Naambetekenis
In Nederland waren twee adellijke takken Van Brienen. Een Wageningse tak en aagse/Wassenaarse tak. Het tot nu nooit bewezen dat deze twee familie takken gerelateerd waren aan elkaar. |
Van Brienen
De familienaam is afkomstig van het Duitse stadje Brienen gelegen in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen in het westen van Duitsland. Bij de grens met Nederland, gelegen ten zuidoosten van de Nederlandse dorpen Lobith en Spijk en ten noorden van de Duitse stad Kleef. De plaatsnaambetekenis van de naam Brienen of zoals in vakjargon gezegd de toponymische betekenis van Brienen is vermoedelijk het oud Duits voor: vestigingsplaats bij de nieuw gegraven haven. Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt kocht op dinsdag 4 december 1781 ten overstaan van Haagse notaris Johannes Ebbe de ambachtsheerlijkheid De Groote Lindt aan, gelegen in Zwijndrecht vlakbij Rotterdam en Dordrecht. Vanaf toen ging Willem Joseph als Heer van De Groote Lindt zich noemen als zijnde Van Brienen van de Groote Lindt. |
Wapen de De Groote Lindt
In de regio van Zwijndrecht zijn de kleine ambachtsheerlijkheden De Kleine-, en De Grote Lindt gelegen. De bedijking van de Zwijndrechtse Waard werd in 1331 in gang gezet door Hendrik van Brederode. Hij bepaalde dat iedereen die meer dan 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, deze de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard zou krijgen. Hierop besloot een achttal personen de bedijking te financieren. Zij kregen daarop allen 1/8 deel van de waard in leen. |
Deze 8 personen waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heer Oudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen Ambacht verkreeg en tenslotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd. Waar het wapen vandaan komt is niet duidelijk. De drie kruisjes zouden duiden op een relatie met Strijen. Al voor de bedijking was er sprake van een heerlijkheid ter plaatse. Deze was in bezit van Daniel van de Merwede (een afstammeling van Van Strijen), rond 1200. Zijn afstammelingen noemden zich Van de Lindt en bleven in bezit van de heerlijkheid tot in de 16e eeuw. Het wapen wordt in ieder geval in de loop der 17e en 18e eeuw gevoerd als heerlijkheidswapen. In 1632 stonden er 34 huizen in Groote Lindt. Een eeuw later zijn dat er 52 en een steenplaats, aan de Veersedijk. Bron: swaen.org |
De gemeente werd ook wel 'Groote Lindt en Dortmond' genoemd. Die laatste naam is ook als Dortmondt gespeld geweest. |
Oudere vermeldingen van de Lindt
In 1329 den goede in die Linde, in 1330 in die Linde, in 1475-1476 Duvelkerck et dicitur esse die Lijnde submerse sunt, in 1480-1481 Die Lijnde alias Duvelkerck, in 1573 Lijnde, in 1639 Lynde, in 1846 "de Groote Lindt, ook wel de Groote Lind gespeld en oudtijds Lindekerke geheeten". NaamsverklaringDe nederzetting is genoemd naar de ligging in de polder Groote Lindt, die op zijn beurt is genoemd naar het middeleeuwse riviereiland Linde. Misschien oorspronkelijk een waternaam Linde, ontstaan uit het Germaanse linþja- 'langzaam, zachtjes stromend', verwant met het Nieuwnederlandse lenig en het Middelnederlandse linde 'kalm, zacht, week', vergelijk Linschoten. Een andere verklaring gaat uit van linde 'aanlegplaats', vergelijk het Oudhoogduitse lentî 'landingsplaats' en zie Lent. |
Slechts anecdotische waarde heeft Van der Aa die meent dat de polders hier in het jaar 1331 werden bedijkt en genoemd naar een zekere Van der Linden, de stichter van de kerk in het dorp dat toen Lindekerke werd genoemd. Later werd het ambacht gesplitst in Groote Lindt en Kleine Lindt. 1481 Duvelkerck bevat de waternaam Devel, waarvoor zie Dubbeldam. |
Dat geldt dan kennelijk ook voor deze verklaring op: "Groote Lindt is vernoemd naar N. van de Lindt, een van de acht mensen die na een oproep door Hendrik van Brederode in 1331 een deel van de inpoldering van de Zwijndrechtse waard financierden. Ieder die minimaal 1/16 aandeel van de kosten van de nieuwe waard voor zijn rekening zou nemen, zou de titel Ambachtsheer van een gedeelte van de waard krijgen. De acht personen die daarop reageerden waren: Heer Schobbeland van Zevenbergen, die het gebied rond het huidige Zwijndrecht verkreeg; N. van de Lindt, naar wie de Groote en Kleine Lindt zijn genoemd; Heer Oudeland, naar wie Heer Oudelands Ambacht is genoemd; Jan van Roozendaal, die Heerjansdam verkreeg; Daniel en Arnold van Kijfhoek; Claes van Meerdervoort; Adriaan van Sandelingen, die Sandelingen-Ambacht verkreeg en ten slotte Zeger van Kijfhoek, wiens zoon Hendrik Ido ambachtsheer werd." Bron: plaatsengids.nl/groote-lindt De namen van de ambachtsheerlijkheden De Groote Lindt en De Kleine Lindt stammen af van de oorspronkelijke grote van beide ambachtsheerlijkheden. De letterlijk betekenis van de achternaam Van Brienen van de Groote Lindt is: Van Vestingsplaats bij de nieuw gegraven watergang van De Groote Ambachtsheerlijkheid/zachtjes stromend water? |
Adelverheffing
De stamreeks begint met de uit Amersfoort afkomstige Antonie van Brienen die in 1656 apotheker was in Rotterdam. Diens zoon vestigde zich als geneesheer in Leiden en zijn kleinzoon Wilhelmus (1697-1770) werd in 1732 poorter van Amsterdam en de stichter van de handelsfirma Willem van Brienen & Zoon. Een zoon van de laatste, Willem Joseph (1760-1839) werd op 23 oktober 1811 verheven tot baron de l'Empire door keizer Napoleon, en werd op 9 december 1814 benoemd in de ridderschap van Holland. Op 12 januari 1825 volgde een verlening van de titel van baron bij eerstgeboorte en op 26 oktober 1835 erkenning van de titel van baron op allen. Bron: Wikipedia Van Brienen (I). |
Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt
Arnoud Willem baron van Brienen van Groote Lindt (Amsterdam, gedoopt 5 april 1783 - Den Haag, 26 oktober 1854), heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wezenstein, was een Nederlandse, rooms-katholieke notabele, koopman en politicus. Hij speelde een grote maatschappelijke rol gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw. |
Zijn vader was de politicus Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt, zijn moeder Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk. Hij huwde op 5 maart 1813 met Angelica Louise van Wijckerslooth van Grevenmachern (1795-1816), lid van de familie De Wijkerslooth, met wie hij een zoon en een dochter kreeg. Zij overleed echter in 1816. Hij hertrouwde op 18 mei 1825 met Carolina Francisca Josephina van Brouckhoven van Bergeyck (1802-1846), uit dit huwelijk werden drie zoons en een dochter geboren. |
De oudste zoon Willem Thierrij Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt, ook genoemd Willem Diederik Arnoud Maria, is van alle kinderen het meest bekend geworden. |
Politieke Loopbaan
Twintig jaar lang, van 1820 tot 1840, was Arnoud Willem baron van Brienen kamerheer van koning Willem I, en daarna nog eens negen jaar voor diens zoon koning Willem II. Daarnaast was hij van 20 oktober 1840 tot 13 februari 1849 lid van de Eerste Kamer, lid van de stedelijke raad van Amsterdam van 1822 tot 1851 en lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland van 1849 tot 1850. |
Hij speelde een belangrijke rol bij de stemming over de liberale grondwet van Thorbecke in 1848. Toen de stemmen staakten, werd Van Brienen op het laatste moment door koning Willem II overgehaald om toch voor de grondwetswijziging te stemmen, waarna de nieuwe grondwet aangenomen kon worden. |
Handen en Wandel
De baron, als koopman van de firma Van Brienen & Zoon in Amsterdam woonachtig aan de Keizersgracht en later als politicus in Den Haag wonende te Huize Clingendael op het landgoed Clingendael, kocht in 1839 de buitenplaats Oosterbeek, gelegen ten oosten van Clingendael. In zijn opdracht voltooiden de zoon en kleinzoon van de beroemde landschapsarchitect Zocher de transformatie van het gebied naar een weelderige landschapsarchitectuur. Bron: Wikipedia. |
Familie relaties
Jhr. Eduard (Alard) Pieter Ram van Schalkwijk, gedoopt te Utrecht (RK) (Witte Vrouwen Parochie), 10 mei 1730, volgt zijn vader op als Heer van Weerdesteyn en huurt voor 200 gulden per jaar van baron De Milan Visconti de ridderhofstad Hindersteyn (in 1769). Eduard overlijd te Utrecht op 6 april 1775. Eduard huwt te Haarlem op 2 augustus 1758 met Jkvr. Agatha Margaretha Oem, zij is gedoopt te Haarlem op 12 augustus 1738. Zij is Vrouwe van Sandelingen Ambacht. Agatha werd begraven te Haarlem op 16 december 1804. Zij was de dochter van Cornelis Alardus van Oem (Van Moesenbroeck), heer van Sandelingen Ambacht, en Anna de Kies van Wissen. Uit dit huwelijk komen drie dochters voort A B C: A. Jkvr. Anna Maria Catharina Ram van Schalkwijk. Gedoopt 13 februari 1760 te Haarlem, Noord-Holland -. Erft van haar vader de ridderhofstad Weerdesteyn. Anna Maria overleed op 19 oktober 1828 te Haarlem, Noord-Holland. Zij werd 68 jaar. Zij huwt op 19 april 1785 met Hendrik Jacob van Wijkerslooth (1752-1808). Hendrik Jacob noemde zich vanaf 1785 De Wijkerslooth de Weerdesteyn. |
Uit dit huwelijk komen twee zonen voort AA AB: AA. Cornelius Ludovicus baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn (1786-1851) AB. Franciscus Joannes baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn (1792-1864) B. Jkvr. Margaretha Thimothea Johanna Ram van Schalkwijk. Gedoopt 10 februari 1761 te Haarlem Noord-Holland. Erft van haar vader het bezit Rhodesteyn in Nederlangbroek en de hofdstede De Melkweg in Wijk bij Duurstede. Margaretha overleed op 14 december 1802 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij was toen 41 jaar. Zij huwt op 26 mei 1782 te Haarlem, Noord-Holland met Jhr. Willem Joseph van Brienen van de Groote Lindt (1760-1839). In 1812 wordt Willem Joseph verheven tot baron. Uit dit huwelijk komt een zoon voort: BA. Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854) C. Jkvr. Timothea Maria Ram van Schalkwijk, Vrouwe van Schalkwijk. Zij werd gedoopt op 11 januari 1764. Zij overleed te Haarlem, Noord-Holland op 17 juni 1825. Ze werd 61 jaar. Bron: Genealogieonline.nl en Het Kromme Rijngebied 2010 nr. 2 en 3. |
Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt huwt in het jaar 1813 met Angelica Louisa van Wijkerslooth van Grevenmachern. Zij werd geboren op 24 februari 1795 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij overleed op 29 augustus 1816. Zij was toen 21 jaar oud. Uit dit huwelijk kwam een zoon en dochter voort BAA en BAB: |
BAA. Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Willem werd geboren 5 maart 1814 te Amsterdam, Noord-Holland. Hij overleed op 9 april 1873. Hij werd 59 jaar oud. Willem huwt op 19 oktober 1836 met Ida Charlotta Nicoletta Friin Selby. Zij werd geboren op 25 november 1809 te Kopenhagen, Denemarken. Zij overleed op 16 februari 1845. Zij werd 35 jaar oud. Uit dit huwelijk komt een zoon voort BAAB: |
BAAB. Arnoud Nicolaas Justinus Marie baron van Brienen van de Groote Lindt. Hij werd geboren op 18 juli 1839 te Wassenaar, Zuid-Holland. Hij is overleden op 4 januari 1903 in Op De Middellandse Zee Tussen Italie en Egypte. Hij werd 63 jaar oud. Arnoud Nicolaas huwt voor de eerste keer in 1862 voor de eerste keer met Justina Wilhelmina Adriana barones Rengers. Zij werd geboren op 28 janauri 1841 te Den Haag, Zuid-Holland en zij is overleden op 10 juli 1863 te Den Haag, Zuid-Holland. Uit dit huwelijk komt een dochter voort BAABA: BAABA. Ida Cornelia Maria Adriana barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 20 juni 1862 te Den Haag, Zuid-Holland en ze is overleden op 8 juni 1913 te Den Haag, Zuid-Holland. |
Arnoud Nicolaas huwt voor de tweede keer in 1865 met Marie Louise Ottoline Niagara barones van Tuyll Van Serooskerke. Zij werd geboren op 25 juli 1848 in Niagara te Canada. Marie Louise overleed op 18 augustus 1903 te Wassenaar, Zuid-Holland. Zij werd 55 jaar oud. Uit dit huwelijk komen vier dochters voort BAABB BAABC BAABD BAABE: |
BAABB. Charlotte Marie Louise barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 14 december 1866 te Den Haag, Zuid-Holland en overleed op 18 juni 1948 te Knebworth, Herts, Engeland. Zij werd 81 jaar oud. BAABC. Eleonora Helena Louisa barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 28 janauri 1868 te Den Haag, Zuid-Holland en ze overleed op 25 maart 1931 te Parijs, 75000, Ile-de-France, Frankrijk. Zij werd 63 jaar oud. |
BAABD. Marguérite Mary barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 11 maart 1871 te Den Haag, Zuid-Holland en ze overleed op 22 november 1939 te Den Haag, Zuid-Holland. Zij werd 68 jaar oud. |
BAABE. Blanche Nicolette barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 5 november 1883 te London, Engeland. Titel: Vrouwe van Stad aan het Haringvliet. Zij overleed op 21 april 1974 te Tetbury, Clouc, Engeland. Zij werd 90 jaar oud. Na het overlijden van Blanche Nicolette in 1974 kwam er een einde aan de familielijn van familie Brienen van de Groote Lindt. Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt huwt na het overlijden van Ida voor een tweede keer met Adriana Maria barones van Zuylen Van Nyevelt. Zij werd geboren op 18 februari 1819 te Haarlem, Noord-Holland. Adriana overleed op 13 februari 1892. Zij werd toen 72 jaar oud. |
BAB. Adelaïde Henriette Angélique barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 22 februari 1815 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij overleed op 4 mei 1871 te Luik (België). Adelaïde huwt op 17 september 1835 te Amsterdam, Noord-Holland met Charles Joseph Francois Comte de Mercy d' Argenteau. Charles werd geboren op 16 december 1808 te Parijs, Frankrijk. Hij overleed op 14 mei 1886 te Parijs, Frankrijk. Hij werd 77 jaar oud. In het familiearchief de Mercy d' Argenteau zijn nog vele archiefstukken te vinden over het Kromme-Rijngebied zoals kastelen en oud onroerend goed van de plaatsen, Driebergen-Rijsenburg, Cothen, Wijk bij Duurstede en Langbroek. Zie de website van het Rijksarchief België. Studiezaal Luik: https://search.arch.be/nl/ |
Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt huwt voor een tweede keer op 18 mei 1825 te Beveren, Oostvlaanderen, België met Carolina Francisca Josephina van Brouckhoven Van Bergeyck. Zij werd geboren op 12 augustus 1802 te Brussel, België. Carolina overleed op 13 juni 1846 te Amsterdam, Noord-Holland. Zij werd 43 jaar oud. Uit dit huwelijk komt een zoon en een dochter voort BAC en BAD: BAC. Hendri baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren in 1826 en overleden in 1854. Hij huwt op 20 april 1852 te Brussel, België met Philippine Mathilde Eugénie Marie Ghislaine van der Linden barones d' Hooghvorst. Zij werd geboren in 1833 en overleed in 1903. Uit dit huwelijk kwam een dochter voort BACA: BACA. Marie Caroline barones van Brienen van de Groote Lindt. Geboren en overleden in 1882. |
|
BAD. Angélique barones van Brienen van de Groote Lindt. Geboren in 1833 en overleden in 1921. Zij werd 88 jaar oud. Zij huwt met Simon Gérard Louis Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Simon werd geboren werd geboren in 1832 en overleed in 1891. Hij werd 59 jaar oud. Uit dit huwelijk komen twee zoons en twee dochters voort BADA BADB BADC BADD: BADA. Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Geboren in 1853 en overleden in 1934. Na het overlijden van zijn vader Simon erft Thierry in 1891 alle gronden in de gemeenten Houten, Schalkwijk en Tull en 't Waal van zijn vader. Simon op zijn beurt verkreeg de gronden van zijn schoonvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt in de gemeenten Houten, Schalkwijk, Schonauwen en Tull en 't Waal nadat hij trouwde met Angélique in 1853. |
Na het overlijden van Thierry in 1934 vererven alle gronden in de gemeenten Houten, Schalkwijk en Tull en 't Waal op de dochter Marguerite Gravin d'Alsace, van zijn broer Philippe Graaf d' Alsace. Vanaf 1853 werd de huidige Warinenpoort in de wijk Houten Noordwest buurt De Poorten van boerderij De Steenen Poort tot het Plein in het Oude Dorp door de Houtense bevolking de Prinsenweg genoemd. Naar vader en zoon Simon en Thierry, Prins de Hénin-Liétard. De woningen aan de Prins Bernhardweg naast de Albert Heijn Steenman werden ook vanaf 1853 de Prinsenbuurt genoemd. Vanaf 13 maart 1929 tot en met 27 mei 1937 was de naam Prinsenweg ook een officiële straatnaam in het Oude Dorp. Op 28 mei 1937 werd de naam Prins Bernhardweg aangenomen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten. Dit in het kader van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard. Destijds waren er grote feesten in het land ter gelegenheid hiervan. Zo ook in Houten en werd er door het Oranje Comité per brief aan de gemeente Houten gevraagd om de naam van deze straat te wijzigen. |
BADB. Philippe Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Geboren in 1855 en overleden in 1914. Philippe huwt met Hélène Marie Eléonore barones van Brienen van de Groote Lindt. Uit dit huwelijk komen drie dochters voort BADBA BADBB BADBC: BADBA. Hedwige Gravin d' Alasce, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1889 en overleden in 1960. Zij huwt op 9 juli 1914 te St-Pierre-de-Chaillot, Paris XVI° (75) met Hubert de Montaigu. |
BADBB. Nicole Hélène Gravin d'Alsace, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1892 en overleden in 1958. Zij huwt op 27 november 1917 met Jacques de Rohan-Chabot. Geboren in 1889 en overleden in 1958. Uit dit huwelijk komt een dochter en twee zoons voort BABBA BABBB BABBC: BABBA. Hélène Anne Marie Léonce de Rohan-Chabot huwt met Marie Amédée Thierry Jean Obert de Clermont-Tonnerre. Uit dit huwelijk kom een zoon voort BABBAA: BABBAA. Antoine Louis Guy de Clermont-Tonnerre |
BABBB. Guy Aldonce de Rohan-Chabot huwt met Alix Louise Marguerite de Luppé Uit dit huwelijk komt een zoon en twee dochters voort BABBBA BABBBB BABBBC: BABBBA. Pierre Jacques de Rohan-Chabot BABBBB. Jacqueline Nicole de Rohan-Chabot BABBBC. Véronique Louise de Rohan-Chabot BABBC. Charles de Rohan-Chabot huwt met Paola Maria Claude Sanjust di Teulada Uit dut huwelijk komt een dochter voort BABBCA: BABBCA. Delphine Paola Nicole de Rohan-Chabot De familie Rohan-Chabot heeft voornamelijk gronden in de voormalige gemeente Cothen vererft van hun vroegere voorvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt. |
BADBC. Marguerite Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin Liétard. Geboren in 1890 en overleden in 1963. Zij huwt op 2 mei 1918 met Maurice Graaf de Leusse. Geboren op 17 mei 1890 te Parijs, Frankrijk en overleden in 24 december 1921. Uit dit huwelijk komt een dochter voort BADBCA: |
BADBCA. Laurette Marie Anne Hedwige Gravin de Leusse zij is geboren 17 februari 1921. Laurette huwt met Charles Francois Xavier de Yturbe. Hij werd geboren 22 maart 1914 en is overleden op 1 augustus 1998. Hij werd 84 jaar oud. In de jaren tachtig van de twintigste eeuw woonde het echtpaar in Mexico-City. Uit dit huwelijk komt een dochter en twee zoons voort BADBCAA BADBCAB BADBCAC: BADBCAA. Isabelle de Yturbe Gravin de Leusse. Zij werd geboren op 8 mei 1943. BADBCAB. Phillipe de Yturbe Graaf de Leusse BADBCAC. Jean Hans de Yturbe Graaf de Leusse |
Isabelle, Phillipe en Jean Hans hadden tot midden jaren tachtig van de twintigste eeuw diverse gronden in de gemeente Houten in eigendom. Deze hebben ze allemaal verkocht. Waardoor er een einde kwam aan de ooit al verworven gronden die door hun voorvader Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt waren aangekocht van de diverse boeren die in de negentiende eeuw in Houten woonde en leefde. BADC. Caroline Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin-Liétard. Geboren in 1856 en overleden in 1903. BADD. Marguerite Gravin d' Alsace, Prinses de Hénin-Liétard. Geboren in 1858 en overleden in 1931. Bronnen: Genealogieonline.nl en https://gw.geneanet.org. |
Vast- en Onroerend goed familie Van Brienen van de Groote Lindt, d'Henin d'Alsace, Mercy-Argenteau, Leusse, Yturbe en Chabot
Provincie Utrecht
Gemeente Houten (dorp)
Boerderij aan de Prinsenweg, later Weth. van Rooijenweg nr. 21, behorend bij boerderij Bouw- en Weilust aan de Houtensewetering 33, later 31 (Schonauwen)
Gemeente Houten
Landerijen van Jhr. Ram aan Baron Van Brienen
Gemeente Houten (Schonauwen)
Boerderij Bouw- en Veelust aan de Houtensewetering nr. 27
Boerderij De Knoest aan de Schalkwijksewetering 1
Boerderij De Knoest is in 1931 na een brand afgebroken, de jaren erna werd het perceel waarop de boerderij stond Het Oude Huis genoemd. Aan de overkant van de wetering, op het grondgebied van Schalkwijk werd een andere boerderij gebouwd in 1925, gelegen aan de Schalkwijksewetering nr. 1. In 1931 werd 150 meter westelijker gelegen aan de Schalkwijksewetering een andere gelijknamige boerderij hernieuwd gebouwd. Die had van oorsprong ook de naam De Knoest, na de vernieuwing van deze boerderij werd de naam Vogelenzang, door andere weer Vogellust genoemd, gelegen aan de Knoestweg nr. 1. De boerderij aan de Schalkwijksewetering 1 in Schalkwijk is nooit het bezit geweest van baron Van Brienen van de Groote Lindt.
|
|
Verkoop van de boerderij Vogelenzang of Vogellust aan de Knoestweg 1
Waarbij Jean de Yturbe de boerderij Vogelenzang verkocht aan aan Johan Vernooij voor f. 45.000,-. 1-2.pdf |
Boerderij Vogelenzang of Vogellust aan de Knoesterweg 1
Eeen lange oprit voert vanaf de Kanaaldijk Zuid naar de langhuisboerderij onder rieten wolfdak. Zij is in 1931 door S.A. de Graaf voor Th. A.L.B. d'Alsace gebouwd ter vervanging van een oudere boerderij, die al op een kaart uit 1602 staat ingetekend. Deze voorgangster heette naar het gebied waarin zij stond 'De Knoest'. Van oudsher maakte de ten noorden van de boerderij gelegen eendenkooi deel uit van de boerderij. Het meest opmerkelijk aan het pand zijn de halfronde dakvensters en het uilebord, dat het wolfweind bekroond. |
Bron: Houten; Historische Bebouwing, drs. J.A.M. Smits en O,J, Wttewaall, 1991. |
Gemeente Houten ('t Goy)
Boerderij Looijendaal aan de Beusichemseweg nr. 30
en
Boerderij De Schone Hofstede aan de Beusichemseweg nr. 32
Gemeente Houten (Tull en 't Waal)
Boerderijen Geerestein aan de Waalseweg nr. 85
Op zaterdag 28 maart van het jaar 1829 vond ten overstaan van de Culemborgse notaris Gijsbert Wolfert van der Most de verkoop plaats van boerderij Geerestein aan de Waalseweg nr. 85 in Tull en en 't Waal. De heer Arnaud Wi;llem baron van Brienen van de Groote Lindt, kocht via zijn plaatselijk rentmeester de boerderij aan voor ƒ. 19.000-,. Bron: Regionaal Archief Rivierenland, 1516, 384, aktenummer: 2217. |
Gemeente Houten (Schalkwijk)
Boerderij De Gindt of De Vrijbuit aan de Waalseweg nr. 76
Op woensdag 21 mei 1834 vond ten overstaan van de Culemborgse notaris Johan Gerard van Kesteren de verkoop plaats van boerderij de Glindt aan de Waalseweg nr. 76 in Schalkwijk. Hierbij kocht Arnaud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt, via zijn plaatselijke rentmeester, de boerderij aan voor ƒ. 5.000-,. Bron: Regionaal Archief Rivierenland, 1516, 445, aktenummer: 64. |
Land tussen de Jhr. Ramweg en Spoordijk in Schalkwijk
Gemeente Wijk bij Duurstede (Cothen)
Boerderij 'de Brienenshof’ aan de Ossenwaard 13
De gedeeltelijk witgepleisterde T-huisboerderij dateert in oorsprong uit de zeventiende eeuw. In 1891 is de boerderij gedeeltelijk herbouwd. Na de verbouwing in 1987 is de boerderij als kaasmakerij in gebruik genomen. Het oudste deel van de boerderij is het witgepleisterde woonhuis met rieten zadeldak en kloostermoppen in de fundering. Opvallend is dat de plattegrond van het woonhuisgedeelte niet rechthoekig, maar enigszins scheluw is. Links in het woonhuis is een opkamer, waaronder een kelder met stenen tongewelf. |
Hiernaast bevinden zich de woonkamer en een kaaskamer. Aan de voorzijde zien we links twee hoger in de gevel geplaatste opkamervensters, daaronder een kelderlicht met luik en drie grotere schuifvensters, alle met een negentiende eeuwse zesruits roedenverdeling en luiken. Vlak onder de dakrand is een klein zoldervenster aangebracht. De ingang, een paneeldeur met bovenlicht, bevindt zich in de linkerzijgevel. Het achterhuis heeft een afgewolfd pannen zadeldak, waarvan de nok hoger is dan die van het woonhuis. Aan de linkerzijde is in het achterhuis een tweede deur en negenruits schuifvenster onder een opgelicht dak aangebracht. |
Voor de boerderij staan twee leilinden. Het erf wordt afgesloten door een spijlenhekwerk. Links staat het voormalige zomer/bakhuis van de boerderij, dat thans als apart woonhuis in gebruik is. De naam van de boerderij is afgeleid van de naam van de familie Van Brienen, die in ieder geval al voor 1832 de boerderij in bezit had. Bron: Cothen Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij. In 1869 werd boerderij De Brienenhof verkocht op een veiling ten overstaan van de Wijkse notaris B.J. van Heijst aan de familie Van der Horst. Schoonzoon van baron Van Brienen van de Groote Lindt, Mercy Argentau verkocht al zijn vererfde vast- en onroerende goederen in het Kromme Rijn, aan de lokale herenboeren. |
* |
Boerderij Rhodenstein (toenmalig)
aan de Graaf van Lynden van Sandenburgweg nr. 21
Gemeente Wijk bij Duurstede (Langbroek)
* |
*
Jachtrecht in de gemeente Langbroek
op de diverse buitenplaatsen
Ridderhofstad Zuilenburg
|
De eerste benoeming is in 1270 met als eigenaar Gijsbrecht van Zuylen. De lijst van de Gelderse lenen van het Nedersticht uit dat jaar vermeldt dat Giselbertus de Sulen het 'in allodium' (= vrij erfgoed) opdraagt aan de graaf van Gelre. Op 27 oktober 1536 werd 'Klein Zuilenburg' als riddermatig goed erkend door de Staten van Utrecht. Op 9 februari 1911 werd Zuilenburg geveild en kwam het in bezit van de Diaconie van de Nederlands Hervormde Gemeente van Overlangbroek, die het in 1916 weer doorverkocht aan de bankier Paul Loeb (1889-1964). Deze liet het in 1919 verbouwen en de tuin nieuw aanleggen maar heeft er niet vast gewoond. Na zijn dood kwam het in het bezit van zijn dochter Emy Backer-Loeb (1923-2017) die het huis terugrestaureerde tot de uiterlijke stijl van de 17de en 18de eeuw. Zij bewoonde het huis vanaf 1974 permanent tot aan haar overlijden op 22 maart 2017. |
Zuilenburg ligt direct ten oosten van de kerk aan de noordkant van de Langbroekerwetering. In een lijst van ridderhofsteden uit het begin van de 17de eeuw werd het 'Klein Zuilenburg' genoemd, ter onderscheiding van het huis Zuilenburg of Ter Meer bij Maarssen. Het overgrote deel van het huis is afgebroken: van de twee woonvleugels is het onderste deel van de linker deels gehandhaafd. Het huis en de tuin zijn niet toegankelijk, het wordt nog steeds particulier bewoond. |
Hofstede Schippersluis te Langbroek *
Gemeente Wijk bij Duurstede
Gemeente Woudenberg
Boerderij Klein Rumelaer
Gemeente Bunnik
Boerderij Ter Hul van familie Van Zijl
Op donderdag 12 juli van het jaar 1832 verkocht bewoner en eigenaar Nicolaas van Zijl, de boerderij aan rentmeester Gijsbert Kronenburg, wonende te Langbroek. Dit gebeurde te Wijk bij Duurstede ten overstaan van notaris H.J. van Marënhoff. De heer Kronenburg deed de aankoop in opdracht van zijn gemachtigde de heer Arnoud Willem baron Van Brienen van de Groote Lindt, wonende te Wassenaar. De koop werd gedaan voor een bedrag van ƒ. 14.000,-. Bron: RAZU, 063, 1812, aktenummer: 2150. |
Gemeente Bunnik (Werkhoven)
Boerderij De Fijnekost aan de Leemkolkweg 4 en 6
Leemkolkweg 15 boerderij 'de Elzashoeve' te Werkhoven
De Elzashoeve aan de Leemkolkweg 15 te Werkhoven, Bunnik genoemd naar vader en zoon Simon en Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins de Hénin-Liétard. Foto: Sander van Scherpenzeel. |
De monumentale langhuisboerderij met afgewolfd pannen zadeldak is in oktober 1940 herbouwd na brand veroorzaakt door hooibroei in de rieten kap. De boerderij is gebouwd als veehouderij en kaasmakerij in opdracht van een Franse graaf T. A. L. B. d’Alsace (Elzashoeve), naar ontwerp van de architect H. A. Pothoven. Het werk is uitgevoerd door aannemer Van de Wielen uit Cothen. De eerste steen is gelegd door Anthonius Spithoven op 21 oktober 1940, toen 7 jaar oud. Aanvankelijk was de familie Spithoven pachtboer. In 1961 is de boerderij geschikt gemaakt voor dubbele bewoning. Hiertoe is rechts een tweede uitbouw onder een zadeldak aangebracht, waarin een portaal en keuken. Bij de boerderij staan een schuur met varkenshok, gebouwd in dezelfde tijd als de boerderij, en een nieuwe ligboxstal. Ten behoeve van de kaasmakerij is in de boerderij een grote kaaskelder en wringhuis gemaakt. Bron: Bunnik Geschiedenis en Architect, Saskia van Ginkel-Meester, 1989, Kerckebosch Uitgeverij. |
Gemeente Bunnik (Odijk)
Boerderij aan de Achterdijk 39-39a
Gemeente Amersfoort (Hoogland)
Boerderij De Zielhorst aan de Zielhorsterlaan A358
Gemeente Amersfoort (Hoogland)
Boerderij Groot en Klein Emiclaer
De volgende tekst (fragment) is uit: “Emiclaer”, van Heerlijckheid tot Stad Met dank aan de Historische Kring Hoogland en de heer Ruud Hopster. |
Aldus geschiede en op 12 Juni 1810 gaat heel Hoogland naar “De Doelen” te Amersfoort om vooral niets te missen van deze verkoping. De Bloemendaalsestraat staat vol met Hooglandse koetsjes. Na het voorlezen van de gebruikelijke voorwaarden wordt het stil in de inmiddels met rook gevulde zaal, nu gaat het gebeuren! De heer afslager leest voor. Perceel 1. Het van-ouds “Adelijke Herenhuis” gemeentelijk getekend als nr. 169 en omschreven als Herenhuis met beneden- en boven vertrekken, behangen en onbehangen, keuken, kelder, leenkamer, voorts nog een knechtenwoning met stalling (later het huis van Jan van Kleinwee). Een morgen bouwland ten zuiden van de Heisteeg, “De Bogaard” genaamd, met daarachter nog een boerenhuizinge getekend als 167, genaamd het “Oude huis” (en rond 1820 afgebroken). Daarbij nog een woninkje, “Het Bakhuis” genaamd, alles te samen groot 7 en een half morgen. Belend ten oosten aan en hoekje grond in erfpacht bij Teunis Jansen en aan de erfpacht van de Heer Temmink, eigenaar van “De Zielhorst”. Ten zuiden de Bovenwetering met de weg daarbij behorende, deze weg moet onderhouden worden en gangbaar blijven. Het een en ander is als volgt verhuurd: ——De knechtenwoning aan Aalt Klaassen. ——De boerenhuizinge met hof en tuin, “De Bogaard” genaamd en een morgen land aan Hermanus Ten Have. ——Het erftpachtje met “Het Bakhuis” aan de zelfde, (hierin woonde zijn schoonzoon Jan Pommer.) ——Het grootte stenen Huis, schuur en stallen zijn vrij van huur. (Dit gehele perceel was later de boerderij met grond van Jan van Kleinwee). Als bijzonder recht wordt nog vermeld dat Fredrik van de Hoven en zijn huidige vrouw (Gijpje Hendriks Kuijer) zolang zij leven het recht van overweg over deze plaats hebben, zoals dat vanouds gebruikelijk is. Dit recht kan ten allen tijden worden afgekocht voor ƒ. 200,-. |
Drie jaar later overlijdt Hendrik Kok en de jonge niet onbemiddelde weduwe is een goede partner voor haar buurjongen Fredrik Gijsberts van de Hoven, geboren op “De Nieuwe Hooft”. In 1784 trouwen ze en in 1792, bij de boedelscheiding van wijlen Floris Gijsbert Foeyt, is Fredrik Gijsberts van de Hoven dan ook pachter van de boerderij “Groot Emiclaer”. Hij is echter eigenaar van een andere boerderij, toen “Klein Emiclaer” genaamd, nu reeds lang verdwenen, en waarvan de gronden later bij Groot Emiclaer zijn gevoegd, vandaar die overweg(?).——- Dit gehele perceel, bestaande uit het “Adelijke Herenhuis Emiclaer” en ruim 7 morgen grond met opstallen zijnde: Perceel 1: Ingezet door Cornelis Tonen Voskuilen. op ƒ.5500,-. Verhoogd door Willem van Eden en Izaak Harthoorn met ƒ.1560,-. Zij zijn de kopers voor de prijs van ƒ.7060,-. Perceel 2. Bouwland genaamd “De Kamp”, gelegen aan de Heisteeg tussen perceel 1 en perceel 3; groot drie morgen en 54 roeden. Huurder is Floor Hartman. (later van Gijs van Eijden voor Jan van de Wolfshaar). Ingezet door Jan Dirks Botterblom op ƒ.1250,-. Verhoogd door Hendrik Jansen Kok met ƒ. 200,-. Hij is koper voor de prijs van ƒ. 1.450,-. Perceel 3. De “Smalle kamp”, gelegen tussen perceel 2 en perceel 4. Huurder is Geurt Geurtsen (van Westerlaak). Ingezet door Jan Dirks Botterblom op ƒ. 350,-. Verhoogd door Geurt Geurtsen met ƒ.10,-. Hij is koper voor ƒ.360-. Perceel 4. De “Kleine Hei”, gelegen tussen perceel 3 en perceel 5. Ingezet door Geurt Geurtsen op ƒ. 800,-. Hij is koper voor ƒ. 800,-. (deze percelen 3 en 4, samen groot 3 morgen, vormden later het huisperceel van Hein van de Heuvel). Perceel 5. De “Brede Heide”, tussen perceel 4 en de Heer van Brienen ten westen, groot 4 morgen. Huurder is Aart Steenbeek (van “De Oude Hooft”) voor ƒ.95,-. (later van Gijs van Eijden). Ingezet door Jan van de Coterlet op ƒ.1.100,-. Verhoogd door Jean van de Berg met ƒ. 105,-. Koper is Jean van de Berg voor ƒ.1.205,-. Perceel 6. Alder best bouwland genaamd “De Drie Morgen”, gelegen ten noorden van de Heisteeg, groot 3 morgen en 102 roeden (later van Gijs van Eijden naast de boerderij van Eggenkamp). Koper is Evert Boon voor ƒ.1.400,-. Perceel 7. Het “Kleine Heiveld”,tussen het “Grote Heiveld” en het land van Floor Hartman, moet overweg geven aan het “Grote Heiveld” (later van Bart Velthuizen). Ingezet door Toon Cornelisse Voskuilen op ƒ. 350,-. Verhoogd door Teunis Kok met ƒ.280,-. Koper is Teunis Kok voor ƒ.630,-. Koper moet uit en overwegen gedogen als vanouds: Over het “Grote Heiveld” (nu Jan Odijk) moet koper een uitweg gedogen van het erf “De Kneut”, als mede van het “Kleine Heiveld”, hiervoor vermeld, en nog in het bijzonder van de erfpachtjes van de heer van Doornik of Peter Theunisse, alsook van het kleine hoekje grond dat Peter Theunisse thans gebruikt van het Heiveld. Ingezet door Hendrik Bakkenes uit Amersfoort op ƒ. 7.100,-. Door niemand verhoogd. Borgen zijn; Hendrik Huurdeman, boer op Groot Calveen en Dirk Oudhuizen boer, op Het Houteveen. Perceel 9. Het bouwland “De Start”, groot ruim een morgen, gelegen tussen Fredrik Gijsbertsen en de Heer van Brienen, met uitweg op het weggetje van perceel 1. Verhuurd aan Geurt Jansen. Ingezet door Jan van de Coterlet op ƒ.375,-. Deze laatste twee percelen in massa tesamen in veiling voor ƒ.7475,- Ingezet door Rossenberg op ƒ.100,-. Verhoogd door Hendrik Bakkenes met ƒ.5,-. Koper van “GROOT EMICLAER” is HENDRIK VAN BAKKENES uit Amersfoort voor het totaal van ƒ. 7.580,-. Perceel 10. Een bosje met zware essen en elsenhakhout onderaan de Emiclaerse Eng tussen “De Vieraakkers en het bos van Geurt Teunisse groot 196 roeden. Perceel 11. Een erfpacht van ƒ. 31.- voor een hoekje land waar thans de herberg “De Brand” op staat en door de erfpachter bewoond is. Koper; de erfpachter Geurt Jansen voor ƒ. 390.-. Perceel 12. Een hoekje grond bij “De Brand” tussen Hendrik Penterman en de Wed. Gijsbert Breunisse groot 25 roeden. Koper; Jan Aalbertsen (van Brinkensteijn) voor ƒ.30.- De totalen opbrengst van de veiling was ƒ .25.000.-. Na deze openbaren verkoping zijn de boerderij “Groot Emiclaer” en het “Huis Emiclaer” van elkaar gescheiden nadat deze eeuwenlang een en dezelfde eigenaar hadden. De boerderij “Groot Emiclaer”, die zeker al in de twaalfde eeuw en mogelijk veel eerder bestond, is veel ouder dan het “Huis Emiclaer”. De grond die omstreeks 1640 voor het “Huis Emiclaer” met zijn bos, lanen, tuinen en grachten zijn gebruikt was grond die oorspronkelijk bij de reeds lang verdwenen boerderij “De Bogaard” behoorde. Deze reeds in de vijftiende eeuw bestaande boerderij wordt in enkele akten ook wel “De Grote Brand” of het “Oude Huis” genoemd. Nu het “Huis Emiclaer” en de boerderij “Groot Emiclaer” in verschillende handen zijn gekomen, zullen eerst de lotgevallen van “Groot Emiclaer” onder de loep genomen worden. De Boerderij “GROOT EMICLAER” estaande in Huis, Bakhuis, Twee Schaaphokken, Schuur en drie bergen met Zes of Agt en Dertig mergen Wei- en Bouwlanden, Heiveld en Veen met Bomen, Heggen en Houtgewasschen daarop staande, zodanig als het zelve bij de voornoemde koopconditien breder vermeld staat en waar aan ten deze wordt gerefereerd. Item nog een kamp land, genaamd de Start, gelegen tusschen de landerijen van den Hooggeboren Heer Willem Jozeph van Brienen en Fredrik Gijsbertsen, met de wallen en de halve sloten daar omme, ingelijks bij meergemelde koopconditien nader uitgedrukt alles gelegen onder deze Gerechten vrij van plechten of gevestigde kapitale, niet anders belast dan met de ondinaire verponding; voorts met de als zodanige lusten lasten, vrijdommenen, servituten als daartoe en aan van ouds en nogthans activa quam passiva specherende belovende deze transporte op te zullen vrijen en waren zoo als recht en naar costumier sociaal gebruikelijk is. Bekennende den Comparant als verder dat de kooppenningen hier van ten Somme van ZEVEN DUIZEND VIJF HONDERD TAGTIG guldens waren betaald en voldaan blijkens quitancien agter ‘t Extract koopconditien staande. Verzoekende de comparant eindelijk dat zijn voornoemde principalen van in hunne qualiteit dit getransporteerde mogen worden onterft en onteigend en dat de voornoemde Heer Hendrikus Bakkenes daar inne geerft en geeigenaard worden mag,’t welk bij deze is geschied naar dat ons bij (Guchander?) van den Heer Wttewaal van Stoetwegen commissaris der verpondingen in het Arrondissement Amersfoort in dato den 16 van de Grasmaand L.L. gebleken was dat de verpondingen hiervan bij Anticipatie was betaald. ‘t Hoogland den 31 van de Wintermaand 1810. Zijnde de zegel op zijn tijd (bezogd?) geweest. Jozeph Jansen F.v.d.Hoven. A.Hoogeveen J.D. Botterblom. 46 |
De gronden, behorende bij de boerderij “Groot Emiclaer” waren: -1 De Meent van De Hooft aan de Heideweg 10 morgen. -2 Het Grote Heiveld aan de Hoveniersweg. ruim 6 morgen. -3 Het Voskuilen op de Emiclaerse Eng ruim 2 morgen. -4 Het Bospad op de Emiclaerse Eng 2 morgen. -5 De andere gronden die er later bijbehoorden 17 morgen. -6 De “Start” die apart genoemd is 1 morgen. samen…….. 38 morgen. Bij deze verkoop hoorde niet; “De Bredehoek”, “De Schuurhoek” en “De Dwarshoek”. Op dit laatste perceel stond een boerenhofstede. Deze drie percelen vormden samen een eigen boerderij, welke niet tot de eigendommen van de familie Foeyt behoorde. Er waren al wel vage verhalen over een boerderij die op de “Dwarshoek” gestaan zou hebben, maar die waren niet bevestigd. Toen de gemeente Amersfoort, in 1992, voor het bouwrijp maken van die gronden daar aan het graven was, is de keldervloer weer te voorschijn gekomen zodat het vermoeden nu zekerheid is. (Er heeft overigens ook een grote tabaksschuur gestaan op het kopeind van “De Schuurhoek”, welke op 19 Dec. 1836 bij openbare verkoop voor de sloop is verkocht.) Deze boerderij, die merkwaardig genoeg steeds “Klein Emiclaer” genoemd wordt, was in 1725 eigendom van de heer van Dussen en in 1750 van Pieter van Haverloo, een arts en grondbezitter van die tijd. De boerderij is dan omscheven als: —Zeker Huizinge Hof, en Hofstede genaamd “Klein Emiclaer” met omtrent vijf morgen tabak-of bouwland met een morgen veen. |
Belend ten oosten Jonkheer Hendrik Foeyt en ten westen de landheer van Jan Kok.—-(Hij was boer op “De Oude Brand” welke men later “Klein Emiclaer” is gaan noemen. Na de dood van Pieter van Haverloo verkoopt zijn weduwe op 28 Januari 1752 (Not Veersen) deze boerderij, samen met nog twee morgen land, genaamd “De Vier Akkeren” en twee Morgen land, genaamd “De Havelooze Morgens” gelegen op de Emiclaerse Eng, aan haar broer Willem Noijen. Op 1 December 1758 (Not.Veersen) verkopen de erven van Willem Noijen al deze gronden weer. Nu echter niet in massa. Het wordt als volgt verdeeld verkocht. — “De Vier Akkeren” met een “getimmerte” wordt gekocht door Willem Geurtsen.(later van Jan Brundel) — De vanouds “De Havelooze Morgens” wordt door Aart Hendriks gekocht. — En de boerderij “Klein Emiclaer” door Evert van Groot Weede, tabaksplanter uit Amersfoort. De boerderij wordt nu omschreven als: —–Huizinge, Hof en Hofstede met omtrent vijf mergen soo tabak-als bouwland, midsgaders een mergen veen gelegen op ‘t Hoogland onder het Gerecht van Emiclaer, daar ten oosten, westen en ten noorden, de Jonkheer Hendrik Foeyt en ten zuiden “De Havelooze Morgens” van de Wed. Aart Hendriks naast gelegen zijn. 48 De cooper zal aan de cooper of de eigenaren van de twee morgen, genaamd “De Havelooze Morgens”, moeten geven en laten een vrije uitgang en overweg over dit perceel indien hij zulex gegeert.—— Seger Willemse is de laatste pachterboer geweest op dit “Klein Emiclaer” want na de aankoop door Evert van Groot Weede in 1758 is deze, in Amersfoort wonende grondeigenaar en tabaksteler, het zelf gaan gebruiken. Het achterhuis wordt omgebouwd tot tabaksschuur en het woongedeelte tot 3 arbeiderswoningen Het is interessant om iets dieper op deze boerderij in te gaan omdat deze omstreeks 1850 gesloopt is en de gronden bij de boerderij Groot Emiclaer gevoegd zijn. |
Notaris Voskuil veilt op 23 Februari 1788, in opdracht van eigenaresse Johanna van Groot Weede, wat gronden waaronder ook deze boerderij. Het is Fredrik Gijsberts van de Hoven die de boerderij koopt, samen met een perceel tabaksland in de Heijen, voor de prijs van ƒ. 5.150,-. Het “Tabaksland” verkoopt hij nog dezelfde dag aan Hendrik Hendrikse van Cattenbroek voor ƒ. 1.250,-. (Het heeft nadien altijd bij “Cattenbroek” behoord). Fredrik Gijsberts van de Hoven koopt deze boerderij, die nu alleen nog maar bestaat uit een tot 3 arbeiderswoningen verbouwd woonhuis en het tot tabaksschuur verbouwde achterhuis met vijf morgen land en een morgen veen, dus voor ƒ. 3.900,-. Hij, Fredrik Gijsberts van de Hoven was reeds pachter van “Groot Emiclaer”. Door deze aankoop is het gebruik van de gronden die later bij “Groot Emiclaer” behoorden, in een hand gekomen. In ongeveer 1808 jaar verlaat Fredrik Gijsberts van de Hoven “Groot Emiclaer”, ondanks dat hij daar zeker 40 morgen grond in gebruik had, en gaat naar “Sneul”, dat hij in 1806 gekocht had. |
De nieuwe boer op “Groot Emiclaer” en gebruiker van de gronden van “Klein Emiclaer”, wordt nu Jan Dirks Botterblom, geboren op “Bosserdijk” en in 1787 getrouwd met Maria de Goede, geboren op de “Zielhorst”. Jan Dirks Botterblom heeft in 1780 “De Kneut” gekocht van de Fam. Foeyt. (Not. Ter Horst te Amersfoort), en heeft daar ook eerst gewoond. Er zijn ongetwijfeld bijzondere relaties geweest tussen De Fam. Foeyt en Jan Dirks Botterblom. Hij koopt namelijk “De Kneut”, huurt later “Groot Emiclaer”, maar was ook nog jaren samen met Gijsbert Fredrik van de Hoven Schepen van Emiclaer. Na het vertrek van Fredrik Gijsberts van de Hoven is Jan Dirks Botterblom dus de nieuwe pachter geworden van “Groot Emiclaer”. Hij is ook Armmeester van Hoogland geweest. In het afrekeningsboek van het armbestuur van Hoogland staat dat hij, voor rekening van het armbestuur, een bejaarde vrouw in de kamer van zijn schuur onderdak verleende. Jan Dirks Botterblom heeft geen kinderen gehad. De Heer Bakkenes, eigenaar van “Groot Emiclaer” vertrekt naar Batavia en zijn vrouw, winkelierster in de Langestraat, wordt op 26 Dec. 1817 (Not.Teunis Jansen te Amsterdam) benoemd tot algemeen gemachtigde en gaat de zaken behartigen. 1819. Nadat er op 6 Feb. 1819 een openbare veiling is geweest van de boerderij “Groot Emiclaer”, welke is opgehouden op ƒ. 9.660,-, verkoopt Mejuffrouw Anna Elisabeth van Loenen, als echtgenote en algemeen gemachtigde van haar man Hendrik van Bakkenes, bij Notaris van Wisselingh op 22 Februari 1819 de Boerderij “Emiclaer” onderhands, Koper is dan Toon Cornelisse Voskuilen, de schoonzoon van de reeds vele malen genoemde Fredrik Gijsberts van de Hoven. |
De acte is als volgt omschreven. Voor Elbert Jan van Wisselingh en zijne ambtgenoot beiden openbaaren notarissen te Amersfoort ondergekendens: Is gecompareerd Mejuffrouw Anna Elisabeth van Loenen echtgenoote van de Heer Hendrik van Bakkenes buiten beroep binnen de stad Amersfoort woonachtig, in qualiteit als generaale gemagtigde van even gemelden haaren Echtgenoot vermogens procuratie op den zes en twintigsten December des jaars agtien honderd zeventien voor den Notaris Teunis Jansen in tegenwoordigheid van getuigen te Amsterdam gepasseerd behoorlijk geregistreerd en gelegaliseerd waarvan een afschrift ten deeze annex, en verklarende de juffrouw comparante in haar voorschreven qualiteit bij deze te hebben verkogt, gecedeerd en getransporteerd van nu af aan voor altijd onder belofte van vrijwaring als regten aan en ten behoeven van: |
TOON CORNELISSE VOSKUILEN Landbouwer wonende in de gemeente van het Hoogland ten deze present en accepterende als koper zoo voor zich zijne erven als regt verkrijgende: Een Bouwmans erve genaamd “EMICLAER”, ook bekend onder de naam van “Calveen”(?), staande en gelegen in de gemeente van het Hoogland. Bestaande in Huizinge, Hof, Hofstede, Bakhuis, Schaaphokken, Schuur en drie bergen met omstreeks 28 morgen zoo Bouw als Weiland, Heiveld en Veen daarbij behorende mitsgaders de houtgewasschen daar op staande benevens een kamp lands genaamd “De Start” groot ruim een morgen tussen de landerijen van de Hoog Edelgeboren Heer W.J. van Brienen en Fredrik Gijsberts van de Hoven, midsgaders nog twee morgen vier honderd zestien roeden bouwland mede gelegen in de gemeente van het Hoogland op de Emiclaerse Eng, van ouds “De Havelooze Morgens” genaamd, edog alles voetstoots of zo groot en klein al het zelve zich bevindt en met nog negen en een half of ongeveer tien morgen bouwland, (die echter niet onder deze verkoop behoren,) in huure gebruikt wordt bij Jan Dirkse Botterblom en Geurt Jansen volgen onderhandse huurcedule daar van zijnde respectivelijk getekend binnen Amersfoort den drie en twintigste Januari 1819. Deel 3 Fol;109 nr.C7-9 enz.enz. William Cohen. |
Zijnde van allen deze verkogte goederen geen breedvoerigen omschrijving gemaakt ter requisitie van den koper die verklaart heeft het alles zeer wel te kennen en met de bovenstaande omschijving volkomen genoegen te nemen. De tegenwoordige verkoop is geschied onder de navolgende conditien en bepalinge tot welke nakoming partijen zich wederzijds verbinden: —Vooreerst; dat den koper zijn gekogte zal moeten nemen zodanig en in dien staat als het zelve zich actueel bevindt met alle servitaten en diensbaarheden zoo heerschende als lijdende verborgen en zichbaren daar aan verknecht zijnde nogthans onder deze verkoop niet begrepen de wagenloods of het wagenschuurtje achter het huis als mede de gezaagde balken slieten op de bovenste twee gebinten in het agterhuis of den deel, benevens de planken hilt met leggers daar onder boven de koijenstal als behorende al het zelve in eigendom van de actuelen huurder Jan Dirks Botterblom. —Ten tweede; dat hij koper met zijn gekogte met den eigendom betreft zal kunnen doen handelen verrichten naar welgevallen en als met zaken hen in volkomen eigendom toebehoren terwijl hij de huur welke Jan Dirkse Botterblom en Geurt Jansen daar als hier boven is gezegt zijn hebbende zal moeten uithouden. |
Ten derde; dat hij koper de verpondingen en verdere ongelden waarmede zijn gekogte bereids belast is of na dato dezers belast mogt worden betalen zal sedert den eerste Januari dezes jaars agtien honderd negentien en welke verpondingen als nog niet uitgezet en ongesplitst zijnde over dezer jaren voor zijn gekogte met het deur en venstergeld daar onder, wordt berekend op een en negentig gulden en zestig cent, zullende de splitsingen van de gemelde verpondingen die thans nog in massa van dit verkogte en de negen en een half of ongeveer tien morgen bouwland hier boven aangehaald, betaald wordt door de koper moet worden geefectueerd. —Ten vierde; dat hij koper in het genot der huur van zijn gekogte zal treden wat aangaat het erf “Emiclaer” en de daarbij behorende landerijen hiervoor omscheven met den twee en twintigste Februari deezes jaars agtien honderd negentien en met betrekking tot de twee morgens vier honderd zestien roeden, “De Havelooze Morgens” genaamd, zedert kerstmis agtien honderd agtien welke huur voor dit gekogte jaarlijks berekend wordt op vier honderd zestig gulden behalve de toepacht van een schepel goede weit,drie schepel dito boekweit en veertig ponden goede gras boter. |
Ten vijfde; dat hij koper alleen en voor het geheel zal voldoen alle kosten waartoe deeze tegenwoordige verkoop aanleiding zal geven. —Eindelijk de in deze gemelde verkoop en koop is geschied voor en omme een somma van AGT DUIZEND TWEE HONDERD guldens Nederlands Courant van welke som den koper beloofd en aanneemt vijf duizend twee honderd gulden op den zesde Mei dezers jaar agtien honderd negentien aan handen of orde van de verkoperesse te zullen voldoen. 54 En wat de resterende som van drie duizend aangaat daar omtrent zijn partijen overeen gekomen dat de zelvde speciaal bij primitief privilegie utpretien jundi op het bij deze gekogte zal blijven gevestigd en gehypothequceerd. De koper verbindt zich om daar van jaarlijksch en allen jaar te rekenen van de zesde Mei dezes jaars af aan handen en ten woonhuize van Juffrouw verkoopster en in het vervolg aan diens regt verkrijgende te zullen betalen intressen gerekend tegens vijf ten honderd in ‘t jaar, zonder eningen kortingen gelijk mede van te continueren de betalingen dier intressenpromtelijk op de hier boven gemelde verschijndag van jaar tot jaar tot aan de gehele volkomen aflossing van de gemelde som van drie duizend gulden toe, welke aflossing ten alle tijden zal kunnen geschieden mits men elkander ten dien opzigte drie maanden te vooren waarschuwen. In vertrouwen op de gehelen executie en exacte nakoming van al het geen hier te vooren omschreven staat, cedeerd en transporteerd midsgaders stel en surogeerde den koper in allen regten van eigendom en genot welke zij verkoperesse op het hier vooren gemelde goed is hebben of zouden kunnen hebben zich daarvan ontdoen ten profijte des kopers willende dat deze laatst gemelde daarvan het genot hebben en in het bezit worden gesteld door die geene en zodanig als bevonden zal worden omme deeze tegenwoordige te executiete kunnen hebben partijen domicile gekozen ten kantoren van de Procureur Philippi te Amersfoort. Waarvan acte van gemelde notaris van Wisselingh op de twee en twintigste Februari Agtien honderd Negentien en hebben comparanten benevens notarissen getekend na gedane voorlezing. A.E van Bakkenes geb. van Loenen. T.C Voskuilen. Wisselingh, Not. Vliecks, Not. |
Uit deze acte blijkt dat Toon Cornelisse Voskuilen de Boerderij “Groot Emiclaer” gekocht heeft met ogeveer acht en twintig morgen land. De tien morgen land aan de Heideweg, later “De Meent” van “De Hooft”, is niet meeverkocht. Jan Dirks Botterblom, de pachter, koopt deze grond voor ƒ. 2.300,- Wie was Toon Cornelisse Voskuilen de eerste eigenaar- boer van “Groot Emiclaer”? Hij is in 1787 geboren als zoon van Cornelis Voskuilen en van Aaltje van Leersum, in de gemeente De Duist op de boerderij “De Westerlaak”, waar zijn ouders een tijdje gewoond hebben en hij zelf ook nog in 1806 woonde. Zijn ouders en grootouders hebben echter zeer zeker op “De Langenoord” gewoond en zijn daar ook gestorven. Hij trouwt in 1812 met Hendrika van de Hoven, dochter van de al eerder ge noemde Fredrik Gijsberts van de Hoven en Gijsbertha Hen- driks Kuijer. Met de koop van “Groot Emiclaer” koopt Toon Cornelisse Voskuilen de boerderij waar zijn Schoon vader ook een tijdje boer is geweest, en waar zijn vrouw geboren is. De koop van “Groot Emiclaer” was voor hem zo aantrekkelijk omdat zijn vrouw Hendrika van de Hoven, van haar reeds overleden moeder, de al eerder beschreven boerderij “Klein Emiclaer” zou erven, welke geheel in de landerijen van “Groot Emiclaer” was gelegen. Toon Cornelisse Voskuilen heeft ook via zijn vrouw het eigendom verkregen van het perceel land aan de Heideweg waar nu de Fam. Van Middelaar woont en dat in 1792 bij de verkoop van gronden door Jonkheer Foeyt van “Groot Emiclaer” was afgescheiden, en nu dus weer daarbij gevoegd. |
ls zijn vrouw in 1825 overlijdt, zijn de zes dochters nog minderjarig. De weduwnaar Toon Cornelisse Voskuilen hertrouwt in 1827 met Neeltje van Weerhorst. Zij is geboren op de boerderij “Kattenbroek” in 1798, en samen met haar drie zusters werd zij op zeer jonge leeftijd, als wees, na het overlijden van haar ouders, mede-eigenaar van “Kattenbroek” Bij de boedelscheiding van “Kattenbroek”, in het zelfde jaar als haar trouwen, bestond de gehele boedel van de gezusters van Weerhorst uit meer dan 70 Ha. land, wat toen geschat werd op ƒ. 27.290,-. Daarnaast had men nog ƒ. 17.000,-. aan contanten. Van deze boedel kreeg Toon Cornelisse Voskuilens vrouw Neeltje van Weerhorst, ruim 13 Ha. aan grond en ƒ. 5.620,-. aan contanten. Hij is Schepen van het gerecht Emiclaer geweest en heeft veel bestuursfuncties gehad, ook was hij Heemraad bij het Waterschap, al met al blijkbaar een man van gewicht. Bij de boedelscheiding van zijn vader, (de boer van “De Langenoord” en eigenaar van 82 Ha. grond) in 1830 voor Not. Hondius, krijgt hij ook land uit die boedel. Helaas voor hem, komt hij ook vaak voor als iemand die geld leent. Als hij op 17 Augustus 1842 overlijdt zijn er uit zijn tweede huwelijk vier kinderen geboren; twee dochters en twee zonen, een van zijn zonen is later naar Indie gegaan als opzichter op een plantage. Zijn andere zoon Geurt is de latere “Oude Geurt van Sneul” geworden. Hij was pas 12 jaar toen zijn vader overleed. Het gaat niet goed op “Groot Emiclaer” nu de toch wat overheersende Toon Cornelisse Voskuilen er niet meer is, en men besluit tot een publieke veiling, Om zo een goede verdeling mogelijk te maken. Op 23 April 1843 is het zover en Notaris van Werkhoven krijgt de opdracht om alles te veilen, dat gebeurt wederom in” De Doelen” te Amersfoort. Hoe interessant het ook mag zijn het is te veel om de gehele veilingsakte hier letterlijk over te nemen, het zal beperkt blijven tot de grote lijnen. Om te beginnen, het gehele bezit bestaat uit de boerderij “Groot Emiclaer”, de, tot de drie arbeiderswoninkjes omgebouwde boerderij “Klein Emiclaer” en nog wat losse percelen land die hij tijdens zijn huwelijk heeft aangekocht of heeft gekregen uit de boedel van zijn vader in 1830. (De 13 Ha. land van zijn tweede vrouw Neeltje van Weerhorst waren al eerder verkocht). |
Het totaal bijna 60 Ha. grote bezit werd geveild in tien percelen. “De Doelen” zal wel afgeladen vol geweest zijn. Zoals ook nu nog bij openbare veilingen, viert de nieuwsgierigheid hoogtij. “De Doelen” was een gebouw in Amersfoort op de hoek Langestraat-Kortegracht. Bijna alle openbare verkopingen en andere gebeurtenissen die veel volk op de been brachten, werden daar gehouden. Zo ook deze; hetwelk als volgt geschiede. Perceel 1. Een boeren-hofstede, genaamd “EMICLAER” bestaand in een hecht en sterk huis met koe- en paarden stalling, schuur, schapenhok, drie bergen, varkenshok en loods met daarbij behorende bouw en weilanden en heidegrond benevens opgaande bomen en houtgewas daarop staande; bekend bij het kadaster in sectie B nr 278 en 281 en in sectie D nr. 110, 142, 143, 144, 145, 151, 152, 153, 186, 190, 193, 194 en 197 tot en met 201 samen groot vijf en twintig bunders, zes en vijftig roeden, tachtig ellen. De plaats is belend: Ten Noorden, het Molenwegje. Ten Oosten, de heer Michiel Lagerweij en de weg. Ten Zuiden, de erven van de Bogaard en de Schothorsterweg. En ten Westen, de erven van de Bogaard, de Hooggeboren Heer Arnold Willem van Brienen van de Groote Lindt en Teuntje van Weerhorst. En het Heiveld: Ten Noorden, Lubbert van Putten. Ten Oosten, Jan van Brinkenstijn. Ten Zuiden, de erven Aart Vreeburg en de erven Dekker. Ten Westen, Geurt van Westerlaak en anderen. Er wordt nog vermeld dat hij het eigendom over dit perceel heeft gekregen door aankoop den 22 Februari 1819 te Amersfoort en voor de Notaris Elbert Jan van Wisselingh en diens ambtgenoot gepasseerd Het perceel werd ingezet door Dirk Voskuilen (zijn broer en eigenaar-boer van “De Langenoord”) op een somma van tienduizend gulden, en werd door niemand verhoogd. Perceel 2. Ene tabaksschuur met drie woninkjes annex benevens vier bunder, twee en zestig roeden en vijftig ellen bouw en weiland daarbij en om gelegen staande en gelegen naast en in de hofstede en landerijen in nummer Een vermeld; bekend bij het kadaster in sectie D nr.148, 149, 150 en 628. Belend: Ten Noorden; het Molenwegje. Ten Oosten, Zuiden en Westen; het vorige perceel. Van dit perceel wordt vermeld dat hij het eigendom heeft verkregen uit de nalatenschappen van wijlen zijn eerste echtgenoot, Heintje Fredrikse van de Hoven, die het eigendom heeft verkregen uit de nalatenschappen van haar moeder, Gijsbertje Kuijer, in leven huisvrouw van Fredrik Gijsberts van de Hoven. (Dit perceel was het vroegere “Klein Emiclaer”). Het perceel werd ingezet door Klaas Wijntjes, meestertimmerman uit Stoutenburg op de somma van drieduizend, een honderd en vijfentwintig gulden, en werd niet verhoogd. Deze beide percelen, vermeld onder de nrs. Een en Twee, hebben kunnen gelden als volgt: —Het perceel nr. Een: Op tienduizend gulden. —Het perceel nr. Twee: Op drie duizend een honderd vijf entwintig gulden. En voorts bij nadere opveiling verhoogd door de Heer Gijsbertus Kronenburg, koopman in hout, wonende te Langbroek, met een som van tweeduizend vierhonderd en vijfen- zestig gulden, als laatste en hoogst biedende, en aan hem toegewezen voor de somma van VIJFTIENDUIZEND ZESHONDERD EN ZEVENTIG gulden. De Heer Kronenburg verklaart het gekochte te accepteren ten behoeve van de Hoog Weledele Heer Arnold Willen Baron van Brienen van de Groote Lindt. Kamerheer van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal wonende te Amsterdam. Perceel 3. Een bunder, achtenveertig roeden weiland, genaamd “Het Heitje” sectie D nr 84 en 85, gelegen aan de Heisteeg, daar ten Noorden de Heisteeg, ten Oosten De Heer van Brienen,ten Zuiden de Bovenweterig en ten Westen Teuntje van Weerhorst aangeland zijn. Koper is Jan van de Heuvel voor de som van tweehonderd en zeventig gulden .(Hij bouwt een woning waarin nu de Fam. Van Middelaar woont). Perceel 4. Een perceel land in Hooglanderveen: Sectie B nr. 715, 715c, 715d, 859 en 860 tezamen groot drie bunders zestig roeden en zestig ellen. De laatste vier percelen, groot vierenzestig roeden is in erfpacht bij Willem van Leeuwenkamp (die daar een huisje op heeft staan). Koper is Aart Kuijer voor tweehonderd en zeventig gulden. Perceel 5. Twee kampen weiland in de polder Neerzeldert: Sectie A nr. 381 en 382, groot vier bunders, achtentwintig roeden en twintig ellen. Koper is Klaas Wijntjes die verklaart het te accepteren ten behoeve van Vrouwe Maria Wilhelmina Hoofd van Huijsduinen, Wed. van de Heer Willem van Werkhoven, voor de somma van eenduizend, zes honderd en negentig gulden. Perceel 6. De onverdeelde helft van drie kampen weiland, gelegen in de polder Neerzeldert: Sectie A Nr. 283, 284 en 285, groot drie bunders, achtien roeden en veertig ellen. Koper is Fredrik van de Hoven voor de somma van vijfhonderd en twintig gulden. Perceel 7. De onverdeelde helft van vier kampen weiland, gelegen in de polder Neerzeldert; Sectie A Nr. 353, 354, 355, en 356, groot vier bunders zesentachtig roeden en tien ellen. Koper is Richardus Willebrordus van Beek, koopman te Amersfoort voor de somma van achthonderd gulden. Perceel 8. Een perceel bouw en weiland, genaamd “De Kolkrijst” gelegen aan de Heisteeg. Sectie E Nr. 916, 917 en 918. Groot twee bunders, vijftig roeden. De nrs. 917 en 918, groot vijfendertig roeden zijn in erfpacht bij Hendrik Reijnders die er een huisje op heeft staan. |
Ingezet door Dirk Voskuilen (van “De Langenoord”) voor acht honderd en vijf gulden. Perceel 9. Een perceel bouw en weiland, genaamd “De Kolkrijst”. Sectie E Nr. 373, 374, 375 en 376, groot vier bunders en twee roeden, gelegen aan de Heisteeg, ten westen het vorige perceel. Ingezet door Jan Hartman voor eenduizend, zevenhonderd en dertig gulden. n massa zijn deze laatste twee percelen gekocht door Michiel Lagerweij voor de somma van tweeduizend, vijfhonderd en vijfentachtig gulden. Hij was reeds eigenaar van “Sneul” en de gronden worden nu bij deze boerderij gevoegd Perceel 10. Drie kampen weiland in de polder De Haar, in de gemeente De Duist, Haar en Zevenhuizen. Sectie C Nr. 137, 138 en 139, groot drie bunders en zeven roeden. Koper is Notaris Scherenberg uit Amersfoort voor de somma van eenduizend, vijfhonderd en veertig gulden. Notaris Dirk Scherenberg verklaart deze koop gedaan te hebben ten behoeve van den Welgeboren Heer Jonkheer Everard van Wede, Heer van Lutikke Weede, Dijkveld en Ratelis(?), lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, lid van het Ridderschap der provincie Utrecht, lid van de Nederlandse Leeuw, Grondeigenaar en wonende te Amsterdam. De moeilijkheden moeten wel erg groot geweest zijn want op 8 en 9 November 1843 is er onder Not. van Werkhoven nog een erfhuis gehouden van de inventaris van de overleden Toon Cornelisse Voskuilen, op “Groot Emiclaer. Op dit erfhuis is zijn hele “hebben en houwen” verkocht. Er waren o.a 4 paarden en meer dan 20 stuks vee aanwezig. Ook was er veel mooi en duur huisraad. De weduwe Neeltje Voskuilen-van Weerhorst heeft veel zelf weer terug gekocht. De opbrengst van dit erfhuis was ƒ. 5.209,35. Na deze totale verkoop van de bezittingen van de fam. Voskuilen, komt de boerderij “Groot Emiclaer” weer in bezit van groot-grondbezitters. Afhankelijk van de structuur in de landbouw is er door de eeuwen heen een wisseling van het eigendom van grond geweest. Aan de opbrengsten van de veilingen is ook duidelijk te zien dat het een slechte tijd is geweest voor de boeren, waardoor de groot-grondbezitters weer grond konden kopen. In dit geval de Heer van Brienen die al gronden in Hoogland in eigendom had, o.a. de boerderij die later “Klein Emiclaer” genoemd werd en welke door Jan van de Wolfshaar bewoond werd. (Later heeft Baron van Brienen ook “De Zielhorst” en de gronden die bij het inmiddels afgebroken Huis Emiclaer behoorden, gekocht. Hierdoor kwam dit alles bij een eigenaar). De weduwe Voskuilen-van Weerhorst kan na de verkoop de boerderij “Groot Emiclaer” blijven pachten. Er verandert zo op het oog dan ook betrekkelijk weinig op “Groot Emiclaer”. Toch zal het voor Neeltje van Weerhorst, als weduwe van Toon Cornelisse Voskuilen, erg moeilijk geweest zijn, men behoorde al generaties lang tot de welgestelde boeren uit deze omgeving. |
Nu moet men als pachter met knechten verder, daar de twee zoons nog te jong zijn om zelfstandig het bedrijf te leiden. Van de twee zoons vertrekt Cornelis Voskuilen al spoedig naar Indie om als opzichter op de plantages te Soerakarta zijn geluk te zoeken. De jongste zoon Geurt blijft thuis en neemt na zijn trouwen met Maria van de Kooij in 1865 het bedrijf over en wordt de nieuwe boer op “Groot Emiclaer”. De drie arbeiders woninkjes met de tabaksschuren raken in verval, en worden gesloopt. Eerder bij de volkstelling van 1840 waren ze als volgt bewoond. -In de tweede woning; Cornelis van Hamersveld met zijn dochter Baatje. Het is inmiddels 1880. De nieuwe boer op “Groot Emiclaer” wordt, de in 1841 geboren en uit Nijkerk afkomstige, Arie van Dijk die samen met zijn vrouw Aaltje Botterblom de boerderij gaat bewonen. Er is weinig bekend over deze twee mensen. Er zijn geen kinderen geboren uit dit huwelijk en men was beide bijna veertig jaar oud toen men op “groot Emiclaer” ging wonen. Twaalf jaar na zijn komst, in 1892, wordt er een nieuw achterhuis aangebouwd blijkens de steen die boven de achterdeur gemetseld was. Met de brand in 1940 is deze helaas verloren gegaan. Het woongedeelte van de boerderij is in 1881 niet vernieuwd en was van veel oudere datum. Na vierentwintig jaar vertrekken zij van “Groot Emiclaer” en gaan aan de Zevenhuizerstraat wonen waar zij een boerderijtje gebouwd hadden. (Tegenover de melkfabriek nu Gerrit de Ridder). Arie van Dijk is een van de oprichters van de Coop Boerenleenbank van Hoogland. De heer Kronenburg, als rentmeester van de heer van Brienen, eigenaar van de boerderij “Groot Emiclaer”, heeft in zijn eigen woonomgeving een nieuwe pachterboer gevonden. En zie, tot ieders verbazing wordt Jan Willem Spithoven uit Wijk bij Duurstede, samen met zijn vrouw Fransje Antonia Out, boer op “Groot Emiclaer”. De vader van Jan Willem was ook pachter van rentmeester Kronenburg en blijkbaar is dit de reden dat een boer van de klei het op het zand mag proberen. Het is lente 1905 geworden als Jan Willem Spithoven voor het eerst met vier grote paarden en zijn onafscheidelijke sigaar de Emiclaerse Eng op gaat om te ploegen. Het is geen succes geworden. Jan Willem Spithoven maakt met moeite zijn 6 huurjaren vol; het wordt een teleurstelling voor de boer die zijn wortels in de klei gehad heeft, Zelfs de steun van Arie van Rossum, boer op “De Zielhorst” en ook pachter van de Heer van Brienen, en kleiboer uit de omgeving van Werkhoven was niet voldoende om hem op de been te houden. Er worden nog 3 kinderen geboren in die tijd, waarvan er een sterft. Met een illusie armer en een ervaring rijker gaat Jan Willem Spithoven naar Friesland waar zijn vrouw al spoedig overlijdt en hij als veekoper de kost gaat verdienen. Ondanks dat de boerderij “Groot Emiclaer” de naam had van een niet al te beste en een snel verdrogende boerderij, was er na het vertrek van Jan Willem Spithoven toch belangstelling genoeg om pachter te worden. En ook wel weer begrijpelijk met zijn grootte van meer dan 30 Ha., een van Hooglands grootste boerderijen. Deze boerderij pachten voor omstreeks ƒ.1.000,-. per jaar? Het is de gok waard!. |
Zo dacht kennelijk ook Albert van Eijden geboren te Leusden en getrouwd met Maria Martha Voskuilen daar over en in 1911 wordt deze dan ook boer op “Groot Emiclaer”. Het zit ook Albert van Eijden niet mee. Al spoedig breekt de eerste wereldoorlog uit en, hoewel Nederland daarbuiten bleef heeft het toch zijn neerslag gehad. Ook in het Hooglandse moest men de broekriem een paar gaatjes aan halen. Albert van Eijden heeft het moeilijk gehad en kon er niet aan wennen dat juist in zijn tijd de boer zelf mee moest werken om het hoofd boven water te houden. Bijna 20 jaar heeft hij het volgehouden op “Groot Emiclaer” en, jammer voor hem, moest hij, toen zijn kinderen wat groter, en de tijden beter werden, afscheid nemen van de boerderij en is naar Nijkerk vertrokken. Zoals iedere boer heeft hij nooit echt afscheid kunnen nemen van “zijn” boerderij, want regelmatig fietste hij nog langs “Groot Emiclaer”. Toch heeft hij niet de moed kunnen opbrengen om er eens op bezoek te gaan. Als in 1931 de Heer Muijs, gemeente-secretaris van Hoogland en rentmeester voor de eigenaresse van “Groot Emiclaer”, Gravin H.L.M.M. de Montaigu, geboren prinses d’Alsace d’Henin Lietard uit Parijs en kleindochter van de Heer van Brienen op zoek gaat naar een nieuwe pachter, zijn het de Wethouders van Hoogland die wel een nieuwe pachter weten. Het wordt Cees Hilhorst (van “Nieuw Kattenbroek”) en Peetje Huurdeman (uit “De Hoef”) die de kans krijgen om boer en boerin te worden. De 5 Ha. grond van het “Grote Heiveld” wordt aan Bertus van de Hoef verpacht en er komen 4 Ha. polderland bij. De tijden zijn bijzonder slecht, werkloosheid en andere politieke problemen halen een tweede wereldoorlog dagelijks een stapje dichterbij. Op 10 Mei 1940 breekt dan ook de oorlog uit met als gevolg de totale verwoesting van “Groot Emiclaer”. Men overleeft al deze rampen. De boerderij wordt weer herbouwd. De oorlog wordt zonder al te veel kleerscheuren overleefd en het gaat hen redelijk goed. Zo goed zelfs dat Cees Hilhorst in 1951 kans krijgt om “Groot Emiclaer” met 33 Ha. grond aan te kopen van Mevrouw Helwige Louise Maria Madelene D’Alsace de Henin Lietard, Gravinne Hubert de Montaigu en haar echtgenoot, de Heer Hubert Augustus Pierre Anna Marie Joseph,Graaf Hubert de Montaigu. Zij was als kleindochter van de Heer van Brienen, door vererving, op 13 Juli 1922 (Not. de Bie Amsterdam), in eigendom gekomen van “Groot Emiclaer”. Ruim een eeuw is deze familie eigenaar geweest. an de boerderij wordt het 5 Ha. grote “Heiveld” aan de Hoveniersweg, doorverkocht aan de pachter Bart van de Hoef, zodat er nog een mooie boerderij overbleef met 28 Ha. grond. Hoewel Cees Hilhorst meer bestuurder was dan boer, heeft hij zijn rit als boer goed uitgezeten en gaat in 1970 rentenieren. Helaas sterft zijn vrouw nog datzelfde jaar. Zelf leeft Cees Hilhorst nog zeven jaar en overlijdt, 72 jaar oud, in 1977. |
Gemeente Amersfoort (Duist)
Gemeente Utrechtse Heuvelrug (Driebergen)
|
Gemeente Utrechtse Heuvelrug (Leusden)
Boerderij Klein Wijnbergen aan de Asschatterweg 54
Gemeente Utrechtse Heuvelrug (Amerongen)
Gemeente Utrechtse Heuvelrug (Stoutenburg)
Gemeente Nieuwgein (Jutphaas)
Gemeente Nieuwegein (Vreeswijk)
Gemeente Utrecht (Abstede)
Gemeente Utrecht (Veldhuizen)
Gemeente Utrecht (Oudenrijn)
Gemeente Utrecht (Zuilen)
Gemeente Stichtse Vecht (Swesereng)
Gemeente Woerden (Gerverscop)
Gemeente De Bilt (Achttienhoven)
Gemeente IJsselstein
Gemeente Amersfoort
Gemeente Soest
Gemeente Vijfheerenlanden (Everdingen)
Gemeente Vijfheerenlanden (Schoonrewoerd)
Gemeente Vijfheerenlanden (Ameide)
Gemeente Vijfheerenlanden (Lexmond)
Provincie Gelderland
Gemeente Arnhem
Gemeente Zevenaar
Gemeente Zevenaar (Pannerden)
Gemeente Zevenaar (Lobith)
Gemeente Zevenaar (Spijk)
Gemeente Lingewaard (Huissen)
Gemeente Lingewaard (Bemmel)
Gemeente Buren (Maurik)
Boerderij Schuyldorp
Boerderij Het Oosterveld
Boerderij Het Haagje aan de Hornixveldweg nr. 8 te Maurik
Boerderij De Perzik aan de Parkstraat 25-27 te Maurik
Ridderhofstad Kuilenburg
Uiterwaarden De Gravenbol
Uiterwaarden Van Rijnswaard
Uiterwaarden De Draaiwaarden
Uiterwaard de Duivenstaart
Gemeente Buren (Ingen)
Gemeente Buren (Beusichem)
Boerderij De Duinen
Gemeente Buren (Lienden)
Gemeente Buren (Ravenswaaij)
Havezate Muiswinkel, vanouds genaamd Wezenstein
aan de Donkerstraat 15
Muiswinkel (Muizenwinkel, Muzewinckel) is een boerderijcomplex en voormalige hofstede in Ravenswaaij in de Nederlandse provincie Gelderland. Het woonerf is in privébezit en is hierdoor niet openbaar toegankelijk. De Muiswinkel stamt waarschijnlijk uit de veertiende eeuw of van rond 1300. Muiswinkel is gemeentelijk monument 0214/253 in de gemeente Buren. De hertog van Gelre beleende de heer van het nabije Culemborg in 1402 met de hofstede Muiswinkel en 52 morgen land. Het huis bestond uit een enigszins kasteelachtig gebouw, dus een versterkt huis, waartegen een lagere boerderij was aangebouwd. Het leen vererfde aan latere heren van Culemborg, tot het in handen kwam van de proost van Utrecht Marcus van Wese. Maar vanaf 1544 kregen de heren van Culemborg, te beginnen met Floris van Pallandt, Muiswinkel terug. In de achttiende eeuw kwam er een boerderij met herenkamer in de plaats van het middeleeuwse gebouw. |
Van der Aa meldde in 1847: " "Thans heeft men er nog ... een aanzienlijke boerderij, Muiswinkel genaamd, toebehorende aan den Heer A.W. baron Van Brienen, welke in vroeger tijden een kasteel schijnt te zijn geweest en geweldig beschoten moet wezen, naar de teekens, welke daarvan nog duidelijk aanwezig zijn. " Jacobus Craandijk noemde in 1884 bij de bespreking van "landgoederen in den omtrek van Beusichem" Muiswinkel in het voorbijgaan: " Ook de hofstede de Steenen Kamer, met haar iepenlaan en haar boschje, wordt als een oud kasteel beschouwd, evenals Muiswinkel, waar men nog oude muren en kelders vindt. " |
De herenkamer werd begin jaren '30 van de 20e eeuw afgebroken. De stenen uit de herenkamer zijn gebruikt om de oude stadspoort van Culemborg te herstellen. Bij archeologische opgravingen in 2015 werden de resten gevonden van een poortgebouw bij de inrit en een deels gedempte gracht, zodat Muiswinkel verdedigd kon worden. Overgenomen van Wikipedia Muiswinkel |
Rond 1650 is bekend dat de heer Anthony van Honthorst, Heer van Muiswinkel is, via vererving in de familie Ram van Schalkwijk?, kwam de Muiswinkel begin negentiende eeuw in het bezit van familie Van Brienen van Groote Lindt. De naam Wezenstein, ookwel Muiswinkel genaamd, waar nauwelijk iets op dit gebied op internet over te vinden is. Gaat vermoedelijk terug, op de naam van de proost van Utrecht uit de zestiende eeuw Marcus van Weze. Die het complex eerder in die eeuw bezat. |
Gemeente Culemborg
Gemeente Tiel
Gemeente Tiel (Wadenoijen)
Gemeente West Betuwe (Ophemert)
Gemeente West Betuwe (Geldermalsen)
Gemeente West Betuwe (Meteren)
Gemeente Berg en Dal (Ooij)
Gemeente Overbetuwe (Elst)
Gemeente Overbetuwe (Valburg)
Gemeente Heumen (Nederhasselt)
Gemeente Nijmegen
Gemeente Herweg?
Provincie Noord-Holland
Gemeente Amsterdam
Gemeente Alkmaar (De Rijp - Beemster Graft)
Gemeente Velsen
Gemeente Hollands Kroon (Wieringen)
Gemeente Texel
Gemeente Den Helder (Huisduinen)
Gemeente Schagen (Zijpe)
Gemeente Heemstede
Gemeente Haarlem
Het Huis met de Witte Beelden
Provincie Zuid-Holland
Gemeente Krimpenerwaard (Stolwijk)
Gemeente Hoeksche Waard (Heinenoord)
Gemeente Hoekse Waard (Klaaswaal)
Gemeente Hoeksche Waard (Numansdorp)
Gemeente Hoeksche Waard (Strijen)
Gemeente Hoeksche Waard (Mijnsheerenland)
Gemeente Hoeksche Waard (Zuid-Beijerland)
Gemeente Hoeksche Waard (Oud- en Nieuw-Beijerland)
Gemeente Hoeksche Waard (Goudswaard)
Gemeente Hoeksche Waard ('s Gravendeel)
Gemeente Hoeksche Waard (De Mijl)
Gemeente Hoeksche Waard (eiland Tiengemeten)
Tiengemeten is een eiland in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het werd bij de gemeentelijke herindeling in 1984 deel van de gemeente Korendijk, maar was voor die tijd gesplitst tussen Goudswaard en Zuid-Beijerland. Sinds de herindeling van 2019 is het onderdeel van de gemeente Hoeksche Waard. |
De naam duidt op de grootte: een gemet is een oude landmaat van ruim 0,4 hectare. Tiengemeten is 7 km lang en 2 km breed. De maat van het eiland en de naam zijn nu dus niet meer met elkaar in overeenstemming: 10 gemeten is ongeveer 4 hectare, wat wil zeggen: een stuk van 100 bij 400 meter. Het eiland was oorspronkelijk grotendeels verpacht aan boeren. Sinds 1997 wordt het door Natuurmonumenten beheerd als nat natuurgebied. |
Geschiedenis
Tiengemeten is ontstaan als zandplaat in het Haringvliet en is in de loop van de eeuwen uitgegroeid tot een eiland. In 1668 werd door de staten van Holland en West-Friesland het eiland in erfpacht gegeven aan twee heren uit Den Haag en werd het eerste gedeelte ingepolderd. Hierna wisselde het eiland nog een aantal keer van eigenaar. Lange tijd was het eiland in bezit van de familie van Brienen van de Groote Lindt. |
Het Haringvliet was van oudsher de toegangspoort vanaf de Noordzee naar de havenplaatsen Dordrecht, Rotterdam en Delft. Van 1805 tot 1939 lagen schepen, die naar De Oost waren geweest, soms tot enkele maanden in quarantaine voor anker bij het eiland Tiengemeten. Hiervoor was een deel van het eiland afgesloten van de rest. |
Planvorming
Van 1956 tot 1990 lagen er diverse voorstellen om het eiland in gebruik te nemen als recreatiepark, dumpplaats voor verontreinigd slib, vliegveld of kerncentrale. De opbrengsten van de landbouw namen jaar na jaar af, waardoor voortzetting van deze activiteit niet langer lucratief was. In 1990 is echter besloten van het eiland een nieuw natuurgebied te maken en werd het opgenomen in de Ecologische hoofdstructuur. |
In 1994 is het eiland door de provincie officieel aangewezen als natuurontwikkelingsgebied, werd het gekocht door de Dienst Landelijk Gebied en overgedragen aan Natuurmonumenten, dat al eerder de Blanken Slikken in bezit kreeg. Het eiland telde toentertijd vijftig inwoners. In de jaren negentig zijn alle boeren uitgekocht, waardoor zij elders in Nederland een nieuw akkerbouwbedrijf konden beginnen. |
In 1997 is gestart met het omzetten van de 700 hectare akkerbouwgrond in natuurgebied. Sinds 1997 vormt de Vereniging Natuurmonumenten geheel Tiengemeten om tot natuurgebied. Daarmee werd Tiengemeten het grootste natuurontwikkelingsproject van Nederland. De vaak al generaties lang op Tiengemeten woonachtige boerengezinnen werden hierbij gedwongen hun boerderij op te geven. Omdat Natuurmonumenten in eerste instantie beweerde dat het eiland volledig aan de natuur teruggegeven zou worden en ook afgesloten zou worden voor bezoekers, gingen de meeste boerengezinnen hier uiteindelijk mee akkoord. In mei 2007 verliet de laatste boer het eiland. De overige tien bewoners zijn gebleven. |
Geografie
Tot 2007 lag er op het eiland de buurtschap Tiengemeten. De buurtschap bestond een kleine kern van enkele boerderijen, een smederij en wat arbeiderswoningen met daaromheen de uitgestrekte akkerlanden met hier en daar een boerderij. Een verharde weg bediende het hele eiland. Landbouw was samen met de smederij, de veerdienst en het rattenvangen de bron van inkomsten. |
Recreatie
Op het eiland mag overal worden gewandeld. Er zijn drie verschillende wandelroutes uitgezet. Het informatiecentrum van Natuurmonumenten is gevestigd in de schuur Marguarithehoeve, nabij de aanlegplaats van de veerpont. |
Deze herberg brandde 30 juni 2011 bijna tot de grond toe af maar is daarna herbouwd. Natuurmonumenten opende in 2012 bij de veerhaven een natuurspeelplaats van 4,5 hectare voor kinderen van twee tot twaalf jaar. Naast de speeltuin is het woonhuis van de 'Helenehoeve' in 2013 in gebruik genomen als pannenkoekenrestaurant. In de schuur van de Helenehoeve is het Landbouwmuseum gevestigd. Daarnaast is in 2009 een museum geopend met werk van Rien Poortvliet. |
Bereikbaarheid
In opdracht van Natuurmonumenten voert de Veerdienst Tiengemeten VOF het gehele jaar door een veerpontverbinding tussen Tiengemeten en Nieuwendijk, ten westen van Zuid-Beijerland. Hierbij wordt gevaren over het Vuile Gat (onderdeel van het Haringvliet). Voor de veerpontverbinding zijn drie boten beschikbaar, die alle de thuishaven hebben in Nieuwendijk. Welke boot wordt ingezet, is afhankelijk van de drukte. |
Naam | Bouwjaar | Werf | Capaciteit | Opmerkingen | Afbeelding |
Eendracht 1 | 1956 | Gebr. v.d. Werf, Puttershoek | 15 zitplaatsen | ||
Heicondias | 1984 | GHJ Koopman B.V. | 80 zit- en staanplaatsen | Aangeschaft door Rijkswaterstaat als 'Nieuwe Waterweg'. Later overgenomen door een waterschap onder de naam 'Anna Lyse II'. Op een later moment ingezet door Connexxion op de veerdienst naar Pampus. | |
St. Antonius | 1964 | Fred Clausen, Oberwinter | 200 zit- en staanplaatsen | Voer tot 1979 als pont tussen Himmelgeist en Uedesheim, totdat noordelijk een brug van Bundesautobahn 46 over de Rijn in gebruik kwam. Deed vervolgens tijdelijk dienst bij de bouw van de Orwellbrug in Ipswich. Verving in 1983 de 'Eendracht', een gierpont. De St. Antonius vervoert op drukke dagen tot 200 personen per overtocht. De capaciteit van de boot is in 2013 naar dit aantal verdubbeld om ruimte te bieden aan het steeds groeiend aantal reizigers. Hiervoor is onder meer het aantal reddingsvesten uitgebreid. Daarnaast worden met deze veerpont geautoriseerde motorvoertuigen overgezet. |
In de zomermaanden doen daarnaast diverse bootdiensten het eiland aan vanuit Willemstad, Nieuwendijk, Stad aan het Haringvliet, Middelharnis en Hellevoetsluis. Het eiland heeft geen jachthaven. Pleziervaartuigen mogen sinds 2017 in de zomermaanden juni, juli, augustus, september niet meer aanmeren in de veerhaven. Deze haven is dan in gebruik voor chartervaart, zoals de Waterbus. |
Afbeeldingen
Trivia
Het eiland was tot 2001 privébezit. De regels voor de openbare weg, zoals rijbevoegdheid en autoregistratie voor voertuigen die op het eiland bleven, waren hier niet van toepassing. Doordat geen wegenbelasting betaald hoefde te worden en reparatie op locatie duur was, werden veel nog net rijvaardige auto's naar het eiland gebracht om daar zonder kenteken rond te rijden. Bij schade werd dan weer een vervangend voertuig gekocht. Dit resulteerde tot 2001 in veel autowrakken op het eiland. o In februari 1986 en januari 1987 was het Vuile Gat niet bevaarbaar. Het essentiële vervoer van en naar het eiland, waaronder het vervoer van schoolkinderen, vond plaats per politiehelikopter. Overgenomen van: Wikipedia Tiengemeten |
Landgoed Clingendael te Wassenaar
Clingendael, een landgoed met een 17e-eeuws huis gelegen op het grondgebied van de gemeente Wassenaar tegen de Haagse wijk Benoordenhout, is eigendom van de gemeente Den Haag. Sinds 1982 is het Huys Clingendael in gebruik bij het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. |
Geschiedenis
In de 16de eeuw stond er een boerderij in de clinge (duinvallei) waar nu Clingendael ligt. In 1591 kocht Philips Doubleth de landerijen. Zijn kleinzoon Philips Doubleth III brak de boerderij af, bouwde er een landhuis en legde onder invloed van de Franse classicistische tuinarchitectuur een tuin in barokstijl aan met veel buxushagen en symmetrische patronen. Het huis werd een centrum van kunst en cultuur. Philips Doubleth III moeder Geertruid en zijn oom en schoonvader Constantijn Huygens speelden daarbij een belangrijke rol. |
In 1804 kwam het landgoed Clingendael in handen van W.J. baron van Brienen van de Groote Lindt. In 1839 kocht diens zoon Arnoud het naastgelegen Landgoed Oosterbeek, dat slechts door een bochtige gracht van Clingendael is gescheiden. |
Hij huurde Jan David Zocher in om de tuinaanleg voor beide landgoederen aan te passen aan de eisen van zijn tijd. Arnoud van Brienens achterkleindochter, Marguérite barones van Brienen, bijgenaamd Freule Daisy (Den Haag 1871-aldaar 1939), woonde er tot haar overlijden. Na een bezoek aan Japan liet zij op het landgoed een Japanse tuin aanleggen. In 1914 werd het huis verbouwd door de architect Johan Mutters en in 1915 uitgebreid door Co Brandes en J.Th. Wouters. |
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het huis bewoond door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Hij liet de opstaande stenen bij de hondengraven platleggen omdat hij bang was dat zich er sluipschutters achter zouden verstoppen. Tevens werden er meerdere bunkers gebouwd. Na de oorlog trok Edgar baron Michiels van Verduynen, een neef van Marguérite van Brienen, er in met zijn echtgenote, Henriëtte Elisabeth baronesse Michiels van Verduynen-Jochems, alsook de Duitse baron Johann von Ripperda. In 1953, een jaar na het overlijden van Michiels van Verduynen, werden de tuinen en het park van Clingendael-Oosterbeek verkocht aan de gemeente en voor het publiek opengesteld. Tot haar overlijden in 1968 mocht de barones op Clingendael-Oosterbeek blijven wonen. De zoon van de Duitse baron woonde tot zijn overlijden in het koetshuis. |
Huys Clingendael werd in 1982 grondig verbouwd. Sindsdien is Instituut Clingendael er gehuisvest. |
Marguérite Mary (Daisy) barones van Brienen van de Groote Lindt (1871-1939) |
Bijgebouwen
Het koetshuis Tegenover het grote huis staat een oud koetshuis. Een deel ervan wordt bewoond, het overige is atelierruimte voor kunstenaars. Tuinmanswoningen Bij de ingang van het park staan twee kleine huizen met rieten dak en luiken, die beschilderd zijn in de kleuren van het familiewapen, rood-wit. Links van de oprijlaan staat nog enkele personeelswoningen. Aan de Van Alkemadelaan staan nog twee 'Noorse' houten woningen uit 1931. |
Logeerhuis Voor de Tweede Wereldoorlog stond het logeerhuis dichter bij het grote huis. In de oorlog heeft Seyss-Inquart het laten verplaatsen, zodat zijn zuster er kon wonen. Na de oorlog werd het een theeschenkerij. De ijskelder Landgoederen hebben vaak een ijskelder. In de winter worden ijsblokken uit de gracht gebikt, en opgeslagen in een ijskelder in het bos. Er werd ook zaagsel in de kelder gebruikt om te voorkomen dat de blokken aan elkaar vroren. De ijskelder lag in de buurt van de oud-Hollandse tuin. |
De tuin
Baron van Brienen liet de tuin door Zocher aanpassen aan de Engelse landschapsstijl. Na Zocher werkten de tuinarchitecten Springer en Petzold op het landgoed. |
Japanse tuin
Het beroemdste deel van de tuin is ongetwijfeld de Japanse tuin, die slechts acht weken per jaar voor het publiek geopend is, omdat hij zo kwetsbaar is. Freule Daisy reisde veel en nam uit Japan lantaarns, een watervat en enkele bruggetjes mee die gebruikt werden in haar Japanse tuin. De tuin werd ontworpen en aangelegd met steun van haar tuinarchitect Theodoor Dinn. Het is nu de grootste Japanse tuin in Nederland met een oppervlakte van 6800 m². Sinds 2001 is de tuin een rijksmonument. |
In 2008 is het paviljoen opgeknapt. De schuifpanelen, de 'shojis', waren in de oorlog verloren gegaan en zijn nu in Japan bijgemaakt. Ook is het rieten dak opgeknapt en zijn de twee bruggetjes vervangen door de zgn. aardbrug of 'dobashi'. Tuinarchitect Saburō Sone is door de gemeente uitgenodigd om te snoeien. |
In 2013 werd op 27 april het 100-jarig bestaan van de tuin gevierd met een Japans festival van 10:30 uur - 20:00 uur. Op het programma stonden onder meer een Japanse fluitist, Japanse trommelaars, Japans zwaardvechten (Kendo), sushi maken en oosterse stoelmassage. |
Beelden van de Japanse tuin
Sterrenbos
Ook het dichte Sterrenbos is uit de tijd van freule Daisy. Er is een onderbegroeiing van azalea's en rododendrons. |
Slingermuur
De slingermuur is rond 1727-1733 gebouwd door Wigbold Slicher, en gerestaureerd in 1985. Deze dient om luwte te scheppen voor bomen |
Een verklaring voor het experimentele karakter van de muur kan zijn dat Slicher een familielid was van Pieter de la Court van der Voort, die een handboek over de tuinkunst schreef (1737). |
Vroeger lag hier een kaatsbaan met theehuis. Het huisje bestaat nog, en de Frans aandoende stenen trappen van Springer (1887) en het bordes maken van de tuin een afgerond geheel. In het begin van de 20ste eeuw is er een oud-Hollandse tuin aangelegd met buxushagen en bloemperken. |
Hondenbegraafplaats Freule Daisy heeft altijd honden gehad. Ze liet ze begraven onder een linde, die solitair in de tuin staat en vanuit het huis goed te zien is. De grafstenen stonden rechtop, maar Seyss-Inquart heeft ze plat laten leggen, uit angst dat scherpschutters zich erachter zouden verschuilen. |
De oorlogsjaren Het landgoed was onderdeel van de Atlantikwall, waarvoor vrij schootsveld nodig was. |
Verkoop van het landgoed In 1999 probeerde de gemeente Clingendael te verkopen aan de hoogst biedende, maar daar was veel protest tegen. Mogelijk zou er een hotel of conferentieoord komen. Om het protest te ondersteunen liet de Algemene Vereniging voor Natuurbescherming (AVN) een film maken door het duo Jan van den Ende en Monique van den Broek. Eind 2006 werd overeenstemming bereikt over de definitieve locatie voor de ambassade: de plek waar destijds een voetbalvereniging (VV JAC) |
In 2018 is de ambassade vertrokken van het Lange Voorhout in Den Haag, waar de beveiligingsmaatregelen te veel problemen gaven. De verhuizing naar landgoed Clingendael stuit op veel weerstand van de inwoners van de wijk Benoordenhout en van milieugroepen, vanwege de ligging midden in een kwetsbaar natuurgebied. Volgens de planning is echter in 2013 met de bouw begonnen en heeft de verhuizing en opening plaats gevonden. |
In de nacht van 29 op 30 augustus 2013 brandde een deel van de boerderij af. |
Prent uit een serie van 71 prenten met Rijnlandschappen, gezichten op vorstelijke paleizen en stadsgezichten uit Den Haag en Amsterdam. Dit is prent 44 uit de serie. Het landhuis Clingendael wordt in het onderschrift Huis van St. Annen-land genoemd omdat het destijds in bezit was van de Heer van St. Annaland. Overgenomen van: Wikipedia Landgoed Clingendael. |
Stad aan 't Haringvliet
Stad aan 't Haringvliet is een dorpje dat deel uitmaakt van de gemeente en het eiland Goeree-Overflakkee in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. Het dorp telde 1.365 inwoners op 1 januari 2019. De ligging aan het Haringvliet maakt het dorp tot een trekpleister voor watersportliefhebbers. Naast de oude haven in het centrum van het dorp is er daarom ook een grote jachthaven. |
De dorpscultuur komt onder meer tot uiting door een dorpskring en de jaarlijkse culturele dag, de Stadse dag genaamd. |
Stad aan 't Haringvliet was in het kader van de gemeentevorming na de annexatie van het Koninkrijk Holland door het Eerste Franse Keizerrijk op 1 januari 1812 toegevoegd aan de gemeente Den Bommel. Op 1 april 1817 werd het een zelfstandige gemeente. Op 1 januari 1966 werd deze gemeente bij een gemeentelijke herindeling toegevoegd aan de gemeente Middelharnis. |
o De Hervormde Kerk in de Nieuwstraat met daarnaast de pastorie. Verder is er ook nog een gereformeerde kerk te vinden. De gereformeerde gemeente heeft haar deuren moeten sluiten vanwege lage bezoekersaantallen tijdens de diensten. De overige gemeenteleden zijn vertrokken naar de nabijgelegen gereformeerde gemeente te Middelharnis. De kerk is inmiddels verbouwd tot een woonhuis. |
Geografie Stad aan 't Haringvliet
Het wapen van Stad aan 't Haringvliet werd op 24 december 1817 bij besluit van de Hoge Raad van Adel aan de gemeente Stad aan 't Haringvliet in gebruik bevestigd. Vanaf 1 januari 1966 tot 1 januari 2013 maakte Stad aan 't Haringvliet deel uit van de gemeente Middelharnis. Het wapen van Stad aan 't Haringvliet is daardoor komen te vervallen. Sinds 1 januari 2013 valt Stad aan 't Haringvliet onder de gemeente Goeree-Overflakkee. In het wapen van Goeree-Overflakkee zijn geen elementen uit het wapen van Stad aan 't Haringvliet overgenomen. |
Blazoenering De blazoenering van het wapen luidde als volgt: |
Geschiedenis Het wapen is dat van Van Wittenhorst. In 1700 werd Willem van Wittenhorst heer van De Stad, maar het wapen werd enkele jaren eerder al vermeld in de Cronyk van Zeeland (1696). Het is niet bekend of de stad reeds in bezit van de familie was toen Willem van Wittenhorst de heerlijkheid in bezit kreeg. |
Overgenomen van: Wapen van Stad aan 't Haringvliet |
Fotogalerij Stad aan 't Haringvliet
Op maandag ochtend 10 juni 2019 werd door Sander van Scherpenzeel op de foto vastgelegd hoe de infrastructuur van Stad aan 't Haringvliet eruit ziet? |
Van Brienenoordbrug
De Van Brienenoordbrug is een brug over de Nieuwe Maas aan de oostkant van Rotterdam, in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De brug bestaat uit twee naast elkaar gelegen boogbruggen met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. De weg over de brug is de rijksweg A16, en met zes rijstroken per richting en dagelijks meer dan een kwart miljoen voertuigen een van de breedste en drukste autosnelwegen van Nederland. Buiten de boog aan de oostzijde loopt ook een tweerichtingsfietspad. De totale lengte van de Van Brienenoordbrug bedraagt 1320 meter en de doorvaarthoogte is ongeveer 24 meter. |
Locatie: Rotterdam, Coördinaten: 51° 54′ NB, 4° 33′ OL, Overspant: de Nieuwe Maas |
Geschiedenis
De eerste brug Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen. |
De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm.Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade, die in dienst van Rijkswaterstaat onder andere ook het ontwerp van het Emmaviaduct in Groningen op tekening heeft uitgewerkt. |
De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig. De brug vormt de derde vaste oeververbinding na de opening van de Willemsbrug in het centrum van de stad in 1878 en de nog westelijker gelegen Maastunnel in 1942. In het zuiden sloot de nieuwe weg door middel van een groot verkeersplein bij IJsselmonde aan op de bestaande rijksweg 16 van de oude Stadionweg naar Dordrecht. Aan de noordkant hield het traject eerst op bij het Kralingseplein (bij het tegenwoordige Rivium), maar spoedig volgde de verlenging naar de Bosdreef en de Hoofdweg en in 1973 de aansluiting op de A20 op het Terbregseplein. |
Verdubbeling
Al snel bleek de capaciteit van de brug ontoereikend. In 1986 werd dan ook begonnen met een grootschalig project dat voorzag in een verdubbeling van de Van Brienenoordbrug en de toeleidende wegen. Om het scheepvaartverkeer zo min mogelijk te hinderen werd deze tweede boog niet ter plaatse gebouwd, maar in Zwijndrecht. |
In 1989 is de nieuwe boog, met een overspanning van 287,5 meter, naar zijn definitieve plaats gevaren, op slechts 15 centimeter ten westen (stroomafwaarts) van de oude brug. Deze operatie trok enorm veel publiciteit, onder meer doordat het gevaarte alleen via de Oude Maas en de Nieuwe Waterweg de Nieuwe Maas kon bereiken. Er moest daarnaast de Spijkenisserbrug, Botlekbrug en de Koninginnebrug worden gepasseerd. De overige scheepvaart is voor die gelegenheid stilgelegd. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen. |
De tweede (westelijke) boog is iets breder dan de oude. Vol trots meldde men dat het nieuwe wegdek van het beweegbare deel veel dunner was dan dat van de oude brug. In de zomer van 1997 bleek echter het nieuwe wegdek te dun en ontstonden vermoeiingsscheuren, waardoor de val (het bewegende gedeelte) tegen hoge kosten vervangen moest worden. Deze ontdekking vormde de aanleiding voor de oprichting van het meerjarige onderzoeksproject Problematiek Stalen Rijvloeren van Rijkswaterstaat. |
Op 2 april 2008 werd bekendgemaakt dat de Van Brienenoordbrug in zo'n slechte staat verkeert dat ze binnen 10 jaar moet worden gerenoveerd. Op 17 januari 2018 presenteerde minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat in Rotterdam een plan voor de vernieuwing van de Nederlandse weginfrastructuur, waarin ook groot onderhoud aan de Van Brienenoordbrug werd aangekondigd, dat in 2020 zou kunnen beginnen. |
Jaarlijks varen zo'n 140.000 schepen onder de brug door. Voor circa 500 daarvan moet de brug worden geopend, een proces dat 18 minuten duurt: de brug omhoog bewegen duurt 4 minuten, in 10 minuten vaart het schip onder de brug door, en het naar beneden gaan van de brug duurt wederom 4 minuten. Gedurende deze tijd wordt het wegverkeer stilgezet met slagbomen. Sedert november 2005 wordt de brug volledig op afstand bediend vanuit Rhoon in plaats van in het bedieningscentrum naast de brug. |
Door een elektro-mechanische storing op 17 maart 2006 heeft de brug midden op de dag ongeveer een uur opengestaan. Er ontstonden files tot 7 kilometer lang. Als eerste sloot de westbrug (rijrichting Breda) en rond 13.00 uur de oostbrug (rijrichting Utrecht/Den Haag). Op 5 november 2006 wilde de brug weer niet sluiten door een elektrische storing en moesten technici de brug handmatig laten zakken. Op 14 januari 2015 gingen rond het middaguur de slagbomen door een technische storing niet meer open. Dit zorgde voor files tot 8 kilometer lang. Na drie kwartier werden de slagbomen handmatig geopend, eerst de brug in de rijrichting van zuid naar noord. |
Verkeer
Elk van de twee bruggen is in tweeën verdeeld. Zo is er aan beide zijden een hoofdrijbaan voor doorgaand verkeer en een parallelrijbaan voor lokaal verkeer. Dit is gedaan voor de doorstroming en verkeersveiligheid. Elk van deze vier banen bestaat uit drie rijstroken.Sinds 1993 is op de hoofdrijbaan richting het Terbregseplein een vrachtwagenstrook waar vrachtverkeer en bussen zwaarder dan 3500 kg gebruik van mogen maken. |
In 2001 was circa 13% van het verkeer dat over de brug reed vrachtverkeer. |
o Op afspraak geeft Rijkswaterstaat rondleidingen op de brug aan groepen tot tien personen. Overgenomen van: Wikipedia Van Brienenoordbrug. |
Eiland Van Brienenoord
Het eiland Van Brienenoord is een eiland in een buitenbocht van de Nieuwe Maas bij Oud-IJsselmonde. Het eiland is aan het begin van de 19e eeuw door verslibbing van een zandplaat ontstaan en is 21 hectare groot. Het dankt zijn naam aan baron Van Brienen van de Groote Lindt, die het eiland in 1847 kocht. Tevens verwierf Van Brienen het recht op diepvisserij op steur en zalm tussen Bolnes en de Leuvehaven. Destijds had het tegenover IJsselmonde gelegen Kralingseveer de grootste zalmafslag van Nederland. In 1880 alleen al werden er 100.000 zalmen gevangen. |
In 1904 werd het Eiland van Brienenoord Rotterdams grondgebied. In de jaren dertig kwamen hier de clubhuizen Arend en Zeemeeuw voor de jeugd van Rotterdam-Zuid. Het eiland was tot de Tweede Wereldoorlog bebost. De Duitse bezetter rooide dit bos echter om de boomstammen te gebruiken als 'asperges' (in de grond geplaatste palen tegen het landen van vliegtuigen). De restanten van het bos verdwenen in de hongerwinter in Rotterdamse kachels. Sinds 1943 zijn er volkstuinen op het eiland. Op het westelijk deel van het eiland zijn in de jaren zestig de tunnelelementen voor de riviertunnel van de Rotterdamse metro gebouwd. Het speciaal gebouwde dok ligt er nog. Op de oostpunt van het eiland staan sinds 1965 drie pijlers van de Van Brienenoordbrug. In 1990 werd de brug naar het westen toe verbreed. |
Na 1945 werd er op het eiland en in de omgeving naar aardolie geboord, (wat aan de Stadionweg zelfs een heuse spuiter veroorzaakte). De met Jaknikkers opgepompte olie werd opgeslagen in tanks op de oostelijke punt en daarvandaan vervoerd naar de raffinaderijen in Pernis |
Sinds juni 2000 grazen er Schotse Hooglanders op het eiland ter bevordering van een natuurlijke landschapsontwikkeling. Dit was een gemeenschappelijk project van de gemeente en het Wereld Natuur Fonds Nederland. Sinds 2003 wordt het Eiland van Brienenoord beheerd door het Zuid-Hollands Landschap. Sinds 1999 bestaan er plannen voor een conferentieoord met een hotel van 70 meter hoog op de westpunt (met een parkeergarage in het voormalige bouwdok), maar een besluit hierover is wegens grote weerstand onder de bevolking van met name IJsselmonde al diverse malen uitgesteld. |
Elk voorjaar, van februari tot april, is het zeventien hectare grote eiland in de ban van de paddentrek. Als forensen in de spits trekken de amfibieën massaal naar de westpunt van het eiland. Daar is jaren geleden een poel aangelegd. De voortplantingstijd is voor de gewone pad het enige moment in het jaar dat hij zich in het water waagt. Rotterdammers verbazen zich er telkens weer over. Sinds 2011 is het eiland ook een podium voor theater. Elk jaar komen zo'n 2000 kinderen op bezoek bij het natuurbelevingstheater van Stichting 'n Bries. |
Overgenomen van: Wikipedia eiland Van Brienenoord |
Gemeente Den Haag ('s-Gravenhage)
Gemeente Den Haag (Wassenaar)
Gemeente Goeree-Overflakkee (Middelharnis)
Gemeente Goeree-Overflakkee (Dirksland)
Gemeente Goeree-Overflakkee (Melissant)
Gemeente Leidschendam-Voorburg (Stompwijk)
Gemeente Voorschoten
Gemeente Rotterdam (Overschie)
Gemeente Alphen aan den Rijn (Aarlanderveen)
Gemeente Alphen aan den Rijn
Gemeente Zwijndrecht
Gemeente Zwijndrecht (Groote Lindt)
Gemeente Zwijndrecht (Kleine Lindt)
Gemeente Zwijndrecht (Heer-Oudelands-Ambacht)
Gemeente Zwijndrecht (Meerdervoort)
Gemeente Dordrecht (Dortsmonde)
Gemeente Dordrecht (Wieldrecht)
Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht (Sandelingen-Ambacht)
Gemeente Ridderkerk (Rijsoord)
Gemeente Albrandswaard (Portugaal)
Willem Thierry Arnold Maria van Brienen van de Groote Lindt
Willem Thierry Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt (Amsterdam, 5 maart 1814 – Den Haag, 9 april 1863), lid van de adellijke familie Van Brienen, was een politicus, kamerheer en kunstverzamelaar, die vooral bekend is geworden als de bouwheer van een stadspaleis aan het Lange Voorhout in Den Haag, het latere Hotel Des Indes. |
Biografie Thierry van Brienen werd geboren als zoon van Arnoud Willem baron van Brienen (1783-1854) en diens eerste echtgenote Angelica Louise van Wijkerslooth van Grevenmachern (1795-1816), lid van de familie Van Wijkerslooth. Hij groeide op aan de Keizersgracht in Amsterdam, waar zijn vader werkzaam was als koopman van de firma Van Brienen & Zoon. Zijn vader was daarnaast onder meer kamerheer van de koningen Willem I en Willem II en lid van de Eerste Kamer. Ook baron Thierry zou later de functie van kamerheer bekleden en hij was een persoonlijk adviseur van koning Willem III. In 1843 werd hij lid van de Haagse Academie van Beeldende Kunsten, volgde daar een kunstopleiding en werd in 1859 lid van de Raad van Bestuur. Thierry van Brienen werd geboren als ongetitelde adel, maar verkreeg op 26 oktober 1835 per Koninklijk Besluit erkenning van de titel van baron. Van 1858 tot 1863 zou hij lid zijn van Provinciale Staten van Zuid-Holland. |
Kunstverzamelaar
Grootvader Willem Joseph baron van Brienen (1760-1839) was een bekend kunstverzamelaar geweest. Thierry van Brienen was net als zijn grootvader erg geïnteresseerd in kunst. Via zijn vader zou Thierry van Brienen diens verzameling erven en deze aanzienlijk uitbreiden. In zijn Haagse stadspaleis kon Van Brienen een aanzienlijk deel van zijn verzameling van 419 schilderijen vertonen. |
Stadspaleis
Van Brienen erfde in 1854 van zijn vader het Landgoed Clingendael en het ernaast gelegen Landgoed Oosterbeek in Wassenaar, beiden gesitueerd aan de gemeentegrens met Den Haag. In 1858 kocht Thierry van Brienen een drietal huizen aan het Lange Voorhout en de aangrenzende de Vos in Tuinstraat in Den Haag en liet op die plek door architect Arend Roodenburg een stadspaleis bouwen om feesten te kunnen organiseren. |
Het gebouw bezat een een uitbundig gedecoreerde balzaal, privé- en gastenverblijven, een binnenhof en stallen. Van Brienen was niet belast met bescheidenheid en liet zelfs op alle vergulde deurknoppen zijn initiaal B aanbrengen. Enkele exemplaren daarvan zijn nog aanwezig in het huidige Hotel Des Indes. Ook hangen er nog steeds twee van zijn kroonluchters en de schouw in de “Van Brienen Zaal” wordt gesierd met een gepersonaliseerd wapen met zijn initialen. |
Huwelijken
Thierry van Brienen trouwde in 1836 met Ida Charlotte Nicolette barones Selby (1809-1845), dochter van Charles Borre baron Selby, Deens ambassadeur in Den Haag van 1820-1842 en geheimraad van koning Frederik VI van Denemarken, en Christiana Georgine Louise Falbe. Eén van zijn huwelijksgetuigen was Johan Gijsbert baron Verstolk, heer van Soelen, minister van Buitenlandse Zaken onder koning Willem I. |
Na het overlijden van Ida de Selby in 1845, hertrouwde Thierry van Brienen in 1847 met Adriana Maria barones van Zuylen van Nyevelt (1819-1892), dochter van Jan Adriaan baron van Zuylen van Nyevelt en Quirina Catharina Petronella Teding van Berkhout. |
Adriana van Zuylen was een hofdame van prinses Louise van Pruisen. Na het overlijden van Thierry van Brienen in 1863 hertrouwde zij op haar beurt in 1870 met Philip Jacob baron van Pallandt (1814-1892), lid van de familie Van Pallandt en eigenaar en bewoner van Duinrell. |
Nalatenschap Zoon Arnoud erfde eveneens de grote kunstcollectie van zijn vader, waarvan later door vererving het bezit over de familie verspreid zou raken. |
Willem Joseph van baron van Brienen van de Groote Lindt
Willem Joseph baron van Brienen, (Amsterdam, gedoopt 31 december 1760 – Wassenaar, 10 oktober 1839), Heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wassenaar, was een Nederlands koopman, politicus en bestuurder. |
Familie |
Zij kregen vijf kinderen, onder wie Arnoud Willem van Brienen van de Groote Lindt die later ook de politiek in zou gaan. Hij was regent van het rooms-katholieke Maagdenhuis en vertegenwoordigde de minderjarige wezen in erfeniskwesties. |
Franse tijd
Politieke carrière In de tijd van de Bataafse Republiek en het koninkrijk Holland was Van Brienen tussen 1803 en 1813 bestuurlijk actief in Amsterdam. Hij begon van 1803 tot 1807 als lid van het stedelijk bestuur, van 1806 tot 1808 was hij adjunct-burgemeester, vervolgens van 1808 tot 1811 wethouder en ten slotte was hij van 1811 tot 1813 maire (burgemeester). Daarnaast was hij ook in de landelijke politiek actief: in 1807 en 1808 was hij staatsraad. In 1810 was hij lid van de Raad voor de Zaken van Holland in Parijs. Ook was hij lid van de Commissie van Inlijving (van het Koninkrijk Holland bij Frankrijk, een adviescommissie voor Napoleon). Toen het koninkrijk Holland werd opgeheven en Nederland bij Frankrijk werd gevoegd werd hij in 1812 lid van de algemene raad van het Zuiderzeedepartement. |
Koninkrijk der Nederlanden In 1829 was hij het enige noordelijke lid dat de talrijke petities uit het Zuiden over de rechtspraak en het onderwijs onder de aandacht van de koning wilde brengen. |
Nevenfuncties Behalve in de politiek was Van Brienen van de Groote Lindt ook op andere terreinen actief. Zo was hij lid van het dijkbestuur en hoogheemraadschap Beemster en stichtte hij een verblijf voor bejaarden in Halfweg. |
Onderscheidingen en eerbewijzen |
Familiegrafkelder Van Brienen van de Groote Lindt
Familieleden van Van Brienen zijn bijgezet in het familiegrafkelder in: 1. Mr. Willem Joseph baron van Brienen van de Groote Lindt. Begraven op donderdag 10 oktober 1839. Heer van De Groote Lindt, Stad aan 't Haringvliet, Dortsmond en Wassenaar. 2. Mevr. Henrietta Alexandrina Wilhelmina Josephina Maria barones van Brienen van De Groote Lindt, geboren Den Haag 18 januari 1841 en overleden Den Haag 19 mei 1844. Dochter van Willem Diederik Arnoud Maria baron van Brienen van de Groote Lindt en Ida Charlotte Nicolette Selby. |
3. Mevr. Ida Charlotte Nicolette Selby, geboren Kopenhagen 25 november 1809, overleden Den Haag 16 februari 1845. Dochter van Charles Joseph Borre Selby (till Oerupgaard) en Christiane Louise Georgine Falbe. 4. Mevr. Caroline Francesca Josephine van Brouchoven de Bergeyck Zij is geboren op 12 augustus 1802 in Brussel en overleden op 13 juni 1846 in Amsterdam, zij was toen 43 jaar oud. Echtgenote van Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854). 5. Mr. Jacob baron van Brienen van de Groote Lindt, begraven donderdag 3 november 1853. 6. Mr. Hendricus baron van Brienen van de Groote Lindt, begraven woensdag 15 februari 1854. 7. Mr. Arnoud Willem baron van Brienen van Groote Lindt (Amsterdam, gedoopt 5 april 1783 - Den Haag, 26 oktober 1854), heer van De Groote Lindt, Dortsmond, Stad aan 't Haringvliet en Wezenstein. 8. Mr. Willem Thierry Arnold Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren 5 maart 1814 te Amsterdam en overleden op 9 april 1863 te Den Haag. 9. Mr. Frederik Lodewijk Johan Adriaan Quirijn Maria baron van Brienen van de Groote Lindt. Hij is geboren op 12 maart 1849 te 's Gravenhage en overleden op 22 februari 1873 in Parijs, hij was toen 23 jaar oud. 10. Mr. Willem Lodewijk Carel Maria baron van Brienen van de Groote Lindt, geboren Den Haag 15 november 1843, overleden Den Haag 4 maart 1873, zoon van Willem Diederik Arnoud Maria van Brienen van de Groote Lindt en Ida Charlotte Nicolette Selby. 11. Mr. Arnold Nicolaas Justinus Marie baron van Brienen van de Groote Lindt. Geboren op 18 juli 1839 en overleden op 4 januari 1903 in op de Middelandse zee tussen Italië en Egypte, hij was toen 63 jaar oud. 12. Mevr. Ida Cornelia Maria Adriana barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij is geboren op 20 juni 1863 in 's-Gravenhagn en overleden op 8 juni 1913 in 's Gravenhage, zij was toen 49 jaar oud. Bron: Stichting R.K. Begraafplaatsen te ’s-Gravenhage (PAX). 13. Mevr. Charlotte Marie Louise barones van Brienen van de Groote Lindt. Zij werd geboren op 14 december 1866 te Den Haag, Zuid-Holland en overleed op 18 juni 1948 te Knebworth, Herts, Engeland. Zij werd 81 jaar oud. 14. Mr. Jacob Diederik Lodewijk Emanuel baron van Brienen van de Groote Lindt, Heer van Stad aan 't Haringvliet, geboren te Amsterdam op 25 februari 1830, overleden te Brussel op 3 november 1858, grondeigenaar en gewoond hebbende op "Eindenhout" te Heemstede. Familieleden Van Brienen die ook op de begraafplaats zijn bijgezet volgens krantenbronnen van Delpher.nl 15. Mr. Edgar Frederik Marie Justin baron Michiels van Verduynen, Heer van de Groote Lindt en van Verduynen ('s-Gravenhage, 2 december 1885 - Londen, 13 mei 1952) was een Nederlands politicus. 16. Mevr. Marguérite Mary 'freule Daisy' barones van Brienen van de Groote Lindt (1871-1939). 17. ... baron of barones van Brienen van de Groote Lindt. Geboren ... en overleden in 1856 18. Ch. van baron of barones van Brienen van de Groote Lindt Geboren ... en overleden ... . De huidige eigenaar van de grafkelder te Wassenaar is: jhr. Georges Louis Hubert Anna Marie Michiels van Kessenich. Bron: Waar gaat de reis naar toe?, Historische Vereniging Oud Wassenaer, Comité Open Monumentendag Wassenaar, 2014. |
Thierry Arnaud Graaf d'Alsace, Prins d'Hénin-Liétard
Thierry-Arno-Baudoin-Philippe de Hénin-Liétard, Prince d'Hénin, Comte d'Alsace (5 augustus 1853 - 24 februari 1934) was een Franse politicus. Jeugd |
Zijn grootvader van vaders kant was Pierre-Simon de Hénin-Liétard, een zoon van Jean-François-Joseph de Hénin-Liétard, kamerheer van Joseph II, de Heilige Roomse keizer en aartshertog van Oostenrijk van 1765 tot 1790 (en broer van Marie Antoinette). |
Zijn overgrootvader was de oom van Prins Charles-Alexandre de Hénin-Liétard d'Alsace, die tijdens de Franse Revolutie door guillotine werd geëxecuteerd. |
Carrière |
Na de dood van zijn vader in 1891, werd hij de 3e Prins van Hénin (1828 gemaakt), 7e Markies van de Elzas (c. 1720 gemaakt ), 4e graaf van de Elzas (1810). Hij nam ontslag uit het leger om voor zijn landgoederen in de Vogezen, Lotharingen te zorgen, inclusief het Château de Bourlémont in Frebécourt. Het kasteel was in 1769 door zijn overgrootvader overgenomen van de familie Bauffremont. In Bourlémont ontving d'Hénin vele notabelen, waaronder premier Georges Clemenceau. |
Hij diende als burgemeester van Frebécourt van 1894 tot aan zijn dood, evenals algemeen raadslid van de Vogezen in het kanton Neufchâteau van 1892 tot zijn dood. Bij de parlementsverkiezingen van 1893 ontving hij 5.627 stemmen, maar hij werd niet gekozen in de Kamer van Afgevaardigden, de wetgevende vergadering van het Franse parlement tijdens de Franse Derde Republiek. |
Na de verkiezing van Paul Frogier de Ponlevoy in de Senaat, liep hij opnieuw als Republikeinse kandidaat en werd op 20 mei 1894 gekozen met 7.359 stemmen tegen 6009 stemmen voor M. Boussu. Hij liep ongehinderd in 1898 en werd herkozen door 10.336 stemmen. In november 1898 werd hij benoemd tot lid van de legercommissie. Op 27 april 1902 werd hij opnieuw herkozen met 10.091 stemmen voor en 116 stemmen voor de radicale Dr. Schneider. Hij werd opnieuw gekozen in 1906 en diende tot 3 januari 1909. |
Op 3 januari 1909 werd hij gekozen in de Senaat van Frankrijk. De Senaat bestond uit 300 leden, van wie er 225 werden gekozen door de departementen en kolonies en 75 door de Nationale Vergadering. Tijdens zijn dienst als senator voor de Vogezen, diende hij samen met de voormalige premier Jules Méline, die de Vogezen vertegenwoordigde. Hij werd herkozen op 11 januari 1920 en op 9 januari 1927 en diende tot aan zijn dood op 24 februari 1934. In de Senaat wijdde hij zijn aandacht aan militaire aangelegenheden en keerde terug in de dienst, met de rang van Squadron Chief, toen de Eerste Wereldoorlog begon. |
Hij werd benoemd tot Officier de la Légion d'honneur en ontving het Croix de guerre voor zijn inspanningen in de oorlog. |
Op 19 april 1884 was hij in Parijs getrouwd met Charlotte Gabrielle de Ganay (1864–1942). Ze was een dochter van Etienne, markies de Ganay en zijn vrouw, de Amerikaanse erfgename, Emily Ridgway (een kleindochter van koopman Jacob Ridgway ). Haar grootvader van vaders kant was Charles-Alexandre, markies de Ganay. |
Haar broer, Jean, markies de Ganay, was getrouwd met salonnière Berthe, gravin de Béhague en hun zoon, graaf Bernard de Ganay, trouwde met Magdeleine Goüin.De Prince d'Hénin gestorven, zonder probleem, bij hem thuis, 20 Rue Washington, Paris op 24 februari 1934. Als hij geen directe erfgenaam had, liet hij het kasteel van Bourlémont aan Jacques de Graaf Rohan-Chabot (1889- 1958), de echtgenoot van zijn nicht, Nicole Hélène de Hénin-Liétard (1892–1958). |