekenen van de nieuwe Staatslijn H van Utrecht naar 's-Hertogenbosch en de daarbij behorende wet van de Verboden Kringen. Ingetekend forten Lunet II en III op de Houtense Vlakte tezamen met hofstede Groeneveld 'De Ketel' rond 1865. Bron: Nationaal Archief, Den Haag.Het intekenen van de nieuwe Staatslijn H van Utrecht naar 's-Hertogenbosch en de daarbij behorende wet van de Verboden Kringen. Ingetekend forten Lunet II en III op de Houtense Vlakte tezamen met hofstede Groeneveld 'De Ketel' rond 1865. Bron: Nationaal Archief, Den Haag.



In het jaar 1122 kreeg Utrecht Stadsrechten en mogen men met het graven van de Vaartsche Rijn vanaf Vreeswijk tot aan de Tolsteegpoort. De Vaartsche Rijn ging dienen als water afvoering voor de gelijke tijdig te graven wetering in de twaalfde eeuw in de polders van Jutphaas, Vreeswijk, Houten, Schonauwen, Tull en 't Waal en Schalkwijk.

Deze gebieden waren voor die tijd drassig en in moeras achtige vorm. Door het graven van die weteringen kon het overtollige water uit deze dras-gronden weggeleid worden. Water vloeide in die tijd ook nog wat de naast gelegen hogere stroomruggen naar deze komgronden. Na het graven van de Vaartsche Rijn werden de Lek en Nederrijn de hoofdtak voor de vaarroute naar het oosten.


In het jaar 1921 verkoopt de gemeente Houten een gedeelte van de Koppeldijk/Rijndijk aan veehouder Michiel van Zijl, wonende op de hofstede De Koppel. De dijk was op dit stuk met de kruising van het Houtenseweg (zandpad) niet meer dan een oprijlaan of ontsluitingsweg voor de hofstede. Zijn doorgaande route als Rijndijkje had hij in de twintigste eeuw al verloren. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 206.In het jaar 1921 verkoopt de gemeente Houten een gedeelte van de Koppeldijk/Rijndijk aan veehouder Michiel van Zijl, wonende op de hofstede De Koppel. De dijk was op dit stuk met de kruising van het Houtenseweg (zandpad) niet meer dan een oprijlaan of ontsluitingsweg voor de hofstede. Zijn doorgaande route als Rijndijkje had hij in de twintigste eeuw al verloren. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 206.



Met het afgraven van de Vaartsche Rijn en wetering werd gelijktijdig de Lek en de Nederrijn van een dijk voorzien. Dit zal in die tijdsgeest gezien moeten worden als een primitieve verhoging langs de waterkant. Gaandeweg de eeuwen werd de dijk steeds hoger en verzwaard met als doel het rivierwater in de uiterwaarden te houden. Zodat de vroegere kom- en moerasgronden relatief droog zouden blijven. Maar ook niet meer gevoed zouden worden door het Rijnwater wat vanaf Duitsland werd aangevoerd.


Hofstede Groeneveld in het midden gelegen van de Verboden Kringen van forten Lunet II en II langs de nieuw aan te leggen Staatslijn H van Utrecht naar 's-Hertogenbosch rond 1865. Pervelen gelegen in Houten, kadaster Sectie D. Kaart: Het Nationaal Archief te Den Haag.Hofstede Groeneveld in het midden gelegen van de Verboden Kringen van forten Lunet II en II langs de nieuw aan te leggen Staatslijn H van Utrecht naar 's-Hertogenbosch rond 1865. Pervelen gelegen in Houten, kadaster Sectie D. Kaart: Het Nationaal Archief te Den Haag.



Het Rijndijkje zal na de Romeinse Tijd als een glooiende verhoging in het landschap zijn gebleven maar ook gezien kunnen worden als een stroomrug van de oude Rijnstroom die werd opgevolgd door de Oud-Wulverbroekwetering.


Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het noorden gezien met nog zijn eigen particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, begin jaren tachtig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het noorden gezien met nog zijn eigen particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, begin jaren tachtig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.



Bij de eerste terug kerende inheemse bewoners vanaf de zevende- eeuw tot aan de tiende- of elf eeuw zou het Rijndijkje gebruikt worden als eerste primitieve route van Utrecht naar de zuidelijke gelegen Lek. Er zijn al bronnen bekend waarin de eerste bewoners van het oude kasteel Heemstede de route gebruikte om van en naar Utrecht te gaan.


Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het zuiden gezien zonder de vroegere particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, midden jaren negentig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het zuiden gezien zonder de vroegere particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, midden jaren negentig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.



Hierin moet gezien worden dat het in de elfde eeuw een zeer natte en woeste bedoeling was. De Koppeldijk die nog niet als ontginningskade in gebruik was zal zeer modderig en smal geweest zijn. Iets wat wij nu niet meer kennen als een weg van meer dan 3,5 meter breed. Bronnen uit latere eeuwen schrijven het Rijndijkje ook als Coppeldijk of Covelswaderddijck.

In de jaren dertig van de vijftiende eeuw is de tot nu toe oudste vermelding van het Houtens Zandpad te vinden. In die tijd niet meer dan een afsnijroute voor wandelende voorbijgangers en marskramers. Het zandpad liep met zijn tracé dwars door de vroegere percelering van de kavels ten zuiden van de Koningsweg in het gebied van Hoograven en Klein Kovelswade.


Luchtfoto van Station Utrecht Lunetten rond 2000 met middenboven de landerijen van De Ketel en rechtsonder GGZ instelling Altrecht, locatie Lunetten aan de Nieuwe Houtenseweg en de straat het Zwarte Woud. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.Luchtfoto van Station Utrecht Lunetten rond 2000 met middenboven de landerijen van De Ketel en rechtsonder GGZ instelling Altrecht, locatie Lunetten aan de Nieuwe Houtenseweg en de straat het Zwarte Woud. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.



Vanaf 1632 zou het Houtens Zandpad worden onderhouden door de Staten van Utrecht wat zou voortduren tot het midden van de twintigste eeuw. In de loop van de achttiende eeuw werd dit zandpad een steeds belangrijkere route voor reizigers. In de eerste plaats voor wandlaars. Voor rijtuigen was het zandpad nog in die tijd altijd verboden. Hiervoor werd nog wel gebruik gemaakt van de Koppeldijk en Rijndijkje.

Aan het begin van de negentiende eeuw zou het Rijndijkje tussen de Koningsweg en hofstede De Koppel meer en meer in verval raken. Uit de jaren dertig van de negentiende eeuw zijn nog wel schouwrapporten te vinden die de staat van het dijkje ter controle brachten. Maar in die tijd diende het dijkje geen doel meer. Het Houtens Zandpad was in de loop van die eeuw al wel opengesteld voor paardenrijtuigen.


Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het zuiden gezien met nog zijn eigen particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, eind jaren zeventig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.Luchtfoto (fragment) van hofstede De Ketel vanuit het zuiden gezien met nog zijn eigen particuliere spoorwegovergang in de Staatslijn H, eind jaren zeventig van de twintigste eeuw. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.



Vanaf de veertiende eeuw zou het gebied de (Hoge) Meer (het hoog gelegen land) zoals het in schriftelijk bronnen voorkomt onder het bezit van van de bisschop van het kapittel Ten Dom komen te vallen. Gelegen in de vroegere heerlijkheid van de Grote Koppel. In het jaar 1363 geeft Gijsbrecht van Abcoude het goed in leen aan de bisschop van het kapittel Ten DOM.

In het jaar 1682 wordt het gebied van de Grote Koppel nog de Koppelweer genoemd.

In het jaar 1741 verkoopt Matthijs van Pesch de landerijen in De Koppel aan Christoffel Knoppert. Die het op zijn beurt het goed drie jaar later aan Hendrik van Vollevelden verkoopt. Dit gebeurt op donderdag 27 augustus 1744 ten overstaan van de Utrechtse notaris Hendrik van Dam. Bij het transport zitten 10 morgen en 254 roeden land , gelegen in de Koppel. Waarna de koop Van Vollevelden hofstede De Leege Meeren liet bouwen.




De betekenis van deze naam moet men zien als 'woonplaats waar men in voorzien word in het gebied de meer'. In het woord Leege kan men het woord laag zien. Maar dat is hier het minst om zijn plaats. Mede omdat Van Vollevelde de hofstede op de Hoge Meer liet bouwen van het gerecht De Koppel. Dit stuk van de omgeving was een grote verhoging van stroomruggronden in het hedendaagse gebied van Station Utrecht Lunetten. Leege gaat terug op Ledich wat de betekenis heeft van 'in voorzien worden, gegeven worden'.

De naam van hofstede De Ketel komt van de vroegere eigenaren vader en zoon Aart en Jan Ketel die er aan het begin van de negentiende eeuw op boerde. Aart Ketel was gehuwd met was gehuwd Hendrika Jansze in den Eng, haar broer was Evert Jansze in den Eng. Hendrika en Evert waren volle neef en nicht van koopman Hendrik van Vollevelden. Van Vollevelden overleed in maart 1762. De boedelscheiding van Van Vollevelden vond pas plaats op maandag 27 april 1772 ten overstaan van de Utrechtse notaris Gerard Jan van Spall. 

Bij deze boedelscheiding kregen Aart en zijn echtgenote Hendrika hofstede De Ketel toegewezen van hun overleden neef. Ruim tien jaar na zijn overlijden. Na het overlijden van Aart Ketel neemt zijn zoon Jan Ketel de hofstede met landerijen over om er gewassen te verbouwen en de veehouderij te bedrijven.


In 1839 werd er begonnen in Maarschalkerweerd en Vechten om de percerling voor de nieuwe aan te leggen Rhijnspoorweg om te meten. De spoorlijn die zou gaan lopen van Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Zevenaar tot de Duitse grens. Op deze tekening worden de landerijen in de omgeving van De Ketel opgemeten door het Kadaster. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832 -1987.In 1839 werd er begonnen in Maarschalkerweerd en Vechten om de percerling voor de nieuwe aan te leggen Rhijnspoorweg om te meten. De spoorlijn die zou gaan lopen van Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Zevenaar tot de Duitse grens. Op deze tekening worden de landerijen in de omgeving van De Ketel opgemeten door het Kadaster. Bron: Kadasterarchiefviewer 1832 -1987.



Jan Ketel koopt in het jaar 1820 de volle erfpacht af van het vroegere kapittel Ten Dom aan de Nederlandse Staat der Domeinen. Het kapittel was mede eigenaar van de hofstede vele eeuwen.Hofstede De Ketel was bij de invoering van het kadaster in Nederland vanaf 1 oktober 1832 in bezit van nazaten van Aart Ketel die meer dan een jaar eerder overleed op 27 augustus 1831. Jan Ketel verkoopt de boerderij in het jaar 1838 aan Gerrit van Ham en zijn vrouw Grietje Deeken die de boerderij met landerijen kortere tijd later doorverkopen aan Jan van Leeuwen.


Kaart uit het archief van het Leeuwenberg gasthuis te Utrecht met landerijen in Tolsteeg met daarop de Koningsweg (bovenaan), links diagonaal het Houtensepad, rechts diagonaal de Koppeldijk (Rhijndijkje) en onderaan de Hoogravensedijk in de zeventiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief.Kaart uit het archief van het Leeuwenberg gasthuis te Utrecht met landerijen in Tolsteeg met daarop de Koningsweg (bovenaan), links diagonaal het Houtensepad, rechts diagonaal de Koppeldijk (Rhijndijkje) en onderaan de Hoogravensedijk in de zeventiende eeuw. Bron: Het Utrechts Archief.



Jan die op zijn beurt het goed weer na korte tijd het goed terug verkoopt aan Gerrit en Grietje. Zij verkopen de boerderij met land in 1843 door aan Gerrit van Eijk uit Woerden. Van Eijk verkoop De Ketel in 1868 aan van Carel Casimir Alexander, ridder van Rappard en consorten. De boerderij was in die tijd genaamd 'Groeneveld'.

Casimir die enkele jaren voor zijn overlijden in 1871 de boerderij aankoopt in 1868 moet na zijn aankoop een nieuwe boerderij hebben gesticht. Zoals staat te lezen in de kadasteromschrijving.


Verboden Kringenwet kaart van de Vier Lunetten op de Houtense Vlakte uit 1925-1930 met links van het midden boerderij De Ketel met de Rhijnspoorweg van Utrecht naar Arnhem. Rechtsboven de Koningsweg. Bron: Het Utrechts Archief.Verboden Kringenwet kaart van de Vier Lunetten op de Houtense Vlakte uit 1925-1930 met links van het midden boerderij De Ketel met de Rhijnspoorweg van Utrecht naar Arnhem. Rechtsboven de Koningsweg. Bron: Het Utrechts Archief.




Hoe deze hofstede eruit heeft gezien is onbekend.

Dat Casimir van Rappard de boerderij aankocht was niet zo verwonderlijk. Hij bezat namelijk al diverse gronden in de gemeente Oud-Wulven tezamen met zijn zijn schoonfamilie Munnicks van Cleeff. Zelf had Casimir in 1860 na het overlijden van zijn schoonvader de ambachtsheerlijkheden de Grote en de Kleine Koppel en Maarschalkerweerd gekregen. Dus lag het ook voor de hand dat hij nog wat vast- en onroerend goed erbij wilde hebben in zijn bezit. Helaas is na het bouwen van een nieuwe boerderij Casimir te vroeg overleden in Duitsland en werk de boerderij met landerijen verkocht aan een nieuwe eigenaar.


 


De nieuwe eigenaar wordt in 1871 nog in hetzelfde jaar dat Van Rappard overleed Isaak van Leeuwen die al landbouwer was in Oud-Wulven en vermoedelijke al op de boerderij woonde de nieuwe eigenaar. Hierop verkoop Van Leeuwen de boerderij nog het zelfde jaar door aan landbouwer Jacobus Alexander de Goeij, wonende te Houten. De Goeij verkoopt De Ketel in het jaar 1891 aan Johannes Hendrikus Mol, van beroep priester en pastoor in de Katholieke Kerk in Werkhoven. Johan laat de boerderij in 1901 slopen en een nieuwe boerderij bouwen. In 1903 verkoopt Mol de boerderij aan veehouder Albertus Albertuszoon de Wit en consorten. Met consorten wordt bedoeld zijn kinderen.


Krantenknipsel uit een krant van 1934 waarin geschreven wordt over de brand op hofstede De Ketel van Adriaan de Wit. Bron: Delpher.nl.Krantenknipsel uit een krant van 1934 waarin geschreven wordt over de brand op hofstede De Ketel van Adriaan de Wit. Bron: Delpher.nl.



In het jaar 1929 wordt de boerderijen met landerijen gescheiden en komen de goederen alleen toe aan Albert Albertszoon. In 1934 brand de volledige boerderij af waarna Albert de boerderij vernieuwd en verkoopt bij een veiling in Utrecht in 1935.



Op vrijdag 29 mei 2009 werd deze luchtfoto genomen vanuit het zuidoosten met op de voorgrond fort Lunet II. Met rechts op de achtergrond Tuincentrum Intratuin en vuurwekhandel Koningsdal, staand op de vroegere Kattestaart grond (vorm perceel). Tot 1819 sloot hier het Rijndijkje op aan. In latere tijden ontstond door menselijk handelen om een snelle uitweg te vinden een nieuwe Rijndijkje die tot 1954 in de gemeente Houten/ Maarschalkerweerd lag en parallel langs het oostelijk deel van de lunet van fort Lunet II naar de Koningsweg liep. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 802480.Op vrijdag 29 mei 2009 werd deze luchtfoto genomen vanuit het zuidoosten met op de voorgrond fort Lunet II. Met rechts op de achtergrond Tuincentrum Intratuin en vuurwekhandel Koningsdal, staand op de vroegere Kattestaart grond (vorm perceel). Tot 1819 sloot hier het Rijndijkje op aan. In latere tijden ontstond door menselijk handelen om een snelle uitweg te vinden een nieuwe Rijndijkje die tot 1954 in de gemeente Houten/ Maarschalkerweerd lag en parallel langs het oostelijk deel van de lunet van fort Lunet II naar de Koningsweg liep. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 802480.


Op dinsdag 27 januari 1998 werd ten overstaan van de Rotterdamse notaris J.O. van der Stap (Nauta Dutilh) om niet het perceel Rijndijk (Utrecht Sectie O, nr. 348) over te nemen van de Staat der Nederlanden. Dit in het kader van de de Wet Herverdeling Wegenbeheer van overgedragen wegen per 1 januari 1993. Gemeente raadsbesluit van overneming van de Rijndijk besloten op 8 december 1994 nr. 94.387. De naam van de Rijndijk werd bij college van burgemeester en wethouder van de gemeente Utrecht vastgesteld op woensdag 16 juni 1976. Bronnen: HUA, 1803, 665, 000046 en BAGVIEWER.Op dinsdag 27 januari 1998 werd ten overstaan van de Rotterdamse notaris J.O. van der Stap (Nauta Dutilh) om niet het perceel Rijndijk (Utrecht Sectie O, nr. 348) over te nemen van de Staat der Nederlanden. Dit in het kader van de de Wet Herverdeling Wegenbeheer van overgedragen wegen per 1 januari 1993. Gemeente raadsbesluit van overneming van de Rijndijk besloten op 8 december 1994 nr. 94.387. De naam van de Rijndijk werd bij college van burgemeester en wethouder van de gemeente Utrecht vastgesteld op woensdag 16 juni 1976. Bronnen: HUA, 1803, 665, 000046 en BAGVIEWER.



In 1936 staan twee eigenaren van de boerderij beschreven als ieder die de helft van het goed bezit. Namelijk te weten Floris Beijen, veehouder wonende te Woerden en zijn mede eigenaar Jan Pieter Uitenboogaard, koopman van beroep en wonende te Woerden.

In 1940 wordt de kadastrale gemeentebeschrijving van Oud-Wulven als legger opgeheven en wordt de boerderij overschreven naar een gemeente Houten leggernummer. Hierbij wordt Floris Beijen 100% eigenaar van hofstede De Ketel.

Op 1 januari 1954 komt hofstede De Ketel met zijn landerijen in de gemeente Utrecht te liggen. Hierbij is Floris Beijen niet meer de volledige eigenaar van het goed. In de legger staat beschreven dat Adriana Muilwijk mede eigenaresse is. Rond 1955 verkopen verkoopt Floris en Adriana de hofstede en landerijen aan de Nederlandse Spoorwegen.

In de periode rond 1955 woonde op De Ketel dhr. Johan M. Hazendonk en mevr. Joukje Lycklama & Nyeholt.

Ruim 31 jaar later zouden de Nederlandse Spoorwegen op woensdag 9 april 1986 om 09:00 uur in de ochtend ten overstaan van de Utrechtse notaris F.J.J.M. Buysrogge aan de gemeente Utrecht verkopen de hofstede De Ketel met landerijen (Tussen de Rails 1 en 3), groot +/- 46.810 ca.


In de zomer van 1986 wordt een auto geschept door een trein in de spoorwegovergang van de Rijndijk bij hofstede De Ketel. Bron: Algemeen Dagblad 31-07-1986, Delpher.nl.In de zomer van 1986 wordt een auto geschept door een trein in de spoorwegovergang van de Rijndijk bij hofstede De Ketel. Bron: Algemeen Dagblad 31-07-1986, Delpher.nl.


De hofstede werd verkocht voor een nihil bedrag omdat hij werd verrekend met het gronddepot. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665.


Fort lunet I (Oud-Wulven/Maarschalkerweerd/Houten en fort Lunet II (idem/Tolsteeg) rond 1930 vanuit de lucht gefotografeerd. Duidelijk is te zien dat de spoorwegovergang in het Rijndijkje nog gedogend in gebruik is bij de Nederlandse Rhijnspoorwegen. De officiële spoorwegovergang voor bewoners van De Ketel was die in de Staatslijn H, richting het Houtensepad. De spoorwegovergang in de Rhijnspoorweg is zeker toto ca. 1955 als gedogende spoorwegoverhang in gebruik geweest. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.Fort lunet I (Oud-Wulven/Maarschalkerweerd/Houten en fort Lunet II (idem/Tolsteeg) rond 1930 vanuit de lucht gefotografeerd. Duidelijk is te zien dat de spoorwegovergang in het Rijndijkje nog gedogend in gebruik is bij de Nederlandse Rhijnspoorwegen. De officiële spoorwegovergang voor bewoners van De Ketel was die in de Staatslijn H, richting het Houtensepad. De spoorwegovergang in de Rhijnspoorweg is zeker toto ca. 1955 als gedogende spoorwegoverhang in gebruik geweest. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.


Op woensdag 9 april 1986 werd om 09:00 uur in de ochtend ten overstaan van de Utrechtse notaris F.J.J.M. Buysrogge door de gemeente Utrecht aangekocht hofstede De Ketel met landerijen (Tussen de Rails 1 en 3) van de Nederlandse Spoorwegen, groot +/- 46.810 ca.. De hofstede werd verkocht voor een nihil bedrag omdat hij werd verrekend met het gronddepot. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665.Op woensdag 9 april 1986 werd om 09:00 uur in de ochtend ten overstaan van de Utrechtse notaris F.J.J.M. Buysrogge door de gemeente Utrecht aangekocht hofstede De Ketel met landerijen (Tussen de Rails 1 en 3) van de Nederlandse Spoorwegen, groot +/- 46.810 ca.. De hofstede werd verkocht voor een nihil bedrag omdat hij werd verrekend met het gronddepot. Bron: Het Utrechts Archief, 1803, 665.


Vaarwegenlegger in de gemeente Houten rond 1930 in het gebied van De Koppel en Maarschalkerweerd/Oud-Wulven met de Oud-Wulverbroekwetering. Het noorden is rechts. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.Vaarwegenlegger in de gemeente Houten rond 1930 in het gebied van De Koppel en Maarschalkerweerd/Oud-Wulven met de Oud-Wulverbroekwetering. Het noorden is rechts. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.


Vaarwegenkaart van de gemeente Houten uit ca. 1930. In Maarschalkerweerd en Oud-Wulven. Aansluitend op de watergang en fortgracht van fort Lunet I tezamen met de Oud-Wulverbroekwetering en rivier de Kromme-Rijn. Midden de Koningsweg. Noorden is diagonaal rechtsboven. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.Vaarwegenkaart van de gemeente Houten uit ca. 1930. In Maarschalkerweerd en Oud-Wulven. Aansluitend op de watergang en fortgracht van fort Lunet I tezamen met de Oud-Wulverbroekwetering en rivier de Kromme-Rijn. Midden de Koningsweg. Noorden is diagonaal rechtsboven. Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), 109, 2278.



Spoorwegovergang van het Rijndijkje 

in de Staatslijn H (1867-1992)

Luchtfoto (fragment) uit april/mei 1992 werd de privé spoorwegovergang, die al sinds 1868 als de officiële spoorwegovergang voor De Ketel te boek stond opgeheven in de Staatslijn H bij Station Utrecht Lunetten. In het voorjaar van 1992 kreeg De Ketel zijn ontsluitingsweg voor fiets en auto op het in 1982-1985 aangelegde (fiets)pad 'Tussen de Rails,. Duidelijk is te zien dat het vroegere Rhijndijkje richting het westen nog in gebruik was als ontsluitingspad voor de warmoesgronden gelegen langs de spoorlijnen in de sporendriehoek. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.Luchtfoto (fragment) uit april/mei 1992 werd de privé spoorwegovergang, die al sinds 1868 als de officiële spoorwegovergang voor De Ketel te boek stond opgeheven in de Staatslijn H bij Station Utrecht Lunetten. In het voorjaar van 1992 kreeg De Ketel zijn ontsluitingsweg voor fiets en auto op het in 1982-1985 aangelegde (fiets)pad 'Tussen de Rails,. Duidelijk is te zien dat het vroegere Rhijndijkje richting het westen nog in gebruik was als ontsluitingspad voor de warmoesgronden gelegen langs de spoorlijnen in de sporendriehoek. Bron: Het Utrechts Archief, beeldbank.



De in sinds 1986 in bezit zijnde boerderij De Ketel van de gemeente Utrecht is anno 2021 nog steeds in het bezit van de gemeente Utrecht.

De twee inwonende bewoners/gezinnen huren het huis van de gemeente Utrecht. Waarschijnlijk zal de toekomst van De Ketel niet zeker zijn. Al vele jaren zijn er plannen om van het gebied een overstap intercity station te maken met daarbij ook de behorende winkels.


Forten Lunetten III en IV op de Houtense Vlakte en de Verboden Kringen rondom de hofstede Groeneveld en het Houtensepad rond 1865. Bron: Het Nationaal Archief te Den Haag.Forten Lunetten III en IV op de Houtense Vlakte en de Verboden Kringen rondom de hofstede Groeneveld en het Houtensepad rond 1865. Bron: Het Nationaal Archief te Den Haag.



Station Utrecht Lunetten zal dan worden uitgebreid voor het stoppen van intercity materieel. In de Rhijnspoorweg zouden dan ook perrons moeten komen. Dit ook in verband met het toekomstig ontlasten van de drukke reizigersstromen van Utrecht Centraal die voor de komende jaren op 100 miljoen reizigers per jaar worden berekend. Het overstapstation zal ook dienen voor de grote reizigersstromen van vooral studenten richting Utrecht Science Park Utrecht, de vroegere De Uithof.

Ideeën of projectnamen voor het station zijn er ook al 'Station Utrecht Lunetten-Koningsweg', de stichting roept de Commissie Stationsnaamgeving van de Nederlandse Spoorwegen op om dit geheel nieuw- en samen te voegen station voortaan 'Station Utrecht Maarschalkerweerd' te laten heten. Dan komt de naam van het station geheel overeen met het gebied waar het van oudsher bij thuishoort.


Fort Lunet III en IV op de Houtense Vlakte in ca. 1925 met in het midden de spoorwegovergang in het Rhijndijkje met rechts boerderij De Ketel. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.Fort Lunet III en IV op de Houtense Vlakte in ca. 1925 met in het midden de spoorwegovergang in het Rhijndijkje met rechts boerderij De Ketel. Bron: Netherlands Institute of Military History, beeldbank, Flickr.


Luchtfoto van boerderij De Ketel gelegen tussen de Staatslijn H en de Rhijnspoorweg in ca. 1940. Duidelijk is te zien nog aanwezig de gedoog spoorwegovergang in het Rhijndijkje. Maker: onbekend.Luchtfoto van boerderij De Ketel gelegen tussen de Staatslijn H en de Rhijnspoorweg in ca. 1940. Duidelijk is te zien nog aanwezig de gedoog spoorwegovergang in het Rhijndijkje. Maker: onbekend.Luchtfoto van boerderij De Ketel gelegen tussen de Staatslijn H en de Rhijnspoorweg in ca. 1940. Duidelijk is te zien nog aanwezig de gedoog spoorwegovergang in het Rhijndijkje. Maker: onbekend.Luchtfoto van boerderij De Ketel gelegen tussen de Staatslijn H en de Rhijnspoorweg in ca. 1940. Duidelijk is te zien nog aanwezig de gedoog spoorwegovergang in het Rhijndijkje. Maker: onbekend.


Straatnaam 'Tussen de Rails, vastgesteld door het college van BenW van Utrecht op 3 april 1991. Tekening behorend bij het straatnaambesluit, gemeente Utrecht. Bron: Archief Straatnaam commissie gemeente Utrecht.Straatnaam 'Tussen de Rails, vastgesteld door het college van BenW van Utrecht op 3 april 1991. Tekening behorend bij het straatnaambesluit, gemeente Utrecht. Bron: Archief Straatnaam commissie gemeente Utrecht.


Luchtfoto gezien richting het noorden in 1977 van linksmidden naar rechts met uiterst rechts boerderij De Ketel. Van rechtsboven naar midden onder de oprijlaan van de boerderij aansluitend op het Houtensepad. Bron: RCE te Amersfoort, beeldbank.Luchtfoto gezien richting het noorden in 1977 van linksmidden naar rechts met uiterst rechts boerderij De Ketel. Van rechtsboven naar midden onder de oprijlaan van de boerderij aansluitend op het Houtensepad. Bron: RCE te Amersfoort, beeldbank.



Opheffen spoorwegovergang in Rijndijkje in de Rhijnspoorweg

Afbeelding van een elektrisch treinstel mat. 1936 van de N.S. op de spoorlijn Utrecht-Arnhem nabij Lunetten. Met links en rechts op de achtergrond het Rijndijkje met de gedoogspoorwegovergang. Links naast het treinstel is nog een wit waarschuwingsbordje te zien. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 836270.Afbeelding van een elektrisch treinstel mat. 1936 van de N.S. op de spoorlijn Utrecht-Arnhem nabij Lunetten. Met links en rechts op de achtergrond het Rijndijkje met de gedoogspoorwegovergang. Links naast het treinstel is nog een wit waarschuwingsbordje te zien. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 836270.



 Zoals eerder geschreven was het Rijndijkje vermoedelijk al een Heerweg van het Romeinse legioen die gelegerd waren aan de grens van het Romeinse Rijk. De naast oostelijke gelegen Oud-Wulverbroekwetering was ruim 2000 jaar geleden een hoofdstroom van de Rijn. In de negentiende- en twintigste- eeuw resulteerde dit in een verhoogd dijklichaam naast deze wetering.


Op deze fragmentskaart uit de periode 1955-1958 is nog te zien dat de spoorwegovergang tot zeker ca. 1955 als gedoog spoorwegovergang in gebruik is geweest in het Rijndijkje en de Rhijnspoorweg. Bron: Topotijdreis.nl.Op deze fragmentskaart uit de periode 1955-1958 is nog te zien dat de spoorwegovergang tot zeker ca. 1955 als gedoog spoorwegovergang in gebruik is geweest in het Rijndijkje en de Rhijnspoorweg. Bron: Topotijdreis.nl.



Bij de aanleg van de Rhijnspoorweg van Amsterdam, Utrecht naar Arnhem tot de Duitse grens werd het Rijndijkje doorsneden. Bij kadastrale ligging behoorde het dijkje altijd bij de kadastrale gemeente Tolsteeg. Na 1954 behorend bij de gemeente Utrecht.


Op deze fragmentskaart uit 1959 is te zien dat de topografische kaart is herzien in het jaar 1958 en dat de gedoog spoorwegovergang definitief is opgeheven in de Rhijnspoorweg en het Rijndijkje. Bron: Topotijdreis.nl.Op deze fragmentskaart uit 1959 is te zien dat de topografische kaart is herzien in het jaar 1958 en dat de gedoog spoorwegovergang definitief is opgeheven in de Rhijnspoorweg en het Rijndijkje. Bron: Topotijdreis.nl.



Na kadasteronderzoek door de stichting konden we opmaken dat het enige Rijndijkje perceel ten zuiden van de Rijnspoorweg werd opgekocht door de Hollandse IJzerenspoorweg Maatschappij in 1872 die het vroegere weg perceel omvormde tot moesland.


 


Toch was dat niet het einde was de spoorwegovergang in het Rijndijkje in de Rhijnspoorweg. In een veldwerk tekening uit het jaar 1955 is wel op te maken dat er een hekwerk was geplaatst aan de noordzijde van de spoorweg en aan het zuidelijke uiteinde van het dijkje. Maar in de diverse luchtfoto's zoals die hierboven in de tabel staan moet de de spoorwegovergang nog zeker tot 1955 gedogend in gebruik zijn geweest.

In de archieven is over deze spoorwegovergang vrij weinig te vinden omdat het een gedoog spoorwegovergang was van de gemeente Utrecht en de Nederlandse Spoorwegen. Wat wel opvallend is dat erin de kranten uit de vooral de twintigste eeuw vrijwel niets te vinden over spoorwegovergang ongelukken.

In tegenstelling met de dubbele spoorwegovergang in het Houtensepad waar vrijwel ieder jaar wel een aanrijding met een trein was. Ondanks dat men illegaal de Rhijnspoorweg overstak paste men dus wel goed op voor aanstormende treinen.


Luchtfoto van de Rijndijk en omgeving te Utrecht, uit het noordoosten, met de splitsing van de spoorlijnen naar Arnhem en 's-Hertogenbosch (linksboven) in de zomer van 1980. Duidelijk is te zien de moeslanden aan de zuidzijde van de Rhijnspoorweg die tot ca. 2007 in gebruik zijn geweest door tuinders. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85439.Luchtfoto van de Rijndijk en omgeving te Utrecht, uit het noordoosten, met de splitsing van de spoorlijnen naar Arnhem en 's-Hertogenbosch (linksboven) in de zomer van 1980. Duidelijk is te zien de moeslanden aan de zuidzijde van de Rhijnspoorweg die tot ca. 2007 in gebruik zijn geweest door tuinders. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 85439.



De naamgevingen van de het Rijndijkje en de Rhijnspoorweg hebben die iets met elkaar te maken? Nee, niet direct?

De naam van het Rijndijkje komt voor het eerst voor in het jaar 1821 bij het opmaken van het kadastrale Processen Verbaal van de gemeente grenzen van Tolsteeg. Vermoedelijk zullen de burgemeesters van Tolsteeg en Oud-Wulven hebben vastgesteld tezamen met de kadastermeter dat het dijkje een oude kleine stroomrug is van de vroegere Rijnarm en hebben ze het hierdoor het Rijndijkje genoemd. Wat ik hier schrijf is in tegenstelling tot ik eerder in een artikel heb geschreven. Dat te vinden is in een archief pdf op deze website. Het was gewoon een nieuw inzicht erin.


Fragment van het proces verbaal van kadastrale grensvaststelling van de gemeente Tolsteeg in 1821 met oostelijke ingeschreven de naam Oud-Wulven. De vroegst tot nu toe bekende vermelding van de Koppeldijk als genaamd, 'Rhijndijkje. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-2, 5161Fragment van het proces verbaal van kadastrale grensvaststelling van de gemeente Tolsteeg in 1821 met oostelijke ingeschreven de naam Oud-Wulven. De vroegst tot nu toe bekende vermelding van de Koppeldijk als genaamd, 'Rhijndijkje. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-2, 5161


Fragment (vergroting) van het proces verbaal van kadastrale grensvaststelling van de gemeente Tolsteeg in 1821 met oostelijke ingeschreven de naam Oud-Wulven. De vroegst tot nu toe bekende vermelding van de Koppeldijk als genaamd, 'Rhijndijkje. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-2, 5161Fragment (vergroting) van het proces verbaal van kadastrale grensvaststelling van de gemeente Tolsteeg in 1821 met oostelijke ingeschreven de naam Oud-Wulven. De vroegst tot nu toe bekende vermelding van de Koppeldijk als genaamd, 'Rhijndijkje. Bron: Het Utrechts Archief, 1007-2, 5161




De Rhijnspoorweg van Utrecht naar Arnhem komt aan zijn naam toen tijdens de voorbereidende planning begin jaren veertig van de negentiende eeuw men zag dat het tracé van de spoorlijn noordelijk globaal de zuidelijke oever van de rivieren de Lek en Nederrijn volgde. Deze was in principe van oer oorsprong ook een Rijnroute.



Gezicht op het oude dijklichaam van het vroegere Rijndijkje met op de achtergrond een aankomende trein vanuit 's-Hertogenbosch bij de spoorwegovergang van boerderij De Ketel. Foto genomen vanaf het moesland van de Rhijnspoorweg op zaterdag 25 juli 1970. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124355.Gezicht op het oude dijklichaam van het vroegere Rijndijkje met op de achtergrond een aankomende trein vanuit 's-Hertogenbosch bij de spoorwegovergang van boerderij De Ketel. Foto genomen vanaf het moesland van de Rhijnspoorweg op zaterdag 25 juli 1970. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124355.


Links het verhoogde dijklichaam van het vroegere Rijndijkje in het huidige Utrecht Lunetten op een foto van zaterdag 25 juli 1970. Foto genomen vanaf het terrein van boerderij De Ketel met op de achtergrond de Rhijnspoorweg van Utrecht naar Arnhem. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124354.Links het verhoogde dijklichaam van het vroegere Rijndijkje in het huidige Utrecht Lunetten op een foto van zaterdag 25 juli 1970. Foto genomen vanaf het terrein van boerderij De Ketel met op de achtergrond de Rhijnspoorweg van Utrecht naar Arnhem. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124354.


Gezicht op het dijklichaam van een oude Rijnarm in een weiland langs de Rijndijk te Utrecht, ter hoogte van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch. Foto genomen vanaf de oprijlaan van De Ketel bij de spoorwegovergang richting het zuidwesten gezien. op zaterdag 25 juli 1970. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124353.Gezicht op het dijklichaam van een oude Rijnarm in een weiland langs de Rijndijk te Utrecht, ter hoogte van de spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch. Foto genomen vanaf de oprijlaan van De Ketel bij de spoorwegovergang richting het zuidwesten gezien. op zaterdag 25 juli 1970. Bron: Het Utrechts Archief, catalogusnummer: 124353.



Adresseringsgeschiedenis Hofstede De Ketel


 Tot aan het einde van het jaar 1953 toen De Ketel nog de bij gemeente Houten behoorde stond het goed geadresseerd aan de Rijndijk O90. Waarvoor de later O voor de wijk Oud-Wulven. De Ketel was dan ook het 90ste huis in de wijk Oud-Wulven van de wijknummer gemeente Houten.

Na de grond annexatie bij de gemeente Utrecht kreeg De Ketel het adres Rijndijk 4 en 5 toegewezen. Dit duurde tot de zomer van 1977 toen het adres van de hofstede Houtensepad 198 -200 werd. Omdat het goed al vele jaren een oprijlaan had richting het westen aansluitend op het Houtensepad.

Het een-na-laatste adres zou gehandhaafd blijven tot aan donderdag 14 november 2019 toen op vrijdag 15 november 2019 de nieuwe adressering voor de twee wooneenheden in werd gevoerd namelijk te weten Tussen De Rails 1 en 3. De straatnaam Tussen de Rails was al in april 1991 vastgesteld door de gemeente Utrecht.