Familie Bosch van Drakestein - Nieuw Amelisweerd
Naambetekenis
Bos(ch) met bomen begroeid terrein; = woud. Bron: VanDale.nl. Bos(ch) een bundel, woud. In het Middelnederlands: busch, busk. In het Middeleeuws Latijns Bocus en de Romeinse vormen als Frans bois stammen uit het Germaans van een indogermaans basis met de betekenis ‘zwellen’, waarvan ook het woord ‘boos’ komt. Bron: ETYMOLOGISCH WOORDENBOEK, Van Dale, 1993. |
Drakensteyn (ook wel Drakestein, Drakenstein of Drakensteijn) is een kasteel en landgoed gelegen nabij Lage Vuursche, in de gemeente Baarn. De oude geschiedenis van Drakensteyn is nauw Fverbonden met die van ridderhofstad Drakenburg bij Baarn, die in de negentiende eeuw is afgebroken. In 1360 is voor het eerst geschreven over een hofstede Drakesteyn, die in 1385 aan Frederik van Drakenburg werd beleend. |
In 1634 werd Ernst van Reede de eigenaar van hofstede Drakensteyn. Zijn zoon Gerard liet in 1640 een nieuw, volledig symmetrisch achthoekig huis bouwen, mogelijk naar een ontwerp van Jacob van Campen. |
Het huis werd erkend als ridderhofstad en Gerard werd ridder. In die dagen werd ook het dorp Lage Vuursche gebouwd. Ridder Gerard liet een kerk bouwen met een pastorie, een school, een molen en een herberg. |
Een draak is een groot mythisch wezen met een slangachtig of anderszins reptielachtig lichaam. De draak speelt wereldwijd een rol in mythologieën. Het geloof in deze wezens ontstond mogelijk door de geringe kennis, die oude culturen bezaten van de gigantische, prehistorische, 'draakachtige' reptielen. Het woord "draak" is afgeleid van het Griekse δράκων (drakōn), waarmee oorspronkelijk elk soort serpent werd aangeduid. Welke vorm de draak in de mythologie later ook aannam, hij bleef in essentie een slang. Bron: Wikipedia.nl (Drakestein). |
Draak (fabelachtig monster) Middelnederlands: drake. Latijns: draco wat de betekenis heeft slang of draak. Een slang wordt in het Nieuwe Testament beschreven als ‘van de duivel’, wat ook een veldteken is. Het woord slang is verwant met het Grieks: derkomai (aoristus edrakon) wat de betekenis heeft van ‘ik kijk, ik straal uit’. |
Een ander woord uit het Grieks hopodra, wat de betekenis heeft ‘van onder de wenkbrauwen uitkijkend’. Daar lijkt een element van ‘biologeren’ in die twee betekenis te zitten. Van de woorden derkomai (aoristus edrakon en hopodra). Bron: ETYMOLOGISCH WOORDENBOEK, Van Dale, 1993. |
Wist je dat
de naam 'De Vuursche' de oud Nederlandse toponymische betekenis is van Vestigingsplaats bij de pijnbomen/pijnbomenbos en de naam Baarn de oud Nederlandse toponymische betekenis is van Vestigingsplaats bij de bron |
Het Wapen van De Vuursche
Het wapen van De Vuursche is officieel nooit aan de Utrechtse gemeente De Vuursche toegekend. De gemeente maakte gebruik van het wapen van de ambachtsheerlijkheid De Vuursche, welke wel werd bevestigd door de Hoge Raad van Adel op donderdag 25 juli 1822. Het wapen bleef in gebruik tot De Vuursche op 8 september 1857 opging in de gemeente Baarn. |
Blazoenenring De blazoenenring van het wapen luidde als volgt: Het lam links naast Johannes de Doper is het Lams Gods. Jezus stelt de neef van Johannes voor. In de bijbel wordt Jezus van Nazareth ook wel als beeltenis voorgesteld als het Lam Gods, dat geofferd wordt aan zijn vader. Als voorstelling voor het sterven aan het kruis vlak voor Pasen voor de zonde en vergeving aan alle mensen op aarde. |
Verklaring Op de site Nederlandse Gemeentewapens wordt geen verklaring gegeven. Maar de heerlijkheid De Vuursche was sinds 1085 in het bezit van de Utrechtse kapittel van Sint Jan. |
Van 1085 tot het jaar 1580 (de tijd van de reformatie) was de heerlijkheid De Vuursche van het kapittel van St. Jan. De periode voor de reformatie was de heerlijkheid nog in het bezit gekomen van Sint Servaasabdij van Cistercienzerinnen Vrouwenklooster te Utrecht. |
In 1780 wist Coert Simon Sander De Vuursche en Drakestein in vrij eigendom te verkrijgen met toestemming van het Ridderschap van Utrecht van de St. Servaas abdij (Vrouwenklooster) te Utrecht. Coert Simon Sander, waar geen portret van bekend is, kocht de heerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein aan op vrijdag 19 november 1779 aan ten overstaan van de Utrechtse notaris Nico Buddingh. Die tevens schout in De Vuursche was.. Hierin was de erfpacht canon van het Vrouwenklooster meegenomen. Een erfpacht canon was een weder helft bezit van Coert en het Sint Servaasabdij van Cistercienzerinnen Vrouwenklooster. Als men niet meer aan de erfpacht canon kon voldoen qua betaling, dan verviel het eigendom (vast- onroerend goed of ambachtsheerlijkheid) terug aan het Vrouwenklooster. |
Coert Simon Sander (1753-1805) was gehuwd met Maria Sara Johanna van Wesel. Sander had samen met haar uit dit huwelijk twee kinderen gekregen zoon Hendrik Coenraad Leonard Sander (+/-1791-1858) en dochter Geradina Gualtera Sara Maria Sander (+/-1793-1863). Sander overlijd op 2 maart 1805 op zijn kasteel Drakestein in De Vuursche. |
Hierop verkopen de erfgename de ambachtsheerlijkheid en het kasteel via schout van De Vuursche en notaris te Utrecht Nico Wilhelmus Buddingh die de heerlijkheid al ruim 30 jaar eerder verkocht aan Simon Sander. Bij openbare veiling in de zomer van 1805 verkoopt Nico het kasteel en de heerlijkheid aan buurman en goede vriend Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. |
Pas in 1806 wordt Paul echt de eigenaar van de De Vuursche en Kasteel Drakestein. Dit gebeurt als de memories van successie van de vorige eigenaar Coert Simon Sander en zijn erfgenamen voor het Hof van Utrecht zijn bekrachtigd. |
In het jaar 1807 ruim twee jaar na Pauls aankoop van Kasteel Drakestein en De Vuursche legt hij bij buurman Nico Buddingh diverse tiende, pachten en huren vast met andere bewoners en grondbezitters in De Vuursche. Hierin gebruikt Paul Bosch nog altijd niet in zijn handtekening gebruik de naam Bosch van Drakestein. Buddingh gebruikt in zijn akten wel al de termen dat Paul Bosch Heer van Drakestein en Heer van De Vuursche is. |
In de jaren 1807 tot 1810 had Paul Bosch een inhoudelijk conflict met een grondbezitter wonende in De Vuursche. Die bewoner genaamd Jacob Staal beweerde over zijn 2,5 morgen land geen tiende te willen betalen. Staal beweerde nog 'nooit gehoord' te hebben van dat hij over zijn 2,5 morgen land tiend moest betalen. Zoals Staal gewend was van vroegere eigenaar van De Vuursche Coert Simon Sander die op dat stuk land geen tiende hief. |
Bij twee andere kleine land eigenaren gaat een medewerker van het Hof van Utrecht Jan Both Hendriksen te rade die wel beweren altijd tiende over hun land betaald hebben aan de vroegere ambachtsheerlijkeseigenaar. Eind van het jaar 1810 leggen Paul en Staal bij notariële akte vast af te zien van een inhoudelijke rechtszaak. In het nadeel van Jacob Staal. Staal zal van een rechtszaak hebben afgezien omdat hij kort aan het einde van het jaar al overleed. |
Na vele tijd van onderzoek door stichting is ons wel duidelijk dat Paul Bosch de eerste jaren na zijn aankoop van Kasteel Drakestein en ambachtsheerlijkheid De Vuursche nog vele formele zaken afgerond wilde hebben voordat hij Van Drakestein achter zijn achternaam Bosch zou gaan zetten. |
Na het tekenen van de papieren bij Jan Both Hendriksen is zijn handtekening nog steeds P.W. Bosch. Vanaf 1 januari 1811 werd in de Nederlanden in die tijd een provincie onderdeel van de Franse Staat onder Keizer Napoleon de Burgerlijke Stand ingevoerd. Voortaan zou de bevolkingsboekhouding via de overheid worden bijgehouden en niet via kerkelijk wegen. Kerk en Staat werden vanaf die tijd ook gescheiden. Op zaterdag 22 februari 1811 kwam Paul Bosch weer bij Buddings voor het ondertekenen van de zoveelste huur en pachtovereenkomst voor een hofstede genaamd Paddenburg die hij bezat in Baambrugge in de gemeente De Ronde Venen gelegen in het noordwesten van de provincie Utrecht. Bij dat moment is het ons voor de tweede keer bekend dat Paul Bosch zijn handtekening zet met P.W. Bosch van Drakestein. |
Zoals eerder beschreven het formeel afronden van zakelijke belangen in De Vuursche, het juridische conflict met Jacob Staal uit De Vuursche, het burgemeesterschap (Maire) wat Paul pretendeerde in Utrecht en de invoering van de Burgerlijke Stand in het jaar 1811. Maakte dat Paul zich vanaf 1811 in zijn zakelijke ondertekeningen Paul Bosch van Drakestein ging noemen. Bij een burgemeesterschap van 1812 en 1813 moest een maire natuurlijke ook nog een goede achternaam hebben. Een met status uiteraard. En bij de het aangeven van je achternaam in 1811 voor de invoering van de Burgerlijke Stand was het natuurlijk ook mooi meegenomen dat je je achternaam ander kon laten inschrijven naar het bezit wat je toen had. Plus het feit dat je toekomstige familieleden altijd de achternaam beleven behouden van een vroeger stamvaderlijk bezit. Bron: Het Utrechts Archief, 239-1, 252-449. Heden 2020 alleen nog de Nieuw Amelisweerd, De Vuursche en de Heeckeren (Goor, Prov. Overijssel) tak die nog hun achternaam Bosch van Drakestein hebben behouden. |
Paulus Wilhelmus Bosch, die zich vanaf dat moment Bosch van Drakestein ging noemen was een vervend liefhebber van het opkopen van vroegere vast- en onroerende goederen van het kapittel van St. Jan. Hij woonde namelijk ook aan het Janskerkhof 17 in de binnenstad van Utrecht. Dit is de plek waar tot de zestiende eeuw de kanunniken van het kapittel zetelde in de Janskerk, die er thans nog staat. |
Paul zal zeker door zijn vriend Nico Buddingh zijn aangespoord om De Vuursche en Drakestein te kopen. Nico was overigens schout en gadermeester (belastinginner) van De Vuursche. Nico en Paul zullen hierin een prettige samenwerking hebben gehad in het beheer van De Vuursche en kasteel Drakestein. |
De Vuursche
(heerlijkheid en gemeente)
De Vuursche is een Nederlandse plaats in de gemeente Baarn in de provincie Utrecht. De Vuursche ligt in de Laagte van Pijnenburg, een laag deel van de Utrechtse Heuvelrug, dat het Utrechtse deel van de heuvelrug scheidt van Het Gooi. |
De heerlijkheid De Vuursche
Volgens Blijdenstijn is 'De Vuursche' een negende-eeuws toponiem, dat verwijst naar de gaspeldoorn (Ulex europaeus). Deze naam en tal van andere op en bij de Utrechtse Heuvelrug, bewijzen dat het gebied in die tijd nog geheel bebost moet zijn geweest. |
De Vuursche was aanvankelijk een ambachtsheerlijkheid. Sinds 1085 behoorden de heerlijke rechten van De Vuursche aan het Utrechtse kapittel van Sint Jan. Later was de heerlijkheid De Vuursche in het bezit van de familie Bosch, tevens eigenaresse van kasteel Drakensteyn, die weer nauw verbonden is met die van ridderhofstad Drakenburg. De familie Bosch van Drakestein verkocht heerlijkheid en kasteel aan prinses Beatrix der Nederlanden. |
Gemeente De Vuursche
De gemeente De Vuursche ontstond in 1798, nadat in de Bataafse revolutie naar Frans voorbeeld in Nederlandse gemeenten werden ingesteld. |
De Vuursche deel van de gemeente Baarn
Het geringe aantal inwoners, met heel weinig kiesgerechtigden, was de doorslaggevende reden voor de samenvoeging met Baarn in het begin van de tweede helft van de negentiende eeuw. De Gemeentewet van Thorbecke van 1851 was de aanleiding. Het minimum aantal kiesgerechtigden om als gemeente zelfstandig te blijven was 25. De Vuursche had er maar 10. De gemeente Baarn zag op tegen de kosten van onderhoud van de kerk, de toren en de begraafplaats, maar nadat Gedeputeerde Staten hadden besloten, dat De Vuursche zijn eigen toren en kerkhof zou blijven onderhouden, was dit bezwaar van Baarnse zijde van de baan. |
De samenvoeging van de gemeenten De Vuursche en Baarn vond plaats in 1857. Een wetsvoorstel van die strekking was door de Tweede Kamer met een grote meerderheid, en door de Eerste Kamer met algemene stemmen, aangenomen. De beslissing werd gepubliceerd in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden van 13 juni 1857. Daarin is opgenomen de tekst van de wet die door Koning Willem III was uitgevaardigd. In artikel 1 werd bepaald: “De gemeenten Baarn en De Vuursche worden vereenigd” en in artikel 2 werd aangekondigd: “De vereenigde gemeente draagt den naam van Baarn”. In artikel 8 staat: “De wet is verbindend met den dag harer afkondiging”. |
Boswachterij De Vuursche
|
De bossen en natuurterreinen in de omgeving van Lage Vuursche zijn een onderdeel van het natuurgebied Utrechtse Heuvelrug – Noord. Ze zijn voor een deel particuliere landgoederen, voor een deel eigendom van Het Utrechts Landschap en voor een deel eigendom van Staatsbosbeheer. De laatste behoren tot de boswachterij De Vuursche. In deze boswachterij bevindt zich een heuvel in het landschap, 't Hooge Erf, die net als de Soester Eng en een heuvel ten oosten van Baarn, restanten zijn uit de ijstijd. 't Hooge Erf is het hoogste punt van het noordelijk deel van de Utrechtse Heuvelrug. In het gebied wisselen loofbossen en naaldbossen elkaar af. Er zijn veel koningsvarens te vinden. Bron: Wikipedia: De Vuursche. |
Eigenaren Kasteel Drakestein
In de Gouden Eeuw werd in de Laagte van Pijnenburg een groot aantal kastelen en landhuizen verbouwd en gebouwd, zoals Soestdijk, Kasteel de Hooge Vuursche, De Eult, Pijnenburg en Ewijckshoeve. Nadat Gerard van Reede in financiële moeilijkheden was gekomen, verkocht hij Drakensteyn op 20 december 1671 voor 27.300 gulden aan de Amsterdammer Joan Reynst, die het als zomerverblijf ging gebruiken. In de zeventiende en achttiende eeuw wisselde het kasteel enkele malen van eigenaar. Het huis was tot 1779 in het bezit van leden van de familie Godin. In 1780 vond een verbouwing plaats, waardoor het aanzicht van het huis veranderde. Hierbij werden de Ionische zuilen verwijderd. In 1805 werd Drakensteyn eigendom van mr. Paulus Wilhelmus Bosch, burgemeester van Utrecht. Het huis bleef 150 jaar in de familie, tot het in 1959 door Frederik Lodewijk Bosch van Drakestein aan prinses Beatrix werd verkocht. Zij liet het kasteel restaureren en trok er in 1963 in. Een in slechte staat verkerend ensemble van beschilderde linnen wandbespanningen, door Jurriaen Andriessen vervaardigd in 1780, werd toen verwijderd uit het interieur. Deze doeken, die lange tijd op de zolder van paleis Soestdijk werden bewaard, werden na enige tijd gerestaureerd en hangen tegenwoordig in Museum Van Loon in Amsterdam. |
Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht Kasteel Drakestein (Slotlaan 8, 3749 AA Lage Vuursche) en de ambachtsheerlijkheid De Vuursche voor f. 75.000 gulden. Diverse hooi en weilanden in Eembrugge en Baarn (voor f. 2775-, en f. 8400-, gulden) werden op een veiling ten overstaan van de Utrechtse notaris Nicolaas Wilhelmus Buddingh op woensdag 7 augustus 1805 gekocht. Totaal ging het om een bedrag van f. 88.875-, gulden. |
Prinses Beatrix der Nederlanden op
Kasteel Drakestein in 1959 tot 1963
Op maandag 15 juni 1959 werd ten overstaan van de Baarnse notaris Bernard Engelbert Koenderik Kasteel Groot Drakestein verkocht. Verkoper was Jhr. Fredrik Lodewijk Maria Bosch van Drakestein, wonende te Lage Vuursche te gemeente Baarn. Als aankopende partij was aanwezig Jhr. Cornelis Dedel in functie als handelde lasthebber Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, wonende te Baarn op Paleis Soestdijk. |
Kasteel Drakestein met gebouwen, tuin, en bos, gelegen te Sectie F. nr. 714, groot 20 hectaren, 84 aren en 85 centiaren werd door verkoper Jhr. Frederik Lodewijk Maria Bosch van Drakestein in eigendom verkregen bij akte van scheiding op dinsdag 11 december 1956. Verleden voor notaris P.A.A.H. Graafland te Amsterdam, overgeschreven ten Hypotheekkantoren te Amersfoort op dinsdag 11 december 1956. Frederik Lodewijk erfde kasteel Drakestein van zijn vader Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein, nadat hij overleden was te Baarn op maandag 7 november 1955 aan een beroerte. Het onroerend goed werd verdeeld tussen Frederik en zijn zus Jkvr. Maria Theresia Carmen Diana Catharina Bosch van Drakestein (1932-2017). |
Prinses Beatrix kocht kasteel Drakestein voor maar liefst f. 300.000 gulden naar eigen vermogen. Beatrix zou er ruim drie jaar later in trekken. |
Bron: Het Utrechts Archief: 1294, 9632 (1232), 1959 juni 9-1959 juni 20, 1231, deel: 94. |
Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein
De portretten, die omstreeks 1830 zijn vervaardigd, hingen tot het voorjaar van 1840 in het huis van de familie Bosch aan het Janskerkhof 17. Vervolgens kwamen zij in het bezit van oudste zoon Willem Bosch. De portretten hingen vele jaren in zijn huis aan de Minrebroerderstraat 11 aan de muur. In de jaren zestig van de negentiende eeuw zullen de portretten zijn overbracht naar het landgoed Nieuw Amelisweerd, waar de zoon van Willem Hendrik op zijn vroegere buitenverblijf voorgoed ging wonen tot aan zijn overlijden in 1914. |
Tussen 1914 en 1929 waren de portretten in het bezit gekomen van Hendriks zoon Johan Bosch van Drakestein. Na zijn overlijden in 1929 kwam het roerend goed aan zijn echtgenote Lucie Serraris. Zij kocht in 1931 het huis Welgelegen aan de Ruysdaellaan 7 te Huis ter Heide in Zeist. Vanaf 1931 tot aan haar overlijden in 1951 zullen naar verloop van tijd de portretten in Huis ter Heide aan de wand zijn komen te hangen. Na 1951 bleef Huize Welgelegen een familie huis van de acht kinderen van Johan en Lucie. |
In de jaren zestig of zeventig van de twintigste eeuw kwam het huis in eigendom van Louis Bosch van Drakestein. Hij was tot 1971 directeur van de VVV te Zeist. Tot aan zijn overlijden in 1982 hebben de portretten van Paul en Henriëtte bij de Ruysdaellan daar aan de muur gehangen. |
Na die tijd tot op heden zijn portretten in het bezit van een erfgenaam van Louis en hangen ze nu al ruim 40 jaar bij een particulier aan de wand in Bussum. |
Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein, heer van Drakestein en De Vuursche. Hij werd geboren op 13 november 1771 te Utrecht en overleed aldaar op 17 april 1834. Paulus was advocaat, politicus en grootgrondbezitter. Bosch was lid van de familie Bosch en een zoon van de koopman Theodorus Gerardus Bosch (1726-1802) en Cornelia van Bijleveld (1746-1823). Paul Bosch van Drakestein heeft tot twee maal toe een request bij koning Willem I ingediend om in de (lage) adelstand te mogen worden verheven en wel in september 1816 en in september 1822. Bij aanpassing in het bevolkingsregister van de stad Utrecht op maandag 19 juni 1837 liet Jhr. Willem Bosch van Drakestein, tezamen met zijn broers, zussen, (achter) neven en nichtjes en daarop volgende generaties van de familie de naamsverandering vastleggen van familie Bosch naar familie Bosch van Drakestein. |
Bij Koninklijk Besluit 's-Gravenhage op 10 december 1829 nr. 8 wordt Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein in de adelstand verheven tot jonkheer. Zijn kinderen en de daarop volgende generaties mogen vanaf dan de titel jonkheer of jonkvrouw gebruiken. |
Jhr. Willem Bosch van Drakestein was tussen april 1834, na het overlijden van vader en voor het overlijden van moeder Hofmann, in december 1839 familie oudste van het huis aan het Janskerkhof 17. Diverse malen trad hij op als oudste familie vertegenwoordiger in notariële zaken en andere zakelijke familie aangelegenheden. Willem bleef ook tot aan het overlijden van moeder Hofmann samen met haar op het Janskerkhof 17 wonen. Bron: Het Utrechts Archief, 481-703-01 Utrercht 1837, akten.: 9. |
Paulus Willem Bosch huwde in 1797 met Henriëtte Hofmann (1775-1839). Paulus Willem Bosch was in 1797 onder huwelijkse voorwaarden getrouwd met haar. In 1805 maakte het echtpaar Bosch-Hofmann een testament. Uit dit huwelijk werden negen kinderen geboren. |
Tijdens het bezoek van keizer Napoleon Bonaparte aan Utrecht, in oktober 1811, logeerde een rekestmeester uit zijn gevolg, belast met de Bruggen, Wegen en Polders, bij Bosch op de Voorstraat H 514 (Voorstraat 83). Bron: Huizenaanhetjanskerkhof.nl. |
Het deel van de binnenstad, waar Bosch en zijn echtgenote Hofmann woonde, was tot aan het eind van de zestiende eeuw in het bezit van het Rooms Katholieke kapittel en de kerk van St. Jan. Na de reformatie van 1580 kwamen de goederen in het bezit van de Staten van Utrecht. Benoemde kannuniken werden vanaf het begin van de zeventiende eeuw aangesteld om deze onroerende goederen van landerijen, huizen (claustrale huizen) en boerderijen te beheren. Voor het huis Janskerkhof 17 werd de claustraliteit in de loop van de zeventiende eeuw afgekocht. Van 1791 tot 1811 was het huis het eigendom van Willem Arnout Leyssius (1769-1796). Hij huwde in 1790 met Frederica Geertruida van Westreenen van Themaat (1773-1845). Zij was een kleindochter van Jan Jacob van Westrenen en Johanna Catharina Mamuchet van Houdringe. Het echtpaar Leyssius kreeg twee kinderen, Maria Françoise Leyssius (1791-1864) en Pierre Frédéric Leyssius (1793-1846). Vanaf 1793 leefde het echtpaar gescheiden van tafel en bed. |
Na het overlijden van Willem Arnout Leyssius in 1796, na een duel bij Oudwijk, zou het 15 jaar gaan duren voordat zijn erfgename na vele rechtszaken tot een eindafsluiting van zijn nalatenschap zou gaan komen. In het begin van de negentiende (?1796-1811) eeuw woonde Petrus Leonardus van Heilmann van Stoutenburg (1755-1816) hier. Petrus huurde het huis van de erfgenamen van familie Leyssius. |
Hij was in 1789 gehuwd met Lucia Theresia van Lielaar (1752-1819), weduwe van Martinus Carolus van Beurden. In 1793 was Lucia Theresia van Lielaer, echtgenote van Petrus Leonardus Heilmann van Stoutenburg, die na de dood van haar vader Johannes Franciscus van Lielaar, beleend met de heerlijkheid Stoutenburg. In oktober 1811 logeerde Prins van Neufchatel (Louis Alexandre Berthier) bij Heilmann. Louis maakte onderdeel uit van het gevolg van het bezoek van keizer Napoleon, die in die dagen Utrecht bezocht. Al het koninklijke personeel werd ondergebracht in diverse huizen in de stad. |
Na de verdeling van de Leyssius / Van Westrenen goederen, waaronder ook het huis Janskerkhof 17 in december 1811, is het huis in bezit gebleven van een van de erfgenamen. Bij de geboorte van Johannes Gerardus Bosch van Drakestein in november 1813, woont het gezin Bosch volgens archivalia al aan het Janskerkhof. Bron: Het Utrechts Archief, 34-4, U328a002, 1811, notaris Christiaan Sanderson. |
Bron en overgenomen van: Huizenaanhetjanskerkhof.nl Janskerkhof 17 en 17a. Uit nader archiefonderzoek en met medewerking en ontdekking van Thomas Sukking uit Soesterberg. Hebben we weten vast te stellen dat Paul Bosch van Drakestein in het najaar van 1811 het huis aan het Janskerkhof 17 met zijn gezin heeft betrokken. Hij zou het huis nog 9 jaar huren van de familie Leijsius. Waarop dinsdag 15 februari van het jaar 1820 ten overstaande van de Utrechtse notaris Hendrik van Ommeren, het huis aan het Janskerkhof nr. 17, genummers wijk H, nr. 593 werd verkocht door Pieter Hendrik Leijsius, rentenier, wonende te Utrecht op de Nieuwegracht aab de Runnebaan en waarbij de heer Cornelis Adriaan Mollerus, van beroep griffier van het Hoog Miliatire Gerechtshof, wonende binnen binnen deze stad. Met de in laatst genoemde naam als gesubstitueerde gemachtigde van de heer Nicloaas Willem Molleus, rentenier, woonachtig in Marseille, genoemd als verkoper en de aankopende partij Mr. Paulus Willem Bosch van Drakestein 'Een huizinge, erve en grond met zijn kelders enkluizen, tuin, stallinge en koetshuis, staande en gelegen binnen Utrecht aan de noordzijde Wijk H. No. 593,- Mhet eene kleine Huizinge gelegen naast de stallinge van eerst gemelde a Huizinge aan de Voorstraat wijk H. No. 522,- voor de somme van ƒ. 25.000,-'. Bron: HUA, 34-4, 3248, aktenummer: 3030. De heer Paul Bosch zou tot aan zijn overlijden in april 1834 hier wonen. Na het overlijden van Paul bleef zijn oudste zoon Willem met Henriëtte er nog enige jaren wonen, totdat ook Henriëtte overleed eind 1839. Hierna kwam het huis Janskerkhof 17 en 17a toe aan zijn dochter Elizabeth. Zij was met haar neef Jan Willem Hendrik Bosch gehuwd. |
Paulus Wilhelmus Bosch was een telg uit een katholieke familie, die door een uiterst voortvarende manier van zakendoen en een succesvolle huwelijkspolitiek zeer rijk waren geworden. |
Paulus ging Romeins en hedendaags recht studeren. Hij vestigde zich als advocaat en deed in 1795 met de Franse revolutie mee. Hij werd lid van de Provisionele Municipaliteit (gemeenteraad in de Franse Tijd) en was vervolgens tot 1803 tweede secretaris van de Raad van Rechtspleging. Daarna was hij enkele jaren lid van de departementale rekenkamer. Naast zijn openbare functies nam hij deel aan het familiebedrijf en genoot hij inkomsten uit een uitgebreid bezit aan landbouwgrond en vastgoed. Bosch was voortdurend bezig met het opkopen van landerijen, die patriciërs vanwege de ongunstige tijdsomstandigheden van de hand moesten doen. Sinds 1805 noemde hij zich, naar één van de aangeschafte ambachtsheerlijkheden, Bosch van Drakestein. Onder deze naam werd hij in 1808 lid van de vroedschap (stadscollege). Drie jaar later, in 1811, werd hij adjunct-maire onder mr. A. J. W. van Dielen. |
Hij overleed in februari 1812 en na maanden touwtrekken werd Bosch van Drakestein als nieuwe maire van Utrecht aangesteld van 1812 tot 1813. Bosch was in hoge mate gepousseerd (bevorderd) door de prefect van het departement van de Zuiderzee, graaf De Celles. Deze prees in een brief aan Lebrun de ijver en de Fransgezindheid van zijn kandidaat en adviseerde geen acht te slaan (geen gehoor te geven) op de bezwaren, die tegen hem in Utrecht bestonden. |
Hij overleed in februari 1812 en na maanden touwtrekken werd Bosch van Drakestein als nieuwe maire van Utrecht aangesteld van 1812 tot 1813. Bosch was in hoge mate gepousseerd (bevorderd) door de prefect van het departement van de Zuiderzee, graaf De Celles. Deze prees in een brief aan Lebrun de ijver en de Fransgezindheid van zijn kandidaat en adviseerde geen acht te slaan (geen gehoor te geven) op de bezwaren, die tegen hem in Utrecht bestonden. |
2. Ten tweede, de ongeremde Fransgezindheid van de man. Anders dan zijn voorganger, die steeds had geprobeerd de Franse maatregelen zo veel mogelijk te verzachten, had Bosch van Drakestein |
Na de terugtocht van de Fransen werd hij gevangen genomen, maar door Koning Willem I gerehabiliteerd (goede naam teruggegeven) en werd hij benoemd als lid van de Provinciale Staten van Utrecht van 1814 tot 1830. Ruim 4 jaar later, in april 1834, overleed Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein op 62-jarige leeftijd. |
Bronnen: Stilte na de storm- Utrecht in de eerste helft van de negentiende eeuw, Prof. Dr. R.E. de Bruin en Wikipedia.nl Paulus was een groot liefhebber van het opkopen van het oude vast- en onroerend goed van het kapittel van St. Jan. Deze kwamen na het tekenen van het keizerlijke decreet door Napoleon, op 21 februari 1811, toe aan de Nederlandse Staat der Domeinen. Tussen 1819 en 1821 werden deze vroegere kapittel goederen verkocht per afslag. Bosch kocht onder andere De Proosdij en Landgoed de Hennekamp in Ede aan op 1 december 1819. Deze waren tot 1811 het eigendom geweest van het kapittel van St. Jan. Ook landerijen, die onderdeel uit maakten van de Erfpachtcanon van het kapittel, kocht hij graag op in de omgeving van Utrecht. De bedoeling was hierop te verdienen. Hij had dat na verloop van tijd zo groots opgebouwd, dat Bosch in de laatste jaren van zijn leven ervan kon rentenieren. Misschien las Paulus in het eerst kwart van de negentiende eeuw wel de Gazette Utrecht. Een Utrechtse krant met een Franse naam. Gazette is Frans voor krant. |
Hierin stonden vrijwel alle aangeboden landgoederen en landerijen, die door de economisch ongunstige tijd op de vastgoedmarkt werden aangeboden. Een groot deel van deze goederen kocht Bosch aan in de loop van de tijd. Zo was hij actief in het familie vastgoedbedrijf en een van de grootste grootgrondbezitters uit zijn tijd in Utrecht. Ook zou het goed mogelijk zijn geweest, dat Bosch regelmatig het een en het ander van zijn buurman hoorde over vast- en onroerend goed, wat op de markt zou komen. Zijn buurman was Nicolaas Wilhelmus Budding, een zeer vooraanstaand notaris, die begin negentiende eeuw met zijn kantoor in de binnenstad gevestigd was. Bosch was regelmatig te vinden bij Nicolaas op kantoor om een transactie te bekrachtigen of om een familie aangelegenheid vast te laten leggen. |
In de Utrechtsche Courant van 22 juli 1833 staat in advertentie 1410 het volgende te lezen: "De Ondergeteekende betuigt bij deze den hartelijken dank aan allen, van welke hij de onderscheldene blijken van deelneming en belangstelling heeft mogen ontvangen gedurende zijne zeer ernstige ongesteldheid en aanvankelijke herstelling". P.W. Bosch van Drakestein Utrecht 20. Julij 1833." Hieruit kunnen we opmaken dat Paul in de zomer van 1833, ruim een jaar eerder, niet meer gezond was. |
Na zijn overlijden in april 1834 liet Paul 1,5 miljoen gulden na aan zijn echtgenote en 9 kinderen. In de Opregte Haarlemsche Courant van 26 juli 1834 staat het volgende te lezen: "Commissarissen en directeuren der Negotiatie ten lasten de Plantagien Waterland, Adrichem en Palkmeneribe en Surnimombo, gelegen in de Kolonie van Suriname, roepen bij deze op alle de Geinteresseerdens in de gemelde Negotiatie om met hunne Aandeelen voorzien te compareren in den Doelen op de Garnalenmarkt op Donderdag den 31ste Julij eerstkomende, ten half twee uur, ten einden volgens art. A der op 20 december 1826 gearresteerde Conventie over te gaan tot de benoeming van eene nieuwe Commissaris, in plaats van de overleden Heer P.W. Bosch van Drakestein". | Uit deze krantenadvertentie kunnen we opmaken dat Paul Bosch ook commissaris was van een Negotiatie fonds. Zo'n beleggingsfonds was in de achttiende- en negentiende eeuw bedoeld om de koffieplantages in Zuid Amerika te ondersteunen. |
Mensen met veel geld staken dan 1000 gulden in het fonds als obligatie, waardoor de lokale koffieboeren in Suriname hun eigen koffieplantage konden runnen. De koffieboeren hadden bij zulke leningen hun plantage als onderpand, mochten ze aan hun betalingsverplichting niet meer kunnen voldoen. |
Er is in de tijd dat de stichting SHH Jhr. Paul Bosch van Drakestein en zijn echtgenote Henriette Hofmann en familieleden onderzoekt, iets opmerkelijks opgevallen. Op zondag 29 december van het jaar 1805 laat het echtpaar ten overstaan van de Utrechtse notaris Johan Fredrik Gobius Jr. een eerste testament opmaken. Hierin laat Paul Bosch opnemen, dat zijn oudste zoon (geboren op dat moment Willem Bosch van Drakestein 1853-1853) bij Pauls overlijden de ambachtsheerlijkheid De Vuursche en kasteel Drakestein zal vererven. Ruim 29 jaar later, bij Pauls overlijden in april 1834, krijgt de een-na-oudste zoon Jhr. Frederik Lodewijk Herbert Jan Bosch van Drakestein (1799-1866) het kasteel en de ambachtsheerlijkheid. Oudste zoon Willem krijgt het huis en het landgoed Nieuw Amelisweerd in plaats van kasteel Drakestein en de ambachtsheerlijkheid De Vuursche. Over Pauls nalatenschap zal binnen het gezin Bosch wel wat overleg zijn geweest. Hierbij was het oorspronkelijk de bedoeling, dat Pauls bijzonderste bezit De Vuursche en Drakestein naar zijn oudste zoon Jhr. Willem Bosch van Drakestein zou zijn overgegaan. Ruim 29 jaar later zou dit toch anders uitkomen. Volgens hetzelfde testament uit 1805 zou de tweede zoon het landgoed en huize de Sterrenberg in Soest en Zeist vererven. Hij zou 29 jaar later na het overlijden van Paul Jhr. Frederik Bosch van Drakestein het landgoed en huize de Sterrenberg hebben vererft. Maar dit werd bestemd voor zijn jongere broer Jhr. Karel Bosch van Drakestein. Bron: Het Utrechts Archief 34-4, U260a014, 29-12-1805, aktn.: 100. Derde zoon Jhr. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (1805-1883) kreeg het huis en en landgoed Oud Amelisweerd in Rhijnauwen, na Pauls overlijden, toebedeeld in april 1834. Vierde zoon Jhr. Karel Bosch van Drakestein (1807-1860) kreeg het huis en landgoed de Sterrenberg in Zeist en Soest en de ambachtsheerlijkheid Reijerscop - Creuningen in Vleuten - De Meern. Vijfde zoon Jhr. Johan Bosch van Drakestein (1811-1883) kreeg het huis en landgoed Bruxvoort in Bennekom en Ede in de provincie Gelderland. Zesde zoon Jhr. Gerard Bosch van Drakestein (1813-1862) kreeg enkele boerderijen en andere landerijen in de regio Utrecht. Rond 1841 kocht hij het landgoed en huis Heeckeren in de gemeente Goor aan, waarna hij diverse van zijn goederen uit de regio Utrecht voegde bij zijn bezittingen bij het landgoed Heeckeren. Zoals boerderij De Koppel in Utrecht Lunetten zijn oudste broer Willem verkocht De Koppel aan Gerard het in jaar 1846. Boerderij De Grote Geer in Houten was al voor het jaar 1832 in het bezit van Gerard Willem. |
Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1813
Bij de eerste bevolkingsregistratie volgens de Franse wet in 1813, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan de St. Jan nr. 8. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd: 1. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (Maire = burgemeester) (41 jaar) 2. Henriëtte Hofmann (36 jaar) 3. Willem Bosch van Drakestein (14 jaar) 4. Frederik Lodewijk Hebert Jan Bosch van Drakestein (13 jaar) 5. Henriette Josephine Jacqueline Bosch van Drakestein (11 jaar) 6. Paulina Elisabeth Bosch van Drakestein (9 jaar) 7. Hendrik Willem Bosch van Drakestein (8 jaar) 8. Carolus Theodorus Johannes Bosch van Drakestein (6 jaar) 9. Elisabeth Petronella Bosch van Drakestein (4 jaar) 10. Johannes Gerardus Bosch van Drakestein (2 jaar) 11. M.E. van Bester (34 jaar) (Servante) 12. A. van Schaik (48 jaar) (Servante) 13. Cornelia van Heumen (35 jaar) (Servante) 14. Arnold Frippeluur (29 jaar) (Servante) |
Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1823
Bij de tweede bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1823, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd:1. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (Lid van de Provinciale Staten van Utrecht) (52 jaar) |
Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1829
Bij de derde bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1829, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd: 1. Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein (58 jaar) 2. Henriette Hofmann (50 jaar) 3. Jhr. Willem Bosch van Drakestein (advocaat) (30 jaar) 4. Jhr. Gerard Willem Bosch van Drakestein (student) (18 jaar) 5. Frans van Gorcum (professioneel huisbediende) (23 jaar) 6. Johanna Grootharden (keukenmeid) (50 jaar) 7. Jansje La Ros (kamenier) (40 jaar) 8. Wilhelmina Achthoven (werkmeid) (21 jaar) 9. Peter van de Vloed (knecht) (36 jaar) |
Bevolkingsregisters Utrecht stad in 1840
Bij de vierde bevolkingsregistratie volgens de Nederlandse wet in 1840, was het toenmalige huis van familie Bosch van Drakestein aan het Janskerkhof 17 en 17a geadresseerd aan in wijk H onder huisnummer 593. Volgens het register staan de volgende personen op dit adres geregistreerd: 1. Aletto Krafie (kamernier) (29 jaar) 2. Wilhelmina Achthoven (wekmeid) (31 jaar) 3. Hendriea Merkenhoff (keukenmeid) (32 jaar) 4. Frans Arts Jr. (huisknecht) (22 jaar) |
Henriette Hofmann was de laatste van het gezin, die het huis aan het Janskerkhof verliet toen ze eind december 1839 overleed. Alleen het huispersoneel bleef bij de nieuwe bevolkingstelling van het jaar 1840. |
Aankoop landgoederen
Nieuw Amelisweerd en Oud Amelisweerd
Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein kocht op zaterdag 24 augustus 1811 ten overstaan van de Utrechtse notaris Van Ommeren de landgoederen Nieuw- en Oud Amelisweerd van mr. Jan Pieter van Wickevoort Crommelin. Dit voor een totaal bedrag van f. 145.000 gulden. Hierbij behoorden vele landerijen en hofsteden in Bunnik en Vechten, Rhijnauwen, Oud-Wulven en Maarschalkerweerd. Jan Pieter had Nieuw- en Oud Amelisweerd daarvoor in 1810 van Koning Lodewijk Napoleon gekocht. Dit was waarschijnlijk bedoeld om hem van dienst te zijn en destijds snel van zijn onroerend goed vermogens in de Nederlanden af te komen. Jan Pieter heeft in de periode dat hij Nieuw- en Oud Amelisweerd in eigendom had nog geprobeerd de landhuizen te verhuren. Dit is naar alle waarschijnlijkheid niet gelukt, zo te zien is aan zijn korte eigendomsstaat. |
Jan Pieter van Wickevoort Crommelin was President der Nationale Conventie, kanselier van het Koninkrijk Holland en lid van de eerste Kamer der Staatsraad. Hij was gehuwd met Catharina van Lennep te Heemstede (Noord-Holland) op 24 oktober 1790. Het echtpaar had 3 kinderen: Jan Pieter Adolf van Wickevoort Crommelin, Henri Samuel van Wickevoort Crommelin en Maria Catharina van Wickevoort Crommelin. |
De Bosch van Drakesteinlaan in Utrecht-Tolsteeg
|
In 1953 en 1954 werd ten westen van het fort Lunet I aan de Koningsweg het uitbreidingsplan Krommerijn gerealiseerd. Bij deze naoorlogse stadsuitbreiding werden diverse appartementen en huizenblokken gebouwd. Al in de jaren dertig van de twintigste eeuw was Utrecht in gesprek met het ministerie van Oorlog om in de omgeving van 'De Vier Lunetten op de Houtense Vlakte' te kunnen bouwen. Maar door de wet op de Verboden Kringen uit midden negentiende eeuw, was het bijna onbegonnen werk en ook verboden om binnen bepaalde afstanden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie forten te bouwen. STADSNIEUWS De straat, die van de Koningsweg, getekend van de spoorwegovergang af de eerste zijnstraat zal zijn in ongeveer noordoostelijke richting, wordt Kranenburgerweg.De straat, die ten zuidoosten van de Kranenburgerweg evenwijdig daaraan zal lopen, zal Kozakkenweg heten. |
De straat, die gerekend van de Koningsweg af de eerste verbinding zal vormen tussen de Kranenburgerweg en de Kozakkenweg, evenals op deze straat uitkomende toegangspaden tot woningblokken, wordt Fransestraat. |
De straat, die ten noorden van de Fransestraat evenwijdig daaraan zal lopen, wordt Bosch van Drakesteinlaan. |
Bron: Krantenbank Het Utrechts Archief, archiefcommissie Straatnaamgeving, gemeente Utrecht, Alice Oosterhoff. |
Bosch van Drakesteinpad te Amsterdam in Nieuw-West
In de gemeente Amsterdam (Prov. Noord-Holland), om precies te zijn in het westen van de stad op de vroegere gemeentegrond van Sloten (1816-1921), bevindt zich het Bosch van Drakesteinpad. |
Deze straatnaam is vastgesteld door het dagelijks bestuur van het Amsterdamse stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer (heden genaamd Nieuw-West) op dinsdag 11 juli 2006. Genoemd naar Jonkheer Gérard Dagobert Henri "Gerard" Bosch van Drakestein (Mechelen (België), 24 juli 1887 - Den Haag, 20 maart 1972) was een Nederlands wielrenner. Hij nam driemaal deel aan de Olympische Spelen en won hierbij in totaal drie medailles. |
Straatnaambesluit van de gemeente Amsterdam, Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, uit de vergadering van dinsdag 11 juli 2006. Straatnaambesluit genomen door het dagelijks bestuur Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer: sectormanager P. v.d. Schraaf en stadsdeelsecretaris drs. F.R. van Erkel. Ondertekening door de portefeuillehouder: R. de Bood, P. Dikken en T. de Ruijter Voorzitter van het dagelijks bestuur R. de Bood en Stadsdeelsecretaris drs. F.R. van Erkel Voor het nieuwe fietspad door de Osdorper Binnenpolder moet een naam worden vastgesteld. Het thema van de Osdorper Binnenpolder is sport en sportjournalistiek uit de sportgeschiedenis van voor 1945. Voor het fietspad wordt de volgende naam voorgesteld: BOSCH VAN DRAKESTEINPAD Vernoeming naar deze persoon wordt voorgesteld omdat het een wielrenner betreft, wat goed past omdat het om een fietspad gaat. Bovendien sluit de aderlijke naam weer mooi aan bij Schimmelpenninck van de Oye. Jonkheer Gerard Bosch van Drakestein Baanrenner Jonkheer Gerard Bosch van Drakestein reed in zijn jonge jaren onderpseudoniemen (Ulysses, Bismarck, John Green) om zijn naaste familie niet in verlegenheid te brengen. 'Men reed in mijn milieu nu eenmaal niet hard', zei hij er later over. Ais sprinter was Bosch al gauw een geduchte rivaal voor al wie er op Nederlandse banen rondreed. Zijn kracht lag eerder in pure snelheid dan in tactisch vernuft. Hij was ook een buitengewoon ridderlijke sportman, nooit zou men hem betrappen op een zwieper of een ander vuil trucje. Dat was beneden zijn stand. Heel zijn lange carrière bleef hij amateur, uit principe. In totaal veroverde hij zeventien Nederlandse titels. Tot wereldkampioen bracht hij net niet. Zijn beste jaren beleefde hij tussen 1914 en 1918 toen er geen internationaal sportverkeer mogelijk was. Maar tot hoge leeftijd bleef hij zijn mannetje staan. Als 37-jarige werd hij samen met de 42-jarige Maurice Peeters bij de Olympische Spelen van 1924 derde op het tandemnummer. Door een stuurfout van Peeters (die vlak voor de race wat te veel cognac had gedronken) glipte het goud hun door de vingers. Vier jaar later toonde Bosch nogmaals zijn opmerkelijke veerkracht. Hij de 41-jarige, versloeg de veel jongere Toine Mazairac in de strijd om de Nederlandse sprinttitel. Ook bij de Spelen van 1928 had hij op dit nummer kunnen uitkomen maar hij stond hoffelijk zijn plaats af aan zijn verslagen rivaal. Heel zijn kracht legde hij op de 1000m tijdrit waarin de veteraan op de zilveren medaille beslag legde. Daarna zette hij een punt achter zijn sportloopbaan. Bron: Gemeente Amsterdam, Stadsdeel Nieuw-West. Met dank aan: Jeffrey Beerepoot Teammanager BAG, Gegevensbeheer Directie Basisinformatie |
Commissaris Bosch van Dralesteinlaan te 's-Hertogenbosch
In de gemeente 's-Hertogenbosch (Prov. Noord-Brabant) in de wijk De Kruiskamp is er een Commissaris Bosch van Drakesteinlaan. Deze is genoemd naar Jhr. Paulus Jan Bosch van Drakestein, die in de tweede helft van de negentiende eeuw Commissaris van de koning en later de koningin was van de provincie Noord-Brabant. Deze straatnaam is vastgesteld bij raadsbesluit van de gemeente 's-Hertogenbosch op vrijdag 26 maart 1965. |
Geschiedenis Landgoed Nieuw-Amelisweerd
Koningslaan 1, 3 en 5Het witgepleisterde in classicistische stijl opgetrokken buitenhuis, gelegen in het parkbos Amelisweerd is gebouwd tussen 1684 en 1707. Omstreeks 1860 heeft het huis het huidige aanzien gekregen. Bij het huis staan het koetshuis dat omstreeks 1750 is gebouwd en een schuurtje ui circa 1900. |
GeschiedenisNieuw-Amelisweerd is in oorsprong een middeleeuws huis, gebouwd op de waarden van de Kromme Rijn. Kort voor 1227 krijgt ridder Amelis van Werden (of de Insula), een stuk grond in leen ter ontginning van het kapittel van Oud-Munster te Utrecht. Naar deze ridder wordt het landgoed genoemd, dat al in de 14de eeuw wordt gesplitst in Oud- en Nieuw Amelisweerd. Nieuw-Amelisweerd wordt ook Groenewoude genoemd naar Ernst van Groenewoude, die in 1380 met het goed wordt beleend. In 1538 wordt Nieuw Amelisweerd tot ridderhofstad verklaard. Deze ridderhofstad was een vrij bescheiden omgracht middeleeuws huis van een bouwlaag op een hoge kelderverdieping. Het had een L-vormige plattegrond met drie door schoorstenen bekroonde zijtopgevels en enige aanbouwen in de binnenhoek. De toegang werd gevormd door een houten brug over de gracht. |
In het rampjaar 1672 werd Nieuw-Amelisweerd door de Franse troepen verwoest. Tussen 1682 en 1716 is Hendrik baron van Utenhove, kolonel der infanterie, de nieuwe eigenaar. Hij liet tussen 1684 en 1707 een nieuw huis bouwen, van een verdieping op een onderbouw met een zadeldak tussen tuitgevels. De brede frontgevel werd gedomineerd door een verhoogde middenpartij met pilasters. In plaats van een opvallende midden ingang had het huis twee eenvoudige deuren aan weerszijden van de middenpartij. Het omgrachte terrein met de fundamenten van de middeleeuwse ridderhofstad bleef voor het nieuwe huis liggen. Vermoedelijk liet Van Utenhove voor en achter het huis de eerste bossen aanleggen. In de loop van de 18de eeuw werd het huis met een lage etage verhoogd. |
In 1768 erfde Maria Jacoba gravin van Efferen Nieuw Amelisweerd van haar man Hendrik van Utenhove. Zij hertrouwde in 1771 met Henri Maximilien de St. Simon, markies de Sandricourt. Na dit huwelijk ging Nieuw-Amelisweerd bij testamentaire beschikking van Hendrik van Utenhove, over op zijn neef Maurits Carel van Utenhove. Maria Jacoba van Efferen en haar tweede echtgenoot mochten op Nieuw Amelisweerd blijven wonen. De markies de Sandricourt was een groot plantenliefhebber. Hij liet in het park o.a. de Sneeuwklokjeslaan aanleggen en zorgde voor de vroeg-landschappelijke parkaanleg, die nog ten grondslag ligt aan de huidige. |
In 1808 werd door Maximiliaan Louis baron van Utenhove, zoon van Maurits Carel, Nieuw-Amelisweerd verkocht aan koning Lodewijk Napoleon. Van 1808 tot 1810 was Lodewijk Napoleon eigenaar van zowel Oud- als Nieuw Amelisweerd. Nieuw Amelisweerd was bestemd voor zijn manschappen, zelf verbleef hij op Oud Amelisweerd. Bij beide buitenhuizen werden wijzigingen in Empire-stijl aangebracht, o.a. in de roedeverdeling van de vensters. Voor de tuinen werden door Alexandre Dufour allerlei grootse plannen ontworpen, die echter nooit zijn uitgevoerd. De koning kwam er nauwelijks, hij verbleef meestal op ‘t Loo. |
In 1810 werden Oud- en Nieuw Amelisweerd openbaar verkocht. Koper was J. P. Wickevoort Crommelin, mogelijk om de afgezette koning van dienst te zijn. Een jaar later verkocht hij beide Amelisweerden voor ƒ. 145.000,- aan Paulus Willem Bosch van Drakestein, burgemeester van Utrecht. Na diens dood in 1834 werden beide verdeeld onder zijn zoons. Zijn kleinzoon Henricus Cornelis Bosch van Drakestein liet omstreeks 1860 het huis wit pleisteren volgens de laatste mode en met twee vleugels aan de achterzijde uitbreiden. In het park werden belangrijke wijzigingen aangebracht. In 1964 is Nieuw-Amelisweerd eigendom van de gemeente Utrecht geworden. |
De markies de Sandricourt was een groot plantenliefhebber. Hij liet in het park o.a. de Sneeuwklokjeslaan aanleggen en zorgde voor de vroeg-landschappelijke parkaanleg, die nog ten grondslag ligt aan de huidige, en werd het park voor publiek opengesteld. Het hoofdgebouw is in 1984 geschikt gemaakt voor zogenaamde Van Dam wooneenheden. |
Het ParkbosNieuw Amelisweerd lag in de 17de en begin 18de eeuw temidden van wei- en bouwland. Van de oorspronkelijke oerbossen en hei was door ontginning en houtkap niet veel overgebleven. Er lag aan de zuidzijde naast het hoofdgebouw een moestuin. Vermoedelijk omstreeks het midden van de 18de eeuw is hier het koetshuis annex tuinmanswoning en orangerie neergezet. Hendrik van Utenhove is waarschijnlijk begonnen met de aanleg van de eerste bossen. Een beschrijving uit 1772 vermeldt de aanwezigheid van boomaanplant, waartoe het sterrebos behoorde, gelegen voor het huis aan de overzijde van de Kromme Rijn, tegenwoordig het Markiezenbos genoemd naar Markies de Sandricourt. |
Deze aanleg met zijn drie lanen die in een punt samenkomen (zgn. patte d'oie-ganzevoet), behoort tot de geometrische periode in de tuinkunst. Een van deze lanen was gericht op de Domtoren. De middelste laan, de oorspronkelijke oprijlaan, die langs de zijkant van de oude ridderhofstad en langs het latere nieuwe huis voerde, werd gehandhaafd als toegangsweg. Parallel aan deze laan werd een zichtlaan toegevoegd in de as van het nieuwe huis. Dit is de nog bestaande Sneeuwklokjeslaan. |
Kort na 1771 werd door Markies de Sandricourt het park uitgebreid met boomgroepen en bloemdragende heesters in de landschapsstijl die in opkomst was. De voor het huis gelegen vierkante gracht met fundering van de oude ridderhofstad werd gewijzigd in een ronde viskom, die in de 19de eeuw zou worden gedempt. Uit deze periode dateren waarschijnlijk ook de ronde vijver in het bos achter het huis, met restanten van naar verschillende kanten uit waaierende paden en de slingervijver. Dit evenals het eilandje (oorspronkelijk drie naast elkaar) in de Kromme Rijn ten zuidwesten van het huis. De Saint Simon is waarschijnlijk ook degene geweest, die de wilde hyacinten, sneeuwklokjes e.d. heeft geïntroduceerd, die we aantreffen in het parkbos. Omstreeks 1860 werd in opdracht van H .P.C. Bosch van Drakestein de tuin verder in landschapsstijl aangepast. |
De oprijlaan werd iets naar het noorden verlegd, zodat men met een bocht bij het huis uitkwam. De oude brug werd vervangen door de huidige en voorzien van decoratieve gietijzeren balustrades. Door het graven van een sloot tussen de Kromme Rijn en het Keukenwater ontstond een belangrijke zichtas op de Kromme Rijn en een eilandje, waarop een tuin in landschappelijke stijl werd aangelegd. Een brug gaf toegang tot dit eilandje. Vanuit het huis waren naar alle zijden uitzichten mogelijk. Omstreeks 1889 ontwierp de tuinarchitect L. Springer nog een uitbreiding voor het park ten zuiden van het huis, aan weerszijden van de Kromme Rijn. Het ontwerp werd niet letterlijk uitgevoerd. |
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het bos ernstig beschadigd. Het huis werd door de Duitsers ontruimd en de gietijzerenbrug opgeblazen. Later zou deze weer worden hersteld. In 1945 werd het gebied onder water gezet, waardoor een groot aantal beuken dood zijn gegaan. Bij de aanleg van de Rijksweg 27 door het westelijk deel van het parkbos is een deel gekapt en is de hoofdingang met de portierswoning (in 1978 gesloopt) komen te vervallen. |
De Sneeuwklokjeslaan is recentelijk hersteld en vormt de belangrijkste zichtas op het hoofdgebouw. Ten noorden van het parkbos ligt een weide-gebied met aan de Kromme Rijn de monumentale 17de eeuwse krukhuisboerderij ’De Boeije‘, oorspronkelijk een pachtboerderij bij Nieuw-Amelisweerd. Vanaf de boerderij loopt een pad naar het hoofdgebouw. |
|
Beschrijving Het U-vormige, witgepleisterde herenhuis ligt met de voorzijde naar de Kromme Rijn. De symmetrisch ingedeelde voorgevel is acht traveeën breed en voorzien van een licht risalerende middenpartij met twee brede schuifvensters, waarvoor een houten veranda is geplaatst. De veranda heeft een zwart/rode tegelvloer en dubbele houten ionische zuiltjes, die roeden bovenlichten dragen. Tevens is de kroonlijst versierd met een tandlijst. Aan weerszijden van de veranda zijn twee schuifvensters, waartussen openslaande deuren met bovenlichten. Op de verdieping zien we acht 4-ruitsschuifvensters. Alle vensters zijn voorzien van Louvre-luiken. De voorgevel krijgt extra nadruk door het sierpleisterwerk in de vorm van strekken, paneellisenen als hoekmarkering en een paneelfries onder de overdragende houten dakgoot, die gedragen wordt door voluut-klossen. De achtergevel is a-symmetrisch en heeft twee uitgebouwde hoekvleugels, waarvan de linker smaller en minder diep is dan de rechter. In het midden van de achtergevel is een ingang gemaakt. Op de verdieping is ter hoogte van het trappenhuis een drielichtsvenster aangebracht. |
Ten zuid-oosten van het hoofdgebouw staat het koetshuis, annex koetsiers- en tuinmanswoning. Aan de ene korte zijde van het rechthoekige gebouw bevindt zich de symmetrische witgepleisterde voorgevel van het koetshuis met twee dubbele koetshuis deuren in een toogveld. Hierboven is een dakhuis aangebracht met een zolderluik naar de hooizolder. Het dakhuis dat door de daklijst heen breekt is voorzien van een topgevel en een overdragend zadeldak, gedragen door houten schoren. Aan de andere zijde bevindt zich de symmetrische voorgevel van de tuinmanswoning, met een centraal geplaatste ingang, geflankeerd door een 18 de eeuws roeden schuifvenster. De linker lange zijgevel wordt onderbroken door de witgepleisterde voorgevel van de koetsierswoning, voorzien van imitatie vakwerk en een door de daklijst heen brekende topgevel met een zadeldak haaks op het hoofddak. |
Nieuw-Amelisweerd in Tweede Wereldoorlog (WOII) In de oorlog hebben de bossen van Oud- en Nieuw Amelisweerd ernstig geleden. Er zijn veel Bron: Maandblad van Oud-Utrecht 1971, jhr. Maurice Bosch van Drakestein. |
De ingang tot de woning, die onderkelderd is, ligt hoger in een inpandig portiek en is via een trapje te bereiken. Tegen de rechter zijgevel was oorspronkelijk de orangerie, die in 1929 is gesloopt, aangebouwd. In het metselwerk van beide lange zijgevels zijn nog oude raamtracéringen zichtbaar. Vlakbij het koetshuis staat grenzend aan de voormalige moestuin een bergschuurtje, dat opgetrokken is in gele baksteen met horizontale banden in rode baksteen. Langs de rand van het zadeldak zijn gestoken windveren aangebracht. Het is deels in gebruik als schaft lokaal voor de tuinlieden en deels als schapenstal. Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij. |
Jhr. Willem Bosch van Drakestein van Nieuw-Amelisweerd (1798-1853) en echtgenote Joanna Sara ten Hage (1802-1863)
|
Jhr. Willem Bosch van Drakestein (1798-1853( had diverse functies: Lid der gemeenteraad van Utrecht van 10 oktober 1839 - 1 september 1853 Lid der Provinciale Staten van Utrecht Lid der commissie van administratie over het burgerlijke en militaire huis van verzekering Kapitein der Rustende Schutterij van Utrecht Lid van het Ridderschap van Utrecht Regent over de Gevangenissen van Utrecht Lid van de Commissie tot regeling van Harddraverijen Lid en loco dijkgraaf van het Hoogheemraadschap Lekdijk Bovendams |
Jhr. Willem Bosch van Drakestein (1798-1853) was eigenaar van landgoed Nieuw-Amelisweerd van 1835 tot 1853. Zijn zoon jhr. Hendrik Paulus Cornelis Bosch van Drakestein (1839-1914) volgende hem op als Heer van Nieuw-Amelisweerd van 1853 tot 1914. Zoon jhr. Johannes Ludovicus Paulus Bosch van Drakenstein (1865-1929) Heer van Nieuw-Amelisweerd van 1915 tot 1929. Hierna werden zijn 8 kinderen eigenaar van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Bewoners Landgoed Nieuw-Amelisweerd in de zomer van 1849
Gemeente Rhijnauwen:
Huisnummer: 10 ...Landgoed Nieuw-Amelisweerd 1. Jhr. Willem Bosch van Drakestein (1798-1853) ... 51 jaar (M) ... Lid van de gemeenteraad van Utrecht. Officier der Utrechtse Schutterij Lid van de Commissie van Administratie over het Burgelijke en Militair Huis van Verzekering te Utrecht. 2. Joanna Sara ten Hagen (1802-1863) ... 47 jaar (V) ... (Geen). 3. Jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakestein ... 10 jaar (M) ... Schoolleerling. 4. Gerrit Verhoef ... 30 jaar (M) ... Koetsier. 5. Alijda Schouten ... 25 jaar (V) ... Keukenmeid. 6. Johanna Woudenberg ... 25 jaar (V) ... Werkmeid. 7. Johanna Antonia van Rossum ... 23 jaar (V) ... Gouvernante of Bonne. 8. Johanna Hermina ten Hagen ... 26 jaar (V) ... (Geen). Huisnummer: 11 ... Landgoed Nieuw-Amelisweerd 1. Antonnis van Kesteren ... 30 jaar (M) ... Tuinbaas. 2. Johanna van Zijl ... 27 jaar (V) ... (Geen). 3. Jacobus van Kesteren ... 3 jaar (M) ... (Geen). 4. Geertruida van Kesteren ... 1 jaar (V) ... (Geen). Bron: Regionaal Archief Zuid-Utrecht (RAZU), Wijk bij Duurstede. Toegang 218 Gemeentebestuur Rhijnauwen 1816-1857 (1919) (51). |
Jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakestein
Jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakestein. Geboren 31 december 1839 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik (Utrecht) en overleden 17 augustus 1914 te Huize Nieuw-Amelisweerd te Bunnik (Utrecht). Henricus was de zoon van Jhr. Willem Bosch van Drakestein, geboren op 15 augustus 1798 te Utrecht en overleden op 1 september 1853 op Huize Nieuw-Amelisweerd, Rhijnauwen Bunnik. Willem was de oudste zoon was Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Henricus moeder was Joanna Sara ten Hagen, geboren op 11 juli 1802 te Utrecht en overleden 8 maart 1863 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik. |
Henricus woonde met zijn ouders Willem en Johanna Sara Ten Hagen op de Minrebroederstraat 11. Henricus was de kleinzoon van Jhr. Paulus Wilhelmus Bosch van Drakestein. Henricus was lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal en kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina. Hij werd opgeleid in Katwijk aan de Rijn. Hij was hoogheemraad van 1870 tot 1901 en dijkgraaf van 1897 tot aan zijn overlijden van het Hoogheemraadschap de Lekdijk Bovendams. In 1880 werd hij gekozen tot lid van de Provinciale Staten van Utrecht en op 11 november 1901 vaardigde dat college hem af naar de Eerste kamer der Staten Generaal. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en hij bezat het onderscheidingsteken van de Orde van Sint-Gregorius de Grote. |
Henricus trad de eerste keer in het huwelijk op 30 april 1861 te Utrecht met zijn nicht Henriëtta Carolina Cecilia Bosch van Drakestein, geboren op 8 juli 1838 te Utrecht.Zij is overleden op 28 juli 1870 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik (Utrecht) in de leeftijd van 32 jaar. Henricus en Henriëtte kregen 5 kinderen: A. Jhr. Willem Frederik Carel Bosch van Drakestein. Geboren 24 juni 1864 te Utrecht. Overleden 16 juni 1865 te Utrecht. B. Jhr. Johannes Ludovicus Paulus Bosch van Drakestein Zie voor verdere uitleg op deze pagina. C. Jkvr. Cecilia Henriette Leonie Marie Bosch van Drakestein. Geboren 24 februari 1867 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik. Overleden op 1 november 1930 te Arnhem (Gelderland). Zij werd 63 jaar. Cecila trouwde in 1889 met Jhr. Paulus Jozefus Aloysius Anacletus Maria van Nispen Tot Sevenaer. Geboren 13 juli 1856 te Arnhem. Overleden op 30 november 1944. Paulus was vrijheer van Kessenich en heer van Hunsel. Hij was lid van de Gedeputeerde Staten van Gelderland. Zij kregen 5 kinderen. Een van hun zonen en diens zoon (achterkleinzoon van Henricus, Jhr. Paulus Carolus Ignatius Gerardus Maria van Nispen tot Sevenaer (1935-2024)) vererven na het overlijden van Henricus in augustus 1914 alle losse landerijen en onroerende goederen van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
D. Jhr. Hendrik Frederik Bosch van Drakestein. Geboren op 4 augustus 1868 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik (Utrecht). Overleden op 3 april 1869 te Huize Nieuw-Amelisweerd. E. Jkvr. Caroline Augusta Bosch van Drakestein. Geboren op 9 juli 1870 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik (Utrecht). Overleden op 10 oktober 1870 te Huize Nieuw-Amelisweerd. |
Jhr. Hendricus Bosch van Drakestein en zijn moeder Johanna Sara ten Hagen bleven na het overlijden van vader Jhr. Willem Bosch van Drakestein in 1853 op de Minrebroederstraat 11 wonen. Ruim 8 jaar later zou Johanna tezamen met haar dienstbode Wilhelmina Wisman op 16 mei 1861 definitief verhuizen naar Landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Henricus zou na het vertrek van zijn moeder nog iets meer dan twee jaar in het huis blijven wonen. Hij verhuist van de Minrebroederstraat 11 op 2 juni 1863, om bij zijn moeder op het landgoed Nieuw-Amelisweerd te gaan wonen. Ruim 25 dagen later zou Henricus vrouw (nicht) Henriëtte Bosch van Drakestein, waar hij op 30 april 1861 mee in het huwelijk trad, verhuizen van de Minrebroederstraat 11 naar het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Op 27 juni 1863 vond de verhuizing plaats. Het nieuwe echtpaar heeft zich hier definitief gevestigd. |
Na deze tijd bleef het huis nog ruim 11 jaar dienst doen als dienstwoning voor het landgoed personeel. Een beschrijving van twee dienstbodes, die er gewoond hebben aan de Minrebroederstraat 11: 1. Willemijntje Wisman (geboren op 13 oktober 1838 te Zeist), gekomen op 21 mei 1863 en vertrokken op 12 december 1865 naar huis G444 heden Keizerstraat 4 te Utrecht. Zij is daar in dienst getreden als dienstbode. 2. Elizabeth Engelina Simons (geboren op 19 november 1827 te Utrecht), gekomen op 22 april 1864 en vertrokken op 9 juni 1864 naar huis C863 in wijk C, een vroegere volksbuurt van Utrecht. |
Het laatste dienstpersoneel, dat uit de Minrebroederstraat 11 weg ging, vertrok op 16 april 1874. Hierna verkocht Hendricus Bosch van Drakestein het pand in 1874 aan Jacob Gerard Rutgers, die er zich vestigde op 15 mei 1874 samen met zijn gezin. |
Henricus trad voor de tweede keer in het huwelijk op 28 mei 1872 te Brussel (België) met Marguérite Marie Elisabeth Jeanne Ghislaine van de Vin. Zij werd geboren op 3 december 1846 te Brussel en overleed op 20 augustus 1929 te Arnhem (Gelderland). Zij was toen 82 jaar oud. |
Tot op de dag van vandaag hebben de nazaten van Henricus en Henriëtte Bosch van Drakestein (kleinkinderen, achterkleinkinderen en de kinderen daar weer van) in de meeste gevallen in hun roep- of doopnaam de naam Ghislain of Ghislaine bijschreven gekregen in het bevolkingsregister. Dit verwijst naar de doopnaam van de tweede vrouw van Henricus Marguérite Marie Elisabeth Jeanne Ghislaine van de Vin. |
De naam Chislaine heeft een Franse betekenis en betekent 'belofte'. |
|
Diverse portretten van Jhr. Hendrik Bosch van Drakestein die op internet en diverse beeldbanken zijn te vinden. |
Jhr. Johannes Ludovicus Paulus Bosch van Drakestein
Jkvr. Lucie Adèle Cornélie Marie Serraris
Hij (zoon van Henricus) is geboren op 22 november 1865 te Bunnik op huize Nieuw-Amelisweerd. Van beroep was hij kunstschilder. Johannes overleed op 9 november 1929 te Bunnik, op huize Nieuw-Amelisweerd. Hij werd 63 jaar oud
|
Johan Bosch huwde op woensdag 14 februari 1900 te 's-Hertogenbosch met jkvr. Lucie Adèle Cornélie Marie Serraris. Lucie werd geboren op 30 mei 1873 te 's-Hertogenbosch (Noord-Brabant). Zij overleed op 9 augustus 1952 te Wassenaar (Zuid-Holland). Lucie werd 79 jaar oud. Johannes en Lucie woonden vanaf 1900 tot 1924 in Huize Groenwoude, Mereveldseweg 1A (Houten). Huize Groenewoude was onderdeel van het landgoed Nieuw-Amelisweerd (zie verderop deze pagina). Groenewoude kwam na een grenswijziging per 1 janauri 1954 in de gemeente Utrecht te liggen en kreeg het adres Mereveldseweg 1A. Voor die tijd was het huis geadresseerd aan de Mereveldseweg O102 te Houten. |
Johannes en Lucie kregen in totaal acht kinderen. Zij zouden na het overlijden van Johannes vanaf 1929 tot 1965 het landgoed in eigendom vererven. Johannes en Lucie zijn beide begraven op de R.K. Begraafplaats aan de Christiaan Huijgenslaan te Soesterberg (Utrecht). Bron: Online-begraafplaatsen.nl. Lucie haar grootvader Jean Theodore Serraris (1787-1855) trad als militair in Franse dienst, vanaf 1815 in Nederlandse dienst en werd generaal-majoor. Hij werd in 1813 verheven tot Chevalier de l'Empire en bij Koninklijk Besluit van 8 oktober 1842 verheven in de Nederlandse adel. |
1. Jhr. Henri Alexandre Ghislain Theodore Bosch van Drakestein. Geboren op 27 mei 1901 in Houten, Huize Groenewoude. Overleden op 25 januari 1967 te Breda (Noord-Brabant). Hij werd 65 jaar. Hij trouwde de eerste keer in 1951 met Gerardina Aletta Vreeswijk (1913-1981). Zijn tweede huwelijk was in 1961 met Antonia Sophia Henriette de Beer. Zij is geboren op 3 april 1902 en overleden op 21 september 1987. Zij werd 85 jaar. Henri en Antonia zijn beiden begraven op de R.K. Begraafplaats aan de Christiaan Huijgenslaan te Soesterberg (Utrecht). Bron: Online-begraafplaatsen.nl, Genealogieonline.nl. |
2. Jkvr. Yvonne Caroline Marguerite Marie Ghislaine Bosch van Drakestein. Geboren op 13 april 1903 in Houten, Huize Groenewoude. Zij is overleden op 1 augustus 1994 te Combermere in Canada en is daar begraven. |
Zij werd 91 jaar. Functies van Yvonne: Oud-presidente van de Graal in Engeland, Vrouwe van Nazareth. Bron: Delpher.nl 03-08-1994. |
4. Jhr. Louis Ignace Corneille Ghislain Marie Bosch van Drakestein. Geboren op 8 mei 1906 in Houten, Huize Groenewoude. Overleden op 26 janauri 1982 te Huis ter Heide (Utrecht). Hij werd 75 jaar. Bron: Uwstamboomnonline.nl.Louis trouwde op 14 januari 1947 te Bloemendaal met Johanna Francisca Maria Everard. Zij is geboren op 11 maart 1913 te Bloemendaal (Noord-Holland) en overleden op 31 december 2003 te Zeist (Utrecht). Zij werd 90 jaar. Bron: Geneaweb.nl. |
Functies Louis: directeur VVV Zeist, reserve majoor cavalerie. Bron: Genealogieonline.nl. Louis en Johanna zijn beide begraven op de R.K. Begraafplaats aan de Christiaan Huijgenslaan te Soesterberg (Utrecht). Bron: Online-begraafplaatsen.nl. Kinderen: A. Jhr. Paul Gislain Lucien Bosch van Drakestein. Geboren op 9 augustus 1952 te Huis ter Heide (Utrecht). B. Jhr. Lodewijk R. Bosch van Drakestein, geboren in 1956. Bronnen: A en B Delpher.nl NRC Handelsblad 28-01-1982 A Delpher.nl Algemeen Handelsblad 11-08-1952 B Volkskrant.nl. |
5. Jkvr. Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein. Geboren 1 september 1907 in Houten, Huize Groenewoude (zie voor verdere uitleg deze pagina). 6. Jkvr. Caroline Beatrice Ghislaine Marie Bosch van Drakestein. Zij is geboren op 15 juni 1910 in Houten, Huize Groenewoude en overleden op 9 juli 1989 te Vugt (Noord-Brabant) in de leeftijd van 79 jaar. Caroline ging in ondertrouw in maart 1940 met Jhr. Everard Willem Jacob van Weede van Dijkveld te Dordrecht. |
Bron: Het Utrechts Archief.nl Utrechtsch Nieuwsblad 30-03-1940. Hij is geboren op 14 juli 1912 te Zeist, Utrecht en overleden op 30 maart 2000 te Baarn, Utrecht. Hij werd 87 jaar. Het paar trouwde op 19 april 1940 te Huize Nieuw-Amelisweerd, Bunnik (Utrecht). |
Bron: Burgerlijke Stand, gemeente Bunnik, Het Utrechts Archief.nl. Functies Everard: directeur N.V. 's-Hertogenbossche Brandwaarborg Mij. van 1841. Bron: Genealogieonline.nl. Caroline en Everard liggen begraven op het R.K. kerkhof van de Heilige Hartparochie. Mr. Loeffplein te Vugt (Noord-Brabant). |
Kinderen: A. Jkvr. Lucia Adele Ilona Elisabeth Maria van Weede van Dijkveld. Geboren 1941 - Overleden 1941. B. Jkvr. Lucie I.B.H.M van Weede van Dijkveld. Geboren 15 oktober 1943 te 's-Hertogenbosch - Overleden 18 februari 2014 te Beesterzwaag. C. Jhr. Maurits van Weede van Dijkveld D. Jkvr. Ilona R.A.M.G. van Weede van Dijkveld E. Jhr. Winfried S.P.M. van Weede van Dijkveld. Geboren in 1944. Bron: TW F. Jhr. Steven R.K.M van Weede van Dijkveld Bronnen: A - Genealogieonline.nl B, C, D, E, F Delpher.nl NRC Handelsblad 10-07-1989 B, D, E, F Mensenlinq.nl Leeuwarder Courant. |
7. Jhr. Maurice Auguste Marie Ghislain Bosch van Drakestein. Geboren op 22 september 1912 in de gemeente Houten, Huize Groenewoude en overleden op 15 mei 1984 in Utrecht. Hij werd 71 jaar. Maurice verloofde zich in juni 1942 met Hilde M.J. Möller. Bron Delpher.nl De Limburger Koerier 26-06-1942. Hilde is geboren op 13 janauri 1920 in Nijmegen (Gelderland) en is overleden op 11 oktober 2004. Zij werd 84 jaar. Bron: brigittegastelancestry.com. Hij ging met haar in ondertrouw in juli 1944 en trouwde uiteindelijk in augustus 1944. Bron Delpher.nl Nieuwe Tilburgsche Courant 01-08-1944 en bron: Delpher.nl De Nieuwe Tilburgsche Courant 22-08-1944. Functies: econoom in 1954, secretaris Vereniging Het Grondbezit, Gratie- en Devotieridder Malthezer Orde. Bron: Genealogieonline.nl. Maurice en Hilde zijn beiden begraven op de R.K. Begraafplaats aan de Christiaan Huijgenslaan te Soesterberg (Utrecht). Bron: Online-begraafplaatsen.nl Kinderen: A. Jhr. Lodewijk Bosch van Drakestein. Geboren in 1946. Bron: Google, FB, familie informatie. B. Jhr. Maurits C.H. Bosch van Drakestein. C. Jkvr. Ghislaine Jeanne Adrienne Bosch van Drakestein - Stratenus. Geboren op 1 juli 1949 te Utrecht. Bron: Kloek-genealogie.nl D. Jkvr. Reneé M.L.Th. Bosch van Drakestein - Lith de Jeude. Bron: Regionaal Archief Rivierenland te Tiel, archief 0415, 686 en FB E. Jkvr. Cecile Bosch van Drakstein. Geboren op 4 januari 1951 en overleden op 25 december 2011. Bron: Online-familieberichten.nl. |
8. Jkvr. Marguérite Maria Mathilde Octavia Ghislaine Bosch van Drakestein. Geboren op 6 mei 1915 in de gemeente Houten, Huize Groenewoude en overleden op 2 oktober 2003 te Zwolle (Overijssel). Ze werd 88 jaar. Marguérite trouwde op 21 januari 1947 in Peking (China) met Baron Mr. Constant Wilhelm van Boetzelaer, Heer van Asperen. Geboren op 22 juni 1915, Batavia en overleden op 28 juli 1996. Hij werd 81 jaar. Functies: ambassaderaad, consul-generaal der Nederlanden te Frankfurt am Main, gevolmachtigd minister te Londen en chef directie voorzitter. Kinderen: A. Coenraad Carel Vincent Baron van Boetzelaer. Geboren op 11 maart 1948 in Naking (China) en overleden op 11 maart 1950 in Den Haag (Zuid-Holland). |
B. Floris Baron van Boetzelaer van Asperen. Geboren op 4 januari 1951 in Washington (US). C. Pieter Alexander Baron van Boetzelaer. Geboren op 8 juli 1952 in Washington. D. Drs. Odilia Dorothée Barones van Boetzelaer. Geboren op 15 oktober 1953 in Washington. |
Bronnen: onlinegenealogie.nl, brigittegastelancestry.com.Marguérite en haar echtgenoot Constant met hun jongste zoon Coenraad liggen begraven op begraafplaats Den en Rust, Frans Halslaan in Bilthoven (Utrecht). Bron: Online-begraafplaatsen.nl. |
Ingezonden brief in De Tijd : Godsdienstig-Staatkundig Dagblad door jhr. Johan Bosch van Drakestein
Origineel fragment artikel | Uitgeschreven tekst |
Ingezonden Stukken De Jachtwet De jachtwet, die steeds het behandelen niet waard scheen en die Tydeman - helaas ontslapen - als voorvechter telde, komt ineens voor de proppen. 't Duldt geen uitstel meer. Ja vóór haar democratiseering zijn nu reeds maatregelen genomen, en wei in den vorm van de uitbreiding der bijzondere schietvergunningen. Ik vernam uit zeer goede bron uit Gelderland, dat aldaar nu, vergunning is gegeven tot het schieten van ...... hazen; die zijn er overvloedig naar 't schijnt. Ik voor mij, die aldaar vele jachtrivieren doorkruiste, heb zulks nooit bemerkt, integendeel; toch loopen de hazen er ..plentv", evenals te Moergestel (N.-Br.) | |
(Zie ,,Huizengezin'' en ,,Floralia'' , half April meen ik). 't Is omgehoord ! Over eenige jaren wordt de wildstand hier, gelijk in Zuid-Frankrijk. In Tarascon hield het plaatsje, toen ik er in 1906 was een groot feest en had de schooljeugd vrij af; een burger had den dag te voren... één haas geschoten; 't was in geen jargon het geval geweest. Vroeger reeds waren personen met buitengwonen machtigingen moielijk te bekeuren, als zij buiten hun boekje gingen, hetgeen steeds het geval was; en daarom is er van meerdere zijden steeds op aangedrongen hiertoe betrouwbare personen, door den Commissaris der Koningin in de provincie te benomen, aan te stellen. Als motto tegen de jacht is gekozen : grooter graanproductie. Prachtig gevonden ! Doch laat ons de zaak een kalm beschouwen. De jacht is geen standsvermaak meer. want niet alleen jaagt de O. W. ër, doch een ieder ziet tegenwoordig te jagen als is het op een paar bunders. | |
In mijn buurt jaagt een loodgieter, een strooper, een stalhouder, een touwslager, een herbergier, een kiezentrekker, alle eerzame menschen, wien ik dat genoegen niet misgun, ofschoon het een keerzijde heeft. Zij drijven de pachten hoog op en het gevolg hiervan is, dat deze lieden waar voor hun geld wenschen, alles schieten, niets sparen, en in een minimum van tijd is zoo'n jachtrivier uitgemoord. | O.m. is de haas bevorderlijk voor de rogge, die vreet hij af vóór den winter en remplaceert hier te lande de koppels varkens, die de Hannoversche boeren voor dat doel in het najaar op hun roggevelden jagen n.l. ter uitstelling der rogge. Toen in 1914 't jachtbedrijf onder nul daalde was zulks voor ons land een schadepost van 1/2 ton (jachtakten, wildverkoop jachtpartijen met hun nasleep enz,) daar honderden lieden van dat bedrijf leven daar heeft de oningewijde geen flauw begrip van. De voorzitter van Nimrod zeide onlangs terecht: ,,Wij jagers, worden nooit gekend, er worden in Den Haag maatregelen genomen, zonder dat ooit de Ministers zich gewaardigden om ons te hooren. Wij vragen niets liever dan om meegaande te zijn. Onze lichamen Ninrod en Jagersvereeniging zijn hiertoe bereid. '' Zoover de voorzitter. Nog nooit hoorde ik een boer over wild klagen want, hoe meer wild hoe hooger pacht, dat weet hij drommels goed en hooge wildschade bekomt de slimmerd ook niet, als er geen wildstand is. Met wildschade komt hij altijd uit, dan bezaait hij zijn akker maar voor de helft en de hazen enb fazanten zijn schuld van het misgewas, en hoe zulks na te gaan? Demotiseering en geld voor de schatkist is op heden te leuze. Laat hem toch het Duitsche systeem volgen. |
Verpachting door gemeenten van de jachtgronden(alleen bezitters van honderd Hectaren aan één behouden hun jachtrecht) voor zes jaar. Ieder ingezetene krijgt zijn deel der opbrengst naar zijn aantal Hectaren bezit, na aftrek den in die gemeenten te betalen belastingen. Dan zou mijns inziens, niet misplaatst zij verhooging der jachtakten tot vijftig gulden en de bijzondere machtigingen te stellen op vijf en twintig gulden. Met moorden zit echter in de lucht en ik vrees, evenals de vogelbeschermers, deze slikken het al, dat Hubertus' zonen en een bittere pil te slikken krijgen. Een wassen neus is de vogelwet, Vraagt het den heer Drijver maar. Op verval is op heden alles gericht. Onze schoone bosschen, onze vogels, ons wild, alles wat vreugde geeft! BOSCH van DRAKESTEIN van Nieuw-Amelisweerd, Bunnik. |
Jhr. René Paul Ignace Ghislain Bosch van Drakestein
Marie-Anna Jacqueline Brouwers
Jhr. René Paul Ignace Ghislain Bosch van Drakestein (zoon van Johannes). Hij werd geboren op 20 december 1904 in Houten. René trouwde in april 1955 in Beesel met Mevr. Marie-Anna Jacqueline Brouwers. Zij kwam tussen 17 en 19 maart 1955 op het landgoed wonen. |
Mevr. Marie-Anna Jacqueline Brouwers - Bosch van Drakestein werd geboren op donderdag 16 oktober 1924 te Beesel, Limburg. Zij overleed op dinsdag 18 februari 2020, op 95 jarige leeftijd. Ze is begraven op de familiebegraafplaats Onze Lieve Vrouwekerkhof bij de Rooms Katholieke Carolus Borremeuskerk te Soesterberg op maandag 24 februari 2020. |
Marie was ruim 45 jaar de douairière (weduwe van Jhr. René). Met alle aangetrouwde personen van de Ghislaines kwam er in het jaar 2020 een einde aan drie en vijftig jaar meerdere generaties, die betrokken zijn geweest bij de verkoop van het Landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964 aan de gemeente Utrecht. |
Het echtpaar kreeg een zoon. Jhr. Jean-Marie Maurice François Ghislain Bosch van Drakestein is geboren op 17 maart 1956 in huize Nieuw-Amelisweerd te Bunnik. | Hun tweede zoon Jhr. René Ghislain Marie Paul Nicolas Bosch van Drakestein werd geboren eind maart 1957. |
René was rentmeester van landgoed Nieuw Amelisweerd en Oud Amelisweerd, fruitteler en jager. Bron: Online-begraafplaatsen.nl. |
René was na het overlijden van zijn vader Johannes tezamen met zijn broers en zussen de beheerder van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. Als rentmeester over het landgoed beheerde hij het bos en runde het fruitbedrijf. Ook ging hij regelmatig op jacht. |
Sinds de jaren veertig van de twintigste eeuw had René ook het beheer over landgoed Oud Amelisweerd. Het beheer voerde hij uit voor de familie Bosch van Oud Amelisweerd. René deed dit, omdat hij al permanent op Nieuw-Amelisweerd woonde en de situatie en de omgeving goed kende. De laatste in familielijn die landgoed Oud Amelisweerd in eigendom had, was jkvr. Maria Thérèse Bosch van Oud Amelisweerd. Zij trouwde op 20 april 1922 met Felix Hubert Maria Michiels van Kessenich. |
De familie woonde na de Tweede Wereldoorlog niet meer op Landgoed Oud Amelisweerd. |
Het huis komt dan vier jaar in beheer van de Stichting Oud Amelisweerd. Deze Stichting wist te voorkomen, dat bij de boedelverkoop van de meubels van de laatste bewoonster, niet het zeldzame Chinese behang per opbod verkocht werd. |
Voor die tijd had de gemeente Utrecht al het landgoed Rhijnauwen weten te verwerven in 1919-1920. |
Van 1772 tot 1933 woonde de familie Strick van Linschoten van Rhijnauwen op landgoed Rhijnauwen. René woonde vanaf midden twintigste eeuw met zijn gezin en zijn zus Jkvr. Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein en haar man Jhr. Reyndert Wittert van Hoogland op Nieuw-Amelisweerd. |
Jkvr. Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein
|
Jkvr. Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein werd geboren op 1 september 1907 te Huize Groenewoude in de gemeente Houten. Zij overleed op 17 mei 1989 in Valkenswaard (Noord-Brabant) en werd 81 jaar. Op 18 mei 1932 trouwde Jkvr. Jeanne Monica Ghislaine Bosch van Drakestein op 24 jarige leeftijd met Jhr. Reyndert Willem Carel Godard Adriaan Wittert van Hoogland. Hij is geboren op 1 januari 1906 in 's-Gravenhage (Zuid-Holland) en is overleden op 19 november 2004 in Valkenswaard (Noord Brabant). Hij werd 98 jaar. Functies van Reyndert: Oud-chef Vliegdienst K.N.I.L.M. in Batavia, Oud-hoofdinspecteur K.L.M. en oud-commandant op de vliegbasis Twente (Luitenant Kolonel Vlieger). Bron: Genealogieonline.nl. |
Het echtpaar kreeg 5 kinderen: B. Jhr. Lodewijk Everard Reyndert Godart Wittert van Hoogland, geboren op 26-11-1934 te Utrecht. C. Jkvr. Reyndert Monica Lucia Christina Wittert van Hoogland, geboren op 01-07-1936 te Utrecht. Overleden op 13 juni 1999. Zij werd 62 jaar. |
D. Jkvr. Reyndert Wilhelmina Renee Yvonne Maria Wittert van Hoogland, geboren op 20-01-1938 te Utrecht. E. Jkvr. Ghislaine Genevieve Marie Wittert van Hoogland, geboren op 18-09-1941 in Batavia. Bron: Historischcentrumleeuwarden.nl Parenteel van Cammingha, Pieter van (Heer van AMELAND/grietman Leeuwarderadeel en Tietjerksteradeel/olderman van Leeuwarden/als Pieter Kaminga op de lijst van edelen van Leeuwarderadeel op 05-01-1505) en Genealogieonline.nl. Jeanne Monica en haar echtgenoot Reyndert en hun oudste dochter Monica Lucia liggen begraven op de R.K. Begraafplaats aan de Christiaan Huijgenslaan te Soesterberg, Utrecht. Bron: Online-begraafplaatsen.nl. |
Vanaf midden jaren zestig besloten de Ghislaines hun landgoed ook te verkopen aan de gemeente Utrecht. Waarschijnlijk zal één van de redenen zijn geweest dat de meeste van de kinderen van Ludovicus al ruim in de zestig waren in die tijd. René was tezamen met zijn broers en zussen tussen 1900 en 1910 geboren. De laatste reden was ook dat de gemeente Utrecht zat te azen op het laatste stuk grondgebied aan de oostkant van de stad. Voor het jaar 1954 behoorde de Lanen van Nieuw-Amelisweerd toe tot het grondgebied van de gemeente Houten, Oud-Wulven/Maarschalkerweerd. Vanaf 1 janauri 1954 werd om de stad een grote grond annexatie uitgevoerd. Zo werd het noordelijk deel van de gemeenten Jutphaas en Houten bij Utrecht gevoegd. Tevens werd de gemeente Zuilen opgeheven en ook bij de stad gevoegd. Utrecht wilde voor die tijd al heel graag uitbreiden naar de oostkant. Maar werd hierdoor ook belemmerd door het ministerie van Oorlog. |
De vier Lunetten op de Houtense Vlakte die liggen aan de Koningsweg en het Houtensepad hadden vanaf de negentiende eeuw tot midden twintigste eeuw te maken met de Verboden Kringen Wet. In deze wet stond dat erin van dat soort kringen rondom forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet, nauwelijks tot beperkt gebouwd mocht worden. Voor het geval de vijand uit het oosten kwam moest het landschap leeg gemaakt worden qua huizen en bosschage, zodat er een ruime vlakte was om de vijand te beschieten of te zien aankomen. |
Gemeente Utrecht was al in de jaren dertig voor de Tweede Wereld Oorlog in gesprek met het ministerie van Oorlog om verdere uitbreiding aan de zuidoost kant van de stad te verwezenlijk. In de omgeving van de Gansstraat en Koningsweg in Utrecht Tolsteeg. |
In de diverse dossiers die zijn opgebouwd over de aankoop van het landgoed staat te lezen dat Nieuw-Amelisweerd werd aangekocht door de gemeente Utrecht in het kader van de volkshuisvesting. Iets was in die jaren daarna niet echt is gebleken, omdat er bijna geen huizen op het grondgebied van het landgoed werden gebouwd. Wel werd de rijksweg A27 erop aangelegd vanaf 1982. Dit leverde zeer veel protest op. Tot op heden wordt door groenwerkers van de gemeente Utrecht, die werken op de landgoederen, Maria Bosch van Oud Amelisweerd genoemd als de 'Freule'. |
Verkoop Landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964
Landgoed Nieuw-Amelisweerd in 1964 vlak voor de gemeente Utrecht het landgoed voor 2,5 miljoen gulden van familie Bosch van Drakestein (Ghislaine) kocht met alle percelen en vastgoed. De rode vlakken waren de landerijen, die in het bezit van de gemeente Utrecht waren. De groene vlakken werden aangekocht van de familie. |
Landgoed Nieuw-Amelisweerd
verkoop aan de gemeente Utrecht
Hypotheek 4 overschrijving van familie Bosch van Drakestein aan de gemeente Utrecht op maandag 27 april 1964 ten overstaan van de Utrechtse notaris Joost Hofstede.
Bewaring (hypotheekkantoor) Utrecht, Dagregister Deel 225, Nr. 1794, 1983/125, 171. |
Heden, de ZEVEN EN TWINTIGSTE april negentienhonderd vier en zestig, verschenen voor mij, JOOST HOFSTEDE, notaris ter standplaats UTRECHT, in tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen: |
I. a. de Hoogwelgeboren Heer Jonkheer René Paul Ingnace Ghislain BOSCH VAN DRAKESTEIN, rentmeester, wonende te Bunnik op de Ridderhofstad "Nieuw-Amelisweerd"; b. de Hoog welgeboren Heer Jonkheer LOUIS INGNACE CORNELLE GHISLAIN MARIE BOSCH VAN DRAKESTEIN, Reserve-Majoor der Cavalerie, wonende te Huis ter Heide, Ruysdaellaan 7'; c. De Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Doctorandus MAURICE AUGUSTE MARIE GHISLAIN BOSCH VAN DRAKESTEIN, secretaris van de Vereniging "Het Grondbezit, wonende te Utrecht, Stadhouderslaan 21, volgens hun verklaring ten deze handelende: |
A. voor zich, en B. in hun hoedanigheid van lasthebbers van: 1. de hoogwelgeboren Heer Jonkheer HENRI ALEXANDER GHISLAIN THEODORE BOSCH VAN DRAKESTEIN, zonder beroep, wonende te Breda, Baronielaan 262; 2. De Hoogwelgeboren Vrouwe Jonkvrouwe YVONNE CAROLINE MARGUéRITE MARIE GHISLAINE BOSCH VAN DRAKESTEIN, President of the Ladies of the Grail, wonende te London. Waxwell Farm House 125 Waxwell Lane, Pinner Middlosex, ongehuwd, 3. De Hoogwelgeboren Vrouwe Jonkvrouwe JEANNE MONICA GHISLAINE BOSCH VAN DRAKESTEIN, zonder beroep, wonende te 's-Gravenhage, Benoordenhoutseweg 92, buiten elke gemeenschap van goederen gehuwd met jonkheer Meester Reijndert Willem Carel Godard Adriaan Wittert van Hoogland; 4. de Hoogwelgeboren Vrouwe Jonkvrouwe CAROLINE BEATRICE MARIE GHISLAINE BOSCH VAN DRAKESTEIN, zonder beroep, wonende te Vught (Noord-Brabant), Loonsebaan 127, buiten elke gemeenschap van goederen gehuwd met Jonkheer Meester Everard Willem Jacob van Weede van Dijkveld; 5. de Hoogwelgeboren Vrouwe Jonkvrouwe MARGUÉRITE MARIE MATHILDE OCTAVIE GHISLAINE BOSCH VAN DRAKESTEIN, zonder beroep, wonende te London, South-West 7- Hyde-Park Gate 38, buiten elke gemeenschap van goederen gehuwd met de heet Meester Constant Baron van Boetzelaar. Blijkende van gemelde lastgevingen op de comparanten uit een onderhandse akte van volmacht, welke, na vooraf door de comparanten-lasthebber in tegenwoordigheid van mij, notaris, en de nat te noemen getuigen te zijn voor echt erkend en ten blijke daarvan door hen allen getekend te zijn, aan de minuut is gehecht. |
II. de heer Teunis Harteveld, wethouder van Openbare Werken en Volkshuisvesting der gemeente Utrecht, wonende te Utrecht volgens zijn verklaring als zodanig te dezen optredende als gemachtigde van de Burgemeester der Gemeente Utrecht, overeenkomstig artikel 78 der Gemeentewet, krachtens diens aan deze minuut gehechte opdracht van VEERTIEN april negentienhonderd vier en zestig de GEMEENTE UTRECHT vertegenwoordigende en voorts als zodanige handelende ter uitvoering van het besluit van de Gemeenteraad van Utrecht van dertien februari negentienhonderd vier en zestig, nummer 805 O.W., goedgekeurd door de Gedeputeerde Staten der Provincie Utrecht, op acht april negentienhonderd vier en zestig derde afdeling nummer 411 B/982. |
De comparanten sub I, voor zich en in hun gemelde hoedanigheden verklaarden te hebben verkocht en bij deze in eigendom over te dragen aan de GEMEENTE UTRECHT, voor welke gemeente de comparant sub II in zijn gemelde hoedanigheid verklaarde te hebben gekocht - voor wat een gedeelte ter grootte van ongeveer vijf en zestig hectaren betreft, ter uitvoering van het uitbreidingsplan in hoofdzaak Maarschalkerweerd in het belang der Volkshuisvesting - en bij deze in eigendomsoverdracht aan te nemen: |
het gehele onder de gemeenten Utrecht en Bunnik gelegen landgoed "NIEUW-AMELISWEERD", liggende ten oosten van de Koningsweg en de onroerende goederen liggende ten westenn van de Koningsweg waaronder begrepen Huizen "Groene Woude" een en ander kadastraal bekend als: I. gemeente Utrecht, sectie O nummers 176, 238, 239, 240, 241, 206, 259, 262, 263, 194, 245, 273, 151, 152, 153, 154, 282, 156, 324, 339, 243, 255, 257, 258, 261, 175, 195, 284 en 323, tezamen groot zeven en vijftig hectaren negentien aren en zestien centiaren. II. gemeente Utrecht, sectie O nummer 2, groot zeven hectaren negen en dertig aren en twintig centiaren, met uitzondering evenwel van wat gedeelte van gemeld kadastrale nummer, ter grootte van zes aren en dertig centiaren, hetwelke is verkocht aan de Provincie Utrecht, blijkens koopakte op negentien november negentienhonderd negen en vijftig verleden voor de Amsterdam standplaats hebbende notaris Jonkheer P.A.A.H. Graafland, bij afschrift overgeschreven ten hypoheekkantore te Utrecht op twintig november daaraanvolgens in deel 1638 nummer 14. III. gemeente Bunnik, enzovoort. |
Gemelden onroerende goederen door de comparanten en de lastgevers sub I genoemd verkeregn uit de nalatenschappen van hun ouders, de heer Jonkheer Jean Louis Paul Bosch van Drakestein (overleden te Bunnik en op negen november negentienhonderd negen en twintig) en Jonkvrouwe Lucie Adéle Cornelia Maria Serraris (gewoond hebbende te Huis ter Heide, provincie Utrecht en overleden te Zwolle op negen augustus negentienhonderd twee en vijftig). De comparanten verklaarden dat deze verkoop en koop is geschied voor een totale koopsom van TWEE MILLIOEN VIJFHONDERD DUIZEND GULDEN (in welk bedrag het door de Gemeente Utrecht in het belang van de Volkshuisvesting aangekochte gedeelte is begrepen voor een som van EEN MILLIOEN VIJFHONDERD ZESTIG DUIZEND GULDEN, welke totale koopsom door de Gemeente Utrecht is bepaald, waarvoor haar bij deze kwijting wordt verleend en voorts onder de navolgende: |
BEPALINGEN EN BEDINGEN: 1. Alle rechten en kosten waartoe deze koopovereenkomst en de juridische levering van het gekochte aanleiding zullen geven zijn voor de rekening van de Gemeente Utrecht. Onder, enzovoort. 2. De Gemeente Utrecht aanvaardt het gekochte deels in eigen gebruik, vrij van huur en pacht, echter met inachtnemingen van het onder 11 bepaalde, deels in genot onder de gestanddoening van de thans lopende huur- en jachtovereenkomsten. Net, enzovoort. 3. Alle baten en lasten van het gekochte, met uitzondering van onder 11 vermelde, zijn vanaf heden voor rekening van de Gemeente Utrecht. 4. Het gekochte gaat op de koopster in volle eigendom over met alle ertoe door aard of bestemming behorende zaken en de eraan verbonden rechten, lasten, heersende en lijdende erfdienstbaarheden, geheel zoals het aan de verkopers heeft toebehoord, in de staat waarin het zich thans bevindt, vrij van hypothecaire inschrijvingen en beslagen en met uitdrukkelijke uitsluiting van iedere andere vrijwaring dat die wegens uitwinning. 5. Over- of ondermaat van het gekochte geeft geen aanleiding tot enige vordering. 6. De verkopers dragen aan de Gemeente Utrecht over alle rechten en vorderingen die verkopers terzake van het verkochte kunnen doen gelden jegens vroegere eigenaren of derde, terwijl de Gemeente Utrecht op zich neemt alle verplichtingen jegens vroegere eigenaren of derden, die terzake van het gekochte op de verkopers rusten en die laatstgenoemden verplicht zijn aan opvolgende eigenaren op te leggen 7. De Gemeente Utrecht is verplicht het gekochte, dat thans gedeeltelijk als landgoed in de zin van de Natuurschoonwet 1928 is aangemerkt, als zodanig in stand te houden, geen opstaand hout te vellen dan volgens de regels van normaal bosbeheer noodzakelijk of gebruikelijk is en er zorg voor te dragen dat het gekochte het karakter van het landgoed in de zin van genoemde wet niet verliest en geen der gevallen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a, b, c en d, dier wet zich voordoet. 8. De Gemeente Utrecht vrijwaart de verkopers voor alle navorderingen als gevolg van het eventueel eindigen van het rangschikking van het landgoed onder de Natuurschoonwet 1928, zullende de Gemeente Utrecht deze navorderingen, indien zij opeisbaar zijn geworden, ten behoeve van de verkopers aan de ontvanger der belastingen voldoen, onverlet het recht der Gemeente Utrecht op deze navorderingen te bestrijden. 9. Bij verkoop of andere eigendomsovergang van het gekochte of een gedeelte daarvan, is de Gemeente Utrecht verplicht zodanige bepalingen te maken inde op te maken akte, dat de nakoming door de opvolgende verkrijgers van het hiervoor sub 7 en 8 bepaalde ten opzicht van de verkopers verzekerd is. 10. De ingevolge het sub 7, 8 en 9 bepaalde op de Gemeente Utrecht rustende verplichtingen eindigen tegelijk met de termijnen voor het opleggen van navorderingen uit dezen hoofde bij de wet gesteld. 11. De verkopers zijn gerechtigd op het verkochte hun fruitbedrijf voor hun rekening en risico te blijven uitoefenen en alle handelingen, een normale bedrijfsvoering en het oogsten betreffende, uit de voeren of te doen uitvoeren tot een november negentienhonderd vier en en zestig. 12. Verkopers stellen, voor zover nodig, bekend dat de verplichting tot onderhoud van het Jaagpad langs de Kromme Rijn door afkoop is overgenomen door de Provincie Utrecht; voorts dat zich over en in het gekochte kabels bevinden van de Provinciale Utrechtse Electriciteits Maatschappij, het Departement van Defensie en het Staasbedrijf der Posterijen, Telegrafie- en Telefonie. 13. Het genot van de jacht op het gekochte zal terstond na deze eigendomsoverdracht voor zes jaren en met voorrang voor latere continuatie aan de drie comparanten in privé, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, worden verhuurd tegen een een prijs van DRIEHONDERD VIJF EN ZEVENTIG GULDEN per jaar en voorts onder de te dezen gebruikelijke bepalingen. 14. De, enzovoort. 15. Partijen doen afstand van het recht van ontbinding, voortvloeiende uit de artikelen 1302 en 1303 van het Burgerlijke Wetboek. 16. De wettelijke levering van het bij deze verkochte aan de koopster zal zonder de verder medewerking van de verkopers geschieden door uittreksels dezer akte te doen overschrijven in de daartoe bestemde openbare registers ten Hypotheekkantore te Utrecht en Amersfoort. |
Tenslotte verklaarden de verkopers dat de Grondkamer in de Provincie Utrecht ten aanzien van het bij die verkochte, bij haar besluit van achttien maart negentienhonderd vier en zestig heeft verklaard, dat verkopers een ernstige reden hebben om niet aan pachters te verkopen. Voor de onderhavige verkoop en overdracht is aan algemeen vergunning verleend door de "Nederlandsche Bank N.V.", blijkens Deviezenbekendmaking 5/61. Tot alle gerechtelijke gevolgens dezer verklaarden de comparanten domicilie te kiezen als volgt: der comparantansy I, handelende als gemeld, ten kantore van de notaris-bewaarder dezer minuut en de comparant sub II voor de Gemeente Utrecht ten stadhuizen van Utrecht. De comparanten zijn mij, notaris, bekend. Waarvan akte. Gedaan en verleden te Utrecht, op datum als in de hoofde dezer gemeld, in tegenwoordigheid van de heer Johannes Hendrikus Hermanus Jansen, gemeentebode, wonende te Utrecht, als getuigen. Onmiddelijk na voorlezing van de minuut is zij ondertekend door comparanten, de getuigen en, mij notaris getekend: R. Bosch van Drakestein, L. Bosch van Drakestein, M. Bosch van Drakestein, Harteveld, J.v.d. Ham, J.H.H. Jansen, J. Hofstede, notaris. |
UITGEGEVEN VOOR WOORDELIJK GELIJKUIDEND UITTREKSEL. getekend: J. Hofstede, notaris. |
Ondergetekende: Joost Hofstede, notaris te Utrecht, wonende aldaar, verklaart, dat dit stuk eensluidend is met het ter overschrijving aangeboden stuk. Utrecht, 27 april 1964 J. Hofstede |
/ ondergetekende: Gerard Jan Johannes Drenth notarieel student, wonende te Utrecht, als mondeling gemachtigde van partijen, verklaart er in toe te stemmen dat de overschrijving in de openbare registers geschiedt overeenkomstig vorenstaand uittreksel, Utrecht 27 april 1964. / Bijvoeging vier en dertig woorden en zes cijfers goedgekeurd. / getekende G.J.J. Drenthe bijvoeging twee woorden en drie letters goedgekeurd. |
Bron: Het Utrechts Archief, T1294, invt. 7983 (1783), 1964 april 17-1964 april 29 1783/125 27-04-1964 aankoop door de gemeente Utrecht van het landgoed Nieuw-Amelisweerd. |
Exploitatie- en jaarrekening van Landgoed Nieuw-Amelisweerd
In het voorjaar van 2019 heeft Stichting Houtense Hodoniemen via een veilingwebsite stukken uit het familiearchief van Bosch van Drakestein Ghislaine weten aan te kopen. Het betreft twee kaartjes van het landgoed tussen Utrecht aan de westkant (links) met in het midden het Houtense Maarschalkerweerd/Oud-Wulven en (rechts) in het oosten de gemeente Bunnik en Vechten/Rhijnauwen. Een kaartje is origineel zoals je hieronder ziet. Het tweede kaartje is van overtrekpapier en laat het eerste kaartje zien, maar dan met potlood ingetekende lijnen. |
Bij de aankoop zat een geschreven exploitatierekening met toelichting en een jaarrekening betreffende het jaar 1953, met daarin de pachten van opbrengst en andere vaste lasten. Tevens aan het eind erin opgemaakt de Winst en Verliesrekening. De kaartjes en documenten werden geschreven en opgemaakt door de rentmeester van Nieuw-Amelisweerd, Jhr. René Bosch van Drakestein. |
De oranje U letters verwijzen naar het Sectie gedeelte van Kadastraal Utrecht. Het grondgebied dat in 1954 bij Utrecht ging horen, voordat deze bij het grondgebied van Houten toe behoord had. |
Stempel van familie Bosch op de achterkant van het kaartje. Diverse archiefstukken in de 20ste eeuw werden door de familie Bosch gestempeld met hun naam. Zowel van de Drakestein Nieuw-Amelisweerdse tak als de Bosch van Oud Amelisweerd tak. In Het Utrechts Archief zijn nog stukken te vinden bestempeld door leden van de Oud Amelisweerdse tak. |
In de 'Medelingen van het Dagelijks Bestuur' van Nieuw-Amelisweerd wordt over het jaar 1953 het volgende geschreven:Dat er sinds de zomer van 1952 vijf familie bijeenkomsten zijn geweest met notaris Graafland. Dat buitenstaanders onder U des te meer rede afvragen, waarom zij van enige bericht gespeend zijn gebleven. Over de kwestie die momenteel in het brandpunt van de belangstelling staat het lot van Nieuw-Amelisweerd. Echter waren erop dat moment geen nieuwe ontwikkelingen te vertellen. |
Konden ze op de vorige familievergadering nog mededelingen doen over de verhuur of eventuele verkoop met Veilig Verkeer (Heren Roëll en Wijngaarden van Rees (W. v. R.). Sinds die tijd waren we in gesprek met de notaris en W. v. R.. Van Rees gaf aan dat hij eerst een begroting moest maken voor de eventuele verbouwing en inrichting (met centrale verwarming) van het landhuis. De begroting moest opgemaakt worden, voordat Van Rees budget kon aanvragen bij de Koninklijke in Engeland om daar een poging te wagen het benodigde geld los te krijgen. Begin december zouden we hierover bericht krijgen. Alleen hebben we dat tot op heden niet ontvangen. Via de notaris en later via een advertentie in Elsevier werden andere bronnen aangeboord. Ook met deze reflectanten voerden we gesprekken. Tot een bod en dus tot een rede om u in te lichten is het nog steeds niet gekomen. | Van een serieuze reflectant, een zekere Muntz uit Rotterdam, verwachten we per 31 mei een bod. Zo staan nog steeds de zaken op Nieuw-Amelisweerd. |
Nieuw-Amelisweerd1. PachtenIn december jl. ontvingen de Grondkamers richtlijnen waarin de normen voor de hoogste toelaatbare pachtprijzen aanzienlijk werden verhoogd. Door Woutje werd per 1 Mei herziening van de pachtcontracten van Zomer en Van Wiggen aangevraagd en hoewel de officiele uitslag herziening nog niet is ontvangen, kan er wel op worden gerekend, dat beiden samen ruim F. 2500,- meer pacht zullen moeten gaan betalen. 2. Opbrengsten fruitDeze was in totaal rond F. 2000,- lager dan in 1952. Volgens mededelingen van Wout, heeft de koelcelvoorraad in 1953 een zeer behoorlijke prijs opgebracht en belooft ook 1954, vooral daar enige nieuwe stukken (land v. Zomer) nu gaan opbrengen, een goed jaar te worden. 3. HoutDeze post is ruim F. 7000,- hoger dan in 1952. Dat jaar was uitzonderlijk laag, omdat er geen grienden gehakt waren. Ook 1954 zal weer een behoorlijke opbrengst geven, daar een aanzienlijk aantal kaprijpe reuzen het veld moesten ruimen voor reeds ingepote jeugd (uit eigen kweek). Zeeland 4. PachtOok hier konden we de pachtcontracten aanzienlijk worden verhoogd. Stallaert kwam van F. 4500,- op F. 6000,- en de rest van F. 4550,- op F. 6250,-. In het voorjaar werd door Louk en Wout een inspectie langs het Zeeuws bezit gemaakt en in overleg met rentmeester Staal konden enige nodige voorzieningen (voortvloeiend uit de watersnood 1953) worden geregeld. | Algemeen 5. Opbrengst effectenDit betreft de opbrengst van vóór de verdeling. Inmiddels heeft Louk de familieportefeuille, die hij destijds met lede ogen zag plunderen, weer tijdelijk kunnen vullen met van de belasting terugontvangen gelden. |
6. Taxatiekosten Nieuw-Amelisweerd en ZeelandDit betreft de taxatie door Staal en de commissie Grijns ten behoeve van de successie (conform het advies van de notaris op de laatste familie vergadering). BelastingenIn de belastingzaken begint een klein beetje schot te komen. Per 1 april 1954 had Louk definitieve aanslagen (waarop overigens weer bezwaarschriften zijn ingediend) tot een bedrag van F. 14.000,- gekregen. |
Toelichting op de Mededelingen volgens SHH:Na het overlijden van Jhr. Johannes Bosch in 1929 woonde zijn weduwe Jkvr. Lucie Adèle Cornélie Marie Serraris tot 1951 met haar kinderen in het landhuis Nieuw-Amelisweerd. Uit de vertrek- en inkomens staten van de gemeente Bunnik is op te maken, dat diverse leden van de familie regelmatig vertrokken of weer kwamen inwonen in het landhuis. Lucie vetrok op 12 april 1951 uit het landhuis, waarna ze naar Zeist verhuisden om aan de Ruysdaellaan 7 te Huis ter Heide te gaan wonen. In 1952 te Wassenaar kwam ze te overlijden. In punt 5 van de Opbrengsten Effecten maakt de familie Bosch duidelijk dat na het overlijden van Lucie de verdeling van de diverse roerende goederen van het huis in 1952 in gang is gezet. De Belastingdienst was zoals het staat beschreven in punt 6 niet mals in de te innen successie na het overlijden van Lucie met daarbij de taxatiewaarde van Nieuw-Amelisweerd en de onroerende goederen in Zeeland. Ook is duidelijk op te maken, dat de broers en zussen na het overlijden van hun moeder waren begonnen het Landgoed Nieuw-Amelisweerd te verkopen na ruim 22 jaar van familiebeheer (1929-1951). Toch zou het nog tot 1964 duren, voordat het landgoed aan de gemeente Utrecht zou worden verkocht. | Het komt erop neer, dat na ruim 35 jaar er een einde kwam aan het familie bezit Bosch van Drakestein Ghislaine van Nieuw-Amelisweerd. In totaal had de familie Bosch het landgoed Nieuw-Amelisweerd ruim 153 jaar in bezit gehad (1811-1964). |
Landgoed Oud Amelisweerd werd in 1951 verkocht aan de gemeente Utrecht. Vermoedelijk dat Jkvr. Maria Thérèse Bosch van Oud Amelisweerd al zag dat haar vroegere buurvrouw naar Zeist vertrok en haar kinderen het landgoed Nieuw-Amelisweerd te koop zetten in hetzelfde jaar. Het is nog niet duidelijk, waarom het nog ruim 13 jaar heeft geduurd voordat de gemeente Utrecht de portemonnee trok en ook Nieuw Amelisweerd kocht voor 2,5 miljoen gulden. Dat moeten we nog uitzoeken. |